RIS316965 Bijlage 1 HTP impactanalyse
Tekst van het document
Regio Haaglanden Bestuurlijk Overleg Jeugd
Haags Toekomstperspectief – Jeugdhulp regio Haaglanden
Impactanalyse en maatregelen
Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, 30 maart 2023
Pagina 1 van 6
Inleiding De afgelopen maanden heeft het SbJH namens de regio Haaglanden gedurende de dialoogfase input geleverd in gesprek met de gemeente Den Haag, de beoogde samenwerkingsverbanden1 en betrokken partners, gericht op het bevorderen dat de belangen van de regio binnen het HTP tot hun recht zouden komen. Daarmee is met name ingezet op het tijdig voorkomen van eventuele negatieve risico’s en effecten. Die inzet is goed ontvangen door de betrokken partijen en heeft tot positieve resultaten en afspraken geleid. In deze notitie wordt allereerst kort ingegaan op het proces dat is gelopen. Vervolgens wordt stil gestaan bij de gemaakte afspraken die voortvloeien uit de dialoogfase van het Haags aanbestedingstraject. Tot slot staan we stil bij mogelijke risico’s en de mate waarin deze risico’s reëel zijn. Op 28 maart is er een sessie met ambtelijke vertegenwoordiging om de stand van zaken zoals verwerkt in de gunningsleidraad en de werkafspraken over het vervolgtraject, nader toe te lichten. De hoofdpunten uit deze sessie worden toegelicht in het BOJ van 30 maart, waarna het bestuurlijke gesprek gevoerd wordt. Proces De gemeente is in januari gestart met de dialoogfase. Deze fase is nu afgerond. Behalve de beoogde samenwerkingsverbanden, was er een goede betrokkenheid vanuit de partners aan tafel.
Het Servicebureau (vertegenwoordiging H10 regio) heeft aan de volgende tafels structureel deelgenomen: scope van de opdracht, invulling van de opdracht, zorgcontinuïteit en sturen en monitoren. De input van de H10 gemeenten is actief ingebracht en op de diverse tafels besproken (het overzicht van de inbreng van de H10 gemeenten is terug te vinden in de notitie die bij de BOJ stukken van 26 januari jl. is opgenomen). Na de dialoog heeft de gemeente Den Haag de concept aanbestedingsdocumenten gedeeld met alle betrokken partners, met de mogelijkheid hierop te reageren. Ook het SbJH heeft input geleverd hierop. Een korte stand van zaken In de praktijk is aan de dialoogtafels waar de gemeente Den Haag in gesprek was met de beoogde samenwerkingsverbanden en direct belanghebbenden (zoals het onderwijs, Jong doet mee! en de regio Haaglanden) een situatie ontstaan waarbij het overleg gericht is op samenwerking bij de ontwikkeling van onderwerpen die regionaal van belang zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de wijze waarop de inbreng vanuit de regio over administratie, monitoring en KPI’s is ontvangen. Zo heeft het Servicebureau aan de dialoogtafel Sturing en monitoring een voorstel gedaan tot continuering van het berichtenverkeer in 2024 binnen het HTP toegelicht. Dit is een belangrijk punt in het voorkomen van extra administratieve lasten voor aanbieders in 2024.
De dialoogpartijen komen tot de voorlopige conclusie dat het zinvol is om de regionale infrastructuur, zoals die beschikbaar is via het Servicebureau, te benutten voor het berichtenverkeer, in de beginperiode van het contract. De inrichting hiervan zal na de gunning op 30 juni a.s. nader worden uitgewerkt. Dat is goed nieuws voor alle regiogemeenten. Het betekent bijvoorbeeld ook, dat het HTP niet zal leiden tot (nadelige) financiële effecten voor wat betreft de (verdeling van) de kosten voor het Servicebureau. In dezelfde dialoog is ook gesproken over leidende principes en KPI’s. Dat bleek een boeiende discussie, waarbij het zogenaamde model Simons als basis is genomen. Er is ook binnen de H10 behoefte aan dit soort gesprekken en de structuur/waardenset die hieruit volgt. Een dergelijk gesprek is voor alle gemeenten en aanbieders waardevol, onafhankelijk van de soort bekostiging. De gemeente Den Haag wil dan ook de regiogemeenten laten delen in de opbrengst van de dialoog en heeft o.a. om die reden een ambtelijke sessie georganiseerd op 28 maart a.s. Tot slot is op bestuurlijk niveau de wens geuit om tijdig en adequaat geïnformeerd te worden over de ontwikkelingen rondom het HTP en de mogelijke regionale impact. Er is het gevoel dat dit tot nu toe onvoldoende is gebeurd.
