RIS316529 Afdoening motie Risicodeling Dreven Gaarden Zichten
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10856569 RIS316529 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Pieter Birnage Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Projecten Datum
Telefoonnummer
11 maart 2025
14070 E-mailadres
pieter.birnage@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Risicodeling Dreven, Gaarden, Zichten’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van de commissiebrief inzake ‘Nadere analyse van het Didamarrest en het staatssteunrecht bij Dreven, Gaarden en Zichten’ (RIS315542) en de commissiebrief Voortgangsrapportage Dreven-Gaarden-Zichten ( RIS315465) op 7 september 2023, de door het raadslid de heer Udaba ingediende motie ‘Risicodeling Dreven, Gaarden, Zichten’ (RIS316529) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Overwegende dat: − het project Dreven Gaarden Zichten een omvangrijk en langdurig project is; − de gemeente aanzienlijke risico’s (loopt), waaronder potentiële onverwachte kostenoverschrijdingen en vertragingen in de uitvoering. − door risicodeling met de Rijksoverheid (BZK), de gemeente negatieve effecten van deze risico’s op haar eigen financiën kan verminderen. Verzoekt het college om: − met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in gesprek te gaan over risicodeling bij het project Dreven, Gaarden en Zichten; − de raad uiterlijk bij de volgende voortgangsrapportage te informeren over het gesprek met BZK, waarbij in de terugkoppeling ook wordt aangegeven onder welke condities risicodeling mogelijk is.
Het college geeft op de volgende manier antwoord op de motie: In gesprekken met het ministerie is aangegeven dat de huidige lijn die BZK heeft ingezet om dit soort grote woningbouwprojecten te steunen is:
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10856569
I – door middel van de woningbouwimpuls (WBI). Uit deze middelen heeft de gemeente Den Haag €26,8 mln. uitgekeerd gekregen van het ministerie voor het Dreven-Gaarden-Zichten project. De randvoorwaarden die hieraan hangen zijn hard vastgelegd in enerzijds de regeling en anderzijds in de beschikking. II – de Start bouwimpuls (SBI). Een aanvullende regeling die door het ministerie in het leven is geroepen, mede omdat WBI-projecten door stijgende bouwkosten en dalende opbrengsten, in de problemen kwamen. Deze subsidieregeling mocht dus worden ‘gestapeld’ worden met een eerdere WBI uitkering. Hier is voor Dreven-GaardenZichten geen beroep op gedaan. De woningbouwimpuls is een specifieke uitkering die onder voorwaarden is verstrekt. De gemeente dient jaarlijks via het systeem van single information, single audit (Sisa) verantwoordingsinformatie aan het Rijk te leveren. Het ministerie heeft de mogelijkheid tot (gedeeltelijk) terugvorderen als niet aan de voorwaarden wordt voldaan. De verantwoordelijkheid voor het leveren van de prestatie ligt bij de gemeente. Het ministerie geeft duidelijk aan niet in risico’s te willen en kunnen participeren. Dit zou ook niet passen binnen de systematiek van de Rijksbegroting. Daarnaast zou dit niet passen in de governancestructuur van het project.
Om te kunnen deelnemen in risico(-reductie) zou het Rijk ook zelf mee moeten kunnen sturen in het proces en de projecten. Met de uitkering aan de gemeente heeft het Rijk deze verantwoordelijkheid juist bij de gemeente gelegd. Het Rijk heeft in gesprek aangegeven zich wel te oriënteren op andere vormen van deelname in gebiedsontwikkeling. Dit bevindt zich echter in een verkennende fase. Het is onduidelijk of daartoe op enig moment besloten zal worden en in welke vorm dat dan zal zijn. Mocht hier meer duidelijkheid over komen dan zullen we de mogelijkheden voor Den Haag in gesprek met het Rijk onderzoeken voor eventueel toekomstige gebiedsontwikkelingen. Voor Dreven- Gaarden en Zichten zal het ministerie niet optreden als risicodrager in het project, anders dan dat het altijd mogelijk is dat er bij bredere ontwikkelingen in de maatschappij nieuwe subsidieregelingen in het leven worden geroepen. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2