RIS316629 Reactie college op RC-rapport bij jaarrekening 2022 en GAD-rapport indicatoren 2022
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Saskia Bruines Wethouder van Financiën, Cultuur, Economie en Dienstverlening
001
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
BSD/10610001 RIS316629
Aan de voorzitter van de Rekeningencommissie, de heer Maarten de Vuyst
Contactpersoon
Gerard Blok Dienst
Bestuursdienst Afdeling
Directie Middelen en Control Telefoonnummer Datum
14070
26 september 2023
E-mailadres
Gerard.blok@denhaag.nl Onderwerp
Reactie college op RC-rapport bij Jaarrekening 2022 en GAD-rapport indicatoren 2022
Geachte voorzitter, Met deze brief reageert het college op de aanvullende vragen uit het rapport van de Rekeningencommissie (RC) bij de jaarrekening 2022. Zij wil u en de leden van uw commissie danken voor hun flexibiliteit en inzet, voor hun onderzoek, en het rapport bij de Jaarrekening 2022 (RIS315931). Tevens geeft zij haar reactie op de aanbevelingen uit het GAD-rapport indicatoren 2022 (RIS315569). 1 Inleiding Het college is uw commissie en de accountant erkentelijk voor de inzet die u heeft getoond om dit proces in korte tijd af te ronden. Met een gezamenlijke inspanning van uw leden, de accountant en de ambtelijke organisatie, heeft dit geleid tot een goedkeurende verklaring voor getrouwheid en rechtmatigheid. Het financieel beheer is daarmee goed op orde. Bovendien wordt er flink geïnvesteerd in verbetering; hiervoor is een stevig programma gestart dat tot doel heeft over een breed front verdere verbeteringen in het financieel beheer aan te brengen. De gemeenteraad heeft op donderdag 6 juli 2023 de jaarrekening 2022, het accountantsverslag en uw rapport bij de jaarrekening 2022 behandeld, inclusief uw advies hierbij. Het college kan zeggen dat het al met de bevindingen en aanbevelingen aan de slag is gegaan.
Deze brief bevat een nadere reactie op uw aanvullende vragen in het integrale rapport en een reactie op het GAD-rapport indicatoren 2022, en is daarmee technisch van aard. Het college hecht eraan om vooraf eerst enkele algemene opmerkingen te maken, daarna meer specifiek in te gaan op uw vragen en kanttekeningen in uw rapport en te reageren op de benoemde verbeterpunten in het GAD-rapport indicatoren 2022. Bij de reactie op uw rapport wordt de opbouw en structuur van uw rapport gevolgd; het onderwerp van de vraag wordt gegeven in het ‘kopje’, de tekst daaronder bevat de reactie van het college. Waar paragrafen geen vragen aan het college bevatten, zal het college niet specifiek reageren. Eerder heeft u de wethouder Grondbedrijf bevraagd in uw commissie, en heeft u een schriftelijke reactie ontvangen op uw vragen van het college (RIS315796). De paragrafen 3, 4.1 en 5 beschouwt het college daarmee als beantwoord, met uitzondering van nagekomen vragen. Deze worden hierbij beantwoord. Ook is de schriftelijke reactie van het college op het rapport over indicatoren bijgevoegd (paragraaf 3.24.)
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
2
Algemene opmerkingen vooraf
Het college is verheugd dat de accountant wederom een goedkeurende controleverklaring heeft gegeven voor de aspecten van getrouwheid en rechtmatigheid in de verantwoording over 2022. Dit is het resultaat van een gezamenlijke inspanning van bestuur, organisatie en accountant. De opmerkingen en aanbevelingen van uw commissie hebben daarbij uiteraard ook goed geholpen. Het college wil deze prettige samenwerking de komende jaren graag voortzetten, en staat hierbij open voor suggesties van uw kant. 3
Financieel beheer en verantwoording
3.1.3 Prognosekracht van de begroting In haar schriftelijke reactie op de vragen van uw commissie (RIS315796) heeft het college aangegeven te willen onderzoeken hoe de kwaliteit en de voorspellende waarde van het begroting en de tussentijdse informatievoorziening kan worden verbeterd. Hierbij neemt het college ook de vraag mee of en hoe er kan worden geanticipeerd op uitkeringen van het Rijk die laat in het jaar worden vastgesteld (taakmutaties uit de september- en december-circulaires). Uw commissie heeft hierop een aanvullend verzoek gedaan om ook te kijken naar de oorzaken van het niet besteden van alle beschikbare middelen en dit tevens te betrekken bij de verdere uitwerking van de contourenbrief. Hierover wordt een onderzoek gestart. Het college zal u informeren na afloop van dit onderzoek. 3.1.4 Afstemming planning en control-cyclus Het college wordt verzocht om voortaan te overleggen indien een conceptplanning van de P&C-cyclus wordt voorgelegd die afwijkt van de verordening. Hierover heeft het college een toezegging gedaan (zie ook blz. 11 van het rapport van de rekeningencommissie: “de planning voor komende jaarrekening zal in gezamenlijkheid met de griffie, de Rekeningencommissie en de accountant worden opgesteld”. Deze werkwijze geldt ook voor andere jaren.