In die lacune zal tijdens het BO-J van 30 maart worden voorzien; bovendien is de inzet om dit in de toekomst te voorkomen. Wel laat deze wens zien dat het in meer algemene zin wenselijk is dat op bestuurlijk niveau het gesprek wordt gevoerd over ontwikkelingen (nieuw beleid, projecten, initiatieven et cetera) die van invloed zijn op andere gemeenten en hoe die dan te
1 Het beoogde samenwerkingsverband ‘Rondomjou’ bestaat uit: Stichting Jeugdformaat, Parnassia, Stichting Yess en
Stichting Middin en het beoogde samenwerkingsverband Kracht bestaat uit: Incluzio, Mental Cure B.V., Impegno Jeugd en gezin B.V., Family Supporters Haaglanden B.V., Yoep Onderwijs en Zorg B.V.
Pagina 2 van 6
delen met een open en gelijkwaardige houding van en naar alle betrokkenen. Dat vertalen wij in een advies om een dergelijk gesprek te organiseren. Overzicht gemaakte afspraken Den Haag- SbJH (namens de regio) 1.
Het Servicebureau heeft de concept gunningsleidraad (waarin Den Haag haar keuzes naar aanleiding van het gesprek aan de dialoogtafels verwerkt) gereviewd op de inbreng vanuit de regio Haaglanden, als extra check op het voorkomen van negatieve impact (c.q. de verwerking van de afspraken hieronder). 2. Den Haag en Servicebureau organiseren op 28 maart a.s. een extra bijeenkomst voor de regiogemeenten, om de stand van zaken zoals verwerkt in de gunningsleidraad en de werkafspraken over het vervolgtraject nader toe te lichten. In aansluiting daarop wordt het BOJ op 30 maart meegenomen in de uitkomsten hiervan. 3. Den Haag en Servicebureau organiseren een gesprek voor de regiogemeenten over leidende principes en KPI’s, met inbegrip van het zogenaamde model Simons als basis. 4. Aansluitend op dit gesprek tussen gemeenten, wordt dit thema ook aan de Ontwikkeltafel in samenspraak met aanbieders nader verdiept. De ambitie is, dat deze gedachtewisseling over leidende principes en KPI’s ook bijdraagt aan de doorontwikkeling van de uitvoering van de regiovisie en de jaarlijkse rapportage daarover in de regiovisie monitor. 5. We organiseren ook op bestuurlijk niveau een gesprek over leidende principes, KPI’s en onderliggende waardenset – en hoe daar bestuurlijk op te sturen. Dat kan zowel binnen het BO-J, als ook in het informeel bestuurlijk uitvoeringsoverleg met aanbieders. 6.
Gemeente Den Haag vormt in samenwerking met het Servicebureau en consortia na de gunning per 30 juni een werkgroep met als opdracht te komen tot een concrete benutting van de regionale infrastructuur, zoals die beschikbaar is via het Servicebureau, voor het berichtenverkeer, in de beginperiode van het contract. Deze werkgroep buigt zich ook over monitoring van KPI’s en de mogelijkheden tot regionale benutting van de uitkomsten van die monitoring. Actieve participatie van de gemeenten in deze werkgroep wordt gevraagd via het BVO en het PTJ. 7. De regio Haaglanden heeft een traject in gang gezet gericht op het grensverkeer jeugdhulp-onderwijs. Dat traject wordt direct verbonden met de doorontwikkeling van het HTP. Regiobrede actieve participatie vanuit de gemeenten is al belegd bij het Programmabureau. 8. In aansluiting op het informeel bestuurlijk uitvoeringsoverleg en in het verlengde van de afspraak onder 7, organiseren Servicebureau en Programmabureau op bestuurlijk niveau een gesprek onderwijs-jeugdhulp gericht op het slechten van drempels. Die drempels betreffen deels de vraag hoe als verschillende (bestuurlijke) werelden samen te gaan werken, maar zijn vooral gevoed vanuit inhoudelijke opgaven. 9. Den Haag en Servicebureau vormen in samenspraak met de samenwerkingsverbanden en kernpartners (m.n.
