CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316313 Notulen van de raad van 8 juni 2023

Gemeenteraad 7 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 8 juni, 29 juni, 5 juli en 6 juli 202360.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Maar er is meer goed nieuws: er komt een vrije doorgang naar het Haagse Bos voor de bewoners uit het Bezuidenhout. Daar zullen vooral bewoners rondom het Emmapark heel erg blij van worden. Wij zien graag dat deze doorgang permanent een vrije, toegankelijke doorgang zal blijven voor bewoners uit de buurt. Omdat het perceel in eigendom is van een private partij, moet dat juridisch geborgd worden. Daarom heb ik een motie gemaakt, de motie Vrije doorgang naar het Haagse Bos een harde eis, met als dictum: verzoekt het college in de verdere uitwerking van de plannen en in een planologisch juridisch kader te verankeren dat de te realiseren wandelverbinding tussen het Haagse Bos en het Bezuidenhout permanent een vrij toegankelijke doorgang zal blijven. Ik heb daar op advies van een heel verstandig iemand 'voor bewoners' tussenuit gehaald, zodat de motie nog duidelijker is.

17

Deze motie wordt mede ingediend door raadslid Rutger de Ridder namens de Haagse VVD en raadslid Joren Noorlander namens D66 Den Haag. Tot slot zag ik nog een winstpunt. Over smaak valt niet te twisten, maar het gebouw is echt foeilelijk. Het pand is opgeleverd in 1984, heeft energielabel D en is gewoon gedateerd. Herontwikkeling van het kantoorpand is dus een logisch besluit. Wat veel te weinig aandacht heeft gekregen, is dat er in de wijk draagvlak is voor deze ontwikkeling. Bureau Graswortel heeft een draagvlakmeting gedaan. Daaruit blijkt dat 81% sloop van het pand en de komst van nieuwbouw belangrijk vindt. Alles afwegende heeft Hart voor Den Haag besloten om dit voorstel te steunen. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar, daartoe gesteund door de heer De Ridder en de heer Noorlander, wordt de volgende motie (H.1 HvDH) ingediend:

Motie H.1 HvDH Vrije doorgang naar Haagse Bos een harde eis De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS314089). Constaterende dat, • er in het planuitwerkingskader, bij de Bezuidenhoutseweg 50 ter hoogte van Emmapark, een nieuwe doorgang is voorzien naar het Haagse Bos. Overwegende dat, • het perceel in eigendom is van een private partij; • de meeste regels in het planuitwerkingskader zijn geborgd in beleid. Van mening dat, • deze nieuwe doorgang en het recht van overpad juridisch geborgd moet worden. Verzoekt het college, • in de verdere uitwerking van de plannen en in een planologisch juridisch kader te verankeren dat de te realiseren wandelverbinding tussen het Haagse Bos en het Bezuidenhout permanent een vrij toegankelijke doorgang zal blijven. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. Eigenlijk hebben de insprekers al gezegd dat de gemeente met dit plan weer eens laat zien dat de zij alle kaders uit het raam wil gooien als een projectontwikkelaar aanklopt. We hebben het bij Bellevue gezien, we hebben het bij The Grace gezien en we zien het nu ook bij dit plan. Bij dit plan is zelfs een kettingzaag nodig om een geitenpaadje te creëren.

Er is geen ruimte voor hotels in de gebiedsagenda, maar die verscheuren we dan. Er is een hotelstop, maar die zagen we dan door. Er worden semiwoningen gebouwd, maar dat argument heeft het college zelf al omgehakt in de nieuwe versie. Dat het college hiermee komt, is een brevet van onvermogen. Maar belangrijker nog: door hiermee in te stemmen laat de raad zien zijn kaderstellende taak totaal niet serieus te nemen. Instemming met dit plan is een motie van wantrouwen naar onszelf. We hebben al heel veel tijd verspild met het bespreken van dit plan. Ik houd het daarom kort en wil alleen nog een motie indienen. Het college stelt hotels gelijk aan voorzieningen. Dit is sowieso ridicuul, maar dit is ook zeer schadelijk voor het realiseren van voorzieningen. We hebben het er steeds over dat er te weinig voorzieningen zijn, maar voor de komende jaren zijn de doelstellingen al gehaald in deze gebiedsagenda. Dat is natuurlijk een felicitatie waard, maar dat is een beetje cynisch, want door dit plan te realiseren zijn alle voorzieningen gerealiseerd op de tekentafel, maar natuurlijk niet in het echt. We zijn immers geen echte voorzieningen rijker. Om deze creatieve boekhouding een halt toe te roepen, dienen we samen met de SP en de ChristenUnie/SGP een motie in met als dictum: 18

verzoekt het college in de verschillende ruimtelijke documenten als uitgangspunt te nemen dat als over 'voorzieningen' wordt gesproken, niet hotels worden bedoeld en aan te geven hoe het omgaat met het feit dat binnen de Policy Campus de ruimte voor leisure in de structuurvisie al is behaald. We vinden dat we nu echt moeten inzetten op voorzieningen in het CID. De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (H.2 PvdD) ingediend:

Motie H.2 PvdD Hotels zijn geen voorzieningen De raad van de gemeente Den Haag in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van het gewijzigd voorstel van het college inzake PUK Bezuidenhoutseweg 50-58. Constaterende, dat: • in de gebiedsagenda Policy Campus Centraal (RIS301329) door het college in 2019 is vastgelegd dat er op middellange termijn circa 6.000 - 12.000 m2 aan voorzieningen komen, zoals dienstverlening, fitness, retail, horeca; • in de milieueffectrapportage van de structuurvisie voor de policy campus een maximum van 8.000 m2 aan leisure is opgenomen waarbij het gaat om hotel, horeca en detailhandel; • de rest van de vierkante meters aan ruimte bedoeld is voor woningen, kantoren en (andere) voorzieningen; • er verder in de beleidsdocumenten (bijvoorbeeld in de structuurvisie zelf) geen enkele verwijzing is naar hotels. Overwegende, dat: • indien wordt ingestemd met het nieuwe hotel (8000 m2) de volledige ruimte volgens de milieueffectrapportage van de structuurvisie binnen de policy campus aan leisure (hotel, horeca, detailhandel) is opgebruikt; • tevens het doel uit de gebiedsagenda qua ‘voorzieningen’ bijna is verbruikt. Van mening, dat: • het wenselijk is dat in de toekomst hotels niet meer als voorzieningen worden gezien; • de ruimte voor voorzieningen binnen het policy campus voor echte voorzieningen moeten worden gebruikt.

Verzoekt het college: • in de verschillende ruimtelijke documenten als uitgangspunt te nemen dat als over ‘voorzieningen’ wordt gesproken niet hotels wordt bedoeld; • aan te geven hoe zij omgaat met het feit dat binnen het policy campus de ruimte voor leisure (hotel, horeca, detailhandel) in de structuurvisie is behaald. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Voor het CDA staat voorop dat we bouwen aan een stad waarin groei hand in hand gaat met genoeg voorzieningen. Dat is noodzakelijk voor een leefbare stad waar ruimte schaars is. En dan dit initiatief. In het Haagse hotelbeleid hebben we als raad de hotelgroei duidelijk een halt toegeroepen en nu ligt er toch een plan voor een hotelinitiatief om vooruitlopend op de planvoorraad hotelkamers, die nog beschikbaar moet komen, toch groen licht te geven, terwijl de bezetting in onze hotels nog helemaal niet op peil is. Dat klinkt als een juridisch en onverstandig geitenpaadje. Dat vindt de CDA-fractie nog steeds onverstandig. Daarom moeten we als stadhuis duidelijk zijn richting ontwikkelaar en niet later bij de vergunning misschien alsnog zeggen dat we dit 19

hotelinitiatief niet willen. Daarbij heb ik ook een verduidelijkende vraag aan de wethouder over het hotelbeleid en de bezettingsgraad. We zien nu dat er ook veel opvang van vluchtelingen in hotels is. Kan de wethouder bevestigen dat de opvang van vluchtelingen in hotels niet meetelt voor de bezettingsgraad van die hotels? Dat zou namelijk een vertekend beeld opleveren. Graag een reactie. Dan terug naar dit plan. Er werd al gezegd dat er heel veel over dit plan is gesteggeld en dat er heel veel onduidelijkheid was. Eerst was het short stay, toen logies en toen was er weer verwarring over hotelvoorzieningen. Mijn fractie vindt dat hotels geen voorzieningen zijn waar bewoners in de wijk gebruik van gaan maken, omdat het simpelweg voorzieningen zijn voor toeristen en tijdelijk verblijf. Ze dragen daarmee ook niet bij aan de leefbaarheid, terwijl die nou juist zo essentieel is. En dan staat er in de stukken dat er een directe impuls voor de omgeving zou komen doordat de tijdelijke bewoners gebruikmaken van de voorzieningen in de buurt. Wederom: op basis waarvan wordt deze inschatting gemaakt? In het vervolg wil het CDA dat duidelijker is wat we bedoelen met 'echte voorzieningen die benodigd zijn om de leefbaarheid op peil te houden'. Dat zijn geen hotels, maar parken, winkels of maatschappelijke voorzieningen, zoals de huisarts en de kinderopvang.

