RIS316711 Uniforme gedragsregels op scholen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
7 november 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden mevrouw Verdonk en de heer de Mos, luidend: ‘Uniforme gedragsregels op scholen’
OCW/10630223 RIS316711
De raadsleden mevrouw Verdonk en de heer de Mos hebben op 5 oktober 2023 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met de berichten ‘Basisscholieren in arme wijken massaal op achterstand’, ‘Leraren vertrekken met honderden tegelijk uit grote steden’ en ‘Rotterdamse juf doet boekje open: ik word dagelijks kankerjuf genoemd en doodgewenst’?
Ja, het college is bekend met de genoemde artikelen uit 2019. Uit onderzoek blijkt dat leraren die kiezen voor een baan in achterstandswijken, niet alleen geconfronteerd worden met enorm grote taalachterstanden, maar ook met grote concentratie- en gedragsproblemen. Deze problemen zijn zo groot dat het lerarentekort in achterstandswijken groter is dan elders. Het ontoelaatbare gedrag van sommige onruststokers neemt zulke grote vormen aan, dat steeds meer leraren de meest moeilijke wijken in onze stad de rug toekeren. De al bestaande tweedeling wordt zo alleen maar groter. 2.
Hart voor Den Haag ontvangt graag een update van het lerarentekort per school en de wijk waar de school is gesitueerd? Graag een gedetailleerd antwoord.
De personeelstekorten in het primair en voortgezet onderwijs worden jaarlijks op 1 oktober landelijk uitgevraagd, in opdracht van het ministerie van OCW. De uitkomsten worden vervolgens in december conform afspraak gedeeld met de schoolbesturen en de betreffende gemeenten 1. De gemeente ontvangt een rapportage met totaalcijfers op stadsdeelniveau. De gemeente heeft dus geen gegevens van de lerarentekorten per school en per wijk. Het college deelt de uitkomsten van de uitvraag personeelstekorten op stadsdeelniveau jaarlijks in december met de raad via een commissiebrief. Zie RIS313874 voor de uitkomsten van de vacaturemeting in het primair onderwijs en zie RIS315400 voor de uitkomsten van de pilotmeting personeelstekort in het voortgezet onderwijs van oktober 2022. In december 2023 volgt een commissiebrief met de stand van zaken van het lerarentekort in beide sectoren op 1 oktober 2023. 3.
Steeds vaker is het asociale en ontoelaatbare gedrag van leerlingen de reden waarom leraren hun heil elders - vaak buiten de stad zoeken. Kan het college precies in kaart brengen waarom leraren vertrekken uit onze stad; bijvoorbeeld door alle vertrokken leraren van de afgelopen 5 jaar te enquêteren over de reden van hun vertrek, teneinde hier het beleid op aan te passen?
Voor het po wordt de meting uitgezet binnen de G4 + Almere. De tekortmeting voor het vo is in 2022 als pilot uitgezet in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. 1
Gemeente Den Haag Ons kenmerk OCW/10630223
De mobiliteit van leraren – specifiek binnen de G4 + Almere – wordt jaarlijks gemonitord door het ministerie van OCW middels de Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren po, vo en mbo2. De rapportage van december 2022 laat zien dat in het primair onderwijs de uitstroom van leraren uit de G4 + Almere naar andere gemeenten weliswaar groter blijft dan de instroom, maar dat de uitstroom uit de grote steden de laatste jaren afneemt. Voor het voortgezet onderwijs is de instroom van leraren uit andere gemeenten naar de G4 + Almere sinds 2017 zelfs hoger dan de uitstroom uit de grote steden. De overstap van leraren naar een andere school, regio of sector is afhankelijk van verschillende factoren. Zo wijst de trendrapportage onder andere naar de huidige arbeidsmarkt die het leraren makkelijker maakt om te kiezen voor een baan dichter bij huis, voor een baan met minder of juist meer uren of voor een school die qua onderwijsvisie beter bij hen past. Uit onderzoek van het CAOP dat in 2021 is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Den Haag3 onder Haagse leraren bleek dat slechts één op de twintig leraren overwoog een andere betrekking te zoeken en dat dit voornamelijk te maken had met de schoolleiding of de organisatie, niet vanwege het gedrag van leerlingen.
Ook het Haagse scholenveld herkent zich niet in de uitspraak dat het vertrek van leraren naar randgemeenten louter een directe oorzaak zou zijn van toenemende gedragsproblematiek bij leerlingen. Het college ziet daarom geen aanleiding om een aanvullend mobiliteitsonderzoek te doen naar de vertrekredenen van leraren. In Rotterdam wordt er gewerkt met een Onderwijscode. Er zijn door de gemeente voor scholen o.a. conferenties georganiseerd met als uitgangspunten; Hoe zorg je voor een prettige sfeer op school en in de klas? Wat is het gewenste gedrag? Hoe ga je hierover met elkaar in gesprek en welke afspraken maak je? En hoe zorg je ervoor dat deze effectief zijn? 4.
Zou het college, in samenwerking met de Haagse scholen, een Haagse Onderwijscode willen opstellen? Zo neen, waarom niet? En hoe wilt u dan ‘gezag’ en ‘discipline’ in de scholen terug laten keren?