de GI’s) een werkgroep gericht op het ontwikkelen van een afwegingskader op/afschalen. Dat kader dient in de regio Haaglanden de professionele standaard te zijn. Het concept afwegingskader wordt geijkt aan de Ontwikkeltafel, om te waarborgen dat het als instrument regiobreed gehanteerd wordt. Het zal ook verwerkt worden in het digitale handboek over het werkproces bij jeugdhulp. Actieve participatie van de gemeenten in deze werkgroep wordt gevraagd via het BVO en het PTJ. 10. Den Haag en Servicebureau stellen in samenspraak met de samenwerkingsverbanden en na consultatie van de regiobrede werkgroep wachtlijsten een convenant op, dat moet waarborgen dat de inzet van jeugdhulp binnen de regio op een gelijkwaardige manier beschikbaar blijft. Actieve participatie van de gemeenten in deze werkgroep wordt gevraagd via het PTJ. Het concept-convenant zal worden geijkt door het DO. 11. De gemeente Den Haag zal een voorstel aan het DO doen over hoe de governance richting aanbieders vorm te geven, gegeven de situatie dat de beoogde samenwerkingsverbanden op regionaal niveau een dubbele rol hebben: opdrachtnemer van de gemeenten, resp. voor het bieden van jeugdhulp onder de bestaande contracten en voor het verzorgen van het HTP binnen de gemeente Den Haag) en als opdrachtgever richting onderaannemers bij het Haags Toekomstperspectief. 12.
De projectleider Haags toekomstperspectief van de gemeente Den Haag en de aan het Servicebureau verbonden projectleider van de impactanalyse zien er toe dat de inbreng van de H10 gemeenten voor zover niet expliciet genoemd, op een adequate wijze wordt verwerkt bij de verdere ontwikkeling van het Haags toekomstperspectief. Zij rapporteren daarover aan het DO. Nieuwe issues die gedurende het vervolgtraject in beeld komen, pakken zij op in de oplossingsgerichte geest van de tot nu toe gemaakte afspraken. Waar nodig formuleren zij voorstellen
Pagina 3 van 6
richting zowel Den Haag en de consortia als richting de regio Haaglanden. Voor ieder BO-J verzorgen zij een voortgangsrapportage. Indicatief overzicht wanneer input niet wordt meegenomen/meegewogen In het BOJ van 30 januari 2022 is gevraagd naar een uitwerking van meerdere mogelijke negatieve effecten. Om die reden wordt per onderwerp dat door de 9 gemeenten is aangedragen, het risico uitgewerkt dat niet gunstig is voor de regio/gemeenten als er geen rekening mee wordt gehouden in het Haags stelsel. Gezien de gemaakte afspraken met de gemeente Den Haag, zoals die hierboven zijn beschreven is dit inmiddels overigens nadrukkelijk een theoretische exercitie, waarvan de verwachting is dat die ver af staat van de daadwerkelijke impact. Administratieve organisatie/managementinformatie Toelichting mogelijke risico’s wanneer input niet wordt meegenomen Er ontstaan binnen de regio Haaglanden meerdere administratieve systemen naast elkaar, namelijk: Het bestaande regionale systeem voor hoogspecialistische zorg binnen de regio (dus ook binnen Den Haag) en voor alle overige ingekochte jeugdhulp binnen de 9 gemeenten en het administratieve systeem binnen de Haagse samenwerkingsverband(en). Dit zou kunnen leiden tot toename van de administratieve lasten voor jeugdhulpaanbieders die als onderaannemers aan de slag gaan.
Wel of niet reëel
Managementinformatie op zowel geld als inhoud (welke producten worden ingezet en in welke mate/duur) is op regionaal niveau niet langer beschikbaar. Daarmee is benchmarking, gezamenlijk leren en van daaruit sturen op regio niveau niet langer mogelijk.
Reëel. Managementinformatie op productniveau voor het deel dat Den Haag lokaal gaat inkopen zal niet meer op productniveau plaatsvinden (immers taakgerichte uitvoeringsvariant). Overigens is de impact hiervan beperkt, omdat benchmarking wel voor het regionale deel gehandhaafd blijft. Daarbij kan ook op andere wijze vergelijkingen gemaakt worden. Het gaat tenslotte om een andere wijze van bekostigen.
