RIS316341 Bijlage 1 Ontwerp-bestemmingsplan Brasserskade 2023
Tekst van het document
Bestemmingsplan Brasserskade 2023 Concept
Brasserskade 2023
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Inhoudsopgave
Samenvatting
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Leeswijzer
9 9 9 10 10 11
Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Cultureel erfgoed 2.4 Ruimtelijke structuur 2.5 Functionele structuur
13 13 13 14 15 19
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groen 3.5 Water 3.6 Verkeer en infrastructuur 3.7 Economie 3.8 Duurzaamheidsbeleid
21 21 21 26 28 34 40 46 47
Hoofdstuk 4 Wet en Regelgeving 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Natuurbescherming 4.7 Bodem 4.8 Windhinder en bezonning
51 51 51 53 56 56 57 60 60
Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Beschrijving van het plan 5.3 Ontwikkelingen 5.4 Duurzaamheid 5.5 Keuze en verantwoording van bestemmingen 5.6 Toelichting op de regels
63 63 63 63 65 67 70
Hoofdstuk 6 Overleg en inspraak 6.1 Artikel 3.1.1 Bro-overleg 6.2 Inspraak- en participatieverordening
73 73 79
Hoofdstuk 7
81
Economische uitvoerbaarheid
2
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Bijlagen bij Toelichting
83
Bijlage 1
Bodemonderzoek locatie Brasserskade
84
Bijlage 2
Nader Bodemonderzoek locatie Brasserskade
189
Bijlage 3
aanvullende notitie Bodemonderzoek
254
Bijlage 4
Verklaring bodemsanering
274
Bijlage 5
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
279
Bijlage 6
Memo stikstofberekening
297
Bijlage 7
Stikstofonderzoek tijdens de bouw
304
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek schietbaan
324
Bijlage 9
Quick scan flora en fauna Brasserskade
499
Bijlage 10
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels
525
Bijlage 11
Bomen-inventarisatie
548
Bijlage 12
Lijst monumentale bomen
566
Bijlage 13
vijfde tranche nieuw toe te voegen Monumentale Bomen
575
Bijlage 14
Kaart monumentale bomen
578
Bijlage 15
Landschapsplan
580
Bijlage 16
Toelichting Landschapsplan en compensatieplan bomen
600
Bijlage 17
Bezonningsstudie
609
Bijlage 18
Vooroverlegreactie Provincie op Brasserskade 2023
643
Regels
647
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
649 649 653
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Groen Maatschappelijk Waterstaat - Waterkering
655 655 656 658
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
661 661 662 663 664 665 666
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
667 667 668
3
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
4
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Samenvatting Het voorliggende bestemmingsplan Brasserskade 2023 vindt zijn aanleiding in de beslissing van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 augustus 2022 (nr 202105899/1/R3) waarbij het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Brasserskade van 1 juli 2021 werd vernietigd. De vernietiging was gebaseerd op de overwegingen van de Afdeling dat het bestemmingsplan in strijd was met het in artikel 6.11 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland opgenomen kantorenbeleid. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden met de provincie. Dit overleg heeft tot de volgende uitkomst geleid. Het in hoofdstuk 6 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland opgenomen kantorenbeleid kent in artikel 6.34 de mogelijkheid daarvan af te wijken, mits daardoor geen onevenredige afbreuk aan de doelstelling van dit beleid wordt gedaan. Van belang is hierbij, dat de betreffende bebouwing niet strekt tot het realiseren van 'reguliere kantoren' en als zodanig daar niet mee concurreren dan wel afbreuk aan doen in de regio. De bestemming Maatschappelijk maakt dat hier niet zondermeer reguliere kantoren mogelijk zijn wanneer de politieeenheid zou verhuizen.
Voorts zijn in voorliggend bestemmingsplan de gebruiksmogelijkheden aangescherpt, waartoe ondermeer in de regels de omvang van de kantooractiviteiten qua oppervlak is begrensd op maximaal 40% van het te realiseren bedrijfspand. Het voorliggend bestemmingsplan wijkt zowel wat betreft de toelichting als de regels op onderdelen af van het bestemmingsplan Brasserskade zoals eerder in 2021 is vastgesteld. Het nieuwe bestemmingsplan beoogt de vestiging mogelijk te maken van de landelijke eenheid van de Nationale Politie, die belast is met het bewaken en beveiligen van leden van het Koninklijk Huis, politici en vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen, waarbij zij op deze locatie zal beschikken over op hun taakstelling afgestemde trainingsmogelijkheden, waaronder een schietbaan van 50 m. Voorts is hierbij van belang, dat adequate stallingsruimte voor het uitzonderlijke materieel van de eenheid beschikbaar is en de locatie optimaal beveiligd kan worden. Het terrein aan de Brasserskade voldoet volledig aan deze eisen. Dit laatste is mede vanwege het feit, dat het terrein thans nog onderdeel uitmaakt van het Majoor Jan Linzel complex van Defensie, waardoor het ook thans reeds extra beveiligd is en niet voor publiek toegankelijk.
De bebouwing voorziet met name in de genoemde trainingsruimten, overdekte stalling van het materieel, alsmede slaapgelegenheid en in ondergeschikte mate over vergader- en ingeval van calamiteiten coördinatieruimtes, alsmede administratieve werkplekken ten behoeve van de medewerkers van de eenheid. In de regels zijn hieraan nadere eisen qua omvang verbonden. Bij dit bedrijfspand zijn twee parkeervoorzieningen voorzien. Een inpandige parkeergarage welke is bedoeld voor 115 dienstauto's. Verder zal in de open lucht een parkeerterrein aanwezig zijn voor reguliere motorvoertuigen. Hier komen circa 130 parkeerplaatsen. De landelijke eenheid wordt gevestigd op gronden die thans onderdeel zijn Defensie.
