CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316329 Bijlage

Commissie Leefomgeving 14 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken6.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Kadernota openbare ruimte

Op de agenda van de commissie Leefomgeving van 31 augustus as staat (nu nog) de kadernota Openbare Ruimte geagendeerd. Voor de behandeling zijn technische vragen ontvangen van drie partijen. Onderstaand staan in een tabel de vragen en de antwoorden.

Planning In de commissie Leefomgeving van 11 mei jl. is ingestemd met een technische vragenronde na ontvangst van het Gewijzigde Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte. Het gewijzigde raadsvoorstel heeft u ontvangen via de attenderingen op vrijdag 19 mei jl. met RIS310884. Het voorstel van het secretariaat is om voor de technische vragenronde de onderstaande deadlines te hanteren: •

Vrijdag 16 juni 2023 om 14.00 uur: deadline indienen fracties technische vragen;

•

Uiterlijk vrijdag 25 augustus 2023: deadline beantwoording technische vragen door het college;

•

Donderdag 31 augustus 2023: bespreking Gewijzigd Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte - Kwaliteit door samenhang - Openbareruimtebeleid tot 2030 (RIS310884) in de commissie Leefomgeving.

Bijlage Als bijlage is een tabel opgenomen met onderdelen uit het BGT die zijn gebruikt om de verdeling van de openbare ruimte weer te geven in de kadernota openbare ruimte.

Input partijen Technische vragenronde inzake Gewijzigd Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte - Kwaliteit door samenhang - Openbareruimtebeleid tot 2030, RIS310884 Technische vragen van Partij voor de Dieren: 1.

2.

3.

4.

5.

6.

1

Wordt bij de beoordeling of materialen duurzaam zijn ook gekeken naar de productieketen van betreffende materialen? Bijvoorbeeld: worden betontegels beoordeeld op of ze lang meegaan, of ook gekeken naar duurzaamheid van productieketen? “Groen, tenzij” staat in het voorwoord en op pagina 69 wordt het weer kort genoemd. Wordt ergens dit principe nader toegelicht? We willen graag goed begrijpen wat dit precies betekent. Wanneer weegt iets zwaar genoeg om ‘tenzij’ te zijn? Klopt het dat “Groen, tenzij” in principe ruimte biedt om een niet-groene openbare ruimte te ontwerpen omdat bijvoorbeeld gekozen wordt om bij een plein veel ruimte te bieden voor terrassen en routes voor laden- en lossen? Dan is de ruimte toch groen, tenzij deze nodig is andere functies (mobiliteit, commercie)? (P. 5) Over de kwaliteitsniveaus ‘residentiekwaliteit en hofstadkwaliteit’: zijn deze kwaliteiten aangepast om meer klimaatadaptieve inrichting mogelijk te maken? Zo ja, wat is bijvoorbeeld aangepast? (P.5): “gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier”: kan worden toegelicht hoe gezonde leefomgeving voor dier gezien wordt? Wordt bijvoorbeeld ook bij verkeersveiligheid op dieren gelet? (denk aan oversteekplaatsen, trappetjes bij kademuren, kikkertrappen, veilige losloopgebieden voor honden)

Bij de beoordeling van duurzaamheid wordt zowel naar de productie als de levensduur gekeken.

‘Groen , tenzij …’ gaat er vanuit dat de ‘standaardinrichting’ van het maaiveld groen is. , verharding wordt toegepast met een goede reden. Het is niet mogelijk om in het algemeen aan te geven welke ‘tenzij’ zwaar genoeg is. Dat klopt.. Als de bereikbaarheid of economische activiteiten aantoonbaar (half-)verharding nodig hebben is het nog steeds mogelijk dat aan te leggen.

De kwaliteitsniveaus hoeven hier niet op aangepast te worden. Klimaatadaptatie wordt toegevoegd aan het Handboek Openbare Ruimte. Hiervoor wordt de wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS 308744) nader uitgewerkt. Met een gezonde leefomgeving voor wilde dieren wordt bedoeld dat de omstandigheden op stadsniveau zo zijn dat populaties van in de stad levende dieren ook op de lange termijn levensvatbaar zijn. Zie ook Nota Stadsnatuur (RIS 305824) In de Kadernota Openbare Ruimte wordt verkeersveiligheid in de zin van veilig voor de mens gezien.

7.

8. 9.

(P.5): “Combineren van functies boven enkelvoudige toepassingen”, waar is een uitgebreide toelichting op dit principe te vinden? Is dit in de omgevingsvisie, de checklist ruimtevragers, of elders? Is het zo dat een enkelvoudige toepassing per definitie onwenselijk is? Hoe wordt voorkomen dat dit principe opportunistisch wordt toegepast?

10.

Waar wordt bepaald wat de mogelijke functies van een stuk openbare ruimte zijn?

11.

Hoe wordt bepaald of een functie kan worden toegeschreven aan een inrichting van een openbare ruimte? (Bijvoorbeeld, wanneer heeft een wadi die naast een speelplaats ligt ook de functie spelen? Heeft een wadi de functie natuur als er alleen maar gras instaat) (P.5): “Afwentelen voorkomen (in tijd of gebied)”. Waar is een uitgebreide toelichting op dit principe te vinden?

12.

13.

(P.8): De eerdere kadernota’s worden geschetst. Is deze nieuwe nota ter aanvulling op of ter vervanging van eerdere kadernota’s?

14.

(P.9): “Het inpassen van kabels, leidingen, afvalcontainers of parkeerplaatsen mag geen negatieve effecten hebben op inrichting en gebruik.” Hoe moet deze zin begrepen worden? Nieuwe kabels, afvalcontainers, etc. beperken toch bijna per definitie de mogelijkheid voor bijvoorbeeld vergroening? Of moet bij inpassen van nieuwe kabels dit altijd compacter worden dan wat er eerst lag?

