CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316419 Beantwoording SV Eis opheldering in langdurig conflict scooterzaak

Commissie Ruimte 15 november 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

31 oktober 2023

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Sluijs, luidend: ‘Eis opheldering in langdurig conflict scooterzaak’

DSO/10614702 RIS316419

Het raadslid de heer Sluijs heeft op 8 september 2023 een brief met daarin 23 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college bekend met het artikel ‘Eis opheldering in langdurig conflict’ van De Telegraaf? (1)

Ja. (Voormalige) bovenburen van de scooterzaak in de Mandarijnstraat hebben -zonder vergunning van de gemeente en zonder instemming van de VVE- opbouwen geplaatst op het dak van de scooterzaak. Dit heeft ook in het verleden plaatsgevonden en betreft niet altijd de huidige bewoners. 2.

Is het college bekend met het bouwkundig rapport d.d. 13-08-2023 dat stelt, samen met inmiddels 12 deskundigen, dat dit dak niet geschikt is voor opbouwen?

Ja. Ook de Pandbrigade/gemeente Den Haag onderschreef dit en heeft dit zelf ook laten onderzoeken blijkens een schrijven. “Deze overbelasting zou schade (scheurvorming) hebben veroorzaakt, hetgeen door de gemeentelijke constructeur ook al was bevestigd in het inspectierapport van 17 september 2021”. Als gevolg van deze illegale bouw, activiteiten en belasting op het dak treden er scheurvorming en lekkages op in onder andere een draagconstructie. Dat blijkt ook uit het feit dat de Pandbrigade c.q. gemeente Den Haag de ondernemer opdroegen om direct 27 stempels te plaatsen om instorting te voorkomen. 3.

Kan het college aangeven of het juist is dat de gemeente de ondernemer verplichtte om 27 stempels te plaatsen? Zo nee, wie deed dit dan?

Een inspecteur van de Haagse Pandbrigade heeft op 17 september 2021 de situatie ter plaatse van nummer 4 bekeken en de ondernemer (verder te noemen “onderbuurman”) naar aanleiding van deze inspectie gesommeerd om op vier plaatsen ter hoogte van watervoerende scheuren, stempels te plaatsen. Het aantal stempels is hierbij niet genoemd. De onderbuurman heeft vervolgens zelf een aannemer ingeschakeld en er zijn naar eigen inzicht 27 stempels geplaatst. Voor zover bij het college bekend, zijn de overige VVE-leden hier door de onderbuurman niet bij betrokken. Ongeveer een maand later is, ook weer op aangeven van de onderbuurman, een inspectie door de gemeente geweest ter plaatse van nummer 10. Naar aanleiding van deze inspectie is bij de onderbuurman aangegeven dat ook in deze ruimte ter plaatse van scheuren gestempeld moet worden. De inspecteur heeft de VVEbeheerder hier overigens zelf over geïnformeerd.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10614702

4.

Waarom is de VvE destijds niet gesommeerd om te stempelen en om onderzoek te doen?

De Haagse Pandbrigade probeert in principe altijd eerst om eigenaren en VVE’s zonder handhavingstrajecten in beweging te krijgen en zelf de situatie op te laten lossen, zo ook in dit geval. Er wordt dan voor de “natuurlijke” weg gekozen waarbij er vanuit wordt gegaan dat de eigenaren binnen de VVE elkaar informeren, het gaat immers om een gezamenlijke verantwoordelijkheid. In bijna alle gevallen werkt dit goed. Als de situatie het toelaat probeert het college het toepassen van bestuursdwang te voorkomen, omdat dit gepaard gaat met hogere kosten dan een minnelijk traject. Het had er aanvankelijk alle schijn van dat deze werkwijze zijn vruchten afwierp, gezien de constructieve medewerking van de onderbuurman voor wat betreft het aanbrengen van de stempels. De onderbuurman heeft de VVE-beheerder vervolgens zelf geïnformeerd, die op zijn beurt de overige leden van de VVE op de hoogte heeft gesteld en gemaand actie te ondernemen. Overigens was de VVE in een eerder stadium al op de hoogte van de scheuren en bekend met het feit dat hier iets aan moest gebeuren. 5.

Is het college bereid om de kosten die de ondernemer heeft gemaakt voor de stempels te vergoeden? Zo nee, waarom niet?

