RIS316733 Bijlage Was-wordt-tabel
Tekst van het document
Bijlage: was/wordt-tabel Hoofdstuk 1 Artikel 1:1
Algemene bepalingen Begripsbepalingen
Oude tekst college: 040
-
-
eigenaren:
gemeentelijk beschermd stadsgezicht:
-
gemeentelijk monument:
-
gemeentelijk monumentenregister
-
kerkelijk monument:
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; a. degenen die, voor zover het onroerende monumenten betreft, in de kadastrale registers als eigenaren en zakelijk gerechtigden van een monument zijn ingeschreven; b. degenen die, voor zover het roerende monumenten betreft, naar burgerlijk recht als zodanig aan te merken zijn; groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en die ingeschreven zijn in het gemeentelijk monumentenregister; monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk monumentenregister; het register, waarin zijn vermeld de overeenkomstig deze verordening beschermde monumenten, voorlopige monumenten en beschermde stadsgezichten; monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Nieuwe tekst adviescommissie:
-
belang van de monumentenzorg:
-
college:
-
cultureel erfgoed:
-
cultuurgoed:
-
eigenaren:
-
gemeentelijk beschermd stadsgezicht:
-
gemeentelijk monument:
-
gemeentelijk erfgoedregister:
-
kerkelijk monument:
T 14070 www.denhaag.nl
Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag; adviescommissie zoals bedoeld in de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024; het in stand houden, beschermen en benutten van cultureel erfgoed; het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; erfgoed, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; a. degenen die, voor zover het onroerende monumenten betreft, in de kadastrale registers als eigenaren en zakelijk gerechtigden van een monument zijn ingeschreven; b. degenen die, voor zover het roerende monumenten betreft, naar burgerlijk recht als zodanig aan te merken zijn; stadsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 4.1 van deze verordening; monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; het register zoals bedoeld in artikel 3:16 derde lid van de Erfgoedwet, kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1:1 van de Erfgoedwet;
-
-
-
-
-
monumenten:
normaal onderhoud:
omgevingsvergunning:
restauratie:
rijksmonument:
-
Wabo:
-
welstands- en monumentencommissie:
Artikel 1:2 Oude tekst
a. roerende of onroerende zaken en terreinen die van algemeen belang zijn voor de gemeente Den Haag vanwege hun cultuurhistorische, stedenbouwkundige of architectuurhistorische waarde of hun betekenis voor de wetenschap; b. terreinen die van algemeen belang zijn voor de gemeente Den Haag wegens daar aanwezige zaken als bedoeld onder a; noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde; omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor herstel; monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; de door het college ingestelde commissie die adviseert op het gebied van de monumentenzorg als bedoeld in artikel 15 van de Monumentenwet 1988 en in het kader van deze verordening.
-
monument:
-
normaal onderhoud:
-
omgevingsplan:
-
omgevingsvergunning:
-
plat dakvlak:
-
raad:
-
rijksmonument:
-
rijksmonumentenregister:
-
roerend monument:
-
vanwegebescherming:
-
verzameling:
-
voorlopig monument:
monument zoals omschreven in artikel 1:1 van de Erfgoedwet; onderhoud zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Erfgoedwet; omgevingsplan als bedoeld in artikel 2:4 van de Omgevingswet; vergunning als bedoeld in artikel 1:1, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stadsgezicht; een dakvlak met een helling van 10 graden of minder; de gemeenteraad van Den Haag; monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; register zoals bedoeld in artikel 3:3 van de Erfgoedwet; een monument dat zichzelf kan verplaatsen, bijvoorbeeld een tram of bus; monument dat vanwege één of meerdere specifieke onderdelen door het college aangewezen is; cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen; zaak of terrein waarover aan de eigenaar een voornemen tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, kenbaar is gemaakt.
Reikwijdte (nieuw toegevoegd) Nieuwe tekst 1. Deze verordening is alleen van toepassing op zaken, terreinen en stadsgezichten gelegen in de gemeente Den Haag. 2. Deze verordening ziet alleen op bescherming op gemeentelijk niveau, betreffende gemeentelijke monumenten, gemeentelijk beschermde stadsgezichten en beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen.