Dat is terug te lezen in de Nationale Omgevingsvisie (https://denationaleomgevingsvisie.nl/publicaties/novistukken+publicaties/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1760380), pagina 73 en verder. Neen. Soms is een functie nodig en kan dit niet worden gecombineerd; dan is het wenselijk voor de functie de inrichting aan te passen. Door van het principe ‘ combineren gaat boven enkelvoudige functies’ worden ontwerpers uitgedaagd om te zoeken naar mogelijke combinaties. In de kadernota staan in hoofdstuk 3 de beleidsdoelen. De functies die bijdragen aan deze beleidsdoelen zijn de mogelijke functies in de openbare ruimte. De wadi in dit voorbeeld heeft de functie spelen als er kan worden gespeeld wat betreft toegankelijkheid en gebruikte materialen en dit niet door borden, hekjes etc wordt ontmoedigd. Voor de definitie van natuur zie Nota Stadsnatuur (RIS 305824). Dat is terug te lezen in de Nationale Omgevingsvisie (https://denationaleomgevingsvisie.nl/publicaties/novistukken+publicaties/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1760380), pagina 73 en verder. Deze kadernota openbare ruimte is als aanvulling op de eerdere nota’s geschreven. Het beleid uit de eerdere kadernota’s blijft van kracht. Door in het kort de belangrijkste uitgagspunten uit de eerdere nota’s in de voorliggende nota op te nemen is de laatste kadernota openbare ruimte als zelfstandig beleidsdocument te gebruiken.

Bij het inpassen van kabels, leidingen, afvalcontainers en parkeerplaatsen vragen we dit zo te doen dat er geen negatieve effecten zijn op inrichting en gebruik. Soms is het mogelijk de kabels onder een parkeerstrook te leggen. Als de parkeerstrook echter wordt gecombineerd met ORACs of met bomen, kan dat niet. Dan kunnen de kabels bijvoorbeeld wel onder voet- of fietspaden worden geplaatst.

15.

16.

17.

18.

19.

20.

21.

(P.10 en P.42): Klopt het dat op deze kaart de Loosduinse Zone mist, de Haagse Beekzone deels mist (rondom Ranonkelstraat en Stokroosstraat)? Zo ja, kan het kaartje kloppend gemaakt worden? (P. 10 en P.42): Klopt het dat de groengebieden te midden van de Groene Assen Zuidwestzone missen, en SGH Groengebied Rosenburg en “Groen aseen” (ter hoogte van Rosa parkspad)? Zo niet, waarom niet? Zo ja, kan het kaartje kloppend gemaakt worden? (P. 10 en P.42): Wat is de reden dat een ruim deel van het terrein rondom bedrijventerrein Westvlietweg als groenzone is aangemerkt? (P. 10 en P. 42): Is het voor de overzichtelijkheid en gegeven dat dit een blik geeft op de toekomst van de openbare ruimte, een idee de toekomstige ecologische verbindingszones (zoals eco-lint en de uitbreiding van de Haagse Beekzone) op de kaartjes op te nemen? (P. 10 en P. 42): Waarom wordt het merendeel van het strand (niet zijnde de boulevards) gezoneerd als residentiekwaliteit? De inrichting van de openbare ruimte is hier toch heel anders dan bijv.

in woongebieden? (P.12): “Per object wordt een verantwoordelijke aangewezen, zodat reparatie, aanpassing of verwijdering makkelijk kan worden uitgevoerd.” Wie zijn mogelijke verantwoordelijken en hoe kan diegene verantwoordelijk gehouden worden? Of wordt bedoeld dat een gemeentelijke dienst verantwoordelijk wordt? Is dit ook van toepassing op ondergrondse objecten (leidingen, kabels, etc.)? Wat zijn reëel de mogelijkheden om verantwoordelijken aan te wijzen en dit op te ruimen?

De aanpassing naar aanleiding van het vaststellen van de Nota Stadsnatuur blijken inderdaad niet overgenomen te zijn. Die zullen worden toegevoegd. Op de kaart is de Stedelijke Groene Hoofdstructuur opgenomen en daar horen niet alle kleine parken en grotere stukken wijk- en buurtgroen bij. De groengebieden in het groene assenkruis zijn sportvelden en daarmee geen onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofstructuur (SGH). Dit groen behoort tot de Stedelijke Groene Hoofdstructuur.

De kaartjes geven de situatie aan zoals deze bij het verschijnen van de nota is .

Dat klopt; het strand is geen woonwijk. Voor het strand geldt eigen beleid (zie strandnota RIS 294701) met eigen eisen voor inrichting gebruik en beheer. De kadernota is er niet van toepassing.

De verantwoordelijke kan zowel een gemeentelijke dienst / afdeling of een private partij zijn. .

Dit is ook van toepassing op ondergrondse infrastructuur. Voor de meeste ondergrondse objecten (gasleiding, waterleiding, riolering, telecomkabels) is duidelijk wie de verantwoordelijke is.

22.

23.

24.

25.

26.

27. 28. 29.

(P.12): “Hergebruik van materialen en materialen die lang meegaan dragen daar aan bij”, hoe wordt hergebruik van materialen gestimuleerd? Komt dit terug in HOR of elders? (P.12): “Klimaatadaptatie: We richten de openbare ruimte klimaatadaptief in om de risico’s van droogte, hitte en extreme neerslag te beperken.” Betekent dat bij elke herinrichting per definitie klimaatadaptief is? Hoe wordt dit toegepast? Is de wegwijzer klimaatadaptief van toepassing? (P.13): “safety end security” Moet de ‘e’ van ‘end’ een ‘a’ zijn? Kan geschetst worden hoe precies het onderscheid tussen safety & security opgevat moet worden? Wat valt onder safety en wat valt onder security?

(P.14): “komende jaren een maatschappelijk debat over de wenselijkheid van verdergaande ontwikkeling worden gevoerd.” Hoe wordt deze zin bedoeld? Is dit in algemene zin, of wordt er gedoeld op een project dat de gemeente actief faciliteert of gaat faciliteren? (P. 16): “Dat past bij een maatschappelijk veld waar private partijen meer zeggenschap over de openbare ruimte claimen”. Waaruit blijkt dat private partijen meer zeggenschap over de openbare ruimte claimen? Gesteld dat dit het geval is, betekent deze passage dat het college dit in algemene zin wenselijk vindt Wordt bedoeld de vormgeving en/of onderhoud/beheer van de openbare ruimte? (P.16): “In deze nota gaan we ook in op hoe we in de toekomst maximaal ruimte vinden voor de participatie van bewoners in de openbare ruimte van de stad.” Waar

Dit komt terug in het handboek openbare ruimte. Ook moet dit onderdeel zijn van de aanbestedingsprocedures.

We moeten rekening houden met extreme neerslag en meer drogere periodes. Helaas kunnen we met de herinrichting van de openbare ruimte alleen niet alle verwachte effecten van droogte en extreme neerslag opvangen. Door het gebruik van de klimaatatlas wordt per project bezien of en welke maatregelen zinvol zijn. Het is inderdaad ‘safety and security’ . Safety betreft de veiligheidsmaatregelen tegen ongevallen: verkeersongevallen, externe veiligheid en extreme weerssituaties bijvoorbeeld. Security betreft de veiligheidsmaatregelen tegen bewust menselijk handelen: sabotage van of aanslagen op mensen, gebouwen en installaties en computerhacks. Dat wordt in algemene zin bedoeld.

