CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316087 bijlage

Commissie Samenleving 26 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Werk, Jeugd en Sport én wethouder Armoede, Inclusie en Volksgezondheid inzake Rapport 'Geloven in samenspraak. Behoefte aan overleg van Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties'13.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

27 alinea's met “bijeenkomsten”: 28 42 43 181 182 195 199 205 214 223 233 234 237 243 274 289 291 302 345 350 351 352 353 361 362 364 365

Behoeften aan overleg van Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties

Geloven in samenspraak Suzan de Winter-Koçak, Amella Mesic, Maarten Davelaar en Hans Bellaart

Geloven in samenspraak Behoeften aan overleg van Haagse religieuze en levensbeschouwelijke organisaties

Suzan de Winter-Koçak Amella Mesic Maarten Davelaar Hans Bellaart

Utrecht, juli 2022

Inhoud Samenvatting4 Inleiding6 1

Onderzoeksopzet

2 Literatuur en deskresearch 2.1. Typen interreligieus overleg en aandachtspunten 2.2. Voorbeelden van interreligieuze ontmoetingen en overleg  2.3. Conclusie

8 11 11 12 14

3

Eerdere ervaringen met interreligieuze overleggen en ontmoeting  15 3.1. Meerderheid respondenten heeft ervaring met interreligieus overleg15 3.2. Variaties in contact en overleg met lbo’s 16 3.3. Missen van continuïteit in interreligieus overleg  16 3.4. Conclusie  17

4 Behoefte aan structureel interreligieus overleg  4.1. Meeste lbo’s hebben behoefte aan interreligieus overleg  4.2. Gezamenlijk Haagse maatschappelijke problematiek aanpakken 4.3. Voorkeur voor overleg op stadsniveau 4.4. Conclusie 

18 18 20 20 21

5 Initiatief en organisatie 5.1. De gemeente als initiatiefnemer  5.2. Gemeente als gespreksleider en gesprekspartner 5.3. Conclusie 

22 22 22 23

6 Mogelijke belemmeringen 24 6.1. Relatie lbo’s met de gemeente is soms complex: afhankelijkheid en wantrouwen24 6.2. Gemis aan erkenning en wederkerigheid  24 6.3. Niet alle lbo’s staan open voor interreligieuze ontmoeting  25 6.4. Conclusie  26 7 Randvoorwaarden 7.1. Continuïteit in visie en betrokkenheid gemeente  7.2. Onderling respect en gelijkwaardigheid  7.3. Overige randvoorwaarden 7.4. Conclusie 

27 27 27 28 28

8

Overkoepelende conclusies

29

9

Aanbevelingen

31

Literatuur33

3

Samenvatting De gemeente Den Haag kent een grote verscheidenheid aan religieuze en levensbeschouwelijke organisaties (lbo’s) die de grote variëteit aan geloofsen levensbeschouwelijke opvattingen onder haar inwoners weerspiegelt. Een aantal van deze organisaties heeft in het verleden te maken gehad met uitingen van intolerantie. Daaropvolgend constateerde de Haagse gemeenteraad dat het onveiligheidsgevoel van burgers die een bepaald geloof of levensbeschouwing aanhangen, zowel lokaal als landelijk toeneemt. In een motie in de Haagse gemeenteraad van 16 mei 2019 werd gesteld dat de stad gebaat zou zijn bij een structureel interreligieus overleg met vertegenwoordigers van alle Haagse geloofsgemeenschappen, waarbij veiligheid en andersoortige maatschappelijke thematiek besproken kunnen worden. Naar aanleiding van deze motie heeft de gemeente besloten om een behoeftepeiling uit te laten voeren onder Haagse levensbeschouwelijke organisaties. De gemeente vraagt zich af of er behoefte is aan meer en/of andere vormen van ontmoeting en uitwisseling. Daarbij is de vraag ook aan de orde of en in hoeverre daarbij een (meer) ondersteunende rol van de overheid gewenst wordt door de levensbeschouwelijke organisaties ’s en welke vorm deze ondersteuning zou kunnen hebben.

Het Verwey-Jonker Instituut heeft vervolgens, in opdracht van de gemeente Den Haag, in kaart gebracht welke behoefte er is aan structurele interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten en/of overleggen met en tussen vertegenwoordigers van Haagse geloofsgemeenschappen en levensbeschouwelijke organisaties. We spraken met 19 verschillende levensbeschouwelijke en religieuze organisaties en hielden een gezamenlijke werksessie met aanvullend nog 16 lbo’s. In totaal hebben 37 verschillende religieuze en levensbeschouwelijke organisaties input geleverd voor dit onderzoek.

Op basis van de gesprekken met de lbo’s kunnen we stellen dat er inderdaad behoefte is aan structurele interreligieuze bijeenkomsten. Als het aan de lbo’s ligt, wordt het gezamenlijk aanpakken van lokale maatschappelijke problematiek de voornaamste doelstelling van eventueel toekomstig interreligieus overleg. De organisaties zijn maatschappelijk betrokken en zetten zich (veel) in voor hun eigen gemeenschap en deels ook voor andere inwoners van Den Haag. De organisaties lopen echter ook tegen beperkingen aan, zoals beperkte beschikbare menskracht en middelen. Ze zien daarom een grote meerwaarde om zich samen met andere organisaties in te zetten voor maatschappelijke problematiek (zoals armoede, eenzaamheid, overlast op straat). Structurele interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten of overleggen kunnen dan een uitgelezen mogelijkheid zijn om tot samenwerking te komen. Dat de lbo’s door deelname aan dergelijke bijeenkomsten beter weten welke andere geloofsgemeenschappen en levensbeschouwelijke organisaties er in Den Haag zijn en zij elkaar beter leren kennen (een andere reden waarom de organisaties aangeven behoefte hebben aan structureel overleg) is een welkom bijeffect. Hoewel de lbo’s aangeven behoefte te hebben aan structurele samenkomsten, vindt het grootste deel dat het initiatief hiertoe niet vanuit de lbo’s moet komen.

De respondenten kijken hoofdzakelijk naar de gemeente om het overleg te initiëren en organiseren. De respondenten zien de gemeente als de ideale partij om alle organisaties bij elkaar te brengen en te houden. Tegelijkertijd geven de organisaties ook aan dat de verstandhouding met de gemeente soms complex is. Respondenten spreken van wantrouwen richting de gemeente en missen vaak erkenning voor hun inspanningen voor de Haagse burgers. Als randvoorwaarde voor het succes van eventueel toekomstig interreligieus overleg noemen de organisaties dan ook continuïteit in de visie en het handelen van de gemeente rond de waardering van interreligieuze ontmoeting in de stad en rond het bevorderen ervan. Een andere belangrijke randvoorwaarde die religieuze en levensbeschouwelijke organisaties benoemen is onderling respect en gelijkwaardigheid. De organisaties benoemen dat alle deelnemende 4

lbo’s respectvol met elkaar om dienen te gaan en elkaars visies en meningen in openheid moeten willen aanhoren. Wanneer er sprake is van onderlinge acceptatie, kan het onderlinge vertrouwen ook groeien, zo stellen meerdere respondenten. Op basis van bovenstaande bevindingen, doen wij de volgende aanbevelingen richting de gemeente: 1. 2.

3. 4. 5. 6.

Neem als gemeente de regie in de organisatie van interreligieus overleg. Richt stedelijk interreligieus overleg in als een ‘dialogue of actions’ (een dialoog die ingaat op samenwerking op humanitair, sociaal economisch of politiek gebied). Zoek ook naar praktische en thematische samenwerking in wijken en buurten. Ontwikkel een lange termijn visie op interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten. Investeer in de relatie met religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. Monitor de voortgang, tevredenheid en resultaat van interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten of overleggen.