Kosten GR/Servicebureau Toelichting mogelijke risico’s wanneer input niet wordt meegenomen Aansluitend op het vorige punt kan de gemeente Den Haag voor ongeveer 25-30% (globale schatting op basis van de omvang van de thans ingekochte jeugdhulp) minder gebruik gaan maken van het Servicebureau. Het zou kunnen dat Den Haag op termijn dat verdisconteerd wil zien in haar bijdrage aan de GR/het Servicebureau. Tegelijkertijd zal de omvang van de werkzaamheden van het Servicebureau niet in dezelfde mate afnemen (zo blijven er voor het contractmanagement even veel partijen die aangestuurd moeten worden). Dat betekent dat dit voor de regio tot een kostenverzwaring kan leiden, die naar rato van de omvang van het inwonertal verrekend moet worden.
Pagina 4 van 6
Niet reëel. De dialoogpartijen komen tot de voorlopige conclusie dat het zinvol is om de regionale infrastructuur, zoals die beschikbaar is via het Servicebureau, te benutten voor het berichtenverkeer, in de beginperiode van het contract.
Wel of niet reëel Niet reëel. i.v.m. bovenstaand punt: leidt niet tot (nadelige) financiële effecten voor wat betreft de (verdeling van) de kosten voor het Servicebureau. Wat dit aan verandering op langere termijn met zich meebrengt zal onderwerp van gesprek moeten blijven tussen Den Haag en de regiogemeenten.
Werkwijzen rondom op- en afschalen en de samenwerking met het onderwijs Toelichting mogelijke risico’s wanneer input niet wordt meegenomen De gemeente Den Haag zal richting samenwerkingsverband(en) aan moeten geven hoe zij verwacht wordt dat er gewerkt wordt rondom op- en afschalen en in samenwerking met het onderwijs (grensverkeer tussen gemeenten: Haagse kinderen die in omliggende gemeenten naar school gaan en andersom). In onze optiek betreft dat professionele, dus vakinhoudelijke, standaarden.2 Die zijn onafhankelijk van gemeentegrenzen. Het valt desalniettemin niet te verwachten, dat omliggende gemeenten en aldaar werkzame partijen ‘zo maar’ door Den Haag en samenwerkingsverband(en) ontwikkelde standaarden overnemen. Beschikbaarheid jeugdhulp/wachtlijsten Toelichting mogelijke risico’s wanneer input niet wordt meegenomen In het geval dat voor de samenwerkingsverbanden de Haagse opdracht in de praktijk prioriteit krijgt en in ieder geval extra inzet zal vragen vanwege de verbreding en verdieping van werkzaamheden ten opzichte van de huidige inzet, doet dit een extra beroep op het beschikbare personeel.
Gezien de krappe arbeidsmarkt zal dat naar verwachting leiden tot een verschuiving van de inzet van medewerkers richting de Haagse opdracht en/of tot het ‘wegkopen’ van medewerkers bij andere aanbieders.3 Per saldo is er dus het risico van een negatieve impact op de beschikbaarheid van jeugdhulp bij de 9 gemeenten, c.q. op een groei van de wachtlijsten bij deze gemeenten. Indien de samenwerkingsverbanden de onderaannemers een lager tarief bieden dan nu binnen de regio wordt vergoed, zou dat het geschetste risico kunnen verzachten.
Wel of niet reëel Niet reëel. Kaders die in gezamenlijkheid (regionaal) vorm zijn gegeven, bijvoorbeeld Beter Samenspel en de aanpak rond huiselijk geweld en kindermishandeling, zijn ook de kaders die de gemeente Den Haag richting de samenwerkingsverband(en) stelt. Dit komt ten goede aan de uniformiteit binnen de regio, waardoor het bijbehorende risico beperkt wordt geacht. Daarbij wordt na de gunning samen met de gemeente Den Haag, samenwerkingsverbanden, partners alsook de H10 gemeenten gewerkt aan een regionaal afwegingskader voor de inzet van de jeugdhulp dat door de H10 wordt ingekocht (ook voor Den Haag).
Wel of niet reëel Niet reëel. De betrokken aanbieders (die momenteel in de regio actief zijn, als ook mogelijk binnen het Haags stelsel) hebben aangegeven actief te blijven in de regio zoals dat nu ook het geval is. Dit maakt dat de verwachting is dat de impact van dit punt vooralsnog nihil is. Daarbij is dit risico ook nu al aan de orde Vergelijkbaarheid op inhoud met bv. Westland (ontwikkeling toegang & SKT), Delft (Delft Support). Bovendien wordt het risico nog extra afgedekt middels een convenant (zie afspraak 10 hierboven).
