RIS316327 Bijlage 3 Beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Dossier 202022123 Bijlage (beantwoording van de ingekomen zienswijzen) Reactie van burgemeester en wethouders op de zienswijzen die zijn ingekomen naar aanleiding van de ter inzagelegging van het verzoek om ontheffing voor het bouwen van een woontoren met 294 woningen en detailhandel en maatschappelijke voorzieningen in de plint Trekvlietzone 1A (BinckBlocks), 9 woningen en parkeergarage met 531 parkeerplaatsen Trekvlietzone 1B (BinckPark) en het realiseren van een in-of uitrit tussen Binckhorstlaan 249 en Capellalaan. Tijdens de terinzagelegging van het voornemen van de beschikking zijn verschillende zienswijzen ingediend. Ingekomen zienswijzen: 1. Reclamant 1 (zw1) 2. Aanvrager-reclamant (zw2) In de zienswijzen wordt verzocht om de voorgenomen omgevingsvergunning aan te passen. Samengevat hebben de zienswijzen betrekking op het volgende: 1.
2.
3.
Bij brief van 24 april 2023 heeft reclamant een pro-formazienswijze kenbaar gemaakt. Op 28 april 2023 is per e-mail aan reclamant bericht dat hem de gelegenheid wordt geboden om tot uiterlijk 15 mei 2023 de zienswijze nader aan te vullen. Bij brief van 16 mei heeft reclamant medegedeeld af te zien van de mogelijkheid om inhoudelijke gronden aan te vullen; (zw1) De voorwaarden genoemd in het ontwerpbesluit kunnen voor aanvrager in de toekomst grote financiële gevolgen hebben als de gemeente de nodige geluidswerende maatregelen aan de Fokker Terminal niet tijdig – dat wil zeggen voordat de woningen bewoond gaan worden – realiseert. Dit ligt buiten de invloedssfeer van aanvrager. Belangrijk is dat hierover contractuele afspraken worden gemaakt. Deze zienswijze heeft daarom een voorwaardelijk karakter. De zienswijze wordt door aanvrager ingetrokken nadat aanvrager en de gemeente de mogelijkheid hebben gehad om afspraken vast te leggen op welke wijze Binck Blocks en Binck Park op korte termijn ontwikkeld kunnen worden en de schade door mogelijke uitgestelde ingebruikname van de woningen voor aanvrager of de kopers van de woningen voorkomen wordt.
Hierover stuurt aanvrager afzonderlijk van deze zienswijze een brief aan het college; (zw2) Aanvrager kent de discussie rondom het treffen van maatregelen aan de Fokker Terminal, waarvan het pand eigendom is van de gemeente maar de exploitatie bij een huurder is ondergebracht. Deze constructie zorgt ervoor dat goed overleg tussen de gemeente en de exploitant nodig is en dat dit tijd kost. Aanvrager heeft hier begrip voor en vertrouwt erop dat de gemeente tot een goede oplossing komt om de geluidsbelasting van de Fokker Terminal op de woningen op de Trekvlietzone kavels 1A en 1B te beperken tot de maximale gevelbelasting zoals opgenomen in het Omgevingsplan Binckhorst en zoals afgesproken in artikel 4.3 van de allonge op de GARO Trekvlietzone 1A. Aanvrager heeft de gemeente eerder, in brieven van 14 september 2022 en 23 december 2022, gewezen op de financiële gevolgen van de duur van de procedure voor de projecten Binck Blocks en Binck Park. Aanvrager maakt zich zorgen om de extra financiële gevolgen die het ontwerpbesluit kan hebben.
De aan de vergunning te verbinden voorschriften houden in dat de gevels van de Fokker Terminal zodanig moeten worden gewijzigd dat de activiteiten in dat gebouw voortgezet kunnen worden zonder dat de geluidsnormen ter hoogte van de gevels van de woningen overschreden worden, en dat de te realiseren woningen niet in gebruik genomen mogen worden voordat er een akoestisch rapport is opgesteld waarin is bevestigd dat wordt voldaan aan deze normen. Het ontwerpbesluit vermeldt niet wat de overschrijding op de gevel van de woningen in Binck Blocks en Binck is. Dat maakt niet inzichtelijk hoe groot het probleem is en met welke maatregelen aan de Fokker Terminal de geluidsbelasting voldoende kan worden tegengegaan, zodat deze de waarde 55 dB op de gevels van de woningen niet overschrijdt. Voor aanvrager is het nu onzeker wanneer aan de gestelde omstandigheden wordt voldaan en of dat zelfs mogelijk is. Dat is voor
wabo960
4.