5
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
6
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Toelichting
7
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
8
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan De landelijke eenheid van de Nationale Politie, die belast is met het bewaken en beveiligen van leden van het Koninklijk Huis, politici en vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen dient op korte termijn de huidige locatie, waarop zij gevestigd is te verlaten. Voor deze eenheid is het van groot belang, dat zij op een strategische locatie wordt gehuisvest waarbij zij zal beschikken over op hun taakstelling afgestemde trainingsmogelijkheden, waaronder een schietbaan van 50 m. Voorts is hierbij van belang, dat adequate stallingsruimte voor het materieel van deze eenheid beschikbaar is en de locatie optimaal beveiligd kan worden. Aan de keuze is een locatiestudie vooraf gegaan. Daaruit is gebleken, dat slechts het terrein aan de Brasserskade volledig voldoet aan deze eisen. Door de ligging nabij het rijkswegennet is zowel naar het centrum van Den Haag, als ook naar de Rotterdamse haven en de vliegvelden Rotterdam-The Haguw en Schiphol sprake van een goede en snelle bereikbaarheid. Tevens biedt de locatie voldoende ruimte voor het realiseren van de noodzakelijke inpandige stallingsruimte en biedt het voldoende ruimte voor de trainingsfaciliteiten. Voorts kan voldaan worden aan de hoge beveiligingseisen die aan de vestiging gesteld moetenc worden.
Dit laatste is mede vanwege het feit, dat het terrein thans onderdeel uitmaakt van het Majoor Jan Linzel complex van Defensie, waardoor het ook thans reeds extra beveiligd is en niet voor het publiek toegankelijk. In dit verband wordt nog opgemerkt, dat vanwege deze specifieke eisen aan terrein en de bebouwing daarop het niet mogelijk is bestaande (kantoor)gebouwen geschikt te maken voor dit specifieke gebruik. Omgekeerd geldt evenzeer, dat naar de toekomst toe een zelfstandig gebruik van het op te richten bedrijfsgebouw als kantoor evenzeer niet mogelijk is. In de door de Nationale Politie gesloten huurovereenkomst zijn dan ook dwingende afspraken opgenomen, die een dergelijk gebruik verbieden. De bebouwing voorziet met name in de genoemde trainingsruimten, overdekte stalling van het materieel, alsmede slaapgelegenheid en in ondergeschikte mate administratieve werkplekken ten behoeve van de medewerkers van de eenheid. Verder zal een open parkeerterrein aanwezig zijn voor reguliere motorvoertuigen. Daarnaast zijn er ondersteunende functies. Het bouwplan wordt opgericht op het terrein van Defensie aan de Brasserskade. Het wordt niet apart toegankelijk, maar wordt via het terrein van Defensie ontsloten. Daarnaast wordt de mogelijkheid open gehouden om in de toekomstige situatie gebruik te gaan maken van de bestaande in- en uitrit aan de zuidoostkant van het terrein.
1.2
Doel van het bestemmingsplan Het doel van dit bestemmingsplan is medewerking te kunnen verlenen aan het vestigen van de landelijke eenheid van de Nationale Politie, die belast is met het bewaken en beveiligen van leden van het Koninklijk Huis, politici en vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen. Uit door de politie verrichte verkenningen is gebleken, dat de locatie aan de Brasserskade zich bij uitstek leent als vestigingsplaats voor deze eenheid, die bij calamiteiten snel moet kunnen uitrukken. Door de ligging nabij het rijkswegennet is zowel naar het centrum van Den Haag, als ook naar de Rotterdamse haven en de vliegvelden Rotterdam-The Hague en Schiphol sprake van een goede en snelle bereikbaarheid. Daarbij biedt de locatie voldoende ruimte voor de vanwege hun taak noodzakelijke omvangrijke stallingsvoorzieningen en biedt het voldoende mogelijkheden voor de noodzakelijke trainingsfaciliteiten. Tevens kan voldaan worden aan de hoge beveiligingseisen die aan de vestiging gesteld moeten worden. In het voorgaande bestemmingsplan Ypenburg heeft het gehele perceel een Maatschappelijke bestemming met de functieaanduiding 'militaire zaken'.
9
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
1.3
Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt op het defensieterrein aan de Brasserskade. De locatie van Defensie ligt aan de Zuidzijde van Den Haag, tegen de grens met de gemeente Delft. Ten noorden en oosten ligt de woonwijk Ypenburg, ten zuiden het sportpark Brasserskade. De ligging van het plangebied in is in kaart 1 weergegeven.
kaart 1: ligging v an het plangebied
1.4
Geldende planologische regelingen
1.4.1
Vigerend bestemmingsplan
Het bestemmingsplan Brasserskade vervangt (gedeeltelijk) het volgende bestemmingsplan: bestemmingsplan Ypenburg
vastgesteld 17 oktober 2013
goedgekeurd n.v.t.
10
onherroepelijk 22 oktober 2015
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
kaart 2: vigerende stedenbouwkundige regelingen
1.4.2
Parapluherzieningen
Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op heel het gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets)parkeren (vastgesteld 20 september 2018) . Dit bestemmingsplan regelt, dat overal in de stad bij nieuwbouwplannen of wijzigingen van het gebruik dezelfde eisen voor het (fiets)parkeren kunnen worden gesteld. b. Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten (vastgesteld 20 december 2018). Dit bestemmingsplan regelt, dat functies, waarvan de vestiging op een bedrijfsterrein niet gewenst is, daarvan ook daadwerkelijk worden uitgesloten.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 Inleiding is de reden voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied Brasserskade aangegeven. Ook zijn de doelen die met het bestemmingsplan worden beoogd, omschreven. Om deze doelen in een bestemmingsplan gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk 2 de bestaande situatie beschreven, anderzijds is voor de verduidelijking van een deel van de doelen in de hoofdstukken 3 Beleidskaders en 4 Wet en Regelgeving een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit plangebied van toepassing zijn. Daaruit zijn vervolgens beleidsuitspraken voor het plangebied afgeleid. Hoofdstuk 3 Beleidskaders bevat de beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid, hoofdstuk 4 Wet en Regelgeving ten aanzien van de milieukwaliteitseisen. Bij de keuze van bestemmingen in hoofdstuk 5 Planbeschrijving, is aangeven welke bestemmingen en bestemmingsregelingen uit deze beleidsuitspraken zijn afgeleid de te ontwikkelen situatie. In dit hoofdstuk worden buiten de planbeschrijving, ook de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ingegaan. In hoofdstuk 7 Overleg en inspraak wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.