We moeten immers keuzes maken, want de ruimte is schaars. Wij kiezen dan nadrukkelijk voor leefbaarheid. Daarom hebben we ook nog een motie, met als dictum: roept het college op dit jaar met een voorstel te komen waarin eenduidig wordt gedefinieerd wat onder horecavoorzieningen, inclusief functieaanduiding 'hotel', wordt verstaan, hierbij ook in te gaan op het verschil tussen hotelvoorzieningen ten opzichte van andere voorzieningen die benodigd zijn om de leefbaarheid op peil te houden voor het groeiende aantal inwoners in Den Haag, dit voorstel te bespreken in de commissie Ruimte en daarnaast met een voorstel te komen hoe dit verankerd kan worden in het Haagse ruimtelijk beleid. De motie wordt mede ingediend door de heer De Ridder van de VVD. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer De Ridder, wordt de volgende motie (H.3 CDA) ingediend:

Motie H.3 CDA Duidelijke definitie voorzieningen in ruimtelijke documenten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van Gewijzigd voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS314089) Constaterende dat: • bij het Haags Hotelbeleid 2021 (RIS 310666) in de raad moties en amendementen zijn aangenomen om nieuwe hotel initiatieven een halt toe te roepen in de stad; • er bij de besprekingen in de commissie Ruimte onduidelijkheid bleek over of hotelvoorzieningen op de Bezuidenhoutseweg toegestaan zijn conform de hotelstop; • hierbij onduidelijkheid was over begrippen zoals als short stayappartementen, logies, hotelvoorzieningen en op welke wijze deze als horecavoorzieningen beschouwd mogen worden in het Haagse ruimtelijk beleid.

Overwegende dat: • de groei in onze stad in gelijke tred moet gaan met voldoende voorzieningen voor een leefbare stad; • het belangrijk is om voldoende vierkante meter voor voorzieningen beschikbaar te hebben, met name voor voorzieningen die bijdragen aan de leefbaarheid; • hotels geen voorzieningen zijn waar bewoners in de wijk gebruik van gaan maken, maar met name worden gebruikt voor toerisme en tijdelijk verblijf; • het bij toekomstige plannen en besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen duidelijk moet zijn welke kaders er gelden, en geen onduidelijkheden mogen bestaan over begripsaanduidingen en definities ten aanzien van voorzieningen en hotels.

20

Roept het college op: • dit jaar met een voorstel te komen waarin eenduidig wordt gedefinieerd wat onder horecavoorzieningen, inclusief functieaanduiding ‘hotel’, wordt verstaan; • hierbij ook in te gaan op het verschil tussen hotelvoorzieningen ten opzichte van andere voorzieningen die benodigd zijn om de leefbaarheid op peil te houden voor het groeiende aantal inwoners in Den Haag; • dit voorstel te bespreken in de commissie Ruimte, en daarnaast met een voorstel te komen hoe dit verankerend kan worden in het Haagse ruimtelijk beleid. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Maar liefst drie keer hebben wij ons in de commissie gebogen over het plan voor een expathotel en kantoor aan de Bezuidenhoutseweg. Eigenlijk brak de verwarring al uit vanaf het moment dat de ontwikkelaar kwam inspreken, want al gauw bleek het bijzondere woonconcept voor expats dat de ontwikkelaar voor ogen had, niet in lijn te zijn met het Haagse hotelbeleid, waarvan we de regels een jaar geleden nog samen hebben vastgesteld. Het lijkt erop dat het college maar één doel voor ogen had, namelijk extra kantoorruimte regelen, en daarom maar recht is gaan praten wat krom is.

Ik heb me nog hardop afgevraagd of dit een motie van treurnis vraagt, maar eigenlijk treurt de SP vooral over het feit dat de raad eind 2021 onze motie Geen hoteltoren Bezuidenhoutseweg niet gewoon heeft aangenomen. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat de SP tegen het planuitwerkingskader zal stemmen. Ik ben ook heel benieuwd hoe andere fracties met een kritisch verhaal vandaag gaan stemmen. De bespreking van dit plan heeft bij ons ook zorgen aangewakkerd, want in hoeverre controleert het college überhaupt of de recent vastgestelde shortstayregels worden nageleefd? Ook het voorbeeld van de Toren van Oud, dat is opgerakeld door de heer Martini, roept bij ons de vraag op in hoeverre het college aan het stuur zit. Daarom een motie die het college verzoekt een scan te doen naar bestaande hotels en in het bijzonder shortstayaanbieders om te controleren in hoeverre zij de regels uit het hotelbeleid ten aanzien van de verhuurtermijnen en de inrichting van de verblijven naleven, ook na te gaan in hoeverre de hotel- en shortstayinitiatieven uit de planvoorraad in lijn zijn met deze regels en de raad binnen een halfjaar over de resultaten te informeren, evenals over de wijze waarop het college optreedt tegen eventuele aanbieders die zich niet aan de regels houden. De motie wordt mede ingediend door de heer Barker van de Partij voor de Dieren. De voorzitter.

Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Barker, wordt de volgende motie (H.4 SP) ingediend:

Motie H.4 SP Handhaaf op regels hotelbeleid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van het raadsvoorstel Voorstel van het college inzake planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS314089). Constaterende, dat: • de ontwikkelaar van het perceel aan de Bezuidenhoutseweg 50-58 oorspronkelijk van plan was zogenaamde ‘hotelappartementen’ aan te bieden voor de short stay- doelgroep; • tijdens de vergadering van de commissie Ruimte van 15 februari 2023 is gebleken dat de ontwikkelaar de kamers niet conform het Haagse short stay-beleid wilde verhuren (namelijk voor een periode van maximaal 1 jaar in plaats van maximaal 4 maanden), waardoor uiteindelijk het Planuitwerkingskader moest worden aangepast;

21

•

naar aanleiding van een vraag van het raadslid Martini in de commissie Ruimte van 10 mei 2023 is gebleken dat ook in de Toren van Oud short stay-appartementen voor een langere periode worden aangeboden dan ons hotelbeleid toestaat.

Overwegende, dat: • het hotelbeleid - waar het short stay-beleid onderdeel van uitmaakt - staat of valt bij controle op naleving van de regels; • uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat het voorkomt dat aanbieders van short stayappartementen bewust of onbewust in strijd met de regels (willen) handelen. Verzoekt het college: • een scan te doen naar bestaande hotels en in het bijzonder short stay-aanbieders om te controleren in hoeverre zij de regels uit het hotelbeleid ten aanzien van de verhuurtermijnen en de inrichting van de verblijven naleven; • ook na te gaan in hoeverre de hotel- en short-stayinitiatieven uit de planvoorraad in lijn zijn met deze regels; • de raad binnen een half jaar over de resultaten te informeren, evenals de wijze waarop het college optreedt tegen eventuele aanbieders die zich niet aan de regels houden. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Het heeft een behoorlijke tijd geduurd voordat we daadwerkelijk in de gemeenteraad over dit plan gingen praten. Er was veel onduidelijkheid, vooral over de invulling van de hotelfunctie. Dat verdient geen schoonheidsprijs, maar uiteindelijk kwam de aap uit de mouw: het college wil koste wat kost kantoorruimte behouden op deze plek.

