RIS316671 Toelichting vaststellen verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Saskia Bruines Wethouder van Financiën, Cultuur, Economische ontwikkeling
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10605244 RIS316671 Contactpersoon
Ilse Rijneveld Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Monumentenzorg & Welstand Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
10 oktober 2023
ilse.rijneveld@denhaag.nl
Onderwerp
Toelichting vaststellen verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag
Geachte voorzitter, Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Met de inwerkingtreding van deze wet vervalt de juridische grondslag voor de Bouwverordening en daarmee voor de Welstands- en Monumentencommissie. Dit betekent dat de raad voor 1 januari 2024 de verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024 (hierna: verordening) moet vaststellen. Deze adviescommissie adviseert bij aanvragen om omgevingsvergunningen, bij vooroverleggen en bij het aanwijzen van monumenten en beschermde stadsgezichten. Als de raad de verordening in 2023 niet vast zou stellen, kunnen wij per 1 januari 2024 aangevraagde omgevingsvergunningen niet toetsen aan het welstandsbeleid en kunnen wij geen vergunningen meer verlenen voor het wijzigen van rijksmonumenten. Dat willen wij voorkomen met dit raadsvoorstel. Bestuurlijk traject Wij hebben de afgelopen jaren meerdere stukken ten aanzien van het instellen van de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag aan u voorgelegd. Aanvankelijk hadden wij gekoerst op een inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet op 1 januari 2023. Het eerdere voorstel riep vragen bij u op. Waar mogelijk zijn deze vragen beantwoord in de commissiebrief Samenhang Omgevingswet, kwaliteitsstelsel en Adviescommissie omgevingskwaliteit, 9 juni 2023 (RIS 315533).
Naar aanleiding van de eerdere bespreking hebben wij een nieuwe conceptverordening opgesteld en hebben wij het oude voorstel ingetrokken. De nieuwe commissie neemt zoveel mogelijk de taken van de oude Welstands- en Monumentencommissie over. De belangrijkste wijzigingen in dit voorstel zijn het inspraakrecht, de deskundigheid van de leden en de advisering aan de raad. Overige mogelijke wijzingen zullen op een later moment alsnog aan de raad worden voorgelegd. Er is in het kader van de verordening gesproken met de partners van het Haags Monumentenplatform. Enkele suggesties hebben geleid tot een verduidelijking in de verordening. Ook is aangegeven dat informatievoorziening van te behandelen plannen en gegeven adviezen verbeterd moet worden. Dit valt buiten deze verordening maar neemt de gemeente wel ter harte.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
Advisering ten aanzien van duurzaamheid Aan de vereiste deskundigheid van de commissie is kennis van verduurzaming toegevoegd. In de advisering wordt rekening gehouden met de opgave om te verduurzamen voor zover dit is opgenomen in het beleid waar de commissie aan moet toetsen. De commissie moet haar advies baseren op de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken (de welstandsnota). Op dit moment is de omgevingsvisie van de gemeente Den Haag nog niet vastgesteld. Het omgevingsplan is een omgevingsplan van rechtswege en bestaat onder andere uit de reeds vastgestelde bestemmingsplannen. Het college werkt eraan de gemeentelijke regels en procedures soepeler te maken waar dit kan voor bijvoorbeeld zonnepanelen op daken of buitenunits van warmtepompen. Inspraakrecht Ter verduidelijking is het spreekrecht van belanghebbenden tijdens de openbare vergadering expliciet opgenomen in de verordening (artikel 4.2 Vergadering en integriteit, lid 5). Adviseren aan de raad De commissie geeft onafhankelijk advies. Dit advies is bedoeld om de zorgvuldige besluitvorming van het college dan wel de raad te bevorderen. Dit betekent dat de commissie niet alleen het college adviseert.