Dat is op verschillende manieren te merken. Bijvoorbeeld bedrijven, instellingen en inwoners die de gemeente actief benaderen met plannen voor de openbare ruimte. Ondernemers organiseren zich in Bedrijfs InvesteringsZones (BIZ-en) met een gezamenlijke braderie, kerstverlichting en terrasmeubilair. Het college vindt de betrokkenheid die hieruit spreekt wenselijk. Het gaat met name over het gebruik van de openbare ruimte. Zie 5.3 pagina 70.

30.

31.

32.

33.

34.

35.

wordt verder in de nota ingegaan op het maximaal ruimte vinden van bewoners? Dieren bewonen vaak ook de openbare ruimte. Worden hun belangen bij participatie (waar toepasselijk) ook vertegenwoordigd, bijvoorbeeld door belangenorganisaties voor dieren- en dierenwelzijnsorganisaties te betrekken? Zo ja, waar staat dit in het beleidskader benoemd? (P.19): “De natuur krijgt zoveel mogelijk de ruimte door te kiezen voor een ecologische inrichting en een ecologisch beheer van parken, plantsoenen en groenstroken.” Hoe moeten we deze zin lezen? Betekent dit dat voor alle parken, plantsoenen en groenstroken ecologisch beheer de norm wordt? Zo niet, in welke gevallen dan wel? (P.19): “Wij houden vast aan de Stedelijke Groene Hoofdstructuur”. Wat betekent dit concreet? Betekent dit dat er niet in wordt gebouwd? Betekent dit dat de Hoofdstructuur niet wordt uitgebreid

(P. 20): “In het Handboek Openbare Ruimte is klimaatadaptatie opgenomen om de juiste probleemmaatregel combinatie te vinden.” Wat betekent deze zin? Kan worden uitgelegd wat de juiste probleemmaatregel combinatie vinden inhoudt, en op welke manier klimaatadaptatie in het HOR is opgenomen? (P.20): “waterrobuust ontwerpen”, er zijn twee voorbeelden genoemd. Wat zijn nog meer voorbeelden van waterrobuust ontwerpen? (P.20): “Boven de leidingen kunnen niet zonder meer bomen worden geplant”. Hoe wordt hiermee omgegaan?

De kadernota openbare ruimte gaat niet in op wie betrokken moet worden en hoe dit moet gebeuren, alleen dat belanghebbenden betrokken moeten worden. Voor (spel-)regels omtrent participatie verwijzen we naar het Haags Samenspel en het Haags Kompas. Dit betekent dat natuur bij de inrichting en het beheer van parken een volwaardige positie inneemt wanneer het gaat over met natuur conflicterende belangen zoals bijvoorbeeld het geven van ruimte aan recreatie, sport of het los laten lopen van honden

Dit betekent dat het college het belang van een robuuste groenstructuur erkent en dat het uitgangspunt is dat wat binnen de Stedelijke Groene Hoofdstructuur de bestemming groen heeft, deze bestemming houdt. De mogelijkheid tot herbezinning van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur is aanwezig, juist om de robuustheid hiervan op de lange termijn te garanderen. In het Handboek openbare ruimte is het stappenplan uit de wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS 308744) opgenomen. Hierin wordt het proces uitgelegd hoe te komen tot de juiste maatregel bij het specifieke probleem (droogte, wateroverlast, hitte) op de specifieke plek te komen.

In de wegwijzer Klimaatbestendig (RIS 308744) zijn meer voorbeelden te vinden. Het is de ambitie van de gemeente Den Haag om te werken aan een robuust bomenbestand waarbij bomen meerdere decennia op een

Wordt bijvoorbeeld gekeken naar welke bomen of struiken (denk aan meidoorn, hazelaar, gelderse roos, amelanchier) er mogelijk wel kunnen groeien?

36.

37.

38.

39.

40.

Betekent het “groen, tenzij” principe dat gekeken wordt naar het verleggen en/of compacter maken van leidingen om toch bomen te kunnen behouden of aanplanten? (P.22): ““De ervaring leert dat één deelauto minstens vijf auto’s kan vervangen.” Welke ervaring wordt op gedoeld?

(P. 35): “Bij groot onderhoud wordt er naar gestreefd groenvoorzieningen toe te voegen.” Wat wordt hier bedoeld? Groot onderhoud van wat bijvoorbeeld? (P. 37): “Omdat niet overal in de openbare ruimte grootschalige evenementen kunnen worden gefaciliteerd wordt gewerkt aan een locatiebeleid.” Wat wordt hier bedoeld? Is dit aanvullend op bestaande locatiebeleid (RIS311559)? (P. 41): “Ook de negatieve aspecten van een gebied of een ontwikkeling moeten worden benoemd. Dus bij nieuwbouw mag geen extra belasting van de openbare ruimte worden veroorzaakt”. Hoe volgt de ene zin uit de andere? Het benoemen van negatieve aspecten is toch

groeiplaats aanwezig zijn. De ervaring leert dat de gewenste levensduur van bomen een andere is dan de onderhouds- of vervangingsfrequente van kabels en leidingen. Wenselijker is het om boven kabels en leidingen struiken en/of bosplantsoen aan te planten. De door de vragensteller aangedragen soorten lijken hier geschikt voor. Zie vraag 2

Het gaat om brede europese ervaring. (Shaheen et al. (2019) zien in Europese studies van round-trip autodelen dat tussen de 15% en 67% van de autodelers een auto wegdoet, en dat tussen de 14% en 34% de aankoop van een auto voorkomt. Samen leidt dit tot een reductie van het autobezit van 4 à 11 auto’s per deelauto. In het geval van freefoating autodelen zijn deze effecten respectievelijk 4-23% (auto weg doen) en 14-30% (aankoop voorkomen), met een totale impact op autobezit van 3 à 11 auto’s per deelauto; Bron: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid | Deelauto- en deelfetsmobiliteit in Nederland, pag 45. Groot onderhoud van onze straten en wegen.

Dat gaat over het bestaande locatiebeleid (RIS 311559), dat inmiddels is vastgesteld.