2/11
Artikel 1:3
Doel (nieuw toegevoegd)
Oude tekst
Nieuwe tekst Het doel van deze verordening is het in stand houden, beschermen en benutten van gemeentelijk cultureel erfgoed.
Artikel 1:4
Gemeentelijk erfgoedregister
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
Het college houdt een voor eenieder openbaar
Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:
toegankelijk gemeentelijk register bij van krachtens
a.
identificatie van het aangewezen gemeentelijke
monumenten, voorlopige monumenten en beschermde
monument, voorlopige monument en
stadsgezichten (gemeentelijk monumentenregister). 2.
gegevens over de inschrijving en gegevens ter
deze verordening aangewezen gemeentelijke
beschermde stadsgezichten;
Het gemeentelijk monumentenregister bevat gegevens
b.
afschriften uit het rijksmonumentenregister.
over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk monument, namelijk de plaatselijke en kadastrale aanduiding, de datum van aanwijzing en een beschrijving van het gemeentelijke monument.
Hoofdstuk 2 Artikel 2:1
Aanwijzing tot gemeentelijk monument De aanwijzing tot gemeentelijk monument
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
2.
Het college kan besluiten zaken en terreinen als
zijn voor de gemeente vanwege hun schoonheid of
wijzen als gemeentelijk monument.
cultuurhistorische waarde aanwijzen als gemeentelijk
Het college vraagt advies aan de welstands- en monumentencommissie over een voornemen om
3.
monument. 2.
voorafgaand aan haar besluit advies aan de
Het college maakt het voornemen om toepassing te
adviescommissie. 3.
eigenaren.
bekend aan de eigenaren. 4.
bedoeld in het derde lid een schriftelijke reactie op het Het college voert overleg met de eigenaar over het
De eigenaren kunnen binnen zes weken na de datum van verzending van de kennisgeving een zienswijze bij het
voornemen tot aanwijzing bij het college indienen.
college indienen. 5.
voornemen om een kerkelijk monument aan te wijzen. 6.
Het college maakt het besluit om zaken en terreinen aan te willen wijzen als gemeentelijk monument schriftelijk
De eigenaren kunnen gedurende een termijn van zes weken na de datum van verzending van de kennisgeving
5.
In aanvulling op het eerste lid vraagt het college
toepassing te geven aan het eerste lid. geven aan het eerste lid, schriftelijk bekend aan de 4.
Het college kan zaken en terreinen die van bijzonder belang
bedoeld in artikel 1:1, onder ‘monumenten’, aan te
Het college besluit na het verstrijken van de termijn bedoeld in het vierde lid of al dan niet tot inschrijving in het
Dit artikel is niet van toepassing op:
gemeentelijk erfgoedregister zal worden overgegaan.
a.
rijksmonumenten; en
6.
b.
monumenten die zijn aangewezen op grond van
Het college overlegt vooraf met de eigenaar over het voornemen om een kerkgebouw aan te wijzen als kerkelijk
een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in
monument.
3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Artikel 2:2
Bescherming bij voorlopig monument
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
De bescherming van hoofdstuk 3 is van overeenkomstige toepassing op het monument ten
hoofdstuk 3, is van overeenkomstige toepassing op
aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 2:1 is bekendgemaakt. 2.
De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt
De bescherming van een monument, zoals bedoeld in voorlopige monumenten.
2.
De bescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment dat:
op het moment dat:
3/11
a.
het object in het gemeentelijk
a.
monumentenregister ingeschreven wordt; b.
erfgoedregister ingeschreven wordt als monument;
het college besluit af te zien van het voornemen tot
b.
plaatsing; c.
het college besluit af te zien van definitieve plaatsing in het erfgoedregister;
het college binnen de termijn genoemd in artikel
c.
2:4 geen besluit genomen heeft.
Artikel 2:3
het voorlopige monument in het gemeentelijk
het college binnen de wettelijke termijn geen besluit genomen heeft.
