RIS316440 BIJLAGE Reactie nav verzoeken uit de alg raadscommissie
Tekst van het document
Enquêtecommissie Amare
999
Retouradres Postbus 19157, 2500 CD Den Haag
Ons kenmerk
Aan de algemene raadscommissie
185875 Risnummer 316440 (bijlage) Contactpersoon
J.L. van Oeveren Dienst
Griffie Afdeling
Griffie Telefoonnummer
3533131
Datum
23 november 2023 Onderwerp
Reactie naar aanleiding van verzoeken uit de Algemene raadscommissie
Geachte leden, De enquêtecommissie is door leden van de algemene raadscommissie gevraagd te reageren op een aantal onderwerpen dat in de vergaderingen van 12 oktober en 1 november jongstleden aan de orde is gekomen bij de bespreking van het onderzoek van de enquêtecommissie. Hieronder volgt een puntsgewijze reactie. 1. Een vraag is gesteld over de implementatie en uitwerking van aanbeveling 2 over de inzet van deskundige en permanente ondersteuning en aanbeveling 3 raadsleden als rapporteurs. De enquêtecommissie verwijst hiervoor naar de brief van het presidium van 3 november 2023 (RIS317005) waarin aan de raad wordt voorgesteld hoe deze aanbevelingen op te pakken indien de raad besluit de aanbevelingen over te nemen. De enquêtecommissie kan zich in dit voorstel vinden. 2. Gevraagd is nader onderzoek te doen naar de kwesties die SOS Den Haag heeft opgenomen in het raadsadres van 9 oktober 2023. De enquêtecommissie heeft op basis van het raadsbesluit van 5 november 2021 een onderzoek gehouden conform de opdracht. Dit heeft geresulteerd in het eindrapport zoals dat er nu ligt. De enquêtecommissie ziet thans, gelet op de opdracht van de raad uit 2021 en de reikwijdte en periode van het onderzoek, geen reden aanvullend onderzoek te doen. 3.
Verder is verzocht te reflecteren op de kosten van verplaatsing van het Koninklijk Conservatorium naar Amare en het moment waarop de raad daarover voor het eerst is geïnformeerd. De enquêtecommissie reageert daarop als volgt. Het Koninklijk Conservatorium (KC) en de gemeente Den Haag hebben op meerdere momenten tussen de jaren 2000 en 2006 overleg gevoerd over de toekomst van het KC en de mogelijke synergie die er zou kunnen ontstaan tussen de instellingen het Residentie Orkest (RO), het Nederlands Dans Theater (NDT) en het KC. In mei 2008 wordt op basis van die eerdere gesprekken door de gemeenteraad een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld om te onderzoeken of en hoe de samenwerking gestalte kan krijgen. In 2009 stemt de gemeenteraad in met het voorgestelde principebesluit van het college om vervolgstappen te zetten in de ontwikkeling van een Dans- en Muziekcentrum waarin het RO, NDT en KC gehuisvest zijn. Op 28 januari 2011 stuurt het college het voorstel inzake Besluitvorming Dans- en Muziekcentrum Spuiplein (RIS 178616) naar de gemeenteraad waarin twee belangrijke zaken worden vermeld. Allereerst wordt duidelijk dat het KC-deel van de ontwikkeling van het Dans- en Muziekcentrum
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 19517 2500 CD Den Haag
T 070 - 3533131 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
185875
€ 81,5 mln. bedraagt. Daarnaast staat in datzelfde raadsvoorstel: “Het KC is onlosmakelijk verbonden met de bouw van het Dans- en Muziekcentrum. Mocht het KC onverhoopt haar aandeel van de financiering niet rond krijgen, dan is de beoogde ontwikkeling niet mogelijk.” De raad stemt daar via het raadsvoorstel op 24 maart 2011 mee in. Tegelijkertijd is er op dat moment bij het college al bekend dat het KC de voorgestelde € 81,5 mln. niet kan betalen. Het KC meldt aan het college op 15 februari 2011 dat het KC maximaal € 20 mln. kan bijdragen voor de bouw van het Dans- en Muziekcentrum. De raad stemt dus in met iets waarvan al bij het college duidelijk is dat het niet gerealiseerd kan worden. Mede op basis van die informatie zijn er forse besparingen uitgewerkt voor het KC-deel door het college. In het raadsvoorstel inzake realisatie Spuiforum (RIS 251767, aangenomen door de gemeenteraad op 30 oktober 2012) wordt duidelijk dat er € 29,1 mln. is bespaard op het KC-deel. Grote delen zijn daadwerkelijke besparingen. Andere delen zijn afkomstig van het niet toerekenen van de grote foyers en het atrium van Spuiforum aan het KC. Hoewel de foyers en het atrium niet specifiek nodig zijn voor het KC zou het KC deze ruimtes na oplevering wel gebruiken.