11
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
12
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de bestaande situatie
Inleiding
Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhoudingen van het plangebied tot het aangrenzende gebied, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed en de ruimtelijke en functionele opbouw van het plangebied beschreven. 2.2 Ontstaansgeschiedenis
2.2
Ontstaansgeschiedenis
De Brasserskade is een oude dijk, welke van oudsher de grens vormt van de Vrijenbanse polder in het zuiden en de Broekpolder in het noorden. Omstreeks 1957 waren beide polders nog vrijwel onbebouwd waardoor de verkavelingsrichting van beide polders nog goed zichtbaar is op de kaart. Na sluiting van het vliegveld Ypenburg werd in 1992 nabij de voormalige zuidpoort van het vliegveld aan de Brasserskade een defensieterrein gebouwd. Het defensieterrein lag ingeklemd tussen de Henricuskade in het noorden en de Brasserskade in het zuiden. In 1995 werd met de bouw van de VINEX-wijk Ypenburg het open polderlandschap bebouwd. Ypenburg is een wijk van Den Haag, ontwikkeld op de locatie waar zich sinds 1936 het Vliegveld Ypenburg bevond. Nadat het vliegveld op 20 september 1992 werd gesloten, werd vanaf 1997 op deze locatie een nieuwe Vinex-wijk ontwikkeld voor circa 30.000 bewoners. Ondanks de grote transformatie van open polderlandschap naar woonwijk zijn de Henricuskade en de oude dijk Brasserskade nog goed zichtbaar. Met de ontwikkeling van de VINEX-wijk heeft het defensieterrein haar huidige omvang gekregen en werd het terrein ook voorzien van een directe aansluiting op de aansluitingsweg van de Ypenburgse ringweg op de A13.
Plangebied omstreeks 1957. De locatie v an het plangebied is geprojecteerd op de kaart.
13
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Plangebied omstreeks 1991. De locatie v an het plangebied is geprojecteerd op de kaart.
Plangebied omstreeks 2017. De locatie v an het plangebied is geprojecteerd op de kaart.
2.3
Cultureel erfgoed
2.3.1
Cultuurhistorische waarden
Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. In 2010 is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. 2.3.1.1 Beplanting Binnen het plangebied staan geen monumentale bomen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moeten bomen worden gekapt waardoor bestaande groene waarden aangetast worden.
14
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Om het groene karakter van het plangebied te behouden is het bouwvlak zo gepositioneerd dat de 11 centraal op het terrein staande bomen welke in de bomeninventarisatie (zie bijlage) als behoudenswaardig zijn aangewezen buiten het bouwvlak staan. Ten behoeve van een robuuste groenstructuur, welke zowel in de winter als in de zomer een groene uitstraling heeft, worden waar mogelijk bestaande bomen gehandhaafd en aangevuld met nieuwe aanplant zodat een dicht beplante groenstructuur ontstaat, bestaande uit diverse soorten. De soorten worden dusdanig gekozen dat deze een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Inzicht van buitenaf op het terrein kan voorkomen worden door het toepassen van groenblijvende beplanting. 2.3.1.2 Beschermd stadsgezicht en monumenten Het plangebied Ypenburg maakt geen onderdeel uit van een beschermd stadsgezicht. In het plangebied zijn geen gemeentelijke monumenten of rijksmonumenten aanwezig. 2.3.2
Archeologie
Het plangebied is volgens de Nieuwe Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk gelegen in een gebied met een opeenvolging van lagen die onder natte omstandigheden zijn gevormd: klei en veen. De klei werd enige duizenden jaren voor Chr. afgezet door de zee en tijdens overstromingen van getijde geulen en kreken in de directe omgeving. Het veen kon ontstaan en groeien omdat het gebied, ook als er geen sprake van overstromingen was, vele eeuwen moerassig bleef. Tot in de middeleeuwen bleef het veen doorgroeien, maar werd daarna geëxploiteerd als bron voor brandstof. In een groot deel van het gebied, voornamelijk de oostelijke helft, tussen de Rijswijkse Landingslaan en de Brasserskade, is het veen gedolven. De uitgeveende gedeelten kwamen al snel onder water te staan. Tot het midden van de 19de eeuw was op die plaatsen sprake van een groot merengebied. In de loop van de tweede helft van de 19de eeuw werden deze gebieden echter drooggelegd om ruimte voor weilanden te creëren. Die situatie bleef tot ruim in de 20ste eeuw gehandhaafd. Bij de overdracht van het gebied aan de gemeente Den Haag is de bestemming gewijzigd en hebben de drooggelegde polders een woonfunctie gekregen. De geologische opbouw geeft al aan dat het door Hollandveen gekenmerkte plangebied in het verleden meestal te drassig geweest is voor intensieve bewoning.