3.2.4 Indicatoren in de begroting en verantwoording (invulling toezegging schriftelijke reactie) Het college dankt de accountantsdienst voor het uitgevoerde onderzoek naar indicatoren en neemt de benoemde verbeterpunten ter harte. Dit betreft het volgende: - Wenselijkheid aanpassen streefwaarden indicatoren tijdens het lopende jaar De rekeningencommissie heeft gevraagd of het wenselijk is dat begrote waarden van indicatoren worden aangepast op een moment dat het jaar waarop ze betrekking hebben, ver is gevorderd. De begroting wordt gedurende het jaar in beginsel één keer bijgesteld, zodat deze actueel is. Hierbij kan er ook aanleiding zijn waarden van indicatoren te actualiseren op nieuwe inzichten. Dit vraagt echter wel een goede inkadering, zodat voorgestelde bijstellingen transparant en onderbouwd worden voorgelegd bij de begrotingsbehandeling. Daarvoor wordt een procedure voorgesteld. - Procedure voor begroten van indicatoren en vergelijkend cijfer t-1 Indien begrotingswaarden van indicatoren het lopende jaar in de begroting worden geactualiseerd, zal dit expliciet opgenomen worden in het raadsvoorstel bij de begroting. Daarbij wordt toegelicht waarom deze actualisatie plaatsvindt. Voorgestelde bijstellingen worden daarmee transparant en onderbouwd voorgelegd aan de raad.
Ook onderzoekt het college, conform de aanbeveling, hoe meer helderheid verschaft kan worden wanneer de begrotingswaarde en het vergelijkend cijfer t-1 van een indicator wel of niet in de programmabegroting en in de programmarekening moet worden opgenomen.
2/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
In het rapport wordt hier terecht aandacht voor gevraagd omdat hier niet altijd eenduidig binnen de gemeente mee wordt omgegaan. - Betere aanlevering brondocumentatie Bij de komende jaarrekening zal de nodige inspanning worden verricht om te zorgen voor volledige aanlevering van de brondocumentatie, zodat de accountantsorganisatie de controlerende rol beter kan invullen. - Betrouwbaarheid indicatoren Bij de volgende actualisatie van de set van indicatoren zal naast de inhoudelijke relevantie ook de betrouwbaarheid van de gegevens worden nauwkeurig worden meegewogen zodat deze objectief geverifieerd kan worden. 3.3 Aanvullende kengetallen financiële positie In het kader van de contourenbrief onderzoekt het college hoe de P&C-cyclus transparanter kan worden ingevuld. Onderdeel daarvan is dat de tekstuele informatie in de begroting de juiste ondersteuning krijgt van indicatoren en kengetallen. In de uitwerking van de contourenbrief kan deze onderzoeksvraag naar de aanvullende kengetallen over de financiële positie van de gemeente worden meegenomen. 4 4.3
Grondexploitaties en grote projecten Beheersing grondexploitaties
Negatieve saldi grondexploitaties Alle grondexploitaties met een omzet van meer dan € 2,5 miljoen worden door de raad vastgesteld met een bijbehorend positief of negatief saldo. Bij een negatief saldo wordt ook de dekking voor dit saldo benoemd. Daarnaast worden ook herzieningen van grondexploitaties, substantiële wijzigingen, opnieuw voorgelegd aan de raad ter besluitvorming. Op peildatum 1-1-2023 hebben 25 van de 34 grondexploitaties in de grondexploitatie portefeuille van de gemeente Den Haag een negatief verwacht saldo. Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de lasten en baten en daarmee het resultaat van een grondexploitatie. Een deel van de lasten zullen bij alle plannen in verhouding ongeveer gelijk zijn, denk hierbij aan kosten voor tijdelijk beheer, plankosten en kosten voor bouw- en woonrijp maken. Echter zijn er ook lasten die per locatie en plangebied enorm kunnen verschillen; een goed voorbeeld hiervan zijn de verwervings-/ inbrengkosten of de saneringskosten. Tot slot zijn de baten sterk afhankelijk van het te realiseren programma en de locatie en kan daarmee per plangebied significant verschillen. Omdat de grondexploitaties binnen de portefeuille van de gemeente Den Haag voornamelijk binnenstedelijke ontwikkelingen zijn, betreft het vaak plannen met hoge verwervingskosten en op sommige plekken ook sterk vervuilde grond.