In de zomer van 2012, voordat dit raadsvoorstel wordt gepresenteerd aan de gemeenteraad, wordt onderhandeld over de huurcondities van de instellingen. Er wordt onderhandeld over de huurprijs. Het eerste aanbod van de gemeente is dat de kale huur van het KC jaarlijks € 1,666 mln. bedraagt en jaarlijks wordt geïndexeerd met 2,5%, er een subsidie komt van € 0,6 mln. en het KC moet zorgen voor sponsoring van € 10 mln. Het KC kan hier niet mee akkoord gaan doordat het hiermee een negatieve cashflow zou krijgen en zal eindigen in faillissement voor het KC. Het resultaat van de onderhandeling is dat de totale huurlasten van het KC-deel € 2,31 mln. per jaar bedragen, welke jaarlijks wordt geïndexeerd met 1,16%, wat een lagere indexatie is dan van de huren van het RO en NDT. Daarnaast wordt overeengekomen dat er een jaarlijkse subsidie wordt verstrekt van € 0,9 mln. die eveneens jaarlijks wordt geïndexeerd met 1,16%. De huurinkomsten van het KC worden in het voorstel voorgesteld op € 1,9 mln. Terwijl al duidelijk is dat het KC dit bedrag niet gaat betalen. De resultaten van de onderhandeling over de huurcondities worden vastgesteld in de SOK van juni 2013 waar wordt bepaald dat het KC jaarlijks aan kale huur € 1,41 mln. betaalt.
In het raadsvoorstel Actualisering dekkingsbesluit en verwacht bedrijfsresultaat Amare van 17 maart 2020 stelt het college het volgende: “De in 2012 en 2013 toegezegde subsidie van € 0,9 mln. die in 10 jaar zou aflopen was en is ter dekking van de geringe huursom die het koninklijk Conservatorium kon opbrengen zonder de onderwijskwaliteit in gevaar te brengen. De afspraken en contracten uit die periode zijn gebaseerd op een gebouw van 40.681 m2 bruto vloer oppervlak (bvo). De huidige meting telt 50.267 m2 bvo zonder dat hier meer inkomsten tegenover staan. Voorgesteld wordt om deze subsidie structureel te maken (3B).” Dit is een foutieve voorstelling van zaken. De huurinkomsten afkomstig van het KC zijn in de SOK van juni 2013 vastgesteld op € 1,41 mln. en in de SOK komt een bedrag van € 2,31 mln. te staan dat stichting DMC aan de gemeente dient te betalen. Dus ook in de versie van het Spuiforum is, zoals hierboven beschreven, een subsidie toegekend voor het dekkingsgat dat zit tussen de afgesproken huur die het KC betaalt aan het DMC (€ 1,41 mln.) en de huur die het DMC aan de gemeente betaalt voor het KC-deel (€ 2,31 mln.). In het raadsvoorstel van maart 2020 wordt dus niet expliciet gemaakt waarvoor de subsidie ooit is bedoeld. Het was immers een aflopende subsidie omdat er volgens het raadsvoorstel van 2012 “geen opgeklopte verwachting in de prognoses zijn opgenomen”.