In droge perioden zou op het veen wel gewoond kunnen zijn, maar de sporen daarvan zijn bij de veenwinning verdwenen. In de westelijke helft van het plangebied, tussen de A4 en de Rijswijkse Landingslaan lag een vliegveld. In de Tweede Wereldoorlog was dit een belangrijk militair vliegveld. De aanleg van o.a. startbanen, opstelplaatsen en bunkers heeft in een groot deel van het plangebied voor verstoringen gezorgd, evenals bombardementen door zowel Duitsers als de geallieerden. Door deze verstoringen is ook in dit deel van het plangebied de kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen klein. Bovenstaande maakt duidelijk dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. Dat betekent dat er geen beperkingen aan bodemingrepen in het plangebied gelden, met uitzondering van de meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische resten.
2.4
Ruimtelijke structuur
2.4.1
Stedenbouwkundige context
Het plangebied ligt op het terrein van defensie aan de Brasserskade. Het defensieterrein ligt ingeklemd tussen de Henricuskade in het noorden, de verbindingsweg tussen de Ypenburgse rondweg en de A13 in het westen en de Brasserskade in het zuiden. Ten oosten van het defensieterrein ligt een fietspad welke de Brasserskade met de Henricuskade verbindt. Het defensieterrein is onderdeel van een grotere langgerekte zone tussen de Ypenburgse woonvelden Waterwijk in het noorden en de Bras in het zuiden. Deze zone vormt een overgangsgebied tussen verschillende woonmilieus. De zone is duidelijk begrensd door de Brasserskade in het zuiden, de Henricuskade in het noorden, de verbindingsweg tussen de Ypenburgse rondweg en de A13 in het westen en de Rijswijkse Waterweg in het oosten.
15
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
De zone is onderdeel van het stedenbouwkundig raamwerk van Ypenburg met de Brasserskade als belangrijke groene drager.
2.4.2
Stedenbouwkundige structuur
Voor de beschrijving van de stedenbouwkundige structuur is onderscheid gemaakt tussen drie schaalniveaus, te weten: Zone tussen Brasserskade en Henricuskade; het defensieterrein; het plangebied. Zone tussen Brasserskade en Henricuskade De langgerekte strook tussen Brasserskade en Henricuskade heeft een lage bebouwingsdichtheid Verspreid langs de Henricuskade en de Brasserskade staan een aantal boerderijen en vrijstaande woningen die ouder zijn dan de omliggende woonwijk Ypenburg. Deze kleinschalige bebouwing contrasteert met de grootschalige gebouwen op het defensieterrein. Direct rondom het plangebied liggen een aantal woningen. De woning met huisnummer Brasserskade 233 ligt ingeklemd tussen het plangebied en het defensieterrein. Direct ten oosten van het plangebied ligt een langhuisboerderij met huisnummer Brasserskade 237. Ten noorden van het plangebied, aan de andere zijde van de Henricuskade, staan zes woningen.
bebouwingsstructuur in en rondom het plangebied
Het defensieterrein Het defensieterrein heeft een heldere ruimtelijke opbouw. Op de noordgrens van het terrein aan de Henricuskade staat het legeringsgebouw (5 bouwlagen) en het stafgebouw (3 bouwlagen). De gebouwen vormen een vrijwel ononderbroken bebouwingswand aan de Henricuskade. Het binnendeel van het terrein oogt dankzij de losse ordening van gebouwen en de aanwezigheid van gebouwen groen en minder stenig. Een interne ontsluitingsroute doorkruist het defensieterrein in de lengterichting en heeft een entree direct aan de verbindingsweg tussen de Ypenburgse rondweg en de A13. Deze route verbindt de gebouwen op het terrein met de verspreid op het terrein liggende parkeerplaatsen. Het zuidelijk deel van het terrein is bomenrijk, waarbij het keukengebouw tussen de bomen staat verscholen. Het plangebied Het plangebied ligt in het noordoostelijk deel van het defensieterrein. De interne ontsluitingsroute van het defensieterrein eindigt ter plaatse van het plangebied. Het plangebied is onbebouwd en is voor het merendeel begroeid met bomen. Tussen de bomen ligt een open plek waar een parkeerterrein en twee tennisbanen liggen. Door de dichte beplanting is deze open plek vanaf de omgeving niet of nauwelijks zichtbaar.
16
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Af beelding: Ruimtelijke opbouw def ensieterrein met in de noordoostzijde v an het def ensieterrein het plangebied.
2.4.3
Verkeer en infrastructuur
Het defensieterrein ligt direct aan de aansluitingsweg van de Ypenburgse ringweg op de A13. Het terrein heeft een directe aansluiting op deze route, waardoor de autobereikbaarheid goed is. Vanaf de entree van het defensieterrein slingert een interne ontsluitingsroute over het defensieterrein welke de verspreid op het terrein liggende parkeerplaatsen onderling verbindt. Ten zuiden van het defensieterrein ligt de Brasserskade, welke vooral fungeert als recreatieve fietsverbinding tussen Delft en Nootdorp en is tevens de ontsluitingsweg voor bestemmingsverkeer en ten behoeve van het in Delft gelegen sportcomplex. Ten noorden van het defensieterrein ligt de Henricuskade, welke fungeert als fietsroute en als ontsluitingsweg voor aanliggende woningen en bedrijven. Het defensieterrein heeft twee calamiteiteningangen. Een aan de Brasserskade en een aan de Henricuskade. Tegen de oostgrens van het defensieterrein ligt een fietspad welke de Brasserskade en de Henricuskade onderling verbindt.
17
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Af beelding: v erkeersstructuur
2.4.4
Groen
De langgerekte strook tussen Brasserskade en Henricuskade heeft een overwegend groen karakter, waarbij het oostelijk deel van de strook wordt gekenmerkt door veelal graslanden en weilanden met daarin verspreid staande bebouwing en een manege. In het zuidwestelijk deel van de strook, ter plaatse van het defensieterrein, raakt het groen meer versnipperd en neemt de bebouwingsdichtheid toe. De Brasserskade vormt een duidelijke begrenzing, welke met een dubbele bomenrij en naastgelegen waterlopen onderdeel uitmaakt van het groene raamwerk van Ypenburg. De noordzijde van de strook wordt begrensd door de Henricuskade met naastgelegen waterloop.