Volgens de ontwikkelaar is er daarvoor alleen een te realiseren businesscase als er shortstayappartementen bij komen. Althans, zo leek het in de eerste versie van het planuitwerkingskader. Daarin stonden de zogenaamde hotelappartementen, een term die we in Den Haag helemaal niet kennen, maar die short stay bleken te zijn. Met uitleg in de commissie en een extra commissiebrief heeft het college gepoogd om te laten zien hoe groot de markt is voor short stay, te weten de kenniswerkers vanuit het buitenland die een aantal maanden hier wonen en werken. Hun kort verblijf aanbieden zou zelfs de druk op de reguliere woningmarkt verkleinen. Maar uiteindelijk blijkt deze ontwikkelaar hier doodgewone hotelkamers te willen realiseren. Alle onderbouwingen voor de short stay ten spijt kunnen toeristen hier dus af en aan gaan komen. Dat past wat ons betreft niet in dit gebied. We hadden al moeite met het oorspronkelijke plan van short stay, omdat er al verschillende shortstayvoorzieningen zijn in het Bezuidenhout en omdat de voorzieningen voor deze doelgroep onvoldoende zijn in de buurt, maar een regulier hotel is al helemaal niet passend. Bovendien zijn de regels voor short stay strenger. Zo moeten de appartementen groter zijn en voorzien zijn van een badkamer en een keuken. Deze regels omzeilt de ontwikkelaar door hier een vergunning aan te vragen voor een regulier hotel.

Daarom een amendement om terug te keren naar het initiële plan en hier geen regulier hotel maar short stay te realiseren. Het dictum van het amendement luidt: besluit om in te stemmen met het bijgevoegde gewijzigd conceptplanuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 als basis voor de verdere uitwerking van de plannen en voor verdere uitwerking in een planologisch juridisch kader met dien verstande dat in het gehele PUK hotel(kamers) wordt vervangen door shortstayappartementen. Het amendement raakt gelijk de kern van de discussie over hotel en short stay. Op basis van de bestemming 'hotel' mag de ontwikkelaar een vergunning aanvragen voor zowel een hotel als short stay. We kunnen als gemeenteraad onvoldoende van tevoren sturen op wat we wel of niet wenselijk vinden. De eigenaar zou kunnen starten met short stay om er na een aantal maanden een hotel van te maken. Dat moet wat ons betreft anders. Daarom een motie met de collega's Tseggai van de PvdA en Bos van GroenLinks, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college bij de evaluatie van het hotelbeleid te onderzoeken hoe er beter kan worden gestuurd op het onderscheid tussen short stay en hotel en de raad hierover voor het derde kwartaal van 2023 te informeren.

22

Al met al hoopt mijn fractie dat de wethouder in het nieuwe hotelbeleid nog scherper en duidelijker uitlegt waar en wanneer nieuwe hotels en short stay zouden moeten worden toegestaan en onder welke voorwaarden. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt het volgende amendement (H.A CU/SGP) voorgesteld:

Amendement H.A CU/SGP geen reguliere hotelkamers aan Bezuidenhoutseweg 50 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van het gewijzigd Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS315089), Besluit om: • In te stemmen met het bijgevoegde gewijzigd concept planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 als basis voor de verdere uitwerking van de plannen en voor verdere uitwerking in een planologisch juridisch kader met dien verstande dat in het gehele PUK hotel(kamers) wordt vervangen door short stay-appartementen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Tseggai en mevrouw Bos, wordt de volgende motie (H.5 CU/SGP) ingediend:

Motie H.5 CU/SGP Beter sturen op short stay en hotelfunctie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van het gewijzigd voorstel van het college inzake PUK Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS315089), constaterende, dat: • in het Planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 een programma wordt gerealiseerd met in de plint commerciële ruimte, een stedelijke laag van 4 verdiepingen met kantoren en hotelkamer en daarboven een opbouw van 8 verdiepingen met hotelkamers; • een hotel en short stay bestemmingsplantechnisch hetzelfde zijn, te weten logies; • de ontwikkelaar bij het aanvragen van een vergunning moet kiezen voor welke vorm van logies hij een aanvraag doet: hotel of short stay; • er op dit moment geen duidelijk onderscheid is tussen hotels en short stay op basis van duur van verblijf; • voor short stay er meer kwaliteitseisen zijn dan voor hotelkamers (zoals bijvoorbeeld een ondergrens van 40 m2, een gescheiden woon- en slaapruimte, eigen sanitaire voorzieningen en eigen keuken of kitchenette); overwegende, dat: • de ontwikkelaar na de commissievergadering van 16 februari jl.

heeft aangegeven te zullen kiezen voor de logiesvorm hotel (RIS 315046); • dit betekent dat de beoogde short stay er niet komt, maar er reguliere hotelkamers zullen worden gerealiseerd, met een andere doelgroep; • het onderscheid tussen hotel en short stay duidelijk moet zijn, en wanneer dat niet zo is beide aan dezelfde kwaliteitseisen moeten voldoen; • op korte termijn wordt gestart met de evaluatie van het hotelbeleid;

23

van mening dat: • het onwenselijk is als een hotel verkapte short stay is; • het onwenselijk is dat er - zoals bij Bezuidenhoutseweg 50 - hotelkamers kunnen worden gerealiseerd die niet aan de eisen van short stay hoeven te voldoen terwijl zij hetzelfde doel dienen; verzoekt het college: • bij de evaluatie van het hotelbeleid te onderzoeken hoe er beter kan worden gestuurd op het onderscheid tussen short stay en hotel; • de raad hierover voor het derde kwartaal van 2023 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Mijn collega mevrouw Arp zei het al: we hebben in de commissie Ruimte maar liefst drie keer over dit plan gesproken; althans, dat heeft mijn college gedaan. Volgens mij zegt dat wel iets. De wethouder kon toen niet uitleggen waar het hotel/shortstayprogramma ineens vandaan kwam. Dat kan het college eigenlijk nog steeds niet. Er is geen shortstaycrisis, maar een wooncrisis. Als gemeenteraad hebben we dan ook een hotelstop afgekondigd. Het college komt daarom met een opmerkelijke interpretatie van de bijlage van het hotelbeleid om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Het is al eerder gezegd: hotels zijn geen voorzieningen. Ook doet de gemeente hier weer aan incidentenstedenbouw. In een rijksbeschermd stadsgezicht gaan we de hoogte in.

De Haagse Stadspartij mist ook een analyse vanuit het Haagse Bos. Dit gebouw komt boven het park uit en vraagt aandacht en inzicht. Het college geeft dat inzicht volgens ons niet. Tot slot heb ik nog twee vragen aan de wethouder. In de commissie werd gesteld dat met het aannemen van het PUK het plan op de wachtlijst voor de planvoorraad hotels komt te staan. Er gaat voorlopig dus geen paal de grond in. Wanneer dan wel? En kan de wethouder toezeggen niet akkoord te gaan met de sloop van het huidige gebouw totdat er een concreet en goedgekeurd plan is met zicht op uitvoering, dus in lijn met onze aangenomen motie Geen sloop op basis van PUK of NVU? Joren Noorlander (D66). Voorzitter. We zijn in Den Haag zeer goed in het maken van beleid, van veel beleid eigenlijk. Dat zorgt er alleen voor dat wij, zeker op ruimtelijk gebied en bij ontwikkelingen van de stad, voor keuzes komen te staan: welk beleid is nou eigenlijk leidend? Bijvoorbeeld in deze situatie: is het hotelbeleid nou leidend of de Urgentiebrief Kantoren of zijn het juist de gebiedsagenda's die alles overkoepelend omvatten? Dat schept onduidelijkheid, niet alleen in de raad maar ook in de stad, want omwonenden weten niet goed wat er gaat gebeuren en ontwikkelende partijen weten niet goed waar ze aan toe zijn.