Deze paragraaf vertelt wat in de openbare ruimte wordt bedoeld met ‘ afwentelen voorkomen’.‘Dus’ slaat ook op de eerste zin van de paragraaf. Bij de afweging van welke functies waar een plek krijgen moet eerst worden benoemd wat de mogelijke negatieve effecten zijn, om afwenteling hiervan te voorkomen.

41.

42.

43.

44.

45.

iets anders dan het niet extra belasten van openbare ruimte? (P. 41): “En in elke wijk moet voldoende waterberging en groenvoorzieningen beschikbaar zijn en blijven.” Wat is de definitie van voldoende waterberging en wat is de gehanteerde definitie van voldoende groenvoorzieningen? (P.43): “In een cirkel is de verdeling van het grondgebruik over bebouwd, verhard, groen en water weergegeven”. De percentages zitten opgeteld vaak rond de 100% maar niet helemaal. Kan worden toegelicht welke categorieën soms overlappen en welke nooit overlappen? (bijvoorbeeld, klopt het dat iets niet zowel verhard als groen kan zijn, of groen en water, maar wel bebouwd en verhard?) (P.43): Kan een definitie gegeven worden van elk van de categorieën: bebouwd, verhard, groen, water?

(P.43): “Ook is per gebied een inschatting gegeven in hoeverre de huidige openbare ruimte in het gebied voldoet aan de in het vorige hoofdstuk beschreven beleidsdoelen. Hoe langer de staaf; hoe meer aan dit doel is voldaan.” Kan iets meer verteld worden over deze inschatting? Op welke manier is deze bijvoorbeeld cijfermatig onderbouwd (P. 46): In de ontwikkelkaders voor dit leefmilieu komt vergroening en klimaat adaptiviteit niet direct terug (wel

Dit is niet in zijn algemeenheid te kwantificeren. Het hangt af van bodemtype, mate van verharding en dergelijke. Uitgangspunt is dat voorkomen wordt dat er wateroverlast omstaat en er een prettige leefomgeving wordt ervaren met voldoende ruimte voor biodiversiteit. Als de percentages niet optellen tot 100% is dat het gevolg van afrondingsverschillen, niet omdat categorieën kunnen overlappen.

Voor de verdeling van de openbare ruimte in de diverse categorien is op basis van de indeling in het BGT (de basisregistratie grootschalige topografie) van de gemeente per onderdeel bepaald onder welke categorie dit valt. Het gaat dan globaal om: Bebouwd: een gebouw/bouwwerk of een installatie Verhard: wegen, fietspaden, stoepen, verharde binnenterreinen (erven); Groen: o.a. boomvakken, plantsoenen, parken, groene bermen Water: oppervlaktewater (zie bijlage voor meer detail) Deze inschatting is gemaakt door per subdoel te bepalen in hoeverre hier aan is voldaan (niet ; deels, volledig) waarna deze subdoelen gezamenlijk het bereik per beleidsdoel vormen. Hier ligt geen cijfermatige onderbouwing onder; het is een inschatting.

In de kaders voor ontwikkeling staan per gebied de meest belangrijke opgaven specifiek voor dit gebied benoemd. In de binnenstad zijn dat

veraangenamen, herkenbaarheid, veilige en comfortabele ruimte). Hoe moeten we dit interpreteren, is bijvoorbeeld vergroening wel of geen ontwikkelkader? En valt klimaat adaptiviteit onder een veilige ruimte voor fietsen en voetganger?

‘Verblijf veraangenamen’, ‘ voldoende veilige en comfortabele ruimte voor voetganger en fietser’ en ‘ Herkenbare openbare ruimte voor de bezoeker’. Vergroening en klimaatadaptiviteit zijn dus geen aparte prioritaire opgaven. Tegelijkertijd kunnen vergroening en (sommige) klimaatadaptieve maatregelen bijdragen aan een aangenaam verblijf en een comfortabele ruimte voor voetganger en fietser.

46.

Wat is de reden om klimaat adaptiviteit onder de bredere categorie ‘veiligheid’ te scharen, en niet bijvoorbeeld bij gezondheid of als eigen categorie?

47.

(P.65): checklist ruimtevragers: wie beheert de checklist en wat zijn de kaders voor aanpassing? Hoewel het een dynamisch document is, kan de huidige versie (mogelijk als bijlage) gedeeld worden?

Er is de keuze gemaakt om alle mogelijke doelen in deze vijf categorien op te delen. Door klimaatadaptiviteit bij gezondheid of apart op te nemen ontstaat een onevenwichtigheid. Vijf doelen houdt het overzichtelijk. De checklist wordt opgenomen in het handboek openbare ruimte en zal daar worden beheerd. De checklist ruimtevragers zal na vaststelling van de kadernota openbare ruimte in het Handboek Openbare Ruimte worden opgenomen. Er is in het HOR ruimte voor de checklist gereserveerd. De checklist is onderdeel van het afwegingsinstrument. Initiatiefnemers kunnen voorstellen uitwerken, die worden getoetst door de Advies Commissie Openbare Ruimte (ACOR) en vastgesteld door college of raad. De checklist ruimtevragers zal worden opgenomen in het Handboek Openbare ruimte; een versie van de lijst ruimtevragers is in de bijlagen opgenomen. Hierin is te lezen hoe dit kan worden toegepast. https://hor.denhaag.nl/afwegingsinstrument/

48.

49. 50.

51.

52.

53.

Klopt het dat de checklist ruimtevragers in het HOR momenteel “Afwegingsinstrument Ruimtevragers” heet? Wie gaat over de beoordeling van functietoekenning? Is dit primair aan initiatiefnemers? Kan in algemene zin dit instrument (checklist ruimtevragers) toegelicht worden? Bijvoorbeeld: wie gebruikt het, hoe werkt het, hoe zet men het in voor participatie, wat zijn voorbeelden waar het bruikbaar is en minder bruikbaar is, wie beheert het, wie beoordeeld het, hoe wordt het afwentelen op andere ruimtes of in tijd beoordeeld, etc. Klopt het dat er mogelijk een prikkel is om functies toe te voegen, en wordt “meer functies” dan gelijkgesteld aan “een beter ontwerp”? Hoe wordt in de waarderingssystematiek voorkomen dat door het toevoegen van functies, de kwaliteit van één van de functies sterk afneemt? Bijvoorbeeld: is een

Zie vragen 7,8,9

Het instrument ruimtevragers wordt door verschillende gebruikers anders ingevuld. Hoe beleidsambtenaren of inwoners e.e.a waarderen kan uiteraard verschillen. Het gaat er om dat het instrument het

54.

