RIS316393 Beantwoording SV WMO uitvoering faalt
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
31 oktober 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Verdonk, luidend: ‘Schriftelijke vragen: WMO-uitvoering faalt’
OCW/10604980 RIS316393
Het raadslid mevrouw Verdonk heeft op 31 augustus 2023 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. In het Algemeen Dagblad van 28 augustus jongstleden wordt gesproken over de vreselijke woonsituatie waarin de 75-jarige Gulnaz zich bevindt. 1)
Is het college bekend met het artikel “Voor zieke Gulnaz (75) is geen passende woning, nu zit ze al maanden opgesloten in woonkamer?” 1
Ja, het college heeft hiervan kennisgenomen. 2)
Kan het college uitleggen hoe het keer op keer voorkomt dat ernstig zieke mensen in een onaangepaste woning moeten verblijven als gevolg van een starre houding vanuit de WMO?
De WMO is inderdaad niet altijd flexibel, niettemin passen we maatwerk toe daar waar het nodig is. Daarom herkent het college dit beeld niet. Het komt wel steeds vaker voor dat de gezondheidssituatie van inwoners die nog zelfstandig thuis wonen snel achteruit gaat, waarmee we voor ingewikkelde vraagstukken komen te staan, om mensen veilig en verantwoord, op de meest passende wijze te kunnen laten wonen. Mensen wonen langer thuis en willen dat vaak ook graag. Maar het is helaas niet altijd mogelijk zorg, ondersteuning, aanpassing van woning op tijd mee te laten ‘bewegen’ met de ondersteuningsbehoefte. 3)
Kan het college uiteenzetten hoe de gang van zaken is vanaf de eerste aanvraag voor een aanpassing of voorziening vanuit de WMO tot aan de besluitvorming?
Een bewoner kan zijn ondersteuningsvraag op verschillende manieren bij de gemeente melden; via het digitale aanvraagformulier op de website of persoonlijk, telefonisch, schriftelijk of per mail. Bij de melding kan de bewoner aangeven wat hij denkt nodig te hebben. De medewerker die de melding aanneemt geeft in eerste instantie informatie en advies. Als er daarna nog een ondersteuningsvraag is, wordt een onderzoek gestart. De bewoner kan zich voor en tijdens het onderzoek laten bijstaan door iemand uit zijn eigen sociale omgeving of door ondersteuning van het Servicepunt XL of (gratis) onafhankelijke cliëntondersteuning.
1
AD Den Haag, “Voor zieke Gulnaz (75) is geen passende woning, nu zit ze al maanden ‘opgesloten’ in woonkamer,”
https://www.ad.nl/binnenland/voor-zieke-gulnaz-75-is-geen-passende-woning-nu-zit-ze-al-maanden-opgesloten-in-woonkamer~a6f373ad/
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10604980
Goed onderzoek is de basis voor het vaststellen van de ondersteuningsvraag. Hierbij is maatwerk het uitgangspunt. Over het algemeen zal bij een eerste onderzoek een huisbezoek worden uitgevoerd. Het onderzoek verloopt volgens vaste stappen; de hulpvraag wordt omschreven en samen met de bewoner wordt bepaald wat de beperkingen en belemmeringen zijn. Een persoonlijk plan wordt bij het onderzoek betrokken. Daarna wordt vastgesteld welke ondersteuning nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de ondervonden beperkingen. Samen met de casemanager of specialist woningaanpassingen worden eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk en algemene voorzieningen in kaart gebracht. Daarna kan een maatwerkvoorziening worden verleend. Na het onderzoek kan de bewoner een aanvraag doen. Het advies wordt in dat geval beschouwd als een aanvraag voor een maatwerkvoorziening en er wordt een beschikking verstuurd aan de bewoner. De specialist woningaanpassingen maakt een Programma van Eisen (PvE) voor de woningaanpassing en stuurt dit naar de woningeigenaar. De woningeigenaar kan met het PvE offertes opvragen om het werk uit te laten voeren. Corporaties maken voor het aanbrengen van woonvoorzieningen gebruik van eigen gecontracteerde aannemers. 4)
Kan het college uitleggen op welke gronden wordt geweigerd om een aanpassing of voorziening toe te kennen?
Tijdens het onderzoek naar de hulpvraag van de bewoner worden de hierboven geschetste stappen gevolgd (zie antwoord 3). Er is altijd sprake van maatwerk; iedere situatie is anders. Er wordt eerst gekeken wat iemand zelf kan oplossen; een maatwerkvoorziening wordt alleen ingezet als daar een noodzaak voor is. Er wordt gekeken naar eigen kracht, het sociaal netwerk van de bewoner, andere wetgeving zoals bijvoorbeeld de Wlz, of de Zvw, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. De ene keer kan er een beroep worden gedaan op een andere regeling, zoals het Volledig pakket thuis (vanuit de Wlz) of wijkverpleegkundige zorg (vanuit de Zvw). Of kan het eigen sociale netwerk worden ondersteund en gebruikt (bijv. Mantelzorgmakelaar). Weer een andere keer is er een andere passende voorziening (dubbele trapleuning, easy steps). Een enkele keer is de woning niet op verantwoorde manier passend te maken. In dat geval kijken we naar de mogelijkheid van verhuizen, een verhuiskostenvergoeding en/of aanvragen van een urgentie bij het zoeken naar beter passende woonruimte. Verschillende gemeentelijke diensten werken daarin nauw samen en gebruiken elkaars expertise. Bij een onderzoek waar wordt gekeken naar mogelijke aanpassingen in de woning wordt niet alleen gekeken naar de situatie van de bewoner op het moment van melden.
