RIS316713 Beantwoording SV Gezondheidseffecten omgevingskwaliteit huur- en koopwoningen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
23 januari 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Klokkenburg – Reedeker, luidend: 'Gezondheidseffecten omgevingskwaliteit huur- en koopwoningen'
DSO/10648849 RIS316713
Het gemeenteraadslid mevrouw Klokkenburg - Reedeker heeft op 5 oktober 2023 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De woonomgeving is van invloed op de gezondheid van mensen. Verschillende onderzoeken laten zien dat schadelijke effecten uit de omgeving niet gelijk verdeeld zijn over inwoners van een gemeente, zo ook het onderzoek ’Gezond wonen in de regio Amsterdam’1. Mensen met een lage sociaaleconomische status wonen vaker in gebieden met grotere gezondheidsrisico's. Middels woonbeleid en ruimtelijke ordening is als gemeente te sturen op de plekken waar inwoners kunnen wonen en welke omgevingseffecten dat met zich meebrengt. Uit het onderzoek in Amsterdam komt naar voren dat huurders over het algemeen een slechtere omgevingskwaliteit kennen dan mensen met een koopwoning. 1.
Is het college bekend met het onderzoek ‘Gezond wonen in de regio Amsterdam’?
Ja, het college heeft kennisgenomen van dit onderzoek. 2.
Is het college het met de ChristenUnie/SGP eens dat gezondheidsongelijkheid op basis van type (huur- of koop)woningen uitermate onwenselijk is?
Ja, het college deelt de zorgen die worden geuit over de gezondheidsongelijkheid op basis van type (huur- of koop) woningen. Het college is voorvechter van gelijke kansen op goede gezondheid. Het college vindt dat iedereen in Den Haag recht heeft op een woning die veilig en gezond is, goed onderhouden wordt, goed geïsoleerd is en op termijn klimaatneutraal is. 3.
In Den Haag vestigen kwetsbare groepen zich relatief vaak in corporatiewoningen en goedkope particuliere huurwoningen. In deze laatste sector woningen spelen volgens de segregatiemonitor kwesties als achterstallig onderhoud, veiligheidsrisico's en gezondheidsrisico's ten aanzien van het binnenklimaat. Is het college bekend welke verschillen in Den Haag bestaan tussen type (huur- en koop) woningen met betrekking tot de omgevingseffecten en gezondheidsrisico's? Zo nee, is het bereid dit te onderzoeken?
Ja, het college is over het algemeen bekend met welke verschillen er in Den Haag bestaan tussen type (huur- en koop) woningen met betrekking tot de omgevingseffecten en gezondheidsrisico's. We weten bijvoorbeeld dat er in de Vogelwijk en het Statenkwartier veel koopwoningen zijn met een betere omgevings- en gezondheidskwaliteit dan de huurwoningen hebben in Transvaal en Schilderswijk.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10648849
In 2022 is er onderzoek gedaan naar de algemene kwaliteit van de Haagse woningvoorraad, wat staat beschreven in RIS314780 'Onderzoeksresultaten en acties kwaliteit Haagse woningvoorraad'. De algemene kwaliteit van de woningvoorraad is toen in beeld gebracht, waarbij ook onderscheid is gemaakt tussen koop- en huurwoningen. In dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat er in bepaalde wijken verschil is tussen koop- en huurwoningen met betrekking tot bijvoorbeeld vocht- en schimmel problemen. Ook hebben we veel gebiedsgerichte data over hittestress en wateroverlast in de Klimaatmonitor, data over geluid in de Geluidsbelastingkaart en data over de luchtkwaliteit in de Luchtkwaliteitskaart. Bovendien bieden de Leefbarometer en de Atlas Leefomgeving van de Rijksoverheid ook veel inzage over de leefbaarheid in Den Haag. Dit geeft ons inzage in de omgevingsen gezondheidskwaliteit van de leefomgeving. Hierdoor weten we dat de locatie van een woning invloed kan hebben op de gezondheid van de bewoner. In opdracht van de gemeente gaat de GGD Haaglanden hier specifiek onderzoek naar doen. Zij zullen de ruimtelijke opeenstapeling van schadelijke omgevingsfactoren voor gezondheid in de stad gaan onderzoeken in combinatie met hoe dit samenhangt met het type woning. Het uitvoeren van dit onderzoek is gepland in 2024. 4.
Kan het college deze factoren betrekken bij de, jaarlijks te publiceren, segregatiemonitor?