55.

56.

intensief gebruikte speelplaats nog geschikt voor ‘ontspannen’ (waarbij spelen en ontspannen twee aparte functies zouden moeten zijn)? Of een boom die specifiek belicht wordt door kunstlicht verliest natuurwaarde als thuis voor dieren, hoe wordt de afname in natuurfunctie dan meegewogen? (P. 68): “Voor een juiste afweging zal in de komende periode een integrale visie voor het gebruik van de openbare ruimte worden opgesteld.” Wanneer wordt deze visie verwacht? (P. 72): Hier is een afbeelding te zien met openbare kunst. Waarom wordt openbare kunst niet expliciet genoemd in de kadernota openbare ruimte? Heeft het wel een plek binnen een van de beleidsdoelen uit de nota en zo ja welke? Klopt het dat het principe (door de rijksoverheid aangereikt) van water en bodem sturend bij ruimtelijke ordening mist? Zo niet, hoe past dat principe in de principes uit deze kadernota?

gesprek op gang brengt. Hoe waardevol is de speeltuin nog? Of hoe vind jij je ontspanning. Het resultaat van die gesprekken helpt het ontwerp te verbeteren. Het is geen harde wetenschap.

Deze visie wordt in 2024 verwacht.

Kunst hoort bij een aantrekkelijke openbare ruimte en is een van de ruimtevragers. De kadernota is niet uitputtend wat betreft alle mogelijke ruimtevragers. Kunst is niet als apart beleidsdoel opgenomen, maar past bij zowel ontmoeting en verblijf stimuleren als economische functie versterken. De genoemde Kamerbrief is op 5 november 2022 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte is op 31 januari 2022 naar de commissie leefomgeving gestuurd. Daarmee kan de kamerbrief geen onderdeel van de Nota zijn. Overigens schenkt de kadernota openbare ruimte op diverse vlakken aandacht aan water en bodem: vanuit de structurerende werking van de (drukte in de) ondergrond; de opgaven voor klimaatadaptatie en het gebruik van de gebiedskenmerken bij de keuze voor inrichting en gebruik van de openbare ruimte. De staat van bodem en water zijn uiteraard belangrijke gebiedskenmerken.

57.

Is er een evaluatie van vorige kadernota? Wat ging er (niet) goed? Waarom was er altijd te weinig budget voor onderhoud en hoe wordt dat nu wel geborgd?

58.

Klopt het dat lichtvervuiling (panden die volledige gevel verlichten, hele nacht lichten aan) mist in de kadernota? Zo niet, onder welke beleidsdoelen, kaders en

Er is alleen ambtelijk een evaluatie van de voorgaande kadernota uitgevoerd en vastgesteld. Het college heeft voor de periode 2022-2026 extra geld voor beheer en onderhoud gereserveerd. Lichtvervuiling is geen onderdeel van de kadernota openbare ruimte. Zie hiervoor Visie op Licht (RIS 298658)

59.

60.

61.

62.

63.

wegingsinstrumenten wordt hier rekening mee gehouden? Wandelen met de hond wordt benoemd als positief sociaal middel, maar hoe wordt dit verbeterd/veiliger door deze kadernota? Gaat de gemeente bijvoorbeeld meidoornhagen aan de rand van losloopgebieden aanplanten omdat dit verkeersveiligheid vergroot, een positief sociaal effect heeft, wandelen aanmoedigt, de lucht zuivert, de bodem verbetert en goed is voor biodiversiteit? Werk-met-werk wordt als wenselijk en zeer positief gepresenteerd: waar wordt ingegaan op of hier protocollen, kaders, etc. voor zijn? We lezen dat er gewerkt gaat worden met een natuurkansenscan. Gebeurt dit nu nog niet? Hoe gaat dit er in de praktijk uitzien? Op welke manieren wordt dieren de ruimte geboden?

De groenoppervlakte moet tot 2030 met 5% toenemen, zo streeft het college. Gaat het om 5% over de hele stad verdeeld, of ook per wijk? We lezen dat bij projecten en gebiedsontwikkeling wordt gestreefd naar een vergroting van 5%, maar is dat per project/ontwikkeling of alleen onder de streep (cumulatief)? Warmte/koudenetten en warmtepompen maken gebruik van de ondergrond, maar wat zijn de kaders? Is er een integrale visie op of en hoe deze ingepast kunnen worden?

Het wandelen met de hond is een van de functies die de openbare ruimte van Den Haag wil faciliteren. Het college houdt de raad regelmatig op de hoogte over hoe het hondenbeleid wordt ingevuld. De eerstvolgende voortgangsbrief staat gepland voor dit najaar.

Werk-met-werk is wenselijk omdat dit de overlast van werkzaamheden beperkt en kosten reduceert. Elk project is weer anders, waardoor ook het werk-met-werk per project maatwerk is. Na vaststelling van de nota stadsnatuur wordt gewerkt met de natuurkansenscan en zijn de eerste scans uitgevoerd. Uitgangspunten van de scans is dat de huidige natuurwaarden op een locatie in het nieuwe ontwerp terugkomen en waar mogelijk worden versterkt. In de praktijk gaat dit met name om het toepassen van de juiste beplanting in de juiste structuur. Het gaat om 5% per project / ontwikkeling. Tegelijkertijd wordt door het college ingezet op extra vergroening in de bestaande openbare ruimte en wordt gestreefd naar 5% meer kroonoppervlak van bomen. Met al deze ontwikkelingen streven we naar een 5% meer groenoppervlak voor de hele stad. Er wordt momenteel gewerkt aan een ‘Visie op de ondergrond’. Daar komt dit thema in terug.

Technische vragen D66 64. Raadsvoorstel: Pagina 1: Tweede alinea: Bevatten de normen voor Residentie- en Hofstadkwaliteit ook normen voor groen en/of klimaatadaptieve maatregelen? 65. Pagina 2: -Eerste bulletpoint, eerste alinea: Bij ontwikkeling wordt het openbaar gebied meegenomen als volwaardig en integraal ontworpen ruimte: Wat wordt hier exact mee bedoeld? Betekent dit dat er aan de voorkant geld wordt gereserveerd om de openbare ruimte op gewenste wijze in te richten in plaats van met het budget dat over is? 66. -Tweede bulletpoint, eerste alinea: Hierbij heeft het college de bevoegdheid van de normen af te wijken: Welke kaders gebruikt het college hiervoor om van de normen af te wijken?