Ik zou graag werk willen maken van het conflicterende beleid en kijken of wij hier meer duidelijkheid in kunnen scheppen. Ik zou dan ook graag de toezegging van de wethouder willen krijgen om naar een vorm te zoeken waarmee we dit beleid kunnen verbeteren. Ik hoop dat dat al op korte termijn kan. Dat is ook een van de redenen waarom ik Eyeline Skyline heb geagendeerd. In de Urgentiebrief Kantoren wordt gesteld dat er kantoorruimte gerealiseerd kan worden, met daarbovenop een programma ter financiering van deze kantoorruimte. Dat gebeurt hier naar mijn mening nu niet helemaal. De hotelfunctie is eigenlijk de hoofdfunctie en de kantoren worden toegevoegd. Ik zou dan ook graag meer kantoorruimte willen vragen voor deze locatie. Vandaar het amendement Minder hotel, meer kantoor: besluit om in het Planuitwerkingskader Bohemenhuis Bezuidenhoutseweg 50-58 op pagina 4 in het zinsdeel '… een stedelijke laag van 4 verdiepingen met kantoren en hotelkamers …' de woorden 'en hotelkamers' te schrappen. Mikal Tseggai (PvdA). Ik begrijp dat D66 kritisch is op het plan, maar als dit amendement aangenomen wordt, gaat u dan voor of tegen het PUK stemmen?

24

Joren Noorlander (D66). Ik ben best kritisch op de manier waarop dit binnen het beleid is gepast. Dat neemt niet weg dat het wel past binnen het beleid. Ik denk dat dit amendement het plan gewoon beter maakt. Mikal Tseggai (PvdA). Ik hoor de heer Noorlander zeggen dat dit eigenlijk een beetje een gekke uitwas is van twee verschillende soorten beleid die elkaar tegenspreken. Vindt de heer Noorlander dan niet dat het aan ons als raad is om het kader te stellen en eventueel aan een rem te trekken als dit voor een slechte uitwas van het beleid zorgt? Ik zou dus graag een iets duidelijker antwoord willen. Joren Noorlander (D66). Ik denk dat mevrouw Tseggai er gelijk in heeft dat wij de kaders moeten stellen. Deze kaders hebben wij met z'n allen vastgesteld. Daar past het plan nu binnen. Als we dan met z'n allen zeggen dat we toch zien dat het ergens conflicteert, moeten we daar echt wel wat aan doen. Dat is ook op mijn oproep aan het college: kom met een voorstel over hoe we daarmee aan de slag gaan. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Tseggai. Mikal Tseggai (PvdA). Ik stel een hele duidelijke vraag: gaat D66 nou voor of tegen dit plan stemmen? Joren Noorlander (D66). Ik heb volgens mij een amendement ingediend. Dat doe ik ook met de intentie om dan voor het plan te kunnen stemmen. Vandaar dat ik het amendement heb ingediend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).

Ik had het amendement nog niet gelezen en ontvangen. Ik heb het PUK er nu bij, maar misschien kan meneer Noorlander concreet uitleggen wat hij nu bedoelt. Dat zou prettig zijn. Joren Noorlander (D66). Er staan nu drie lagen kantoren in het PUK. De vierde laag is flexibel. Ik zou die graag als kantoren ingevuld zien worden. De voorzitter. Dat is helder, hoor ik de heer Dubbelaar zeggen. Robert Barker (PvdD). Ik hoor de heer Noorlander steeds zeggen dat het binnen de kaders past. Hoezo past het binnen de kaders? Want er is toch een hotelstop? Joren Noorlander (D66). Er ligt een heel PUK voor ons waarin staat dat het binnen de kaders past en waarom het binnen de kaders past. En feitelijk gezien hebben wij geen hotelstop in Den Haag. We hebben wel de 70%-bezettingsgraad en we hebben een planvoorraad. Vanuit die planvoorraad kan mondjesmaat een ontwikkeling van een hotel plaatsvinden. Dat is op dit moment ons hotelbeleid. Robert Barker (PvdD). De heer Noorlander weet toch dat er een hotelstop is voor allerlei nieuwe plannen totdat de bezettingsgraad weer is hersteld? Waarom vindt D66 dat een hotel mogelijk is als we met z'n allen hebben afgesproken dat er een hotelstop is? Joren Noorlander (D66). Volgens mij is dat gewoon dezelfde vraag als zojuist. U krijgt dus ook hetzelfde antwoord: omdat we een bepaalde planvoorraad hebben.

Als er binnen die planvoorraad ruimte is, kan er inderdaad nog een hotel gerealiseerd worden. Aangezien dat hier ook in de gebiedsagenda's kan omdat daarin werd aangegeven dat onder 'voorzieningen' dit hotel ook mogelijk zou zijn, is het hier mogelijk. De voorzitter. De laatste keer, meneer Barker. Robert Barker (PvdD). Eigenlijk zegt de heer Noorlander dus: er is een hotelstop, maar er is een escape, want als het in het een of andere document of gebiedsagenda staat, dan mag het. In de

25

gebiedsagenda staat dat er voorzieningen mogelijk zijn. De heer Noorlander ziet hotels als voorzieningen en daardoor is de hotelstop ontweken. Joren Noorlander (D66). Het is inderdaad een van mijn frustraties dat het zo werkt in deze gebiedsagenda, want in de andere gebiedsagenda's die we hebben voor het CID, staan hotels heel goed uitgesplitst. Hier hebben ze specifiek horeca onder die voorzieningen geschaard. Ik denk dat we dat verkeerd hebben gedaan en dat we dat moeten herstellen. Dat is een van de dingen die 'overlapt' en waar ik het graag met de raad over zou willen hebben. Hinke de Groot (CDA). Ik vind het bijzonder: de heer Noorlander zegt dat in de stukken staat dat dit aan de kaders voldoet en dat het daarom dus wel daaraan zal voldoen. Ik zie dat iets anders op het punt van de hotelstop, maar u geeft aan dat er dan planvoorraad beschikbaar kan komen. Hoe ziet u het dan, ook als betrouwbare overheid, richting de ontwikkelaar dat we nog helemaal niet weten wanneer die bezettingsgraad weer op peil zal zijn en wanneer die planvoorraad beschikbaar moet komen? We moeten toch ook betrouwbaar zijn? Joren Noorlander (D66). Ik denk dat het juist enorm onbetrouwbaar is als wij nu zeggen: het valt binnen het beleid en toch vinden wij iets anders, namelijk dat het niet binnen het beleid past, en daarom vegen we dit PUK van tafel.

Ik vind het juist van betrouwbaar bestuur getuigen als we hiermee akkoord gaan. Hinke de Groot (CDA). Dat ziet mijn fractie echt anders, want we hebben bij het Haags hotelbeleid duidelijk aangegeven dat we dat echt een halt willen oproepen. Maar ik wil toch nog even doorpakken richting de ontwikkelaar. U maakt immers toch een behoorlijke wijziging. In de voorstellen is duidelijk aangegeven dat die hotelkamers nodig zijn om het hele plan te financieren, maar u gaat toch een verdieping vastzetten. Gaat dat die businesscase niet onderuithalen? Hoe kijkt u daarnaar? Joren Noorlander (D66). Die businesscase is natuurlijk voor de ontwikkelaar. Deze verdieping is aangemerkt als 'kantoren/hotelkamers' om flexibel te doen. Ik geef de voorkeur aan kantoren op deze locatie, omdat dat de reden is waarom we dit ontwikkelen. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Tot slot pak ik ook door op de vragen van de PvdA. U geeft aan dat u het amendement graag wil indienen om voor het plan te kunnen zijn. Als het amendement wordt weggestemd, bent u dan tegen dit plan? Joren Noorlander (D66). Ik denk dat het amendement het plan dermate beter maakt dat veel meer partijen daarvoor kunnen stemmen. Ik denk dat dat het belangrijkste is. Lesley Arp (SP). Ik sla aan op de discussie over de betrouwbare overheid, want ik vond die een beetje absurdistisch.