Voorlopige aanwijzing bij spoed
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
In spoedeisende gevallen kan het college zonder
college in spoedeisende gevallen zaken of terreinen
of terrein aanwijzen als voorlopig gemeentelijk
aanwijzen als voorlopig monument.
monument. 2.
2.
moment dat eigenaren schriftelijk in kennis worden
moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis
gesteld van het besluit van het college tot aanwijzing van
worden gesteld van het besluit van het college tot
het monument als voorlopig monument. 3.
gemeentelijk monument.
Artikel 2:1 is bij de voorbereiding van het definitieve besluit over de aanwijzing van overeenkomstige
Artikel 2:1 is bij de voorbereiding van het definitieve besluit over de aanwijzing van overeenkomstige
4.
Artikel 2:2 is van overeenkomstige toepassing vanaf het
Artikel 2:2 is van overeenkomstige toepassing vanaf het
aanwijzing van het monument als voorlopig 3.
In inwijking van artikel 2:1, tweede en vijfde lid, kan het
toepassing van artikel 2:1, tweede en vijfde lid, een zaak
toepassing. 4.
De voorlopige aanwijzing vervalt na zesentwintig weken
toepassing.
of zoveel eerder wanneer het college een definitief besluit
De voorlopige aanwijzing vervalt na zesentwintig weken
neemt over de aanwijzing.
of zoveel eerder wanneer het college een definitief besluit neemt over de aanwijzing.
Artikel beslistermijn (komt te vervallen) Oude tekst 1. Het college beslist binnen twaalf weken na het
Nieuwe tekst (vervallen)
verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 2:1, vierde lid, of al dan niet tot inschrijving in het monumentenregister zal worden overgegaan. 2.
Het college kan de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste twaalf weken verlengen. Van deze verlenging geeft zij schriftelijk kennis aan de eigenaren.
Artikel 2:4
Bekendmaking aanwijzingsbesluit
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
Het college maakt de aanwijzing schriftelijk bekend aan de eigenaren.
2.
Een aanwijzing wordt opgenomen in het gemeentelijk
de eigenaren. 2.
monumentenregister. 3.
De registratie bevat in ieder geval de plaatselijke
Het college neemt de aanwijzing op in het gemeentelijk erfgoedregister.
3.
De registratie bevat in ieder geval de adresgegevens van
aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum
het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing,
van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een
de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het
beschrijving van het gemeentelijke monument. 4.
Het college maakt de aanwijzing schriftelijk bekend aan
Indien de aanwijzing gebeurt vanwege één of meer specifieke onderdelen van het monument (een
gemeentelijke monument. 4.
Indien het een vanwege-bescherming betreft, wordt dit in de registratie opgenomen.
‘vanwege’-bescherming), wordt dit in de registratie opgenomen.
4/11
Artikel 2:5
Wijzigen van de aanwijzing
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
Het college kan ten aanzien van gemeentelijke
monumenten en voorlopige monumenten
monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in
wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk
het gemeentelijk monumentenregister. 2.
3.
Artikel 2:1, tweede, derde en vierde lid, alsmede
erfgoedregister. 2.
Het college vraagt voorafgaand aan het besluit tot
artikel 2:4, zijn van overeenkomstige toepassing op
wijziging van de aanwijzing advies aan de
de wijziging.
adviescommissie.
Indien de wijziging naar het oordeel van het college
3.
van ondergeschikte betekenis is, blijft de overeenkomstige toepassing van artikel 2:1, tweede,
De eigenaren kunnen binnen zes weken na bekendmaking van het voornemen tot wijziging een
De inhoud en de datum van de wijziging worden in het gemeentelijke monumentenregister
Het college maakt het voornemen tot wijziging van de aanwijzing schriftelijk bekend aan de eigenaren.
4.
derde en vierde lid, alsmede artikel 2:4, achterwege. 4.
Het college kan ten aanzien van gemeentelijke
monumenten en voorlopige gemeentelijke
zienswijze indienen bij het college. 5.
aangetekend.