De segregatiemonitor is bedoeld om inzicht te geven in ruimtelijke verschillen en daarmee bouwstenen te bieden voor beleid. De segregatiemonitor biedt ook nu al inzicht in ruimtelijke verschillen in woningaanbod en in gezondheid. Zo zijn er bijvoorbeeld al verschillende datasets en grafieken beschikbaar over woningbezit, woningtype, veerkracht, gezondheid, welbevinden en zorggebruik. Net als in Amsterdam is duidelijk dat er verschillen zijn tussen delen van de stad ten aanzien van de mate waarin er sprake is van sociale- en gezondheidsproblematiek. Er zijn duidelijk herkenbare gebieden die zich ook kenmerken door een relatief hoog aandeel van sociale huurwoningen dan wel particuliere huurwoningen. De cumulatie van knelpunten is het college bekend en vormt ook grond voor diverse gebiedsgerichte beleidsprogramma’s en een inzet op de basiskwaliteit van alle woningen. Daarover zal ook langs die lijn verantwoording worden afgelegd. 5.
Welke mogelijkheden heeft het college om rekening te houden met en te corrigeren voor deze factoren in de woningmarktstructuur, zodat de genoemde ongelijkheid niet verder toeneemt? Worden deze mogelijkheden op dit moment gebruikt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan het college dat verder toelichten?
Het college ziet dat er veel verschillen tussen wijken zijn. Dat hangt nauw samen met het woningaanbod. Veel van deze opgaven landen daarom in de gebiedsontwikkelingen zoals Binckhorst en Zuidwest. Ook zetten we in op het verbeteren van de omgevingseffecten in kwetsbare wijken. Het college pakt dit aan door huurprijsregulering, woningen toe te wijzen aan het middensegment, opkoopbescherming, uitbreiding van de diensten van de Haagse Pandbrigade, de bouwkundige kwaliteit van woningen te verbeteren, de woningvoorraad te verduurzamen en door te anticiperen op (kleinschalige) sloop/nieuwbouw van de particuliere voorraad. We verbeteren dus de situatie aan de onderkant van de woningmarkt en creëren een woningmarkt die toegankelijk is voor alle inwoners van Den Haag. Bovendien proberen we via verschillende lijnen en thema's de omgevingseffecten van alle woningen in Den Haag te verbeteren. Op het gebied van geluid is er bijvoorbeeld een actieplan Geluid 2020-2023 (RIS308265) waarbij onder andere wordt ingezet op het realiseren van stillere mobiliteit en het treffen van fysieke maatregelen om geluidsoverlast tegen te gaan. Ook wordt er een Aanpak Schoon Vervoer (RIS303606) met actief stimuleringsbeleid gevoerd voor schoon vervoer om luchtverontreiniging tegen te gaan.
Samen met andere gerichte oplossingen worden integrale gebiedsgerichte aanpakken uitgevoerd met de focus op kwetsbare wijken. Bovendien geven we richting aan een gezonde en toekomstbestendige stad voor iedereen in de Omgevingsvisie en Woonvisie.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10648849
Hoewel het stellen van duidelijke kaders en afspraken kan bijdragen, is het cruciaal dat de gemeente samen werkt met de betrokken partners. Alle creativiteit en samenwerkingskracht is nodig om dit samen met de partners in de stad op te pakken 6.
In de regio Amsterdam worden op veel plekken de advieswaarden van de WHO en de EU met betrekking tot omgevingskwaliteit overschreden. De onderzoekers geven als suggestie mee om de genoemde advieswaarden tot beleidsdoelen te maken. Met richtlijnen en/of standaarden hiervoor kan ook ná de bouw de omgevingskwaliteit nog verbeterd worden. Is het college bekend met de advieswaarden van de WHO en de EU? Kan zij toelichten op welke wijze deze terugkomen in het woonbeleid van de gemeente Den Haag?
Ja, het college is bekend met de advieswaarden van de WHO en de EU. De voortgangsrapportage Luchtkwaliteit (RIS315712) doet verslag van de luchtkwaliteit over 2022. In oktober is uw Raad geïnformeerd over de voortgang van het nieuwe actieplan ter verbetering van de luchtkwaliteit in Den Haag (RIS316605). De gemeente zal vast blijven houden aan wettelijke en internationaal afgesproken normen voor de kwaliteit van de leefomgeving. 7.
De onderzoekers adviseren eveneens om te kijken naar allocatieregels, zodat niet alleen koopwoningen op de meest aantrekkelijke plekken in de stad, met de beste omgevingskwaliteit, terechtkomen. Kan het college uitleggen in hoeverre hier sprake van is in de gemeente Den Haag?
Het college wil met het woonbeleid inzetten op het verbeteren van de kwaliteit van de woningen en stelt ruimtelijke randvoorwaarden. Om deze reden wordt er bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van Zuidwest gestuurd op een goede mix tussen koop- en huurwoningen en wordt er veel aandacht besteed aan gezondheid. Dit kan ertoe leiden dat de gezondheidsverschillen in de stad gaan afnemen. Het blijkt echter ook onvermijdelijk dat er verschillen zijn in de kwaliteit van koop- en huurwoningen als gevolg van economische verschillen. Het college is voornemens om voor het verbeteren van de bestaande woningvoorraad in te zetten op een basiskwaliteit voor alle Haagse woningen. Deze standaard geeft richting aan waar een gezonde, veilige en duurzame woning ten minste aan moet voldoen. De Haagse basiskwaliteit wordt verder uitgewerkt in de Woonvisie. Andere ambities op het gebied van gezond wonen worden vastgelegd in de Omgevingsvisie en Gebiedsvisies. De in de Omgevingsvisie en Woonvisie geformuleerde ambities kunnen vervolgens uitgewerkt worden in woonbeleid en ten slotte in een omgevingsplan waarin locaties voor woningbouw aangewezen kunnen worden. 8.