Dit is conform eerdere toezegging aangepast in het conceptvoorstel voor de verordening (zie artikel 1.2 reikwijdte verordening en artikel 2.3 advies op initiatief van de commissie). Kwaliteitsstelsel De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om een adviescommissie een bredere taak te geven dan de huidige Welstands- en Monumentencommissie nu heeft. De commissie zou op andere momenten in het proces van ruimtelijke ontwikkelingen een grotere rol kunnen krijgen. De eventueel benodigde aanpassingen ten behoeve van een meer integraal kwaliteitsstelsel zijn nu nog niet opgenomen in de verordening. Op korte termijn zal de wethouder stedelijke ontwikkeling daarover eerst een werksessie met de raad gaan organiseren. Indien nodig zal de verordening hiertoe in een latere fase alsnog aangepast worden. Tot uiterlijk 2032 heeft de gemeente de tijd om de Omgevingswet te implementeren. De verordening anticipeert al wel op een verbrede adviesbevoegdheid van de commissie. Nu al is er in de verordening nadrukkelijk een mogelijkheid opgenomen dat de commissie gebruik maakt van haar bevoegdheid om ongevraagd te adviseren ten aanzien van omgevingskwaliteit. Ook nu al vindt er regelmatig afstemmingsoverleg plaats tussen stedenbouwkundigen en de adviescommissie. Dit overleg draagt bij aan een verbetering van de afstemming van kwaliteitsadvisering in de verschillende fases van de planvorming.
Overig In de verordening zijn technische wijzigingen doorgevoerd zoals het actualiseren van de naamgeving van de Monumentenverordening 2019 die zal worden omgezet naar een Erfgoedverordening 2024. VNG model Het instellen van een adviescommissie voor 1 januari 2024 is een wettelijke verplichting. Om de uniforme uitleg van de wet te stimuleren heeft de VNG een modelverordening uitgebracht voor het instellen van een adviescommissie omgevingskwaliteit. Wij hebben deze verordening op hoofdlijnen gevolgd, bijvoorbeeld bij het onderscheid tussen het vaststellen van een Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag en het uitwerken van praktische zaken in een reglement. Het instellen van een adviescommissie is een gemeentelijke bevoegdheid, het VNG model is daarom een keuzemodel, geen blauwdruk.
2/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
Reglement Op grond van de verordening moet het college een reglement vaststellen waarin de praktische zaken rond het functioneren van de commissie vastgelegd worden. Dit reglement zal vastgesteld worden nadat de raad de verordening heeft vastgesteld. Afstemming De inhoud van de verordening is op 22 augustus 2023 afgestemd met de huidige Welstands- en Monumentencommissie. Ook is de inhoud op 29 september 2023 besproken met het Haags monumentenplatform, waar diverse partners van de gemeente aan deelnemen. Een aantal aanbevelingen is overgenomen in de verordening. Toegevoegd is dat de commissie kennis moet hebben van de gelaagdheid van de stad Den Haag en dat alle bouwplannen onder verantwoordelijkheid van de commissie van advies worden voorzien. Om die reden is de beleidsregel inzake inschakeling van de welstandscommissie niet letterlijk overgenomen. In de bijlage vindt u de toelichting hierop. Samenvattend In het aangepaste conceptvoorstel Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024 is een aantal toezeggingen aan de raad en het Haags Monumentenplatform verwerkt. Gezien de wettelijke termijn is het nu van belang om deze verordening vast te stellen zodat wij voldoende zijn voorbereid op de komst van de Omgevingswet. Wij vertrouwen erop met deze toelichting uw belangrijkste vragen te hebben beantwoord.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Financiën, Cultuur en Economie ontwikkeling Saskia Bruines
3/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
BIJLAGE Was – wordt lijst Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024 Was Bouwverordening hoofdstuk 9 Welstand Welstandsnota Den Haag 2017
Welstands- en Monumentencommissie
Bestemmingsplan
Wordt Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024 Hoofstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1. begripsomschrijvingen beleidsregels: de ‘beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken’ zoals bedoeld in artikel 4.19 van de wet; dan wel de beleidsregels van rechtswege conform artikel 4.114, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, te weten de welstandsnota; college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; commissie: de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag, zoals bedoeld in artikel 17.9 van de wet; cultuurhistorie: een verzamelbegrip voor monumenten, beschermde stadsgezichten en de aanduiding cultuurhistorie in het omgevingsplan; gelaagdheid: de historisch gegroeide landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische opbouw van Den Haag; gemeentelijk monument: een monument zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedverordening Den Haag 2024 omgevingskwaliteit: de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 1.3 van de wet; omgevingsplan: het plan zoals bedoeld in artikel 2.4 van de wet, dan wel een plan van rechtswege conform artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet omgevingsvisie: de door de raad vastgestelde visie, conform artikel 3.1 van de wet
Toelichting De grondslag voor de bouwverordening vervalt. De welstandsnota wordt opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege en wordt volgens de wet aangeduid als ‘beleidsregels’.