Heeft de bewoner bijvoorbeeld een progressief ziektebeeld, dan kan het noodzakelijk zijn om een meer ingrijpende aanpassing aan zijn woning te doen dan op het moment nodig lijkt. Hierbij wordt altijd afgewogen of verhuizen een optie is en of het aanpassen van de woning technisch mogelijk is en voldoet aan het Bouwbesluit. Als uit het onderzoek blijkt dat aanpassen van de huidige woning geen passende en veilige oplossing biedt, en/of de woning onvoldoende of niet geschikt te maken is, kan de gemeente Den Haag een advies geven om te verhuizen, in combinatie met een Wmo-verhuiskostenvergoeding of het vragen van een urgentieverklaring voor een passende woning. 5)
Vindt het college het, net als Hart voor Den Haag, ook niet vreselijk schrijnend dat een zieke bejaarde vrouw maandenlang niet kan douchen of naar buiten kan, alleen omdat er vanuit de WMO wordt geweigerd om drempels te verlagen?
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10604980
Het college kan vanwege privacyoverwegingen nooit ingaan op individuele casuïstiek. 6)
Momenteel is het zo, dat een woningcorporatie eerst toestemming nodig heeft van de gemeente om simpele aanpassingen, zoals bijvoorbeeld het verlagen van een drempel, uit te voeren. Is het college bereid om te kijken naar veranderingen in de regelgeving, zodat een woningcorporatie wél simpele aanpassingen kan doen en die naderhand kan verrekenen via de WMO?
Huurders en woningeigenaren kunnen veel simpele aanpassingen zelf (laten) uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan het ophangen van lampen, het plaatsen van steun- en handgrepen, en het installeren van een douchemengkraan. Een Wmo-geïndiceerde voorziening kan pas, nadat uit onderzoek is gebleken dat een maatwerkvoorziening nodig is, worden aangebracht. Voor Wmo-geïndiceerde woningaanpassingen die regelmatig worden uitgevoerd bestaat een eenvoudige procedure waarbij we de corporatie na akkoord van de bewoner laten weten dat een Wmowoningaanpassing nodig is. Deze woningaanpassingen worden door de aannemer van de corporatie snel uitgevoerd en naderhand verrekend met de gemeente. 7)
Er is een groot tekort aan zgn. MIVA-woningen en dat terwijl, vanwege het opheffen van verzorgings- en verpleeghuizen, ook zieke en gehandicapte mensen langer thuis moeten wonen. Erkent het college dit tekort en wat gaat het college hieraan doen?
Ja, de gemeente is in gesprek met de corporaties over de beschikbaarheid en toegankelijkheid van woningen en MIVA woningen, nu en in de toekomst. Het is voor woningzoekenden vaak lastig om een MIVA-woning te vinden. Om ervoor te zorgen dat woningzoekenden met recht op een eenmalig aanbod (op basis van een urgentieverklaring) zo snel mogelijk een passende woning worden toegewezen, werkt de gemeente samen met de woningcorporaties in een bemiddelingsoverleg. Wat hierbij speelt is dat enerzijds (toegankelijke) woonruimten steeds schaarser zijn en er anderzijds juist meer ruimte nodig is voor maatwerk door het toenemende aantal complexe casussen. De afgelopen jaren is de systematiek van urgenties daarom doorgelicht (RIS 309553 en RIS 314760). Het werkproces om aan aanvragers de juiste aandacht en begeleiding te kunnen bieden, wordt fors verbeterd. Dit om ervoor te zorgen dat de (multi)-problematiek van aanvragers beter in beeld is. Daarnaast wordt er op meer structurele basis gewerkt aan een integrale samenwerking tussen het fysieke en sociale domein door informatie- en kennisuitwisseling en periodieke bespreking van casuïstiek. Op dit moment wordt gewerkt aan de Woonvisie en wordt de lokale Woonzorgvisie opgesteld.
Aan de hand daarvan worden data analyses gemaakt en zullen afspraken gemaakt worden met de corporaties over het aantal op te leveren MIVA woningen en de hoeveelheden aangepaste woningen. Dit zal op den duur worden vastgelegd in de Prestatieafspraken met de corporaties. Het blijkt in sommige gevallen ook mogelijk dat mensen met ernstige gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld als de gezondheid snel verslechtert) in aanmerking komen voor een plaats in een verpleeg- of verzorgingshuis op grond van de WLZ. Bij het maken van een verstandige afweging hiertoe – ook luisterend naar de wensen van de betreffende bewoner – proberen we ook hierbij zo goed mogelijk te ondersteunen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3