RIS316643 Beantwoording SV Verbeter de overgang van jeugdhulpplus naar huis
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
31 oktober 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op vragen van de raadsleden de dames Baboeram en Klokkenburg-Reedeker luidend: ‘Verbeter de overgang van jeugdhulpplus naar huis’
OCW/10629429 RIS316643
De gemeenteraadsleden de dames Baboeram en Klokkenburg-Reedeker hebben op 26 september 2023 twaalf schriftelijke vragen gesteld aan de voorzitter van de gemeenteraad. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In het verblijf van jeugdhulpplus is intensieve begeleiding, regelmaat en orde. Veel jongeren zijn gebaat bij deze structuur en werken bij de jeugdhulpplus aan hun toekomst. Wanneer kinderen de jeugdhulpplus verlaten en naar huis gaan is die regelmaat er vaak niet. Er zijn diverse signalen dat de warme overdracht van de gesloten jeugdhulpplus naar ambulante begeleiding en zorg thuis en weer terug naar het gezin niet optimaal functioneert. 1.
Kan het college beschrijven welke hulp een kind en opvoeders krijgen als zij vanuit een jeugdhulpplusvoorziening terug naar huis gaan? Graag een uitgebreid antwoord.
Vanuit de jeugdhulpplus-aanbieder is contractueel vastgelegd dat zij maximaal nog een half jaar nazorg leveren via hun ambulant team. Het ambulant team zorgt dat er, op basis van een gezamenlijk plan, een warme overdracht komt naar het lokale team, in het geval de jongere terugkeert naar huis. Als een jongere niet terug naar huis kan, vindt warme overdracht plaats naar een gezinshuis of andere vorm van residentiele jeugdhulp. Doel van de nazorg is om veilig te stellen dat de jeugdige een woonplek, een netwerk en een dagbesteding heeft. Hierin wordt samengewerkt met de jeugdbeschermer. De Jeugdbeschermer is immers degene die de machtiging uithuisplaatsing heeft aangevraagd en ook de machtiging voor het inzetten van jeugdhulpplus. De nazorgfase start al op de instelling door bv kennismaking met begeleiders ‘van buiten’. De behandeling van de jeugdige is systeemgericht. Dat betekent dat het gezin en netwerk deel uitmaakt van de behandeling van de jeugdige (bijvoorbeeld in de vorm van logeren, maar ook van gezinsgerichte interventies). 2.
In hoeverre wordt het principe één gezin één plan en regisseur gecontinueerd als een kind naar jeugdhulpplus gaat?
Bij een uithuisplaatsing en ook bij een plaatsing in de jeugdhulpplus-instelling is altijd een jeugdbeschermer van een van de gecertificeerde instellingen (G.I) betrokken. De Jeugdbeschermer vervult in dat geval de regisseursrol. In veel gevallen is het lokale team niet rechtstreeks betrokken bij de plaatsing in de jeugdhulpplus instelling. De G.I kan rechtstreeks verwijzen naar jeugdhulpplus zonder hierbij contact op te nemen met het lokale team.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10629429
3.
Is er gedurende verblijf van jongeren in de jeugdhulpplus ook ondersteuning en hulp beschikbaar voor ouders en het gezin? Zo ja, is daarover contact tussen de jeugdhulpplusinstelling en de gezinsregisseur?
Daadwerkelijke hulp aan het gezin is geen onderdeel van de jeugdhulp plus, maar in veel gevallen geeft de jeugdbeschermer het aan wanneer er ook jeugdhulp aan het gezin nodig is. Deze hulp wordt dan door een Jeugd- en opvoedhulp aanbieder geboden. Uiteraard is er wel veel contact tussen de jeugdhulpplus-aanbieder en de ouders/opvoeders. 4.
Kan het college beschrijven welke manier van overdracht er is tussen de jeugdhulpplus en de hulp die een gezin krijgt thuis? In hoeverre is dat bijvoorbeeld met intensieve ambulante begeleiding geregeld? Is de gemeente daarin een partij of zijn hierover losse afspraken tussen verschillende zorginstellingen?