Grondexploitaties/actief grondbeleid zorgt ervoor dat de gemeente beter kan sturen om haar ambities, zoals de woonagenda. De ambities voor sociale- en betaalbare woningbouw verlagen echter wel de opbrengstenpotentie van de uit te geven gronden. De combinatie van bovenstaande zorgt er voor dat merendeel van de grondexploitaties binnen de portefeuille van de gemeente Den Haag negatief zijn.
3/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
Een vergelijk met overige gemeente is lastig te maken omdat specifieke kenmerken, het beoogde programma en de locatie binnen deze grondexploitaties van andere gemeente moeilijk te vergelijken zijn. De verkoopprijzen voor vrije-sector woningen liggen in Amsterdam bijvoorbeeld significant hoger dan in Den Haag, dit heeft een zeer grote invloed op de baten binnen de grondexploitatie. Voor de volledigheid hierbij een overzicht van de te verwachte netto contante waarde of eindwaarde van de grondexploitatiesaldi per gemeente (G4): Gemeente Amsterdam Gemeente Rotterdam Gemeente Den Haag Gemeente Utrecht
+ 900 mln. + 7,9 mln. - 191,6 mln. - 32,8 mln.
(NCW, jaarverslag 2022) (NCW, jaarverslag 2022) (NCW, 1-1-2023) (EW, jaarverslag 2022)
Onderbouwing plankosten In algemene zin: De plankosten die worden toegerekend aan de grondexploitaties worden op basis van nacalculatie toegerekend. Het betreft hierbij het werkelijk geschreven aantal uren via het tijdschrijfsysteem vermenigvuldigd met het uurtarief van de desbetreffende afdeling. Zodoende worden de grondexploitaties niet belast met plankosten die niet toerekenbaar zijn aan de grondexploitatie en worden de plankosten die wel toegerekend worden aan de grondexploitaties voldoende onderbouwd. Om een juiste verwachting te maken van het toekomstig saldo van de grondexploitatie moeten de plankosten voor de resterende looptijd begroot worden. Bij vaststelling of herziening van een grondexploitatie gebruiken we hiervoor als basis de voor de gemeente Den Haag geoptimaliseerde landelijke plankostenscan. Vervolgens wordt bij elke actualisatie gekeken naar de werkelijke lasten en worden de prognoses bijgesteld in overleg tussen de projectleider en de planeconoom op basis van de huidige inzichten. Dit blijft altijd een inschatting van de nog te verwachten plankosten en kan dus per jaar een verschillend inzicht geven. Het blijft belangrijk te benadrukken dat enkel de werkelijk geschreven uren worden doorbelast aan de grondexploitaties. Voor het project Norfolk betreft het een begroting over een langere looptijd waardoor de onzekerheid over deze prognose toeneemt.
In dit specifieke geval, waarbij gekeken is naar de werkelijk kosten in de afgelopen jaren, is het te verwachten dat er eerder meer dan minder plankosten zullen worden gemaakt dan in een gemiddeld project. In de raming van de plankosten voor dit project is wel gekozen voor een afbouw van het aantal uren richting het eind van het project. Om deze vermindering in de toekomstige ambtelijk inzet, of de nog verder afbouw van het aantal uren die de accountant voorstelt, te realiseren is sturen op voortang essentieel. Echter gezien het voorzichtigheidsprincipe vinden wij het reëel om de verwachting van deze toekomstige plankosten in dit project voorlopig niet versneld af te bouwen. Ook hier geldt, de uiteindelijk doorbelasting van de plankosten vindt plaats op de werkelijk geschreven uren. 5 Financiële rechtmatigheid Geen opmerkingen.
