CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316999 Beantwoording SV Toezicht op gezinshuizen

Commissie Samenleving 28 maart 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen inzake Toezicht op gezinshuizen1.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

16 januari 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Verduin, luidend: ‘Toezicht op gezinshuizen’

OCW/10678284 RIS316999

Het raadslid mevrouw Verduin heeft op 31 oktober 2023 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Afgelopen weken werden we via de media geconfronteerd met misstanden in een gezinshuis elders in Nederland 1) . In het bewuste gezinshuis hebben misstanden jaren kunnen voortduren ondanks bestaande klachtenprocedures, gekoppelde vertrouwenspersonen èn terwijl de betrokken jeugdzorginstelling (als hoofdaannemer) en de Inspectie voor Gezondheid en Jeugd waren ingeschakeld om de signalen op te pakken en daar concrete acties aan te verbinden in het belang van de daar verblijvende kwetsbare kinderen. Gezinshuizen zijn een waardevol alternatief voor grote (gesloten) jeugdinstellingen op het moment dat een kind een eigen veilige en gezonde gezinssituatie moet ontberen. Liefde, geborgenheid, veiligheid en aandacht moeten, naast professionele zorg, centraal staan in deze gezinshuizen en hier moet op worden toegezien.

De fractie van D66 maakt zich zorgen over het systeem binnen jeugdzorg en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat het mogelijk maakt dat dergelijke misstanden kunnen ontstaan en blijven bestaan zonder adequate en tijdige consequenties voor het bewuste gezinshuis en zonder adequate en tijdige actie richting de kinderen die in een dergelijk gezinsvervangend huis verblijven. 1.

Is het college bekend met de uitzending van Argos over de jarenlang durende misstanden in het betrokken gezinshuis 1)?

Ja, het college is hiermee bekend. In onze regio kopen de gemeenten gezamenlijk jeugdhulp in via een inkooporganisatie. Gezinshuizen functioneren als onderaannemer van de ingekochte jeugdzorgaanbieders. De inkooporganisatie ziet toe op de correcte naleving van de contracten door de jeugdzorgaanbieders. Een directe inhoudelijke relatie tussen gezinshuizen en de gemeente is er dus niet, terwijl gemeenten wel verantwoordelijk zijn voor de geboden jeugdhulp. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGZ) houdt toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp in gezinshuizen maar deze Inspectie heeft geen compleet beeld. De diversiteit in gezinshuizen is groot. Een deel van de gezinshuizen is aangesloten bij een overkoepelende organisatie, andere niet. Het verschilt per gemeente en oprichtingsvorm aan welke eisen een gezinshuis moet voldoen. Ook is er onvoldoende zicht op het aantal gezinshuizen.

1

https://www.vpro.nl/argos/media/kijk/kort/algemeen/2023/gezinshuizen.html

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10678284

Ook het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) beschikt niet over cijfers, hoewel ze dit wel graag in kaart zouden willen brengen. Dit systeem van inkoop, onderaanneming en toezicht laten zien hoe ingewikkeld en ongrijpbaar het wordt om overzicht en toezicht te houden op de uitvoering van de geleverde zorg en kwaliteitsborging waardoor pas ingegrepen wordt nadat misstanden soms al jarenlang hebben kunnen plaatsvinden. 2.

Kan het college in overleg met de jeugdzorgaanbieders een actueel overzicht geven van alle gezinshuizen binnen Haaglanden/H10 inclusief de organisatievormen (loondienst bij Pagina 2 van 6 zorgaanbieder/zelfstandig gezinshuis verbonden aan een zorgaanbieder én aangesloten bij een franchiseorganisatie of ander samenwerkingsverband/zelfstandig gezinshuis verbonden aan een zorgaanbieder maar niet aangesloten/zelfstandig gezinshuis zonder overeenkomst met zorgaanbieder en niet aangesloten)?

Een gezinshuis is jeugdhulp in een gezinsvorm, ofwel een professioneel pleeggezin. Minimaal 1 van de gezinshuisouders is een jeugdhulpprofessional. Helaas kan er geen volledig overzicht hiervan worden gegeven, maar een samenvatting is wel mogelijk: er zijn 11 organisaties in de regio gecontracteerd, waarvan het grootste deel bij Jeugdformaat woont (In oktober wonen hier 98 kinderen); • bij Wilmahuis, William Schrikker Stichting Gezinsvormen en Driestroom kunnen tussen de 9-18 kinderen in een gezinshuis wonen; • 1-3 kinderen kunnen wonen in overige gezinshuizen. Gemiddeld wonen er in een gezinshuis 3 tot 6 kinderen. De meeste kinderen wonen in een gezinshuis van Jeugdformaat. De gezinshuisouders zijn soms in loondienst en soms verbonden aan www.gezinshuis.com en dan in onderaannemerschap bij een jeugdhulp aanbieder. 3.

Is het college het met de fractie van D66 eens dat de verschillende organisatievormen en kwaliteitseisen van gezinshuizen het overzicht en een waterdicht toezicht door jeugdzorgaanbieders, gemeente en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bemoeilijken? Zo ja, wat zijn volgens het college de mogelijkheden voor de gemeente om hierop te sturen?

