RIS316428 Aanleg buurthubs Centrum, Scheveningen en Bomenbuurt
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert van Asten Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Mobiliteit, Scheveningen, Strategie en Europa
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSO/10591371 RIS316428 Contactpersoon
Diede Labots Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Mobiliteit Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
14 september 2023
diede.labots@denhaag.nl
Onderwerp
Aanleg buurtmobiliteitshubs Centrum, Scheveningen en Bomenbuurt
Geachte voorzitter, In de commissie Leefomgeving van 28 oktober 2021 is door vele partijen gevraagd om met een oplossing te komen voor de parkeeroverlast van deeltweewielers in de stad. Dit in reactie op de jaarrapportage Deelfietsen en Deelscooters (tweewielers) Den Haag (RIS309484) waarin het vorige college heeft aangegeven om te bezien of een station-based (vanaf vaste locaties) deelsysteem ingevoerd kan worden in gebieden waar de parkeerdruk van deelvoertuigen in de openbare ruimte (te) groot is. Buurtmobiliteitshubs zijn specifiek aangewezen locaties waar deeltweewielers in de openbare ruimte mogen parkeren en waar een rit gestart kan worden. In de kuststrook van Scheveningen en rond Den Haag Centraal is hier reeds gevolg aan gegeven. Afgelopen jaar is een plan uitgewerkt voor de rest van Scheveningen, de binnenstad en de Bomenbuurt. Vooruitlopend op de herinrichtingen in de Bomenbuurt in het kader van rioolwerkzaamheden (waarvoor voor nog een raadsvoorstel wordt ingediend) realiseren we een netwerk van buurtmobiliteitshubs zodat men kennis kan maken met en wennen aan deeltweewielers. De bewoners hebben namelijk in een visie aangegeven de overmaat aan verharding om te willen zetten in verblijfsgroen en prioriteit te willen geven aan langzaam verkeer. Extra inzet op het gebruik van deelmobiliteit helpt daarbij.
Het college heeft besloten om dit plan zo snel mogelijk uit te laten voeren. Probleemschets De komst en populariteit van deelfietsen en deelscooters hebben tot een nieuw vraagstuk geleid in de openbare ruimte. Momenteel zijn er 6 aanbieders van deeltweewielers actief in Den Haag die in totaal ongeveer 2.500 voertuigen aanbieden. De diensten voorzien duidelijk in een mobiliteitsbehoefte en sluiten aan bij de doelstellingen van de mobiliteitstransitie. Vooral de deelscooters hebben ook een regionale functie. In grote delen van de stad zorgen echter met name deelscooters en ook elektrische deelfietsen ook voor overlast op trottoirs. Dat sluit slecht aan op het doel in de mobiliteitstransitie om de voetganger op 1 te zetten in de openbare ruimte. Met het huidige free-floating systeem (waarbij elektrische deelfietsen en deelscooters vrij in de openbare ruimte geparkeerd mogen worden) zijn deelfietsen en deelscooters aangewezen op het parkeren op het trottoir. Dit levert problemen op qua toegankelijkheid van trottoirs, ongewenste plaatsing in groenvoorzieningen en zorgt ook voor overlast, verrommeling en ergernis bij bewoners. In het bijzonder voor mensen met een beperking kan dit grote gevolgen hebben voor de toegankelijkheid van het trottoir.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10591371
Het station-based aanbieden van deelmobiliteit zorgt ervoor dat deze overlast afneemt en past binnen de huidige beleidskaders (Nota Regulering Deelmobiliteit RIS304140). Dit is een mooie oplossing om de deelmobiliteit goed geordend en verspreid te kunnen blijven aanbieden in de stad. Uitgangspunten station-based gebieden Een goede integratie van deelmobiliteit in het Haagse vervoersysteem draagt bij aan de doelstellingen van de mobiliteitstransitie (veilig, efficiënt, schoon, op maat, betaalbaar en verbonden). Herkenbare buurtmobiliteitshubs en optimale benutting van digitale mogelijkheden zorgen voor een nette en aantrekkelijke openbare ruimte zonder overlast van foutgeparkeerde deelfietsen en deelscooters. Bijvoorbeeld door digitale zones in te tekenen waar de voertuigen wel en waar juist niet mogen worden geparkeerd (geo-fencing). Uitgangspunt is dat de aanleg van de buurtmobiliteitshubs niet ten koste gaat van de ruimte voor voetgangers, fietsen of groen in de openbare ruimte. De buurtmobiliteitshubs komen voornamelijk op de plaats van autoparkeerplaatsen. De aanbieders van deelfietsen zonder ondersteuning maken gebruik van digitale parkeerzones (vaak bij fietsnietjes en OV-haltes) waar de deelfietsen geparkeerd moeten worden.
Aangezien dit in de praktijk goed gaat, blijft dit systeem voor fietsen zonder ondersteuning ook bij de overgang naar station-based vooralsnog in tact. Inhoud collegebesluit In het collegebesluit en de toelichting daarop vindt u meer informatie over de uitgangspunten en ruimtelijke, juridische en financiële consequenties van de uitrol van buurtmobiliteitshubs in de eerder genoemde delen van de stad en daarbuiten in te prioriteren gebieden waar sprake is van clustering of overlast van geparkeerde deeltweewielers of waar kan worden aangesloten bij een bredere gebiedsaanpak, herinrichting of straatwerkzaamheden. Verder wordt daarin globaal toegelicht wat het plan van aanpak is en hoe een buurtmobiliteitshub eruit komt te zien. De verwachting is dat de eerste buurtmobiliteitshubs eind 2023 worden aangelegd. De precieze planning van de uitvoer is nog afhankelijk van de opdrachtverlening voor de werkzaamheden en het benodigde materiaal. Vervolg Ik vertrouw erop dat met deze aanpak de overlast van geparkeerde deelvoertuigen in deze delen van de stad wordt opgelost en het aanbod goed wordt gespreid. Medio 2024 zal het effect van de in de eerste fase aangelegde buurtmobiliteitshubs worden geëvalueerd. De evaluatie vormt ook de basis voor de verdere uitrol van buurtmobiliteitshubs over de stad. U wordt te zijner tijd geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie en het vervolg.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Mobiliteit, Scheveningen, Strategie en Europa Robert van Asten
2/2