5

Inleiding

Op stadsniveau: z z

De gemeente Den Haag kent een grote verscheidenheid aan religieuze en levensbeschouwelijke organisaties (lbo’s) die de grote variëteit aan geloofsen levensbeschouwelijke opvattingen onder haar inwoners weerspiegelt. Een aantal van deze organisaties heeft in het verleden te maken gehad met uitingen van intolerantie. Daaropvolgend constateerde de Haagse gemeenteraad dat het onveiligheidsgevoel van burgers die een bepaald geloof of levensbeschouwing aanhangen, zowel lokaal als landelijk toeneemt1. In een motie in de Haagse gemeenteraad van 16 mei 2019 werd gesteld dat de stad gebaat zou zijn bij een structureel interreligieus overleg met vertegenwoordigers van alle Haagse geloofsgemeenschappen, waarbij veiligheid en andersoortige maatschappelijke thematiek besproken kunnen worden2. Op stads- of wijkniveau kent de stad al vormen van interreligieuze ontmoeting tussen religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. Enkele voorbeelden daarvan zijn: Op wijk-, stadsdeelniveau: z z

1

Interreligieus Beraad Segbroek. Werkgroep Tolerantie Escamp.

Gemeenteraad Den Haag, RIS-nummer 302623, 2019.

2 Gemeenteraad Den Haag, RIS-nummer 302623, 2019.

z z

Interreligieuze Prinsjesdagviering. De Stadsiftar. Interreligieus Platform Zorgzaam uit Overtuiging. Incidentele bijeenkomsten op het stadhuis rond actuele maatschappelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld rondom de coronapandemie).

Structureel (in de zin dat de bijeenkomsten met enige regelmaat plaatsvinden) interreligieus overleg op stadsniveau waarbij maatschappelijke problematiek wordt besproken, ontbreekt momenteel echter in de stad. Gekeken naar soortgelijke vormen van interreligieus overleg in andere steden zoals in Amsterdam3 en Enschede4, kan een dergelijk overleg onderling begrip en respect, maar ook de sociale cohesie bevorderen. Ook kan op deze wijze de samenwerking gestimuleerd worden en kan er bijvoorbeeld gezamenlijk opgetrokken worden in het kader van maatschappelijke vraagstukken. In de eerder vermelde motie wordt de raad verzocht om structureel interreligieus overleg te initiëren met vertegenwoordigers van de religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen die de stad rijk is. Naar aanleiding van deze motie heeft de gemeente besloten om deze behoeftepeiling uit te laten voeren onder Haagse levensbeschouwelijke organisaties. De gemeente vraagt zich af of er behoefte is aan meer en/of andere vormen van ontmoeting en uitwisseling. Daarbij is de vraag ook aan de orde of en in hoeverre daarbij een (meer) ondersteunende rol van de overheid gewenst wordt door de levensbeschouwelijke organisaties ’s en welke vorm deze ondersteuning zou kunnen hebben.

3 Mo & Moos - Berichten | Facebook 4 201102-HANDREIKING-BRUGGENBOUWEN-def.pdf (geloveninsamenleven.nl)

6

Het Verwey-Jonker Instituut heeft vervolgens, in opdracht van de gemeente Den Haag, in kaart gebracht welke behoefte er is aan structurele interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten en/of overleggen met en tussen vertegenwoordigers van Haagse geloofsgemeenschappen en levensbeschouwelijke organisaties. In dit onderzoeksrapport zijn de resultaten van deze behoeftepeiling beschreven en worden er aanbevelingen gedaan voor de verdere toekomst.

Leeswijzer In deze rapportage spreken wij over religieuze en levensbeschouwelijke organisaties en daarbij volgen we de definitie van den Toorn, Davelaar, Hamdi, Reches & van Keulen (2020: 8), die onder religieuze en levensbeschouwelijke organisaties het volgende verstaan:

indien er een nieuw initiatief tot interreligieus wordt genomen. Hoofdstuk vijf focust zich op de rol die gemeente, volgens de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, het beste op zich kan nemen binnen de totstandkoming en continuering van interreligieus overleg. In hoofdstuk zes en zeven wordt er achtereenvolgens ingegaan op welke mogelijke belemmeringen de lbo’s zien bij de totstandkoming en continuering van nieuw interreligieus overleg en welke randvoorwaarden de lbo’s noodzakelijk achten voor het succes van interreligieus overleg. In hoofdstuk acht zijn de overkoepelende conclusies te lezen betreffende de hoofd- en deelvragen van dit onderzoek. We sluiten het rapport vervolgens af met aanbevelingen richting de toekomst in hoofdstuk negen.

Alle entiteiten (stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen) die hun activiteiten verrichten vanuit een levensbeschouwelijke en/of religieuze identiteit of die vanuit een levensbeschouwelijke en/of religieuze identiteit zijn ontstaan: kerken, moskeeën, synagogen, tempels en daaruit ontstane stichtingen en (samenwerkings-) verbanden. In het eerstvolgende hoofdstuk zullen wij de onderzoeksopzet verder toelichten. We beschrijven eerst de hoofd- en deelvragen en expliceren wij welke onderzoekmethoden er zijn toegepast om deze onderzoeksvragen zo goed mogelijk te kunnen te beantwoorden. In hoofdstuk twee tot en met zeven geven wij de resultaten van het onderzoek weer. In hoofdstuk twee zijn de belangrijkste highlights vanuit de beknopte literatuurstudie en deskresearch weergegeven. In de hoofdstuk drie zijn de eerste resultaten vanuit de interviews en de werksessie te lezen. In dit hoofdstuk hebben wij een beeld geschetst van de eerdere en huidige ervaringen van de lbo’s met interreligieus overleg en welke lessen de lbo’s vanuit deze ervaring(en) meenemen bij eventueel toekomstig interreligieus overleg. In hoofdstuk vier is te lezen in hoeverre Haagse lbo’s behoefte hebben interreligieus overleg en welk doel zij zich idealiter voor zich zien 7

1

Onderzoeksopzet

De hoofdvraag van dit verkennende onderzoek was: “Welke behoefte is er onder Haagse geloofsgemeenschappen en levensbeschouwelijke organisaties aan structurele interreligieuze ontmoetingsbijeenkomsten en overleggen?” Deze hoofdvraag is vervolgens onderverdeeld in de volgende deelvragen: 1.

2. 3.

4. 5. 6. 7. 8.

Wat zijn de ervaringen tot nu toe met deelname aan interreligieuze overleggen? Zijn er eventuele succes- en faalfactoren te benoemen vanuit eerdere ervaring met interreligieus overleg? In hoeverre is er ervaring met andere interreligieuze contacten in wijken of in de stad? In welke mate hebben religieuze en levensbeschouwelijke organisaties behoefte aan deelname aan interreligieus overleg? Aan welke doelen zouden deze mogelijke toekomstige interreligieuze overleggen moeten voldoen en wat zou de meerwaarde moeten zijn voor de organisaties en de samenleving? Welke onderwerpen/thema’s zouden besproken kunnen of moeten worden tijdens mogelijke toekomstige interreligieuze overleggen ? Welke vorm zouden die toekomstige overleggen kunnen krijgen? Op welke wijze kan interreligieus overleg gestimuleerd worden? Wat kan of moet de rol van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties en hun achterbannen in de samenwerking rond interreligieus overleg zijn? Wat kan of moet de rol van de gemeente in de samenwerking rond interreligieus overleg zijn?

Om zo goed mogelijk antwoord te kunnen geven op bovenstaande onderzoeksvragen, is er gekozen voor een kwalitatieve onderzoeksopzet. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden, te weten: een beknopte deskresearch, een-op-een diepte-interviews en een werksessie met meerdere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. In dit hoofdstuk zullen we de verschillende onderzoeksmethoden verder toelichten.

Deskresearch Voorafgaand aan de interviews en de werksessie, hebben wij een korte deskresearch uitgevoerd. Deze deskresearch was vooral gericht op het kunnen trekken van lessen uit eerder onderzoek en het in beeld brengen van voorbeelden van vergelijkbare interreligieuze overlegstructuren en activiteiten, zoals ‘Bruggen bouwen’ in Enschede en ‘Mo & Moos’ in Amsterdam. De deskresearch diende bovendien als input voor de topiclijst voor de diepte-interviews en als achtergrondinformatie voor het formuleren van de aanbevelingen.

Diepte-interviews Selectie In Den Haag zijn ongeveer 200 religieuze en levensbeschouwelijke organisaties bekend bij de gemeentelijke overheid. Van alle lbo’s is er, in samenspraak met de gemeente, een streefproef getrokken van 19 verschillende organisaties. Hierbij hebben wij zorggedragen voor voldoende diversiteit onder de respondenten. Hierbij hebben wij gelet op variatie in grootte van de organisatie, in religieuze en levensbeschouwelijke achtergrond en in grootte van de groep die vertegenwoordigd wordt. De geselecteerde organisaties zijn vervolgens benaderd voor een semigestructureerd diepte-interview. Door middel van interviews verkregen wij meer diepgang in de respons, bijvoorbeeld in vergelijking tot een kwantitatieve onderzoeksmethode zoals een enquête. Daarbij 8

namen we specifiek semigestructureerde interviews af waardoor we richting konden geven aan de interviews, maar ook ruimte gaven aan de respondenten om dieper in te gaan op zaken die voor hen van belang zijn. Werving De gemeente Den Haag heeft (met goedkeuring van de betreffende religieuze en levensbeschouwelijke organisaties) de contactgegevens van de 19 geselecteerde lbo’s doorgegeven aan het Verwey-Jonker Instituut. Vervolgens zijn de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties benaderd met het verzoek om aan het onderzoek deel te nemen. De benaderde lbo’s kregen als waardering voor hun deelname een cadeaubon aangeboden. Na meerdere pogingen tot contact (zowel telefonisch als per e-mail) bleek de selectie van lbo’s onvoldoende; meerdere organisaties gaven aan geen tijd te hebben voor deelname, niemand beschikbaar te hebben die in de gelegenheid was om een interview af te geven, of waren simpelweg niet bereikbaar. In samenspraak met de gemeente is de oorspronkelijke selectie vervolgens uitgebreid. Uiteindelijk zijn er 18 religieuze en levensbeschouwelijke organisaties geïnterviewd met behulp van de bemiddeling van de gemeente Den Haag. De laatste lbo is door het Verwey-Jonker Instituut “koud” benaderd via de online Sociale Kaart van de gemeente.

Werkwijze interviews Voorafgaand aan de interviews is er een topiclijst vastgesteld met de thema’s die in de gesprekken besproken zal worden. Deze topiclijst is afgestemd met de gemeente Den Haag. De gesprekken vonden wisselend face-to-face of online (via Teams) plaats, afhankelijk van de voorkeur van de respondent. Wanneer het gesprek face-to-face op locatie plaatsvond, zijn alle coronamaatregelen in acht genomen. De veiligheid van respondenten en onderzoekers staat voorop. Aan alle religieuze en levensbeschouwelijke organisaties is gevraagd welke personen binnen de organisatie het beste aanwezig konden zijn bij het interview. In de meeste gevallen is het diepte-interview afgenomen bij één vertegenwoordiger van de organisatie, bij een kleiner deel was er sprake van een duo-interview: waarbij twee vertegenwoordigers aanwezig waren. De interviews werden gehouden in de periode juli tot en met december 2021.

Overzicht geïncludeerde lbo’s Na diverse inspanningen (zie werving) zijn er in totaal 19 religieuze en levensbeschouwelijke organisaties geïnterviewd. In tabel 1 is een overzicht van alle geïnterviewde lbo’s weergegeven. Zoals in de tabel te zien is, varieerden de lbo’s van grootte, doelgroep en religieuze/levensbeschouwelijke overtuiging. Zo hebben wij gesproken met islamitische organisaties (verschillende stromingen), christelijke organisaties (verschillende stromingen), een joodse organisatie, maar ook tempels (Sikh en Hindoe). Ook hebben wij enkele levensbeschouwelijke geïnspireerde stichtingen en verenigingen geïnterviewd. Tot slot heeft aanvullend, op verzoek van de gemeente, een sleutelfiguur uit de Pakistaanse gemeenschap schriftelijke input gegeven en hebben wij een verkort interview afgenomen met de Poolse katholieke parochie (nummer 20 en 21 in tabel 1).

9

Tabel 1: Overzicht van de geïnterviewde religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, in willekeurige volgorde Organisatie

Overtuiging

Doelgroep

Opereert op welk niveau

1.

Stek

Christelijk

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

2.

Mara

Christelijk

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

3.

Hub Den Haag

Christelijk

Internationale en migrantenkerken

Stedelijk

4.

Federatie Islamitische Organisaties (FIO)

Islamitisch

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

5.

Redeemer International Church The Hague

Christelijk

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

6.

Humanistisch verbond

Humanisme

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

7.

Bahai

Bahai

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

8.

Liberale Joodse gemeente Den Haag

Jodendom

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

9.

Stichting Mescidi Kuba Moskee

Islamitisch

Turkse Nederlanders

Wijk

10.

Moskee Seyh Said

Islamitisch

Koerdische Nederlanders

Wijk

11.

Moskee Al Madinah

Islamitisch

Surinaams-Hindoestaanse Nederlanders

Wijk

12.

Stichting Ahmadiyya Isha’ Islamitisch at-i-Islam

Geen specifieke doelgroep

Stedelijk

13.

Moskee Dar Ul-Islam

Islamitisch

Pakistaanse Nederlanders

Wijk

14.

DAB-DER

Islamitisch

Turkse Nederlanders

Stedelijk

15.

Stichting Alcauther

Islamitisch

Iraakse Nederlanders

Stedelijk

16.

H. Jacobus de Meerdere en H. Paraskeva

Christelijk

Griekse Nederlanders

Stedelijk

17.

Shri Gurudwara Singh Sabha

Sikhisme

Indiase Nederlanders

Stedelijk/Wijk

18.

Moskee Annour

Islamitisch

Marokkaanse Nederlanders

Wijk

19.

Dew Mandir

Hindoeïsme

Indiase Nederlanders

Stedelijk

20. Steutelfiguur Pakistaanse gemeenschap

Islamitisch

Pakistaanse Nederlanders

Stedelijk

21.

Christelijk

Poolse Nederlanders

Stedelijk

Poolse Parochie Den Haag

Werksessie Om enerzijds de bevindingen vanuit de diepte-interviews te toetsen en anderzijds ook de inbreng van andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties mee te nemen binnen het onderzoek, is er ook een gezamenlijke werksessie georganiseerd. De bijeenkomst vond online plaats in november 2021. Voor deze expertmeeting zijn alle religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in Den Haag uitgenodigd. Via de gemeente Den Haag is er per e-mail een uitnodiging verstuurd naar alle lbo’s in de stad. Daarna heeft de gemeente twee herinneringsmails verstuurd. Tijdens de werksessie zijn de belangrijkste resultaten uit de gehouden interviews besproken en zijn de aanwezigen gevraagd in hoeverre zij de resultaten herkenden. Ook wisselden de deelnemers hun ervaringen uit over eerdere interreligieuze samenwerkingen en overleggen, en gaven zij aan wat aandacht verdient bij het vormgeven en organiseren daarvan. In totaal namen 16 levensbeschouwelijke organisaties deel aan de werksessie. Het overgrote deel van deze organisaties had een christelijke achtergrond (verschillende stromingen). In totaal hebben 37 verschillende religieuze en levensbeschouwelijke organisaties input geleverd voor dit onderzoek.

10

2

Literatuur en deskresearch

In dit hoofdstuk beschrijven wij bondig de bevindingen uit de literatuurverkenning en deskresearch om lessen te kunnen trekken uit eerder onderzoek en voorbeelden van vergelijkbare interreligieuze overlegstructuren en activiteiten in beeld te brengen. Dit hebben wij gebruikt als input voor de topiclijst voor de interviews en als achtergrondinformatie voor het formuleren van de aanbevelingen.

2.1.

Typen interreligieus overleg en aandachtspunten

Interreligieuze dialoog We leven in een wereld waar mensen van allerlei soorten religies elkaar tegenkomen binnen verschillende domeinen van het openbare leven, bijvoorbeeld op het werk, op school of in de buurt.5 Dit wordt ook wel religieus pluralisme genoemd en kan helaas ook spanningen veroorzaken (Vernhout, 2017). Bijvoorbeeld tussen mensen met een joods en islamitisch geloof met betrekking tot het conflict tussen Israël en Palestina. Dialoog tussen verschillende religieuze groepen kan spanningen voorkomen of verminderen. Volgens Moyaert (2013) zijn er verschillende typen van interreligieuze dialoog, waarvan er twee een belangrijk onderscheid aangeven:

1.

2.

Dialogue of actions: Hier gaat het om een dialoog die ingaat op samenwerking op humanitair, sociaal economisch of politiek gebied. Waarbij een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt gevoeld. Theological dialogue: Dat is een dialoog waar gesproken wordt over inhoud van een geloof om zo misvattingen en vooroordelen bij elkaar weg te nemen.

Aandachtspunten Onderzoeker Mijke Jetten (2011) concludeerde dat in interreligieuze dialoog er soms sprake is van een ongelijkwaardige positie en een gebrekkige communicatie. De positie van moslims in de Nederlandse samenleving is bijvoorbeeld minder sterk dan die van christenen. De laatste groep is in de meerderheid, heeft een lange historie in Nederland en goed georganiseerde instituties en netwerken. Volgens Vernhout (2017) kunnen communicatieproblemen voorkomen worden door te zorgen dat alle groepen tijdens interreligieuze bijeenkomsten vanuit een gelijkwaardige positie input kunnen geven. In een eerder onderzoek vanuit het Verwey-Jonker Instituut (Van den Toorn, Davelaar, de Winter-Koçak & Badou, 2018) naar de vraag hoe de gemeente Den Haag en levensbeschouwelijke organisaties (meer) kunnen samenwerken bij de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, werd geconcludeerd dat bij het samenwerken aan hulp voor kwetsbare mensen de vertrouwensband tussen organisaties erg belangrijk is. Dat geldt voor de samenwerking tussen de ‘officiële’ zorg- en welzijnsorganisaties aan de ene kant en de vaak informeel werkende religieuze of levensbeschouwelijk geïnspireerde initiatieven aan de andere kant. Maar ook binnen het contact tussen de levensbeschouwelijke organisaties.

Het versterken van de onderlinge band zou daarom een onderdeel moeten zijn van interreligieuze bijeenkomsten.

5 https://www.kuleuven.be/thomas/page/intra-interreligieuze-dialoog/

11

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 2016) geeft een aantal richtlijnen voor interreligieuze dialoog. De twee belangrijkste zijn: 1.

2.

Breng als gemeente in kaart welke religieuze groepen er in de gemeente zijn, wat hun positie is ten opzichte van de meerderheid en welke gesprekspartner de beste vertegenwoordiger is voor de achterban; Faciliteer en stimuleer interreligieus overleg om begrip voor elkaar te kweken.

Interreligieus contact in Den Haag Van der Toorn et al. (2018) laten zien dat ruim een derde van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in Den Haag geen contact heeft met de gemeente, maar dat vaak wel graag zou willen. Zij willen graag geïnformeerd worden over bijvoorbeeld de Wmo en dit doorgeven aan hun leden. De lbo’s die wél contact hebben met de gemeente, geven aan dat samenwerking in de wijk noodzakelijk is om meer cohesie in de wijk te krijgen. De samenwerking is echter niet gemakkelijk gerealiseerd , omdat opvattingen en werkwijzen van lbo’s soms ver uit elkaar liggen en er een groot verschil is in aansluiting met de formele instanties Ook binnen afzonderlijke geloofsstromingen is er soms nauwelijks contact: Haagse moslimorganisaties onderling en bijvoorbeeld Afrikaanse kerken hebben weinig contacten met andere kerken in de stad (van der Toorn, et al., 2018). Het rapport bevat onder andere de volgende aanbevelingen voor zowel lbo’s als de gemeente Den Haag: 1.

2. 3.

Investeer in duurzaam vertrouwen. Zoek elkaar actief op en investeer om te beginnen in laagdrempelig, informeel contact. Vertrouwen is de basis voor verdere samenwerking. Investeer in kennis over elkaars werk en ga met elkaar in gesprek over raakvlakken (lbo’s onderling en gemeente en lbo’s). Zie elkaar als partners rond thema’s, zoals vrijwillige inzet, samenwerking in de wijk, kansen voor jongeren en het bestrijden van eenzaamheid. Verken waar kansen liggen en bespreek hoe formele en informele, en professionele en vrijwillige ondersteuning elkaar kunnen aanvullen.

4.

2.2.

Organiseer als gemeente de samenwerking met lbo’s duidelijk, op basis van een visie en uitgangspunten en ondersteund door een structuur met vaste contactpersonen.

Voorbeelden van interreligieuze ontmoetingen en overleg

Via deskresearch hebben we een paar voorbeelden van interreligieuze ontmoeting en overleg geselecteerd. Team Bruggenbouwers (Enschede) In Enschede is er al sinds 1999 een team Bruggenbouwers dat is samengesteld uit diverse lbo’s: humanistische, islamitische, christelijke, Syrisch-orthodoxe en joodse organisaties. Doel van de Bruggenbouwers is: het bouwen van bruggen tussen mensen met verschillende levensovertuigingen in Enschede6. Dit doen zij door maandelijks bijeen te komen en in actie te komen waar nodig is. Bij lokale problemen en conflicten kunnen deze netwerken actie ondernemen naar de eigen achterban of naar de lokale overheid. De bijeenkomsten met een open overleg over normen, waarden en opvattingen die zij al dan niet delen, dragen bij aan het onderling vertrouwen. Het team volgde een training van de stichting ‘Geloven in Samenleven’, een initiatief van het Overlegorgaan van Joden, Christenen en Moslims (OJCM). Dit betrof het plan van aanpak voor het team, de lokale sociale kaart, interculturele communicatie en conflictmanagement. Naast interreligieuze dialoog en gezamenlijke activiteiten houdt het team zich vooral bezig met interreligieuze issues aan te pakken. De nadruk ligt op hoe je samen verantwoordelijk bent voor de vrede en veiligheid in de stad.

Bijvoorbeeld toen de bouw van een nieuwe moskee in de gemeenteraad werd besproken, verdedigden de Bruggenbouwers het recht op godsdienstvrijheid.

6 https://www.pgenschede.nl/bruggenbouwers

12

Ook toen moskeeën doelwit waren van agressie was het team Bruggenbouwers gesprekspartner van de gemeente om de demonstraties beheersbaar te maken7. Mo & Moos (Amsterdam) Mo & Moos is een groep Amsterdamse joden en moslims, variërend van orthodox tot liberaal en seculier. De volledige naam is ‘Mo & Moos, vriendschap en leiderschap in Mokum’. De groep is in 2014 ontstaan naar aanleiding van de steeds groter groeiende kloof tussen moslims en joden. Vanuit het idee dat er door de eeuwen heen genoeg voorbeelden zijn waarbij beide groepen in een goede verstandhouding samen hebben geleefd, stichtten een groep joden en moslims Mo & Moos op. Het doel is om persoonlijk contact te stimuleren en om op een open en respectvolle manier met elkaar om te gaan en zo bij te dragen aan een verdraagzamere maatschappij.8 De groep volgt samen trainingen over identiteit, religieuze thema’s en maatschappelijke thema’s (zoals vrijheid van meningsuiting) en gaat daarover in gesprek met elkaar. Daarnaast organiseert Mo & Moos workshops en bijeenkomsten over deze thema’s voor o.a. scholen, docenten en jongerenwerkers. Zo hebben zij bijeenkomsten georganiseerd over: identiteit, omgaan met vooroordelen en uitsluiting & culturele gevoeligheden.

Stedelijke koepels en netwerken Rotterdam Vanuit onderzoek naar religieuze en levensbeschouwelijke organisaties is er door direct betrokkenen meermaals gewezen op het bijzondere karakter en belang van de Rotterdamse stedelijke infrastructuur voor ondersteuning van vrijwilligerswerk en andere maatschappelijke initiatieven vanuit levensbeschouwelijke gemeenschappen en verbanden in de stad (Van den Toorn et

al., 2020, Engbersen & Lupi, 2015, Davelaar et al., 2011). Die structuur bestaat allereerst uit de door hun eigen achterbannen en de gemeente ondersteunde koepels van moskeeën en islamitische organisaties (SPIOR), van internationale- en migrantenkerken (SKIN-Rotterdam), katholieke organisaties (Stichting Mara) en Protestantse diaconieën (Samen 010). Deze koepelorganisaties, die tevens fungeren als projectorganisaties, beschikken over uitgebreide contacten in de stad, óók buiten het levensbeschouwelijke veld. Ze worden aangevuld door netwerken als het Convent van kerken en synagogen in Rotterdam en het Platform Levensbeschouwelijke en Religieuze organisaties Rotterdam, meer losse verbanden, waarvan de kracht in belangrijke mate schuilt in de persoonlijke inzet van en onderlinge contacten tussen voorgangers en actieve leden van de gemeenschappen. De vaak samen optrekkende koepelorganisaties doorstaan al 20 jaar politieke turbulentie, perioden van verscherpte maatschappelijke tegenstellingen en ook opeenvolgende reorganisaties in het sociale domein. Ze vervullen een duidelijke brugfunctie tussen de overheid en formele instanties enerzijds en hun achterbannen anderzijds.

Ten opzichte van 10 jaar geleden is de politiek-bestuurlijke aandacht voor dit deel van de Rotterdamse samenleving niet verminderd en het inzicht in de mogelijke waarde van de levensbeschouwelijke geïnspireerde inzet voor de Rotterdamse samenleving eerder toe- dan afgenomen (Van den Toorn et al. 2020). Succesfactoren van bovenstaande ‘goede voorbeelden’ zijn: z z z

7 https://protestantsekerk.nl/verdieping/de-ontmoetingskerk-in-enschede-plek-van-verbinding-tussenalle-verschillen/ 8 https://www.facebook.com/Mo.en.Moos/about/?ref=page_internal

z

Continuïteit in bijeenkomsten. Elkaar persoonlijk goed leren kennen voor een duurzaam vertrouwen. Een gezamenlijke training volgen om de onderlinge communicatie te versterken. Een brugfunctie kunnen en willen vervullen tussen de reguliere instituties en de eigen achterban. 13

2.3.

Conclusie

Doelen van dialoog en samenwerking Uit bovenstaande alinea’s kunnen we concluderen dat er verschillende doelen van dialoog en samenwerking tussen verschillende religieuze groepen mogelijk zijn, waarbij het ene doel de andere niet uitsluit:

Voorwaarden voor een waardevolle dialoog en samenwerking De dialoog en samenwerking kan een meerwaarde hebben als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. 2.

1. 2. 3. 4.

Samenwerking om lokale maatschappelijke vraagstukken (zoals armoede of toegankelijkheid tot zorg) gezamenlijk aan te pakken. Dialoog om spanningen, misvattingen en vooroordelen bij elkaar weg te nemen. Samen activiteiten organiseren om bij te dragen aan een maatschappij, waarbij mensen op een open en respectvolle manier met elkaar omgaan. Samenwerken om interreligieuze issues in de stad aan te pakken (mediation), elkaar te steunen en vrede en veiligheid in de stad te bevorderen.

3. 4. 5. 6.

7.

Alle groepen die deelnemen aan interreligieuze dialoog en samenwerking kunnen vanuit een gelijkwaardige positie input leveren. De vertegenwoordigers van de gemeenschappen en organisaties erkennen het belang van interreligieus contact voor de stad. Vertegenwoordigers kennen elkaar voldoende, er is voldoende onderling vertrouwen en de deelnemers zijn in staat open te communiceren. Er zijn regelmatig bijeenkomsten. De vertegenwoordigers zijn in staat om een brugfunctie te vervullen tussen instituten en de eigen achterban. Het is bij de gemeente in grote lijnen bekend welke levensbeschouwelijk geïnspireerde gemeenschappen en organisaties er zijn, wat hun achterbannen zijn, waar en hoe ze actief zijn en wie als gesprekspartners hun achterban kunnen vertegenwoordigen. De gemeentelijke overheid faciliteert en stimuleert indien nodig interreligieus overleg.

14

3

Eerdere ervaringen met interreligieuze overleggen en ontmoeting

Interreligieus overleg is geen nieuw verschijnsel in de gemeente Den Haag. In de afgelopen decennia zijn er meerdere vormen van interreligieus overleg ontstaan en deels ook weer verdwenen. In de gehouden interviews en in de werksessie zijn de respondenten bevraagd over hun ervaringen met eerdere en huidige interreligieuze overleggen. Deze ervaringen zullen wij in dit hoofdstuk verder beschrijven in het kader om “geleerde lessen” uit het verleden en heden mee te nemen in de voorkeuren voor eventueel toekomstig overleg.

3.1.

Meerderheid respondenten heeft ervaring met interreligieus overleg

De meerderheid van de respondenten geeft aan eerder te hebben deelgenomen aan interreligieus overleg op landelijk, stads- of wijkniveau. Hierbij noemen respondenten onder andere het interreligieuze Platform Zorgzaam Uit Overtuiging dat wil zorgen voor verbinding van netwerken en kennis vanuit de verschillende religies met die van de gemeente Den Haag op het terrein van de Wmo en andere thema’s rond zorg en welzijn. Ook worden ontmoetingen in wijken en buurten genoemd en soms ook vormen van daadwerkelijke, praktische samenwerking, zoals bijvoorbeeld rond het Multicultureel Ontmoetingscentrum MOC in de Schilderswijk. Dat centrum is van oorsprong katholiek, maar is voor iedereen in de wijk en ook iedereen kan er meewerken en meedoen, ongeacht zijn/haar religieuze overtuiging.

“Rond vragen of initiatieven vanuit de gemeente rond bijvoorbeeld eenzaamheid onder ouderen of armoede in de Schilderswijk wordt ‘als vanzelfsprekend in de wijk afgestemd tussen MOC, buurtvaders en - moeders, Marokkaanse moskee en anderen.” „ Christelijke organisatie

Tenslotte hebben ook enkele organisaties deelgenomen aan niet-structurele bijeenkomsten georganiseerd door de gemeente (vanuit integratie/veiligheid), op momenten van (dreigende) spanning in de maatschappij, bijvoorbeeld rond aanslagen in het buitenland (Frankrijk, België). Ook is er bijvoorbeeld in 2018 een stadsbrede ontmoeting geweest over de rol van levensbeschouwelijke organisaties rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en andere aspecten van zorg en welzijn. Een aanzienlijk kleiner deel van de respondenten, 6 van de 20, neemt momenteel nog steeds deel aan interreligieus overleg. Respondenten noemen hier specifiek de Prinsjesdagviering, het Stichting Interreligieus Beraad Segbroek (IBS) en bijeenkomsten van Divers Den Haag. De religieuze en levensbeschouwelijke organisaties geven echter wel aan dat de huidige deelname aan interreligieuze overleggen door de coronapandemie is afgenomen. Fysieke bijeenkomsten waren immers niet of nauwelijks toegestaan. De religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die aangeven geen of nauwelijks ervaring te hebben met interreligieus overleg, dragen daar verschillende redenen voor aan. Over het algemeen geven zij aan dat ze geen contact hebben met andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, maar in hun beleving ook niet door andere (organisaties) en de gemeente gevraagd zijn om deel te nemen aan dit type overleg.

Een enkeling geeft aan momenteel, maar ook in het verleden, geen ruimte te hebben (gehad) om te kunnen deelnemen aan een dergelijk overleg. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met een gebrek aan 15

menskracht binnen de organisatie. Interne zaken, het voortbestaan van de eigen moskee, tempel of kerk, of de geestelijke of materiele ondersteuning van de eigen leden of bezoekers vraagt veel energie, zo wordt ook geconstateerd:

“Binnen het IBS zijn allerlei lbo’s actief zoals kerken, islamitische en hindoeïstische gemeenschappen. Maar daaruit ontstaan ook maatschappelijke initiatieven waarbij de verschillende lbo’s elkaar op wijkniveau of op onderwerp weten te vinden.”

“Heel veel energie is naar binnen gericht, dat zie ik bij kerken, maar ook bij moskeeën. Geïnteresseerd soms in contact, maar vooral ook gericht op hun eigen bestaan, hun eigen zorgen, hun overleven.”

„ Levensbeschouwelijke organisatie

„ Christelijke organisatie

Enkele organisaties geven aan te ervaren dat bij andere lbo’s de meeste aandacht soms uit gaat naar de eigen specifieke geloofsbeleving en geloofsinvulling, en wordt aandacht hiervoor veel belangrijker gevonden dan contact met andere levensbeschouwingen, of verhindert de nadruk op ‘de zuiverheid van het eigen geloof’ zelfs interreligieuze ontmoeting.

3.2.

Variaties in contact en overleg met lbo’s

Momenteel (medio tot eind 2021) neemt een klein deel van de gesproken organisaties deel aan structurele interreligieuze overleggen. Een groter deel van de respondenten geeft aan dat er wel contact is met andere organisaties binnen de eigen (religieuze) stroming, hoewel dit geen structureel karakter kent. Een klein deel van de respondenten heeft bovendien ook contact hebben met organisaties buiten hun eigen religieuze stroming, vaak op wijkniveau. Dit contact komt met name tot stand in het het kader van lokale thema’s of activiteiten. “Wij werken samen met Stek. We hebben samen met hen jaarlijkse bijeenkomsten georganiseerd over bepaalde religieuze thema’s. Het was interactief, bezoekers konden vragen stellen. Deze bijeenkomsten zijn altijd goed bevallen.” „ Islamitische organisatie

Geconstateerd wordt ook dat er al een paar jaar nauwelijks meer stadsbrede bijeenkomsten op het stadhuis plaatsvinden.

3.3.

Missen van continuïteit in interreligieus overleg

Meerdere respondenten geven aan te betreuren dat er binnen Den Haag geen breed intereligieus platform aanwezig is. De organisaties geven aan dat zij in de afgelopen jaren meerdere soortgelijke platforms hebben zien komen en gaan, maar er geen enkel platform stevig verankerd is in de Haagse stad. Gesproken organisaties komen niet tot een eenduidige verklaring waarom in het verleden opgezette initiatieven geen lang leven zijn beschoren. Eén verklaring die te beluisteren valt, is dat het religieuze veld in Den Haag, en dan met name in islamtische hoek en binnen de kring van internationale en migrantenkerken, minder sterk georganiseerd is. Het ontbreekt aan samenwerking en waar die er wel is, belemmeren interne meningsverschillen in de eigen kring het goed naar buiten kunnen treden, iets wat bijvoorbeeld de in het vorige hoofdstuk aangehaalde Rotterdamse koepels/netwerkorganisaties SPIOR en SKIN beter kunnen. Een andere, vaker genoemde, oorzaak wordt gezocht in de ‘golfbeweging’ in de inspanningen en commitment vanuit de gemeente. “Ik heb meerdere keren meegedaan aan deze bijeenkomsten, toen nog met wethouder Baldewsingh, op het gemeentehuis. Daar werden allerlei plannen uitgesproken, het was ook het idee om vervolg te geven aan de bijeenkomst, maar dat is niet gebeurd.” „ Christelijke organisatie

16

“Jammer genoeg heeft het tot nu toe een beetje een jojo-effect gehad. We begonnen met een bepaalde wethouder die met deze ontmoetingen begon, maar toen kwam er een andere wethouder. Hij heeft een bijeenkomst georganiseerd en daarna is het helemaal gestopt. Wij hebben er in ieder geval niets meer over gehoord.” „ Islamitische organisatie

Sommige respondenten wijten deze golfbeweging aan wisselingen in politieke wind, waarbij er minder of meer prioriteit wordt gegeven aan het bevorderen van interreligieus contact. In sommige gevallen wordt dit ook gekoppeld aan een individuele politicus/wethouder.

3.4.

Conclusie

Driekwart van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die binnen dit onderzoek gehoord zijn, hebben in het verleden deelgenomen aan interreligieus overleg. Een kleiner deel, ruim een kwart van de organisaties, doet dat nog steeds. Tegelijkertijd geven de lbo’s aan dat de interreligieuze contacten (en de bijbehorende samenkomsten) momenteel op een laag pitje staan. Mede door de coronapandemie, zijn er geen of minder bijeenkomsten georganiseerd binnen nog bestaande overlegstructuren. Breder gezien betreuren de organisaties dat er momenteel op stadsniveau geen interreligieus platform bestaat. In de afgelopen decennia zijn er volgens de respondenten meerdere pogingen gedaan om dit te realiseren, maar hebben de initiatieven geen stand gehouden.

“De vorige periode hadden we een wethouder die heel actief was rond interreligieus overleg. Bij het huidige college is dat wat weggeebd.” „ Joodse organisatie

Gezien deze ervaringen vanuit het verleden geven respondenten aan dat het waarborgen van de continuteit van interreligieus overleg een belangrijk aandachtpunt is voor de toekomst. In dit kader geven de respondenten die ervaring hebben met Platform Zorgzaam Uit Overtuiging (ZUO) dat voor het waarborgen van de continuiteit, ook vooraf nagedacht moet worden over de infrastructuur van een interreligieus overleg. Gesproken respondenten geven bijvoorbeeld aan dat zij te weinig wisselwerking ervaren binnen ZUO. Zij worden vooral door de gemeente geraadpleegd, maar wanneer zij advies uitbrengen richting te gemeente, ontvangen zij (in hun ervaring) vaak nul op rekest. Om deze wisselwerking te kunnen garanderen, hadden, naar mening van de betrokken lbo’s vooraf betere afsprakengemaakt moeten worden. Ook overheerst het gevoel dat dit platform te weinig direct resultaat heeft opgeleverd.

17

4

Behoefte aan structureel interreligieus overleg

Welke behoefte religieuze en levensbeschouwelijke organisaties hebben aan structureel interreligieus is de hoofdvraag van onderhavig onderzoek. Allereerst hebben wij aan de lbo’s gevraagd of zij überhaupt behoefte hebben aan structureel interreligieus overleg en welke argumentatie zij daarvoor aandragen. Aan de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die aangaven daadwerkelijk behoefte te hebben aan structureel interreligieus overleg, is aanvullend gevraagd welke wensen zij hebben (qua inhoud en vorm) voor eventueel toekomstig overleg.

3.

De overgrote meerderheid van de gesproken religieuze en levensbeschouwelijke organisaties behoort tot de eerste groep; zij geven aan behoefte te hebben aan interreligieus overleg. Dit betreffen zowel organisaties die al eerdere ervaringen hebben met een dergelijke vorm van overleg, als organisaties die hier (nog) geen ervaring hiermee hebben. Lbo’s geven verschillende redenen aan waarom zij graag structureel in contact zouden willen komen andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. De vaakst genoemde en belangrijkste redenen zetten wij hier op een rij. z z

4.1.

Meeste lbo’s hebben behoefte aan interreligieus overleg

De religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die wij binnen dit onderzoek gesproken hebben, zijn grofweg in drie groepen in te delen, wanneer het gaat om hun behoefte aan interreligieus overleg. Dit zijn: 1.

2.

Lbo’s die aangeven behoefte te hebben aan interreligieus overleg en in meer of mindere mate kunnen beargumenteren welke meerwaarde interreligieus overleg heeft voor hun organisatie, gemeenschap en de bredere maatschappij. Lbo’s die open staan voor interreligieus overleg. Zij hebben zelf geen nadrukkelijke behoefte aan interreligieus overleg en zien niet direct de meerwaarde ervan, maar indien zij gevraagd worden om hieraan deel te nemen, zouden zij het overwegen.

Lbo’s die aangeven geen behoefte hebben aan interreligieus overleg. Zij zien de meerwaarde er niet van in en/of hebben intern niemand beschikbaar die hieraan actief zou kunnen deelnemen.

z z z

Om beter te weten welke andere lbo’s er nog meer zijn in Den Haag. Om elkaar beter te weten te vinden, indien nodig/gewenst. Om van elkaar te leren. Om de relaties tussen de organisaties onderling te verbeteren. Om gezamenlijk (lokale) maatschappelijke problematiek aan te pakken.

Enkele respondenten spreken overigens liever over noodzaak dan over ‘behoefte aan’: “Ik ben geneigd om het woord ‘behoefte’ te veranderen in ‘urgentie’ of ‘noodzaak’. Het is niet de behoefte van mij of van een moskeebestuurder om weer eens gezellig aan tafel te gaan zitten. Ik beschouw het als een onmisbare randvoorwaarde voor de sociale cohesie, voor de sociale vrede in de stad.” „ Christelijke organisatie

18

De meeste religieuze en levensbeschouwelijke organisaties noemen “het gezamenlijk aanpakken van (lokale) maatschappelijke problematiek” als belangrijkste reden om behoefte te hebben aan interreligieus overleg. “Hoe kunnen we samenwerken om eenzaamheid in de samenleving aan te pakken? Hoe kunnen we samenwerken zodat we straks de voedselbanken niet meer nodig hebben? Hoe kunnen we samenwerken zodat we onze eigen buurten kennen en meer van elkaar weten en zodat we elkaar te hulp kunnen schieten als het nodig is?” „ Islamitische organisatie

“Als er iets aan de hand is in de stad, zouden we ook allemaal onze eigen gemeenschap kunnen aanspreken. Bij de rellen rondom de coronamaatregelen bijvoorbeeld. We hadden daarvoor bijvoorbeeld samen kunnen komen om te bespreken hoe we dat gezamenlijk zouden kunnen aanpakken.” „ Tempel

Lbo’s die minder of geen ervaring hebben met interreligieus overleg, benoemen vaker dan lbo’s die deze ervaring wel hebben, dat ze ook behoefte hebben aan kennismaking en kennisuitwisseling. Zo zouden zij een beter beeld willen hebben van welke religieuze en levensbeschouwelijke organisaties er allemaal in de stad zijn, welke gezichten (contactpersonen) hierbij horen en eventueel van elkaar te leren. Bij het laatste punt hebben zij het vooral over het aanvragen van bepaalde subsidies, waarbij eventuele kennis hierover bij andere organisaties uitgewisseld kan worden. “Ik zou dat wel interessant vinden. We kunnen van elkaar leren en elkaar steunen. We kunnen bijvoorbeeld van elkaar horen waar iedereen tegenaan loopt en hoe ze dat oplossen. Wij hebben af en toe het gevoel dat we het wiel telkens opnieuw moeten uitvinden. Bij vergunningen aanvragen, bijvoorbeeld. Ik kan mij voorstellen dat andere organisaties met hetzelfde te maken krijgen.”

Anderen geven aan dat de relaties tussen sommige religieuze stromingen van oudsher gespannen kunnen zijn, en dat er in het verleden en soms ook momenteel sprake is van spanningen tussen lbo’s in Den Haag. Door elkaar regelmatig te zien en te spreken, zouden de onderlinge relaties kunnen verbeteren. Religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die aangeven open te staan voor interreligieus overleg, maar niet direct de meerwaarde ervan te zien (groep 2) vormen een minderheid. De respondenten uitten twijfels over deelname aan een dergelijk initiatief. Dit heeft met verschillende factoren te maken. De twijfel komt het vaak voort uit eerdere (negatieve) ervaringen. De Lbo’s zijn bang dat een nieuw initiatief ook geen lang leven is beschoren en twijfelen of zij hun tijd en energie erin willen steken, wanneer er toch geen structurele opvolging is. “Ik sta ervoor open, maar ik wil weten: waar leidt het naartoe? Is het alleen voor de bühne? Of heeft het echt een doel? Ik weet ook dat het beleid verschilt per burgemeester, en dat anderen ook teleurgesteld zijn in de manier waarop het gaat (geen duurzame opvolging).” „ Christelijke organisatie

Een paar lbo’s weten minder goed wat ze van dergelijke overleggen kunnen verwachten, dus kunnen ook niet volmondig aangeven dat zij behoefte hebben aan overleg. Zij kiezen voor de middenweg: ze staan er voor open als hen gevraagd wordt om deel te nemen. De meerderheid van de organisaties die aangeven behoefte te hebben aan interreligieus overleg of daar voor open staan, hebben de voorkeur uitgesproken voor een structureel overleg. De respondenten geven aan elkaar graag structureel op vastgestelde tijden te ontmoeten. Het liefst vindt er elk kwartaal van het jaar een overleg plaats.

„ Tempel

19

De derde groep religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, zij die nadrukkelijk aangeven geen behoefte te hebben aan interelligieus overleg, behoren in de minderheid. In totaal twee organisaties van de geincludeerde lbo’s gaven dit aan. Zij dragen daar verschillende redenen voor aan. Een lbo legt uit het te druk te hebben met het bedienen van de eigen gemeenschap, er is daardoor geen ruimte (qua fte) om deel te nemen aan een dergelijk initiatief. De andere lbo geeft aan geen meerwaarde in een dergelijk initiatief te zien, omdat de lbo tot nu toe geen concrete opbrengsten heeft gezien vanuit eerdere pogingen. Een moeizame relatie met de gemeente speelt binnen dit geheel ook een rol, zie ook hoofdstuk zes.

4.2.

Gezamenlijk Haagse maatschappelijke problematiek aanpakken

Aan de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die aangeven behoefte te hebben aan interreligieus overleg (groep 1) of hier voor open staan (groep 2), is gevraagd waarover zij idealiter zouden willen overleggen. Hierover bestaat behoorlijke consensus onder de organisaties: tijdens deze overleggen zouden actuele en dringende maatschappelijke thema’s besproken moeten worden. Dat kunnen thema’s zijn die in een bepaalde wijk aan de orde zijn, maar ook onderwerpen die in de hele stad spelen. Vanuit hun religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging zijn veel organisaties maatschappelijk betrokken, en zien zij het als hun missie om positief bij de dragen aan de (lokale) maatschappij en meer kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen, zowel binnen hun eigen gemeenschappen als daarbuiten. De organisaties doen naar eigen zeggen al veel voor hun eigen gemeenschap, maar weten ook dat zij meer kunnen bereiken (op stads- of wijkniveau) wanneer zij de handen ineenslaan met andere organisaties. In het meest ideale scenario blijft het volgens de organisaties ook niet bij het bespreken van maatschappelijke thema’s, maar kijken deelnemende organisaties ook naar wat wij gezamenlijk zouden kunnen oppakken om te kunnen bijdragen aan verkleining van bepaalde maatschappelijke problemen, dit vanuit hun streven om bij te dragen aan de maatschappij.

Een respondent van een christelijke organisatie wil het zelfs omdraaien en zegt:

‘Ik zou de praktische samenwerking als startpunt willen kiezen. Ik ga meer voor samenwerking dan voor overleg. (...) Dat moet je tijd geven. En dat vraagt een hele praktische samenwerking waarin je met elkaar kunt groeien en je vertrouwen kunt winnen.’ De respondenten geven aan dat de precieze keuze van gespreksthema’s een kwestie van nadere afstemming is, maar noemen zaken als armoede, eenzaamheid, polarisatie, overlast op straat en de gevolgen van de coronapandemie al als mogelijke onderwerpen. Meerdere respondenten geven aan dat zij het prettig zouden vinden als er concrete doelstellingen aan de bijeenkomsten worden gekoppeld. Hierbij gaat het om doelstellingen op kortere en langere termijn. Op langere termijn kan binnen het overleg afgesproken worden wat de groep aanwezigen over een bepaalde tijdspanne op een bepaald thema beoogd te bereiken. Op kortere termijn gaat het er bijvoorbeeld om dat wanneer de organisaties het thema armoede, overlast op straat of eenzaamheid op de agenda zetten, de verschillende organisaties daar concrete acties aan koppelen en hieraan ook opvolging geven. In volgende overleggen wordt er hier weer op teruggekomen. “Ik denk dat het heel belangrijk is, wil je mensen gemotiveerd krijgen en blijven, dat je ook moet laten zien dat je met deze overleggen dingen kan bereiken. Dat het niet alleen praten is, maar dat er ook actie komt.

Dus de overleggen moeten actiegericht zijn.” „ Tempel

4.3.

Voorkeur voor overleg op stadsniveau

Over de locatie van het overleg, hebben de meeste organisaties geen voorkeur uitgesproken. Ze opperen dat het overleg kan plaatsvinden bij de gemeente, of afwisselend bij de verschillende organisaties (indien zij een pand hebben die dit kan huisvesten) kan plaatsvinden. Een groot deel van de organisaties geeft wel aan een voorkeur te hebben voor een interreligieus overleg op stadsniveau. De belangrijkste reden hiervoor is dat niet alle religieuze en levensbeschouwelijke organisaties op wijk- of stadsdeelniveau vertegenwoordigd zijn. 20

Overige organisaties zeggen te twijfelen over de beste vorm voor een dergelijk overleg, en benadrukken óók de voordelen van ontmoeting en overleg op wijk- of stadsdeelniveau. Want daar komt men elkaar en elkaars achterban in het dagelijkse werk gemakkelijker tegen. Ook kunnen de maatschappelijke problemen per wijk verschillen. Daarnaast schatten deze organisaties in dat het mogelijk makkelijker is om contact met elkaar te leggen en te onderhouden wanneer alle bij het overleg betrokken organisaties gevestigd zijn in dezelfde wijk of stadsdeel. Om deze redenen benadrukken meerdere organisaties een combinatie van intensief contact in de wijk aangevuld met regelmatig stedelijk overleg.

4.4. Conclusie Onder de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die binnen dit onderzoek zijn bevraagd bestaat bij een groot deel de behoefte aan interreligieus overleg. Kennismaking, kennisuitwisseling, het verstevigen van de onderlinge band en gezamenlijk kunnen optrekken rondom maatschappelijke problematiek zijn de belangrijkste redenen die de lbo’s hiervoor aandragen. Als het aan de lbo’s ligt, wordt het gezamenlijk aanpakken van lokale maatschappelijke problematiek de voornaamste doelstelling van eventueel toekomstig interreligieus overleg. Haagse lbo’s spreken daarmee een nadrukkelijke voorkeur uit voor een dialogue of actions zoals Moyaert (2013) die vorm van interreligieus dialoog heeft getypeerd.

21

5

Initiatief en organisatie

„ Levensbeschouwelijke organisatie

In het vorige hoofdstuk beschreven wij dat er vanuit de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties die binnen dit onderzoek zijn geïncludeerd behoefte is aan structureel interreligieus overleg. Daarnaast gaven we aan dat de lbo’s het liefst eens in het kwartaal samenkomen, om met name te kijken hoe de organisaties zich gezamenlijk zouden kunnen inzetten voor lokale maatschappelijke problematiek. Aansluitend zijn de lbo’s ook bevraagd over het praktische aspect: wie zorgt er idealiter voor de organisatie van mogelijk toekomstig interreligieuze overleg?

5.1.

“De organisaties die er nu in Den Haag zijn, gaan zich niet uit zichzelf verenigen. Daarom is de gemeente zo belangrijk; zij moeten dat initiatief nemen.”

De gemeente als initiatiefnemer

De overgrote meerderheid van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties geeft aan een actieve rol van de gemeente te verwachten bij de totstandkoming van structureel interreligieus overleg. De lbo’s vinden dat de gemeente een spilfunctie heeft; alleen de gemeente zou ‘neutraal’ genoeg zijn om de organisaties uit te nodigen en aan te trekken. Daarnaast heeft de gemeente de middelen en menskracht om alle organisaties bij elkaar te kunnen brengen, de bijeenkomsten praktisch te faciliteren en zorg te dragen voor het voortbestaan van het interreligieuze overleg. De organisaties lopen tegen hun eigen beperkingen aan. Niet alle organisaties hebben een geschikte locatie om bijeenkomsten te organiseren, er is niet een organisatie die in verbinding staat met alle (of een groot deel ervan) organisaties die contacten kan leggen en hebben de organisaties niet de middelen en mankracht om dit structureel te blijven organiseren.

Enkele religieuze en levensbeschouwelijke organisaties opperen dat de gemeente wellicht als eerste het initiatief kan nemen tot een interreligieus overweg en het daarna optioneel kan overdragen aan een (of meerdere) levensbeschouwelijke of religieuze organisatie(s). “In eerste instantie zou de gemeente de trekker moeten zijn, om alle organisatie bijeen te brengen. De gemeente heeft veel te maken met de diverse gemeenschappen in Den Haag en kan ze allemaal goed samenbrengen. Als dat eenmaal goed lukt, dan kunnen de organisaties zelf de trekker worden.” „ Islamitische organisatie

“Als je de bijeenkomsten toekomstbestendig wil organiseren, lijkt het me goed dat de gemeente het voortouw neemt. De gemeente kan dan in gesprek met organisaties bespreken wie daarna de bijeenkomsten zou willen organiseren.” „ Islamitische organisatie

5.2.

Gemeente als gespreksleider en gesprekspartner

De meeste lbo’s geven tegelijkertijd ook aan dat zij het wenselijk achten dat de gemeente ook deelneemt aan het interreligieus overleg. Dit heeft een procesmatige en een inhoudelijke reden. Procesmatig willen de lbo’s graag dat er een objectieve, neutrale partij aanwezig is, die het overzicht kan houden en ervoor kan zorgen dat alle organisaties gelijkwaardig behandeld worden, alle organisaties voldoende spreektijd krijgen, maar ook zorgt voor onafhankelijke blik in een speelveld met meerdere organisaties die verschillende belangen hebben. 22

“De gemeente moet het initiatief nemen. Ze moeten het ook gelijk professioneel aanpakken, compleet met projectmanager en een vast contactpersoon. We hebben een partij nodig die alle organisaties bij elkaar brengt, bij elkaar houdt en ervoor zorgt dat er werk gemaakt wordt van de gestelde doelen. Als er een bijeenkomst komt en de gemeente gaat dan in de back seat zitten, dan gebeurt er niets. We hebben hulp nodig van een objectieve partij.” „ Tempel

Inhoudelijk denken de organisaties dat er sprake kan zijn van een win-win-situatie. Door aanwezig te zijn bij de overleggen, zou de gemeente een beter beeld kunnen krijgen van wat er leeft in de gemeenschappen en wijken en welke maatschappelijke activiteiten de verschillende organisaties ondernemen. De gemeente zou zodoende beter met de organisaties kunnen schakelen wanneer het gaat om de aanpak van maatschappelijke problematiek, maar tegelijkertijd hebben de organisaties op deze wijze direct contact met de gemeente voor wanneer het nodig is.

5.3.

Conclusie

In eerder onderzoek naar de samenwerking tussen de gemeente Den Haag en religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in het kader van de Wmo (Van den Toorn et al., 2018) werd de gemeente geadviseerd om de rol op zich te nemen om de samenwerking tussen de lbo’s te organiseren en faciliteren. Binnen dit onderzoek verzoeken de lbo’s de gemeente om hetzelfde te doen. De respondenten kijken hoofdzakelijk naar de gemeente om het overleg te initiëren en organiseren. De respondenten zien de gemeente als de ideale partij om alle organisaties bij elkaar te brengen en te houden.

“Het is ook nodig dat iemand vanuit de gemeente aansluit, zodat de gemeenschappen elkaar niet uitsluiten.” „ Islamtische organisatie

“Het lijkt me ook goed dat de gemeente zelf deelneemt aan de bijeenkomst. De gemeente kan dan zelf zien hoe het gesteld is met de cohesie is in de samenleving en daarnaast kunnen ze ook horen welke rol zij daarin zouden kunnen spelen. „ Islamitische organisatie

“Wanneer we het hebben over maatschappelijke problematiek, lijkt het mij ook wenselijk om een ambtenaar te hebben die aanwezig is bij de bijeenkomsten. Hij/zij kan bijvoorbeeld vanuit de wmo een connectie maken met de organisaties.” „ Christelijke organisatie

23

6

Mogelijke belemmeringen

Aan de lbo’s is gevraagd welke belemmeringen zij zien voor de totstandkoming en behoud van toekomstig structureel interreligieus overleg. De barrières die de lbo’s noemen, zijn grofweg in twee groepen in te delen. Enerzijds belemmeringen met betrekking tot de rol van de gemeente en anderzijds belemmeringen in het kader van spanningen tussen verschillende lbo’s. Met eventueel toekomstig interreligieus overleg in ogenschouw, bestaat bij de levensbeschouwelijke en religieuze de behoefte om deze belemmeringen te overbruggen. In dit hoofdstuk zullen we deze genoemde barrières verder toelichten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12969702/1