5.
aanvrager bijzonder belangrijk, omdat de voorwaarden ingebruikname van alle woningen belet. Aanvrager is bovendien zelf niet in staat om invulling te geven aan de voorwaarden waaronder de woningen in gebruik genomen mogen worden. Aanvrager loopt hierdoor een groot financieel risico. Voorts is het onduidelijk welke activiteiten van de Fokker Terminal moeten voldoen aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit en aan de in het ter plaatse geldende omgevingsplan Binckhorst neergelegde geluidsnormen. Gaat dat om alle activiteiten die het bedrijf wenst te exploiteren of wordt hier nog een limiet aan gesteld? Dit is relevant voor de reikwijdte van het te overleggen onderzoek en de mogelijkheden om aan geluidsnormen te kunnen voldoen. Er ontbreekt voorts een afweging waarom geen maatwerkvoorschriften in de zin van het Activiteitenbesluit kunnen worden genomen in relatie tot de geluidbelasting op de woningen en het handhaven van een goed binnenklimaat in de woningen. Met een onderzoek naar de geluidwerendheid van de gevel van Binck Blocks en Binck Park kan worden aangetoond dat nog steeds sprake is van een aanvaardbaar binnenklimaat.
Een dergelijk onderzoek heeft het college niet verricht; (zw2) Zoals de voorwaarden zijn geformuleerd geldt nu een algeheel verbod op ingebruikname van de woningen, terwijl de geluidsbelasting slechts op een deel van de woningen problematisch kan zijn. De voorwaarden gaan dus verder dan nodig is om de exploitatie van de Fokker Terminal mogelijk te maken. Aanvrager vraagt zich af of het college in het belang van schadebeperking bij aanvrager en de grote woningenbouwbehoefte niet beter het ingebruiknameverbod kon beperken tot alleen de woningen die geconfronteerd worden met een te hoge geluidbelasting? (zw2) Aanvrager kan alleen instemmen met de gestelde voorwaarden als de gemeente alle financiële gevolgen van die voorwaarden voor haar rekening neemt. De gemeente heeft immers met het oog op het in ontwikkeling nemen van de gronden Trekvlietzone kavel 1A en 1B aan aanvrager verkocht en hierbij de verwachting gewekt dat op korte termijn plannen gerealiseerd én uitgevoerd konden worden. Zoals aangegeven gaat aanvrager hierover graag het gesprek aan met de gemeente. (zw2)
Ten aanzien van deze zienswijzen overwegen wij als volgt: ad 1.
Door de mededeling van reclamant dat wordt afgezien van het aanvullen van de zienswijze resteren er geen inhoudelijke gronden in deze zienswijze die besproken hoeven te worden. Zienswijze 1 wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten; ad 2. Waarvan akte. De omgevingsvergunning en de procedure waarmee deze omgevingsvergunning tot stand komt leent zich echter niet voor het maken van contractuele afspraken over de (weliswaar aan de vergunning gerelateerde maar niet direct betrokken) Fokker Terminal. Dergelijke afspraken moeten buiten de vergunningprocedure gemaakt worden. De voorschriften met betrekking tot geluid zijn simpelweg nodig om te komen tot een besluit dat voldoet aan het wettelijk kader voor omgevingsvergunningen voor planologisch strijdig gebruik. Nadere afspraken over de invulling van de voorschriften kunnen naderhand overeengekomen worden. Wij besluiten om deze reden om toch de omgevingsvergunning te verlenen met daarin de in het ontwerpbesluit weergegeven voorschriften. De zienswijze van aanvrager zal voorts in zijn geheel bij de besluitvorming worden betrokken en in deze beantwoording worden besproken, doch uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op het (ontwerp)besluit. Dat de voorschriften financiële gevolgen hebben voor aanvrager wordt door aanvrager-reclamant nader uiteengezet in punt 3 en 5.
