RIS316357 bijlage 1 Jaarverslag 2022
Tekst van het document
‘Verantwoording financiën’. Uit deze financiële indicatoren kan worden opgemaakt dat er
euro hoger dan begroot, maar leidt nauwelijks tot vervangingsinzet, omdat er geen
geen risico’s waren en zijn in de bedrijfscontinuïteit.
tijdelijke vervangers te vinden zijn.
Het financieel resultaat en de algemene reserves zijn te groot Een belangrijke centrale doelstelling van het financieel beleid van De Haagse Scholen
•
Op externe inhuur/ uitzendkrachten is € 2 miljoen minder besteed dan begroot, ondanks dat ook het ziekteverzuim hoger was dan eerdere jaren.
•
Doordat er amper leerkrachten werkloos zijn, is ook het beroep dat op
is dat de omvang van de reserves in lijn is met het risicoprofiel van de organisatie.
het Participatiefonds wordt gedaan enorm gedaald. Hierdoor besloot het
Hierop sturen we door normering van financiële resultaten in onze (school) begrotingen.
Participatiefonds medio 2022 geen premies meer te innen (0%), wat De Haagse
Vervolgens zien we toe op de realisatie daarvan in de praktijk.
Scholen enkele miljoenen scheelt in de lasten.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
De extra personele inzet gaat dus alsnog gepaard met lagere personele lasten dan
zetten ter bestrijding van het tekort aan leerkrachten en schoolleiders, bekostigd
begroot, door arbeidsmarktfactoren buiten de invloedssfeer van De Haagse Scholen.
uit bovenmatige reserves van scholen. Afgerond € 3 miljoen extra wordt ingezet
46
voor werving en opleiding van zij-instromers, werkervaringsplaatsen voor nieuwe Ook de totale materiële lasten zijn in 2022 fors gestegen, afgerond € 4 miljoen hoger
schoolleiders en projecten voor het anders organiseren van het onderwijs. Veel van deze
dan in 2021. Afschrijvingslasten en huisvestingslasten zijn min of meer conform
bestedingen zijn nog niet in de lasten van 2022 gerealiseerd, maar zullen in 2023 en
begroting en de overige lasten zijn € 2,3 miljoen hoger dan begroot, in het bijzonder
daarna zichtbaar worden in de financiële resultaten. De overschotten in 2022 maken
door meer ingekochte externe leerlingenbegeleiding. De grootste afwijkende
het mogelijk om het collectieve programma verder te vergroten. Het bestuur wil daarbij
begrotingspost in de materiële lasten betreft een vertraagde aanpassing van de
in het bijzonder inzetten in projecten voor anders organiseren op de zogenaamde
verantwoordingsregels voor onderhoudsvoorziening (€ 5 miljoen minder lasten).
Versnellingsscholen.
Het lukt de scholen en het bestuur om de inzet te verhogen, zowel in personeelsomvang
Naast het collectieve programma is in het begrotingsproces voor 2023 en volgende
als in materiële lasten. Daarin wordt de begroting op de meeste posten gerealiseerd of
jaren gestuurd op de afbouw van bovenmatige schoolreserve door de scholen. Met
overschreden. De groei van de inkomsten was echter veel groter dan verwacht werd.
ingang van 2023 hebben de scholen van De Haagse Scholen bestedingsplannen
Bij elkaar zijn € 13,9 miljoen meer baten ontvangen dan begroot. Grotendeels betrof
opgesteld voor de inzet van € 7,9 miljoen, met name gericht op projecten die zich
dit incidentele middelen waarover pas laat in het jaar gecommuniceerd werd door de
richten op verbetering van het onderwijsaanbod en bestrijding van gevolgen van het
verstrekkers. In de rijksmiddelen besloot het Rijk medio 2022 om de NPO-middelen
lerarentekort.
voor scholen met hoge onderwijsachterstandscores (waar De Haagse Scholen er veel van heeft) fors te verhogen. Ook heeft De Haagse Scholen veel extra baten ontvangen
De Haagse Scholen kent een doelmatige bedrijfsvoering
voor de opvang van asielzoekers/vreemdelingen. Niet alleen het aantal vreemdelingen
Het begrip doelmatigheid heeft in het primair onderwijs de laatste jaren een groter
was hoger, ook verhoogde het Rijk de bekostiging per vreemdeling aanzienlijk. Ook
politiek/bestuurlijk gewicht gekregen. Van doelmatigheid is sprake als de beschikbare
gemeente en samenwerkingsverbanden hebben hun bijdrages in de loop van het jaar
middelen en menskracht in een goede verhouding staan tot het onderwijsaanbod aan
verhoogd.
leerlingen. Dat kan worden benaderd op zowel bestuursniveau, als voor de scholen. De overheadomvang is een belangrijke indicator voor de doelmatigheid van De
De snelheid waarmee scholen, mede door de huidige arbeidsmarkt, kunnen reageren op
Haagse Scholen. Niet alle middelen vloeien direct door naar onderwijstijd en daarmee
de extra, incidentele bekostiging is niet voldoende groot om de betreffende middelen in
leeropbrengsten voor leerlingen. Noodzakelijkerwijs wordt geld besteed aan
hetzelfde jaar nog doelmatig en rechtmatig weg te kunnen zetten. Het gevolg is dat een
beheersmatige, coördinerende en ondersteunende activiteiten voor de scholen. Als deze
groot financieel resultaat ontstaat en de bovenmatigheid in de (school)reserves verder
bestedingen echter te groot worden, dan gaat dat ten koste van het onderwijsaanbod,
gestegen zijn.
neemt de doelmatigheid van de bedrijfsvoering af. In de laatste overheadbenchmark in 2020 bleek de bovenschoolse overheadformatie met 3,2% ruim onder het gemiddelde
Het bestuur zag medio 2022 deze ontwikkeling ontstaan in haar financiële prognoses.
van de benchmark te zitten (3,7%). De uitkomst was vergelijkbaar met de voorgaande
Daarop heeft het bestuur geacteerd door een nieuwe collectief programma op te
benchmark in 2018 (eveneens 3,2%).
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Het aandeel van de bovenschoolse lasten (excl. projecten met eigen baten) van het bestuurskantoor in de totale exploitatie van De Haagse Scholen bedroeg 4,7% in 2022.
47
2.6.2. Financieel beheer
Dit is inclusief collectieve materiële lasten die voor een groot deel direct ten behoeve
Treasury
van de scholen worden gemaakt, zoals internetaansluiting en verzuimbegeleiding door
De Haagse Scholen heeft haar beleid met betrekking tot het beheer van haar vermogen
de bedrijfsarts.
en het wegzetten van liquide middelen omschreven in een treasurystatuut dat voldoet aan de juridische kaders van het ministerie van OCW in de Regeling beleggen, belenen
Voorstellen voor mutatie van de bovenschoolse afdracht van scholen worden binnen
en derivaten (gewijzigd d.d. 19 december 2018). Er zijn in 2022 geen afwijkingen
De Haagse Scholen altijd voorgelegd aan de schooldirecteuren in een draagvlakpeiling.
geweest van de regels in het treasurystatuut.
Pas bij een 2/3e meerderheid stelt het college van bestuur de nieuwe afdracht vast. Deze procedure heeft een dempend effect op de omvang van de indirecte kosten in de
Een risicomijdend treasurybeleid staat centraal. Belegging van overtollige liquide
organisatie.
middelen in aandelen, opties en derivaten is niet toegestaan. Beleggen in risicoarme financiële producten, zoals staatsobligaties is wel mogelijk, na de raad van toezicht
De tweede lijn van De Haagse Scholen in de waarborging van doelmatigheid in de
geïnformeerd te hebben. Het aangaan van leningen vergt goedkeuring van de raad van
bedrijfsvoering is het collectief realiseren van voorzieningen waar scholen gebruik van
toezicht.
maken. Hierin hebben openbare aanbestedingen een belangrijke rol. Schoonmaak, bedrijfsarts, internet en energie zijn voorbeelden van centrale inkopen waarmee op
In het najaar van 2022 zijn € 31 miljoen aan overtollige liquiditeiten van De Haagse
basis van schaalvoordeel voordelig kan worden ingekocht voor alle scholen gezamenlijk.