In het raadsvoorstel uit 2020 wordt wel gesteld dat de € 0,9 mln. subsidie is om de ‘geringe’ inkomsten van het KC te compenseren, maar het college doet net alsof dit komt doordat het gebouw groter is geworden dan beoogd. Er wordt gesteld dat de verdiencapaciteit van DMC niet is toegenomen, dat is niet ter zake doende. De exploitatiekosten van het nieuwe gebouw zijn hoger dan van te voren gesteld, maar de bedrijfsplannen waarop de huurcondities zijn bepaald had al een gat van € 0,9 mln. door de te lage huurinkomsten van het KC. Het college verzaakt in 2020 die relatie bloot te leggen. De subsidie voor het huurtekort van het KC is een duidelijk voorbeeld van hoe een opeenstapeling van fouten en niet transparant opereren van het college de raad buitenspel zet. Vanaf het moment dat er bedacht is dat het KC samen met het RO en NDT gehuisvest moest worden zijn alle zeilen
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
185875
bijgezet om dat te doen slagen. Bij majeure besluitvormingsmomenten zijn cruciale delen van informatie niet gedeeld. Zo is tijdens de behandeling van het raadsvoorstel over besluitvorming Dans- en Muziekcentrum bekend dat het KC haar in het raadsvoorstel voorgestelde deel niet kan betalen, maar wordt dit niet gemeld aan de raad. Bij het raadsvoorstel inzake realisatie Spuiforum van oktober 2012 wordt niet gemeld, maar is wel al bekend bij het college, wat de huurcondities zijn voor het KC. Dan is al bekend bij het dat er slechts € 1,41 mln. betaald gaat worden aan huur, maar staat het KC voor € 1,9 mln. in het raadsvoorstel. Er wordt een subsidie voorgesteld van € 0,9 mln. die afloopt in 10 jaar tijd, terwijl dit niet kan omdat het een subsidie is voor het huurtekort van het KC, wat bekend is bij het college. Bij de actualisatie van het dekkingsbesluit in 2020 wordt gerepareerd dat de subsidie niet afloopt in 10 jaar tijd maar structureel wordt. Hier wordt niet gemeld dat de oorspronkelijke subsidie bedoeld was voor het al bekende huurtekort en dat het college daar van op de hoogte was, maar de raad niet. Bij besluitvorming wordt steeds cruciale informatie weggelaten. Als het later duidelijker wordt heeft de raad al een besluit genomen en kan niet meer terug.
De enquêtecommissie concludeert dat pas bij het verschijnen van het rapport ‘Amare: Bijzonder Complex’ de raad volledig op de hoogte is van de bedoeling van de subsidie van € 0,9 mln. uit 2012, die in 2020 omgezet is in een structurele subsidie. De raad is in 2020 niet op de hoogte dat het college daarvoor de raad op dit punt had misleid. 4. Het college heeft op 31 oktober 2023 een brief gestuurd aan de voorzitter van de commissie Ruimte waarin de toezegging gestand is gedaan om te reflecteren op de (on)geldigheid van de inschrijvingen van Boele & van Eesteren i.c.m. Visser & Smit Bouw (later ‘Cadanz’ en in het vervolg ook zo aan te halen) en Heijmans. Daarbij is een externe toets gevoegd van aanbestedingsadvocaat mr. dr. A. van Heeswijck. De enquêtecommissie heeft de uitvraag toetsing geldigheid inschrijvingen BEVS en Heijmans mogen inzien. De enquêtecommissie is gevraagd hierop een reactie te geven. Vooropgesteld wordt dat wat de enquêtecommissie betreft de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit het eindrapport niet ter discussie staan. Ook de externe toets van de heer Van Heeswijck, die onder paragraaf 7.1 overigens de conclusies van de enquêtecommissie overeind houdt, is naar het oordeel van de enquêtecommissie geen aanleiding het gestelde in het eindrapport Amare anders te waarderen.
