RIS316069 Ongekende Haagse welzijnssubsidiegekte
Tekst van het document
RIS: Schriftelijke vragen: Ongekende Haagse welzijnssubsidiegekte Indieners: Nur Icar (DENK) Datum: 29 juni 2023 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Vandaag heeft de Rekenkamer haar onderzoeksrapport ‘Werk aan wel zijn’, onderzoek naar sturing op subsidies voor welzijnswerk gepubliceerd. In dit nieuwe onderzoeksrapport is de Rekenkamer zeer kritisch over de wijze waarop de subsidies (in de periode 2019 tot en met 2021) aan 6 professionele welzijnsorganisaties zijn verstrekt. De Rekenkamer concludeert dat het Haagse college van B&W meer stuurt dan passend is. De Rekenkamer concludeert tevens dat de gemeenteraad onvoldoende grip hierop heeft; vanwege een beperkte informatieverstrekking richting de raad: ‘Het beleid voor welzijnswerk is ontoereikend, omdat de gemeenteraad vooraf niet duidelijk heeft vastgesteld wat de omvang van het welzijnswerk is en wat dit mag kosten.’ De Rekenkamer heeft zich in het onderzoek gefocust op het subsidie-instrument en de rol van het gemeentebestuur en hierbij ook concreet gekeken in hoeverre de gemeente stuurt op het bereiken van haar doelen voor welzijnswerk. De Rekenkamer stelt dat het beleid uitsluitend betrekking heeft op het welzijnswerk van enkele grote Haagse ‘professionele welzijnsorganisaties’. Het welzijnswerk heeft juist als doel om het welzijn van alle Haagse bewoners en de sociale cohesie te verbeteren.
Het organiseren van activiteiten van jongeren in de buurt, het stimuleren van bewonersparticipatie, het ondersteunen van ouderen of het geven van informatie en advies aan bewoners met hulpvragen. De fractie van DENK ontvangt al geruime tijd van kleine Haagse organisaties signalen die stellen dat zij actief worden tegengewerkt door zowel de gemeente als door grote Haagse ‘professionele welzijnsorganisaties’. Zo zouden bijvoorbeeld panden van de 6 grote Haagse ‘professionele welzijnsorganisaties’ niet opengesteld worden voor kleinschalige wijkgebonden initiatieven en activiteiten. Deze kleine organisaties hebben zich veelvuldig tot ons gewend en zich hierover beklaagd: ‘Waarom worden wij actief tegengewerkt en hebben organisaties, zoals WijkZ, een monopolie op het welzijnswerk’. Voor kleine lokale wijkgebonden initiatieven (enkel bestaande uit vrijwilligers en jongeren) lijkt het heel lastig te zijn om hun activiteiten te kunnen ontplooien en het heeft daarmee alle schijn van dat hoogopgeleide jongeren die wat willen betekenen voor hun wijk de facto worden gedemotiveerd door actieve tegenwerking. Dit terwijl vanaf 2019 het gemeentebestuur het welzijnswerk juist effectiever en kleinschaliger wilde organiseren.
De DENK fractie maakt zich ernstig zorgen over de wijze waarop gemeente Den Haag welzijnssubsidies verstrekt; grote welzijnsorganisaties structureel worden voorgetrokken en het feit dat er geen sprake is van een gelijk speelveld voor kleine lokale organisaties. Daarom vraagt de fractie van DENK het college om duidelijkheid. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Nur Icar de volgende vragen: 1.
Kan het college haar zienswijze/reactie geven op het rekenkamerrapport ‘Werk aan wel zijn’? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting.
2. Kan het college haar zienswijze/reactie geven op de hoofdconclusie van het rekenkamerrapport ‘Werk aan wel zijn’: ‘De gemeenteraad heeft onvoldoende grip op welzijnswerk, terwijl het college meer stuurt dan passend is’? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting.
De Rekenkamer stelt dat hoofdconclusie gebaseerd is op de volgende drie deelconclusies: 1. De gemeentelijke kaderstelling voor welzijnswerk is ontoereikend. 2.Het gemeentebestuur geeft onvoldoende ruimte aan aanbieders van welzijnswerk om de doelen voor welzijnswerk te bereiken. 3.Het college stuurt bij de subsidieverlening voor welzijnswerk op de beleidsdoelen, maar laat de resultaten hiervan onvoldoende aan de gemeenteraad zien. 3. Kan het college haar zienswijze/reactie geven op de bovenstaande drie deelconclusies uit het rapport? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting.
4. Is het college het met de fractie van DENK eens is dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat de gemeenteraad grotendeels in het duister tast m.b.t. de verlening van subsidies en de effectiviteit hiervan? Zo nee, waarom niet? 5.
Kan het college een verklaring geven voor de beperkte verantwoording aan de gemeenteraad en het feit dat het college in haar rapportages aan de raad te weinig gebruik maakt van de uitgebreide informatie die welzijnsorganisaties aan de gemeente verstrekken? Waarom geeft het college beperkte informatie over het doelbereik van het welzijnswerk? Waarom wordt in meer dan de helft van de gestelde doelen niet of onvolledig verantwoord? Waarom is er bij maar liefst 1/3e doelen helemaal geen verantwoording?
6. Is het college het met de Rekenkamer en de fractie van DENK eens dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat de gemeente zich bij het verstrekken van welzijnssubsidies gedraagt als opdrachtgever en de welzijnsorganisaties als opdrachtnemer? Zo nee, waarom niet? 7.
