CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316606 Bijlage 3 Infiltratiepotentiekaart inclusief handelingsperspectief

Commissie Leefomgeving 21 maart 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Klimaatadaptatiedebat1.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Legenda Infiltratie categorieën Geschikt om te infiltreren Geschikt om te infiltreren met aanvullende maatregelen of mogelijk risico op grondwateroverlast Beperkte infiltratiekansen door veen/klei Buitengebied Buurtgrenzen Gemeentegrens

Infiltratie categorie

Beschrijving

Handelingsperspectief openbaar terrein

Handelingsperspectief particulier terrein

Grondwateraanvulling door infiltratie

•

Locaties met de grootste effectiviteit voor klimaatmaatregelen. Een groot deel van het regenwater in de wijk kan in de bodem infiltreren vanwege relatief diepe grondwaterstanden. Aanvullende maatregelen (zoals aanleg drainage) zijn waarschijnlijk niet nodig. Tenzij vanwege de aanwezigheid van klei/veen (gearceerd op kaart) drainage nodig is om de voorziening tijdig te ledigen. Regenwaterberging kan zowel bovengronds als ondergronds, omdat er relatief veel ruimte (boven het grondwater) beschikbaar is in de bodem.

•

Verschillende soorten bergings-/infiltratievoorzieningen zijn mogelijk, zowel bovengronds als ondergronds (denk aan wadi’s, waterbergende fundering en infiltratiekratten). Hieruit kan worden gekozen in de ontwerpfase, afhankelijk van de beschikbare (boven- en ondergrondse) ruimte en de wensen (stedenbouwkundig aanzicht). Alle asfaltwegen kunnen worden vervangen door klinkers. Een deel van het regenwater van de wegen en daken kan in de bodem worden geïnfiltreerd (bijvoorbeeld via straatkolken of afgekoppelde regenpijpen die zijn aangesloten op een bergings-/infiltratievoorziening). Het exacte mogelijke oppervlak is verschillend per locatie en dient in aanvullend onderzoek te worden bepaald (in de huidige analyse is uitgegaan van 50% infiltratie vanaf verhard oppervlak1).

•

Locaties waar voorzichtigheid is geboden met het infiltreren van regenwater om grondwateroverlast te voorkomen. Dit zijn de gebieden waar het grondwater in de huidige situatie en/of in de toekomst (met het stopzetten van de DSM onttrekking en klimaatverandering) relatief hoog staat. Aanvulling van het grondwater is slechts een deel van het jaar gewenst (in droge perioden). Bij veel infiltratie zijn aanvullende maatregelen (zoals aanleg drainage) waarschijnlijk nodig om grondwateroverlast te voorkomen. Regenwaterberging kan zowel bovengronds als ondergronds in ondiepe voorzieningen, omdat er relatief weinig ruimte (boven het grondwater) beschikbaar is in de bodem.

•

De beperkt beschikbare ruimte voor infiltratie zonder grondwateroverlast wordt bij voorkeur ingezet om te ontstenen/vergroenen, vanwege de bijkomende bijdrage aan biodiversiteit, hittestress en wijkaanzicht. Ondiepe bergings-/infiltratievoorzieningen zijn mogelijk met drainage, zowel bovengronds als ondergronds (denk aan wadi’s en ondiepe waterbergende wegfundering). Hieruit kan worden gekozen in de ontwerpfase, afhankelijk van de beschikbare (boven- en ondergrondse) ruimte en de wensen (stedenbouwkundig aanzicht). We adviseren om asfaltwegen niet te vervangen door klinkers tenzij drainage mee wordt aangelegd. Ditzelfde geldt voor het afkoppelen van wegen en daken (om dit water te infiltreren in de bodem). In de ontwerpfase wordt bepaald welk oppervlak kan worden afgekoppeld om te bergen en infiltreren, en of drainage nodig is. Het uitvoeren van een grondwateronderzoek (inclusief grondwatermonitoring) is geadviseerd om de beschikbare ruimte in de ondergrond te bepalen. Indien het grondwater lager blijkt te staan dan 1,1 m-mv (in een RHG70-situatie2), dan kan het handelingsperspectief van categorie ‘groen’ worden gevolgd.

•

Vanwege ondiep veen en/of klei in de bodem is de infiltratiesnelheid mogelijk beperkt. Een relatief groot deel van de regen zal daarom moeten worden afgevoerd. Vanwege ondiep veen en/of klei in de bodem is er kans op een schijngrondwaterstand (grondwater dat bovenop de klei-/veenlaag blijft staan).