Neen. De normen voor groen en klimaatadaptitieve maatregelen zijn opgenomen in het Handboek Openbare ruimte

Dit gaat niet over de financiering van de inrichting, maar over een goede ruimtelijke aansluiting tussen gebouw en omgeving. De opmerking in de kadernota wil met name voorkomen dat gebouwen ‘los’ van de omgeving worden ontworpen, maar dat rekening wordt gehouden met hoe dit effect heeft op de (omliggende) openbare ruimte.

In de Nota Parkeernormen is de volgende hardheidsclausule opgenomen: Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Hardheidsclausule Het college kan artikel 1:3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein of elders op eigen terrein zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. In artikel 1:3 staat dat de bepaalde parkeereis (op basis van de locatie en parkeernorm) moet worden gerealiseerd.

67. -Derde bulletpoint, tweede alinea: We zorgen er voor dat Den Haag een veilige en weerbare stad is, nu en op lange termijn: wat wordt bedoeld met 'weerbare stad'? Gaat dit over klimaatadaptatie? 68. Pagina 3: -Eerste alinea: Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte dient minimaal van het bestaande aandeel groen en water in de openbare ruimte te worden gehandhaafd, waarbij er

Een weerbare openbare ruimte kan goed omgaan met allerhande bedreigingen van buitenaf: klimaatverandering, pandemieen, aanslagen etc. In de context van de kadernota openbare ruimte gaat weerbaarheid vaak over klimaatadaptatie. Het gaat om 5% per project / ontwikkeling. Tegelijkertijd wordt door het college ingezet op extra vergroening in de bestaande openbare ruimte en wordt gestreefd naar 5% meer

wordt gestreefd naar een vergroting van het oppervlakte groen van 5% in de periode tot 2030: 1) Om wat voor soort groen gaat dit? 2) Hoe verhoudt dit zich tot de ambitie in het coalitieakkoord waar wordt gesproken over een ambitie om het kroonoppervlakte van bomen met 5% te vergoten in de periode tot 2030? 69. -Alinea 5: Wat wordt verstaan onder ‘de eisen van deze tijd’?

70. Pagina 4: Tweede alinea: Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet ...: Waarom niet inzetten op het verbeteren van de ondergrond om het planten van bomen wel mogelijk te maken en pas als dat niet kan geen boom planten? 71. Tweede alinea: Er wordt nu nog te vaak bestrating aangelegd op plaatsen waar dit niet nodig is: Is het mogelijk een maximale breedte van de betegeling van stoepen op te nemen?

72. Kadernota Openbare Ruimte: Pagina 12: Wat voor specifieke maatregelen worden verstaan onder het ‘klimaatadaptief’ maken van de openbare ruimte? 73. Pagina 70: In de tweede alinea wordt gesteld: Een bijdrage of initiatief kan enorm waardevol zijn voor het borgen van voldoende

kroonoppervlak van bomen. Met al deze ontwikkelingen streven we naar een 5% meer groenoppervlak voor de hele stad.

De eisen van deze tijd gaat over de gewenste inrichting van de openbare ruimte zoals we die in nieuwe wijken aanleggen: met veel groen, ruimte om te bewegen, klimaatadaptief en veilig. In veel wijken is de inrichting nog gebaseerd op de inrichtingseisen van de eerste aanleg. Inmiddels zijn de auto’s breder geworden en de fietsers talrijker waardoor parkeerstroken en fietspaden meer ruimte vragen. In de jaren 80 waren woonerven populair, inmiddels delen we de straat weer in met herkenbare ruimte per verkeersgroep. Uiteraard wordt eerst gekeken wat wel kan, maar als de ondergrond niet voldoet willen we daar geen bomen planten. Het geschikt maken van de ondergrond door het verleggen van kabels en leidingen is vaak (financieel en ruimtelijk) geen haalbare optie.

Het opnemen van een maximale breedte is ongewenst. De gewenste maat van loopruimte is afhankelijk van de hoeveelheid voetgangers per uur, het gebruik door rolstoelen en rollators, etc. Maar ook kan extra ruimte voor spelen gewenst zijn. Het is per definitie maatwerk. Door te ontwerpen volgens het principe van ‘ groen, tenzij..’ zal er meer groen en minder verharding worden toegepast.. Het vergroten van de sponswerking van de stad, het verkoelen en vergroenen van de stad en waterrobuust ontwerp. In de wegwijzer Klimaatbestendig (RIS 308744) zijn (meer) voorbeelden te vinden De kadernota openbare ruimte gaat niet in op wie betrokken moet worden en hoe dit moet gebeuren, alleen dat belanghebbenden betrokken moeten worden.

leefkwaliteit. Hoe wordt omgegaan met buurtinitiatieven binnen participatietrajecten over de openbare ruimte?

Voor (spel-)regels omtrent participatie verwijzen we naar het Haags Samenspel en het Haags Kompas

Technische vragen Hart voor Den Haag

74. Hoofdbrief pagina 2; Het toevoegen van woningen of voorzieningen moet niet leiden tot een verminderde leefbaarheid door een hogere parkeerdruk of meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Gemeentelijke parkeernormen zijn leidend en geven aan hoeveel parkeerplaatsen er per ontwikkeling op eigen terrein bij moeten komen. Hierbij heeft het college de bevoegdheid van de normen af te wijken. Vraag: In welke situaties wordt van de parkeernorm afgeweken en wat doet dit met de parkeerdruk en leefbaarheid? Wordt er in dergelijke situaties onderzoek gedaan dan alternatieve mogelijkheden voordat van de norm wordt afgeweken? 75. De stalling van deelfietsen en deelscooters en fietsers en scooters van bezoekers vindt zo veel mogelijk plaats op speciaal daarvoor aangewezen plaatsen die de buitenruimte zo min mogelijk belasten.

In de Nota Parkeernormen is de volgende hardheidsclausule opgenomen: Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Hardheidsclausule Het college kan artikel 1:3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein of elders op eigen terrein zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. In artikel 1:3 staat dat de bepaalde parkeereis (op basis van de locatie en parkeernorm) moet worden gerealiseerd.

Deze plekken bevinden zich overal in de stad, het gaat om fietsnietjes en parkeervakken voor scooters.