Het college besluit na het verstrijken van de termijn bedoeld in het vierde lid of al dan niet tot wijziging van de aanwijzing zal worden overgegaan.
6.
Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid achterwege.
7.
De inhoud en de datum van de wijziging worden in het gemeentelijke erfgoedregister aangetekend.
Artikel 2:6
Intrekken en vervallen van de aanwijzing
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
Het college kan de aanwijzing intrekken.
1.
Het college kan de aanwijzing intrekken.
2.
Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel
2.
Het college vraagt over een intrekking van de
2:1, tweede, derde en vierde lid en de artikelen 2:4 en2:5 van overeenkomstige toepassing (met dien
aanwijzing advies aan de adviescommissie. 3.
verstande dat voor aanwijzing wordt gelezen: intrekking van de aanwijzing), tenzij het monument
de aanwijzing schriftelijk bekend aan de eigenaren. 4.
waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag
De eigenaren kunnen binnen zes weken na bekendmaking van het voornemen tot intrekking een
tenietgegaan is. 3.
Het college maakt het voornemen tot intrekking van
zienswijze indienen bij het college. 5.
Het college besluit binnen twaalf weken na het
waarop het monument waarop de aanwijzing
verstrijken van de termijn bedoeld in het vierde lid
betrekking heeft is ingeschreven in het
of al dan niet tot intrekking van de aanwijzing zal
rijksmonumentenregister of een provinciaal monumentenregister als bedoeld in artikel 3.17,
worden overgegaan. 6.
derde lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt bijgehouden in het gemeentelijk
Het college maakt het besluit tot intrekking schriftelijk bekend aan de eigenaren.
7.
monumentenregister.
De toepassing van leden 2 tot en met 5 blijven achterwege als het monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig tenietgegaan is.
8.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop de aanwijzing is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.
9.
Het college houdt het vervallen van de aanwijzing bij in het gemeentelijk erfgoedregister.
5/11
Hoofdstuk 3 Artikel 3:1
Bescherming gemeentelijk monument Instandhoudingsplicht
Oude tekst Het is verboden een gemeentelijk monument te
Nieuwe tekst Het is verboden een gemeentelijk monument te
beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te
beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te
onthouden dat voor de instandhouding daarvan
onthouden dat voor de instandhouding van het
noodzakelijk is.
gemeentelijk monument noodzakelijk is.
Artikel 3:2
Omgevingsvergunning
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het
het college een beschermd gemeentelijk
college een beschermd gemeentelijk monument:
monument:
a.
a.
te slopen, te verstoren of in enig opzicht te
wijzigen;
wijzigen; b.
b.
op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in
gebruiken op een wijze waardoor het wordt
gevaar gebracht; c.
indien het een roerend monument betreft: te verplaatsen buiten de gemeentegrenzen.
Het eerste lid is niet van toepassing op: a.
b.
verplaatsen buiten de gemeentegrenzen. 2.
In aanvulling op het eerste lid is een omgevingsvergunning niet noodzakelijk indien de
de uitvoering van normaal onderhoud, voor
werkzaamheden betrekking hebben op:
zover detaillering, profilering, vormgeving,
a.
zover detaillering, profilering, vormgeving,
niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een
materiaalsoort en kleur van het monument niet
tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt;
wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin,
inpandige veranderingen van het monument,
park of andere aanleg, niet wijzigt; b.
onderdeel van het monument dat naar oordeel
zonder betekenis is; of
van het college uit het oogpunt van
werkzaamheden aan een monument met een
monumentenzorg geen waarde heeft; c.
artikel 2:5, vierde lid, voor zover de werkzaamheden geen betrekking hebben op
een onderdeel van het monument waar de vanwege-bescherming niet op ziet;
d.
een monument dat als begraafplaats in gebruik
een onderdeel waar de ‘vanwege’-bescherming
is, en met inachtneming van de monumentale
betrekking op heeft.
waarden één van de volgende activiteiten
Het college kan in het belang van de
plaatsvinden:
monumentenzorg nadere regels stellen met
4.
