RIS316898 Beantwoording SV Uitspraak RvS over voorzieningenniveau bij bouwplannen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
14 december 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw De Groot, luidend: ‘Uitspraak Raad van State over voorzieningenniveau bij bouwplannen’
DSO/10636914 RIS316898
Het raadslid mevrouw De Groot heeft op 19 oktober 2023 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met de uitspraak van de Raad van State van 18 oktober 2023 over het bouwplan Laan van Nieuw Oost-Indië 123-127?
Ja. 2.
Hoe duidt het college de uitspraak van de Raad van State? Kan het college een reactie aan de raad sturen, voorafgaand het debat over voorzieningen en de Leefbaarheidseffectrapportage in de commissie Ruimte van 23 november 2023?
De uitspraak is conform het in de procedure ingenomen standpunt van het college. De Raad van State heeft het college gelijk gegeven dat de referentienormen richtlijnen zijn, het zijn geen normen waaraan individuele bouwplannen getoetst moeten worden. In de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen van het CDA ‘Bouwen waar het kan’ (RIS315073) verwijst het college naar de nota ‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ (RIS307513). In de beantwoording (RIS315073) staat dat initiatiefnemers bij het indienen van een plan moeten aantonen op welke wijze aan de normen wordt voldaan en dat de gemeente toetst of wordt voldaan aan de uitgangspunten. In de Raad van State uitspraak staat dat het document "Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen" niet is bedoeld als beleid waaraan het college bij het nemen van ruimtelijke besluiten waarbij een toetsing plaatsvindt aan "een goede ruimtelijke ordening" in beginsel gebonden is. 3.
Is het college bereid het beleid rondom voorzieningen zodanig aan te passen, zodat deze toetsing voortaan wel vooraf bij ruimtelijke besluiten plaatsvindt?
Het college is van mening dat de Haagse referentienormen nooit bedoeld zijn om op bouwplanniveau te kunnen oordelen over de mate waarin het voorzieningenniveau toereikend is. De toepassing van de referentienormen heeft alleen betekenis bij grotere ontwikkelingen op het schaalniveau van een groter gebied. In ontwikkelgebieden doen we dat door middel van voorzieningenprogramma’s en ontwikkelvisies voor het hele gebied. In de stad als geheel doen we dat door middel van de integrale huisvestingsplannen (IHP’s). In het spoedig aan de raad voor te leggen voorstel voor de vernieuwing van de nota Haagse referentienormen zal hierop worden ingegaan.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10636914
4.
Is het college bereid om niet door te gaan met plannen voor woningbouw, als niet wordt voldaan aan het minimumniveau aan voorzieningen?
Nee. De Haagse referentienormen zijn niet bedoeld als harde beoordelingscriteria voor het al dan niet door laten gaan van een bouwontwikkeling. Zie ook het antwoord op vraag 3. Op het schaalniveau van een groter gebied bekijken we op basis van de referentienormen hoeveel ruimte er moet worden vrijgehouden voor maatschappelijke voorzieningen en groen, en waar die ruimte te maken is. 5.
In het coalitieakkoord ‘Haags Akkoord 2023-2026 is opgenomen dat Bouwontwikkelingen gepaard gaan met voldoende voorzieningen, zoals groen, openbaar vervoer en sportvoorzieningen. Hoe gaat het college dit concretiseren bij bouwprojecten, zoals in het Bezuidenhout?
Zie de antwoorden op vragen 3 en 4. In de actuele bevolkings- en leerlingenprognoses, en in de IHP's voor Onderwijs, Sport en Cultuur & Bibliotheken, is rekening gehouden met de ontwikkeling van Laan van Nieuw Oost-Indië 123-127. Andere gewenste investeringen om het voorzieningenniveau op peil te houden zijn opgenomen in IHP's. 6.
Is het college het met de CDA-fractie eens om altijd vooraf de benodigde voorzieningen en bijbehorende vierkante meters in kaart te brengen bij bouwplannen die leiden tot meer groei in een wijk?
Het college vindt het belangrijk om voldoende voorzieningen te realiseren. Daarom zijn/worden in de ontwikkelgebieden nu voorzieningenprogramma’s opgesteld. Daarin worden aan het begin van de ontwikkeling van het gebied de benodigde voorzieningen en bijbehorende vierkante meters in kaart gebracht. Sommige bouwplannen lopen daarop vooruit. In de hele stad voorzien de IHP’s in de benodigde voorzieningen en bijbehorende vierkante meters. Deze houden rekening met de verwachte bevolkingsgroei. 7.
Is het college bereid om een grens te stellen aan de groei van de stad, als er geen draagkracht en voldoende ruimte is voor de benodigde voorzieningen om de leefbaarheid op peil te houden?
Dit is een strategisch vraagstuk, waar het college op ingaat in de Omgevingsvisie. Het college van burgemeester en wethouders, de locosecretaris, de burgemeester, Ronald Nomes
Jan van Zanen