• •

Waarschijnlijk is drainage nodig om bergingsvoorzieningen tijdig te ledigen. Vanwege een schijngrondwaterstand kunnen groenstroken drassig zijn. Houd rekening met vochtbestendige vegetatie. Breng de lokale bodemopbouw nader in beeld door middel van grondboringen. Mogelijk is enkel lokaal veen/klei aanwezig, of pas vanaf een bepaalde diepte. In dat geval is meer infiltratie mogelijk en kan wellicht het handelingsperspectief van categorie ‘geel’ of ‘groen’ worden gevolgd.

•

(groen op kaart, indien gearceerd zie ook de adviezen bij ‘Beperkte infiltratiekansen door veen/klei’)

•

•

Grondwateraanvulling door infiltratie: met aanvullende maatregelen of mogelijk risico op grondwateroverlast

•

(geel op kaart, indien gearceerd zie ook de adviezen bij ‘Beperkte infiltratiekansen door veen/klei’)

•

•

Beperkte infiltratiekansen door veen/klei

• •

(arcering op kaart) •

• •

•

•

•

•

•

•

• •

•

•

• •

•

Tuinen zijn bij voorkeur zoveel mogelijk onverhard (tegels eruit). Regen die in de tuin valt, wordt zoveel mogelijk lokaal geïnfiltreerd, bijvoorbeeld in plantsoenen en op een (verlaagd) gazon. Water vanaf het dak wordt bij voorkeur in de tuin geïnfiltreerd. De regenpijp kan bijvoorbeeld afwateren op het maaiveld of in een voorziening (zoals infiltratiekratten of een grindkoffer). Houd echter rekening met afvoermogelijkheden bij extreme buien (bijvoorbeeld door oppervlakkige afstroming richting de straatkolken in de openbare weg, of via een roostergoot/kolk als noodoverloop richting het riool). Er vindt op deze manier zo min mogelijk afvoer van regenwater naar het gemeentelijk riool plaats, want dit is in een gemiddelde neerslagsituatie niet nodig. Tuinen zijn bij voorkeur zoveel mogelijk onverhard (tegels eruit) vanwege de bijdrage aan biodiversiteit en hittestress. Laat het regenwater echter niet te dicht bij de gevels infiltreren (> 5-10 m afstand) om vochtoverlast bij panden te voorkomen. Laat borders niet richting de woning aflopen. Overweeg bij grotere borders een niet-infiltrerende strook verharding langs de gevel. Daken kunnen niet zondermeer worden afgekoppeld, dus blijven bij voorkeur aangesloten op het HWA- (of gemengd) riool.

Tuinen zijn zoveel mogelijk onverhard (tegels eruit). Zorg bij voorkeur voor een goede doorlatendheid van de toplaag. Dit kan door de bovenste decimeters (maximaal 50 cm) te vervangen door bijvoorbeeld tuinaarde (eventueel gemengd met goed-doorlatend zand). Laat borders niet richting de woning aflopen in verband met het risico op een schijngrondwaterstand. Overweeg bij grotere borders of gazons een nietinfiltrerende strook verharding langs de gevel. Indien de grondwaterstand dit toelaat (de ‘groene’ zones op kaart) houd dan bij het afkoppelen van het dak rekening met een langere tijd dat het regenwater nodig heeft om te infiltreren in de bodem. Er is dus voldoende bergingsruimte nodig, bijvoorbeeld in een vijver of grindkoffer. Houd rekening met voldoende afvoermogelijkheden bij extreme buien, bijvoorbeeld met een noodoverloop. Infiltreer geen regenwater van dak, schuur of terras direct naast de woning (op minder dan 5 à 10 m afstand van de gevel) om grondwateroverlast te voorkomen. Vanwege een schijngrondwaterstand kan de tuin drassig zijn. Houd rekening met vochtbestendige vegetatie in de tuin.

Algemene opmerkingen: Maak bij infiltratie altijd de afweging of de waterkwaliteit voldoende is om te willen en mogen (vanuit beleid) infiltreren in de bodem. Denk bijvoorbeeld aan vervuiling van regenwater door strooizout, en oliën en verontreiniging vanaf wegen (bij zwaar verkeer). Conform gemeentelijk beleid is een streefwaarde voor de ontwateringsdiepte van 70 cm-mv gehanteerd in een RHG70-situatie2. De resultaten zijn opgeschaald vanuit het gemeentelijke grondwatermodel en de geologische kaart. Lokaal kan de situatie afwijken, maatregelen zijn maatwerk. 1

Bij de analyses is er van uitgegaan dat van alle neerslag op verharding 50% infiltreert (zowel op particulier als openbaar terrein), en is een veiligheidsmarge voor de ontwateringsdiepte van 20 cm toegepast.

2

De RHG70 is de representatief hoge grondwaterstand die 30% van het jaar wordt overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13218683/1