uitsluitend inpandige veranderingen van een
dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg
‘vanwege’-bescherming zoals bedoeld in
3.
de uitvoering van normaal onderhoud, voor
materiaalsoort en kleur van het monument
voor zover het een onderdeel daarvan betreft
c.
indien het een roerend monument betreft: te vernietigen, in enig opzicht te wijzigen of te
vernietigen, in enig opzicht te wijzigen of te 2.
te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken
te herstellen, te gebruiken of te laten ontsierd of in gevaar gebracht; of
c.
te slopen, te verstoren of in enig opzicht te
1°
het plaatsen van
betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden
grafmonumenten, met
aan een gemeentelijk monument.
inbegrip van het tijdelijk
De regels zoals bedoeld in het derde lid kunnen
verwijderen daarvan en het
mede inhouden een vrijstelling van het verbod,
bijwerken van het opschrift;
bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het
2°
melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.
het doen van begravingen of asbijzettingen;
3°
het ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument.
e.
het aanbrengen van zonnepanelen op een plat dakvlak, onder de volgende voorwaarden:
6/11
1°
de panelen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte;
2°
de panelen worden parallel aan de dakrand gelegd;
3°
de panelen liggen;
4°
de bestaande dakbedekking wordt gehandhaafd; en
5°
de panelen houden voldoende afstand van dakranden.
f.
het vervangen van glas, onder de volgende voorwaarden: 1°
er is geen sprake van bewerkt glas of glas in lood;
2°
het nieuwe glas past in de bestaande sponning, die daartoe indien nodig uitgefreesd wordt; en
3°
de bestaande detaillering van het raam blijft gehandhaafd.
3.
Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument.
4.
De regels zoals bedoeld in het derde lid kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.
Artikel 3:3
De beoordeling van de aanvraag
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet
verlenen als het belang van de monumentenzorg zich
verzet. Het college houdt rekening met het gebruik van het monument bij de beslissing op de aanvraag. 2.
Het college kan een omgevingsvergunning slechts daartegen niet verzet.
2.
Het college houdt rekening met het gebruik van het
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een
monument bij de beslissing op de aanvraag voor een
kerkelijk monument neemt het college geen
vergunning.
beslissing dan na overleg met de eigenaar. Voor
3.
zover het een beslissing betreft waarbij wezenlijke
kerkelijk monument neemt het college geen
belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een beslissing dan na overleg met de eigenaar.
4.
Voor zover het een beslissing betreft waarbij
zijn, neemt het college een beslissing in
wezenlijke belangen van het belijden van de
overeenstemming met de eigenaar.
godsdienst of levensovertuiging in dat monument in het geding zijn, neemt het college een beslissing in overeenstemming met de eigenaar.
Artikel 3:4
Advies omgevingsvergunning
Oude tekst Het college zendt een afschrift van de ontvankelijke
Nieuwe tekst Het college zendt een afschrift van de ontvankelijke
aanvraag om omgevingsvergunning voor een gemeentelijk
aanvraag om omgevingsvergunning voor een
monument voor advies aan de welstands- en
gemeentelijk monument voor advies aan de
monumentencommissie.
adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag.
7/11
Artikel intrekking van de omgevingsvergunning (komt te vervallen) Oude tekst Het college kan de omgevingsvergunning, bedoeld in
Nieuwe tekst (vervallen)
artikel 3:2, eerste lid, intrekken: a.
als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid;
b.
als blijkt dat de vergunninghouder de nadere regels als bedoeld in artikel 3:2, derde lid, niet naleeft;
c.
indien gedurende zesentwintig weken geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
d.
voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
Artikel 3:5 Schadevergoeding Oude tekst Indien de omgevingsvergunning is geweigerd en de
Nieuwe tekst Indien het college de omgevingsvergunning weigert en de
aanvrager van de vergunning daardoor schade lijdt, die
aanvrager van de vergunning daardoor schade lijdt, die
redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te
redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te
blijven, kan het college hem op zijn aanvraag een naar
blijven, kan het college hem op zijn aanvraag een naar
billijkheid te bepalen schadevergoeding toekennen.
billijkheid te bepalen schadevergoeding toekennen.