Af beelding: groen en water
Het plangebied is onbebouwd en is voor het merendeel begroeid met bomen. Tussen de bomen staan onder andere haagbeuken en paardenkastanjes. Het bosplantsoen aan de randen van het terrein bestaat voornamelijk uit berken, elzen en essen. 2.4.5
Water
In het plangebied ligt geen open water. Wel liggen er rondom het plangebied watergangen. In het noorden grenst het gebied aan een primaire watergang. In het oosten ligt een secundaire watergang aan de overzijde van het fietspad. Zuidelijk grenst het plangebied aan een secundaire watergang. De primaire watergangen hebben een beschermingszone van 4 meter. De secundaire polderwatergangen hebben een onderhoudsstrook van 2 meter. Aan de zuidzijde ligt de Brasserskade. Deze is aangewezen als Waterstaatswerk, welke ten dele in het plangebied ligt. Rondom het Waterstaatswerk ligt een beschermingszone waarbinnen beperkingen
18
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
gelden voor bouwen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. 2.4.6
Bodem
In opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf is door Arnicon in november 2018 een bodemonderzoek uitgevoerd. In vervolg hierop is in december 2019 een nader onderzoek uitgevoerd. Geconstateerd is dat de bodem ten zuiden van de op de locatie aanwezige tennisvelden plaatselijk sterk verontreinigd is met lood. De hoeveelheid sterk met lood verontreinigde grond wordt op basis van de onderzoeksresultaten geschat op ± 200 m3. Op basis van deze inschatting is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De sanering is inmiddels uitgevoerd. Door het Rijks Vastgoed Bedrijf is als opdrachtgever daarbij gekozen voor een ontgravingsvariant. Als terugsaneerwaarde is uitgegaan van de maximale waarde voor industrie. De totale hoeveelheid ontgraven grond bedraagt ± 300 m3 (circa 500 ton). De ontgraving is in den droge uitgevoerd.
2.4.7
Kabels en leidingen
In de omgeving van het plangebied liggen kabels en leidingen waaronder distributie gasleidingen en 25 kV elektriciteitsleidingen. In het plangebied ligt een distributie gasleiding welke de woning met huisnummer Brasserskade 233 aansluit.
2.5
Functionele structuur
In de huidige situatie bevinden zich 2 tennisvelden en een aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied. De tennisvelden worden niet of niet intensief gebruikt.
19
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
20
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
Het bestemmingsplan Brasserskade vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, provincie, stadsgewest en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk geeft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is weer. De eerste paragraaf gaat in op alles omvattend ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal-, regionaal-, gemeentelijk niveau. Daarna wordt het specifieke beleid voor een aantal relevante thema's uiteen gezet. De 'ruimtelijke vertaling' van het beleid in de Regels en op de Verbeelding wordt beschreven in hoofdstuk 5.5 Keuze en verantwoording van bestemmingen.
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 15 september 2020 is de Nationale Omgevingvisie (verder NOVI) in werking getreden. Het is de visie op de leefomgeving vanuit het Rijk. NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. NOVI is een structuurvisie in de zin van de Wro. NOVI benoemt 21 nationale belangen en opgaven en onderscheidt daarbij de volgende 4 prioriteiten: 1.
Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie;
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel;
3.
Sterke en gezonde steden en regio's;
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Aan de hand van de NOVI wil het rijk samen met de regio's samenwerkingsafspraken maken en deze opnemen in Gebiedsagenda's. Ladder voor de duurzame verstedelijking De 'ladder voor de duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (verder Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. In de toelichting bij bestemmingsplannen dient verantwoord te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Dit bestemmingsplan omvat een nieuwe ontwikkeling van een politiegebouw op een locatie die nu nog niet bebouwd is waardoor verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor deze vestiging op deze locatie. Het politiegebouw beoogd de vestiging van een speciale eenheid van de Nationale polituie en kan aangemerkt worden als een specifieke functie.
Belangrijke voorwaarde is dat het centraal in het verzorgingsgebied (de veiligheidsregio Den Haag) ligt, en dat de aanrijtijden klein zijn. Op deze manier kan de inzet van de politie in de regio goed worden gefaciliteerd en kan een bijdrage worden geleverd aan de veiligheid. Een ligging dichtbij de afslag van de snelweg A13 is daarom van belang voor het goed functioneren van de vestiging. Ook is een goede beveiliging van belang. Doordat de beoogde locatie deel uit maakt van een bestaand
21
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
defensieterrein is al voor een belangrijk deel voorzien in de voorwaarden voor een adequate beveiliging van het terrein. Zo wordt de entree van het terrein gedeeld met de entree van het defensieterrein. Ook heeft de speciale eenheid, vanwege de aard van de werkzaamheden, een grote parkeerbehoefte. Alternatieve locaties die in deze mate voorzien in deze specifieke voorwaarden zijn niet beschikbaar in het verzorgingsgebied. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wro geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is daartoe het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.
Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zenden ontvangstinstallaties, het Kustfundament en het Natuurnetwerk Nederland (verder Netwerk) van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Wat betreft het Netwerk legt het Barro vast dat provincies deze verder vorm moeten geven via hun provinciale verordening. Onderdeel hiervan is dat de provincie voor elk Netwerk-gebied een natuurdoel moet vastleggen. Dit beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied of bij de totstandkoming van een gebied dat tot het natuurnetwerk behoort. Gemeenten moeten bij vaststelling van bestemmingsplannen de regels met betrekking tot het Netwerk, zoals deze voortvloeien uit de provinciale verordening, naleven.