Scholen belegd in een aantal spaardeposito’s bij Schatkistbankieren (Nederlandse
Uit het laatste overhead benchmark kwam naar voren dat de kosten van het IT-beheer
Staat) met verschillende looptijden tot 12 maanden. Daarvoor was geen sprake van
op de scholen aanzienlijk hoger liggen dan bij andere PO besturen. Dit is aanleiding
beleggingen. De rest van de liquiditeiten zijn aangehouden op rekening courant het
geweest om in 2022 een specifiek op IT gerichte benchmark op te zetten, waarin
Schatkistbankieren en op betaalrekeningen van scholen bij banken die voldoen aan de
wordt ingezoomd op de IT-kosten van een aantal deelnemende schoolbesturen. Uit dit
gestelde minimale credit ratings. Er is geen sprake van andere beleggingen.
onderzoek kwam naar voren dat de diverse centrale onderdelen van het IT-landschap doelmatig georganiseerd zijn (bijvoorbeeld benedengemiddelde kosten per gebruiker),
Een beeld van de kasstromen in 2022 is opgenomen in de jaarrekening in het
waaronder kosten van het netwerk, datacentrum, printers, multifunctionals en
kasstroomoverzicht. In de jaarrekening is ook een specificatie van de aangegane
telefonie.
deposito’s opgenomen (o.a. omvang, vrijval van beleggingen en looptijden) conform artikel 10 van de Regeling beleggen, belenen en derivaten. Dit artikel geeft ook aan
In decentraal georganiseerde onderdelen valt verdere doelmatigheidswinst te halen.
hoe verantwoord moet worden over uitstaande leningen, aangetrokken leningen
Dit geldt in het bijzonder voor het uitbestede (technische) IT-beheer op scholen. Dit is
en afgesloten derivatenovereenkomsten. Deze financiële producten zijn niet van
een bevestiging van het in 2022 vastgestelde ICT-beleid dat uitgaat van verdergaand
toepassing op De Haagse Scholen. Er was geen sprake van derivaten en leningen in
centraal organiseren.
2022. Er worden eveneens geen financiële instrumenten gehanteerd om middelen weg te zetten in het kader van het financieel beleid.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
48
De Haagse Scholen is in 2021 overgestapt van haar particuliere huisbank naar het
Investeringsbeleid
Schatkistbankieren van het ministerie van Financiën. Het bankrisico is door de overstap
Vanwege het feit dat De Haagse Scholen over voldoende liquide middelen beschikt,
naar Schatkistbankieren in 2021 lager geworden dan voorheen (hogere creditrating)
worden investeringen uit eigen middelen voldaan. Gezien de schaalgrootte van de
en de rente-inkomsten zijn aanzienlijk hoger dan bij particuliere banken. In 2022 was
organisatie is er sprake van spreiding van de investeringsbehoefte, zodat er geen hele
sprake van € 131k aan rente-inkomsten.
grote verschillen per jaar optreden. De scholen beslissen zelf over hun investeringen als
Kasstromen en financiering
onderdeel van hun integraal management. Om het effect van de investeringen op de jaarlijkse exploitatie van iedere individuele school te bepalen, wordt voor iedere school
Om salarissen en werkgeverslasten te kunnen betalen en te kunnen voldoen aan onze
een meerjaren investeringsbegroting gemaakt. Hierin zijn ICT, lesmethodes en meubilair
verplichtingen aan leveranciers, is het noodzakelijk dat De Haagse Scholen ten alle
de grootste posten.
tijden voldoende middelen op de rekening courant bij de bank heeft. De operationele kasstroom is dominant. De inkomende kasstroom bestaat bijna geheel uit betalingen
In 2022 was sprake van € 3,3 miljoen aan investeringen, grotendeels op de scholen
op grond van de rijksbekostiging, vergoedingen van de gemeente en andere baten. De
(2021: € 2,8 miljoen). Begroot stond hiervoor € 3,6 miljoen. De komende jaren
uitgaande kasstroom wordt gedomineerd door de personeelslasten en betalingen aan
verwachten we jaarlijkse investeringen die variëren tussen afgerond € 5,6 miljoen en
crediteuren in de exploitatie.
€ 2,3 miljoen euro per jaar. Vooral de eerstvolgende jaren (2023, 2024) zijn veel extra investeringen begroot als gevolg van de bovenmatige reserves.
Kasstromen uit financieringsactiviteiten zijn er niet, op de rentebaten en -lasten op de liquide middelen na. Er is geen inkomende kasstroom uit bijvoorbeeld leningen.
Voor gebouwonderhoud is een voorziening gevormd, welke is gebaseerd op
Investeringsactiveiten in materiële vaste activa worden volledig gedekt uit de eigen
een meerjaren onderhoudsplanning. In 2022 is een nieuw Duurzaam Meerjaren
liquiditeit.
Onderhoudsplan vastgesteld. Hierin zijn naast onderhoudslasten (uit de voorziening) ook investeringen in materiële vaste activa opgenomen voor de verduurzaming van
Op ieder moment bestaat inzicht in onze liquide middelen. Bij het opstellen van
schoolgebouwen voor de komende jaren voor een bedrag van afgerond € 3,5 miljoen,
de meerjarenbegroting in het bestuursplan wordt jaarlijks ook een meerjarige
naast de hierboven genoemde investeringsbedragen. Deze investeringen verdienen
liquiditeitsprognose opgesteld om de verwachte meerjarige ontwikkeling te monitoren.
zichzelf terug middels lagere energielasten.
Zowel de korte als lange termijn zitten er geen (continuïteits-)risico’s in de kasstromen. In de jaarrekening is het kasstroomoverzicht opgenomen voor 2022, waarin ook nadere detailinformatie is te vinden. Per saldo namen de liquide middelen toe met € 18,6 miljoen. In 2023 wordt opnieuw een positieve kasstroom verwacht, vooral door vermindering van openstaande vorderingen (gemeentelijk). In de jaren daarna zullen de liquide middelen jaarlijks dalen door negatief begrote resultaten.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
2.6.3
Verantwoordingsthema 2022: allocatie middelen
De minister van OCW vraagt in de Regeling jaarverslag artikel 4 lid 6 om nadere
49
De afdracht valt uiteen in een viertal bestemmingen: •
Bestuur en dienstverlening aan scholen (bestuurskantoor): hieronder vallen
verantwoording over de allocatie van middelen binnen onderwijsbesturen. Het
de lasten van het college van bestuur, GMR en de afdelingen Beleid & Advies
uitgangspuntpunt voor de verdeling van de rijksmiddelen binnen De Haagse Scholen is
en Bedrijfsvoering. Hier zijn naast de strategische beleidsvorming en control op
dat er zoveel als mogelijk geld vloeit naar de scholen, dus ten gunste van het onderwijs.
hoofdlijnen de volgende diensten aan de scholen belegd: financiële administratie,
Wij geven daar invulling aan door alle rijksbekostiging op naam van de school (per BRIN-
personeels- en salarisadministratie, HR-advies & recruitment, verzuimbegeleiding,
nummer) ook daadwerkelijk te boeken ten gunste van de school. Vervolgens dragen
bovenschoolse kwaliteitszorg, werkgeverschap van schoolleiders, beheer
de scholen een percentage van deze bekostiging af, als tarief voor bovenschoolse
centrale ICT-infrastructuur, financieel advies, facilitair advies, projectmanagement
dienstverlening, de exploitatie van de schoolgebouwen en bij wijze van solidariteit
nieuwbouw en renovatie, inkoopbegeleiding, communicatieadvies, ondersteuning
tussen scholen. De school is integraal verantwoordelijk voor de besteding van de
en advies bij privacy en AVG en de kosten van juridische bijstand. Bij elkaar
resterende middelen. Alle andere lasten/ risico’s die niet worden afgedekt middels deze
bedroegen de kosten van het bestuurlijk apparaat in 2022 € 10,0 miljoen (2021:
afdrachten vallen binnen de verantwoordelijkheid van de scholen, waaronder kosten
€ 7,4 miljoen), 6% van de totale lasten.
van professionalisering, vervanging van personeel, ICT-middelen, inventaris/ meubilair
•
en onderwijslespakketten.
