RIS316886 Beantwoording van vragen uit het debat Commissie Ruimte13 september 2023 over Evaluatie Eyeline & Skyline (RIS314363), die door tijdgebrek nu schriftelijk worden beantwoord
Tekst van het document
Robert van Asten Wethouder Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de leden van de commissie Ruimte
DSO/10627077 RIS316886 Contactpersoon
Budi Tjiam Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Stedenbouw & Planologie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
19 oktober 2023
budi.tjiam@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording van vragen uit het debat Commissie Ruimte d.d. 13 september 2023 over Evaluatie Eyeline & Skyline (RIS314363), die door tijdgebrek nu schriftelijk worden beantwoord
Geachte voorzitter, In de commissie Ruimte van 13 september 2023 is ingestemd met een schriftelijke beantwoording van de vragen n.a.v. de behandeling van de commissiebrief: Evaluatie Eyeline & Skyline (RIS314363). Hieronder volgen de gestelde vragen en de bijbehorende antwoorden. SP 1.
Het college heeft hierop aangegeven kansen te zien om in bepaalde gebieden verdichting te realiseren met middelhoogbouw. Komt dit ook terug in de aangepaste nota, of is dat vooral iets voor de gebiedsvisies?
Ja, dit is vooral iets voor gebiedsgerichte kaders, zoals gebiedsvisies. In de evaluatie is aangegeven dat de regels voor middelhoogbouw effectiever zijn in de gebiedsgerichte kaders waarbij per gebied op locatie specifieke afwegingen gemaakt kunnen worden. Daarnaast is de Omgevingsvisie een passend document om richtinggevende uitspraken te doen over de visie van de gemeente op middelhoogbouw en welke gebieden daarvoor mogelijk in aanmerking komen. De geactualiseerde nota Eyeline & Skyline zal net als de bestaande nota gelden voor hoogbouw, oftewel planinitiatieven met een bouwhoogte vanaf 50 meter. 2.
Het hoogbouwbeleid stelt dat we de hoogte in mogen in de buurt van een OV-knooppunt. Uit de technische sessie die we voor de zomer hadden bleek dat er helemaal geen heldere definitie is van een OV-knooppunt. En uit het debat over de plannen voor Zuidwest leek het erop dat een tramhalte waar slechts 1 lijn stopt wat het college betreft ook gezien kan worden als OV-knooppunt. Mijn fractie vindt dat tamelijk bizar. Daarom wil ik graag bij het college aandringen op een heldere definitie en overwegen wij desnoods een motie hierop.
Gemeente Den Haag Postbus 12600 Spui 70 2500 DJ Den Haag www.denhaag.nl Den Haag
T 14070
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10627077
Hierin moet ook worden meegenomen wat het college verstaat onder ‘in de buurt’. Hoeveel meter moeten mensen maximaal lopen naar zo’n OV-knooppunt? In Agenda Ruimte voor de Stad is voor Den Haag de koers ingezet om te intensiveren rondom OVknooppunten en voorzieningenclusters. Als uitwerking daarvan is in de nota Eyeline & Skyline aangegeven in welke intensiveringsgebieden hoogbouw als kansrijk wordt gezien: Central Innovation District, waaronder Nieuw Centrum, omgeving Den Haag Centraal, Beatrixkwartier, Laakhaven Centraal en de Schenkverbinding; Binckhorst; Den Haag Zuidwest, waaronder winkelcentrum De Stede, stadshart Leyweg en knoop Moerwijk. OV knooppunten zijn plekken waar meerdere OV-lijnen samenkomen en overstapmogelijkheden zijn ook naar andere modaliteiten. Als we het in Den Haag over OV-knooppunten hebben, dan gaat het om CS, HS, Laan van NOI, Mariahoeve, Moerwijk, Ypenburg en Leyweg. Voor hoogbouw geldt geen norm voor een maximale afstand tot het OV knooppunt. De exacte bepaling over waar hoogbouw mogelijk is vergt altijd een integrale afweging. 3.