Bespreking van dit onderwerp zullen wij daarom voortzetten in de antwoorden ad 3 en 5; ad 3. Dat het opnemen van deze voorschriften in de vergunning financiële gevolgen heeft voor aanvrager, is bekend. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het echter niet mogelijk een vergunning te verlenen voor het bouwen en gebruiken van woningen op een locatie waar de geluidsbelasting hoger is dan wettelijk op de gevels van geluidsgevoelige objecten is toegestaan. Om weigering van de vergunning te voorkomen, en omdat de gemeente bereid is maatregelen aan de Fokker Terminal te treffen zodat de geluidsemissie verlaagd wordt, is het verlenen van de vergunning voor Binck Blocks met een opschortende voorwaarde ten aanzien van het gebruik van de woningen de meest voor de hand liggende optie. Wij ontwaren in de zienswijze in ieder geval niet het standpunt dat de vergunning geweigerd had moeten worden. Het klopt verder dat in het (ontwerp)besluit geen vermelding wordt gemaakt van de exacte huidige geluidsbelasting die de Fokker Terminal op de gevels
2/3
levert. Dat laat onverlet dat de geluidsbelasting op het moment te hoog is om de beoogde woningen in gebruik te kunnen nemen. De in de vergunning opgenomen voorwaarden garanderen dat op het moment van ingebruikname van de woningen aan alle geluidswetgeving wordt voldaan. In antwoord op de vraag welke activiteiten van de Fokker Terminal bepalend zijn voor de geluidsbelasting: vooralsnog is het doel dat de Fokker Terminal alle huidige activiteiten kan voortzetten. Een maatwerkvoorschrift in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer is niet afdoende. Dat stelt de uitvoerder van een activiteit in staat aan andere normen te voldoen dan is voorgeschreven in de algemene regels van het Activiteitenbesluit, maar betekent niet dat er bij het realiseren en gebruiken van woningen op korte afstand van die activiteit ook sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dat laatste is echter wel vereist, nu ook de in het Omgevingsplan Binckhorst opgenomen regels met betrekking tot geluid worden overschreden; ad 4. De in het ontwerpbesluit opgenomen voorschriften beletten inderdaad het gebruik van alle woningen totdat de Fokker Terminal is aangepast.
Wij hebben in de zienswijze van aanvrager aanleiding gezien om een uitzondering op het gebruiksverbod in de voorschriften op te nemen, zodat woningen die ten tijde van de oplevering van Binck Blocks al voldoen aan de geldende geluidsregelgeving in gebruik genomen kunnen worden voordat de Fokker Terminal is aangepast. Dat betekent dat wij de zienswijze van aanvrager op dit punt gegrond achten; ad 5. Dat aanvrager niet kan instemmen met de vergunningvoorschriften nemen wij voor kennisgeving aan, maar heeft geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het besluit. Dat aanvrager moeite heeft met de voorschriften is evenwel bekend, en het is ook de wens van ons college om het gebruik van de woningen zo snel mogelijk vrij te geven. Om deze reden is een extra bepaling aan de voorschriften toegevoegd. Zie het antwoord ad 4. Mocht aanvrager met de vermelding van opgewekte verwachtingen beogen een beroep op het vertrouwensbeginsel te doen, dan merken wij op dat er geen sprake is geweest van enige uitlating of handeling die gekwalificeerd kan worden als toezegging dat de omgevingsvergunning zonder voorschriften verleend zal worden. Er is daarom geen sprake van een uitlating die gevolgen moet hebben voor de besluitvorming. Gelet op de bovenstaande overwegingen heeft zienswijze 1 geen aanleiding gevormd tot aanpassing van het besluit.
Zienswijze 2 wordt gegrond geacht voor zover het het deel betreft dat is opgenomen in punt 4. Het vastgestelde besluit bevat daarom, ten opzichte van het ontwerpbesluit, een wijziging van de voorschriften die verbonden zijn aan de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’.
3/3