Vraag: Hoeveel van deze speciaal aangewezen plaatsen zijn er en waar bevinden deze zich? 76. Hoofdbrief pagina 3; Daar waar de schop de grond in gaat voor gebiedsontwikkeling, herinrichting van wegen en straten, groot onderhoud aan wegen of vervanging van riolering wordt de inrichting direct op minimaal residentiekwaliteit

De kadernota openbare ruimte gaat niet in op wie betrokken moet worden en hoe dit moet gebeuren, alleen dat belanghebbenden betrokken moeten worden. Voor (spel-)regels omtrent participatie verwijzen we naar het Haags Samenspel en het Haags Kompas.

gebracht in samenspraak met de bewoners aangepast aan de eisen van deze tijd, te beginnen in de Bomenbuurt. Vraag: welke vorm van participatie wordt bij dergelijke projecten toegepast en hoe wordt dit vormgegeven? 77. Voor ontwerpen geldt dat eerst wordt ontworpen vanuit het langzaam verkeer (omgekeerd ontwerpen) en wordt gewerkt volgens het principe: groen, tenzij. Vraag: Welke gevolgen heeft dit in de praktijk voor het snellere verkeer, zoals: Bussen Auto’s Vrachtwagens Hulpdiensten 78. Besluit II Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: D. Veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers Vraag: Hoe wordt een veilige en comfortabele ruimte voor automobilisten gewaarborgd? 79. Is het college van mening dat bij de (her)inrichting van de openbare ruimte ook rekening gehouden dient worden met het kunnen uitoefenen van de wielrensport? Op welke gedeelte van de openbare weg dient deze in de buitenruimte uitgeoefende sport zich volgens het college af te spelen? Vraag: Kan het college aangeven wat dit doet met de veiligheid van de overige weggebruikers?

80. Het college geeft aan dat naast georganiseerd sporten bewoners ervoor kiezen alleen of in kleine groepjes in de

Dat hoeft voor het gemotoriseerd verkeer geen consequenties te hebben, zolang er voldoende ruimte voor alle verkeerstypen is. Mocht dat niet het geval zijn, dan zal per situatie worden bekeken hoe de ruimte wordt verdeeld en welke maatregelen worden genomen. Er is in het algemeen niet te zeggen welke gevolgen dit voor het snellere verkeer heeft.

Voor wegen in Den Haag gelden inrichtingseisen voor veilig en comfortabel gebruik door automobilisten. Deze zijn te vinden in het Handboek Openbare Ruimte.

Voor een veilig gebruik van de wegen en fietspaden moeten grote snelheidsverschillen tussen de verschillende weggebruikers zo veel mogelijk voorkomen worden. Drukke wegen en fietspaden in de stad lenen zich dan ook minder voor de wielrensport, maar het is niet verboden zolang dat veilig kan. Wielrenners zullen zelf ook vaak niet voor de drukte van de stad kiezen in verband met het verkeer en de vele obstakels als kruisingen en verkeerslichten. Wel kunnen Haagse wielrenners op de baan bij verenigingen (o.a. HSK Trias) en particuliere fietsgroepen terecht en in de wat minder stedelijke gebieden. Het college wil graag sporten en bewegen faciliteren en niet ontmoedigen. Dat begint met (voldoende brede) stoepen waarop

openbare ruimte van de stad. Het college geeft tevens aan dat “graag te willen faciliteren” Vraag: Kan het college aangeven welke sporten het wel en welke sporten het niet toestaat in de openbare ruimte. Kan het college tevens aangeven met welke sporten zij wel en met welke sporten zij niet rekening houdt / danwel wil faciliteren bij (her)inrichtingen van de openbare ruimte?

kinderen kunnen spelen en ook door volwassenen kan worden hardgelopen en geskatet. In de parken kan dat ook. Ook zijn er speciale plaatsen in de openbare ruimte zoals voetbalkooien, Cruijffcourts en fitnessplekken waar kan worden gesport.

81. Het college stelt: Nog meer zullen we flexibel en meervoudig met de bestaande ruimte moeten omgaan, als we alle functies een plek willen geven. Zo worden parkeerplaatsen in de zomer als terrassen ingericht en voor parkeren in de winter. Vraag: Kan het college aangeven hoe het de extra parkeerdruk in wijken die deze maatregel (in de zomer) met zich meebrengt opvangt 82. Het college stelt: Druk op de ondergrond Aan het flexibel gebruik van de ruimte zit echter een flinke beperking. De ruimte in de onder- grond bepaalt welke bomen waar kunnen groeien en welk gebruik van de bovengrond mogelijk is. Steeds meer functies (warmtenet, ondergrondse warmte-koudeopslaginstallaties, digitale netwerken, afvalcontainers en gescheiden riolen) vragen ruimte onder de grond. De schaarste in de ondergrond bepaalt daarmee het gebruik van de openbare ruimte. De

De parkeerplaatsterrassen kunnen alleen in winkelgebieden worden geplaatst. In deze straten geldt in het algemeen betaald parkeren voor bezoekers en geen vergunningparkeren voor bewoners

Een uitputtende lijst opstellen met sporten die wel of niet mogelijk zijn in de openbare ruimte is niet mogelijk. Er wordt gewerkt aan een nota en ontwerprichtlijnen (voor in het Handboek Openbare Ruimte) voor de inrichting van de sportieve openbare ruimte. Deze houden rekening met voldoende ruimte voor: Actieve verplaatsing (lopen, fietsen, rolstoelgebruik, enzovoorts) om gericht van de ene plek naar de andere plek te komen); sportief bewegen (al dan niet op specifiek ingerichte plekken); recreatief bewegen (alle soorten van beweging in de dagelijkse leefomgeving, zoals een ommetje maken, tuinieren, de hond uitlaten of buitenspelen.

Het streven is om alle functies in de ondergrond een plek te geven door een goede ordening. Tot op heden lukt dat nog steeds in de openbare ruimte. De ruimtevraag kan worden beperkt door bijvoorbeeld kabelgoten/ kabeltunnels aan te leggen. Wanneer dit niet langer mogelijk is, wordt ook gekeken naar de ligging op particulier terrein In die gevallen zal maatwerk geleverd moeten worden.

uitdaging is om vanuit de niet zichtbare beperkingen van de ondergrond de openbare ruimte erboven goed te laten functioneren. Vraag: Welke criteria hanteert het college bij het maken van keuzes op dit gebied? 83. Het college stelt: Zo plaatsen we in Den Haag langs hoofdwegen en op bedrijventerreinen met name functioneel licht en in de woonstraten vooral warm licht. Vraag: branden deze lichten vanaf het moment dat ze aan gaan continue of plaatst het college slimme sensoren op nieuw te plaatsen straatverlichting zodat energieverbruik kan worden teruggedrongen? 84. Het college stelt: Kiosken, kramen en markten bevorderen aanloop, verblijf en levendigheid in de stad. Ook tijdelijke verkooppunten van (schaaf)ijs, oliebollen en kerstbomen horen bij de stad, net als ruimte voor ondernemers om hun waar uit te stallen en een terras te exploiteren. Vraag: Kan het college aangeven welk regels het nu hanteert bij plaatsen van ORAC’s dichtbij kiosken, verkoopstimulering en terrassen? Is hiervoor een minimale afstand in het beleid opgenomen?