Hoofdstuk 4 Aanwijzing gemeentelijk beschermd stadsgezicht Artikel advies commissie omgevingsvergunning rijksmonument (komt te vervallen) Oude tekst Het college zendt een afschrift van de ontvankelijke
Nieuwe tekst (vervallen)
aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo voor advies aan de welstands- en monumentencommissie.
Artikel 4:1
Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
2.
De gemeenteraad kan, op voordracht van het college,
stadsgezichten aanwijzen als gemeentelijk
gemeentelijk stadsgezicht.
beschermd stadsgezicht.
Het college zendt het voorstel voor advies aan de
2.
welstands- en monumentencommissie. 3.
Het college vraagt advies aan de adviescommissie voorafgaand aan een voorstel als bedoeld in het
Een voordracht tot een aanwijzing zoals bedoeld in het eerste lid, of een intrekking zoals bedoeld in
4.
De raad kan, op voorstel van het college,
stadsgezichten aanwijzen als beschermd
eerste lid. 3.
Een voordracht tot een aanwijzing zoals bedoeld in
artikel 5:3 ligt gedurende zes weken voor een ieder
het eerste lid, of een intrekking zoals bedoeld in
ter inzage.
artikel 4:3, ligt gedurende zes weken voor eenieder
De raad beslist binnen vierentwintig weken na het
ter inzage.
verstrijken van de in het derde lid genoemde termijn over de voordracht.
8/11
5.
Een aangewezen gemeentelijk stadsgezicht wordt
4.
opgenomen in het gemeentelijk
verstrijken van de in het derde lid genoemde
monumentenregister. 6.
De aanwijzing kan geen stadsgezicht betreffen dat is
De raad beslist binnen vierentwintig weken na het termijn over de voordracht.
5.
Een door de raad aangewezen gemeentelijk
aangewezen op grond van artikel 35 van de
beschermd stadsgezicht wordt opgenomen in het
Monumentenwet 1988 of een provinciale
gemeentelijk erfgoedregister.
verordening.
Artikel 4:2
Beschermend omgevingsplan
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op
beschermd stadsgezicht een omgevingsplan vast. Bij
stadsgezicht, een bestemmingsplan vast als bedoeld
het besluit tot aanwijzing van een beschermd
in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot
stadsgezicht kan hiertoe een termijn worden
aanwijzing van een beschermd stadsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 2.
De raad stelt ter bescherming van een gemeentelijk
grond van het in artikel 5:1 aangewezen beschermde
gesteld. 2.
Het college bepaalt bij het raadsbesluit tot
Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd
aanwijzing van een gemeentelijk beschermd
stadsgezicht bepaalt de gemeenteraad of geldende
stadsgezicht of en in hoeverre het omgevingsplan als
bestemmingsplannen als beschermende plannen in
beschermend in de zin van het vorige lid kan
de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt.
worden aangemerkt.
Artikel 4:3 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
De gemeenteraad kan, op voordracht van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 5:1, tweede,
tot aanwijzing wijzigen of intrekken. 2.
overeenkomstige toepassing, tenzij het een
toepassing, tenzij het een aanpassing van
aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of
ondergeschikte betekenis betreft of het stadsgezicht
het stadsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft
tenietgegaan.
als zodanig is tenietgegaan. 3.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag dat
waarop het stadsgezicht waarop de aanwijzing
het stadsgezicht waarop de aanwijzing betrekking
betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd
heeft wordt aangewezen als beschermd stadsgezicht
stadsgezicht op grond van een instructie als bedoeld
op grond van een provinciale erfgoedverordening als
in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid,
bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. 3.
Artikel 4:1, tweede, derde en vierde lid, is hierop van
derde en vierde lid, is hierop van overeenkomstige
waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is 2.
De raad kan, op voorstel van het college, een besluit
van de Omgevingswet. 4.