4/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
6
Informatietechnologie en informatieveiligheid
6.1 IT-beheer en informatieveiligheid Informatievoorziening IT-ontwikkelingen In de vorige collegeperiode zijn er uitvoeringsagenda’s aangeboden over de visie op digitalisering en dienstverlening, met daarbij een duiding van het afgelopen jaar. Dit krijgt vervolg in de vorm van een nieuwe visie op dienstverlening en ook vanuit digitalisering komt er een vervolg. Daarnaast wordt er nog een evaluatie van het masterplan IT gedeeld eind 2023. Bovendien zullen we uw commissie periodiek op de hoogte houden via het delen van de bestaande 4-maandsrapportage rond informatiebeleid. Naleving Wet open overheid Het college neemt de voortgang op de Wet open overheid mee in de bovengenoemde 4maandsrapportage. 7.2 Cybersecurity assessment Governance van informatieveiligheid De reden om de verantwoordelijkheid voor informatieveiligheid niet centraal te beleggen, is dat de algemeen directeuren integraal verantwoordelijk zijn voor de risico’s van hun dienst. Dat geldt voor HR, financiën, compliance en dus ook voor de IT-risico’s en zaken als security en privacy. Daarbij willen we sterkere verbinding inrichten via de iBoards, waarin iedere vier maanden een rapportage vanuit security gepresenteerd zal gaan worden met kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) over de staat van de digitale veiligheid van de dienst.
Zo worden de verantwoordelijke managers zich bewust van de risico’s die ze lopen en kunnen ze daarop sturen. Governance en rol van het college Het college ziet zeker de waarde van extra controle op informatieveiligheid en waardeert het initiatief van de Rekeningencommissie en de Accountantsorganisatie. Een extern assessment zou verder inzicht kunnen geven in waar de gemeente kan verbeteren. Daarnaast lopen er reeds een aantal initiatieven, zoals extra maatregelen tegen DDOS-aanvallen en CEO-fraude, waarbij een externe zich voordoet als een politicus of hooggeplaatste ambtenaar om de gemeente binnen te dringen. Organogram IT-beheer en informatiebeveiliging De Chief Information Officer (CIO) is beschikbaar voor een werkbespreking, hiervoor zal de verantwoordelijkheidsverdeling worden gedeeld. 7.2 Datastrategie Dashboard Er wordt gewerkt aan sturing op kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) uit de datastrategie in een dashboard. Wanneer dit dashboard klaar is zal dit worden meegenomen in de bestaande rapportagecycli. De CIO zal hiervoor een voorstel doen bij de hierboven genoemde werkbespreking. 6.4 Bescherming persoonsgegevens Naleving AVG
5/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
De functionaris gegevensbescherming (FG) geeft in principe jaarlijks een presentatie aan de Rekeningencommissie. En het jaarverslag van de FG zal worden gedeeld. Positionering FG De FG is rechtstreeks onder de gemeentesecretaris, dus onafhankelijk, gepositioneerd in de directie bestuurszaken van de Bestuurdienst. Daarnaast is er dit jaar een tweetal aanstellingsbesluiten gemaakt, waarin verwezen wordt naar de onafhankelijke positie van de FG volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In de AVG staat ook opgenomen dat de FG rechtstreeks rapporteert aan de hoogste leidinggevenden. Wettelijk en feitelijk gezien is dit dus al geregeld, dit wordt ook beschreven bij de herijking van het privacy beleid van de gemeente Den Haag. In het aanstellingsbesluit is opgenomen dat de FG bevoegd is om bij afwezigheid een vervanger aan te wijzen, dit ziet tot nu toe met name op het bijhouden van de FG-mailbox tijdens vakanties. Rol FG bij Gemeenschappelijke Regelingen Het toezicht van de FG bij gemeenschappelijke regelingen verschilt per regeling, maar bij alle regelingen wordt óf door de FG van Den Haag óf door de FG van een samenwerkende organisatie toezicht gehouden.