De evaluatie stelt dat we stedelijk beleid moeten ontwikkelen ten behoeve van woonkwaliteit. Hiermee doelden de onderzoekers niet alleen op de aanwezigheid van genoeg voorzieningen, maar ook op het oppervlak van de woningen in hoogbouw. Ofwel: de welbekende ‘kippenhokjes’-discussie. Wat de SP betreft zou het een mooi begin zijn als we vasthouden aan de afgesproken percentages uit de Woonagenda voor het aantal kleine woningen en daar niet mee rommelen, zoals bij de Bellevue is gebeurd. Hoe ziet het college dit?
Het vastgestelde beleid in de Woonvisie/ agenda ziet op differentiatie in woningtypologieën en een maximum van 20% aan kleine woningen, met de uitzondering van bijzondere woonconcepten. In een omgevingsplan/ gebiedsvisie is ruimte voor aanvullend beleid. In gebiedsvisies bestaat de mogelijkheid om specifiek maatwerk voor te bereiden dat – na besluitvorming – kan worden toegepast. CDA 1.
De evaluatie (aanbeveling 5) constateert dat er nog te weinig aandacht is voor woonkwaliteit, collectieve voorzieningen, ontmoetingsruimte en gedifferentieerde woningen. Dit herkent mijn fractie. Welke instrumenten is het college bereid in te zetten, om te voldoen aan de aanbeveling om meer actief te sturen op realisatie van maatschappelijke en collectieve voorzieningen? En kan voldoende parkeerplekken hierin ook worden meegenomen?
Het college stuurt op de realisatie van maatschappelijke en collectieve voorzieningen. Een goede stad maken is niet alleen woningen bouwen maar ook aandacht hebben voor voldoende en aansluitende (maatschappelijke) voorzieningen. In zowel de fysieke leefomgeving als de buitenruimte. Deze beide opgaven moeten programmatisch in elkaars verlengde worden beschouwd en beslaan daarmee vaak meerdere kavels. Het college gebruikt verschillende instrumenten, zoals Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) voor maatschappelijke voorzieningen. Ook wordt er gewerkt met referentienormen en integrale gebiedsgerichte kaders, zoals gebiedsvisies. De plintenstrategie (RIS312977) biedt instrumenten om te kunnen sturen op plinten invulling, in de aangepaste Eyeline & Skyline en gebiedskaders zal daar actief naar verwezen worden.
2/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10627077
Voor het sturen op voldoende parkeerplekken heeft de raad de Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 (RIS308711) vastgesteld, en de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) uit 2021. 2.
Wat het CDA betreft concretiseren we benodigde voorzieningen en puzzel van voorzieningen in de gebiedskaders bij hoogbouw. Is het college daarmee eens? (Denk ook aan nieuwe Omgevingswet)
Elke locatie in de stad waar hoogbouw mogelijk is heeft zijn eigen gebiedskenmerken, programmering en voorzieningenniveau. De mate van verdichten kan bijdragen aan de draagkracht van bestaande voorzieningen maar ook de wens naar voorzieningen in de nabijheid doen toenemen. Op basis van de gebiedskenmerken, programmatische uitgangspunten en beleid (o.a. Haagse referentienormen) kan worden bepaald wat het benodigde voorzieningenniveau in een gebied moet zijn en wat de meest kansrijke locaties kunnen zijn voor mogelijke uitbreiding. Deze afweging en uitgangspunten kunnen worden uitgewerkt op gebiedsvisieniveau. 3.
Er wordt nog genoemd dat er vooral hele kleine woningen worden gerealiseerd, en niet een mix aan woningen voor verschillende doelgroepen. Tijdens de commissie werd ingebracht om ook wensen van bewoners in beeld te hebben, bijvoorbeeld d.m.v. een uitvraag. Belangrijk we voor alle levensfasen woningen realiseren in dezelfde wijk, zodat je in dezelfde wijk kunt blijven wonen. Een kamer voor een student, een gezinswoning voor een gezin etc.) Is het college het daarmee eens? En is het college bereid meer de te doen met het idee van zo’n uitvraag van woonwensen, zodat we bouwen waar behoefte aan is.