Het college houdt de wijziging, intrekking of het
De wijziging, intrekking of het vervallen van een
vervallen van een aanwijzing bij in het gemeentelijk
aanwijzing wordt bijgehouden in het gemeentelijk
erfgoedregister.
monumentenregister.
Artikel 4:4
Verbodsbepalingen en aanvraag omgevingsvergunning
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
1.
2.
Het is in een beschermd gemeentelijk stadsgezicht
Het is in een gemeentelijk beschermd stadsgezicht
verboden om zonder of in afwijking van een
verboden om zonder of in afwijking van een
omgevingsvergunning een bouwwerk geheel of
omgevingsvergunning een bouwwerk geheel of
gedeeltelijk te slopen (met uitzondering van
gedeeltelijk te slopen, met uitzondering van
inpandige sloopwerkzaamheden).
inpandige sloopwerkzaamheden.
De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden
2.
Het college kan de omgevingsvergunning in ieder
geweigerd als naar het oordeel van het college niet
geval weigeren als naar het oordeel van het college
aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen
niet aannemelijk is dat op de plaats van het te
9/11
bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden
slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal
gebouwd. 3. 4.
De artikelen 3:2 en 3:4 zijn van overeenkomstige
worden gebouwd. 3.
Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen
toepassing.
ingevolge een verplichting als bedoeld in de
Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen
artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of
ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen
ingevolge een verplichting zoals gesteld in een
13, 13a of 13b van de Woningwet.
maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Hoofdstuk 5 Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen (nieuw) Artikel 5:1 Aanwijzing beschermd cultuurgoed (nieuw) Oude tekst
Nieuwe tekst 1. Het college kan een cultuurgoed dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege haar schoonheid of cultuurhistorische waarde en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit, aanwijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed. 2.
Het college kan een verzameling die van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege haar cultuurhistorische waarde, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit, aanwijzen als beschermde gemeentelijke verzameling.
3.
Leden 1 en 2 zijn alleen van toepassing op cultuurgoederen of verzamelingen in eigendom van de gemeente of die aan de zorg van de gemeente toevertrouwd zijn.
4.
Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd, is toestemming van de eigenaar vereist.
5.
Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vraagt het college advies aan de adviescommissie.
6.
Een aanwijzing van een beschermd cultuurgoed of verzameling wordt opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.
10/11
Artikel 5:2 Wijziging/intrekking cultuurgoed (nieuw) Oude tekst
Nieuwe tekst 1. Het college kan een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 5:1, eerste of tweede lid, ambtshalve wijzigen of intrekken. 2.
In aanvulling op het eerste lid is artikel 5:1, vierde lid, van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
3.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.
4.
De wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing wordt opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.
Hoofdstuk 6 Artikel 6:1
Handhaving en toezicht Strafbepaling
Oude tekst Degene die handelt in strijd met artikel 3:1, het bepaalde
Nieuwe tekst Degene die handelt in strijd met artikel 3:1, het bepaalde
krachtens artikel 3:2, eerste en derde lid, of artikel 5:4
krachtens artikel 3:2, eerste lid, of artikel 4:4 van deze
van deze verordening wordt gestraft met een geldboete
verordening wordt gestraft met een geldboete van de
van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste
tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie
drie maanden.
maanden.
Artikel 6:2
Toezichthouders
Oude tekst
Nieuwe tekst
1.
3.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde of
of krachtens deze verordening zijn de bij of
krachtens artikel 141 van het wetboek van
krachtens artikel 141 van het wetboek van
Strafvordering aanwezen personen belast, de door
Strafvordering aanwezen personen belast, evenals
het college daartoe aangewezen personen. 2.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
bij krachtens deze verordening zijn behalve de bij of
Eenieder is verplicht om de door de in eerste lid bedoelde toezichthouder gegeven aanwijzingen na te
de door het college daartoe aangewezen personen. 4.
Een ieder is verplicht om de door de toezichthouder gegeven aanwijzingen na te leven.
leven.
11/11