Nee, dit is een privaatrechtelijke kwestie. De constructieve veiligheid en het nemen van maatregelen aan de constructie is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle eigenaren binnen de VVE. De kosten komen voor rekening van de VVE; de leden zullen over de verdeling ervan zelf in overleg moeten gaan. Nu zijn de onderburen gesommeerd te stempelen, omdat de bovenburen onvergunde bouwwerken bezitten en platten hebben ingericht als dakterras. De bovenburen zijn belast met het feit dat er onderzoek gedaan moet worden voordat de stempels verwijderd mogen worden, terwijl de bovenburen geen toegang hebben tot het pand. Binnen een VvE waar de verhoudingen al niet goed zijn, zet dit aan tot verdere escalatie. 6.

Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat de geschetste handelswijze van de gemeente fors heeft bijgedragen aan de verzuurde verhoudingen? Zo nee, waarom niet?

Nee. Het college is van mening dat de moeilijke verhoudingen er al waren voordat deze casus door de onderbuurman bij de gemeente werd gemeld. Het was en is aan de VVE-leden zelf om de onderlinge verhoudingen te verbeteren en tot een oplossing te komen voor een gezamenlijk probleem. Als de VVE daar (weer) voor openstaat kan de VVE-balie daar bij helpen. Het is het college niet duidelijk waar de vraagsteller in de inleidende alinea precies op doelt. De bovenburen zijn niet afzonderlijk belast met het onderzoek of de stempels weg kunnen of niet, dat is immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de VVE. 7.

Is het juist dat ook de VvE-beheerder de boveneigenaren meermaals hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld? Graag een toelichting.

De gemeente heeft dergelijke correspondentie gezien. Het is echter een privaatrechtelijke kwestie waar de gemeente geen partij in is.

2/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10614702

8.

Er liggen twee gerechtelijke uitspraken (2, 3), waarin klip en klaar staat dat de gemeente moet handhaven, de dakopbouwen e.d. of de wens deze alsnog te plaatsen/legaliseren zijn in strijd met het Bouwbesluit, welzijnscommissie en omgevingsplan en de gemeente mag niet zelfstandig de termijnen oprekken. Kan het college aangeven hoe er uitvoering is gegeven aan de gerechtelijke uitspraken en waarom de gemeente, tegen de regelgeving in, zelfstandig termijnen oprekt?

Het college begrijpt de verwarring rond de twee procedures bij de voorzieningenrechter. De indruk is ontstaan dat de voorzieningenrechters de gemeente hebben opgedragen om te handhaven en de uitbouwen te verwijderen. Dit beeld klopt niet. In de eerste uitspraak werd bevestigd dat de dwangsommen terecht waren opgelegd en werd een nieuwe begunstigingstermijn gesteld. In de tweede uitspraak werd bepaald dat het college in dit geval niet bevoegd was om zelfstandig de begunstigingstermijn te verlengen. Beide uitspraken gingen niet over de vraag of de gemeente wel of niet moest handhaven. Dat was de gemeente immers al aan het doen doormiddel van het opleggen van dwangsommen. Overigens zijn de dwangsommen overeenkomstig de door uw raad vastgestelde Richtlijn bestuursrechtelijke dwangmiddelen (RIS175852) opgelegd. Het college is in zijn algemeenheid bevoegd om begunstigingstermijnen van door haar uitgevaardigde handhavingsbesluiten vóór het verstrijken ervan te verlengen als de situatie daar om vraagt. Dat gebeurt niet zomaar, degenen aan wie handhavingsbesluiten zijn gericht moeten hier gemotiveerd om verzoeken. Dit maakt maatwerk mogelijk en doet recht aan de menselijke maat. In dit geval werd de begunstigingstermijn verlengd om onomkeerbare gevolgen, als gevolg van mogelijk onjuiste bouwkundige beoordelingen, te voorkomen.

Het verschil met het voorstaande is dat niet het college, maar de voorzieningenrechter bij vonnis d.d. 2 februari 2023 de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom op 2 april 2023 heeft gesteld. Dit ging specifiek om de uitbouw aan één van de woningen. Voor het overige (het gebruik van de terrassen en de daarop geplaatste opbouwen) zijn de handhavingsbesluiten in stand gebleven en moesten de betrokkenen de overtredingen vóór de gestelde data beëindigd hebben. Ondertussen worden de daken niet meer als terras gebruikt en zijn de opbouwen van de daken verwijderd. Het college erkent dat zij een verkeerde beoordeling heeft gemaakt door te veronderstellen dat de begunstigingstermijn zonder tussenkomst van de rechter verlengd kon worden naar 1 september 2023. Bovendien was het besluit te laat genomen. Hierom heeft de voorzieningenrechter het besluit van het college geschorst in afwachting van de lopende beroepszaken over de handhavingsbesluiten. De reden waarom het college besloot de begunstigingstermijn te verlengen vloeit voort uit het volgende. Op 27 september 2022 kwamen de leden van de VVE overeen om de Raad van Arbitrage voor Bouwgeschillen in te schakelen.