Exploitatie van de schoolgebouwen: de verantwoordelijkheid en daarmee het budget voor de schoolgebouwen (onderhoud, energie, schoonmaak, etc.) is centraal belegd, waarvoor de scholen een deel van de bekostiging afdragen. Naast een deel
De herverdeelsystematiek wordt alleen toegepast op de lumpsum rijksbekostiging.
van de bekostiging van de materiële instandhouding is het ook noodzakelijk om een
Andere bekostigingen en subsidies (waaronder middelen voor basisondersteuning, arrangementen passend onderwijs, gemeentelijke subsidies, geoormerkte
deel van de personele rijksbekostiging hiervoor aan te wenden. •
rijkssubsidies) vloeien volledig naar de scholen, zonder dat sprake is van enige afdracht.
Personele risico’s: grote risico’s in het personeelsmanagement van de scholen zijn op grond van het uitgangspunt van solidariteit centraal ‘verzekerd’. Dit betreft lasten als gevolg van hoog ziekteverzuim, boventalligheid van personeel, eigen
Het afdrachtspercentage wordt ieder jaar door het bestuur vastgesteld, na een
risico uitkeringen Participatiefonds, overgangsregeling BAPO (extra lasten oudere
draagvlakpeiling waarin de schooldirecteuren hun stem uitbrengen. Het bestuur
medewerkers) en betaald ouderschapsverlof waarvoor scholen vergoedingen
stemt in met wijziging van het percentage bij een draagvlak van minimaal 2/3e van de directeuren. De GMR heeft vervolgens nog een adviesrecht voorafgaand aan vaststelling door het college van bestuur.
ontvangen. •
Financiële knelpunten: scholen die niet in staat zijn om binnen de beschikbare bekostiging basiskwaliteit in hun onderwijsaanbod te realiseren ontvangen financiële steun, voor zover de oorzaken van hun tekorten liggen buiten de eigen invloedsfeer. Voorbeelden van scholen waarvan de rijksbekostiging niet toereikend is om de (vaste) lasten te dekken zijn scholen met een tweede, niet bekostigde locatie en kleine scholen.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
De afdrachten van de bekostiging (exclusief werkdrukmiddelen) ontwikkelen zich meerjarig als volgt: Indicator
2021
2022
2023
Bestuur en dienstverlening aan scholen
7,2%
7,5%
6,9%
Exploitatie schoolgebouwen
6,7%
7,1%
6,6%
Personele risico’s
2,1%
1,4%
1,0%
Financiële knelpunten
1,8%
1,8%
0,8%
Totale inhouding personele en materiële rijksbekostiging
17,8%
17,8%
15,3%
- Waarvan herverdeling tbv bestuur en bovenschoolse dienstverlening
7,2%
7,5%
6,9%
- Waarvan herverdeling tbv scholen onderling (solidariteit)
10,6%
10,3%
8,4%
Met ingang van 2022 is het allocatiemodel vereenvoudigd door de toepassing van een enkel herverdeelpercentage op het geheel van de rijksbekostiging (personeel en materieel). Daarvoor golden aparte herverdeelpercentages voor materiële en personele bekostiging. In bovenstaande tabel zijn de herverdeelpercentages van 2021 omgerekend naar de nieuwe systematiek omwille van de vergelijkbaarheid. In 2023 zal sprake zijn van een lager afdrachtpercentage. De belangrijkste redenen daarvoor zijn de stijging van de bekostiging (hogere grondslag waarover herverdeling plaatsvindt) en gerealiseerde overschotten in de bovenschoolse budgetten in 2021 en 2022 die zullen worden besteed in 2023.
50
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
51
2.7 Risico’s en risicobeheersing
2.7.1 Risicobeheerssysteem (B1)
In het risicobeheerssysteem worden de belangrijkste risico’s geïntegreerd in de Planning & Control cyclus. We omschrijven de risico’s met daarbij getroffen beheersmaatregelen
Risicomanagement vormt een belangrijk onderdeel van de Planning & Control cyclus
in het bestuursplan (meerjarenbegroting). Gedurende het jaar monitoren we de
van De Haagse Scholen. Eens in de twee jaar wordt een uitgebreide risicoanalyse
manifestatie van de geïdentificeerde risico in de praktijk. Dit vindt plaats in de (interne)
opgesteld. Om en om wordt deze intern uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de
viermaands- en de achtmaandsrapportage. Tot slot blikken we jaarlijks terug op
controller, of extern uitbesteed. De afwisseling tussen interne en externe uitvoering
de betreffende risico’s, inclusief beheersing, in de externe verantwoording van het
waarborgt een frisse en onafhankelijke blik op het risicoprofiel van de organisatie.
bestuursverslag.
Op grond van deze risicoanalyses identificeren en wegen we risico’s (kans en impact),
Naast deze procedurele inbedding heeft risicobewustzijn en risicomanagement
bepalen we in hoeverre afdoende beheersmaatregelen zijn getroffen en berekenen we
continu een belangrijke plaats in het bestuurlijk overleg en is structureel onderdeel van
de benodigde omvang van het weerstandsvermogen om risico’s af te dekken.
bestuurlijke overwegingen in het besluitvormingsproces. De gehanteerde “risk-appetite” van het bestuur is daarbij passend voor die van een met publiek geld bekostigde
In het voorjaar van 2022 heeft AON in opdracht van De Haagse Scholen gerapporteerd
organisatie, functionerend in een externe omgeving die hoge eisen stelt aan ondermeer
naar aanleiding van een geactualiseerde risicoanalyse. Daaruit kwam naar voren
kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid.
dat het risicoprofiel van de organisatie is toegenomen, waardoor meer risicobuffer nodig is dan naar voren kwam uit eerdere analyses. Desondanks blijkt de beschikbare reserveomvang van de stichting groter dan noodzakelijk is op grond van het risicoprofiel,
2.7.2 Belangrijkste risico’s en onzekerheden (B2)
zie verder hoofdstuk 3.3 Financiële positie. Ook geeft de risicoanalyse aanleiding om de beheersing van enkele risico’s nader te onderzoeken en mogelijk bij te stellen,
In deze paragraaf worden de belangrijkste risico’s en onzekerheden omschreven
waaronder in het bijzonder cyberrisico’s.
op grond van het risicobeheerssysteem van De Haagse Scholen, onderverdeeld in categorieën.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Strategie en operationele activiteiten
52
van het samenwerkingsverband aan (duurdere) SO en SBO-scholen, wat ten koste gaat van beschikbare middelen voor basisondersteuning en arrangementen in het
•
Lerarentekort
reguliere onderwijs. Onvoldoende invulling van passend onderwijs op reguliere
De kern van dit risico is dat de kwaliteit van het onderwijs kan lijden onder een
basisscholen kan vervolgens weer tot meer doorverwijzingen leiden.
structureel gebrek aan goede leerkrachten. Voor de voortgang van beleidsmaatregelen, zie hoofdstuk 2. In de instroom en uitstroom aantallen van leerkrachten zien we dat het lerarentekort dit jaar is toegenomen. Aan het begin van schooljaar 2022-2023
•
Ontwikkeling leerlingaantal
was het aantal lesdagen waarop onderwijs op groepen niet door een bevoegde
De meerjarige raming van de leerlingaantallen per school is bepalend voor
leerkracht werd gegeven niet veel groter dan het jaar daarvoor. Wel zagen
de formatieplanning en tegelijkertijd inherent onzeker. Door verschillen in de
we de gemiddelde groepsgrootte stijgen. Ook neemt het aandeel ambulante
leerlingraming en de werkelijke leerlingenaantallen kan het zijn dat er meer of
medewerkers in de scholen zoals intern begeleiders af. De leeropbrengsten bij
minder personeel aanwezig is op scholen dan nodig. Door het lerarentekort zal
sommige scholen zouden kunnen dalen als gevolg van het lerarentekort, wat
op bestuursniveau geen sprake zijn van te veel personeel, maar kan de bezetting
vraagt om goede monitoring. In de bovenschoolse kwaliteitszorg wordt in deze
op de scholen ondoelmatig zijn door schommelingen in het leerlingaantal. Een
extra aandacht voorzien.