3.2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland Met het oog op de invoering van de Omgevingswet heeft de provincie Zuid-Holland al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze zijn: Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level
22
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening is per 1 april 2019 in werking getreden en vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor stedelijke ontwikkelingen, de aanwijzing van kantorenlocaties, het opnemen van bedrijfsbestemmingen en de bescherming van natuurgebieden. Nadien plaatsgevonde aanpassingen van de provincuiale Omgevingsverordening hebben geen betrekking op het voor dit bestemmingsplan relevante provinciale kantorenbeleid. Op grond van artikel 6.9 (Ruimtelijke kwaliteit) van de provinciale verordening kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: - De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen).
- Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. Zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente en de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, waarbij voldaan wordt aan de daarbij gestelde voorwaarden. 6.34 Omgevingsverordening Bij het eerder voor het plangebied vastgestelde bestemmingsplan Brasserskade is door de Raad van State geconcludeerd in zijn uitspraak 202105899/1/R3 dat vanwege het daarin mogelijk gemaakte kantoorgebouw een strijdigheid ontstaat ten opzichte van hetgeen artikel 6.11 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland inzake de vestigingsmogelijkheden van kantoren bepaalt. In relatie tot deze uitspraak heeft uitvoerig overleg plaatsgevonden met provincie, als ook met de Nationale politie. Daarbij is ook uitvoerig stilgestaan bij de gebruiksmogelijkheden van het op te richten bedrijfspand.
Onderkend wordt hierbij dat in het vorige plan de bebouwing werd aangeduid als een kantoorpand zonder baliefunctie. Hierbij werd beoogd duidelijk te maken, dat er geen sprake zou zijn van een publieksaantrekkende werking. De aard van de werkzaamheden van de te vestigen eenheid van de Nationale Politie ligt echter met name op operationele inzetbaarheid. De hiervoor benodigde kantoorfunctie is zowel qua aard als qua omvang ondergeschikt aan en ten dienste van de operationele taken, die niet van administratieve aard zijn. De bebouwing voorziet dan ook met name in trainingsruimten, overdekte stalling van het materieel, alsmede slaapgelegenheid en in ondergeschikte mate in vergader- en ingeval van calamiteiten coördinatieruimtes, alsmede administratieve werkplekken ten behoeve van de medewerkers van de eenheid. De omvang van de ruimtes voor administratieve werkplekken bedragen ten hoogste 40% van de bruto vloeroppervlakte van de te realiseren bebouwing. Naar de letter van artikel 6.11 van de Omgevingsverordening valt het bedrijfspand, gelet op de administratieve werkplekken die ook binnen de bestemming mogelijk worden gemaakt, onder het toepassingsbereik van artikel 6.11, eerste lid, van de Omgevingsverordening. Eveneens naar de letter van artikel 6.11, tweede lid van de Omgevingsverordening, zijn de daar genoemde uitzonderingen niet
23
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
van toepassing. Tegelijkertijd staat vast dat de betreffende bebouwing niet strekt tot het realiseren van een 'regulier kantoor'. Door de aard en inrichting van de bebouwing en ook als gevolg van de maatschappelijke bestemming zal deze ontwikkeling als zodanig niet concurreren met dan wel afbreuk aan doen aan de vestigingsmogelijkheden voor kantoren in de regio. De bestemming Maatschappelijk maakt immers al duidelijk dat hier, nog afgezien van de specifieke kenmerken van de bebouwing zoals hiervoor geschetst, niet zondermeer reguliere kantoren mogelijk zijn wanneer de politie-eenheid bijvoorbeeld zou verhuizen Daarenboven geldt dat het essentieel is dat deze speciale dienst van de Nationale Politie gevestigd moet zijn in de directe nabijheid van goede uitvalswegen zowel naar Den Haag, de vliegvelden Rotterdam-The Hague Airport en Schiphol en naar het Rotterdams Havengebied. Vanwege de hierbovenstaande omschreven omstandigheden wordt geenszins afbreuk gedaan aan de doelstelling, die de regels van artikel 6.11 beogen te behartigen en is het gerechtvaardigd om met toepassing vanartikel 6.34 hiervan af te wijken. Zulks is door de provincie bevestigd in haar reactie op het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Bro. Deze reactie is als Bijlage 18 bij de toelichting opgenomen.
3.2.3
Regionaal beleid
De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft de taken overgenomen van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's:de Strategische Agenda MRDH 2022- Samen aan het werk (verder Agenda) en de Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit. Voorts is het Investeringsprogramma voor een Economisch sterke regio richtinggevend. MRDH heeft het Investeringsprogramma samen met de Provincie Zuid-Holland, de Economische Programmaraad Zuidvleugel en de regio's Holland-Rijnland en Drechtsteden opgesteld. Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van haar inwoners. In 2016 is de Roadmap next economy samengesteld. Dit is een langetermijnvisie op een duurzame en concurrerende economie in de metropoolregio. Hierin zijn ambities geformuleerd, zoals het stoppen van CO2-uitstoot, hergebruiken van afval, permanent leren en een maatschappij waar iedereen aan deel kan nemen. Deze ambities zijn inmiddels in de Agenda verwerkt. Volgens de Agenda zet de metropoolregio zich in voor: 1.
verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; 2. economische vernieuwing; 3. transitie naar toonaangevende duurzaamheid; 4. attractiviteit van de regio. Binnen de pijler economie zijn diverse doelen bepaald die het vestigingsklimaat verbeteren voor high tech bedrijvigheid en innovatie (campussen netwerk), maar ook voldoende ruimte biedt voor maakindustrie (terugdringen van werkloosheid). Door investeren in recreatie en groen wordt de regio niet alleen gezonder, maar ook aantrekkelijker voor talent. Het mobiliteitsbeleid richt zich niet alleen op het hoge schaalniveau, zoals het versterken en verduurzamen van (macro)regionale en intraregionale verbindingen. Er wordt geïnvesteerd in veiligheid, in een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties en in snel, efficiënt en flexibele deur tot deur oplossingen. Het bestemmingsplan Brasserskade 2023 is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in de Agenda.
