CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316679 Bijlage

Commissie Ruimte 25 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken7.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Nota Haags Woonwagenbeleid 2023 Versie 26 september 2023

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

Concept ......................................................................................................................................................... 1 Nota Haags Woonwagenbeleid 2023 ................................................................................................... 1 1.

Inleiding .............................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................. 4 1.2 Geschiedenis woonwagenbeleid in Nederland en Den Haag tot 2014 .............................................. 4 1.3 Een nieuw hoofdstuk in woonwagenbeleid: het mensenrechtelijk kader ......................................... 6

2.

Huidige situatie .................................................................................................................................. 7 2.1 Beschrijving huidige woonwagenlocaties ........................................................................................... 7 2.2 Bestemmingsplan Woonwagenlocaties 2009 .................................................................................... 8

3.

Beleid gemeente Den Haag ................................................................................................................ 9 3.1 Uitgangspunten voor nieuw beleid ..................................................................................................... 9 3.2 Uitbreiding standplaatsen op bestaande locaties, verplaatsingslocaties en nieuwe locaties ........ 10 3.2.1 Inventarisatie woonbehoefte ....................................................................................................... 11 3.2.2 Horizontaal uitbreiden: Realisatie nieuwe standplaatsen op bestaande en nieuwe locaties ..12 3.2.3 Verticaal uitbreiden: meer mogelijkheden in het bouwvolume van woonwagens ...................13 3.2.4 Wijziging bestemmingsplan / omgevingsplan ...........................................................................13 3.2.5 Innovatieve oplossingen ..............................................................................................................14 3.3 Voldoende gedifferentieerd aanbod in woonwagens en standplaatsen...........................................14 3.3.1 Verantwoordelijkheden gemeente en corporaties ......................................................................14 3.3.2 Huurstandplaatsen en koopwoonwagens...................................................................................

15 3.3.3 Huurafhankelijk recht van opstal ............................................................................................... 15 3.3.4 Huurstandplaatsen en huurwoonwagens ................................................................................... 15 3.3.5 Verkrijgen van standplaatsen en koopwoonwagens ..................................................................16 3.4 Toewijzing woonwagenstandplaatsen ...............................................................................................16 3.4.3 Huisvestingswet en huisvestingsverordening ........................................................................... 17 3.5 Interne en externe slagkracht ............................................................................................................ 17 3.5.1 Participatie woonwagenbewoners en omwonenden .................................................................. 17 3.5.2 Samenwerking met externe stakeholders in Den Haag ............................................................. 17 3.5.3 Prestatieafspraken ...................................................................................................................... 18 3.5.4 Samenwerking met externe stakeholders buiten Den Haag.....................................................

18 3.5.5 Beheer, onderhoud en handhaving ............................................................................................ 18 3.5.6 Omgevingsvergunning en Besluit bouwwerken leefomgeving .............Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.5.7 Handhaving ................................................................................................................................. 18 3.6 Aandacht voor het welzijn van woonwagenbewoners ......................................................................19

4.

Uitvoering van deze beleidsnota.......................................................................................................19

2/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

1.

Uitbreiden standplaatsen ..........................................................................................................19

2.

Voldoende gedifferentieerd aanbod ..........................................................................................19

3.

Toewijzing van standplaatsen................................................................................................... 20

4.

Interne en externe slagkracht ................................................................................................... 20

5.

Aandacht voor welzijn ............................................................................................................... 20

3/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In februari 2021 is aan de raad toegezegd (RIS307739) om het Haagse woonwagenbeleid te actualiseren naar aanleiding van de veranderde maatschappelijke en juridische context ingegeven door rechterlijke uitspraken op zowel Europees als nationaal niveau en de noodzaak om het mensenrechtelijk kader toe te passen. Het ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), 2018) vormt het uitgangspunt voor het nieuwe Haagse woonwagenbeleid. Het doel van het nieuwe Haagse woonwagenbeleid is om dit in overeenstemming te brengen met het mensenrechtelijk kader zoals beschreven in het beleidskader van BZK. Een vastgesteld woonwagenbeleid schept helderheid en zekerheid voor de betrokken woonwagenbewoners, omwonenden en samenwerkingspartners zoals woningcorporaties en beheerorganisaties. Leeswijzer Deze conceptbeleidsnota schetst eerst de geschiedenis van het woonwagenbeleid in Nederland en Den Haag en het mensenrechtelijk kader. Vervolgens gaat het in op de huidige situatie en de richting die we de komende jaren voor ons zien. De nota sluit af met een actiepuntenlijst. Context intern beleid

In de Woonvisie 2017-2030 (RIS29683300) is het standplaatsenbeleid opgenomen. Daarin werd ingezet op een uitbreiding van woonwagenstandplaatsen op of aanliggend aan de bestaande locaties. Woonwagenbeleid is ook in de Woonagenda 2020-2023 ‘Haags samen wonen’ (RIS305711) opgenomen. Hierin is aangegeven dat de gemeente afstand nam van het ‘uitsterfbeleid’ en in de periode 2020-2023 zich richtte op een uitbreiding van het aantal standplaatsen op kleine schaal. Daarbij is in eerste instantie gekeken naar uitbreiding op bestaande locaties. Daarnaast is gezocht naar nieuwe locaties, waar nodig in overleg met de regio. Dit is bevestigd in het coalitieakkoord 2022-2026. Deze conceptbeleidsnota vervangt het beleid uit de vorige woonvisie en woonagenda. Aangezien op dit moment parallel ook gewerkt wordt aan een nieuwe woonvisie (met de beoogde vaststelling in het voorjaar van 2024), zal deze conceptbeleidsnota daar onderdeel van worden.

1.2 Geschiedenis woonwagenbeleid in Nederland en Den Haag tot 2014 Aandacht van de overheid voor woonwagenbewoners kent een decennialange en bewogen geschiedenis. Enerzijds door steeds veranderende beleidsperspectieven door de jaren heen. Anderzijds door verzet ertegen vanuit de samenleving, van woonwagenbewoners zelf en deels door een inconsequente uitvoering van beleid. Begin twintigste eeuw werden in Den Haag voor het eerst een tiental woonwagens gevestigd nabij de Waldorpstraat en Laakhaven. Dit aantal nam jaarlijks toe, ook landelijk. Met de eerste "Wet op Woonwagens en Woonschepen" van 1918 werden gemeentes verplicht tot het aanwijzen en inrichten van standplaatsen. In Den Haag werd in 1920 een eerste (tijdelijk) terrein hiervoor ingericht bij de Binckhorstlaan tussen de spoorlijn en het PTT-gebouw. Later volgden terreinen aan de Slachthuiskade en de Lozerlaan. De wet was vooral bedoeld om de gevestigde samenleving tegen woonwagenbewoners te beschermen. Na de Tweede Wereldoorlog verschoof het accent van beheersen naar meer aandacht en zorg voor woonwagenbewoners. Dit was erop gericht om woonwagenbewoners uit hun maatschappelijke

4/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

achterstand te verheffen. De centrale lijn was een gerichte ‘concentratie’ van woonwagenbewoners op ruim vijftig regionale ‘woonwagencentra’ met relatief goede standplaatsen, woonwagens, sanitaire- en nutsvoorzieningen en eigen maatschappelijke voorzieningen (school, buurthuis, wijkverpleegkundige, etc.). Voor Den Haag betrof dit grote locaties aan de Leyweg, Escamplaan en Viaductweg. Het merendeel van de centra in het land werd echter op flinke afstand van reguliere woonwijken gesitueerd. De concentratie van woonwagenbewoners in grootschalige centra en het einde van het nomadische bestaan werd in 1968 geformaliseerd in de Woonwagenwet. Het concentratiebeleid werd geen succes, onder meer door een te krappe inpassing van het aantal benodigde standplaatsen en de meer geïsoleerde ligging van veel locaties. Midden jaren zeventig werd daarom gebroken met het concentratiebeleid en werd ingezet op deconcentratie: grote centra werden opgeheven of verkleind en er kwamen kleinere centra, dichter in de buurt van reguliere woonwijken (deconcentratie). Daarnaast werden de categoriale voorzieningen afgebouwd (normalisatie) en werd het beleid gefaseerd overgedragen aan gemeenten (decentralisatie). In de daaropvolgende jaren werden in Den Haag meerdere kleinere locaties ontwikkeld. Tegelijkertijd zag het nieuwe normalisatiebeleid toe op de maatschappelijke integratie van woonwagenbewoners.