Scholen zijn zelf het beste in staat om te beoordelen hoe gezag en discipline in hun school kan worden gerealiseerd, aangezien de situatie per school sterk kan verschillen. Voor zowel het basis-, speciaal als voortgezet onderwijs is dan ook bij wet4 vastgelegd dat scholen verantwoordelijk zijn voor het voeren van een sociaal veiligheidsbeleid om de sociale veiligheid op school te verbeteren. Het is dus aan scholen zelf om te bepalen hoe zij het veiligheidsbeleid vormgeven en hoe zij hun personeel trainen tegen bijvoorbeeld agressie en geweld. In 2007 is de landelijke Stichting School en Veiligheid opgericht om scholen hierbij te ondersteunen. Per 1 oktober 2023 is in Den Haag het programma ‘Netwerk Veilige School’ gestart waarbij scholen, politie, gemeente en Openbaar Ministerie nauw samenwerken aan een sociaal veilige school (omgeving). Het doel van dit programma is te komen tot een breed gedragen samenwerkings-vorm ten aanzien van schoolveiligheid en het bieden van (financiële) ondersteuning bij het organiseren van trainingen over dit thema.
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/12/05/trendrapportage-arbeidsmarktleraren-po-vo-en-mbo-2022 3 https://www.caop.nl/app/uploads/2022/01/Eindrapport-werkomgeving-Den-Haag-Definitiefrapport-22-12-2021.pdf 4 Staatsblad 2015, 238 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 2
Gemeente Den Haag Ons kenmerk OCW/10630223
Het vraagstuk van een ‘Haagse Onderwijscode’ kan worden voorgelegd aan de deelnemende partners van dit programma. In de tussentijd worden ook op landelijk niveau afspraken gemaakt over wat wel en niet is toegestaan op school. Zo mogen leerlingen op middelbare scholen vanaf 1 januari 2024 geen telefoons, tablets en smartwatches meer gebruiken in de klas, tenzij de leraar dit toestaat5. Scholen moeten hierover zelf regels afspreken met leraren, ouders en leerlingen. In juni 2024 wordt dit beleid door het Rijk geëvalueerd. Volgens het basisonderwijs is dit probleem minder aan de orde. Het zou voor Haagse scholen mogelijk moeten worden om leerlingen die zich niet gedragen te verwijzen naar een voorziening waar ze minimaal een jaar zeer gedisciplineerd onderwijs volgen. Daarna krijgen ze een nieuwe kans. Hart voor Den Haag gelooft dat zo’n maatregel leerlingen vooruithelpt én bijdraagt aan de oplossing van het lerarentekort. Als docenten weten dat er op Haagse scholen orde heerst, zullen ze eerder bereid zijn om in onze stad te komen werken. 5.
Heeft het college de bereidheid om, samen met Haagse scholen, te onderzoeken hoe we op Haagse scholen leerlingen die zich stelselmatig misdragen tijdelijk kunnen verwijderen, teneinde te zorgen voor orde op Haagse scholen? Graag een gedetailleerd antwoord.
In de onderwijswetgeving is vastgelegd dat scholen verplicht zijn om alle leerlingen een passende plek te bieden. Dit geldt ook als leerlingen extra ondersteuning nodig hebben. Voor leerlingen die lastig kunnen functioneren op school vanwege gedragsproblemen bestaan verschillende zorg- en ondersteuningsstructuren en voorzieningen binnen het onderwijs. Voorbeelden zijn de inzet van schoolmaatschappelijk werkers, het multidisciplinair overleg (MDO) in het primair onderwijs, het Jeugdhulp en Schooloverleg (JES) in het voortgezet onderwijs, onderwijsjeugdhulparrangementen (OJA's) en de inzet van onderwijsconsulenten. Het is mogelijk dat een school bij ernstige gedragsproblemen ook met extra inzet geen passende ondersteuning aan een leerling kan bieden. De school kan dan in overleg met de leerling en ouder(s) verwijzen naar specialistische ondersteuning buiten school en via de gemeente (jeugdhulp). In het ergste geval kan een schoolbestuur besluiten om een leerling tijdelijk te schorsen en/of in overleg met een samenwerkingsverband voor passend onderwijs zoeken naar een beter passende plek voor de leerling. Als gevolg van de zorgplicht mag een leerling pas van school worden verwijderd nadat een andere passende school voor de leerling is gevonden.
Het college constateert dat het onderwijs reeds over verschillende structuren en voorzieningen beschikt om zorg en ondersteuning te bieden aan leerlingen met gedragsproblemen. Ook is er zowel op landelijk als regionaal niveau ondersteuning en begeleiding beschikbaar voor scholen om hun sociaal veiligheidsbeleid vorm te geven. Daarnaast blijkt uit onderzoek niet dat gedragsproblemen een reden zijn voor leraren om het Haagse onderwijs te verlaten en heeft het college ook vanuit het onderwijsveld geen signalen ontvangen dat gedragsproblemen van leerlingen leiden tot een grote uitstroom van leraren. Het college ziet op dit moment dan ook geen aanleiding om te onderzoeken hoe leerlingen tijdelijk van school kunnen worden verwijderd ter bevordering van de orde op Haagse scholen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx 5
Jan van Zanen
Kamerbrief over landelijke afspraken mobiele telefoons in de klas | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl