RIS316087 Rapport 'Geloven in samenspraak. Behoefte aan overleg van Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisatie.'
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Mariëlle Vavier Wethouder van Armoede, Inclusie en Volksgezondheid Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Werk, Jeugd en Sport
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag Uw kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
10562558 Ons kenmerk
OCW/ 10562558 RIS316087 Contactpersoon
Merdan Yagmur Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Datum
Stad en Bestuur OCW
4 juli 2023
Telefoonnummer
14070
Onderwerp
Rapport ‘Geloven in samenspraak. Behoefte aan overleg van Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties.’
E-mailadres
merdan.yagmur@denhaag.nl
Geachte voorzitter, Het college van burgemeester en wethouders heeft in haar afdoening (dd. 9 juni 2020) van de motie ‘Stimuleren interlevensbeschouwelijk overleg en initiatieven’ (RIS302623), toegezegd een peiling te houden onder de levensbeschouwelijke organisaties naar de behoefte aan interlevensbeschouwelijk overleg. Het Verwey-Jonker Instituut heeft in opdracht van de gemeente deze peiling uitgevoerd. De uitkomsten hiervan staan in het rapport ‘Geloven in samenspraak. Behoefte aan overleg van Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties.’ Dit rapport wordt gepresenteerd aan de Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties en gaan wethouder Hilbert Bredemeijer (Onderwijs, Jeugd en Sport) en wethouder Mariëlle Vavier (Armoede, Inclusie en Volksgezondheid) hierover in gesprek met de aanwezige organisaties. Met deze brief informeren wij u over de inhoud van het rapport en gaan wij in op de aanbevelingen en vervolgacties vanuit de gemeente. Samenvatting rapport Het rapport van het Verwey Jonker Instituut (VJI) is tot stand gekomen dankzij de medewerking van 37 verschillende religieuze en levensbeschouwelijke organisaties (lbo’s). Het rapport, dat is bijgevoegd, bevat onderstaande conclusies en aanbevelingen: Conclusies Op basis van de input die de organisaties hebben gegeven, concluderen de onderzoekers het volgende: 1.
onder Haagse levensbeschouwelijke en religieuze organisaties bestaat een behoefte aan structurele interreligieuze bijeenkomsten. De organisaties hebben nadrukkelijk geen behoefte aan losse bijeenkomsten, maar willen samen bouwen aan een overlegstructuur die een langere periode standhoudt; 2. de organisaties zien vooral meerwaarde in structurele interreligieuze bijeenkomsten in het kader van het gezamenlijk aanpakken van maatschappelijke problemen in de stad en/of wijken, zoals armoede, eenzaamheid, overlast op straat en spanningen tussen groepen in de samenleving. Veel organisaties zijn maatschappelijk betrokken en zetten zich in voor hun eigen gemeenschap en deels ook voor andere inwoners van Den Haag. De organisaties lopen echter ook tegen
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/ 10562558
3.
4.
5.
beperkingen aan, zoals beperkte beschikbare mankracht en middelen. De organisaties zien daarom meerwaarde in onderlinge samenwerking; de organisaties zouden graag zien dat de gemeente het voortouw neemt in het opzetten, organiseren en onderhouden van structurele interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten of overleggen. De organisaties zien de gemeente als de ultieme verbinder die organisaties samen kan brengen. Ook heeft de gemeente de beschikbare middelen en connecties hiervoor. De gemeente kan hierdoor het beste zorgdragen voor de continuïteit; de organisaties geven, op basis van ervaringen in het verleden, tegelijkertijd aan een beperkt vertrouwen in de gemeente te hebben met betrekking tot het zorgdragen voor deze interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten of overleggen. Ook geeft een deel van de organisaties aan niet altijd een goede verstandhouding te hebben met de gemeente en erkenning te missen voor hun rol in de Haagse samenleving. Deze zaken kunnen een belemmering vormen voor het succes van dergelijke toekomstige bijeenkomsten of overleggen; anderzijds zien de organisaties ook hun eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het welslagen van interreligieuze overleggen. Daar spreekt de wens uit de verstandhouding met de gemeente te verbeteren en de samenwerking te versterken.
Sommige organisaties signaleren ook dat de onderlinge omgang binnen een deel van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties verbeterd kan worden. Onderling respect en de bereidheid kennis te nemen van elkaars visies en meningen en verschillen daartussen te kunnen accepteren zijn een voorwaarde om onderling vertrouwen te laten groeien en daarmee onderlinge samenwerking mogelijk te maken.
Aanbevelingen Het Verwey-Jonker Instituut doet op basis van het onderzoek de volgende aanbevelingen: 1. neem als gemeente de regie in de organisatie van het interreligieus overleg; 2. richt stedelijk interreligieus overleg in als een ‘dialogue of actions’ (gezamenlijk buigen over maatschappelijke problematiek in de stad; 3. zoek samen met de organisaties ook naar praktische en thematische samenwerking in wijken en buurten; 4. ontwikkel als gemeente een lange termijnvisie op de waarde, vorm en inhoud van interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten; 5. investeer als gemeente in de relatie met religieuze en levensbeschouwelijke organisaties; 6. monitor de voortgang, tevredenheid en resultaat van interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten of overleggen. Opvolging rapport Wij bedanken de onderzoekers en de betrokken organisaties voor hun bijdrage bij de totstandkoming van dit rapport. In zowel de conclusies als aanbevelingen zien wij een goede basis om te investeren in een structureel interreligieus en levensbeschouwelijk overleg. Door ontmoetingen tussen verschillende religies, levensbeschouwingen en culturen aan te moedigen, kunnen we bijdragen aan een samenleving die diversiteit omarmt. De conclusies in het rapport laten zien dat bij de betrokken organisaties voldoende draagvlak bestaat om een dergelijk overleg in te richten. Hiervoor is wederzijds vertrouwen van belang.
Vertrouwen tussen de gemeente en organisaties en vertrouwen tussen de organisaties onderling. Het rapport benadrukt dit belang. Het opbouwen van vertrouwen heeft tijd nodig, de gemeente wil zich actief ontwikkelen tot een volwaardige partner in dit overleg, waarin zij ook de maatschappelijke meerwaarde van de organisaties ziet, waardeert en erkent. In onderstaande gaan wij verder in op de zes aanbevelingen uit het rapport. Regie Het rapport beveelt aan om als gemeente het voortouw te nemen in de organisatie van het overleg. Het college voert twee keer per jaar een algemeen overleg met levensbeschouwelijke organisaties met elke
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/ 10562558
keer een wisselende gastorganisatie en thema. Deze bijeenkomsten worden gewaardeerd en voortgezet. De gemeente wordt als neutrale partij gezien en zou zowel als gespreksleider als gesprekspartner deel moeten nemen aan het overleg. De gemeente is zich bewust van haar verschillende rollen en de afhankelijkheidspositie die organisaties hebben ten opzichte van de gemeente. Bijvoorbeeld als het gaat om subsidies en accommodatie. De gemeente vindt het daarom van belang dat de overleggen door een onafhankelijke partij worden geleid. Ook de huidige overleggen worden voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter. Dit krijgt veel waardering vanuit de deelnemende organisaties. Inrichting overleg en thematische samenwerking De aanbevelingen om het overleg in te richten als een ‘dialogue of actions’ wordt opgevolgd. Zo bepalen de deelnemende organisaties en de gemeente samen de agenda. Dit sluit ook aan bij het gemeentelijk beleid inzake inclusief samenleven. De bijeenkomsten zijn interdisciplinair en interreligieus. Het is hierbij van belang dat organisaties werken aan wederzijds begrip en vertrouwen onderling. Ook hier geldt dat het waarborgen van kernwaarden niet alleen de taak is van de gemeente, maar dat dit in samenspraak dient te gebeuren met de organisaties. De gemeente voldoet hiermee aan zijn faciliterende rol.
Investeren in relatie Graag willen wij onderstrepen dat voor wederzijds vertrouwen een blijvende inzet van de gemeente noodzakelijk is. Er wordt gewerkt aan structurele borging van de bijeenkomsten, de bijeenkomsten van het college met de levensbeschouwelijke organisaties vinden nu twee keer per jaar plaats. Hierdoor zijn de vertegenwoordigers van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in staat, om een brugfunctie te vervullen, tussen de formele (gemeentelijke) instituties, de maatschappelijke organisaties en de eigen achterban. Door deze acties, werkbezoeken en ontmoetingsbijeenkomsten tussen verschillende levensbeschouwingen aan te moedigen, kunnen we bijdragen aan een samenleving die diversiteit omarmt en waarin mensen van verschillende achtergronden in harmonie samenleven en investeren we tevens in de onderlinge relatie. Monitoring Een waardevol hulpmiddel om in te zetten is het monitoren van de voortgang, tevredenheid en het resultaat van de interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten en/of overleggen. Zo zal worden vastgelegd hoe de samenkomsten worden ervaren, wat er goed gaat en wat beter kan. De raad wordt over dit proces geïnformeerd via de jaarlijkse voortgangsrapportage Inclusief Samenleven. Willen wij in verbinding met elkaar blijven, dan moeten wij elkaar respecteren en focussen op onze gemeenschappelijke doelen.
Als wethouders willen wij verbindingen leggen en onderhouden. Niet alleen met en tussen individuen, de Hagenaars, maar ook met en tussen onze levensbeschouwelijke instellingen. Want het is belangrijk om samen ideeën, waarden en tradities te delen. Het is belangrijk om open te staan voor verschillende perspectieven. Zo kunnen wij onze waarden verbinden en samen strijden voor wederzijds begrip en solidariteit. Met vriendelijke groet, de wethouder van Armoede, Inclusie en Volksgezondheid Mariëlle Vavier de Wethouder van Onderwijs, Werk, Jeugd en Sport Hilbert Bredemeijer
3/3