In 1987 besloot de gemeenteraad tot de realisatie van kleinere woonwagencentra op vier nieuwe locaties. Door protesten vanuit de samenleving en van woonwagenbewoners duurde het nog tot 1993 alvorens nieuwe locaties werden ontwikkeld aan de Guntersteinweg, Lozerlaan/Erasmusweg, Schapenatjesduin en de Energiestraat. In 1996-1997 werd de locatie Viaductweg gerenoveerd en verkleind, opgeleverd. Op 1 maart 1999 werd de Woonwagenwet ingetrokken. De rol van het Rijk en de provincies binnen het woonwagenbeleid verviel daarmee. De afschaffing van de wet was het slotstuk van de zogenoemde ‘normalisatie’ van het woonwagenbeleid, namelijk de integratie van het woonwagenbeleid in het reguliere (volkshuisvestings-)beleid. Woonwagens werden – naast woningen – in de Woningwet en Huisvestingswet opgenomen als een erkende woonvorm. Woonwagenbewoners werden niet langer beschouwd als aparte huisvestingsdoelgroep en bijzondere rechten vervielen, waaronder het recht op een standplaats en het afstammingsbeginsel1. Het aantal standplaatsen in Nederland verminderde daarna sterk van ca. 9600 standplaatsen in 2000 tot ca. 8300 standplaatsen in 2008 (Reuver, 2009), doordat veel gemeenten destijds een uitsterfbeleid2 volgden.

Anticiperend op het veranderende rijksbeleid stelde de gemeente Den Haag beleid vast in de vorm van de Nota ‘Woonwagenbeleid’ in 1987 en de nota ‘Wonen op wielen in beweging’ in 1997 (RIS19975). Leidende principes waren “normalisatie en deconcentratie”. In het bijbehorende actieplan werden zowel fysieke maatregelen betreffende de aanleg of modernisering van locaties opgenomen, als ook flankerend beleid gericht op het verbeteren van kansen op werkgelegenheid en onderwijs voor de doelgroep. In de periode 19992002 is de grote woonwagenlocatie aan de Leyweg ontmanteld en zijn de standplaatsgerechtigden van de Leyweg verhuisd naar locaties aan de Viaductweg, Henricuskade, Jan Hanlostraat en Tom Mandersstraat. In 2008 is de laatste grote woonwagenlocatie aan de Escamplaan ontmanteld zonder dat er een evenredig aantal compenserende standplaatsen ter vervanging is bijgekomen op andere locaties. Een deel van de bewoners van de Escamplaan is vervolgens naar een reguliere nieuwbouwwoning verhuisd binnen hetzelfde stadsdeel. Dit paste in het nieuwe Haagse beleid uit 2006 om geen nieuwe woonwagencentra te ontwikkelen en het aantal standplaatsen geleidelijk te verminderen, op termijn van ruim 300 destijds, naar circa 250 (RIS137449). 1

Bepaling uit de Woonwagenwet: het beginsel dat een standplaats of woonwagen die vrijkomt enkel weer beschikbaar komt voor mensen

die afstammen van oude woonwagenbewoners.

2

Uitsterfbeleid is gericht op het verkleinen van een woonwagenlocatie door middel van het niet opnieuw verhuren van standplaatsen nadat

deze leeg komen te staan door de eindiging van een huurovereenkomst.

5/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

1.3 Een nieuw hoofdstuk in woonwagenbeleid: het mensenrechtelijk kader Een kantelpunt ontstond in de jaren na 2014. In die periode verschenen er diverse rechtelijke uitspraken en rapporten over de onrechtmatigheid van het uitsterfbeleid. Uitsterfbeleid levert direct onderscheid, het treft alleen woonwagenbewoners en is in die zin discriminerend. Woonwagenbewoners hebben een eigen culturele identiteit. In 2014 is de woonwagencultuur door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed aangewezen als immaterieel erfgoed en op de Unesco-lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed geplaatst. In de laatste circa vijftien jaar is de bescherming van deze culturele identiteit vastgelegd in verschillende internationale verdragen, die door Nederland zijn ondertekend. Dit brengt de verplichting mee om voor voldoende standplaatsen te zorgen en om ervoor zorg te dragen dat woonwagenbewoners kunnen leven volgens hun tradities en culturele identiteit.3 In mei 2017 verscheen het rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ van de Nationale Ombudsman, in feite een aanklacht tegen de Rijksoverheid: het geïntroduceerde ‘uitsterfbeleid’ moet van de baan en gemeenten moeten weer nieuwe standplaatsen gaan aanleggen die voorzien in de woonbehoefte van woonwagenbewoners.

Het gelijkheidsbeginsel betekent niet alleen dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld, maar ook dat ongelijke gevallen ongelijk moeten worden behandeld. Het gaat hierbij om het aspect dat woonwagenbewoning en het leven in familieverband gefaciliteerd wordt. In maart 2018 volgde het advies van het College van de Rechten van de Mens (CRvdM). Het CRvdM stelt dat het leven in een woonwagen een essentieel onderdeel is van de woonwagencultuur; een cultuur die door mensenrechten wordt beschermd en als beschermd immaterieel erfgoed is erkend. Het Rijk, lokale overheden en woningcorporaties zijn verplicht om de cultuur van woonwagenbewoners te beschermen en te faciliteren. Gemeenten moeten daarom bij het huisvestingsbeleid rekening houden met woonbehoeften van woonwagenbewoners.

Definitie Woonwagenbewoners Het College voor de Rechten van de Mens (CRvdM) definieert woonwagenbewoners als volgt: “woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur.” Hieronder vallen zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers'. De groep ‘kermisexploitanten’ komt voort uit de groep ‘reizigers’. In essentie verwijst deze definitie naar mensen die qua afstamming voortkomen uit bewoners die in een woonwagen wonen en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie in een woonwagen woont of heeft gewoond. Een formele registratie van de leden van de doelgroep wordt niet nodig en onwenselijk geacht.

Het oude woonwagenbeleid met aspecten als ‘normalisatie’ en ‘uitsterfbeleid’ is na deze cruciale internationale, Europese en nationale mensenrechtelijke uitspraken en ontwikkelingen onhoudbaar gebleken. Als reactie hierop verscheen, zoals hierboven al gemeld, op 12 juli 2018 het ‘Beleidskader

3

Woonwagenbewoner zoekt standplaats, rapport 2017/060 van de Nationale ombudsman

6/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van BZK. Hierin wordt aangegeven dat gemeenten in samenwerking met de corporatie(s) nieuwe standplaatsen moeten aanleggen conform de inventarisatie van de woonbehoefte onder huidige woonwagenbewoners en voormalige woonwagenbewoners die in het verleden gedwongen hebben moeten verhuizen naar een reguliere woning die willen terugkeren naar een woonwagen4 om het leven in familieverband mogelijk te maken. De eventuele uitbreiding van standplaatsen moet worden opgenomen in de gemeentelijke Woonvisie en in de Prestatieafspraken tussen gemeente, corporatie(s) en huurdersorganisaties. Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, dient binnen redelijke termijn kans te maken op een standplaats. In december 2020 gaf het CRvdM een oordeel in een procedure tegen de gemeente Den Haag. (RIS307739, Bijlage 3, Oordeel 2020-108). Het CRvdM oordeelt dat de gemeente het nieuwe woonwagenbeleid vanaf juli 2018 niet voldoende vorm heeft gegeven: Er zijn onvoldoende standplaatsen bijgekomen en de wachttijd voor een standplaats is veel langer dan bij een sociale huurwoning (volgens de meest recente schatting, SVH jaarmonitor 2022, afgerond 6 jaar voor een sociale huurwoning). Dit leidt naar het oordeel van het CRvdM tot een verboden onderscheid op grond van ras.

2. Huidige situatie 2.1 Beschrijving huidige woonwagenlocaties In de gemeente Den Haag zijn momenteel 233 standplaatsen verdeeld over 11 verschillende woonwagenlocaties en een aantal snipperlocaties met in totaal 8 standplaatsen. Het aantal standplaatsen is sinds 2009 gelijk gebleven. Van de huidige woonwagenlocaties zijn er drie in gemeentelijk bezit en de overige acht in bezit van een drietal woningcorporaties (t.w. Haag Wonen, Staedion en WoonInvest). De woningcorporaties verhuren de grond aan de woonwagenbewoners tegen een lage huurprijs (ca. €150,- tot €200,- per maand). Tot voor kort waren alle woonwagens, op één na, eigendom van de bewoners zelf. Met de recente aankoop van vier nieuwe huurwoonwagens door de gemeente, zijn er momenteel vijf sociale huurwoonwagens. De aanschaf van deze woonwagens was nodig om tegemoet te komen aan schrijnende woonsituaties (RIS309913). Het realiseren en exploiteren van wooneenheden is echter geen kerntaak van de gemeente. Conform de wettelijke taak van de woningcorporaties streven we naar een overname van deze sociale huurwoonwagens door de woningcorporaties. Het beheer over alle woonwagenlocaties wordt voor zowel de gemeentelijke locaties als die van corporaties uitgevoerd door de firma Nijbod. Na een aanbestedingsprocedure is in 2022 tussen de gemeente Den Haag en de firma Nijbod een nieuw contract gesloten voor het beheer.

Het beleid was erop gericht dat Vestia de drie overgebleven gemeentelijke woonwagenlocaties zou overnemen. Door grote financiële problemen bij Vestia is dit uiteindelijk niet doorgegaan. Met de Haagse opvolger van Vestia, Hof Wonen, is het gesprek over de overname opgestart in 2022. De overdracht van de gemeentelijke locaties wordt opgenomen in de prestatieafspraken met de woningcorporaties. In het schema hieronder volgt een overzicht van de verschillende locaties, het aantal (huur) standplaatsen en de verschillende eigenaren van de woonwagenlocaties.

4

Deze groep wordt in het vervolg van deze nota ‘Voormalig Woonwagenbewoners’ genoemd

7/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

Figuur 1 Woonwagenlocaties in Den Haag

Adres 1.

Energiestraat

Aantal (huur) standplaatsen 10

2.

Erasmusweg

18

Haag Wonen

3.

Isabellaland

18

Haag Wonen

4.

Strijpkade

5

Haag Wonen

5.

Guntersteinweg

15

Staedion

6.

Schapenatjesduin

18

Staedion

7.

Viaductweg

37

Staedion

8.

Bob Oosterhoeklaan Henricuskade

5

WoonInvest

34

Gemeente Den Haag (CVDH)

10. Jan Hanlostraat

35

Gemeente Den Haag (CVDH)

11. Tom Mandersstraat Snipperlocaties

38

Gemeente Den Haag (CVDH)

8

Verspreid over grondgebied Den Haag

Totaal

233 + 8 op snipperlocaties

9.

Eigenaar van locatie Haag Wonen

2.2 Bestemmingsplan Woonwagenlocaties 2009 Vooralsnog geldt het huidige bestemmingsplan ‘Woonwagenlocaties 2009’. In Den Haag vallen 10 van de 11 woonwagenlocaties onder dit bestemmingsplan. Hierin zijn de standplaatsen nauwkeurig ingemeten en bestemd. Daarnaast is er een apart bestemmingsplan voor de woonwagenlocatie Strijpkade en is er geen planologische bestemming voor de ‘snipperlocaties’. In deze bestemmingsplannen zijn geen afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Deze bieden daarmee geen juridische mogelijkheden voor de uitbreiding van het aantalstandplaatsen om invulling te geven aan de voorliggende Nota Haags woonwagenbeleid 2023. Om uitvoering te geven aan de voorliggende Nota Haags woonwagenbeleid 2023 is een aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk. (na 1 januari 2024 aanpassing van het omgevingsplan)

8/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

3. Beleid gemeente Den Haag Sinds 2014 is de maatschappelijke en politieke beschouwing van de woonwagencultuur door verschillende juridische uitspraken sterk veranderd. De beleidskaders en uitvoeringsinstrumenten met betrekking tot woonwagenbewoning zijn daarom toe aan vernieuwing. Voorgaande beleidskaders voldoen immers niet meer aan de recente juridische uitspraken. Met deze nota geeft de gemeente Den Haag richting aan het beleid voor woonwagenleven in overeenstemming met het mensenrechtelijk kader voor de komende jaren. Het beleid heeft vijf pijlers: 1. De uitbreiding van standplaatsen op bestaande en nieuwe locaties 2. Voldoende en gedifferentieerd woonwagen- en standplaatsaanbod 3. Toewijzing van standplaatsen op grond van het afstammingsbeginsel en het faciliteren van wonen in familieverband 4. Versterken interne slagkracht en samenwerking met externe stakeholders: woonwagenbewoners, corporaties, beheerorganisatie 5. Aandacht voor het welzijn van woonwagenbewoners

3.1 Uitgangspunten voor nieuw beleid Voor de ontwikkeling van het nieuwe woonwagenbeleid zijn verschillende rechtelijke uitspraken en het BZK-beleidskader van belang. In onderstaande tabel zijn belangrijke adviezen en uitgangspunten vanuit die verschillende kaders samengevat en wordt aangegeven op welke wijze de gemeente Den Haag hieraan uitwerking geeft: Advies vanuit BZK-Beleidskader

Uitwerking

De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid.

Opstellen Haags woonwagenbeleid (deze conceptbeleidsnota). Integratie daarvan in de nieuwe Woonvisie, huisvestingsverordening en Omgevingsvisie.

Het beleid houdt voldoende rekening met en geeft ruimte aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners.

Mensenrechtelijk kader als uitgangspunt voor deze nota en de implementatie ervan.

De behoefte aan standplaatsen wordt in kaart gebracht.

Inventarisatie van de woonbehoefte uitgevoerd in 2020 en elke 5 jaar actualiseren.

Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren.

Afspraken met corporaties bindend en blijvend vastleggen in de raamovereenkomst en prestatieafspraken. In raamovereenkomst 20192024 is opgenomen dat uiterlijk 2024 alle nog niet overgedragen locaties worden overgedragen aan de corporaties. Afspraken over wijze waarop een meer gevarieerde mix van huur- en koopstandplaatsen en huur- en koopwoonwagens kan worden gerealiseerd. In de raamovereenkomst 20192024 is opgenomen dat corporaties toewerken naar het voorzien in voldoende huurwoonwagens voor woonwagenbewoners die behoren tot de primaire doelgroep van corporaties.

9/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

In de nieuwe raamovereenkomst zullen opnieuw afspraken opgenomen worden welke jaarlijks verder gespecificeerd worden in de prestatieafspraken. De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen.

Uitbreiding van standplaatsen op bestaande en nieuwe locaties.

Een woningzoekende woonwagenbewoner moet binnen redelijke termijn kans maken op een standplaats.

In Den Haag streven we naar een redelijke termijn voor standplaatszoekenden, waarbij in verhouding tot het aanbod aan sociale huurwoningen voldoende standplaatsen aanwezig zijn met inachtneming van de specifieke beperkingen die het realiseren van woonwagens heeft ten opzichte van het realiseren van sociale huurwoningen. Het uitbreiden en verdichten van het aantal standplaatsen op bestaande locaties en uitbreiden van het aantal standplaatsen op verplaatsings- en nieuwe locaties beperkt de wachttijd voor een standplaats.

Het wonen in familieverband wordt gefaciliteerd.

Aanpassing toewijzingsbeleid en in vergunningverlening.

De voorliggende Nota Haags woonwagenbeleid 2023 volgt het beleidskader van BZK. Verder is deze Nota Haags woonwagenbeleid 2023 gebaseerd op en ingepast in bestaand landelijk en Haags woonbeleid. In de volgende paragrafen schetsen we voor de vijf pijlers van dit beleidsstuk wat de huidige context is en wat de doelen zijn.

3.2 Uitbreiding standplaatsen op bestaande locaties, verplaatsingslocaties en nieuwe locaties Het woonbehoefteonderzoek dat in 2020 is uitgevoerd laat zien dat er een tekort is aan woonwagens en woonwagenstandplaatsen. Om het aantal woonwagenstandplaatsen te vergroten zijn er twee mogelijkheden: 1) horizontaal uitbreiden en 2) verticaal uitbreiden. Voor alle vormen van uitbreiding geldt dat dit moet passen binnen de juridische, technische en ruimtelijke kaders die er zijn. Doelen uitbreiding 1. Op de bestaande woonwagenlocaties wordt op korte termijn, waar mogelijk, uitbreiding van standplaatsen gerealiseerd in samenspraak met de bewoners van de specifieke locatie, op basis van de inventarisatie uit 2021. 2. Er wordt een pilot voor een woonwagenlocatie gestart om te onderzoeken in hoeverre de oplossingsrichting met verticale uitbreiding kan bijdragen aan de toevoeging van extra wooneenheden op bestaande woonwagenlocaties, waarbij ruimtelijke, technische en juridische aspecten en participatie van woonwagenbewoners en omwonenden worden meegenomen. 3. Er wordt binnen nu en 5 jaar één a twee verplaatsingslocaties ingericht in Den Haag, zowel voor zowel de verplaatsing van de Energiestraat als tegemoetkomend aan de behoefte aan

10/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

4. 5.

standplaatsen voor inwonende (klein)kinderen van andere locaties en voormalig woonwagenbewoners. (20-30 standplaatsen) Om de woonbehoefte zo actueel mogelijk in beeld te houden wordt deze om de vijf jaar gemonitord. De ambitie is om binnen 5-10 jaar, indien de behoefte zo groot blijft, een nieuwe locatie met minimaal 20-30 standplaatsen in te richten in Den Haag of de regio Haaglanden. Beschikbare, geschikte ruimte is voor de gemeente Den Haag een kritische succesfactor.

3.2.1 Inventarisatie woonbehoefte De gemeente Den Haag heeft in 2020 een woonbehoefteonderzoek laten uitvoeren door adviesbureau Be Flex (RIS307739, Bijlage 1, rapportage ‘Uitkomsten inventarisatie woonbehoefte woonwagenstandplaatsen 2020’). In totaal zijn 179 bewoners geïnterviewd, waarvan 166 woonachtig in Den Haag. De interviews zijn afgenomen bij woonwagenbewoners die op een standplaats wonen (soms met meerdere generaties onder een dak), woonwagenbewoners die in het verleden gedwongen naar een woning zijn verhuisd. Van deze groep staat slechts een deel ingeschreven op de wachtlijst en daarnaast zijn er nog andere woonwagenbewoners die wel op de wachtlijst staan, maar niet tot deze twee categorieën behoren. Van de 166 geïnterviewden uit Den Haag hadden er 73 behoefte aan een standplaats, waarvan 49 ingeschreven stonden op de wachtlijst.

ingeschreven in de wachtlijst

49

93

niet ingeschreven in de wachtlijst

24 Wil niet verhuizen

Wil verhuizen

Figuur 2 Behoefte aan standplaatsen binnen Den Haag

Differentiatie in aanbod Binnen de 73 geïnterviewden die behoefte hebben aan een standplaats willen 58 huishoudens een huurstandplaats, waarvan 40 een huurstandplaats met een huurwoonwagen en 18 een huurstandplaats met een eigen woonwagen en hebben 15 huishoudens behoefte aan een standplaats in eigendom met een eigen woonwagen.

40 15

huurstandplaatse n standplaats in eigendom

58 18

huurwoonwagen eigen woonwagen

Figuur 3 Differentiatie in aanbod standplaatsen en woonwagens

Toekomstige behoefte aan woonwagenstandplaatsen Op basis van de leeftijd van de op de standplaats wonende geïnterviewden in combinatie met de gemiddelde leeftijdsverwachting kan verwacht worden dat er zo’n 32 standplaatsen binnen 25 jaar vrijkomen. Er wonen in totaal 5 kinderen in de leeftijd tussen 15 en 21 jaar. Zij zullen op middellange termijn (1-5 jaar) een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats. Daarnaast wonen er in totaal zo’n 22 kinderen tot 15 jaar. Zij zullen op lange termijn (5-20 jaar) mogelijk een verzoek doen voor wonen op een woonwagenstandplaats.

11/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

Onderverdeling interesse woonwagenstandplaatsen Globaal zijn de 73 belangstellenden voor een standplaats onder te verdelen in drie groepen, waarbinnen de geïnterviewden al dan niet zijn ingeschreven op de wachtlijst: − Inwonende kinderen o 36 kinderen die bij de ouder(s) inwonen. Vanaf 18 jaar kunnen ze zich inschrijven als belangstellende voor een eigen standplaats. -

Voormalig Woonwagenbewoners o Een deel van de belangstellenden (m.n. afkomstig van de voormalige locatie Escamplaan) woont nu in een huis, aangezien hun locatie destijds ontmanteld is, en wil terugkeren naar een standplaats (28 personen).

− Bewoners van de locatie Energiestraat o De locatie Energiestraat heeft in totaal 10 standplaatsen waarvan de bewoners willen verhuizen naar een nieuwe locatie. Deze bewoners hebben de toezegging gekregen als eersten te zullen verhuizen naar een nieuw te ontwikkelen locatie.

Inwonende kinderen Spijtoptanten' Energiestraat

Concluderend kan gesteld worden dat er op dit moment behoefte is aan circa 80 aanvullende woonwagenstandplaatsen. De Figuur 4 Onderverdeling interesse woonwagenstandplaatsen verwachting is dat de behoefte aan standplaatsen de komende 25 jaar ongeveer gelijk zal blijven door natuurlijk verloop. Niet alle woonwagenbewoners en voormalig woonwagenbewoners hebben echter meegedaan aan het woonbehoefteonderzoek, in werkelijkheid kan de behoefte hoger zijn. Om de woonbehoefte beter in beeld te hebben en houden, zullen we dit onderzoek in 2025 opnieuw uitvoeren. 3.2.2 Horizontaal uitbreiden: Realisatie nieuwe standplaatsen op bestaande en nieuwe locaties Gezien de omvangrijke behoefte aan standplaatsen, volgend uit het woonbehoefteonderzoek, de omvang van de wachtlijst en de lange wachttijden, is het doel om ca. 80 nieuwe standplaatsen te realiseren. Waarvan ca. 40 binnen vijf jaar en aanvullend ca. 40 binnen 5-10 jaar, wanneer de behoefte nog steeds evident is. De onderbouwing van 80 nieuwe standplaatsen is gebaseerd op drie relevante aspecten: Op de gemeentelijke wachtlijst stonden op 1-1-2023 in totaal 230 belangstellenden voor een standplaats geregistreerd. De wachtlijst is echter verouderd en vervuild. Het bevat dubbeltellingen in de regio (bewoners die zich bij meerdere gemeenten in de regio inschrijven voor een standplaats).

Ook staan er bewoners op de wachtlijst die buiten Den Haag wonen op een standplaats, maar graag willen verhuizen naar een standplaats in Den Haag. Aan de andere kant is duidelijk dat niet iedere belangstellende zich daadwerkelijk heeft ingeschreven (blijkt uit o.a. individuele gesprekken met diverse bewoners). In een sommatie aan de gemeente Den Haag in 2021 stelden enkele woonwagenbewoners, dat de 110 standplaatsen die ontmanteld zijn in de periode tussen 2000-2009 onverkort terug moeten komen. Hiertoe hebben zij, georganiseerd in een stichting, in november 2022 een bodemprocedure gestart bij de rechtbank Den Haag. Het woonbehoefteonderzoek komt uit op een behoefte aan 73 nieuwe standplaatsen. Het woonbehoefteonderzoek is echter niet onder alle bewoners afgenomen (door weigering, meermalen niet thuis aangetroffen, etc.). De behoefte kan dan ook hoger liggen.

12/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

Uit een locatie-inventarisatie en onderzoek naar mogelijkheden voor uitbreiding op bestaande locaties uit 2019 en 2021 is gebleken dat er mogelijk 18 standplaatsen op bestaande locaties toegevoegd kunnen worden. Uitgaande van een totale behoefte van 80 betekent dit dat er minimaal 60 nieuwe standplaatsen op nieuwe locaties nodig zijn. Er is in 2021 een verkenning gedaan naar potentiële locaties, mede op basis van door bewoners voorgestelde en aangedragen potentiële locaties. Uit deze verkenning is slechts een beperkt aantal locaties naar voren gekomen die ‘bestemmingsvrij’ zijn en min of meer kansrijk zijn om nader onderzocht te worden of uitbreiding daadwerkelijk mogelijk en haalbaar zijn. De gemeente zet zich in om op korte termijn (0-5 jaar) één a twee (verplaatsings)locaties te ontwikkelen, in de eerste plaats voor de verplaatsing van de Energiestraat, maar ook tegemoetkomend aan de behoefte aan standplaatsen voor inwonende (klein)kinderen van andere locaties en voormalig woonwagenbewoners (20-30 standplaatsen). Op de middellange termijn wordt er gezocht naar aanvullende locaties in samenspraak met o.a. de regiogemeenten naar gelang de vraag naar woonwagenstandplaatsen. 3.2.3 Verticaal uitbreiden: meer mogelijkheden in het bouwvolume van woonwagens Er is behoefte aan uitbreiding van wooneenheden op bestaande woonwagenlocaties.

Een mogelijkheid om binnen deze locaties tot meer wooneenheden te komen, zou het plaatsen van een extra wooneenheid in de vorm van een verdieping boven op de bestaande woonwagen kunnen zijn, mits dit binnen de juridische kaders past. De omvang van de behoefte aan verticale uitbreiding is op dit moment niet precies bekend. Deze oplossingsrichting kan het wonen in familieverband bevorderen en is om deze reden een interessante oplossingsrichting voor de volgende generatie woonwagenbewoners. Ook is de beschikbare horizontale ruimte voor uitbreiding op de huidige locaties beperkt en zijn de mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingslocaties binnen Den Haag schaars. In hoeverre en in welke mate uitbreiding van de bouwhoogte mogelijk is, dient nader onderzocht te worden en kan per woonwagenlocatie verschillen. Dit hangt af van de technische aspecten (bijvoorbeeld door noodzakelijkheid van een fundering door gewichtstoename), juridische aspecten en ruimtelijke inpassing zoals het beeldkwaliteitskader. Om daar zicht op te krijgen zal eerst een verkenning van de mogelijkheden worden uitgevoerd. Middels een pilot verkenning op één woonwagenlocatie kan er geëxperimenteerd worden in hoeverre deze oplossingsrichting kan bijdragen aan de opgave van extra wooneenheden.

Als deze oplossingsrichting succesvol blijkt, kan er worden verkend voor locaties - waar interesse erin is – op welke verschillende wijzen de extra wooneenheden kunnen worden gerealiseerd en wat elke locatie nodig heeft voor technische- en ruimtelijke inpassing van de extra wooneenheden. Om verticale uitbreiding mogelijk te maken, is ook een actualisatie van het bestemmingsplan/omgevingsplan nodig (zie sectie 3.2.4). Het bestemmingsplan geeft bouwvoorschriften voor bijvoorbeeld de maximale hoogte, de toegestane bouwoppervlakte, de breedte en lengte van de woonwagen en de ruimte tussen woonwagens. 3.2.4 Wijziging bestemmingsplan/omgevingsplan Het mensenrechtelijk kader dat geldt voor woonwagenbewoning was nog niet zodanig uitgekristalliseerd ten tijde van het vaststellen van de momenteel geldende bestemmingsregels daterend uit 2009 (zie sectie 2.2). Om uitvoering te kunnen geven aan deze Nota Haags Woonwagenbeleid 2023 en het aantal standplaatsen uit te breiden is juridische verankering in ruimtelijke plannen noodzakelijk. Dit vraagt een actualisatie van het bestemmingsplan. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 biedt hier nieuwe mogelijkheden toe. De actualisatie van het bestemmingsplan, in de vorm van het nieuw te ontwikkelen omgevingsplan, zal de

13/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

insteek hebben om de uitbreiding van standplaatsen mogelijk te maken, conform de vereiste vanuit het mensenrechtelijk kader om te voorzien in voldoende standplaatsen. Tijdens dit proces onderzoeken we of woonwagenbewoners meer mogelijkheden voor verticale uitbreiding van het aantal wooneenheden kunnen krijgen. Tot slot wordt onderzocht of overige ruimtelijke regels overeenkomen met vereisten voor reguliere woningen in een vergelijkbare stedenbouwkundige context en wordt de planologische verankering van de acht snipperlocaties nader onderzocht. 3.2.5 Innovatieve oplossingen De woningnood voor meer doelgroepen dan alleen woonwagenbewoners, noopt om op creatieve en innovatieve wijze meer mogelijkheden voor uitbreiding te zoeken. Vandaar dat ook het verkennen van verticale uitbreiding in deze nota is opgenomen. Daarnaast is het nodig om nieuwe woonwagens toekomstbestendig te ontwikkelen en waar mogelijk met efficiënt ruimtegebruik. Bij de uitbreidingsplannen wordt daarom ook, in samenspraak met bewoners, gezocht naar innovatieve ontwerpen voor woonwagens.

3.3 Voldoende gedifferentieerd aanbod in woonwagens en standplaatsen Momenteel is er geen keuze in het aanbod van huur/koop standplaatsen en huur/koop woonwagens. In vrijwel alle situaties is sprake van huurstandplaatsen en koopwoonwagens in eigendom van bewoners. In de toekomst wordt gestreefd naar een meer gedifferentieerd aanbod in standplaatsen en woonwagens al naar gelang er behoefte aan is. Deze behoefte is aanwezig zoals uit het behoefteonderzoek van Be Flex 2020 is gebleken, namelijk 79% huurstandplaatsen en 21% koopstandplaatsen. Binnen de huurstandplaatsen is behoefte aan 70% huurwoonwagens en 30% eigen woonwagens. 3.3.1 Verantwoordelijkheden gemeente en corporaties Gemeente en woningcorporaties zijn verantwoordelijk om zowel beleidsmatig als praktisch te zorgen voor adequate huisvesting voor woonwagenbewoners. De gemeente is verantwoordelijk voor het beleid, de bestemming van de locaties en koop/erfpachtstandplaatsen. De woningcorporaties hebben de wettelijke taak om te zorgen voor het bouwen, verhuren en beheren van woningen voor huurders die tot hun primaire doelgroep behoren. Corporaties hebben de kennis en expertise in huis om op te treden als goede en sociale verhuurder van standplaatsen. Het gemeentelijk beleid is erop gericht hiervoor het juiste kader te scheppen en toe te zien dat genoemde taak ook door de woningcorporaties wordt verricht.

Voor woonwagenbewoners die niet tot de primaire doelgroep behoren, vereist het mensenrechtelijk kader dat de gemeente aanvullende maatregelen treft om te voorzien in voldoende (koop-)standplaatsen (artikel 75 van de Woningwet)5. De gemeente zal faciliteren dat standplaatsen in eigendom6 worden uitgegeven. Afspraken over de verantwoordelijkheden van gemeente en corporaties staan vastgelegd in de raamovereenkomst 2019-2024 en de jaarlijkse prestatieafspraken en worden hierin blijvend verankerd. De gemeente Den Haag zal de corporaties vragen de huisvesting van woonwagenbewoners die behoren tot hun primaire doelgroep en het beheer van woonwagenlocaties op 5

Artikel 75 van de Woningwet: 1. Burgemeester en wethouders kunnen, ingeval dit noodzakelijk is voor het naar behoren uitvoeren van deze wet, besluiten rechtstreeks van gemeentewege voorzieningen in het belang van de volkshuisvesting te treffen. 2. Indien ter uitvoering van het eerste lid van gemeentewege woongelegenheden worden gebouwd, geschiedt dit slechts, indien aannemelijk is, dat door het bouwen van woongelegenheden door toegelaten instellingen niet voldoende in de woonbehoefte wordt voorzien.

6

Het recht van opstal voorkomt dat de eigenaar van de grond automatisch (door ‘natrekking’) eigenaar wordt van alles wat daarmee is

verbonden zoals een woonwagen. Dit recht kan worden gekoppeld aan de duur van het huurcontract.

14/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

te nemen in hun volkshuisvestelijk bod in het kader van de jaarlijkse prestatieafspraken. In actuele schrijnende situaties leveren we tot die tijd in overleg met de corporaties en beheerorganisatie maatwerk. Het gaat hierbij om situaties met een combinatie van factoren en zaakspecifieke, meer op zichzelf staande omstandigheden die niet op voorhand indicatief zijn voor een vervolg. 3.3.2 Huurstandplaatsen en koopwoonwagens Momenteel zijn alle standplaatsen in Den Haag huurstandplaatsen die worden verhuurd door de gemeente of een woningcorporaties. Daarnaast zijn bijna alle woonwagens in 2023, op vijf na, eigendom van de woonwagenbewoners zelf. In bijna alle gevallen is er dus sprake van de combinatie van huurstandplaatsen met koopwoonwagens. Dit impliceert weinig keuze in het aanbod. Dit is anders dan bij reguliere woningen, waar wel een onderscheid bestaat tussen koop en huur, en bij huurwoningen nog onderscheid zoals sociale huur en middenhuur. Verder heeft deze constructie ook nadelige effecten voor woonwagenbewoners, bijvoorbeeld wanneer een woonwagenbewoner van een huurstandplaats vertrekt of overlijdt: als de standplaats volgens de nieuwe toewijzingsregels niet kan worden toegewezen aan derden of familieleden die de koopwoonwagen overneemt, moet de koopwagen van de huurstandplaats verwijderd worden.

Ook dat verschilt van de situatie bij een reguliere koopwoning of huurwoning waar de woning na het vertrek of overlijden niet verwijderd hoeft te worden. Uit het woonbehoefteonderzoek blijkt dat er vraag is naar meer differentiatie in het aanbod aan standplaatsen (huurwoonwagens en koopstandplaatsen). Den Haag wil deze differentiatie faciliteren. De uitwerking hiervan wordt nader onderzocht in samenwerking met de woningcorporaties. 3.3.3 Huurafhankelijk recht van opstal Het vestigen van een huurafhankelijk recht van opstal op die huurstandplaatsen waarop een eigendomswoonwagen is geplaatst, is noodzakelijk voor een heldere scheiding van eigendom, verplichtingen en verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld op het gebied van verzekeringen en belastingen. Dit vloeit ook voort uit de jurisprudentie en is mede nodig zodat OZB-belastingen (onroerendezaakbelasting) rechtstreeks aan de eigenaar van de woonwagen kunnen worden opgelegd en ook om verticale natrekking te voorkomen (‘de eigenaar van de grond is ook eigenaar van de hierop geplaatste opstallen c.q. woonwagens’). De uitwerking hiervan wordt nader onderzocht in samenwerking met de woningcorporaties. 3.3.4 Huurstandplaatsen en huurwoonwagens De gemeente Den Haag verhuurt momenteel 5 huurwoonwagens. Een van de huurwoonwagens wordt al voor langere tijd verhuurd.

De overige vier huurwoonwagens zijn recent aangeschaft voor specifieke urgente woonsituaties. Deze huurwoonwagens worden nu sociaal verhuurd door de gemeente. Dit wordt gezien als een maatwerkvoorziening. Na aanschaf van de huurwoonwagens zijn meerdere aanvragen vanuit woonwagenbewoners binnengekomen voor een sociale huurwoonwagen. De verwachting is verder dat meerdere koopwoonwagens op niet al te lange termijn vanwege de technische en functionele staat na 40-50 jaar moeten worden afgeschreven. Het is echter bij veel banken voor woonwagenbewoners niet mogelijk een hypotheek te verkrijgen voor een nieuwe of zelfs tweedehandse woonwagen, ondanks de mogelijkheid binnen de Nationale Hypotheek Garantie. Daarom zal naar verwachting de behoefte aan huurwoonwagens in de toekomst toenemen. Zoals gezegd zijn de corporaties verantwoordelijk voor de standplaatsen en woonwagens voor huurders die tot hun primaire doelgroep vallen. In de gesprekken in het kader van de prestatieafspraken zal deze verantwoordelijkheid worden besproken en zullen er nadere afspraken gemaakt worden met de woningcorporaties, zo mogelijk ook andere corporaties dan de reeds betrokken corporaties. Het is de bedoeling dat de huidige huurwoonwagens van de gemeente ook worden overgedragen aan de corporaties.

15/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

3.3.5 Verkrijgen van standplaatsen en koopwoonwagens De gemeente onderzoekt de mogelijkheden om woonwagenstandplaats in erfpacht uit te geven dan wel te verkopen. Een nadere uitwerking hiervan volgt. Didamarrest Indien de gemeente gronden wil verhuren, verkopen dan wel in erfpacht uitgeven, is de gemeente als overheidslichaam gebonden aan de verplichtingen die volgen uit het Didam-arrest. Op basis van dit arrest dient de gemeente ruimte te bieden aan (potentiële) geïnteresseerden om mee te dingen naar de verkrijging van de standplaats7. Daartoe wordt een openbare selectieprocedure georganiseerd waarbij de gemeente selectiecriteria mag stellen aan de (potentiële) geïnteresseerde koper/erfpachter/huurder. Indien op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de verkrijging van de standplaats, kan de gemeente afzien van een selectieprocedure. In dat geval dient het voornemen van verkoop, verhuur of uitgifte in erfpacht aan de enige serieuze gegadigde in het Gemeenteblad te worden gepubliceerd. Op basis van het gemeentelijk beleid omtrent de toewijzing van woonwagenstandplaatsen kan mogelijk, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, tot een enige serieuze gegadigde worden gekomen.

In de publicatie dient in dat geval gemotiveerd te worden waarom de kandidaat op basis van het gemeentelijk beleid als enige serieuze gegadigde wordt aangemerkt. In alle andere gevallen zal er een openbare selectieprocedure moeten worden toegepast. De voornoemde verplichtingen die uit het Didam-arrest voortvloeien, gelden in principe ook als een gemeente een woonwagenstandplaats wil verkopen, verhuren of in erfpacht wil uitgeven. Dit betekent dat bij iedere voornoemde rechtshandeling inzake een woonwagenstandplaats een zorgvuldige uitvoering van eerder vastgesteld beleid belangrijker dan ooit is. Transparant beleid, binnen de kaders van de wet, uitgevoerd volgens eerder vastgestelde beginselen en duidelijke communicatie met de doelgroep (in principe de geïnteresseerden) zorgt ervoor dat de gemeente naar vertrouwen kan handelen.

3.4 Toewijzing woonwagenstandplaatsen De gemeente beheert het gemeentelijk register voor standplaatszoekenden. Voor deze Haagse wachtlijst bestaan als inschrijvingscriteria: meerderjarigheid, geldige verblijfsstatus en inschrijving in de basisregistratie. Om te bevorderen dat alleen serieuze gegadigden zich inschrijven en de lijst actueel blijft zullen in de toekomst jaarlijks leges worden geheven. De verlenging en de volgorde van inschrijving worden dan jaarlijks geactualiseerd, zoals bij regulier woningzoekenden. Sinds 2015 vond de toewijzing van standplaatsen plaats op basis van eventuele verleende herstructureringsurgentie en de plaats op de wachtlijst. Een belangrijk aspect van de culturele identiteit van de woonwagenbewoner zijn de sterke sociale en familieverbanden. Dit uit zich in het gegeven dat woonwagenbewoners, van oudsher, veelal in families bij elkaar op één woonwagenlocatie wonen. Het beleidskader van BZK stelt hierover:

“bij daadwerkelijke toewijzing van een standplaats is het gewenst om rekening te houden met de mogelijkheid voor woonwagenbewoners om in familieband te kunnen samenleven. Daarom is te overwegen om voorrang te verlenen aan (in volgorde): volwassen kinderen (op volgorde van leeftijd) van dezelfde locatie die nog bij hun ouders wonen en eerstegraads-familieleden van bewoners van de locatie. Bij de toewijzing kan worden overwogen een ingestelde bewonerscommissie te laten adviseren”.

7

Hoge Raad 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778.

16/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

Om het samenleven in familieverband te faciliteren is in 2019 is de huisvestingsverordening gewijzigd en werd “het samenleven in familieverband” als nieuw criterium toegevoegd, naast de drie bestaande criteria. In de toelichting op deze aanvulling werd verwezen naar het mensenrechtelijk kader uit het Beleidskader van BZK uit 2018. Uit contacten met woonwagenbewoners blijkt dat binnen de woonwagenwereld verschillend wordt gedacht over de relatieve zwaarte van de criteria. Men vindt algemeen wel dat een inwonend kind voorrang heeft. Maar over de volgorde tussen inwonende kleinkinderen, niet- inwonende kinderen en andere familieleden bestaat geen eensgezindheid. In vervolg op de participatie met de bewoners zullen wij de volgorde van de verschillende categorieën verder uitwerken. Verder nemen we het initiatief om in overleg te gaan met de regiogemeenten en corporaties over een regionaal toedelingssysteem, mogelijk met urgentiecategorieën, zoals dat bestaat voor sociale huurwoningen. 3.4.3 Huisvestingswet en huisvestingsverordening De Huisvestingswet is een instrument om de eerlijke en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte te reguleren. Het gemeentelijk beleid is gericht op het wegnemen van schaarste.

Met een wijziging van de Huisvestingsverordening kunnen additionele toewijzingsregels voor vrijkomende woonwagenstandplaatsen om het samenleven in familieverband mogelijk te maken juridisch specifieker worden verankerd.

3.5 Interne en externe slagkracht 3.5.1 Participatie woonwagenbewoners en omwonenden Zoals in alle stedelijke ontwikkelingsprojecten is participatie van huidige en toekomstige bewoners en omwonenden een vereiste. Zo ook in dit woonwagendossier. De participatie van de woonwagenbewoners is reeds gestart met het proactief afnemen van interviews met woonwagenbewoners in het kader van het woonbehoefteonderzoek begin 2020. De inzichten uit dit onderzoek hebben ook als uitgangspunt gediend voor de gemeente om het gesprek met woonwagenbewoners aan te gaan in 2021. Bij het realiseren van nieuwe standplaatsen op bestaande en nieuwe locaties worden zowel woonwagenbewoners als omwonenden en andere belanghebbenden in een vroeg stadium betrokken. Daarnaast willen we een structureel overleg opzetten met een afvaardiging van woonwagenbewoners. Wij zullen woonwagenbewoners hiervoor uitnodigen. De kaders van het Haags Participatiebeleid zijn hiervoor leidend en krijgen een nadere invulling die past bij de ruimtelijke ontwikkeling van woonwagenlocaties. 3.5.2 Samenwerking met externe stakeholders in Den Haag We gaan een stedelijk overleg met een kerngroep van betrokken stakeholders opstarten (of hiervoor het bestaande vehikel Stichting woonwagenlocaties Den Haag benutten) en structureel verankeren, zodat partijen met elkaar in verbinding blijven.

Naast de gemeente Den Haag zijn hierin in ieder geval vertegenwoordigd een afvaardiging van woonwagenbewoners van verschillende locaties, betrokken woningcorporaties en beheerorganisaties. Uitvoeringsaspecten uit dit beleidsstuk worden hierin besproken. Naast het stedelijk overleg zullen er op de afzonderlijke locaties overleggen plaatsvinden om woonwagenlocatie-specifieke zaken te bespreken. Er vindt terugkoppeling plaats tussen het stedelijk overleg en de locatie specifieke overleggen. Het uitgangspunt is dat woonwagenbewoners eigenaarschap verkrijgen en hun behoeften kenbaar kunnen maken.

17/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

3.5.3 Prestatieafspraken In het stedelijke overleg worden speerpunten benoemd, die opgenomen worden in de jaarlijkse cyclus van prestatieafspraken tussen woningcorporaties, gemeente en huurderorganisatiesi, zodat de belangen van woonwagenbewoners ook hierin worden verankerd en aandachtspunten voor afspraken met de beheerorganisatie overeenkomen. Met de woningcorporaties worden in de nieuwe raamovereenkomst (2024-2028) en prestatieafspraken verder nadere afspraken gemaakt over de overdracht van het beheer van de woonwagenlocaties vanuit de gemeente aan de corporaties. Nu is bijna de helft van de standplaatsen nog in beheer van de gemeente. Ook worden afspraken gemaakt over de wijze waarop tot een meer gevarieerde mix van huur- en koopstandplaatsen en huur- en koopwoonwagens te komen al naar gelang er vraag naar is. 3.5.4 Samenwerking met externe stakeholders buiten Den Haag In het kader van de regionale woonzorgvisie wordt de samenwerking met regiogemeenten op het gebied van Woonwagenstandplaatsen verder vormgeven. Ook staan we in verbinding met de ontwikkelingen binnen de Rijksoverheid, VNG en kennisorganisaties op het gebied van Woonwagenbewoning. 3.5.5 Beheer, onderhoud en handhaving Het beheer en onderhoud van de woonwagenstandplaats (en woonwagen) is de verantwoordelijkheid van de eigenaar-bewoners, corporaties en gemeente.

De gemeente en corporaties hebben een overeenkomst met een externe beheerorganisatie voor de uitvoering van het beheer een onderhoud. Deze partijen staan gezamenlijk voor het doel dat de woonwagenlocaties schoon, heel en veilig zijn én ook blijven. Een woonwagenlocatie dient te voldoen aan alle wettelijke kaders. Bij het niet voldoen aan de wettelijke kaders wordt handhaving daar waar mogelijk is samen aangepakt. 3.5.6 Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. In deze wet valt een woonwagen als subgebruiksfunctie onder de gebruiksfunctie Woonfunctie. Het Bouwbesluit komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving). Dit Besluit bevat regels waaraan een Woonwagen en de omgeving van een woonwagen moet voldoen. 3.5.7 Handhaving Als wettelijke regels of vergunningvoorschriften niet worden nageleefd bieden de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheden om sanctionerend op te treden met een last onder bestuursdwang en/of het opleggen van een last onder dwangsom. Het optreden is er in beginsel op gericht de illegale situatie ongedaan te maken en herhaling te voorkomen.

18/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

3.6 Aandacht voor het welzijn van woonwagenbewoners De focus van deze conceptbeleidsnota is de huisvesting van woonwagenbewoners. Naast huisvesting is het belangrijk andere sociaal/maatschappelijke aandachtspunten aan de orde te stellen. Als onderdeel van de woonzorgvisie zal een specifiek welzijnsplan voor woonwagenbewoners nader worden uitgewerkt. Nederland heeft van de Europese Unie de opdracht gekregen om met een monitor in kaart te brengen hoe het staat met de sociale inclusie van Roma en Sinti in Nederland. Sinds 2013 wordt om het jaar onderzoek gedaan in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In 2020 verscheen de meest recente Monitor Sociale Inclusie: meting 4, de derde vervolgmeting naar de woonen leefomstandigheden van Roma en Sinti in Nederland. Uit de metingen blijkt dat er sprake is van enige verbetering, maar dat woonwagenbewoners vaak nog steeds een achterstandspositie hebben ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. Dit betreft dan onder meer het niveau van huisvesting, arbeidsparticipatie, onderwijs, gezondheid en veiligheid. Het welzijnsplan voor woonwagenbewoners zal op deze aspecten ingaan.

4. Uitvoering van deze conceptbeleidsnota De ambitie is om te komen tot 808 nieuwe standplaatsen, binnen de planologische, technische en juridische mogelijkheden en met participatie van woonwagenbewoners en omwonenden. Om tot een realisatie van de opgave te komen en uitvoering te geven aan deze conceptbeleidsnota zal een uitvoeringsplan opgesteld worden inclusief een voorlopige planning. De ontwikkeling van locaties in de actiepunten 1.1 tot en met 1.4 gaat gepaard met investeringen. Per onderdeel zal een businesscase worden uitgewerkt met dekking voor de onrendabele top. Het uitvoeringsplan zal ingaan op onderstaande inventarisatie van benodigde activiteiten. Onderstaande lijst is slechts een eerste inventarisatie en geeft een prioritering van de activiteiten voor de korte termijn, maar nog is niet volledig of definitief. Vanuit de vijf pijlers zijn de volgende acties voor de komende periode voorzien: 1.

Uitbreiden standplaatsen 1.1. Verplaatsing locatie Energiestraat naar nieuwe locatie (permanent) 1.2. Uitbreiding standplaatsen op bestaande locaties 1.3. Pilot verticale uitbreiding standplaatsen op een van de locaties 1.4. Uitbreiding standplaatsen op 2 nieuwe locaties binnen 5 jaar (waaronder de verplaatsingslocatie van de Energiestraat en 20-30 aanvullende standplaatsen) 1.5. Elke 5 jaar monitoren behoefte aan nieuwe standplaatsen 1.6. Uitbreiding standplaatsen op 1 à 2 nieuwe locaties binnen 5 tot 10 jaar (indicatief 20-30 standplaatsen) naar gelang de behoefte in afstemming met de regiogemeenten. 1.7. Wijziging standplaatsmogelijkheden in bestemmingsplannen/omgevingsplan aan het geactualiseerde woonwagenbeleid.

2.

Voldoende gedifferentieerd aanbod 2.1. Overdracht gemeentelijke woonwagenlocaties aan woningcorporaties 2.2. Binnen afzienbare termijn uitbreiden van het aantal huurwoonwagens conform de behoefte/noodzaak eraan door corporaties mogelijk maken.

8

Waarvan ca. 40 binnen vijf jaar en aanvullend 20-40 binnen 5-10 jaar, wanneer de behoefte nog steeds evident is.

19/20

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10603841

2.3. Mogelijk maken standplaatsen in eigendom te vergeven (bijvoorbeeld via erfpachtconstructies) 3.

Toewijzing van standplaatsen 3.1. Aanpassen toewijzings- en wachtlijstsystematiek. 3.2. Wijziging huisvestingsverordening

4.

Interne en externe slagkracht 4.1. Interne organisatie op orde brengen 4.2. Opbouwen overleg- en participatiestructuur op stedelijk- en locatiespecifiek niveau 4.3. Afstemmen met uitvoeringspartners, regio, ministerie BZK.

5.

Aandacht voor welzijn Nader uit te werken.

Na vaststelling van de nota, zullen deze acties samen met bewoners en partners verder uitgewerkt worden. Voortgangsrapportage Jaarlijks zal de voortgang omtrent deze conceptbeleidsnota in de jaarlijkse rapportage woonagenda worden opgenomen en aan de raad worden aangeboden.

20/20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13278094/1