Bij de actualisatie van de nota Eyeline & Skyline zal aandacht zijn voor de inventarisatie van ervaringen van bewoners in Haagse hoogbouw. Het college steunt het voorstel dat in wijken ruimte is voor verschillende doelgroepen. Leefbare en vitale wijken zijn het uitgangspunt. In de nieuwe Woonvisie wordt aandacht besteed aan de woonwensen van bewoners, in relatie tot nieuwbouw en bestaande voorraad. PvdA 1.
Vorig jaar heeft de gemeente Rotterdam een Woontevredenheid onderzoek gedaan onder hoogbouw bewoners. Is het college bereid om dit ook voor Den Haag te doen? En de uitkomsten mee te nemen bij de volgende versie van Eyeline & Skyline.
Gedurende de evaluatie van de nota Eyeline & Skyline heeft de afdeling SEPO onderzoek gedaan (amendement 1 E Evalueer verloop van bewoners) over het verloop in middelhoog- en hoogbouwobjecten. Dat leverde de volgende conclusies op: Hoger verloop, aanleiding is hoofdzakelijk de realisatie van kleine eenheden in de huursector. Appels met peren vergelijken: er wordt pas net gewoond in hoogbouw in Den Haag. Er is nog weinig relevante data. Het amendement, dat onderzocht is, heeft betrekking op het verloop in (middel)hoogbouw. Dat is iets anders dan woontevredenheid. Voor dit laatste verwijst het college naar het antwoord bij vraag 3 van het CDA.
3/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10627077
2.
Het rapport laat wederom zien dat boven de 70 meter een enorme inzet vraagt van alle partijen. Het roept het bij onze fractie dan ook de vraag op: hoe vaak willen we en kunnen we, gezien de enorme inzet die het vraagt, hoger dan 70 meter bouwen?
Het is aan de markt om te bepalen of een hoogte van 70 meter of hoger haalbaar is binnen de gemeentelijke kaders. Hoe vaak dit lukt is moeilijk te voorspellen. Onder de huidige omstandigheden is het lastig, maar de marktsituatie zal weer veranderen. Het is de intentie om hoogtes van 70 meter of hoger op de goede plek en onder randvoorwaarden mogelijk te maken in de beleidskaders. 3.
We zien daarbij dat er ook hoge dichtheden tot 50 meter kunnen worden gerealiseerd, hier zouden we graag meer op inzetten. Een kader voor midden hoogbouw ontbreekt. Er wordt wel gesproken over het bundelen van de regels. Wat onze fractie betreft zou er ook een kader voor midden hoogbouw moeten komen. Is het college dit met de fractie van de PvdA eens?
Den Haag staat bekend om haar diversiteit en verschillende identiteiten per wijk. De regels voor middelhoogbouw zijn daarom effectiever in de gebiedsgerichte kaders waarbij per gebied op locatie specifieke afwegingen gemaakt kunnen worden. Dit betekent dat per ontwikkeling stedenbouwkundige randvoorwaarden vooraf vastgesteld moeten worden waaraan het (middelhoog)bouwplan getoetst wordt, in plaats van stadsbrede algemene regels op te stellen voor middelhoogbouwontwikkelingen. Deze randvoorwaarden worden beschreven in de (Beeld)kwaliteitsplannen, Nota van Uitgangspunten, PUK’s, Ontwikkelvisies e.d. Tijdens het onderzoek naar een eventueel kader voor middelhoogbouw bleek dat veel bestaand gemeentelijk beleid aanwezig is die relevant zijn voor middelhoogbouwontwikkelingen. Om ontwikkelaars bij middelhoogbouwontwikkelingen op weg te helpen zullen we daarom een Haagse leidraad middelhoogbouw publiceren op de website. D66 1.
D66 onderschrijft de aanbevelingen uit de evaluatie om meer gebiedsgericht en integraal te gaan werken. Laten we normen voor de impact op de omgeving, zoals wind en zonhinder, beter definiëren en in een breder perspectief bekijken. Ook het meenemen van de openbare ruimte bij nieuwe hoogbouw-ontwikkelingen is belangrijk. Hoe kijkt de wethouder er tegenaan om dit in de nieuwe nota te regelen? Door gebiedsgericht te werken kunnen ook eisen voor parkeren en deelmobiliteit anders beoordeeld worden, wat kan bijdragen aan het krijgen van een haalbare businesscase.
In de aangepaste E&S zal de volgorde van stappen, onderzoeken en betrokken afdelingen duidelijk worden benoemd. Hierbij zullen windklimaat, bezonning en de openbare ruimte rondom hoogbouw vooraan in het proces besproken en getoetst worden. De effecten van de nieuwe hoogbouwontwikkeling op de openbare ruimte moeten namelijk integraal worden meegenomen en aangetoond door de ontwikkelende partij vooraf aan de ontwikkeling. Het gaat hierbij om inpassing van verkeersafwikkeling en logistiek, inclusief afvalinzameling, bezorgdiensten (pakjes, maaltijden), verhuiswagens, opstelplekken hulpdiensten. Dit geldt ook voor de effecten op wind -en bezonning, ondergrondse infra (kabels en leidingen) versus bovengrondse vergroening worden in deze fase aangetoond.
4/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10627077
2.
Ziet de wethouder mogelijkheden om de werkwijze voor een initiatiefnemer te vergemakkelijken bij het indienen van een plan bij de gemeente? Zou het niet beter zijn om in plaats van bij alle diensten een vinkje halen, zorgen dat er een integrale afweging wordt gemaakt? Kan er daarnaast gekeken worden naar mogelijk conflicterend beleid in Eyeline & Skyline met andere beleidsregels? Ook is het belangrijk dat duidelijker wordt uitgewerkt hoe de nota zich verhoudt tot gebiedsagenda’s, de woonagenda en andere beleidskaders. (Bijvoorbeeld alle eisen voor een dak)
Het college gaat conform de aanbevelingen uit de evaluatie een ambtelijk hoogbouwteam samenstellen waarin door een aantal verschillende experts op integrale wijze een toetsing/advisering met betrekking tot een initiatief zal plaatsvinden. Het nieuwe geactualiseerde hoogbouwbeleid kan er ook aan bijdragen dat het voor de initiatiefnemer beter inzichtelijk wordt welke specifieke eisen er voor hoogbouw gelden. En dat wat betreft algemene eisen voor gebiedsontwikkelingen verwezen wordt naar staand beleid. In de aangepaste Eyeline & Skyline zal duidelijk beschreven worden waar de intake begint, welke partijen vanuit de gemeente betrokken zijn en welke onderzoeken wanneer afgerond moeten zijn. Ook zullen bestuurlijke GO/NO-GO momenten komen, dit moet bij het intakegesprek van een hoogbouwontwikkeling al bekend zijn waardoor initiatiefnemers duidelijkheid vooraf krijgen. 3.
Voor D66 is toegankelijkheid essentieel om mee te nemen in de nieuwe nota Eyeline & Skyline, wij willen duidelijke normen om hier bij hoogbouw beter rekening mee te houden. Welke kansen ziet de wethouder om dit mee te nemen in de nieuwe nota? (Kan dit bijvoorbeeld via de NEN-normen?)
In het Bouwbesluit zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot toegankelijkheid. Aan deze voorschriften wordt getoetst door de afdeling V&T. 4.
Ook zou onze fractie graag zien dat er wordt gekeken naar de mogelijkheden om meer participatie-eisen vast te leggen, denk hierbij aan de inspraak van potentiële bewoners en omwonenden over de inrichting van voorzieningen in de plint en over gemeenschappelijke ruimtes in het pand.
Het programma ‘Haags Samenspel’ bevat de Haagse aanpak van participatie met (potentiële) bewoners, verenigingen, instellingen en bedrijven. Met deze aanpak kunnen de wensen van potentiële bewoners en omwonenden worden verzameld en betrokken bij de inrichting van (de voorzieningen in) de plint en de gemeenschappelijke ruimtes in het gebouw. Haagse Stadspartij 1.
Hoe wil het college formaliseren dat bepaalde eisen kunnen worden afgezwakt?
Bij de integrale afweging met betrekking tot individuele bouwplannen ligt de verantwoording voor een beargumenteerde afwijking. Het afzwakken van bepaalde eisen aan het begin van het proces is niet aan de orde; evenmin het formaliseren ervan. Dit is in lijn met de procesbeschrijving in de evaluatie. Alleen op gebiedsniveau kan besloten worden welke eisen wel of niet voor een hoogbouwontwikkeling zullen gelden. Deze moeten in de gebiedskaders worden opgenomen.