Na de transitie jeugdhulp in 2015 bleek dit inderdaad het overzicht te bemoeilijken. Er was duidelijk behoefte aan een directe relatie tussen gemeenten en zorgaanbieders. Om onder andere deze reden is in Den Haag in 2018 relatiemanagement opgestart: • Het Servicebureau onderhoudt nu de formele contractrelatie met de instellingen. Het servicebureau werkt regionaal. Zij voeren vier keer per jaar kwartaalgesprekken, doen controle op certificeringen en de navolging van landelijke criteria gezinshuizen. • Lokaal relatiemanagement heeft een directe relatie met de zorgaanbieders, zij hebben gesprekken met zorgaanbieders over kwaliteit van zorg en kunnen signalen bespreken als die er zijn. Met gezinshuizen die door een grotere instelling gecontracteerd zijn, is meestal geen direct contact, dit loopt via de hoofdaannemer. Het is wel mogelijk; naast regulier contact kunnen door relatiemanagers ook door een signaal of casuïstiek gesprekken worden gevoerd met zorgaanbieders. Kwaliteit van de geleverde zorg is hierin een belangrijk onderwerp van gesprek. Er wordt hierin geen onderscheid gemaakt tussen grote of kleine of zorgaanbieders, of zorgaanbieders in onderaannemerschap (zo ook gezinshuizen).

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10678284

Bij misstanden kan zowel relatiemanagement als contractmanagement een melding doen bij de inspectie op kwaliteit/handhaving. Inspectie toetst na melding en als een jeugdhulpinstelling onder toezicht staat. 4.

Is het college van mening dat een andere of aanvullende werkwijze t.a.v. klachtenprocedures en inschakelen/uitbreiden van vertrouwenspersonen, die niet gelieerd zijn aan de zorginstellingen een toegevoegde waarde kunnen hebben om misstanden eerder boven tafel te krijgen?

Wij zijn niet van mening dat er een nieuwe procedure bij moet, er zijn al veel mogelijkheden om een klacht kenbaar te maken, onafhankelijk van de jeudhulpinstelling: • Jeugdstem is een organisatie die vertrouwenspersonen heeft voor kinderen/gezinnen in de jeugdhulp. Zij begeleiden jeugdigen en hun gezin als zij een klacht willen indienen. Zij zijn onafhankelijk en kunnen direct worden benaderd. Zij zijn er voor kinderen en ouders. Zij komen ook bij gezinshuizen thuis om te praten met de kinderen: • Ombudsman/klachtencoördinator/klachtenprocedure binnen de gemeente; • regisseurs JMO voor complexe casuïstiek en zoeken naar oplossingen buiten de reguliere routes; • contract- en relatiemanagement; • de inspectie. Daarnaast is er nog: • klachtenprocedure binnen de instelling waar een jongere woont; • de verwijzende partij, zoals de samenwerkingsverbanden, of gecertificeerde instelling zoals Jeugdbescherming west; • het kwaliteitsregister jeugd (SKJ). In 2024 gaat het Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp van start. In de gunningsleidraad zijn bepalingen opgenomen over een uniforme klachtenregeling, in lijn met aanbevelingen van de Jeugdombudsman. De aanbevelingen van de jeugdombudsman (RIS 313258) over een integrale klachtenregeling jeugdhulp worden momenteel verder uitgewerkt, deze vraag betrekken we bij de uitwerking van de aanbevelingen van de Jeugd Ombudsman. 5.

Bestaat er binnen Den Haag/Haaglanden een protocol tussen jeugdzorgaanbieders en de gemeente dat door alle betrokken partijen gevolgd wordt bij dergelijke signalen/constateringen over misstanden? Zo ja, hoe ziet dit protocol eruit? Zo nee, kan het college hier met betrokken jeugdzorgaanbieders afspraken over gaan maken?

Het protocol dat wordt gebruikt is de escalatieladder. De escalatieladder is een middel, opgenomen in de contracten vanuit het servicebureau. Dit kan worden ingezet als een contract niet wordt nageleefd. signalen over het niet goed functioneren van een zorginstelling komen bijvoorbeeld binnen via relatiemanagement. Relatiemanagement wordt (extra) betrokken als er casusgericht/signaleringsgericht meldingen zijn, ook kunnen zij een melding doen bij de inspectie. 6.

Kan het college bij de huidige en nieuwe jeugdzorgaanbieders dit onderwerp n.a.v. bovengenoemde casus op de agenda zetten/bespreken? En hierbij de kwaliteitsborging, de klachtenprocedure en procedure met vertrouwenspersonen van gezinshuizen binnen H10 bespreken en de raad over de uitkomsten informeren?

3/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10678284

Deze onderwerpen zijn nu al onderwerp van gesprek met zorgaanbieders. Kwaliteit van zorg, klachten en kwaliteitsborging zijn regelmatig onderwerp van gesprek tijden gesprekken van contract en relatiemanagement (gemeente en regionaal). De Raad wordt hierover in bestaande rapportages of commissies al geïnformeerd, dit zal worden voortgezet. 7.

Kan het college hierbij ook een overzicht aan de raad doen toekomen van hoe vaak en op welke manier geboden zorg in alle gezinshuizen binnen de H10 in praktijk wordt getoetst en door welke instantie(s)?

Zie antwoord vraag drie. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

4/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13718909/1