CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316311 Beantwoording SV Meeuwenoverlast spuugzat

Commissie Leefomgeving 26 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Duurzaamheid, Energietransitie, Klimaatadaptatie en Buitenruimte inzake Voortgangsbrief nota dierenwelzijn 20221.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

19 september 2023

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heren Blom en Martinez van Andel, luidend: ‘Meeuwenoverlast spuugzat’

DSB/10591656 RIS316311

De raadsleden de heren Blom en Martinez van Andel hebben op 16 augustus 2023 een brief met daarin drie vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college bekend met de aanhoudende berichtgeving van toenemende overlast van agressieve meeuwen?

Het college is hiermee bekend. 2.

Fractie Hart voor Den Haag hoort constant wat er niet kan of mag. Wat doet het college concreet wél om de toenemende overlast te bestrijden? Graag een gedetailleerd antwoord.

De overlast die meeuwen veroorzaken valt in twee categorieën uiteen. Ten eerste zijn hier de (grotendeels) buiten de stad broedende meeuwen die naar Den Haag komen om eten te zoeken. Tellingen uit 2018 laten zien dat op topdagen dit tot 10.000 individuen kunnen zijn. Deze komen grotendeels uit het Rotterdamse havengebied, maar mogelijk ook nog van verder weg. Van de kleine mantelmeeuw is bekend dat voedselvluchten van 40-80 km niet ongewoon zijn. De overlast van foeragerende meeuwen bestaat voornamelijk uit het opentrekken van vuilniszakken en het afpakken van voedsel van mensen met de daarbij horende geluidsoverlast. De trek naar steden om daar te foerageren is niet nieuw. Deze is in de vorige eeuw begonnen met een tekort aan beschikbaar voedsel als gevolg van het afdekken van vuilnisbelten en heeft recent een extra impuls gekregen met de gefaseerde invoering van de aanlandplicht van ondermaatse vis in de periode 2015 en 2019, waarmee ook deze voedselbron is weggevallen. Het is evident dat als gevolg hiervan een stad als Den Haag nog jaren lang zal fungeren als foerageergebied. Overlast van foerageerde meeuwen is uitsluitend en alleen te verminderen door de beschikbaarheid van voedsel voor meeuwen te beperken.

Het college zet daarbij in op het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers, het gratis beschikbaar stellen van vuilniszakken die meeuwen minder eenvoudig kunnen openmaken en het geven van voorlichting over op een juiste wijze aanbieden van afval. Tevens wordt voorlichting gegeven over het niet voeren van dieren. Naast de overlast van foeragerende meeuwen is er de overlast van op daken broedende meeuwen, die bestaat uit intense geluidsoverlast gecombineerd met het fysiek verdedigen van eieren en jongen. Deze vorm van overlast vindt zijn oorsprong in het verlies van veilige broedlocaties op de grond als gevolg van de opkomst van de vos, het uitgeven van gronden waar meeuwen broeden voor exploitatie en het tot voorkort grootschalig oliën van meeuweneieren in het havengebied van Rotterdam. Het college brengt deze problematiek al geruime tijd onder de aandacht bij de provincie Zuid-Holland.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10591656

Resultaat hiervan is geweest dat in de “Herziening Omgevingsbeleid Module Soortenbeleid” van de provincie is opgenomen dat gemeenten een vrijstelling van de Wet natuurbescherming kunnen krijgen voor het aanpakken van de overlast van broedende meeuwen. Met deze vrijstelling erkent de provincie dat aan de noodzaak tot het aanpakken van de overlast een in de Europese Vogelrichtlijn opgenomen belang ten grondslag ligt. De populatietrend van met name de zilvermeeuw en in mindere mate de kleine mantelmeeuw heeft zich de laatste jaren echter helaas niet gunstig ontwikkeld. Dit heeft als gevolg dat er binnen de genoemde vrijstelling nauwelijks ruimte tot daadwerkelijk handelen is. Het aanpakken van overlast mag volgens de Europese Vogelrichtlijn namelijk niet leiden tot een verslechtering de van instandhouding van de betrokken soorten. Naar aanleiding van het voornemen om een ontheffing voor het oliën van eieren aan te vragen (RIS 307770) is gebleken dat, als gevolg van de ongunstige populatietrend, er slechts juridische ruimte is voor het behandelen van circa 1,5 % van de in Den Haag aanwezige nesten van de kleine mantelmeeuw. Juridische ruimte voor het behandelen van nesten van de zilvermeeuw is helemaal niet aanwezig. Hetzelfde dilemma speelt in het gebied van de Rotterdamse haven.

Waar tot voor enkele jaren terug op jaarbasis enkele duizenden nesten werden behandeld, is dit met het vigerende faunabeheerplan voor de haven beperkt tot nog slechts enkele tientallen nesten. Voorlopig zal er nog geen verandering optreden in de hierboven geschetste impasse, hiervoor moet eerst de meeuwenpopulatie zich herstellen en stabiliseren. Het college blijft daarom bij de provincie benadrukken dat het noodzakelijk is dat er voldoende grote, veilige, vosvrije grondkolonies beschikbaar blijven en komen. Pas dan komt er weer juridische ruimte om de populaties in de steden te laten krimpen. De enige daadwerkelijke oplossing voor de meeuwenoverlast in steden kan naar mening van het college alleen worden gevonden in een landelijk meeuwenplan waarin de belangen van inwoners van steden, natuurbescherming, exploitatie van havenbedrijven en energietransitie zorgvuldig worden afgewogen. De gemeente Den Haag blijft daarom landelijk actief op het gebied van meeuwenoverlast in grote steden en neemt in 2023 deel aan een landelijke inventarisatie naar dakbroedende meeuwen. Dakbroedende meeuwen worden anno 2023 in het gehele land aangetroffen.

De kans bestaat dat de landelijk geconstateerde teruggang van kleine mantelmeeuwen deels te wijten is aan een trek van de kust naar het binnenland, waarmee dieren buiten de reguliere landelijke tellingen vallen en de daadwerkelijke populatie vitaler is dan wordt aangenomen. Het college zal niet nalaten om, wanneer de resultaten van dit onderzoek gunstig zijn, de uitkomsten van dit onderzoek ten gunste van de aanpak van dakbroedende meeuwen in Den Haag te gebruiken. 3.

In bepaalde gebieden, zoals in de Rotterdamse haven, worden ontheffingen verleend om zodoende de meeuwenpopulatie te beperken danwel te sturen (door middel van oliën van de eieren, vervangen door plastic eieren of het verplaatsen van nesten). Op deze manier kan de beschermde status van de meeuw intact blijven, behalve in die gebieden. Den Haag en vooral de kuststrook zou ook een speciale ontheffing moeten hebben. Is het college bereid zich daarvoor in te spannen en zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 2. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13170024/2