5/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10627077
2.
Wij willen dat in die gevallen de raad vroeg betrokken wordt om te voorkomen dat de raad voor een voldongen feit wordt gesteld en bij het kruisje moet tekenen.
Onder de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en straks onder de Omgevingswet is bepaald bij welke planfiguren de raad is bevoegd en bij welke planfiguren het college. Voordat formele juridisch-planologische procedures worden gestart, gelden de werkafspraken tussen de raad en het college over de ‘Haagse’ planfiguren (PUK, NvU en projectdocument). De werkafspraken zorgen ervoor dat de raad in een vroeg stadium betrokken is. Tot slot geldt de actieve en passieve informatieplicht op grond van de Gemeentewet. De raad kan in een vroeg stadium kennis nemen van nieuwe plannen. Voor de volledigheid, de gebiedskaders zullen door de raad worden vastgesteld. De raad heeft dan de gelegenheid haar afwegingen te maken en mee te nemen bij de besluitvorming. 3.
Wordt er in de werkwijze opgenomen dat hoogbouw niet altijd een oplossing is maar ook middelbouw een optie kan zijn?
Zie ook beantwoording van vragen 2 en 3 van PvdA 4.
Wordt in de werkwijze opgenomen dat hoogbouw het verblijfsklimaat negatief kan beïnvloeden op het vlak van zon en wind? En welke eisen daarvoor gelden? Zodat we ook op dit punt niet later worden geconfronteerd met hogere belastingen waar we alleen met symptoombestrijding iets aan kunnen doen?
Zie beantwoording van vraag 1 van D66. VVD 1.
Complimenten over de evaluatie, ziet er degelijk uit. Fijn ook dat de aanbevelingen volgbaar zijn en al geplaatst waar de evaluatie betrekking op heeft, welke documenten aangepast moeten worden. De vraag die daar wel bij hoort: hoe worden we op de hoogte gehouden van de voortgang van alle aanbevelingen. Sommige zullen we zien langskomen in een gewijzigde stuk. Maar veel zal ook onderdeel worden van de omgevingsvisie. Hoe heeft de raad daar nog een rol in?
De raad heeft zeer zeker een rol bij de totstandkoming en vaststellen van de omgevingsvisie als bij de behandeling en vaststellen van de actualisatie van Eyeline &Skyline. In Q1 2024 zult u hier nader over geïnformeerd worden. 2.
En is het college voornemens om alle aanbevelingen over te nemen?
Het college neemt alle aanbevelingen mee bij het opstellen van het nieuwe geactualiseerde Eyeline & Skyline. 3.
Daarnaast ben ik benieuwd naar het effect van de aanbevelingen op hoe wij omgaan met hoogbouw in het algemeen. In de aanbevelingen is nadrukkelijk aandacht voor gebieden, verblijfsklimaat en openbare ruimte. Toch als we in Den Haag hoogbouw toepassen blijven we binnen bestaande kavels opereren, terwijl de impact van de hoogbouw veel groter is op de openbare ruimte dan de reguliere (oud)bouw die er stond.
6/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10627077
Zie beantwoording van vraag 1 van D66. 4.
Als voorbeeld haalde ik Haussmann aan die de Boulevards in Parijs heeft gemaakt (weliswaar andere redenen, gezondheid etc.) waardoor er veel meer ruimte en lucht ontstaat in een stad en je dus de mogelijkheid hebt om de hoogte in te gaan. Hoe kijkt het college naar zo'n discussie, moeten we niet ook nadenken hoe we de kavels dan inrichten? Hoe houden we daar nu rekening mee?
5.
En hoewel het ook ingewikkeld, en vaak ook onwenselijk is, om zomaar de structuur van een deel van de stad om te gooien, ontstaat er met het denken over gebiedsontwikkelingen wel een kans om hier iets mee te doen. Graag een reflectie van het college.