(onverwachte) majeure groei van het leerlingaantal (op bestuursniveau) gaat gepaard met een grotere personeelsbehoefte, en daarmee verzwaring van het
De stand van zaken rondom de belangrijkste beleidsmaatregelen wordt
lerarentekort.
omschreven in paragraaf 2.3 van het jaarverslag. In 2021 zagen we voor het eerst sinds jaren een significante daling in het •
Invulling passend/inclusief onderwijs, groei SO en SBO
leerlingaantal, ook minder leerlingen dan dat geraamd was in de begroting.
De Haagse Scholen streeft naar thuisnabij, inclusief onderwijs waar zoveel
Oorzaken lagen in de coronacrisis, waardoor het aantal expats en arbeidsmigranten
mogelijk leerlingen thuis zijn op reguliere basisscholen. In de praktijk zien
in de stad daalde. In 2022 zien we de tegenovergestelde beweging, met name
we een toenemende stroom doorverwijzingen naar het SO en SBO. De
veroorzaakt door de komst van grote aantallen vluchtelingen. Naast een
doorverwijzingsgraad vanuit het reguliere basisonderwijs naar SO en SBO is hoger
kwantitatief dilemma (gebrek aan leerkrachten), leverde dit ook een kwalitatief
dan de rijksnormen waarop de bekostiging van de samenwerkingsverbanden
tekort op in de beschikbaarheid van een geschikt onderwijsaanbod voor deze
is gebaseerd. Deze problematiek hangt mede samen met de groei van het
doelgroep. Het bestuur heeft met de gemeente Den Haag ingezet op alternatieve
lerarentekort.
vormen van (tijdelijke) landingsplaatsen, zodat deze groepen leerlingen toch een plaats vinden. Op deze landingsplaatsen is geen sprake van volwaardig onderwijs
In 2022 zijn de doorverwijzingen verder gestegen ten opzichte van 2021. Er is
conform de bepalingen in de Wet op het Primair Onderwijs, maar wordt wel een
sprake van wachtlijsten en kinderen voor wie geen passend onderwijsaanbod kan
betekenisvol educatief programma aangeboden, voorbereidend op doorstroom naar
worden geboden. De groei van SO en SBO- scholen leidt tot steeds meer uitgaven
het onderwijs.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Financiële positie en verslaggeving
53
periode-afsluitingen met administratieve controles op juistheid en rechtmatigheid van boekingen op de subsidies.
•
Financiële onzekerheid en instabiliteit Vanaf 2020 neemt de omvang van tijdelijke rijkssubsidies enorm toe. Enerzijds zijn
•
Nieuwbouw en renovatie
er nieuwe subsidies ter bestrijding van het lerarentekort, anderzijds om de gevolgen
Bouwprojecten zijn een van de grootste financiële risico’s voor De Haagse Scholen
van de coronacrisis tegen te gaan, waaronder ook het Nationaal Programma
vanwege hun omvang en complexe, slecht beheersbare omgeving met diverse
Onderwijs met ingang van medio 2021. Deze stromen zorgen voor veel extra
actoren die vaak tegenstrijdige belangen nastreven. De gemeentelijke indexatie
tijdelijke baten, en leiden tegelijkertijd tot extra bestedingen. Door tekorten op de
loopt achter bij de forse prijsontwikkeling in de markt wat het budgettair neutraal
arbeidsmarkt is het echter vaak problematisch om de extra gelden goed in te zetten.
uitvoeren van projecten bijzonder complex maakt. Bovendien staat de regelgeving
Hierdoor kunnen ongewenste financiële overschotten ontstaan, en tegelijkertijd
niet toe dat we eigen (rijks)middelen aanwenden voor nieuwbouw van scholen,
is een risico dat beoogde doelstellingen bij de subsidies niet worden gerealiseerd.
wat kan leiden tot onrechtmatige bestedingen in de verantwoording. De juridische
Dit risico heeft zich in 2022 in grote mate gemanifesteerd, leidend tot een majeur
geschillen rondom de projecten bij de Galvanischool en de Annie M.G. Schmidtschool
financieel resultaat, mede veroorzaakt door extra subsidie-inkomsten uit het NPO
hebben daarnaast ook tot overschrijdingen en vertraging geleid. Beide projecten
en bekostiging voor opvang asielzoekers/vreemdelingen.
worden verwacht opgeleverd te worden in 2023.
De toename van het aantal financiële stromen leidt ook tot extra eisen in de
Gekoppeld aan het projectmanagement worden de afzonderlijke projecten
verantwoording. Deze aparte geldstromen gaan ieder voor zich gepaard met
gemonitord middels projectrapportages. Tekorten in het projectbudget worden
andere financiële en inhoudelijke verantwoordingseisen. Het gehele financieel
deels opgevangen in overleg met de gemeente (aanvullende bekostiging) en
administratieve landschap is daardoor complexer geworden en dat stelt hogere
deels door verduurzamingsaspecten in de bouw bestuurlijk te financieren. Dit
eisen aan de administratie, zowel centraal als op de scholen.
laatste is toegestaan binnen de rijksbekostiging als sprake is van een redelijke terugverdientijd in het beheer van de gebouwen.
Om dit risico te beheersen is een subsidieregister ingevoerd in 2021 en verder uitgebreid in 2022. Dit register draagt bij aan een volledig overzicht op alle
Wet- en regelgeving
verantwoordingen met bijbehorende eisen. Een subsidiemonitor is ingevoerd in 2022 om de (tussentijdse) uitputting van de afzonderlijke geldstromen beter in beeld te hebben, op zowel schoolniveau als bestuurlijk.
•
Juridisering Het juridiseren van de samenleving laat een doorwerking in het onderwijsveld zien en daarmee vormt dit een risico voor De Haagse Scholen. De aanwezigheid
In 2022 hebben we ook diverse maatregelen getroffen om de juistheid en tijdigheid
van klachten en het voeren van juridische procedures is voor een organisatie als
van de kostenallocatie op subsidies te verbeteren in de administratieve processen,
De Haagse Scholen onvermijdbaar. Enerzijds omdat De Haagse Scholen jaarlijks
waaronder aangescherpte eisen aan facturen van leveranciers (kenmerk) en harde
honderden besluiten neemt als bestuursorgaan (denk aan toelatings-, schorsings-
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
en verwijderingsbesluiten). Anderzijds omdat De Haagse Scholen een grote
•
54
Privacy-/ gegevensbescherming
organisatie is met veel betrokken partijen waarbij geschillen eerder een juridische
Belangrijkste aandachtspunt vanuit de risicoanalyse is dat er structurele en
lading krijgen. Daarnaast is een trend te zien dat controlerende instanties meer
planmatige aandacht dient te blijven voor het kennisniveau (op gebied van digitale
bevoegdheden krijgen om te controleren en te handhaven. Het gevolg is dat De
veiligheid) van personeelsleden. Onderzocht wordt of een cybersecurityverzekering
Haagse Scholen financiële middelen in moet zetten, het risico op beboeting door
meerwaarde heeft, besluitvorming hierover volgt. Er zijn in 2022 geen datalekken
controlerende instanties toeneemt en een hogere werkdruk kan worden ervaren bij
gemeld en eveneens geen meldingen geweest bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
de betrokken medewerkers.