Ik vraag me af wat D66 vindt van het feit dat we in eerste instantie een plan gepresenteerd hebben gekregen dat gewoon niet strookte met het Haagse hotelbeleid, waar allerlei onjuistheden in zaten en waarvan we vervolgens met een soort copy-pasteoperatie een nieuwe versie hebben moeten laten maken. Wat zegt dat bijvoorbeeld over de betrouwbaarheid van de informatievoorziening van het college? Joren Noorlander (D66). Ik denk dat wij hetzelfde hebben geconstateerd in de eerste commissievergaderingen en dat er daarna vanuit het college een brief is gekomen met heel veel verduidelijkende en verhelderende informatie. Die is zojuist al aangehaald door Hart voor Den Haag, door meneer Dubbelaar. Ik denk dat dat me over de streep heeft getrokken om ervan overtuigd te zijn dat hier goed over na is gedacht. Lesley Arp (SP). Ik vraag me af of dat niet ook de vraag oproept in hoeverre het college hierbij echt aan het stuur heeft gezeten, want als de ontwikkelaar weg is gekomen met een planuitwerkingskader 26

waar allemaal feitelijke onjuistheden in zaten, had het college dan niet de vrijheid om aan de voorkant te zeggen: is dit wel in de haak en moeten we dit überhaupt willen doen? Joren Noorlander (D66). Ik denk juist dat het een heel goed signaal is dat de raad aan het stuur is, omdat het gewijzigd naar de raad is gestuurd. De voorzitter. Door de heer Noorlander wordt het volgende amendement (H.B D66) voorgesteld:

Amendement H.B D66 Minder hotel, meer kantoor De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van Gewijzigd voorstel van het college inzake Concept voorstel PUK Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS314089). Besluit om: • In het Planuitwerksingskader Bohemenhuis - Bezuidenhoutseweg 50-58 op pagina 4 in het zinsdeel “... een stedelijke laag van 4 verdiepingen met kantoren en hotelkamers...” de woorden “en hotelkamers” te schrappen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Een hotel is een hotel, een appartement is een appartement en hotelappartementen bestaan niet in het gemeentelijk beleid. Tijdens het commissiedebat heb ik verzocht deze term dan ook te schrappen uit het planuitwerkingskader voor de Bezuidenhoutseweg 5058. Ik ben het college en de betrokken ambtenaren erkentelijk voor dit gewijzigde PUK, waaruit deze term inderdaad geschrapt is. Een basisrecht zoals een dak boven je hoofd mag geen verdienmodel zijn. Ik hoop dus dat we ook in de toekomst de term 'hotelappartementen' niet zullen gebruiken als eufemisme voor dure, onzekere woonvormen.

Mijn fractie ziet ook dat woonwensen verschillend kunnen zijn, dat er ook zeker behoefte kan zijn aan woningen waar iemand tijdens een opdracht of tijdelijke aanstelling in Den Haag kort kan verblijven en dat een hoge doorloop in reguliere huurwoningen hogere huurprijzen tot gevolg kan hebben, wat weer onwenselijk is voor woningzoekenden. Tijdens het commissiedebat is het daarom ook veel over shortstaywoningen gegaan. Mijn fractie mist echter een duidelijke onderbouwing van de behoefte aan dit soort woningen en de gevolgen hiervan voor het beleid. Wij steunen daarom de motie die de PvdA straks zal indienen en de al ingediende motie van de ChristenUnie/SGP, die hier meer helderheid over moeten geven. Als we het voorliggende planuitwerkingskader op de inhoud beoordelen, is dit voor ons geen wenselijk plan. Er komt kantoorruimte. Om deze kantoorruimte voor de ontwikkelaar rendabel te maken, worden hotelkamers gerealiseerd. En dat nadat de raad ten aanzien van het hotelbeleid nadrukkelijk heeft aangegeven dat we voorlopig een stop willen op de groei van het aantal hotelkamers totdat de markt om méér vraagt. Volgens de regels van het hotelbeleid is deze ontwikkeling mogelijk, maar is het daarmee ook wenselijk? Wat mijn fractie betreft niet.

Totdat we het hotelbeleid hebben geëvalueerd en er aantoonbaar behoefte is aan meer hotelkamers, moeten we als raad nu niet actief nieuwe hotels gaan faciliteren. Rutger de Ridder (VVD). Mevrouw Bos zegt niet dat het niet wenselijk is maar wel mogelijk. Is het dan de taak van de raad om daar kriskras doorheen te fietsen en te zeggen: nu vinden wij het niet wenselijk en nu doen we het dus even niet, terwijl het vastgestelde beleid dat wel mogelijk maakt? Isabel Bos (GroenLinks). Volgens mij was bij het hotelbeleid de wens van de raad heel erg duidelijk: we willen nu een rem op het aantal hotelkamers. Nu ligt hier een PUK waarmee we ineens zouden instemmen met extra hotelkamers. Voor mij strookt dat niet met elkaar. Ik wil die wens die we als raad eerder zo duidelijk geuit hebben, ook in dit PUK verankerd hebben. Dat zie ik niet, want er staan gewoon hotels in. 27

Rutger de Ridder (VVD). Daar mag mevrouw Bos natuurlijk zo naar kijken, maar ik begrijp het niet helemaal. Als het college zegt dat het wél binnen de kaders past, zegt u klaarblijkelijk dat het niet binnen de kaders past en dat datgene wat het college zegt, niet klopt. Klopt dat? Isabel Bos (GroenLinks). Het is volgens mij al eerder vastgesteld: er zit blijkbaar nog heel veel ruimte binnen dat hotelbeleid. Volgens mij is het niet de intentie van de raad geweest dat dit plan nu wel zou kunnen. Nogmaals, de intentie van de raad was echt om nu een keer een rem te zetten op het aantal hotels. Dan gaan we nu toch niet langzaamaan nog een beetje verder? Een rem is gewoon een rem. De voorzitter. De heer De Ridder, de laatste keer. Rutger de Ridder (VVD). Nogmaals, ik begrijp hoe GroenLinks daarin zit, maar heeft mevrouw Bos meer informatie om die ruimte te duiden? Want het college zegt duidelijk dat het gewoon wél kan en dat het binnen de kaders past. Blijkbaar weet u iets meer dan het college. Daar ben ik wel benieuwd naar. Isabel Bos (GroenLinks). Ik denk niet dat ik meer weet dan het college. Ik heb het hotelbeleid gelezen, ik heb dit PUK gelezen en we hebben hier meerdere debatten met elkaar over gehad. Ik zie ook dat we als raad gewoon de mogelijkheid hebben om een plan te steunen of niet. Naar mijn mening past dit niet bij de mening van de raad.

Mijn fractie zal dus tegen dit PUK stemmen. Joren Noorlander (D66). Vindt mevrouw Bos een rem op het hotelbeleid hetzelfde als een hotelstop? Isabel Bos (GroenLinks). Volgens mij is 'hotelstop' de term die eerder door de raad gebruikt is toen we het hotelbeleid met elkaar hebben vastgesteld. Die term is ook in de media overgenomen. Het blijkt nu meer een rem te zijn dan echt een stop, maar ik denk dat dat een beetje een semantische discussie is. Joren Noorlander (D66). Dat is juist precies het punt waar we vandaag eigenlijk over praten: hebben we nu de mogelijkheid om geen hotels toe te voegen omdat we een hotelstop hebben of hebben we een rem met een planvoorraad? Volgens mij is het tweede het geval en is er dus ruimte voor een hotelinitiatief mits de planvoorraad dat toelaat. Is mevrouw Bos dat met mij eens? Isabel Bos (GroenLinks). Dat zijn inderdaad de regels zoals we die hebben vastgesteld: een initiatief kan zich nog steeds melden en als er ruimte is in de voorraad, kan dat worden toegevoegd. De andere vraag is dan of we daar als raad een actieve faciliterende rol in moeten spelen en of dat in lijn is met de wens die we eerder hadden. Volgens mij is dat gewoon niet zo. De voorzitter. De laatste keer, meneer Noorlander. Joren Noorlander (D66). Mevrouw Bos begon heel goed met haar antwoord, maar toen kwam de laatste zin.