24
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
3.2.4
Gemeentelijk beleid
3.2.4.1 Wereldstad aan Zee, Structuurvisie 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020 (Rv 197 - 2005; RIS 129201). De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 500.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vorm gegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). 3.2.4.2 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is.
Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet.
Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden. 3.2.4.3 Masterplan Ypenburg In het masterplan Ypenburg is een groen raamwerk aangewezen dat opgebouwd is uit lanen en linten die de woonwijk verbinden met de omgeving. De Brasserskade maakt onderdeel uit van dit groene raamwerk en verbindt Delft met het centrum van Nootdorp. De Brasserskade ligt ingeklemd tussen de woonvelden de Bras in het zuiden en Waterveld in het noorden, en vormt daarmee in ruimtelijk opzicht een onderscheidende zone.
25
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
3.2.4.4 Stedenbouwkundig plan Het initiatief betreft de vestiging van een speciale eenheid van de Nationale politie. De daarbij benodigde parkeergelegenheid zal geheel op eigen terrein worden aangelegd. Daarnaast beschikt het hoofdgebouw over een stallingsvoorziening welke is bedoeld voor dienstmaterieel Daarnaast zijn er functies zoals een fietsenstalling, overnachtingsmogelijkheden, vergader- en werkruimtes en een inpandige schietbaan opgenomen.
3.3
Cultureel erfgoed
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft: bescherming van stads- en dorpsgezichten vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie 3.3.1
Cultuurhistorische waarde
3.3.1.1 Rijksbeschermd stadsgezicht Een beschermd stadsgezicht is omschreven als 'groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke en structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke waarde of cultuurhistorische waarde (..)' en dat vanwege dit algemene belang en als zodanig is aangewezen. Het plangebied Brasserskade maakt geen deel uit van het rijksbeschermd stadsgezicht. 3.3.1.2 Provinciaal beleid Cultuurhistorie is van groot belang voor de leefomgeving in Zuid-Holland. Tientallen eeuwen ontginnen en bouwen, wonen en werken hebben deze provincie gemaakt tot een cultuurlandschap bij uitstek. Niet alleen oude molens, boerderijlinten of stadsgezichten maar ook dijken, verkavelingspatronen en archeologische vindplaatsen getuigen daarvan. Deze cultuurhistorische waarden bepalen in sterke mate de identiteit en kwaliteit van een gebied of plek, en op die manier dus ook de leefbaarheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers. Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en uitgewerkt in de provinciale Omgevingsverordening. Daarnaast is het cultureel erfgoed ook opgenomen in de provinciale kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie. Het cultureel erfgoed van Zuid-Holland is een belangrijke drager van ruimtelijke kwaliteit.
Zeker in combinatie met groen en water verhoogt het erfgoed de variëteit en daarmee de aantrekkelijkheid van stad en landschap. Deze toegevoegde waarde van erfgoed bevordert de provincie op diverse manieren: behoud en versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles die van bijzonder provinciaal belang zijn, via bescherming én passende ruimtelijke ontwikkeling, cultureel erfgoed vormt een integraal onderdeel van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid via de kwaliteitskaart en de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. De cultuurhistorische,aardkundige en archeologische waarden zijn gebundeld in de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS), die de basis vormt voor het provinciaal erfgoedbeleid. Het beschermende
26
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
ruimtelijk beleid richt zich met name op een selectie van de CHS: cultuurhistorische kroonjuwelen, molen- en landgoedbiotopen, werelderfgoed (bestaand en potentieel); archeologie (zie paragraaf 4.3.5). 3.3.1.3 Gemeentelijk beleid De Structuurvisie Den Haag 2020 benoemt vier grote troeven van Den Haag, een daarvan is de monumentale residentie. Den Haag is een stad met een belangrijk cultuurhistorisch erfgoed. Er zijn talrijke monumenten en 30% van de stad is beschermd stadsgezicht. De structuurvisie beschrijft de beschermde stadsgezichten als zéér waardevol en geeft aan dat deze door goed beheer hun kwaliteit zullen moeten behouden. Dat wil zeggen dat in ruimtelijke veranderingsprocessen in de stad bestaande cultuurhistorische waarden een volwaardige rol spelen. Het wil ook zeggen, dat de betreffende gebieden blijvend een betekenis hebben voor de identiteit en het karakter van de stad. Het plangebied van het bestemmingsplan Brasserskade is geen rijk- of gemeentelijk beschermd stadsgezicht. 3.3.1.4 Monumentale gebouwen Het plangebied kent geen monumentale gebouwen. 3.3.2
Archeologie
Gemeenten hebben de taak om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden (Erfgoedwet 2016). Voor het gehele grondgebied van Den Haag heeft de gemeente een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) opgesteld. In de Beleidsnota Archeologie geeft de gemeente aan hoe de gemeente zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Haagse ondergrond. 3.3.2.1 De archeologie van het plangebied Het plangebied is volgens de Nieuwe Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk gelegen in een gebied met een opeenvolging van lagen die onder natte omstandigheden zijn gevormd: klei en veen. De klei werd enige duizenden jaren voor onze jaartelling afgezet door de zee en tijdens overstromingen van getijdegeulen en kreken in de directe omgeving. Het veen kon ontstaan en groeien omdat het gebied, ook als er geen sprake van overstromingen was, vele eeuwen moerassig bleef. Het plangebied is daardoor lange tijd te drassig geweest voor intensieve bewoning. Pas in de 19de eeuw werden de veengebieden drooggelegd en in gebruik genomen als weidegrond of voor tuinderijen. Ten noorden en evenwijdig aan de Brasserskade liep in die tijd een afvoerkanaal (nu een sloot) met een aansluiting op de Vliet. Bovenstaande maakt duidelijk dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft.