Wel waren er 2 veiligheidsincidenten, die echter niet kwalificeerden als datalek conform de AVG. Om de bewustwording onder medewerkers te vergroten wordt in
De formatie van het bestuurskantoor is vanaf juni 2022 structureel uitgebreid met
2023 een communicatiecampagne uitgevoerd.
een juridisch adviseur/ klachtenfunctionaris ten behoeve van de coördinatie en afhandeling van klachten en bezwaren in het kader van de Awb. Interne procedures
•
Cyberhack/ ransomware
worden geactualiseerd, registratie en inhoudelijke analyse van klachten en bezwaren
Het aantal incidenten waarbij hackers onbevoegd toegang krijgen tot (een deel
wordt opgepakt.
van) het netwerk van organisaties stijgt. Netwerken, applicaties of websites worden steeds vaker stilgelegd door ransomware. Ook in het onderwijs zijn de
In hoofdstuk 1, onder klachtenbehandeling wordt ingegaan op de klachten en
eerste gevallen bekend. Als dit plaatsvindt bij De Haagse Scholen kan dit leiden tot
bezwaren die De Haagse Scholen in 2022 heeft ontvangen.
mogelijke stilstand van processen (tot systemen veilig zijn verklaard), de reputatie van De Haagse Scholen leidt schade en er kan noodzaak zijn tot het betalen
•
Naleving aanbestedingsregelgeving
van losgeld. Deze trend zorgt voor een verhoogd risico in de ICT van De Haagse
Dit risico betreft mogelijke onrechtmatigheden in de verantwoording en juridische
Scholen en maakt het noodzakelijk om de beveiliging van het ICT-landschap te
geschillen met benadeelde leveranciers. In de jaren voor 2021 was door krapte op de
intensiveren. In 2022 heeft De Haagse Scholen haar nieuwe ICT-beleid vastgesteld.
arbeidsmarkt lange tijd sprake van onderbezetting van de inkoopformatie. Hierdoor
De komende jaren zal uitvoering worden gegeven aan diverse aanscherpingen in de
zijn achterstanden opgelopen in de inkoopplanning die tijd kosten om weer in te
informatiebeveiliging, waaronder een centralisatie en verbetering van de firewalls,
lopen. Om de functie minder kwetsbaar te maken en opgelopen achterstanden in
wat scholen beter beschermt tegen hackers.
te lopen, is naast een senior inkoper ook een junior inkoper/contract beheerder aan de formatie toegevoegd en is de externe inkoopondersteuning uitgebreid. Om de onrechtmatigheden onder controle te houden en achterstanden in te halen, wordt met een aanbestedingskalender gewerkt op basis van een spendanalyse. Ook wordt ingezet op het neerzetten van een completer contractenregister, met op termijn ook decentrale overeenkomsten van scholen. Uit de spendanalyse over 2022 komen beperkte onrechtmatigheden naar voren op zowel centraal niveau als binnen de scholen. Deze vallen binnen de controletoleranties die de accountant hanteert.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
3.
55
Verantwoording van de financiën
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
56
3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief (A1)
Ontwikkeling leerlingaantal
De Haagse Scholen kende de laatste jaren tot 2021 een gestage groei. In 2021
Onderstaande tabel laat het aantal (verwachte), ongewogen leerlingen zien per jaar op
was echter sprake van een krimp die zich voordeed in het basisonderwijs. Door de
1 oktober. Tot en met 2021 was dit de teldatum waarop de lumpsum bekostiging werd
coronacrisis kozen veel arbeidsmigranten en expats er voor om terug te keren naar het
gebaseerd. Vanaf 2023 geldt echter 1 februari (t-1) als teldatum voor de bekostiging. De
land van herkomst. Daardoor was op 1-2-2022 sprake van een lager leerlingaantal dan
raming in onderstaande cijfers is meerjarig gebaseerd op 1 februaritellingen. Hierdoor
het jaar daarvoor.
zijn de getallen in 2021 vergelijkbaar met de realisatiecijfers in 2022 en verder. De krimp in de aantallen tussen 2022 en 2023 in het reguliere basisonderwijs wordt Aantal leerlingen per 1/10
2021
2022
2023
2024
2025
veroorzaakt door de sluiting van OBS Ypenburg. De leerlingaantallen van deze school
Basisonderwijs
13.792
13.630
13.522
13.636
13.734
voor de bekostiging (in schooljaar 2023-2024 is de school gesloten). Afgezien van deze
Speciaal basisonderwijs
561
555
556
565
565
(Voortgezet) speciaal onderwijs
991
1003
1006
1034
1034
15.344
15.188
15.084
15.235
15.333
Totaal
in 2023 zijn niet meer opgenomen in de tabel, aangezien deze geen rol meer spelen school is per saldo sprake van een kleine groei tussen 2022 en 2023. Deze groei wordt veroorzaakt door de komst van vluchtelingen, veelal door de oorlog in Oekraïne. De scholen verwachten in hun ramingen dat de krimp door corona zich de komende jaren verder herstelt tot op het oude niveau. De groei in het (V)SO is vooral geraamd bij SO scholen die zich richten op gedragsproblematiek bij leerlingen. Samen met het samenwerkingsverband SPPOH
De ontwikkeling van de leerlingenaantallen is afhankelijk van een groot aantal lokale
werken we aan beleid om de groei van SBO en SO in de afgelopen jaren te keren (minder
factoren per school (demografische ontwikkeling in de wijk, aanwezigheid van
doorverwijzingen), en meer inclusief onderwijs op reguliere basisscholen te realiseren.
nieuwbouwprojecten in de omgeving, aantrekkelijkheid van de school voor ouders, andere scholen in de omgeving) en daarmee ook zeer divers van aard. Sommige scholen
Ontwikkeling formatie-omvang
groeien, waar anderen krimpen.
Onderstaande tabel geeft weer hoe de formatie zich meerjarig ontwikkelt per functiecategorie. De aantallen fte betreffen de gemiddelden over het hele jaar. In de jaarrekening wordt het aantal fte aan het eind van het jaar gepresenteerd.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Gem. formatie in fte
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Directie/ MT
82,4
83,8
84,9
82,2
81,8
81,7
Onderwijzend personeel
969,8
935,7
943,3
926,5
918,9
914,4
Onderwijs ondersteunend personeel
456,0
521,6
533,6
521,8
515,0
511,3
Totaal
1508,1
1541,1
1561,8
1530,4
1515,6
1507,4
Onder Directie/ MT staan in de tabel naast de schoolleiders ook de leden van het college van bestuur en de bovenschoolse directeuren vermeld. De totale personeelsformatie groeide in 2022 als gevolg van extra (incidentele) bekostiging, waaronder het NPO. Doordat het NPO-programma in 2021 niet volledig tot uitvoering kwam, is uitgegaan van een langere doorloop van het programma tot begin 2024. Na afloop van het NPO in 2024 daalt de formatie weer. In de meerjarenbegroting en bovenstaande formatieplanning is nog niet geanticipeerd op de komst van extra bekostiging voor de verbetering van basisvaardigheden. Het bestuur zet in op behoudt van de NPO-formatieplaatsen met behulp van deze middelen. De formatiegroei in 2022 vond plaats in het ondersteunend personeel. Meerjarig daalt daarentegen het totaal aantal leerkrachten in het personeelsbestand, ondanks extra middelen. Dit proces, waarbij het aandeel ondersteunend personeel in de formatie toeneemt ten koste van het percentage leerkrachten (onderwijzend personeel), is al meerdere jaren gaande. Oorzaken hiervan zijn het lerarentekort in combinatie met (toenemende) werkdrukmiddelen en incidentele bekostiging. Vaker wordt ondersteunend personeel aangesteld indien het niet lukt om onderwijzend personeel te vinden.
Beleid en inspanningen om (de gevolgen van) het lerarentekort tegen te gaan staan beschreven in hoofdstuk 2 van dit jaarverslag.
57
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
58
3.2 Staat van baten en lasten meerjarig (A2)
In 2022 is opnieuw sprake geweest van een aanzienlijk financieel resultaat, veel groter dan begroot was. De algemene duiding hiervan staat opgenomen in hoofdstuk 2 Financieel beleid. Hieronder wordt ingegaan op de onderscheiden posten in de staat van baten en lasten, in combinatie met de cijfers uit de meerjarenbegroting. In de jaarrekening worden de jaarbedragen voor 2022 meer in detail toegelicht.