Hoe faciliteren wij … Dit is mijn laatste interruptie. Ik moet deze vraag dus goed stellen. Hoe faciliteren wij extra hotels als wij een planvoorraad hebben die het aantal hotels al inkadert en die daar al een rem op zet? Dan hoeven we daar toch geen extra rem op te zetten omdat die planvoorraad dat al doet? Isabel Bos (GroenLinks). Ik vind het echt mooi hoe u dit zo presenteert. Ik weet niet of de mensen op de tribune het goed kunnen volgen, maar het is ontzettend ingewikkeld. Naar mijn mening moeten we hier ook als raad betrouwbaar in zijn. We hebben aangegeven dat we nu echt even een rem of een stop willen hebben op hotels totdat de markt aangeeft dat daar meer behoefte aan is. Dan vind ik het niet aan ons om zelf in te stemmen met een plan waarin hotelkamers zitten. Dat vind ik niet in lijn met onze eerdere uitspraken.

28

Robert Barker (PvdD). Ik zit nog bij dat begrip 'hotelstop', omdat de heer Noorlander de hele tijd framet dat dat geen hotelstop is. In het raadsbesluit van februari 2022 staat: 'het in beginsel geen medewerking verlenen aan noodzakelijke bestemmingsplanwijzigingen of afwijkingsprocedures ten behoeve van nieuwe hotelinitiatieven'. Dat klinkt best als een hotelstop. Bent u het daarmee eens? En vindt u dan dat dat ook betekent dat we als raad kunnen zeggen dat we niet meewerken, omdat we dat hebben vastgesteld in beleid? Isabel Bos (GroenLinks). Ja, daar kan ik me gewoon in vinden. Ik merk bij meer fracties ongemak over dit PUK. Volgens mij hebben we dat nu ook weer gehoord. Ik heb daarom nog een vraag aan het college. Als dit PUK niet in de huidige vorm wordt aangenomen, is er een grote kans dat dit kantoorpand nog langer leeg zal staan. Dat is natuurlijk niet wenselijk. Ik vraag de wethouders dan ook of zij in gesprek willen gaan met de eigenaar over een mogelijke tijdelijke invulling in het pand om dit leegstaande pand beter te benutten. Wellicht kan de ontwikkelaar gekoppeld worden aan culturele of maatschappelijke initiatieven die ruimte zoeken, zodat we op die manier ook al extra voorzieningen kunnen toevoegen aan de wijk om zo gezamenlijk tot een tijdelijke invulling te komen. Wij kennen nog wel wat initiatieven. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).

Waar gaan we dat van betalen? Isabel Bos (GroenLinks). Dit pand is niet van de gemeente. De grond is ook niet van de gemeente. Het is echt aan de ontwikkelaar of de eigenaar zelf of die hier een tijdelijke invulling wil realiseren, maar ik denk wel dat wij er als gemeente een redelijk beeld van hebben welke initiatieven op zoek zijn naar ruimte en wie ook het budget zou hebben om daar bijvoorbeeld iets te kunnen realiseren. Volgens mij kunnen we daar dus een mooie faciliterende rol in hebben en hoeft dat niet per se geld te kosten. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). GroenLinks vraagt hier om op de Bezuidenhoutseweg een cultuurpaleis te realiseren, maar wil daar geen beschikbaar budget voor vrijmaken. Isabel Bos (GroenLinks). Over het cultuurpaleis spreken we volgens mij later nog, maar volgens mij stel ik zoiets helemaal niet voor. Ik zeg hier niks concreets. Ik vraag gewoon of het college in gesprek kan gaan met mogelijke initiatieven die ruimte zoeken. Dat is volgens mij altijd goed, want we hebben gewoon te veel leegstand in de stad. We hebben te veel initiatieven die ruimte zoeken. Pak dan als gemeente ook die faciliterende rol. Mikal Tseggai (PvdA). Voorzitter. Als u het mij toestaat, wil ik beginnen met drie zinnen als persoonlijke noot, want dit is de eerste keer dat ik hier weer sta na er een jaar tussenuit te zijn geweest.

We gaan er geen maidenspeech van maken en het staat iedereen dus vrij om mij aan de tand te voelen, maar het is de afgelopen tijd veel over samenwerking en onderlinge sfeer gegaan. Ik wil iedereen heel erg bedanken, want iedereen heeft mij het afgelopen jaar laten zien ontzettend mee te leven. Het is me heel duidelijk geworden dat we het dus blijkbaar wel kunnen met z'n allen. Daar wil ik de raad heel hartelijk voor bedanken. (Geroffel op de tafels) De voorzitter. Welkom terug! Mikal Tseggai (PvdA). Dank u wel, voorzitter. Nu gaan we het hebben over belangrijke zaken. We spreken vandaag over het PUK Bezuidenhoutseweg. In een tijd van woningnood en doorgeslagen flexibilisering van de woningmarkt voelt mijn fractie een grote weerstand tegen dit PUK. We kunnen er best mee leven dat er kantoorruimte nodig is in de stad en dat die daarom gerealiseerd wordt op deze plek. We begrijpen ook dat er een functie bij moet komen; dat juichen we zelfs toe. Maar hotelappartementen doen geen enkel recht aan de behoefte van de stad aan betaalbare woningen. Daarom zal mijn fractie tegen dit PUK stemmen. Daarnaast heeft het proces rondom dit PUK ons doen inzien dat er onduidelijkheid is in het hotelbeleid. Daar ging het zojuist al even over: wat is onze rol als raad? Wij denken dat het aan ons is 29

om nu te zeggen dat wij dit niet willen, want blijkbaar zit er een discrepantie in het hotelbeleid en het kantorenbeleid. Wij stemmen daarom voor de door de ChristenUnie ingediende motie Beter sturen op short stay en hotelfunctie. We hopen dat deze motie duidelijkheid schept in het hotelbeleid op het punt van shortstayappartementen. Daarnaast dienen wij zelf een motie in, die mede is ondertekend door mevrouw Klokkenburg. Het dictum is best wel lang. Misschien moet ik het daarom niet voorlezen, maar daarin staat dat werkgevers en onderwijsinstellingen zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor kortetermijnhuisvesting van hun werknemers en studenten en dat wij graag zien dat er wordt onderzocht bij wie de daadwerkelijke behoefte aan short stay ligt. Dat gaat misschien niet zozeer om aantallen, maar vooral om doelgroepen. Het is belangrijk dat we deze informatie hebben bij de evaluatie van het hotelbeleid, zodat we het hotelbeleid hierop aan kunnen passen. De voorzitter. Door mevrouw Tseggai, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (H.6 PvdA) ingediend:

Motie H.6 PvdA Short stay is geen pleister voor woningnood De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van H Gewijzigd voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS314089). Constaterende, dat: • het short-stay beleid van de gemeente Den Haag op dit moment niet beperkt is tot bepaalde gebieden of wijken; • short-stay nu niet in relatie gebracht hoeft te worden tot de werkgevers die gebruik willen maken van short stay; • short-stay als doel dient voor tijdelijke bewoners en expats in Den Haag; • short-stay appartement op dit moment niet alleen gebruikt worden voor tijdelijke bewoners of expats, maar ook voor woningzoekenden die geen betaalbare woning kunnen vinden; • op korte termijn wordt gestart met de evaluatie van het hotelbeleid. Overwegende, dat: • het onwenselijk is dat er meer short stay appartementen komen in plaats van reguliere, betaalbare woningen; • het belangrijk is dat short stay appartementen hun doel dienen en niet worden gebruikt als pleister voor de woningnood. Verzoekt het college: • als onderdeel van de evaluatie van het hotelbeleid inzicht te geven in waar short stay nu al gerealiseerd is, en in welke delen van de stad het college short stay in de toekomst wil realiseren.