Ongeveer 80 procent van de jeugdigen in de jeugdhulpplus-instelling is afkomstig vanuit een “open” jeugdhulpinstelling en niet vanuit de gezinssituatie. Het aantal jongeren dat uit de jeugdhulpplus terugkeert naar huis is ongeveer 30 procent. In de situaties dat zij terugkeren naar huis wordt dit begeleid door het nazorgteam i.s.m. de jeugdbeschermer, als er aanvullende hulp nodig is voor het gezin is de Jeugdbeschermer de regisseur. De Jeugdbeschermer is ook de schakel- als er een uitstroom naar pleegzorg of andere verblijfshulp plaatsvindt. Zie verder voor proces het antwoord op vraag 1. 5.
Is er een overdracht van de jeugdhulpplus naar de school van jongeren? Zo ja, is er naast de educatieve overdracht, ook een overdracht op psychosociaal gebied aan de school?
Ja, er is een overdracht van de jeugdhulpplus naar de school van herkomst. De overdracht en samenwerking tussen school van herkomst en jeugdhulpplus is tot op heden niet optimaal (lees: school van herkomst werkt regelmatig niet mee als jongere gesloten wordt geplaatst). Per 1 januari 2025 blijft de school van herkomst verantwoordelijk voor de scholing van de jongere ook bij gesloten plaatsing en daarmee ook voor de terugkeer na de gesloten plaatsing. Om dit proces te faciliteren heeft het ministerie van OCW een subsidie beschikbaar gesteld voor de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. 6.
Ziet het college een rol als facilitator met verschillende partijen rond de zorg in een gezin en voor jongeren om de overdracht van jeugdhulpplus naar thuis te kunnen verbeteren, zeker gezien we nu in Den Haag de overstap aan het maken zijn naar gebiedsgericht werken met verschillende consortia? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier vervult de gemeente deze rol?
Het college streeft naar stevige lokale teams en heeft deze rol vanaf januari 2024 bij de 2 samenwerkingsverbanden Kracht en Rondom Jou, gelegd. Hiermee verwacht de gemeente dat de overdracht van jeugdhulpplus naar huis verbeterd wordt. Zowel voor de jeugdhulpplus-aanbieder als de G.I. zijn de samenwerkingsverbanden duidelijke partners die een brede vorm van Jeugd en Gezinshulp kunnen bieden. Tegelijkertijd is duidelijk dat niet alle jongeren terug naar huis kunnen en dat zij uit zullen blijven stromen naar bijvoorbeeld instellingen vanuit de Wet Langdurige Zorg, of naar pleegzorg of andere (kleinschalige) voorzieningen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10629429
7.
Kan het college toelichten dat wanneer jongeren terugkeren naar huis vanuit de jeugdhulpplus en zij geen dagbesteding hebben, hoe zij verder geholpen gaan worden aan dagbesteding?
In het bovenregionale plan voor Jeugdhulp plus is vastgelegd dat onderwijs centraal staat. Ieder kind in de Jeugdhulpplus gaat naar school. Daarnaast worden jongeren gestimuleerd om bij een sportclub te gaan of een weekendbaantje te vinden. Veel jongeren mogen overdag de instelling verlaten zodra zij stabiel zijn. Bij het verlaten van de instellingschool wordt zoveel mogelijk gestreefd naar continuering van onderwijs (zie ook antwoord vraag 5). Als er geen onderwijs perspectief is, dan heeft de gemeente meerdere voorzieningen voor dagbesteding. 8.
Heeft het college cijfers beschikbaar hoeveel jongeren die in de jeugdhulpplus hebben verbleven, hier later nogmaals verblijven?
In het eerste half jaar van 2023 zijn er 112 nieuwe plaatsingen geweest waarvan 32 hernieuwde plaatsingen. Deze cijfers betreffen het hele landsdeel Zuidwest. 9.
Voor uitstroom van jeugdzorg voor jongeren die 18 worden, wordt al langer gewerkt met de Big-5 om te zorgen dat jongeren de basisvoorwaarden op orde hebben om op eigen benen te staan. Wordt er, ook voor jongeren die terugkeren naar huis na een verblijf in de jeugdhulpplus en die de leeftijd van 18 naderen, gewerkt aan de Big-5 doelstellingen? Op welke manier?