3.2.1 Toelichting baten De rijksbijdragen zijn in 2022 aanzienlijk hoger dan in
Staat van baten en lasten (*1.000,-)
2021
Begroting 2022
Realisatie 2022
2023
2024
2025
Verschil 2022 -begr
Verschil 2022 2021
€ 139.458
€ 150.693
€ 159.705
€ 158.946
€ 143.833
€ 145.073
€ 9.012
€ 20.246
Overige bijdragen overheid en subsidies
€ 9.532
€ 9.468
€ 10.115
€ 9.955
€ 8.428
€ 7.616
€ 647
€ 582
Overige baten
€ 6.238
€ 3.664
€ 7.907
€ 4.779
€ 3.808
€ 3.807
€ 4.242
€ 1.669
Totaal baten
155.228
163.825
177.726
173.679
156.069
156.496
13.901
22.498
Baten Rijksbijdragen
Lasten
2021 en ook hoger dan begroot. De stijging wordt vooral
Personeelslasten
€ 117.248
€ 135.966
€ 132.560
€ 141.610
€ 36.674
€ 136.006
€ -3.406
€ 15.312
veroorzaakt door het dichten van de loonkloof met het VO
Afschrijvingen
€ 2.772
€ 3.024
€ 2.801
€ 2.953
€ 3.180
€ 3.143
€ -223
€ 29
(nieuwe cao), aanzienlijk meer baten voor het Nationaal
Huisvestingslasten
€ 10.594
€ 16.503
€ 11.749
€ 14.850
€ 14.856
€ 13.788
€ -4.754
€ 1.155
Overige lasten
€ 10.091
€ 10.532
€ 12.846
€ 14.128
€ 10.639
€ 10.639
€ 2.314
€ 2.755
bijzondere bekostiging voor opvang vreemdelingen door
Totaal lasten
140.704
166.024
159.956
173.540
165.774
163.575
-6.068
19.252
een verhoging van de bedragen per leerling en veel meer
Saldo
aanvragen. Daarnaast waren er ook extra incidentele uit-
Saldo baten en lasten
€ 14.524
€ -2.200
€ 17.770
€ 139
€ -9.705
€ -7.079
€ 19.969
€ 3.246
Saldo financiële baten en lasten
€ -119
€ -5
€ 131
€ 345
€ 195
€ -5
€ 136
€ 250
€ 14.404
€ -2.205
€ 17.900
€ 484
€ -9.510
€ -7.084
€ 20.105
€ 3.496
Programma Onderwijs en arbeidsmarkttoelagen voor scholen met hoge onderwijsachterstandsscores, en veel
keringen van de samenwerkingsverbanden (m.n. SPPOH) voor basisondersteuning en arrangementen.
Totaal resultaat
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
59
De lumpsum rijksbijdrage wordt begroot op basis van (verwachte) leerlingaantallen (t-1)
De Haagse Scholen ontvangt geen (onderzoeks-)subsidies van NWO. Wel hebben we
en de parameters in de bekostiging. Daarbij wordt voor de meerjarenbegroting uitge-
meegewerkt aan een paar onderzoeksprojecten van de Universiteit van Amsterdam (zie
gaan van de tarieven in de laatste regeling (loon/prijspeil 2022). De inkomsten voor het
hoofdstuk 2), de betreffende NWO onderzoeksbaten worden verantwoord door de UvA.
NPO zullen vanaf medio 2023 wegvallen, waarmee ook het totaal van de rijksinkomsten weer daalt in de begroting. In 2024 valt de doelsubsidie voor het G5 programma zij-instroom, gericht op het lerarentekort, weg. Verwacht wordt dat de Rijksoverheid een nieuw groot programma opstart voor de versterking van basisvaardigheden. Hierover is nog nauwelijks gecommuniceerd en daarom is dit programma ook nog niet in bovenstaande meerjarenbegroting verwerkt, met uitzondering van de eerste (pilot) beschikkingen in 2023. Achter de overige overheidsbijdragen en subsidies staan de gemeentelijke subsidies vermeld. De meerjarige daling van deze subsidies wordt veroorzaakt door de beëindiging van het programma LeerKansenProfiel (LKP). Hiervoor geldt een afbouwregeling, die niet was opgenomen in de begroting 2022 en verklaart daarmee het grootste verschil in de begrotingsrealisatie. In 2024 loopt ook de gemeentelijke cofinanciering af van de G5 programma’s gericht op het lerarentekort, waaronder ook de gemeentelijke bijdragen aan het zij-instroomprogramma.
3.2.2 Toelichting lasten De personeelslasten waren afgelopen jaar aanzienlijk hoger dan in 2021, maar lager dan
Door de onverwacht snelle stop van de coronamaatregelen in 2022 zijn onder de overi-
begroot. De kostenstijging wordt verklaard door verbetering van de arbeidsvoorwaarden
ge baten uiteindelijk meer ouderbijdragen voor buitenschoolse activiteiten en TSO geïnd
(dichten loonkloof, cao en arbeidsmarkttoelage 7,5%) en een toename van de formatie –
dan begroot was.
ook ten opzichte van de begroting. De pensioenpremie (werkgeversdeel) is gestegen in 2022. De premie voor het Participatiefonds is begin 2022 gedaald, en vanaf medio 2022
Ook zijn in 2022 meer baten gerealiseerd dan begroot voor het G5 programma Nood-
zelfs op nul procent gesteld.
plan Lerarentekort. Onder de overige baten worden ook baten geboekt uit huurinkomsten, Fonds 1818 en andere stichtingen. De huurinkomsten zijn toegenomen. In 2022
De stijging van de personeelslasten wordt gedrukt door een veel grotere vergoeding
zijn enkele niet begrote subsidies ontvangen, waaronder een Europese Erasmus+
van het UWV ter compensatie van zwangerschapsverloven dan begroot was. Dit is in de
subsidie voor de vorming van IB-PYP onderwijs. Dergelijke subsidies worden doorgaans
meerjarenbegroting vanaf 2023 gecorrigeerd.
niet mee begroot vanwege hun zeer onzekere karakter.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
De formatie is gegroeid door het NPO. Bovenop de begroting kwam extra incidentele
Andere huisvestingslasten zoals schoonmaak en energie zijn gevoelig voor de inflatie.
bekostiging, waar de formatieomvang tot op zekere hoogte in heeft meebewogen, maar
Het grootste deel van de energiebehoefte in 2022 was echter vastgelegd tegen vaste
verre van volledig. Op veel scholen zijn vacatures die alternatief worden ingevuld, vaak
tarieven.
60
met lager opgeleid (en goedkoper) personeel. Begrote personeelslasten voor vervanging zijn niet gerealiseerd.
De overige lasten waren in 2022 aanzienlijk hoger dan eerdere jaren en de begroting. Voor een groot deel betreft dit extra bestedingen in het kader van NPO. Met name is
Meerjarig begrote personeelslasten zijn gebaseerd op de formatie-ontwikkeling in de
veel ingezet op externe begeleiding van leerlingen op basisscholen (passend onderwijs)
voorgaande paragraaf in combinatie met loon- en prijspeil zoals bekend ultimo 2022
en in mindere mate ook leermiddelen.
(CAO PO 2022). De financiële baten en lasten zijn hoger dan begroot door de stijging van de marktrente. Zolang het NPO-programma loopt verwachten we dat de gestegen formatie aanhoudt.
In 2021 betaalden we nog aanzienlijke negatieve rente op onze rekening courant tegoe-
Met de NPO- middelen die in 2021 en 2022 niet zijn besteed kan het extra personeel
den. Eind 2022 is € 31 miljoen aan liquide middelen tijdelijk vastgezet in deposito’s met
nog enige tijd worden aangehouden in komende jaren nadat de extra rijksmiddelen voor
hogere rentepercentages. Voorzichtigheidshalve is in de meerjarenbegroting uitgegaan
het NPO zijn afgelopen. Geleidelijk zal de formatie weer dalen. Deze afbouw geldt ook
van een scenario waarin de rente weer terugzakt.