Hierbij rekening houdend met gebieden waar veel werkgevers en onderwijsinstellingen zitten, zoals de internationale zone en het CID; • te onderzoeken welke groepen nu precies gebruik maken van shortstay en waarom, en hierbij veel gebruikers van short stay (zoals Haagse werkgevers en onderwijsinstellingen) te betrekken; • te onderzoeken hoe Haagse werkgevers en onderwijsinstellingen een grotere verantwoordelijkheid kunnen krijgen bij het faciliteren van voorzieningen zoals short stay • hierover de Raad te informeren voor Q3 van 2023. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

30

Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Het is belangrijk om ontwikkeling in de stad mogelijk te maken, maar dat moeten we wel doen op een manier die recht doet aan de stad. We willen herkenbare, leefbare wijken bouwen, plekken waar je, als je daar aankomt, fijn aankomt. De Bezuidenhoutseweg is nu in de ogen van de VVD een rommeltje. Er zijn allerlei verschillende gebouwen met verschillende stijlen en het voorgestelde gebouw zou zomaar weer iets nieuws kunnen brengen. Als we dat nu toestaan, kan dat dus alleen als we heel strak sturen op wat er komt en hoe het eruit gaat zien. Het stoort de VVD enorm dat we nu spreken over een kader zonder dat we praten over de beeldkwaliteit. Dat is slecht en voor de VVD de allerlaatste keer. Daarom de motie Zonder beeldkwaliteit maakt de raad geen tijd, met als dictum: verzoekt het college geen planuitwerkingskader, nota van uitgangspunten of andere juridisch-planologische documenten naar de raad te sturen als daar geen beeldkwaliteitsdocument bijgevoegd is of beeldkwaliteitsplan voor door de raad is vastgesteld. Deze motie wordt mede ingediend namens Robert Barker van de Partij voor de Dieren en Judith Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. Een tweede ergernis voor de VVD is de hoogbouw die zomaar in de stad verrijst zonder dat we echt weten wat we willen. Hier is dat eigenlijk ook het geval.

We hebben de toezegging dat het college geen plan heeft om hier nog meer hoogte toe te staan. Daar zijn we blij mee, maar ik wil daar graag een uitspraak van de raad over. Daarom de motie Bohemenhuis is het laatste hoogteaccent, met het volgende dictum: verzoekt het college met het vaststellen van het Planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 te besluiten, in ieder geval tot het vaststellen van een beeldkwaliteitsplan voor het gebied, geen nieuwe hoogteaccenten mogelijk te maken op de Bezuidenhoutseweg en de raad te informeren hoe dit geborgd gaat worden. Ik baal ook van de tijdspanne van de start van het initiatief tot de behandeling van het PUK in de raad. Een ondernemer weet daardoor veel te lang niet waar hij aan toe is en als raad word je voor het blok gezet. Dat is slecht voor ons en slecht voor de stad. Ik hoor graag een reflectie van het college op dit punt. U kent mij: als ik ergens warm van word, is dat mooie architectuur, en van een interruptie van mevrouw Tseggai. De voorzitter. Het een sluit het ander niet uit. Mikal Tseggai (PvdA). De heer De Ridder zei dat het vervelend is voor de ondernemer als hij niet weet waar hij aan toe is, maar ik wachtte eigenlijk even op wat de heer De Ridder ging zeggen over huurders die niet weten waar ze aan toe zijn door doorgeslagen flexibilisering op de woningmarkt, waar dit plan natuurlijk aan bijdraagt.

Rutger de Ridder (VVD). Volgens mij is dat echt iets voor een debat over wonen. Dat gaan we vast nog een keer doen samen. Mikal Tseggai (PvdA). Volgens mij is dit een debat over ruimtelijke ordening en over wat we op die plek willen. De heer De Ridder heeft het alleen over beeldkwaliteit, hoogte en het feit dat het proces slecht is gegaan. Maar ik wachtte eigenlijk op een inhoudelijke opmerking over het plan: wat vindt de VVD van shortstayappartementen? Rutger de Ridder (VVD). Dit is volgens mij een debat over een planuitwerkingskader - een prachtig woord - voor de Bezuidenhoutseweg 50-58. Daarvoor worden een aantal plannen voorgesteld vanuit de kaders die de gemeente al heeft. In die kaders zitten nou eenmaal een aantal afspraken die we met elkaar hebben gemaakt over wat daar mag komen. Inderdaad, ik heb het over beeldkwaliteit; dat is zo'n beetje mijn dingetje. Dat gaat u vast nog vaker meemaken. Uw partij en andere partijen mogen van alles zeggen over wat u 'doorgeslagen flexibilisering' noemt. U zou willen dat we alleen maar betaalbare bouw bouwen en verder helemaal niets. Dan wordt deze stad wat mij betreft niet een stad waar ik blij van word, maar dat is aan u. De voorzitter. Mevrouw Tseggai, de laatste keer.

31

Mikal Tseggai (PvdA). Ik vind het niet erg als er minder VVD'ers in de stad wonen, maar dat geheel terzijde. Ik vind het lief van de heer De Ridder dat hij mij even uitlegt hoe de debatten hier werken, want ik ben er nou eenmaal een jaar tussenuit geweest, maar mijn vraag was heel simpel: wat vindt de VVD van shortstayappartementen? Rutger de Ridder (VVD). Ik zou het juist heel goed vinden als er wat vaker wordt gesproken over hoe we deze stad mooi en goed gaan maken. Mevrouw Tseggai mag vinden en vragen wat zij wil. Ik geef de antwoorden die ik geef. Volgens mij hebben deze mensen van de stad recht op een mooi gebouw in die straat en op mooiere gebouwen in de hele stad. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik hoorde de heer De Ridder net over een motie, maar die zie ik niet op het RIS. Ik zit te verversen. Ik kom er straks op terug. Hinke de Groot (CDA). Ik hoor de heer De Ridder spreken over beeldkwaliteit en sturen op gebouwen voor een leefbare stad. Maar volgens mij vergeet hij een essentiële randvoorwaarde, namelijk voorzieningen. Ik ben heel benieuwd hoe de heer De Ridder kijkt naar de onderbouwing van de benodigde voorzieningen voor het project en of hij voor of tegen dit voorstel gaat stemmen. Rutger de Ridder (VVD). Ik ken mevrouw De Groot als een groot voorvechter van voorzieningen. Daar trekken wij altijd graag samen met het CDA in op.

Ik vind de door u ingediende motie over nadenken over hoe je hotels eigenlijk als voorzieningen moet inzetten een hele goede. Daarom staan wij daar ook onder, met u. In dit plan zijn er wel wat tegenstrijdigheden tussen de ene brief en het PUK over het gebruik van voorzieningen voor dit PUK, maar ik denk dat het college ook in de commissie duidelijk heeft aangegeven - en straks wellicht nog eens zal aangeven - in hoeverre die voorzieningen worden gebruikt. Ik denk dat de stad wél zit te wachten op deze vorm van voorziening, op dit soort hotel. Hinke de Groot (CDA). Ik ben heel benieuwd of de VVD vindt dat hotelvoorzieningen ook bijdragen aan de leefbaarheid van de wijk. U refereert ook aan de toelichting in de brief. Daar staat inderdaad dat dit een impuls kan geven aan de omgeving, maar zonder onderbouwing. Ik ken de VVD als een partij die de LER belangrijk vindt en die ook een kwantitatieve onderbouwing wil, maar er staat geen enkele kwantitatieve onderbouwing, terwijl het wel over mensen gaat die er vier maanden gaan verblijven. Waarom is de VVD van mening veranderd bij dit project? Rutger de Ridder (VVD). Wij vonden, vinden en blijven vinden dat het belangrijk is om met elkaar goed na te denken over die voorzieningen.

Kijkend naar dit plan en naar wat het toevoegt in de stad aan kantoren … Over die kantoren wordt gezegd 'teruggebracht' en dat klopt, want die kantoren worden nu gewoon niet gebruikt. Tijdelijke invulling kan dus helemaal niet, want het gebouw zit vol asbest. Het lijkt me dus prima om dat gebouw niet meer te gebruiken; maar goed, dat moet u vinden. Belangrijk bij die voorzieningen is dat je gewoon met elkaar kijkt wat er nodig is in de stad. Daar is die LER heel belangrijk voor; daar komen we straks nog over te spreken in dat debat, maar op dit moment denk ik dat de voorzieningen afdoende zijn. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Dan constateer ik dat de Haagse VVD hier zonder onderbouwing van de voorzieningen - ja, misschien wel van de commerciële voorzieningen, maar niet van de maatschappelijke voorzieningen - toch hiermee akkoord gaat, hoewel het misschien toch een beetje afwijkt. Ik roep de heer De Ridder op om bij volgende projecten hier wat strikter in te zijn. Volgens mij kunnen we er dan goed samen in optrekken om te zorgen dat er wel genoeg voorzieningen komen, want die ontbreken echt bij dit project. Rutger de Ridder (VVD). De oproep van mevrouw De Groot om met deze raad veel harder te sturen op voorzieningen, onderschrijf ik op zich van harte.