Bij het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) en het Veiligheidshuis zijn bijvoorbeeld de verschillende samenwerkingspartners zelf verantwoordelijk voor hun gegevens en houdt de eigen FG daar toezicht op. Er is een wet in voorbereiding, de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, die deze organisaties verplicht om zelf een FG aan te wijzen. Voor andere organisaties, zoals bijvoorbeeld Veilig Thuis of de GGD is de FG van Den Haag aangewezen. Andere organisaties zoals bijvoorbeeld H10 hebben een eigen FG. Jaarverslag FG Het jaarverslag van de FG 2022 wordt via het college doorgeleid naar de Rekeningencommissie. 7
Verbonden partijen
7.1 Evaluatie Geen opmerkingen. 7.2 Beleidskader Aanbevelingen audit Accountantsdienst Zoals reeds eerder aan de raad medegedeeld (RIS313870) kan het college aansluiten bij de aanbevelingen van de audit Accountantsdienst inzake de rol van de raad bij verbonden partijen. N.a.v. een advies van de Accountantsdienst (RIS313989) wordt het op 10 februari 2022 vastgestelde beleidskader geactualiseerd. Daarbij zijn de eerdere focuspunten gehandhaafd en niet inhoudelijk gewijzigd. De wijzigingen richten zich op: • verduidelijken rollen van raad en college bij aangaan en afstoten van verbonden partijen; • verwerkingen wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022; • visualisaties in het beleidskader ter bevordering van de leesbaarheid. Deze actualisatie bevindt zich in de afrondende fase en zal binnenkort aan de raad worden voorgelegd ter vaststelling. Aanscherping beleidskader verbonden partijen In principe geldt het in het beleidskader verbonden partijen opgenomen toetsingskader als een kwalitatieve basis voor het aangaan, afstoten, maar ook evalueren van verbonden partijen. Overigens heeft de raad al middelen om grip te houden op de inrichting van de risicobeheersing.
6/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
Via de jaarlijkse P&C-cyclus van begroting, jaarrekening en jaarrapportage verbonden partijen worden de risico’s gemonitord en kan indien nodig worden bijgestuurd. Ook worden in het beleidskader verbonden partijen reeds de verschillende fasen van een verbonden partij uiteengezet zoals het aangaan en afstoten van een verbonden partij in hoofdstuk 3. Bij deze uiteenzetting wordt de verschillende analyses per fase meer concreet toegelicht zoals het op stellen van een businesscase inclusief inkomsten, uitgaven, risico’s en de maatschappelijke effecten tijdens de onderzoeksfase of het opstellen van de exit-strategie inclusief risico’s tijdens uitwerkingsfase. Daarnaast wordt bij de periodieke evaluatie van alle verbonden partijen (eens per 4 jaar) op basis van het toetsingskader aandacht besteed aan risicobeheersing van verbonden partijen. Zo was in de evaluatie van 2022 als expliciete vraag t.a.v. alle verbonden partijen opgenomen: “Staan de (financiële) risico’s t.a.v. de verbonden partij (nog steeds) in redelijke verhouding tot de te dienen publieke belangen?” Op basis van de concrete uitkomsten van de diverse analyses en hiervoor beschreven rapportages daarover wordt én kan maatwerk worden toegepast in het toezicht(-arrangement) als een specifieke situatie daarom vraagt.
Bij de actualisatie van het beleidskader verbonden partijen wordt de rol van de raad en het college bij de cycli van begroting en jaarrekening van de gemeenschappelijke regelingen die aan Den Haag verbonden zijn aangescherpt, conform de gewijzigde wet Gemeenschappelijke regelingen en het in instrumentarium dat deze gewijzigde wet hiervoor biedt. Ook zal er een lijst met aandachtpunten worden opgenomen van specifieke zaken die in de betreffende gemeenschappelijke regeling worden vastgelegd ter behartiging van de publieke en financiële belangen van de gemeente. Verder zal in de actualisatie van het beleidskader bij de uiteenzetting van de verschillende fasen, daar waar nodig, de benodigde analyses verder worden toegelicht en geconcretiseerd. 7.3 Jaarrapportage Geen opmerkingen. 8
Doelmatigheid
8.1 Definitie en afbakening Geen opmerkingen 8.2 Programma 2023 Programma Het onderzoeksprogramma 2023 wordt naar verwachting in september ter vaststelling aan het college voorgelegd. Na vaststelling zal de raad worden geïnformeerd over het programma. Opvolging eerdere aanbevelingen Vorig jaar is begonnen met herziening van kader, verordening en programma van doelmatig- en doeltreffendheidsonderzoeken. De herziening is nagenoeg afgerond. De Verordening is reeds in uw bezit (RIS315740), het onderzoeksprogramma 2023 ontvangt u na vaststelling in het college. Rond de start van de herziening trad ook het nieuwe college aan. Om die reden is vorig jaar geen nieuw onderzoeksprogramma gestart. Daarom is er ook geen nieuws over aanbevelingen en opvolging. Voor de volledigheid staan de aanbevelingen van vorig jaar hieronder (zie ook RIS312533).