voor LKP-activiteiten. Mogelijk kan personeel aangehouden worden door de komst van het nieuwe rijksprogramma voor de versterking van basisvaardigheden, maar dit is nog niet in de begroting verwerkt vanwege de grote onzekerheid. De afschrijvingslasten zijn gegroeid door extra investeringen. De ruime reserves van scholen maken dit mogelijk. Daarnaast is een eerste begin gemaakt met investeringen in verduurzaming van schoolgebouwen. Deze investeringen zullen de komende jaren de jaarlijkse afschrijvingslasten verder doen stijgen. De huisvestingslasten zijn lager dan begroot doordat de nieuwe systematiek voor de onderhoudsvoorziening niet is doorgevoerd door vertragingen in de regelgeving. Inmiddels is de nieuwe regelgeving bekend en is duidelijk geworden dat er ook geen (eenmalige) lastenstijging meer te verwachten is. Per saldo zijn de rest van de huisvestingslasten iets hoger dan begroot was. Vooral decentraal op scholen is (veel) meer uitgegeven aan onderhoud/huisvesting ten opzichte van eerdere jaren en begroting. De dotatie op grond van het nieuwe meerjarenonderhoudsplan leidde tot een beperkte kostenstijging.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
61
3.3 Balans in meerjarig perspectief (A2)
Balans
Realisatie 2021
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Vaste activa Immateriële vaste activa
-
-
-
-
-
Materiële vaste activa
13.033
13.562
17.600
18.978
18.591
18.090
Financiële vaste activa
-
-
-
-
-
-
13.033
13.562
17.600
18.978
18.591
18.090
Realisatie 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Algemene reserve publiek
24.943
41.722
46.599
38.266
34.468
29.694
Bestemmingsreserves publiek
9.482
10.277
5.277
3.693
-
-
Overige reserves en fondsen
532
943
1.355
1.766
2.178
-
Reserve privaat
390
304
499
494
489
484
35.346
53.246
53.730
44.220
37.136
30.179
12.880
11.893
11.893
11.893
11.893
11.893
Totaal eigen vermogen
Vlottende activa Voorraden
Realisatie 2021
Eigen vermogen -
Totaal vaste activa
Balans
Vreemd vermogen
-
-
-
-
-
-
12.809
13.433
7.433
7.433
7.433
7.433
-
-
-
-
-
-
Langlopende schulden
-
-
-
-
-
-
Liquide middelen
35.293
53.903
58.211
48.352
41.533
35.078
Kortlopende schulden
12.909
15.759
17.632
18.651
18.528
18.530
Totaal vlottende activa
48.102
67.337
65.655
55.786
48.966
42.512
Totaal vreemd vermogen
25.789
27.652
29.525
30.544
30.421
3O.423
Totaal activa
61.135
80.899
83.255
74.764
67.577
60.602
Totaal passiva
61.135
80.899
83.255
74.764
67.557
60.602
Vorderingen Effecten
Voorzieningen
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
De meeste activa betreffen ICT-hardware en onderwijslespakketten. Scholen kiezen er
Niet bestede NPO-middelen in 2021 en 2022 hebben we in een bestemmingsreserve
voor om hier de komende jaren in te investeren vanuit hun (bovenmatige) reserves. Ook
geplaatst, zodat deze middelen alsnog ingezet kunnen worden voor de NPO-
volgen de komende jaren investeringen in verduurzaming.
doelen in de komende jaren. Met de inzet van deze middelen daalt het saldo in de
62
bestemmingsreserve naar nul. De omvang van de vorderingen is een momentopname en wordt niet als zodanig begroot. Ultimo 2022 is sprake van een grote vordering op de gemeente Den Haag als
Onder de overige reserves en fondsen staat de herwaarderingsreserve opgenomen die
gevolg van de vertraagde bouwprojecten. Deze vorderingen zullen grotendeels geïnd
is opgebouwd bij het voor de eerste maal activeren van activa in 2010. Deze reserve
worden in 2023. Verder is uitgegaan van stabiliteit in de omvang.
loopt geleidelijk af. De private algemene reserve van De Haagse Scholen wordt gevormd door resultaten op betaalde activiteiten buiten de rijksbekostiging.
In 2023 vervalt de permanente vordering op de Rijksoverheid als gevolg van de aanpassing van het betaalritme met de invoering van de vereenvoudigde bekostiging. In
De omvang van de kortlopende schulden tot slot betreft een momentopname waar niet
het verleden is er echter al voor gekozen om deze vordering buiten de administratie te
actief op geraamd en begroot wordt. In de meerjarige balans is deze post verwerkt als
houden, waardoor nu geen afboeking zichtbaar wordt.
sluitpost.
Het positieve financiële resultaat is de belangrijkste verklaring voor de toename van de liquide middelen in 2022. De daling in de voorzieningen in 2022 hangt grotendeels samen met meer onderhoudsuitgaven dan de dotatie groot was dit jaar. De personele voorzieningen zijn ook iets gedaald ten opzichte van 2021. We gaan uit van een stabiel niveau van de voorzieningen meerjarig. De effecten van de nieuwe systematiek voor de onderhoudsvoorziening zijn nog niet begroot in de meerjarenreeks. Het eigen vermogen stijgt aanzienlijk door het resultaat in 2022, en daalt weer door begrote verliezen in de volgende jaren. Een deel van het publiek eigen vermogen is ondergebracht in bestemmingsreserves: de gevormde bestemmingsreserve voor de nieuwe onderhoudsvoorziening (€ 5 miljoen) laten we vrijvallen ultimo 2022. De Haagse Scholen overweegt als gevolg van de nieuwe RJ uiting te kiezen voor activeren van onderhoud.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
63
3.4 Financiële positie
De financiële kengetallen voor solvabiliteit (vermogen om schulden af te lossen) en liquiditeit (vermogen om aan kortlopende betalingsverplichtingen te kunnen voldoen) getuigen van ruim voldoende waarborgen voor de bedrijfscontinuïteit in de komende jaren. De indicator voor het weerstandsvermogen (risicobuffer) getuigt meerjarig van een zelfde beeld. Deze inspectienorm heeft echter een generiek karakter (een zelfde norm voor schoolbesturen), terwijl het risicoprofiel van schoolbesturen behoorlijk uiteen kan lopen. In 2022 is de risicoanalyse geactualiseerd door AON op grond waarvan het benodigde weerstandsvermogen specifiek voor De Haagse Scholen is berekend. Uit deze risicoanalyse kwam een minimaal benodigd weerstandsvermogen van € 17,8 miljoen (10% van de totale baten, tegenover de inspectienorm van minimaal 5%). Deze berekening is gebaseerd op een actueel beeld van het risicoprofiel van De Haagse Scholen, dat in de laatste jaren is toegenomen. Ook houdt de berekening van AON
Kengetal
Realisatie Realisatie 2021 2022
2023
2024 2025
2026
Signalering
Solvabiliteit (eigen vermogen +voorzieningen / totale passiva)
0,81
0,81
0,79
0,75
0,73
0,69
Ondergrens: <0,30
Liquiditeit (vlottende activa/kort vreemd vermogen)
4,25
4,27
3,72
2,99
2,64
2,29
Ondergrens: <0,75
Signaleringswaarde ondergrens reserve (eigen vermogen/totale baten)
0,22
0,30
0,31
0,28
0,24
0,19
Ondergrens: <0,05
Signaleringswaarde bovengrens eigen vermogen
1,63
2,36
2,03
1,63
1,39
1,15
Bovengrens: > 1,0
rekening met de aanwezigheid van schoolreserves om decentrale risico’s op te vangen. Door dit decentrale model vindt minder risicospreiding plaats tussen scholen, waardoor
Sinds 2021 hanteert de Inspectie naast normen voor de bedrijfscontinuïteit ook een
per saldo (alle scholen opgeteld) meer reservemiddelen nodig zijn als risicobuffer.
signaleringswaarde om aanwezigheid van bovenmatig eigen vermogen te kunnen bepalen. Eigen vermogen boven de signaleringswaarde moet door schoolbesturen
De beschikbare risicobuffer in de vorm van algemene reserves (publiek en privaat)
verantwoord worden.
exclusief bestemmingsreserves, bedroeg eind 2022 € 43 miljoen. Daarmee is de huidige stand van de reserves nog ruim boven het minimaal benodigde risicobuffer uit het AON
Begin 2023 bedroeg het totale publieke eigen vermogen van De Haagse Scholen
onderzoek (factor 2,4).