Iedere jeugdige krijgt een perspectiefplan vanuit de instelling. In dit perspectiefplan komen alle leefdomeinen (big 5) en het perspectief aan bod. Het plan vanuit de instelling wordt afgestemd met de jeugdbescherming die het perspectief op lange termijn bepaalt, samen met de jeugdige en het gezin. Zij kijken samen naar wat nodig is na de plaatsing. Momenteel worden er werkafspraken gemaakt tussen bijvoorbeeld het jongerenpunt 070, hulp vanuit de Wmo en de toekomstige samenwerkingsverbanden, zodat er geen jongeren meer tussen wal en schip vallen na het verlaten van een jeugdhulpinstelling. 10. In de programmarekening 2022 staat beschreven dat er een ambulant team (Team Marathon) voor de preventieve instroom naar de jeugdhulpplus is. Kan het college aangeven of dit team ook jongeren helpt die al in de jeugdhulpplus hebben gezeten en zo ja, op welke manier? Het Ambulant team Marathon van iHUB helpt jongeren, ter voorkoming van een gesloten opname, tijdens de opname en na afloop van de opname. De aanpak is gebaseerd op Familiekracht, het hele gezin wordt ondersteund op meerdere levensgebieden. Door inzet van het team bij jongeren gedurende het verblijf en daarna wordt de opname duur/ uithuisplaatsing verkort. 11.
In het rapport ''Herhaald beroep in de Jeugdzorgplus'' van ZonMW wordt gesteld dat meer jongeren die wonen in een residentiele voorziening terugkomen in de jeugdhulpplus. Kan het college een reflectie geven op deze cijfers? En op welke manier is er een overdracht van de jeugdhulpplus en de residentiële voorzieningen in de stad?
Uit cijfers van de Plaatsingscoördinatie jeugdhulpplus blijkt, dat van de hernieuwde plaatsingen in het eerste half jaar 2023, 73% van de jongeren afkomstig was vanuit een open residentiele voorziening. Dit is een hoog percentage, hier kunnen overigens ook jongeren tussen zitten die al aantal jaren niet in de jeugdhulpplus hebben verbleven. De trend lijkt te zijn dat rechters pas een machtiging af geven als minimaal eerst open jeugdhulp is ingezet.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10629429
De open jeugdzorg aanbieders geven aan een veranderende doelgroep te zien met complexe problematiek, mede door de afbouw van het aantal jeugdhulpplus-plekken. De samenwerkende gemeenten in de regio Haaglanden zijn daarom ook bezig met een versterking van de open jeugdhulp. Een aantal cruciale instellingen zullen kleinschaliger en intensiever gaan werken om deze doelgroep met veel GGZ problematiek beter op te kunnen vangen. Daarnaast kunnen de jeugdhulpplus-aanbieders in het landsdeel Zuidwest komend jaar starten met hybride groepen. Daarbij kan een jongere bij het vervallen van de machtiging gesloten jeugdhulp, op de groep blijven om de behandeling en/of school af te maken, met dezelfde begeleiders en groepsgenoten. Verwachting is dat de jongere dan meer gestabiliseerd is voordat hij/zij doorstroomt naar de open residentiele jeugdhulp. Andersom kan, als ingeschat wordt dat een jongere beter op zijn plek is in de jeugdhulpplus, maar er nog geen vrijheidsbeperkende maatregelen nodig zijn, ook op een hybride groep geplaatst worden. 12. De jeugdhulpplus is in transitie.
Zo wordt er in de begroting van 2023 gesproken over alternatieve vormen van jeugdhulpplus Kan het college hier een update over geven? En op welke manier wordt bij deze alternatieve, soms nog te ontwikkelen vormen van jeugdhulpplus, al rekening gehouden met het terug gaan naar huis en de continuïteit van hulp? Is daarbij ook het preventieve en voorliggende veld betrokken, en in hoeverre is deze transitie ook onderdeel van het gebiedsgerichte werken in de jeugdzorg wat vanaf 1 januari 2024 van start gaat? De gemeente werkt samen met de andere gemeenten in Haaglanden aan een Regionaal Plan voor de alternatieven vormen van Jeugdhulpplus. De focus zal liggen op vermindering van de instroom, verbetering van de uitstroom, versterking van huidige open verblijfshulp. Hiervoor zal op een aantal locaties van open residentiele zorg (zogeheten 3 milieu-voorzieningen) de groepen verkleind worden naar maximaal 6 jongeren (net als het geval is in de jeugdhulpplus) zodat jongeren meer nabijheid kunnen ervaren en er meer aandacht is voor de jongeren in tegenstelling tot groepen van groepen van 8 tot 12 jongeren. De wethouder heeft toegezegd hier uiterlijk in Q1 2024 een informerende brief over te sturen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4