Opvallend in het Amsterdamse onderzoek is dat blootstelling aan stikstofdioxide en omgevingsgeluid groter is bij woningen gebouwd na 2010, dan woningen uit de periode 20002010. Met name particuliere huurwoningen zijn op ’slechtere’ plekken gebouwd dan koopwoningen, gevolgd door corporatiewoningen. Het onderzoek toont hiermee verschillen aan in ongezonde omgevingsfactoren en gezondheidsstatus naar type huis. Kan het college toelichten of en hoe er bij nieuwbouwprojecten rekening wordt gehouden waar de sociale huur en particuliere huurwoningen komen, en of hier middels planvorming en de kader stellende rol van de gemeente op te sturen is? Wordt daarin de nadere omgeving van het plot waarop de ontwikkeling plaatsvindt meegewogen en meegenomen, bijvoorbeeld als het gaat om eventueel geluid en/ of luchtkwaliteit? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke sturingsmogelijkheden worden er gebruikt?
We hanteren de normen voor nieuwbouw: 30% sociaal, 25% middel dure huur, 25% betaalbare koop. Bij ieder nieuwbouwproject, op iedere plek, moet sprake zijn van goede ruimtelijke ordening.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10648849
Dit gebeurt door bij ieder nieuwbouwproject aandacht te besteden aan planologie, landschapsarchitectuur, stedenbouw, milieu en economie. Hierbij maakt de gemeente geen onderscheid tussen sociale/particuliere huur- of koopwoningen. Iedere bewoner verdient een goed woon- en leefklimaat. Toegankelijkheid en betaalbaarheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Wel weten we dat er een tekort is aan betaalbare woningen. We gaan daarom door met de uitvoering van het urgentieprogramma Betaalbare woningbouw en onderzoeken hoe en waar we in wijken met weinig sociale huurvoorraad we een hoger aandeel dan 30% sociale huur kunnen toevoegen aan nieuwbouw. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden vele aspecten beschouwd en tegen elkaar afgewogen om te komen tot een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, waaronder milieuaspecten als geluidsbelasting en luchtkwaliteit. Het voldoen aan wet- en regelgeving op deze milieuaspecten is het minimum, maar we streven naar meer. Zo wil Den Haag in 2030 voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Voor NO2 voldoet de gemeente daar nu al aan, voor fijnstof nog niet. We zetten daarom flink in op een mobiliteitstransitie en schoon vervoer. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt uiteraard nooit op zichzelf plaats, maar altijd in een context die ook bij de planvorming wordt betrokken. 9.
Volgens de onderzoekers dragen schadelijke gezondheidseffecten van de woonomgeving dan ook bij aan cumulatieve ongelijkheid. Deelt het college deze conclusie van de onderzoekers, en erkent het college dat er ook in Den Haag sprake is van deze cumulatieve ongelijkheid? Zo ja, kan het college daarop een reflectie geven? Zo nee, waarom niet?
Ja, het college deelt de conclusies van de onderzoekers dat schadelijke gezondheidseffecten van de woonomgeving kunnen bijdragen aan cumulatieve ongelijkheid. Den Haag kent ook wijken waarin deze cumulatieve ongelijkheid zich meer voordoet dan in andere wijken. Het college pakt dit aan door maatregelen te treffen om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Hierbij is er extra aandacht voor wijken waar cumulatieve ongelijkheid meer voorkomt. In die wijken werken we aan het verbeteren van de bestaande woningvoorraad in combinatie met het verbeteren van de leefomgeving. 10. Is het college bereid alles op alles te zetten om deze ongelijkheid tegen te gaan? Zo ja, welke middelen en interventies worden daartoe gedaan? Zo nee, waarom niet? We streven naar een vitale en leefbare stad. Iedere bewoner verdient een goed woon- en leefklimaat. Daarom werken we aan een rechtvaardige en passende verdeling van de schaarse woningvoorraad. Slechte woonomstandigheden pakken we aan waarbij we ons nadrukkelijk richten op de verbetering van de leefbaarheid in delen van de stad waar deze onder druk staat. We werken hiervoor intensief samen met partners in de stad. Verder werkt het college toe naar een Haagse basiskwaliteit waar op termijn alle woningen aan moeten voldoen. Het college blijft vasthouden aan de normen voor de kwaliteit van de leefomgeving.
We willen woningen die gezond, veilig, duurzaam en betaalbaar zijn. Dit past bij onze ambitie voor een stad in balans, die streeft naar evenwichtige groei. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4