€ 52,3 miljoen. Op grond van de formule van de Inspectie zou de bovengrens liggen bij
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
€ 22,5 miljoen. Dit overschot aan eigen vermogen is ontstaan door grote bedragen aan ‘last minute’ verstrekte incidentele bekostiging die maar beperkt was in te zetten als gevolg van het lerarentekort, zie voorgaande paragrafen. Een groot deel van het eigen vermogen bevindt zich echter in bestemmingsreserves. De niet bestede middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs zijn geoormerkt in de administratie om later in 2023 en 2024 alsnog uit te geven aan de doelstellingen van het programma (€ 10,3 miljoen). De minister heeft begin 2022 toestemming gegeven voor verlenging van de NPO-activiteiten. Corrigeren we het eigen vermogen voor de bestemmingsreserves, dan resteert een algemene reserve van € 41,7 miljoen. Het bovenmatige deel van de algemene reserve begin 2023 bedraagt daarmee per saldo € 20,5 miljoen. Om dit af te bouwen heeft het bestuur in 2022 een collectief bestedingsprogramma opgezet en daarnaast hebben de scholen bestedingsplannen voor de afbouw opgesteld. Bij elkaar betreft dit € 10,9 miljoen aan extra inzet. Daarmee is deze inzet momenteel niet genoeg om de komende jaren onder de signaleringswaarde voor bovenmatig vermogen uit te komen als gevolg van de onverwacht hoge resultaten eind 2022. Dit geeft aanleiding om de extra inzet in het collectieve bestedingsprogramma verder te verhogen.
Begin 2023 zullen hiervoor de plannen ontwikkeld worden in samenspraak met het scholenveld. Daarbij is de intentie om projecten voor anders organiseren van onderwijs (met minder benodigde leerkrachten) een extra boost te geven met middelen uit de algemene (school)reserves.
64
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Deel 2 Jaarrekening
65
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
66
Balans
Balans na resultaatbestemming
Een balans per 31 december is altijd een momentopname en kan als gevolg van
Bedragen x € 1.000
incidentele posten op de balansdatum afwijken van een begroting of realisatie van een voorgaand jaar. In de jaarrekening 2022 van dit verslag worden de verschillende
Activa
Realisatie 31/12/2022
Realisatie 31/12/2021
1.2
Materiële vaste activa
13,562
13,033
1.5
Vorderingen
13,433
12,809
1.7
Liquide middelen
53,903
35,293
Totaal activa
80,899
61,135
onderdelen van de balans toegelicht. De verschillen in de balansposten tussen enerzijds de realisatie en begroting per 31-12-2022 en anderzijds de realisatie 2021 zijn op hoofdlijnen als volgt: •
Materiele vaste activa; Door meer investeringen is de boekwaarde van de activa met € 0,5mln. toegenomen ten opzichte van 2021.
•
De post vorderingen is in 2022 toegenomen met ca. € 0,6 mln. Dit is met name het gevolg van vorderingen op de gemeente voor voorgeschoten kosten voor
Passiva
Realisatie per 31/12/2022
Realisatie 31/12/2021
nieuwbouwprojecten. •
Liquide middelen; de mutatie in de post liquide middelen is feitelijk het saldo van alle andere balansmutaties en wordt in het kasstroomoverzicht van de jaarrekening
2.1
Eigen Vermogen
53,246
35,346
2.1.2
Bestemmingsreserve publiek
10,277
9,482
2.1.3
Bestemmingsreserve privaat
943
532
2.1.6
Herwaarderingsreserves
304
390
2.2
Voorzieningen
11,893
12,880
2.4
Kortlopende schulden
15,759
12,909
voorziening toegelicht. Deze post is per 31-12-2022 afgenomen, voornamelijk toe te
Totaal passiva
80,899
61,135
schrijven aan een grotere uitputting van de voorziening groot onderhoud gebouwen.
gespecificeerd. Het saldo is per 31-12-2022 fors toegenomen met € 18,6 mln. tot € 53,9 mln. Dit komt onder andere door de extra NPO-gelden. •
Eigen vermogen; de toename van deze post ten opzichte van 2021 is het gevolg van het hoge positieve resultaat in 2022.
•
Voorzieningen; deze post bestaat uit meerdere voorzieningen met ieder hun eigen dynamiek en karakter. In de jaarrekening worden de mutaties en ontwikkelingen per
•
Kortlopende schulden; deze zijn in 2022 met € 2,8 mln. toegenomen ten opzichte van 2021, door een toegenomen schuld aan het ministerie van OCW, i.v.m. subsidies met een ander betaalritme ten opzichte van de looptijd.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Staat van baten en lasten
Het financieel resultaat over 2022 bedraagt € 17,9 mln. positief en dat is veel
Bedragen x € 1.000
hoger dan voor 2022 begroot en ook € 6,5 mln. hoger dan de verwachting Realisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
3.1
Rijksbijdragen
159,705
150,693
139,458
3.2
Overige overheidsbijdragen en subsidies
10,115
9,468
9,532
3.5
Overige baten
7,907
3,664
6,238
177,726
163,825
155,228
Lasten 4.1
Personeelslasten
132,560
135,966
117,248
4.2
Afschrijvingen
2,801
3,024
2,772
4.3
Huisvestingslasten
11,749
16,503
10,594
4.4
Overige lasten
12,846
10,532
10,091
Totaal lasten
159,956
166,024
140,704
Saldo baten en lasten
17,770
-2,200
14,524
131
-5
-119
17,900
-2,205
14,404
5
Financiële baten en lasten
Totaal resultaat
rijksbijdragen in de laatste maanden van het jaar (bijz. bekostiging vreemdelingen en arbeidsmarkttoelage).
Baten
Totaal baten
vermeld in de 8-maandsrapportage 2022. Dit komt met name door meer
In de afschrijvingslast van € 2,8 mln. is ook het boekverlies op desinvesteringen (€ 118k) verwerkt.
67
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Voorstel resultaatbestemming
Door het college van bestuur zal aan de raad van toezicht worden voorgesteld het gerealiseerde resultaat als volgt te bestemmen: Resultaatbestemming
Resultaat 2022
Resultaat 2021
2.1.1
Algemene reserve publiek
16,778,869
4.567.934
2.1.1
Algemene reserve privaat
0
-
2.1.2
Bestemmingsreserve (publiek)
795,278
9,481,510
2.1.3
Bestemmingsreserve (privaat)
411,574
468,919
2.1.6
Herwaarderingsreserve eerste waardering activa
-85,330
-113,879
17,900,391
14,404,484
Totaal Resultaat
In de publiekelijk bestemmingsreserves hebben wij de niet bestede NPO-gelden 2022 voor € 5,8 mln. en terugboeking van de reservering voor de nieuwe methode van de onderhoudsvoorziening van - € 5 mln. opgenomen. De voorgestelde resultaatbestemming is al in de balans van 31 december 2022 verwerkt.
68
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
69
Kasstroomoverzicht
31/12/2022
31/12/2021
131,231
-
-562
-119,372
130,669
-119,372
21,923,070
17,620,108
Investeringen in materiële vaste activa
-3,312,783
-2,794,888
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
-3,312,783
-2.794.888
Totaal kasstroom
18,610,288
14,825,220
Stand liquide middelen per eind voorgaand boekjaar
35,293,204
20,467,984
Stand liquide middelen per eind boekjaar
53,903,492
35,293,204
Mutatie liquide middelen
18,610,288
14,825,220
Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de herkomst en besteding van liquide middelen in de periode van 01-01-2022 t/m 31-12-2022. In die periode is de post liquide middelen met € 18.610.288 toegenomen tot € 53.903.492
5.1
Ontvangen interest
5.5
Betaalde interest
31/12/2022
31/12/2021
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
17,769,722
14,523,856
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten
1.2. Aanpassing voor: 4.2.
Afschrijvingen
2,667,105
2,653,215
1.2.
boekverlies desinvesteringen materiele activa
117,260
107,756
2.2.
Mutaties voorzieningen
-987,303
1,565,843
1,797,062
4,326,815
Veranderingen in werkkapitaal: 1.5.
Vorderingen
-624,928
-600,758
2.4.
Schulden
2,850,546
-510,433
2,225,618
-1,111,191
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
70
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Algemeen
voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of
De Regeling jaarverslaggeving onderwijs is van toepassing. Bij het opstellen van
betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.
de jaarrekening zijn de wettelijke voorschriften betreffende de jaarrekening van het Burgerlijk Wetboek, Titel 9, boek 2 en de Richtlijnen van de Raad voor de
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering
Jaarverslaggeving (RJ) toegepast, met in het bijzonder RJ 660 voor onderwijsinstellingen.
van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een
Activa en passiva worden tegen nominale waarde opgenomen, tenzij anders vermeld in
actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de
de verdere grondslagen.
omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de
een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de
toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde
omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal