RIS316290 Toelichting beoordelingskader en subsidieregelingen Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
OCW/10564432 RIS316290 Contactpersoon
Marleen Leroy Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 E-mailadres
marleen.leroy@denhaag.nl
Datum
8 augustus 2023 Onderwerp
Toelichting beoordelingskader en subsidieregelingen Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028
Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 (RIS315711) (hierna Beleidskader 2025-2028) in uw commissie van donderdag 22 juni 2023 is een brief toegezegd waar ingegaan wordt op de volgende punten: 1. 2. 3.
wijze van subsidiering van aanvragen onder de € 100.000,-; toelichting op het beoordelingskader van de Adviescommissie 2025-2028; omgang met culturele gedragscodes en weging van fair pay binnen de verschillende subsidieregelingen.
Ad 1. Wijze van subsidiëring van aanvragen onder de €100.000 Uw commissie heeft aandacht gevraagd voor het mogelijk opdrijvende effect van een vierjarige regeling vanaf € 100.000,-. Instellingen zouden meer subsidie aanvragen dan nodig om daarmee zeker te stellen dat ze in aanmerking kunnen komen voor een vierjarige subsidie. Daarnaast is tijdens hetzelfde debat geopperd vierjarige subsidiëring mogelijk te maken voor instellingen die niet aan de strengere bedrijfsvoeringseisen, zoals is voorzien in de vierjarige regeling, kunnen voldoen. Het college zou het ongewenst vinden indien instellingen meer subsidie gaan aanvragen dan nodig is, alleen om daarmee in aanmerking te kunnen komen voor een vierjarige subsidie. Tegelijkertijd is het college van mening dat het proportioneel is om aan instellingen die een vierjarige subsidie ontvangen strengere eisen te stellen op het gebied van bedrijfsvoering. Hierop een uitzondering maken voor instellingen die kleinere bedragen aanvragen past niet in de beleidsdoelen waar we naar streven. Daarbij maakt het toevoegen van een extra categorie het differentiëren van criteria in deze regeling ten opzicht van de tweejarige regeling en de vierjarige subsidieregeling van boven de € 100.000,- diffuus en complex. Ook leidt het tot meer concurrentie binnen een categorie. Zeker indien deze relatief klein qua budget is.
Het bepalen van een ‘redelijk’ budget voor een kleine categorie is daarbij erg lastig, omdat dit sterk afhankelijk is van het moeilijk te voorspellen aanvraaggedrag van instellingen (hoeveel gaan ze aanvragen en onder welk categorie?).
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10564432
Afwegingen bij een alternatief voorstel: • Het verlagen van het instapniveau van de vierjarige subsidieregeling categorie B onder gelijkblijvende beoordelingseisen is met name gericht op instellingen die nu onder € 100.000,subsidie ontvangen, maar prima uit de voeten kunnen met strengere bedrijfsvoeringseisen. Het gaat dan bijvoorbeeld om instellingen die al een stevige financieringsmix hebben omdat ze vanuit landelijke cultuurfondsen cofinanciering ontvangen. Het gelijke speelveld binnen de MJBsubsidietender blijft voor die instellingen behouden. • Het argument van lagere administratieve lasten geldt minder voor deze instellingen omdat ze vaak al bij andere subsidienten grotere aanvragen/plannen/verantwoordingen moeten schrijven. Gezien de afstemming van aanvraagprocedures tussen de G9-gemeenten, het rijk en de cultuurfondsen, is de systematiek van het MJB geen onoverkomelijke opgave. • We pleiten voor een instapniveau van minimaal € 50.000,- omdat voor de instellingen, en tevens voor de gemeente, de administratieve werkzaamheden voor vierjarige subsidies van onder de € 50.000,- niet meer proportioneel zijn. • Omdat de vierjarige subsidieregeling categorie B door verlaging van het instapniveau toegankelijk is voor meer instellingen dient een groter budget voor deze regeling ter beschikking te worden gesteld.
De verwachting is dat een oplopend aantal van de huidig gesubsidieerde MJBinstellingen zal kiezen voor de vierjarige subsidieregeling. Het budget van zowel de tweejarige regeling als de vierjarige subsidieregeling categorie B moet hierop worden aangepast. Het plafond voor de vierjarige regeling zou dan met € 1.000.000,- worden verhoogd; het plafond voor de tweejarige subsidieregeling categorie A wordt dan met € 1.000.000,- verlaagd. • De tweejarige subsidieregeling zal meer dan in het oorspronkelijke voorstel gericht zijn op nieuwe kleine aanvragers. Het beschikbare budget zou dan bijgesteld worden naar € 500.000,- per jaar. • Vanwege het neerwaarts bijgestelde budget kan de tweejarige subsidieregeling nog beperkt dienen als vangnet voor instellingen waarvan de aanvraag in het kader van de vierjarige subsidieregeling niet is gehonoreerd. Consequentie is ook dat er in totaal minder instellingen gehonoreerd kunnen worden als de vierjarige subsidieregeling categorie B wordt opgehoogd (hogere aanvragen) ten koste van de tweejarige subsidieregeling (lagere aanvragen). Daartegenover staat dat er meer instellingen in aanmerking kunnen komen voor een vierjarige subsidie.
Uiteenzetting in cijfers Toegekende subsidies onder de € 100.000,- in 2020 voor de periode 2021-2024: • In totaal kregen 26 instellingen (van de in totaal circa 70 MJB-instellingen) een jaarlijkse subsidie van minder dan € 100.000,- toegekend. • Hiervan hadden 15 instellingen minder dan € 100.000,- aangevraagd. • 11 instellingen hadden € 100.000,- of meer aangevraagd, maar kregen een jaarlijkse subsidie van minder dan € 100.000,- toegekend. • 11 instellingen hebben een jaarlijkse subsidie van minder dan € 50.000,- toegekend gekregen. Inschatting aanvraagcijfers 2025-2028: Het inschatten van het aanvraaggedrag van instellingen die in 2023 minder dan € 100.000,- subsidie ontvangen is niet eenvoudig. Instellingen zullen immers een afweging maken tussen de tweejarige regeling (beperkte administratieve last en lagere eisen) en de vierjarige regeling (langer zekerheid bij een toekenning). • Naar verwachting gaan – mede op basis van de hoogte van de huidige MJB-subsidies die men in 2023 ontvangt – circa 11 MJB-instellingen boven de € 100.000,- aanvragen en circa 8 MJB-instellingen tussen de € 50.000,- en € 100.000,- aanvragen. • Naar verwachting gaan 3 van de MJB-instellingen minder dan € 50.000,- aanvragen. • Een aantal MJB-instellingen wordt vanaf 2025-2028 op een andere wijze gefinancierd.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10564432
Dit bovenstaande in ogenschouw nemend, gaat het college graag met u in gesprek over het onderstaande alternatieve voorstel: • Het instapniveau van de vierjarige subsidieregeling categorie B wordt verlaagd van €100.000 naar € 50.000,- per jaar. • De strengere bedrijfsvoeringseisen gelden voor alle instellingen die in aanmerking willen komen voor een vierjarige subsidie, ook indien er minder dan € 100.000,- per jaar wordt aangevraagd. De verplichte accountantscontrole bij de jaarrekening blijft alleen gelden voor subsidiebedragen van boven de € 100.000,-. • Er blijft een tweejarige regeling categorie A waarvoor instellingen tot een bedrag van € 100.000,- per jaar subsidie kunnen aanvragen. • De budgetten voor de subsidieregelingen categorie A en B worden aangepast. Voor de vierjarige subsidieregeling categorie B is dan € 9.016.000,- beschikbaar (i.p.v. € 8.016.000,-) en voor de tweejarige subsidieregeling categorie A is € 500.000,- beschikbaar (i.p.v. € 1.500.000,-). Ad 2. Toelichting op het beoordelingskader van de Adviescommissie 2025-2028 In hoofdstuk vier van het Beleidskader 2025-2028 zijn de beoordelingsrichtlijnen voor de Adviescommissie 2025-2028 opgenomen, te weten: 1. artistiek-inhoudelijk beleid; o Richtlijnen specifiek voor Cultuurankers; o Richtlijnen specifiek voor Cultuureducatie instellingen; o Richtlijnen specifiek voor makers/talentontwikkeling instellingen; 2.
zakelijk beleid; 3. diversiteit en inclusie. Voor de beoordeling van het criterium artistiek inhoudelijke beleid van de Cultuurankerfuncties en instellingen die zich voornamelijk bezig houden met cultuureducatie, talentontwikkeling en het begeleiden en faciliteren van makers worden de deelcriteria op een andere inhoudelijke wijze beoordeeld dan instellingen die zich voornamelijk richten op een artistiek inhoudelijke output. Ook voor deze uitwerking verwijzen we naar hoofdstuk vier van het Beleidskader 2025-2028. Differentiatie van beoordelingscriteria binnen de subsidieregelingen Aan deze verschillende subsidieregelingen wordt nog gewerkt, maar voor alle subsidieregelingen geldt het volgende: • de beoordelingscriteria zijn in lijn met de beoordelingsrichtlijnen zoals deze in hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028 staan beschreven; • ieder beoordelingscriterium bestaat uit verschillende deelcriteria die tevens zijn gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028; • het aantal beoordelingscriteria is afgestemd op de hoogte van de minimale en maximale aan te vragen subsidie. De differentiatie in beoordelingscriteria kan er dan als volgt uit zien: Beoordelingscriteria voor subsidieregeling categorie A: 1. artistiek-inhoudelijk beleid (1-3 deelcriteria – aantal nog nader te bepalen, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028); 2.
zakelijk beleid (1-3 deelcriteria - aantal nog nader te bepalen, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028); 3. diversiteit en inclusie (1-2 deelcriteria - aantal nog nader te bepalen, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028).
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10564432
Beoordelingscriteria voor subsidieregeling categorie B: 1. artistiek-inhoudelijk beleid (5 deelcriteria, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028); 2. zakelijk beleid (5 deelcriteria, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028); 3. diversiteit en inclusie (4 deelcriteria, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 20252028). Beoordelingscriteria voor subsidieregeling categorie C: 1. artistiek-inhoudelijk beleid (5 deelcriteria, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028); 2. zakelijk beleid (5 deelcriteria, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028); 3. diversiteit en inclusie (4 deelcriteria, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 20252028); 4. cultuureducatie (1-3 deelcriteria - aantal nog nader te bepalen, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028); 5. makersklimaat/talentontwikkeling (1-3 deelcriteria - aantal nog nader te bepalen, gebaseerd op hoofdstuk 4 van het Beleidskader 2025-2028). Aanvraagstructuur in verschillende subsidieregelingen Een aanvrager (rechtspersoon) mag gebruik maken van de drie subsidieregelingen, maar kan maximaal één aanvraag per subsidieregeling indienen en kan uiteindelijk maar één meerjarige subsidie ontvangen.
Indien een aanvrager meerdere aanvragen in verschillende subsidieregelingen indient, verloopt de behandeling van de aanvragen als volgt: een aanvraag in categorie C heeft voorrang boven een aanvraag in categorie B. Een aanvraag in categorie B heeft voorrang boven de aanvraag in categorie A. Indien een rechtspersoon bijvoorbeeld een aanvraag heeft ingediend in zowel categorie A als in categorie B en de aanvraag in categorie B wordt toegewezen, wordt de aanvraag die in categorie A is ingediend niet gehonoreerd. Uitzonderingen: • Een aanvrager die een aanvraag indient in categorie C kan geen aanvraag indienen in categorie A. • Indien een aanvrager een begrotingssubsidie ontvangt, kan deze aanvrager geen tweede meerjarige subsidieaanvraag indienen. Binnen een subsidieregeling kan een aanvrager slechts één aanvraag indienen. Het is uitgesloten dat eenzelfde aanvrager binnen de subsidieregeling categorie B zowel een aanvraag voor de algemene MJB subsidietender indient als voor één van de functies. Ook binnen categorie C kan een aanvrager slechts voor één van de functies een aanvraag indienen. Adviescommissie tweejarige regeling (categorie A) De tweejarige regeling vult een leemte tussen de projectsubsidies enerzijds en de vierjarige subsidies anderzijds.
Juist vanwege deze positie wordt voor de tweejarige subsidieregeling voorgesteld een Adviescommissie samen te stellen bestaande uit leden van de Adviescommissie MJB 2025-2028 en van de Adviescommissie Haagse Kunst en Cultuurprojecten. Gezien alle leden van beide adviescommissies regelmatig activiteiten bezoeken binnen de culturele sector heeft deze commissie een zeer breed beeld van de Haagse culturele infrastructuur hetgeen van belang is bij de beoordeling van alle aanvragen.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10564432
Adviescommissie 2025-2028 vierjarige regelingen (categorie B, C en begrotingssubsidies) De Adviescommissie 2025-2028 beoordeelt alle aanvragen die ingediend worden in de subsidieregelingen categorie B (inclusief de aanvragen voor de functies), categorie C en de aanvragen die in aanmerking komen voor begrotingssubsidies. De Adviescommissie 2025-2028 doet dit door binnen de verschillende regelingen en de functies de aanvragen te toetsen aan de beoordelingscriteria en ze onderling met elkaar te vergelijken. Op basis daarvan kent de Adviescommissie 2025-2028 aan iedere aanvraag punten toe, die in afstemming met andere adviescommissieleden, inhoudelijk worden onderbouwd. Hierdoor wordt iedere aanvraag voorzien van een afgewogen advies. Ad 3) Omgang met codes en weging van fair pay binnen de verschillende subsidieregelingen Daarnaast werd in het debat met uw commissie aandacht gevraagd over de omgang met de codes en in het bijzonder over fair pay in relatie tot de beoordeling van de aanvragen. Hieronder gaan we zowel in op de omgang met de codes als mede op de weging van fair pay. Omgang met de Governance Code Cultuur, Fair Practice Code en Code Diversiteit & Inclusie. De drie codes zijn opgesteld voor én door de cultuursector. Ze kwamen tot stand in overleg met en op aanraden van culturele organisaties. Ze sluiten inhoudelijk op elkaar aan en versterken elkaar.
Door de drie codes tot belangrijke voorwaarden voor het aanvragen van subsidie te maken, moedigen we instellingen aan te werken aan een gezonde en weerbare culturele sector waarbij een duurzaam artistiek en zakelijk beleid centraal staat. In afstemming met het Rijk, de rijkscultuurfondsen en de G9-gemeenten onderschrijven we het belang van de Governance Code Cultuur, Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie. De praktische uitwerking daarvan en de omgang daarmee wisselt, om zo goed mogelijk aan te sluiten op de lokale context en behoeften. Als hoofdlijn wordt ernaar gestreefd de codes zoveel mogelijk te zien en uit te vragen als een integraal onderdeel van het gehele inhoudelijke en bedrijfsmatige functioneren van een instelling. Dit is in lijn ook met het Advies van de Raad voor Cultuur en met de Uitgangspuntennota cultuur 2025-2028 van het Rijk. Weging van fair pay binnen de verschillende subsidieregelingen Een sterke en gezonde culturele sector verlangt dat mensen die in die sector werken een eerlijke beloning ontvangen. Een te lage beloning is niet alleen onrechtvaardig, maar is ook schadelijk voor de sector en de maatschappij als geheel. Werkenden kunnen zich onvoldoende professioneel ontwikkelen, maken ongezond veel uren en bouwen geen pensioen op.
Slechte arbeidsvoorwaarden maken de sector ook onaantrekkelijker, waardoor het moeilijk is om personeel te vinden en te behouden. Het put uiteindelijk een sector uit. Wat een eerlijke beloning is (voor professionals en amateurs), wordt niet door de gemeente bepaald. Dit maken werkgevers en werknemers onderling uit en leggen ze vast in cao’s (met vakbonden) en honoreringsrichtlijnen (met belangenorganisaties als Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten, Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals, De Zaak Nu etc.). Zo buigt de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals zich momenteel over de nog op te stellen honorariumrichtlijnen voor popmusici in relatie tot de mate van professionaliteit en de carrière-fase waarin de artiesten zich bevinden. Om te komen tot een culturele sector waarin een eerlijke beloning de norm is, is de Fair Practice Code met het daarin opgenomen principe van ‘fair pay’ een belangrijk instrument om de positie van werkenden in de culturele sector te verstevigen. We zijn ons er terdege van bewust dat met de huidige middelen keuzes gemaakt moeten worden. Wij geven de instellingen dan ook ruimte om te onderzoeken of verschillende programmeringsformats (een verdere stap naar) ‘fair pay’ mogelijk te maken.
Gezien het produceren van nieuwe producties kostbaar is, kan men denken een langere looptijd van programma’s of exposities, het hernemen van succesvolle activiteiten of het uitvoeren van door corona uitgestelde plannen en producties.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10564432
Bij de beoordeling van de aanvragen is daarom de kwantitatieve artistieke output minder belangrijk dan de wijze waarop een instelling het artistieke en het zakelijke beleid op elkaar heeft afgestemd. Beoordeling fair pay De wijze waarop fair pay in de aanvragen wordt beoordeeld is afhankelijk van de subsidieregeling (categorie A, B of C) waarbinnen de aanvraag wordt ingediend of de hoogte van de begrotingssubsidie die een instelling ontvangt. De gemeente vindt eerlijke betaling binnen de gehele sector van groot belang en verlangt volledige toepassing van de Fair Practice Code in 2033, zoals gesteld in de Cultuurvisie Den Haag 2033. Voor de beleidsperiode 2025-2028 is het college voornemens fair pay op de volgende wijze mee te laten wegen in de aanvragen: • Categorie A: Het is wenselijk dat aanvragers de Fair Practice Code, waaronder fair pay, toepassen. Hiervoor worden geen punten toegekend. Indien fair pay nog niet wordt toegepast dienen zij wel uit te leggen hoe zij gaan streven naar fair pay (Leg uit). • Categorie B: De Fair Practice Code, waaronder fair pay, is een deelcriterium van Zakelijk Beleid in de subsidieregeling waarop zowel voor het toepassen als voor de toelichting punten worden toegekend. Hiermee is toepassen nog niet verplicht, maar dient wel toegelicht te worden welke stappen worden gezet om te streven naar fair pay. (Pas toe of leg uit).
• Categorie C: De Fair Practice Code, waaronder fair pay, moet toegepast worden, het niet onderschrijven van de code is een weigeringsgrond in de subsidieregeling. (Pas toe) • Begrotingssubsidies: Instellingen die minder dan € 1.050.001,- aan jaarlijkse subsidie ontvangen worden beoordeeld op de criteria uit categorie B en instellingen die jaarlijks meer dan € 1.050.001,- ontvangen op de criteria uit categorie C. Tot slot In het debat met uw commissie is ook gesproken over de concept puntentelling. In deze brief is geen concept puntentelling opgenomen, gezien de uiteindelijke bepaling hiervan afhankelijk is van de reflectie van de raad op de inhoud van het Beleidskader 2025-2028. Het college zal dan ook pas na vaststelling van het Beleidskader 2025-2028 een besluit kunnen nemen over de vormgeving en daarmee over de uiteindelijke puntentellingen van de verschillende meerjarige subsidieregelingen. We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en gaan graag met u in gesprek over de brief en het alternatieve voorstel voor categorie B tijdens de commissievergadering op donderdag 24 augustus. Ten einde het Beleidskader 2025-2028 ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad op donderdag 7 september 2023. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
6/6