Er is daarom op de plankaart geen sprake van een dubbelbestemming archeologie. Dat betekent dat er vanuit de archeologische monumentenzorg geen voorwaarden worden verbonden aan vergunningaanvragen voor activiteiten waarbij bodemverstoringen optreden. Wel blijft de wettelijke meldingsplicht voor bodemvondsten van kracht.
27
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
3.4
Groen
3.4.1
Agenda Groen voor de Stad
In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.
Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. We streven er naar dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Stedelijk e Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones.
28
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Kaart Stedelijke Groene Hoof dstructuur (RIS300506)
Het plangebied maakt geen deel uit de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Wel moet beplanting deels worden verwijderd waardoor bestaande groene waarden aangetast worden. Om het groene karakter van het gebied te behouden en het verlies aan groene waarden te compenseren is het bouwvlak zo gepositioneerd dat de randen van het terrein groen blijven en worden maatregelen getroffen om het groen op en rondom het gebouw terug te brengen ondermeer door de aanplant van bomen. Ook zal een viertal bomen moeten worden verplaatst. 3.4.2
Nota Stadsnatuur
In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden.
In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen
29
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlastgevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze stadsnatuur. Het plangebied maakt geen deel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszones. 3.4.3
Nota Stadsbomen
In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk, wat parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar verbindt. Dit netwerk is uiteraard voor planten en dieren belangrijk. Maar het Haagse stadsbomennetwerk vervult in totaliteit verschillende functies en ecosysteemdiensten, en draagt bij aan de gezondheid en leefkwaliteit van een ieder in Den Haag, mens en dier. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Als je aan toekomstbestendigheid denkt dan is het allereerst van belang om de basis goed te behouden en deze basis daarnaast te versterken. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Stadsbomen zorgen met hun ecosysteemdiensten voor leefkwaliteit in de stad. Stadsbomen spelen ook een belangrijke rol bij en zijn een oplossing voor grootstedelijke uitdagingen zoals klimaatadaptatie en verdichting. Het verhogen van de ecosysteemdiensten van bomen door in te zetten op meer kroonoppervlak en het werken aan een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk zijn dan ook twee hoofddoelen.
Dit is opgenomen in de Nota Stadsbomen (15 april 2021 RIS 307827). Voor het verbeteren van ecologische verbinding, het activeren van recreatie en de verbetering van gezondheid in de stad is het oplossen van onderbrekingen in het netwerk gewenst. De eerste focus ligt hierbij op de Hoofdboomstructuur, het verbeteren en uitbreiden van de Haagse groene middenbermen en het planten van bomen op boomloze plekken in de stad. Wanneer we ontwerpen met bomen, dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Voor de Hoofdboomstructuur zijn ambities verwoord voor toekomstige projecten en gebieden. De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon. Dit is te meten met het kroonoppervlak. In 2030 willen we 5% meer kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. De boom groeit anders niet goed, kan niet goed presteren en kan overlast veroorzaken. Investeren in goede bestaande en nieuwe groeiplaatsen is een methode om meer kroonoppervlak te krijgen. Specifiek geldt extra aandacht voor het realiseren van goede groeiplaatsen bij daktuinen op straat- en gebouwniveau. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te planten en bestaande bomen goed te beheren. Ook op particulier terrein liggen hiervoor kansen.
In alle (herinrichting)projecten wordt gewerkt aan het behalen van de doelen. Het gaat dan om projecten van ontwikkeling, herinrichting en groot onderhoud in de stad. Hoe omgaan met bestaande en nieuwe stadsbomen is een vast onderwerp van gesprek in deze projecten. Extra aandacht gaat uit naar het realiseren van goede groeiplaats voor bomen voor daktuinen op straatniveau. Hiervoor moet een zo natuurlijk mogelijke situatie kunstmatig worden gesimuleerd. Tijdens
30
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
de initiatieffase zal hierover al goed moeten worden nagedacht. Nieuwe daktuinen op straatniveau moeten standaard voldoen aan de eisen voor een goede doorwortelbare ruimte (zie figuur). Afhankelijk van de gewenste inrichting en de gewenste grootte van een boom is maatwerk nodig en bestaan hiervoor minimale maten. Het is daarbij belangrijk vooraf rekening te houden met de benodigde draagkracht.
De inzet van groen vraagt om maatwerk en het bepalen van de gewenste functies. Het vooraf bepalen van de ambitie voor de ecosysteemdiensten is een basisopgave voor elke herinrichting in het gebied. Stadsbomen zien we als dragers van het groen. Voor het realiseren van de twee hoofddoelen, een toekomstbestendig Haags bomennetwerk en 5% meer kroonoppervlak in 2030, hebben we concrete maatregelen benoemd. Voor het realiseren van een toekomstbestendig Haags Stadsbomennetwerk bestaan verschillende opgaven: Uitbreiden en versterken van de Hoofdboomstructuur. Een Hoofdboomstructuur verbindt direct of indirect belangrijke groengebieden met elkaar, begeleidt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen en bestaat vooral uit lanen (met of zonder middenberm) en voldoet aan gestelde voorwaarden Versterken en uitbreiden van Haagse groene middenbermen Grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivar i.p.v. monoculturen Kiezen voor biodiversiteit en te ontwerpen met het ecologisch passend principe. Het stedelijke doel is dat in 2030 75% van de bomen ecologisch passend is. Werken aan goede microklimaten in de stad met behulp van bomen. Houdt hierbij wel rekening dat bomen een slecht windklimaat niet kunnen oplossen.