4/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
voorbeschermd gemeentelijk monument beginselplan
rijksmonument: een monument dat is ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 3:3 van de Erfgoedwet secretariaat: de ambtenaren, die aangesteld zijn door het college om het werk van de commissie te ondersteunen; voorlopig monument: een monument zoals bedoeld in artikel 2.2. van de Erfgoedverordening Den Haag 2024; vooroverleg: een overleg voorafgaand aan een vergunningaanvraag, waarin bepaald wordt of het college in beginsel bereid is medewerking te verlenen aan het betreffende verzoek of initiatief Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; wet: de Omgevingswet
Artikel 1:2 Reikwijdte verordening Deze verordening is van toepassing op de door de raad ingestelde commissie, die adviseert over de omgevingskwaliteit, over het uiterlijk van bouwwerken en de cultuurhistorische waarden van bouwwerken en de omgeving. Artikel 1:3 Doel van de commissie 1. Het doel van de commissie is door middel van onafhankelijke advisering de kwaliteit van het uiterlijk van bouwwerken en de bescherming van cultuurhistorie te bevorderen en te bewaken. 2. In afwijking van het eerste lid adviseert de commissie niet over archeologie. Hoofdstuk 2 Adviestaak Artikel 2:1 Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak het college en via het college de raad te adviseren bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit.
Begripsbepaling gewijzigd in de Erfgoedverordening Den Haag 2024 Het huidige beginselplan wordt vervangen door een vooroverleg.
De wettelijke basis voor een commissie op grond van de woningwet vervalt.
Voor advisering ten aanzien van archeologie heeft de gemeente Den Haag zijn eigen afdeling Archeologie.
5/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
Ter uitvoering van haar taak adviseert de commissie over: a. een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1°. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2°. een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een voorlopig monument; 3°. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen;
Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie 1. De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen, (…)
Dit volgt uit de Omgevingswet artikel 17.9, eerste lid
Dit volgt uit de Erfgoedverordening Den Haag 2024 (voorheen de Monumentenverordening 2019). Dit volgt uit de bepalingen zoals ten aanzien van cultuurhistorie in de huidige bestemmingsplannen die van rechtswege een omgevingsplan vormen.
4°. een omgevingsplanactiviteit voor bouwen;
Artikel 2:1 Taak en werkzaamheden 2b. het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet; 2c. het aan een locatie geven of ontnemen van de functie-aanduiding “gemeentelijk monument” op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet, dan wel het wijzigen van de aanduiding; 2d. het aanwijzen van beschermde stadsgezichten en het wijzigen of intrekken van de aanwijzing op grond van artikel 4.1 en 4.3 van de Erfgoedverordening Den Haag 2024 en artikel 2.34. vierde lid, van de wet; 2e. een plan dat als vooroverleg is ingediend;
Dit volgt uit de Omgevingswet
Dit volgt uit de Erfgoedverordening Den Haag 2024.
Dit volgt uit de Erfgoedverordening Den Haag 2024 en de Omgevingswet.
Het huidige beginselplan wordt vervangen door een vooroverleg.
6/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
(…) indien burgemeester en wethouders dit noodzakelijk achten.
Beleidsregel inzake de inschakeling van de welstandscommissie Het college besluit (…) Bij ingediende bouwplannen: I. Aan de Welstandscommissie advies te vragen over: 1. Grootschalige bouwplannen; 2. Bouwplannen in of bij een zeer gevoelige omgeving (een monument of een beschermd natuurgebied); 3. Maatschappelijk gevoelige bouwplannen; 4. Unieke/eerste initiatieven (bijvoorbeeld nieuwe technieken of nieuwe typologieën); II. Voor de ambtelijke welstandstoets aan te wijzen: 1. Herhalingsplannen (kopieën van eerder door de Welstandscommissie positief beoordeelde initiatieven); 2. Bouwplannen die zijn aangepast naar aanleiding van een negatief (maar richtinggevend) advies van de Welstandscommissie; 3. De overige bouwplannen. Bouwverordening Artikel 9.1 2. De welstandscommissie brengt in bezwaar- en
2f. het geven van beschikkingen op grond van verordeningen die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, waaronder in ieder geval de Algemene Plaatselijke Verordening. Artikel 2:4 Advisering door de commissie. Het college vraagt de commissie om advies in de gevallen genoemd in artikel 2:1, tweede lid. Artikel 4:3 Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan, rekening houdend met artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking, onder verantwoordelijkheid van de commissie toewijzen aan een of meer daartoe aangewezen leden of het secretariaat.
Dit volgt uit de APV.
Artikel 2:1 Taak en werkzaamheden 2. Ter uitvoering van haar taak adviseert de commissie over: (…)
Opnieuw geformuleerd, waarbij geen zaken worden uitgesloten.
Alle advisering gebeurt door of onder verantwoordelijkheid van de commissie. De commissie kan de advisering toewijzen aan een of meer leden of het secretariaat.
7/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
beroepsprocedures desgevraagd in heroverweging advies uit.
Artikel 9.1 3. De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria.
5°. een andere activiteit in geval het college een advies nodig acht met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit, zoals bij een verzoek om handhaving; Artikel 2:2 Grondslag advies De commissie baseert haar advies als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder a, onder 2°, 3°, 4° en 5° op de beleidsregels, de omgevingsvisie en het omgevingsplan.
Artikel 9.1 4. De adviezen van de welstandscommissie zijn schriftelijk en met redenen omkleed.
Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie 1. De welstandscommissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 9 leden, waaronder een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, (…)
Afdeling 17.2 paragraaf 17.2.2. artikel 17.9 van de Omgevingswet bepaalt dat de commissie niet alleen adviseert op basis van de beleidsregels (de welstandsnota) maar ook op basis van het omgevingsvisie en het omgevingsplan. De Erfgoedverordening Den Haag 2024 valt daar van rechtswege ook onder. Dit zal worden verplaatst naar het reglement, maar blijft verder ongewijzigd.
Artikel 2:3 Advies op initiatief van de commissie 1. De commissie kan het college of via het college de raad, op eigen initiatief adviseren, indien dit de omgevingskwaliteit en het beleid ten aanzien van omgevingskwaliteit ten goede komt. 2. Het college krijgt voorafgaand aan een advies van de commissie aan de raad de gelegenheid om binnen een redelijke termijn op het advies te reageren. Hoofstuk 3 Samenstelling en inrichting Artikel 3:2 Samenstelling 1. De commissie bestaat uit minimaal drie en maximaal negen leden, de voorzitter daaronder begrepen.
Nieuw lid. De commissie heeft een onafhankelijke adviserende rol. (artikel 3.2 lid 6) Door middel van dit artikel wordt de implicatie daarvan verduidelijkt. De commissie kan het college dan wel de raad adviseren.
2. De raad benoemt maximaal drie plaatsvervangende leden. 3. De raad benoemt de leden en de plaatsvervangende leden op persoonlijke titel op grond van de
Nieuw lid, conform VNG model. Nieuw lid, conform VNG model, dit is een
8/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
Artikel 9.2 1. (…) waaronder een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, met deskundigheid op het gebied van architectuur/esthetiek, stedenbouw, monumentenzorg, de inrichting van de openbare ruimte, dan wel landschapsarchitectuur.
Artikel 9.2 2. Eén van de leden van de welstandscommissie kan worden benoemd als lekenlid. 3. Het leken-lid van de welstandscommissie mag niet professioneel actief zijn op het terrein van architectuur, stedenbouw, monumentenzorg, de inrichting van de openbare ruimte, dan wel landschapsarchitectuur. Artikel 9.2 4. De leden van de welstandscommissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. Zij mogen in ieder geval niet tevens zijn: a. lid van de gemeenteraad, b. lid van het college van burgemeester en wethouders c. ambtenaar van de gemeente Den Haag en voorts geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is
professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4. De commissie heeft in ieder geval deskundigheid op de gebieden van: de stad Den Haag en haar gelaagdheid, architectuur, bouwhistorie en restauratie, cultuuren architectuurhistorie, landschap en openbare ruimte, stedenbouw, duurzaamheid.
continuering van de huidige werkwijze.
5. De commissie bestaat uit tenminste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg, bouwhistorie en restauratie of cultuur- en architectuurhistorie. Vervallen
Vereiste die voorkomt uit de Omgevingswet artikel 17.9, eerste lid.
6. De voorzitter en leden van de commissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur van Den Haag, zij vervullen geen andere functie als medewerker van de gemeentelijke organisatie van Den Haag of enig andere functie waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een onafhankelijke advisering door de commissie.
Dit lid zorgt voor een aanscherping van de wettelijke eis van onafhankelijkheid ten opzichte van het gemeentebestuur. Artikel 17.8 van de wet stelt slechts als eis, dat de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn van een gemeentelijk adviesorgaan.
Nieuw: “de stad Den Haag en haar gelaagdheid” en “duurzaamheid” (toegevoegd n.a.v. raadsvragen op 25 januari 2023). De formulering van de overige deskundigheden is aangepast aan toelichting in de kamerbehandeling (Kamerstukken II 20142015, 33962 nr. 3, p. 581).
Met de Omgevingswet wordt maatschappelijke betrokkenheid bij de planvorming voorafgaand aan de vergunningverlening geborgd door de participatie. Van het artikel werd in de huidige samenstelling van de commissie al jaren geen gebruik meer gemaakt.
9/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
met het oog op een goede invulling van het lidmaatschap van de commissie. Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur 1. De gemeenteraad benoemt en ontslaat, gehoord de betrokken raadscommissie, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden van de welstandscommissie
Artikel 3:1 Benoeming 1. De raad benoemt de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden op voorstel van het college voor een termijn van ten hoogste drie jaar. 2. Het college selecteert een kandidaat-commissielid en legt het benoemingsvoorstel voor aan de raad.
3. De raad kan voorafgaand aan de benoeming kennismaken met het kandidaat-commissielid.
Artikel 9.3 2. De leden hebben zitting voor drie jaar, welke periode eenmaal kan worden verlengd. De maximale zittingsduur is zes jaar.
4. De raad kan de voorzitter en de leden maximaal eenmaal voor een termijn van drie jaar herbenoemen, met uitzondering van plaatsvervangende leden. 5. Plaatsvervangende leden treden af op het moment dat de benoemingsduur van hun voorganger, diegene die wordt vervangen, afloopt en kunnen niet nogmaals worden herbenoemd. 6. De raad benoemt de voorzitter van de commissie specifiek als voorzitter. 7. De voorzitter en de leden kunnen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden, dan wel op eigen verzoek, door de raad tussentijds van hun taak worden ontheven.
Artikel 9.3 3. De selectie en benoeming van leden vindt plaats op basis van een vastgestelde selectie en
Toegevoegd op verzoek van de raad (zie: Beleidsneutraal instellen adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag, 27 september 2022 RIS 313254)
Nieuw artikel, nodig in verband met toevoeging mogelijke benoeming plaatsvervangende leden in art. 3.2. lid 2
Nieuw artikel, volgt uit artikel 3:1 lid 1.
Dit artikel en de genoemde bijlage worden verplaatst naar het reglement.
10/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
benoemingsprocedure voor deskundige leden en lekenleden, zoals deze in bijlage 14.1 respectievelijk bijlage 14.2 bij deze verordening is opgenomen Artikel 9.4 Secretariaat 1. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer ambtenaren aan als secretaris van de commissie. 2. Het secretariaat van de commissie is ondergebracht bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Artikel 9.5 Adviseurs 1. Als ambtelijk adviseurs worden ten behoeve van de commissie aangewezen de algemeen directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, de algemeen directeur van de Dienst Stadsbeheer en de Stadsstedenbouwer. Deze ambtelijke adviseurs kunnen zich laten vervangen. 2. De ambtelijke adviseurs verstrekken aan de commissie alle informatie, die in verband met een goede uitoefening van haar adviestaak noodzakelijk is, desgevraagd ook tijdens vergaderingen van de welstandscommissie. 3. Indien zulks voor een juiste taakoefening van de commissie gewenst is, kan de commissie uit eigen beweging ook andere deskundigen raadplegen. Artikel 9.6 Termijn van advisering 1. De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning
Artikel 3:3 Ondersteuning van de commissie 1. De commissie wordt secretarieel ondersteund door een secretariaat. 2. Het secretariaat maakt geen onderdeel uit van de commissie.
Opnieuw geformuleerd.
Dit wordt verplaatst naar het reglement.
Hoofdstuk 4 Advisering en standpuntbepaling Artikel 4:1 Adviestermijn 1. De commissie brengt haar advies uit binnen een termijn van vier weken na de ontvangst van de adviesaanvraag van het college.
11/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht en de aanvraag voldoende beoordeelbaar is. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag om omgevingsvergunning is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 9.7 Wijze van vergaderen 1. De welstandscommissie vergadert zo dikwijls als dit naar oordeel van de voorzitter in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of als hierom door ten minste twee leden onder opgaaf van redenen wordt verzocht. Artikel 9.7 wijze van vergaderen. 2. De oproeping tot de vergadering geschiedt door de secretaris, met dien verstande dat elk lid, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste driemaal vierentwintig uur voor het tijdstip van aanvang van de vergadering de agenda heeft ontvangen.
2. Indien nodig geeft het college een andere termijn aan waarbinnen wordt geadviseerd.
Een kortere termijn is nu dus ook denkbaar, mits de commissie redelijkerwijs in staat kan zijn om haar werk uit te voeren. (artikel 3:6 van de Awb)
Artikel 4:2 Vergadering en integriteit 1. De commissie vergadert zo dikwijls als dit naar het oordeel van de voorzitter in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of als tenminste twee leden onder opgaaf van redenen hierom verzoeken.
Dit artikel gaat over de orde in de vergadering en is daarom naar het reglement verplaatst.
12/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
3. Een lid dat verhinderd is een vergadering van de welstandscommissie bij te wonen, doet daarvan tijdig, ten minste tweemaal vierentwintig uur voor het tijdstip van aanvang van de vergadering mededeling aan de secretaris. Artikel 9.7 4. De welstandscommissie vergadert in een samenstelling van minimaal 3 en maximaal 8 leden.
Artikel 9.7 5. Een advies van de welstandscommissie moet door een meerderheid van haar leden gedragen worden. 6. In geval van het staken van de stemmen geeft de stem van de (plaatsvervangend) voorzitter de doorslag. Artikel 9.7 7. Het lid, dat als opdrachtgever, als ontwerper of anderszins als belanghebbende direct of indirect bij een door de commissie te beoordelen ontwerp is betrokken of in het verleden betrokken is geweest, neemt geen deel aan de advisering en/of eventueel te houden collegiaal overleg als bedoeld in artikel 9.12 Artikel 9.8 Verplichtingen van de leden 1. De leden van de commissie mogen geen plan als opdracht aannemen, dat eerder door de commissie gemotiveerd is afgewezen.
Artikel 4:2 Vergadering en integriteit 5. De voorzitter of zijn plaatsvervanger opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip als het vereiste minimumaantal van drie leden aanwezig is. Dit artikel gaat over de orde in de vergadering en is daarom naar het reglement verplaatst.
6. Als een lid betrokken is bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, als opdrachtgever, ontwerper of anderszins, onthoudt dit lid zich van advisering over die aanvraag. 7. Het lid zoals bedoeld in het zesde lid is niet in de vergadering aanwezig tijdens de beraadslaging en de besluitvorming over het advies.