Kortgezegd was de vraag aan de Raad wat de oorzaak was van de scheurvorming, of de dakvlakken constructief geschikt waren om als terras te gebruiken en of de constructie sterk genoeg was om de uitbouw aan één van de bovenliggende woning te dragen. Op 23 februari 2023 heeft de kortgedingrechter betrokkenen opgedragen om volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het onderzoek van de Raad van Arbitrage. Ten tijde van het verstrijken van de begunstigingstermijn (2 april 2023) begon zich af te tekenen dat op 1 juni 2023, in opdracht van de Raad van Arbitrage voor Bouwgeschillen, een inspectie door een constructeur zou plaatsvinden. Vervolgens werd een maand later het deskundigenbericht van de Raad van Arbitrage verwacht. De uitkomst van het deskundigenbericht kon een ander licht op de situatie werpen. Hierom wilde het college de begunstigingstermijn verlengen tot 1 september 2023 om het deskundigenbericht af te kunnen wachten. Los van deze twee uitspraken van de voorzieningenrechter is er tegen de betrokken handhavingsbesluiten een bodemprocedure gestart waardoor deze nog niet onherroepelijk zijn. Het college zal de handhaving op eventueel illegaal gebruik en de zonder vergunning geplaatste aanbouw voortzetten waarbij de uitkomst van het deskundigenbericht wordt meegewogen in de besluitvorming.

3/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10614702

Het college gaat in gesprek met betrokkenen om tot een oplossing te komen, waarbij de eindverantwoordelijkheid voor de samenwerking bij de VVE-leden blijft rusten. We zijn nu ruim twee jaar verder en de ondernemer verkeert, als gevolg van deze situatie, in financieel zwaar weer. Ook bewoners zitten al langdurig in een situatie van procedures, dwangsommen en negativisme. 9.

Kan het college aangeven waarom de gemeente, in weerwil van gerechtelijke uitspraken, deze situatie laat voortduren?

Zie antwoord op vraag 8. Het college laat de situatie niet voortduren en moet voortdurend de belangen van alle partijen zorgvuldig afwegen. Het college wil slechts voorkomen dat er onomkeerbare gevolgen ontstaan, zoals het verwijderen van aanbouwen, die bij nader inzien mogelijk niet nodig waren. Bovendien blijken het gebruik van de terrassen, de daarop geplaatste opbouwen en uitbouw aan de woning geen invloed te hebben gehad op de scheurvorming. Door de uitkomsten van het deskundigenbericht van de Raad van Arbitrage is de noodzaak om de uitbouw snel te (laten) verwijderen komen te vervallen. 10. Begrijpt het college dat zowel bewoners als ondernemer het vertrouwen in de gemeente inmiddels kwijt zijn? Zo nee, waarom niet? Het college begrijpt de complexiteit en de impact van de situatie en betreurt het als de betrokkenen het vertrouwen in de gemeente kwijt zijn. 11.

De gemeente geeft aan dat mogelijk in de toekomst het hele blok wordt gehandhaafd. Maar de situatie is nu toch al onveilig? Graag een toelichting.

Er zijn geen signalen bekend dat op andere plaatsen in het blok sprake is van een gevaarlijke situatie. Alleen de onderbuurman in deze casus heeft melding gedaan van een gevaarlijke situatie. Bovendien blijkt de constructie meer aan te kunnen dan aanvankelijk bleek. Het college onderzoekt welke vervolgstappen voor het gehele blok nodig zijn. 12. De gemeente kan bewoners en ondernemers toch niet als proefkonijn gebruiken voor andere woningen? Graag een toelichting. Het college gebruikt de onderbuurman en bovenburen niet als proefkonijn. Het college gaat met betrokkenen niet anders om dan in andere gelijke gevallen. Zie ook vraag 11. De gemeente neemt verzoeken van de bovenburen ter legalisatie van de bouwsels in behandeling terwijl de VVE daar niet conform de vereiste 80% achterstaat.