Governance Toelichting mogelijke risico’s wanneer input niet wordt meegenomen De gemeenten hebben aangegeven dat ze direct aansluitend op de dialoogfase ook stil willen staan bij de impact op de regionale governance. We verkennen dat onderwerp hier als scenario in het geval dat de inbreng vanuit de regio niet landt binnen het HTP, vanuit de veronderstelling dat er dan ook een negatieve impact op
Wel of niet reel Niet reëel. De punten die het meeste impact kunnen hebben op de regio/gemeenten, worden door de gemeente Den Haag meegenomen (zie voorgaande punten).
2 Zij het dat die voor wat betreft op- en afschalen ook een financieel aspect hebben, omdat het dan om jeugdhulp buiten
dan wel binnen de scope van de opdracht (lees: het budget) gaat. 3 Hetgeen overigens ook weer een kosten opdrijvend effect zal hebben.
Pagina 5 van 6
governance aan de orde is. Hierbij onderscheiden we in ieder geval de externe en interne Governance. Governance richting aanbieders (extern): Den Haag verwacht een vereenvoudiging voor de gemeente, omdat er in de nieuwe situatie slechts enkele aanbieders (namelijk de twee consortia) aangestuurd behoeven te worden. Voor de overige aanbieders ontstaat echter een hybride situatie, waarbij zij enerzijds worden aangestuurd door 9 gemeenten, en anderzijds als onderaannemer door 2 consortia. Indien ze ook jeugdhulp bieden buiten de scope van het HTP hebben ze dan bovendien toch ook nog met Den Haag als opdrachtgever te maken. Deze situatie betekent tegelijkertijd dat de gemeenten voor wat betreft het maken van afspraken richting aanbieders te maken krijgen met aanbieders (namelijk de consortia) die tegelijkertijd opdrachtnemer zijn, als ook medeopdrachtgever. Dat heeft het risico in zich van een ongelijkwaardige en niet transparante (machts)verhouding, hetgeen sturing van die partijen door de 9 gemeenten dreigt te bemoeilijken.
Wat betreft de governance: Dit heeft de aandacht. De gemeente Den Haag zal een voorstel aan het DO doen over hoe de governance richting aanbieders vorm te geven, gegeven de situatie dat de consortia op regionaal niveau een dubbele rol hebben: opdrachtnemer van de gemeenten, resp. voor het bieden van jeugdhulp onder de bestaande contracten en voor het verzorgen van het HTP binnen de gemeente Den Haag) en als opdrachtgever richting onderaannemers bij het Haags Toekomstperspectief. Daarbij blijven de zes ambities in de regiovisie leidend, die als aanvulling en versterking van het lokaal beleid worden gezien door de regio gemeenten.
Tot slot: Governance intern, tussen gemeenten: Het BO-J van 26 januari heeft scherp in beeld gebracht, dat de gemeenten in de regio Haaglanden zich dienen te buigen over de vraag hoe zij tijdig, proactief stil staan bij lokale en gemeenschappelijke keuzes en hoe die op elkaar inwerken en vooral hoe zij dat onderling afstemmen, rekening houdend met ieders belang en positie. Daarnaast is er de vraag naar het functioneren van de GR en feitelijk ook de gezamenlijke aansturing van het Programmabureau, met inbegrip van de uitvoering van de Regiovisie. Dit gezien de veranderingen in de actieve betrokkenheid van Den Haag bij dat deel van de inkoop dat lokaal wordt ingekocht. Dit terwijl de regio wel gezamenlijk aan zet blijft voor de inkoop van jeugdhulp voor hoog specialistische jeugdhulp, jeugdhulpPlus, jeugdbescherming- en reclassering, waarbij Den Haag ook als centrumgemeente geldt voor een deel van die gezamenlijkheid. Voor de interne governance is het aan te bevelen om op bestuurlijk niveau het gesprek te voeren over de onderlinge samenwerking, met inbegrip van het elkaar tijdig informeren en betrekken bij lokale ontwikkelingen (zeker als die een effect op regionaal niveau kunnen hebben).
Pagina 6 van 6