8. Een lid van de commissie mag geen plan als opdracht aannemen, dat eerder door de commissie is afgewezen.
13/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
2. De leden zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen uit hoofde van hun functie vertrouwelijk ter kennis komt. Artikel 9.9 Openbaarheid van vergaderen 1. De behandeling van omgevingsvergunningen voor het bouwen door of onder verantwoordelijkheid van de welstandscommissie is openbaar. 2. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De beslotenheid geldt zowel voor de beraadslaging, de beoordeling als de adviezen. Artikel 9.10 Bekendmaking openbare vergaderingen 1. De te houden vergaderingen van de welstandscommissie worden ten minste een week van tevoren bekend gemaakt in het elektronisch gemeenteblad. 2. De bekendmaking vermeldt ten minste de datum en de plaats van de vergadering. In de bekendmaking wordt tevens gewezen op het gestelde in artikel 9.11, leden 2 en 3. 3. De agenda van een vergadering van de
De geheimhouding is in artikel 2:5 eerste lid van de Awb geregeld en wordt daarom niet in de verordening herhaald. Artikel 4:2 Vergadering en integriteit 2.Vergaderingen zijn in beginsel openbaar als daarin een of meerdere adviezen worden vastgesteld.
4. Als het college daartoe besloten heeft, behandelt de commissie een aanvraag als vertrouwelijk of geheim op grond van de Wet open overheid.
Dit artikel is een uitwerking van artikel 4:2 lid 2 van de verordening (de vergaderingen zijn in beginsel openbaar) en is verschoven naar het reglement.
14/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
welstandscommissie wordt tenminste een week vóór de betreffende vergaderdatum gepubliceerd op de website van de welstandscommissie en ligt dan tevens ter inzage bij het Den Haag Informatiecentrum. Artikel 9.11 Mondelinge toelichting en spreekrecht
Artikel 9.11 Mondelinge toelichting en spreekrecht 1. De aanvrager of architect van het omgevingsvergunning voor het bouwen wordt in de Gelegenheid gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. De aanvrager ontvangt hiertoe een uitnodiging. 2. Voorafgaande aan de behandeling van een onderwerp dat in een openbare vergadering van de welstandscommissie aan de orde komt, bestaat de mogelijkheid voor een ieder om over dat onderwerp maximaal vijf minuten in te spreken. 3. Degene die van het spreekrecht, bedoeld in lid 2, gebruik wil maken moet dit in ieder geval een dag voor de vergadering van de welstandscommissie aan de secretaris hebben kenbaar gemaakt. 4. De voorzitter kan een langere spreektijd toestaan. 5. De voorzitter kan aan het aantal insprekers per onderwerp een maximum verbinden. 6. Belangstellenden kunnen geen deel hebben aan de
Artikel 4:2 Vergadering en integriteit 3. Belanghebbende hebben spreekrecht in de door de commissie gehouden openbare vergaderingen.
Op verzoek van de raad expliciet in de verordening opgenomen.
Dit artikel is een nadere uitwerking van artikel 4:2 lid 3 van de verordening en is daarom verplaatst naar het reglement.
15/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
discussie in de welstandscommissie, tenzij de voorzitter anders beslist. Artikel 9.12 Collegiaal overleg 1. Het is mogelijk om over een uitgebracht advies omtrent een voor een omgevingsvergunning voor het bouwen in collegiaal overleg te treden. 2. Artikel 9.13 (Afdoen onder verantwoordelijkheid van de commissie) is van overeenkomstige toepassing. Artikel 9.13 Afdoening onder verantwoordelijkheid De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies, in afwijking van artikel 9.2, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden.
1. Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. 2. In geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie.
Dit artikel gaat over de orde in de vergadering en is daarom naar het reglement verplaatst.
Artikel 4:3 Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan, rekening houdend met artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking, onder verantwoordelijkheid van de commissie toewijzen aan een of meer daartoe aangewezen leden of het secretariaat. Vervallen
In dit artikel zijn Artikel 9.13 Afdoening onder verantwoordelijkheid en de Beleidsregel inzake de inschakeling van de welstandscommissie (RIS 279650) samengevoegd.
Artikel 4:4 Verwerking van het advies en second opinion 1. Als het college afwijkt van het advies van de commissie, stelt het college de commissie hiervan op de hoogte, waarbij het college de redenen voor afwijking vermeldt, inclusief een inhoudelijke motivatie van de afwijking van het advies.
Toegevoegd conform modelverordening VNG.
Lid 1 en 2 van het artikel 9.13 uit de bouwverordening waren reeds overbodig geworden door de vaststelling van de Beleidsregel inzake de inschakeling van de Welstandscommissie (RIS 279650)
Het vragen van een second opinion conform lid 2. is aan de orde als het college meent dat het advies van de commissie niet goed genoeg is. De wet maakt het voor het college ook
16/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
Verordening geldelijke vergoedingen voor commissieleden niet zijnde raadsleden. (RIS 250221) De vergoedingen van de commissies onder te verdelen in vier categorieën: (…) D. (…) 4. Aan de leden van de volgende commissies wordt voor het bijwonen van een vergadering per vergadering een vergoeding toegekend van €117,73 per uur (is geregeld met aparte Verordening) -Welstandsen monumentencommissie (prijspeil 2012) Bouwverordening Artikel 9.14 Jaarverslag De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad Artikel 9.14 (…) waarin ten minste aan de orde komt: 1a. op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota;
2. Het college kan na een advies van de commissie eenmaal opnieuw advies aanvragen over hetzelfde onderwerp bij een andere adviescommissie omgevingskwaliteit van een andere gemeente of andere externe onafhankelijke deskundige op het gebied van omgevingskwaliteit. 3. Het college stelt de commissie op de hoogte van het inwinnen van een advies zoals bedoeld in het tweede lid. Hoofstuk 5 Werkwijze Artikel 5:1 Reglement In het reglement stelt het college de werkwijze van de commissie binnen de kaders van deze verordening nader vast. Artikel 5:2 Vergoeding 1. Een commissielid ontvangt voor het bijwonen van een vergadering een vergoeding conform tarief D4 van bijlage 1 van de Verordening geldelijke vergoedingen voor commissieleden niet zijnde raadsleden. 2. De leden declareren de gewerkte uren bij het secretariaat.
Hoofstuk 6 Jaarverslag Artikel 6:1 Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar, zoals bedoeld in artikel 17.9 zevende lid, van de wet. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet;
mogelijk om gemotiveerd af te wijken van het advies. In dat geval hoeft een second opinion niet aan de orde te zijn. In dat geval is lid 1 relevant.
Het onderscheid tussen reglement en verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Het gehanteerde tarief voor de Welstands- en monumentencommissie wordt ongewijzigd doorgezet.
De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de Omgevingswet vervallen. Het artikel is algemener geformuleerd.
17/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
b. de werkwijze van de welstandscommissie; c. op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; d. de aard van de beoordeelde plannen; e. de bijzondere projecten. Artikel 9.14 2. De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel 9.14 3. Eénmaal per jaar vindt er mede naar aanleiding van het jaarverslag als bedoeld in lid 1 overleg plaats tussen de regarderende raadscommissie en de welstandscommissie over het welstandstoezicht.
b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.
3. In het jaarverslag kan de commissie adviseren over het beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 1.2. en 2.3.
In dit artikel is de onafhankelijke adviesrol van de commissie opnieuw benadrukt.
4. De raad kan het verslag jaarlijks bespreken in een open gesprek met de commissieleden.
Hoofstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 7:1 Inwerkingtreding De Welstandsverordening 2003 en Bouwverordening worden ingetrokken.
Artikel 7:2 Overgangsrecht 1. De commissie is tevens de commissie zoals voor inwerkingtreding van de wet werd bedoeld in artikel 8 van de
In de Omgevingswet is een gecombineerde advisering over omgevingskwaliteit door een externe commissie verplicht geworden, daarom vervalt deze verordening. De wettelijke grondslag van de bouwverordening vervalt onder de Omgevingswet. Overige relevante zaken (vervuilde grond) uit de bouwverordening zijn opgenomen in de bruidsschat en vallen onder het overgangsrecht. De monumentenverordening Den Haag 2019 is alleen nog geldig voor die aanvragen en procedures
18/19
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10605244
Woningwet, artikel 2.1 van de Wabo en artikel 9.1, eerste lid, onder a, in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 en de Monumentenverordening Den Haag 2019 artikel 5, 10 en 13.
waarbij de Monumentencommissie voor januari 2024 betrokken was conform artikel 7:3 van de erfgoedverordening Den Haag 2024.
2. De commissie neemt alle taken over van de voormalige Welstandsen Monumentencommissie, ook voor aanvragen en verzoeken die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de wet. Verordening Artikel 7:3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024.
19/19