4/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10614702

13. Los van de gerechtelijke uitspraken, mag de gemeente Den Haag dit volgens bijgevoegde jurisprudentie [1] en deskundigen (4) van buiten de gemeente Den Haag helemaal niet doen. Kan het college aangeven waarom de gemeente dit toch doet en ze van plan is om dit te blijven doen? Een aanvraag wordt alleen niet in behandeling genomen als van tevoren zeker is dat de aanvrager het plan niet uit kan voeren. Dit komt zeer zelden voor. In de aangehaalde rechterlijke uitspraak uit 2012 (1) ging het om een aanvrager die niet de eigenaar van de grond was en waarvan de eigenaar geen toestemming gaf om te bouwen. Deze uitspraak is ondertussen verouderd. In recentere jurisprudentie wordt steeds minder snel aangenomen dat een bouwplan zeker niet uitgevoerd kan worden. In het geval van de Mandarijnstraat ontbreekt de toestemming van de VVE. Dat is volgens de laatste jurisprudentie onvoldoende om een (eventuele nieuwe) aanvraag niet in behandeling te nemen omdat er nog een mogelijkheid is om vervangende toestemming te vragen bij de civiele rechter. 14. Ziet het college in dat hierdoor een eeuwigdurende patstelling ontstaat? Zo nee, waarom niet? Nee. Het college is van mening dat de patstelling er al was door de verstoorde verhoudingen en dat de oplossing binnen de VVE zelf ligt.

De gemeente stelt in het bijgevoegde Telegraafartikel plots dat: “uit een recent rapport zou zijn gebleken dat de lekkages niet komen door de uitbouwen” en “dat alle stempels op een na weg kunnen”. 15.

Kan het college het verschil in zienswijze verklaren?

Met het rapport wordt het deskundigenbericht van de Raad van Arbitrage voor bouwgeschillen bedoeld. Het is geen andere zienswijze, maar uitsluitsel over de situatie waar de gemeente zich aan conformeert. Voor de totstandkoming ervan verwijst het college naar de beantwoording van vraag 8. De Raad van Arbitrage heeft een deskundige en onafhankelijke constructeur opdracht gegeven om bouwkundig onderzoek te doen naar de situatie. In dit onderzoek is zowel het eerdere bouwkundige onderzoek in opdracht van de onderbuurman en het latere bouwkundige onderzoek in opdracht van de bovenburen meegenomen. Dit alles heeft geleid tot een bindend deskundigenbericht van de Raad van Arbitrage waar ook de gemeente zich aan conformeert. In het deskundigenbericht wordt geconcludeerd dat alle stempels, op één na, verwijderd kunnen worden. Verder is de conclusie dat de scheuren in de constructie niet veroorzaakt zijn door te zware belasting van de terrassen en de uitbouwen aan de woningen. Zij zijn het gevolg van de leeftijd van de constructie en zogenaamde trekspanningen. De constructie kan de uitbouwen aan de woning van één van de bovenburen dragen. Verder wordt geconcludeerd, dat de platte daken op (in het deskundigenbericht) aangewezen plaatsen gebruikt kunnen worden als terras mits er geen grote belasting plaatsvindt door betonnen tegels en dergelijke.

Rubberen tegels en houten vlonders kunnen toegepast worden. 16. Zijn de aangehaalde twaalf deskundigen dan ondeskundig gebleken? Nee. Eerdere conclusies werden gebaseerd op de kennis, inzichten en rapporten van constructeurs die er toentertijd waren. Met het verstrijken van de tijd is verschil in inzichten ontstaan, mede door het verschijnen van een rapport van een constructeur die door de bovenburen was ingeschakeld. Uiteindelijk hebben de leden van de VVE zelf afgesproken om de Raad van Arbitrage voor bouwgeschillen te vragen om middels een deskundigenbericht uitsluitsel te geven over de situatie. Dit deskundigenbericht is er ondertussen, zie hiervoor het antwoord op vraag 15.

5/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10614702

17.

Kan het college aangeven of het juist is dat als de stellingname van de gemeente zou kloppen, de gemeente de ondernemer dan ten onrechte opgedragen heeft om 27 stempels te plaatsen?

De gemeente conformeert zich aan het deskundigenbericht van de Raad van Arbitrage dat uitsluitsel geeft over de situatie. Op basis van de toen beschikbare informatie, namelijk de constatering van watervoerende scheuren en een rapport van een constructeur, was het terecht dat de gemeente sommeerde om stempels te laten plaatsen. De gemeente heeft echter geen opdracht gegeven om 27 stempels te plaatsen. Zie verder de antwoorden op vraag 15 en 16. 18. In de krant is er door de gemeente gesteld dat alle stempels verwijderd mogen worden op één stempel na. Echter komt de gemeente op 11-08-2023 weer terug op de mail van 08- 08-2023 en stelt men dat de stempels toch niet verwijderd mogen worden. Kan het college aangeven wat juist is? De rechter heeft bepaald in uitspraken d.d. 02-02-2023 en 25-07-2023 dat de gemeente moet handhaven middels dwangsommen. Ook heeft de rechter bepaald dat de gemeente hierbij niet aan de gestelde termijnen mag tornen en deze niet zelfstandig mag verlengen. Ten tijde van het gesprek met de journalist was het deskundigenbericht van de Raad van Arbitrage nog niet definitief. Dit is aan de journalist medegedeeld, maar is uiteindelijk niet in het artikel vermeld. Op 8 augustus 2023 heeft de behandelend inspecteur aan de onderbuurman een nadere duiding gegeven aan de uitkomst van het concept-deskundigenbericht en die dag ook nog een voorbehoud gemaakt.