Gezamenlijke beantwoording 4 en 5. Verdichten in een bestaande stad biedt kansen om een groter programma mogelijk te maken op een beperkter plot. De resterende ruimte kan bijdragen aan de leefbare stad. In de bestaande stad is het herschikken van de openbare ruimte structuren een stuk complexer dan in nieuwe te ontwikkelen gebieden. In de bestaande stad hebben we te maken met verschillende eigendomssituaties, bestaande (beeldbepalende) bebouwing en een zeer druk bezette ondergrond waarin alle kabels, leidingen, en de boomwortels van doorgaande boom- en groenstructuren zich bevinden. Het herschikken van deze ondergrond en de bovengrondse infra heeft consequenties voor een vele malen groter gebied en de haalbaarheid van de businesscase. Voor de overdracht van eigendom op maaiveld zou een onteigenings- of verwervingsactie moeten plaatsvinden. 6.
Tot slot, Eyeline & Skyline is eigenlijk een groot Beeldkwaliteitsplan voor alles wat de lucht in gaat. Voor de VVD is het ingewikkeld om mee te gaan in de gedachte dat we met onze nota Eyeline & Skyline ervoor zorgen dat wat hier gebouwd wordt ook echt Haags is. We zeggen dat steeds tegen elkaar, maar dat maakt het nog niet waar. Wat is nu het verschil met ontwikkelingen in Rotterdam bijvoorbeeld?
De nota Eyeline & Skyline stimuleert een typisch Haagse invulling van ontwikkelingen. Elk hoogbouwproject moet aansluiten en inpassen in de context van de bestaande stad en de openbare ruimte. Wat opvalt, gerelateerd aan de Rotterdamse praktijk, is dat er in Den Haag meer aandacht is voor een zichtbare beëindiging/top van de hoogbouw (pet, hoed of kroon). Eyeline & Skyline is nadrukkelijk geen beeldkwaliteitsplan voor de hele stad. De uitgangspunten voor beeldkwaliteit (waaronder de materialisatie en architectuur) dienen te worden geborgd in een aanvullend beeldkwaliteitsplan. 7.
Als voorbeeld gebruikte ik een ontwikkelaar die zowel in Rotterdam als Den Haag een toren bouwt, die er exact hetzelfde uitziet. Graag een reflectie op dat punt.
Als beide hoogbouwobjecten voldoen aan de uitgangspunten van beide hoogbouwnota’s en aan aanvullende beeldkwaliteitsplannen en/of welstandseisen, is dat mogelijk. Forum voor Democratie 1.
Hoe gaan we om met de plint?
De plint moet aansluiten op de omgeving, levendig zijn -met publieke functies-, en aan alle kanten van het gebouw ontworpen worden. Dit staat beschreven in de nota.
7/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10627077
2.
Hoe verwerken we de menselijke maat in de plint?
Bij het toetsen van het plan worden bovenstaande voorwaarden en ook de schaal (de menselijke maat) getoetst. Afstemming gebeurt met verschillende gremia zoals Q-team, Welstand, Acor en projectteams, en wordt getoetst in het vergunningsproces aan de voorwaarden die hieraan zijn verbonden in de nota, de gebiedsvisie, NvU's etc. 3.
We lezen over verdichten rond OV knooppunten. Is de wethouder het er mee eens dat het een slecht idee is om Loosduinen, Moerwijk, Rustenburg, alles vol te bouwen?
Den Haag is een van dichtst bebouwde steden van Nederland. Om extra woningen mogelijk te maken is verdichting het meest voor de hand liggende alternatief. Wat betreft drie genoemde gebieden zijn er alleen plannen in voorbereiding voor verdichting rondom station Moerwijk. PVV 1.
Wat is de definitie van een aantrekkelijke stad?
Er is geen sluitende definitie van een aantrekkelijke stad. In z’n algemeenheid kun je zeggen dat een aantrekkelijk stad, een stad is waar het fijn is te zijn en te verblijven, groen en veilig met voldoende werkgelegenheid en huisvesting voor elke doelgroep, met een leefklimaat dat kansen biedt voor iedereen. Aantrekkelijkheid refereert ook aan aantrekkingskracht. Een aantrekkelijke stad is een stad waar veel mensen zich toe aangetrokken voelen, om te bezoeken, om te wonen en om te werken.
Met vriendelijke groet, de wethouder Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Robert van Asten
8/8