7/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
“Doelmatigheidsonderzoek financiële risico’s De aanbevelingen van het DMO financiële risico’s zijn: Aanbevelingen kaderstelling en beheersregels (1a) Stel een kadernota weerstandsvermogen op. (1b) Besteed bij de actualisatie van de financiële beleids- en beheersregels specifiek aandacht aan de aanscherping van bestaande spelregels bij het risicocumulatiemodel. Aanbevelingen sturing (2a) Stel een procesbeschrijving op bij het risicocumulatiemodel. (2b) Leg het eigenaarschap vast van zowel het model als de risico’s die het bevat, en maak expliciet welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden hierbij horen. Aanbevelingen jaarstukken (3a) Verbeter in de jaarstukken de inzichtelijkheid van de informatie over de in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen financiële risico’s. (3b) Koppel in de jaarstukken de financiële risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen expliciet aan beleidsdoelen. Aanbevelingen software (4) Maak gebruik van een gemeentebreed registratiesysteem voor de risico’s uit de paragraaf weerstandsvermogen, al dan niet gekoppeld aan een bredere vastlegging van (financiële) risico’s. Aanbevelingen risicobeheersing (5a) Maak voor risicobeheersing meer gebruik van zachte instrumenten, zoals ambtelijke risicodialogen. (5b) Bespreek gemeentebreed ambtelijk de uitkomsten van het risicocumulatiemodel.
De aanbevelingen (1a), (1b), (2a) en (2b) zijn inmiddels opgepakt en in uitvoering. Het college zal aan uw raad een voorstel doen voor een kadernota weerstandsvermogen. Verwachting was eerder om dat nog dit jaar te doen. Gelet op de huidige onderhandelingen over een nieuw college is de planning om dat nog dit jaar te doen niet meer haalbaar en zal de nota weerstandsvermogen in 2024 aan uw raad worden aangeboden. Met aanbevelingen over de jaarstukken, (3a) en (3b) is in de jaarstukken over 2022 een start gemaakt. Over aanbeveling (4) loopt een verkenning naar een softwaresysteem waarin financiële en niet-financiële risico’s bijeen worden gebracht. Voor aanbeveling (5a) is bij alle diensten in dit jaar het risicomanagementproces gestart. Dat zijn de aanbevolen gesprekken over de risico’s. Hiervoor worden eerst interne opleidingen gevolgd door betrokken medewerkers over het omgaan met risico’s. Vervolgens zal aanbeveling (5b), het gemeentebreed ambtelijk agenderen van de uitkomsten van die gesprekken, ook ter hand worden genomen.” 9
Sociaal domein
9.1 WMO & jeugdhulp kostenbeheersing Rapportages We danken de Rekeningencommissie voor het uitspreken van hun waardering. We kunnen ons vinden in het verzoek om de intensiteit van het rapporteren af te schalen en mee te nemen binnen bestaande rapportage structuren. We zullen een voorstel uitwerken voor een nieuwe rapportagevorm en deze voorleggen aan de Rekeningencommissie.
8/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10610001
10 Aandachtspunten vakcommissies Geen opmerkingen. 11 Vooruitblik Het college hecht aan een goede samenwerking met de raad en met uw commissie. Het college hoopt dat de open en constructieve gedachtewisselingen in vergaderingen, werkbesprekingen en ‘benen-optafel-sessies’ worden voortgezet. Met vriendelijke groet, het college van Burgemeester en Wethouders van Den Haag. namens deze, de wethouder van Financiën, Cultuur, Economie en Dienstverlening Saskia Bruines
9/9