Het deskundigenbericht was per slot van rekening nog niet definitief en zou nog kunnen wijzigen. Nadat het deskundigenbericht op 7 september 2023 definitief is geworden, konden de stempels, op één na, definitief verwijderd worden. Voor wat betreft de opmerkingen over de uitspraken van de rechter verwijst het college naar de eerdere uiteenzetting in de beantwoording van vraag 8. 19. Kan het college aangeven op grond van welke wet- en/of regelgeving zij meent hieraan voorbij te kunnen gaan? Zie vraag 8. 20. Vindt het college het rechtvaardig dat een ondernemer – buiten zijn schuld om – torenhoge kosten moet maken en mogelijk failliet zou kunnen gaan als gevolg van illegale bebouwingen, een zwabberkoers van de Pandbrigade en het door de gemeente weigeren uitvoering te geven aan gerechtelijke uitspraken? Het college heeft geen inzicht in de financiële positie van de onderbuurman. Het college betreurt het als het beeld is ontstaan dat het college weigert uitvoering te geven aan de gerechtelijke uitspraken en dat de Haagse Pandbrigade niet koersvast is. Het college weigert niet om uitvoering te geven aan gerechtelijke uitspraken en is het niet eens met de stelling dat de Haagse Pandbrigade geen duidelijke koers vaart in deze ingewikkelde zaak.

De term “zwabberkoers” doet geen recht aan de inspanningen, energie en de tijd die de medewerkers van de Haagse Pandbrigade aan deze zaak besteden. 21. Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat zowel bewoners als de ondernemer slachtoffer zijn van 70 jaar gedoogbeleid van de gemeente? Zo nee, waarom niet? Nee. De situatie is pas aan het licht gekomen door een melding van de onderbuurman. Dat het college geen weet heeft van een specifieke situatie betekent niet dat de gemeente de situatie gedoogt.

6/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10614702

Vanwege persoonlijke belangen staat het het college vrij om de volgende vragen onder geheimhouding te beantwoorden. (5) 22. Is/zijn er (een) bewoner(s) die werkzaam is/zijn bij de gemeente en financiële belangen heeft bij een eventuele legalisatie van de illegale situatie? 23. Indien het antwoord ‘ja’ luidt. Kan het college zich voorstellen dat dit een zeer ongemakkelijk gevoel oproept bij de ondernemer en de bedenkelijke handelswijze, zowel richting ondernemer als bewoners, in een ander licht plaatst? Zo nee, waarom niet? Antwoord op vraag 22 en 23 Het college doet in het openbaar geen uitspraken over ambtenaren die werkzaam zijn bij de gemeente. Hiermee wordt voorkomen dat ambtenaren, die zich niet in het openbaar kunnen verdedigen, onderwerp worden van een publiek debat. In z’n algemeenheid kan worden gezegd dat veel ambtenaren ook inwoner zijn van Den Haag. Hierdoor kan zich de situatie voordoen dat zij vergunningen willen aanvragen of anderszins gebruik willen maken van de diensten van de gemeente. In een dergelijk geval zal de aanvraag, net zoals bij elke inwoner van Den Haag, getoetst worden aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving. Het college waakt ervoor, dat personen die een persoonlijk belang hebben bij een besluit, de besluitvorming beïnvloeden.

In dat kader is van belang dat elke ambtenaar zich moet houden aan de Ambtenarenwet en de Gedragscode gemeente Den Haag 2017. Daarin zijn kaders gesteld voor het ambtenaarschap, waaronder kaders rond (de schijn van) belangenverstrengeling. Indien deze afspraken worden overtreden, wordt in de context per individueel geval bezien welke consequenties daaraan zijn verbonden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

(1) ECLI:NL:RVS:2012:BY3028, voorheen LJN BY3028, Raad van State, 201202006/1/A1 (rechtspraak.nl)

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13418189/1