85. Kan het college onderbouwen/beargumenteren waarom het in sommige wijken met lage parkeerdruk wel en in sommige wijken met lage parkeerdruk niet betaald parkeren wil invoeren?

De komende jaren wordt in Den Haag de conventionele verlichting vervangen door energiezuinige ledverlichting. Bij nieuwe armaturen wordt standaard telemetrie toegepast. Met telemetrie kan onder andere het verlichtingsniveau op afstand worden aangepast aan de behoefte en kunnen adaptieve dimschema’s worden gebruikt om het energieverbruik verder terug te dringen. Bij de plaatsing van ORAC’s wordt geen afstandscriterium voor kiosken en terrassen. Bij plaatsing van een ORAC moet minimaal 1,5 meter vrije doorloop voor voetgangers gegarandeerd blijven. Voordat de gemeente de containers plaatst, doet ze onderzoek. De gemeente kijkt daarbij goed waar de container moet komen. Hierbij kijkt de gemeente naar: •

de loopafstand naar de container: die mag maximaal 125 meter zijn, tenzij er geen geschikte locatie is binnen die afstand.

•

veiligheid

•

bereikbaarheid voor de vuilniswagen

•

obstakels zoals bomen, lantaarnpalen en bovenleidingen van de tram

•

kabels, leidingen of rioolbuizen in de grond

•

parkeerplaatsen in de buurt, de gemeente wil zoveel parkeerplekken houden als mogelijk is.

Het college wil in alle wijken met uitzondering van Vroondaal, Ypenburg en Leidschenveen betaald parkeren invoeren. In alle wijken die grenzen aan een betaaldparkeren wijk loopt de parkeerdruk op. Hoewel in een wijk nu nog geen hoge parkeerdruk is, zal dat direct na instelling van

betaald parkeren in aangrenzende wijken ontstaan. Invoering van betaald parkeren is dus in vrijwel de hele stad op termijn nodig.

Bijlage vraag PvdD 43: indeling bebouwing, verharding, groen, water

BGT Begroeid terreindeelbouwland Begroeid terreindeelduin Begroeid terreindeelgemengd bos Begroeid terreindeelgrasland agrarisch Begroeid terreindeelgrasland overig Begroeid terreindeelgroenvoorziening Begroeid terreindeelhoutwal Begroeid terreindeelloofbos Begroeid terreindeelmoeras Begroeid terreindeelRietland Begroeid terreindeelstruiken Begroeid terreindeeltransitie Gebouwinstallatie Kunstwerkdeel Onbegroeid terreindeelerf Onbegroeid terreindeelgesloten verharding Onbegroeid terreindeelhalf verhard Onbegroeid terreindeelonverhard Onbegroeid terreindeelopen verharding Onbegroeid terreindeeltransitie Onbegroeid terreindeelzand Ondersteunend waterdeel Ondersteunend wegdeelbermgesloten verharding Ondersteunend wegdeelbermgroenvoorziening Ondersteunend wegdeelbermhalf verhard Ondersteunend wegdeelbermonverhard Ondersteunend wegdeelbermopen verharding Ondersteunend wegdeelverkeerseilandgesloten verharding Ondersteunend wegdeelverkeerseilandgroenvoorziening Ondersteunend wegdeelverkeerseilandhalf verhard Ondersteunend wegdeelverkeerseilandonverhard Ondersteunend wegdeelverkeerseilandopen verharding Overig bouwwerk Pand Vegetatieobject Waterdeel Wegdeelfietspadgesloten verharding Wegdeelfietspadhalf verhard Wegdeelfietspadonverhard Wegdeelfietspadopen verharding Wegdeelinritgesloten verharding Wegdeelinrithalf verhard

KNORlabel Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Bebouwing Verhard Bebouwing Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Groen Verhard Groen Verhard Verhard Verhard Verhard Groen Verhard Verhard Verhard Bebouwing Bebouwing Groen Water Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard

Wegdeelinritonverhard Wegdeelinritopen verharding WegdeelOV-baangesloten verharding WegdeelOV-baanonverhard WegdeelOV-baanopen verharding Wegdeeloverweggesloten verharding Wegdeelparkeervlakgesloten verharding Wegdeelparkeervlakhalf verhard Wegdeelparkeervlakonverhard Wegdeelparkeervlakopen verharding Wegdeelrijbaan autosnelweggesloten verharding Wegdeelrijbaan autoweggesloten verharding Wegdeelrijbaan lokale weggesloten verharding Wegdeelrijbaan lokale weghalf verhard Wegdeelrijbaan lokale wegonverhard Wegdeelrijbaan lokale wegopen verharding Wegdeelrijbaan lokale wegtransitie Wegdeelrijbaan regionale weggesloten verharding Wegdeelrijbaan regionale wegopen verharding Wegdeelruiterpadgesloten verharding Wegdeelruiterpadhalf verhard Wegdeelruiterpadonverhard Wegdeelruiterpadopen verharding Wegdeelspoorbaangesloten verharding Wegdeelspoorbaanhalf verhard Wegdeeltransitiegesloten verharding Wegdeeltransitiehalf verhard Wegdeeltransitieonverhard Wegdeeltransitieopen verharding Wegdeeltransitietransitie Wegdeelvoetgangersgebiedgesloten verharding Wegdeelvoetgangersgebiedhalf verhard Wegdeelvoetgangersgebiedonverhard Wegdeelvoetgangersgebiedopen verharding Wegdeelvoetpad Wegdeelvoetpad op trapgesloten verharding Wegdeelvoetpad op traphalf verhard Wegdeelvoetpad op trapopen verharding Wegdeelvoetpad op traptransitie Wegdeelvoetpadgesloten verharding Wegdeelvoetpadhalf verhard

Wegdeelvoetpadonverhard Wegdeelvoetpadopen verharding Weginrichtingselement

Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard Verhard

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13055890/1