Uit het eindrapport blijkt dat de Vraagspecificatie voor de geïntegreerde aanbesteding van Amare niet voldoet aan de over het algemeen ruim geformuleerde eisen voor een geïntegreerde aanbesteding. De Vraagspecificatie is een beperkte omzetting van het Programma van Eisen dat voor het Spuiforum was opgesteld. De Vraagspecificatie bevat om die reden naast een aantal functionele eisen, een groot aantal specifieke eisen waaraan de aannemers bij hun inschrijving moeten voldoen. Daarom wordt in het eindrapport gesproken van het hybride karakter van de Vraagspecificatie (p. 293): de Vraagspecificatie bevat zowel eisen die een functioneel karakter hebben als eisen die dwingend moeten worden nagekomen. Aan specifieke eisen moet bij inschrijving worden voldaan, omdat de inschrijvingen anders niet vergelijkbaar zijn (waartoe het gelijkheidsbeginsel wel verplicht). De beoordeling of bij de inschrijving aan die specifieke eisen is voldaan, is dus zwart/wit: ja of nee. Bij de invulling van functionele eisen heeft de inschrijver een zekere ruimte/vrijheid. Een voorbeeld: Het Faseovergangsdocument (bijlage 9 in het Eindrapport, p. 753 e.v.) verwijst in onderdeel 5 naar het Programma van Eisen (lees: Vraagspecificatie) dat een Ensemblezaal vereist van 600 zitplaatsen. Aan die specifieke eis voldoet de inschrijving niet bij het aanbieden van een zaal met 406 zitplaatsen en 196 staplaatsen.
Van een uitvoeringeis is geen sprake. Niet ondenkbeeldig is dat de combinatie zit/staplaatsen een mededingingsvoordeel oplevert voor deze inschrijver ten opzichte van andere inschrijvers die wel 600 zitplaatsen aanbieden. Onduidelijk is ook of de beoogde zaal in het schetsontwerp van de inschrijver voldoende ruimte biedt om (alsnog) aan de gestelde eis te voldoen: een (wezenlijke) wijziging van het ontwerp is daarvoor mogelijk
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
185875
vereist. Een tweede voorbeeld: De Vraagspecificatie vereist bij inschrijving het indienen van een volledig ingevuld, geldig rekenblad voor de onderhoudskosten. Ook hier is sprake van een specifieke eis, die voor alle duidelijkheid tijdens de dialoogfase nog afzonderlijk is benadrukt (Eindrapport p. 325). Voor een objectieve beoordeling van de inschrijvingen is essentieel dat de rekenbladen van de inschrijvers vergelijkbaar zijn. Van een uitvoeringseis is geen sprake. Twee inschrijvers hebben aan deze eis niet voldaan, zodat hun inschrijvingen alleen al om die reden niet voor gunning in aanmerking komen. 5. Het college heeft in de algemene raadscommissie het aanbod gedaan met de enquêtecommissie in gesprek te gaan over de (on)geldigheid van de aanbesteding. De enquêtecommissie is van mening dat het debat over de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit het eindrapport moet plaatsvinden in de algemene raadscommissie en in de raad. Zoals hierboven al is aangegeven, staan de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit het eindrapport voor de enquêtecommissie niet ter discussie. Tot slot De enquêtecommissie ziet dat het onderzoek en het eindrapport uitgebreid worden besproken door de algemene raadscommissie en het college.
De enquêtecommissie is benieuwd naar de reflectie van het college op de conclusies uit het eindrapport en hoopt dat raad en college zich in voorkomende gevallen niet laten verleiden tot slechts het uitwisselen van meningen over de juistheid van de conclusies. De enquêtecommissie verwacht dat het college, conform het verzoek van de algemene raadscommissie, met open vizier ingaat op de conclusies uit het eindrapport en dat daarbij aangegeven wordt wat er naar het oordeel van het college moet gebeuren om in de toekomst grote projecten beter te laten verlopen. Ook verwacht de enquêtecommissie dat raad en college de toekomst van Amare nader definiëren met behulp van het model publiek belang. Het is uiteindelijk aan de raad om de aanbevelingen uit het eindrapport te omarmen. De enquêtecommissie wil deze reactie afsluiten met de volgende zinnen uit het voorwoord van het eindrapport: Met Amare heeft Den Haag een prachtig, multifunctioneel cultuurgebouw in bezit. Dit gebouw, met zalen van grote klasse, verdient het om een bruisend complex voor kunst, cultuur en educatie te worden in de breedste zin van het woord. Daarvoor is een duidelijke visie op de toekomst van Amare onontbeerlijk. Wij stellen uw commissie en de raad voor in de geest van deze woorden toe te werken naar het slotakkoord van deze eerste Haagse raadsenquête.
Met vriendelijke groet, De raadsenquêtecommissie Amare
De voorzitter,
de secretaris,
A. Dubbelaar
J.L. van Oeveren
4/4