Ik denk dat het college ook die oproep van harte onderschrijft, maar het gaat erom dat het verschil tussen mevrouw De Groot en mij op dit moment is 32

dat ik in moties een aantal verbeteringen voor mij heb leggen om het plan beter te maken en dat ik daar ook een aantal moties voor ondersteun, maar dat ik uiteindelijk wél denk: wat is nou het beste voor de stad? Is dat een pand dat niet gebruikt wordt en dat de komende jaren ook niet gebruikt zal worden van een ondernemer die denkt: het geld dat ik er nu voor inzet, krijg ik nooit meer terug, maar ik ga voorlopig ook niks meer in Den Haag doen? Of is dat een stad die uiteindelijk wél doorontwikkelt? De VVD kiest voor een stad die wél doorontwikkelt, want dat is goed voor Den Haag en voor onze inwoners. Isabel Bos (GroenLinks). Ik hoorde de heer De Ridder zeggen dat de stad zit te wachten op dit hotel. Daar sla ik op aan. Vindt de VVD nog steeds dat de hotelsector zich nog moet herstellen van de coronacrisis en dat de sector eerst op een bezettingsgraad van 70% moet komen voordat we uitzonderingen of aanpassingen van bestemmingsplannen gaan toestaan? Rutger de Ridder (VVD). Daar verandert niets aan, want dat is nog steeds de regel. Ik probeerde u zojuist met mijn interruptie te vragen hoe u naar de regels kijkt. Ik kijk naar de regels zoals ze zijn. De voorraad die nu hier wordt voorgesteld, komt in die planvoorraad op het moment dat daar ruimte voor is. Zo werkt het; zo gaan we het dus ook gewoon doen. Isabel Bos (GroenLinks).

We stemmen hier nu dus in met iets wat de komende jaren waarschijnlijk nog niet gerealiseerd zal worden, want daar is nog geen ruimte voor. Klopt dat? Rutger de Ridder (VVD). Twee weken geleden kregen we door dat Den Haag de stad is met op één na de meeste overnachtingen. Toen dacht ik: het gaat goed met Den Haag en de economische kracht van deze prachtige stad viert weer hoogtij; we moeten in deze tijden ook een beetje positief zijn. Mevrouw Bos denkt daar anders over; dat is jammer. Maar als wij instemmen, wordt dit inderdaad toegevoegd aan die voorraad. Als die ruimte er is om die voorraad te bouwen, gaan we bouwen, maar eerst moet er natuurlijk nog wel een ontwerp gemaakt worden. Ik heb een tijdje in de bouw gezeten en ik weet dat dat even duurt. Als we hier eenmaal komen met de VVGB, is er misschien wel ruimte. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). In de motie Bohemenhuis staat iets over hoogteaccenten. Wat bedoelt de VVD daarmee? Rutger de Ridder (VVD). Ik heb de motie nog niet ingediend. Zal ik eerst de inleiding daarvan doen? Ja, de motie kan al wel op het RIS staan, maar ik heb haar nog niet ingediend. Voorzitter, ik weet dat u wil dat we een motie eerst indienen en er dan pas over praten; en ik heb nog een hele mooie inleiding. Wij hebben de uitspraak van het college dat het Bohemenhuis uiteindelijk het laatste hoogteaccent wordt voor dit gebied.

Daarom wil ik graag een motie indienen. Dat is de motie Bohemenhuis is het laatste hoogteaccent, met als dictum: verzoekt het college met het vaststellen van het Planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 te besluiten in ieder geval tot het vaststellen van een beeldkwaliteitsplan voor het gebied geen nieuwe hoogteaccenten mogelijk te maken op de Bezuidenhoutseweg en de raad te informeren hoe dit geborgd gaat worden. Volgens mij had ik deze motie al wél ingediend. Wat was de vraag van de heer Dubbelaar? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ook voor de kijkers thuis: wat bedoelt de VVD met 'hoogteaccenten'? Rutger de Ridder (VVD). In het PUK wordt één hoogteaccent genoemd, namelijk van 44 meter. Ik wil niet dat er nog meer van dit soort accenten op de Bezuidenhoutseweg bij komen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Wanneer is iets een hoogteaccent? Bij 40 meter, bij 41 meter, bij 24 meter? Waar ligt dat? Hoe ziet de VVD dat? Rutger de Ridder (VVD). Een hoogteaccent is iets wat uitsteekt boven de andere gebouwen. Deze van 44 meter steekt behoorlijk uit boven de andere gebouwen.

33

De voorzitter. De laatste keer, meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat snap ik, maar uiteindelijk moet dit wel ergens landen en moet het gewoon zwart-wit zijn. Waar ligt die grens dan? Ik begrijp wel wat de VVD vraagt, maar het is zo onduidelijk. Help me om het duidelijk te maken. Dan kan ik overwegen om meneer De Ridder te steunen. Rutger de Ridder (VVD). Dat laatste is natuurlijk sowieso een goed idee. Ik ga dus nog proberen om het heel goed uit te leggen. Ik bedoel dat eigenlijk alles wat er nu is en de hoogtes die er nu zijn, blijven zoals ze zijn. Dan komt er nog Bezuidenhoutseweg 50-58; die wordt 44 meter. Ik kan mij voorstellen dat er misschien ergens een keer een meter op moet omdat er iets nieuws komt. Dan is dat niet een hoogteaccent, want dan is dat eigenlijk in de marge van de hoogtes die er zijn. De voorzitter. Mevrouw Bos, u heeft er toch al drie gehad of niet? Volgens mij wel. Ja, u bent zojuist al geweest. Oké, doe maar, even snel. Isabel Bos (GroenLinks). Sorry, ik raak nu toch een beetje in de war van dit hoogteaccent. U geeft aan dat het daarbij gaat om iets hogers dan wat er staat, maar u wilt dus eigenlijk dit jaar aanhouden als nulmeting. Of is dat wanneer dit gebouw er straks staat? Mag er dan iets naast komen van 43 meter? Want dan is dat geen hoogteaccent meer. Rutger de Ridder (VVD).

We hebben bedacht dat we in ieder geval nu zeggen dat het college geen enkel plan meer in behandeling gaat nemen dat iets doet wat hoger is dan wat er nu staat. Daarom staat er ook: 'tot het vaststellen van een beeldkwaliteitsplan voor het gebied'. Dan gaan we bij het beeldkwaliteitsplan zeggen: de hoogte is dit; punt. Isabel Bos (GroenLinks). Ook nu hoor ik u zeggen: 'hoger dan wat er nu staat'. Maar dit is dus al hoger dan wat er nu staat. Ik kan het niet met elkaar rijmen. Rutger de Ridder (VVD). Niet om flauw te doen, maar mevrouw Bos wil het niet rijmen. Volgens mij is het heel simpel: uiteindelijk staat er nu wat er staat. We hebben een PUK; dat is het enige plan dat voorligt en dat zegt dat dit 44 meter hoog mag zijn. Ik wil dat er naast dit van 44 meter, dat er nog gaat komen en waar wij vandaag de kaders voor vaststellen die buiten het bestemmingsplan om gaan want het bestemmingsplan staat dit niet toe - niets meer wordt toegestaan. Nog een paar kleine dingetjes. U kent mij: ik vind het belangrijk dat we mooie gebouwen bouwen in deze stad. Daarom heb ik nog een laatste motie, die is geïnspireerd door een motie die deze raad op 7 oktober 2021 in het debat over Bellevue heeft aangenomen. Die motie heette toen Een mooi zicht op Bellevue en was ingediend door de heer Barker.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13042830/3