Is het college bereid te stoppen te werken met richtlijnenbrieven en Algemene Subsidie Verordening (ASV)? Is het college het met de fractie van DENK eens dat door teveel te werken met richtlijnenbrieven en doordat de gemeente het initiatief neemt daar partijen zelf te benaderen en uit te nodigen een subsidieaanvraag in te dienen en aan de voorkant deze organisaties te voeden met wat zij in hun subsidieaanvraag dienen te vermelden het er alle schijn van heeft dat de gemeente zich gedraagt als opdrachtgever i.p.v. subsidieverlener?
8. Kan het college haar zienswijze/reactie geven op het feit dat de Rekenkamer stelt dat de huidige wijze en constructie van subsidieverlening aan de grote welzijnsorganisaties verdacht veel lijkt op gunning. Tevens stelt de Rekenkamer dat het niet transparant is en hierdoor kleine organisaties geen eerlijke kans hebben/krijgen en dit leidt tot onvoldoende ruimte voor kleine organisaties en zij hierdoor structureel worden tegengewerkt? 9. Kan het college uiteenzetten hoe de werkprocessen, m.b.t. subsidieverstrekking, eruit zien van gemeentelijke afdelingen die te maken hebben met het verlenen van subsidies? Maak hierbij zichtbaar hoe het proces voor grote welzijnsorganisaties verschilt van het proces voor kleine organisaties. 10. Kan het college aangeven op welke wijze zich de huidige wijze/constructie van subsidieverstrekking zich verhoudt tot het gelijkheidsbeginsel dat alle welzijnsorganisaties de mogelijkheid moeten hebben om subsidies aan te vragen? 11.
Kan het college aangeven wat het college heeft gedaan met het eerdere onderzoeksrapport van de Rekenkamer uit 2017 ‘Eerlijk delen’ waarin de Rekenkamer onderzocht heeft in hoeverre gemeente Den Haag ervoor zorgt dat de subsidies die ze verstrekt doeltreffend en doelmatig zijn? Kan het college aangeven welke aanbevelingen uit 2017 zijn omarmt en zijn geïmplementeerd/uitgevoerd? Kan het college onderbouwen waar de implementatie/uitvoering van de aanbevelingen uit 2017 uit blijkt? Zo nee, waarom niet? 12. Kan het college aangeven waarom de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ zowel subsidie krijgen op basis van het welzijnsbeleid (€ 33,5 miljoen) als aanvullende subsidies vanuit andere beleidsprogramma’s en budgetten? Begrijpt het college dat dit ten koste gaat van de overige kleine organisaties? Wat is het college van plan te ondernemen om hier verandering in te bewerkstelligen? 13.
Is het college het met de fractie van DENK eens is dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat er sprake is van een ongelijk speelveld en de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ structureel worden voorgetrokken door de gemeente en een monopolie lijken te hebben op het welzijnswerk en de gemeentelijke subsidies? Kan het college tevens haar zienswijze geven op het feit dat de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ niet of nauwelijks bereid zijn om samen te werken met kleinschalige wijkorganisaties om een faciliterende rol op zich te nemen? Zo nee, waarom niet? 14. Kan het college aangeven waarom de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ meedingen naar welzijnssubsidies voor jongerenwerk en waarom de gemeente hiervoor aan hen subsidies verleent? Begrijpt het college dat kleine organisaties die vergelijkbaar werk doen hierdoor niet in aanmerking komen voor deze subsidies? 15. Kan het college aangeven hoeveel welzijnssubsidies zij jaarlijks (in de periode 2019 t/m 2022) per grote ‘professionele welzijnsorganisatie’ heeft verleend; zowel via de reguliere subsidieregelingen als via ‘richtlijnenbrieven (op basis van ASV) als via beleidsstukken (op basis van ASV)? Zo nee, waarom niet? 16.
Is het college het met de fractie van DENK en de Rekenkamer eens dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat niet alle door de gemeente verleende subsidies terug te vinden zijn in het Haagse subsidieregister? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting. 17. Kan het college aangeven welk percentage van de totaal verleende welzijnssubsidies wel terug te vinden is in het subsidieregister? Zo nee, waarom niet?
18. Kan het college toezeggen dat alle, door de gemeente verleende, subsidies voortaan wel terug te vinden zullen zijn in het Haagse subsidieregiser? De Rekenkamer geeft in haar rapport de volgende aanbevelingen: 1. ‘Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren.’ 2. ‘Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend.’ 3. ‘Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk.’ 4. ‘Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen.’ 5. ‘Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem.’ 19. Is het college bereid een uitgebreidere toelichting te geven op de bovenstaande aanbevelingen dan de summiere reacties van het college die in RIS315975 staan? Zo nee, waarom niet? 20.
Kan het college aangeven welke van de 5 bovenstaande aanbevelingen uit het rapport zij zal omarmen, overnemen en op korte termijn zal implementeren? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting. 21. Kan het college aangeven wanneer zij verwacht een integraal beleidskader voor welzijnswerk (dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren) te doen toekomen aan de raad; zodat de raad dit kan vaststellen? 22. Kan het college aangeven wanneer zij verwacht met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend? 23. Kan het college aangeven wanneer zij verwacht met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt op welke wijze zij de raad inzicht zal bieden in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk? 24. Kan het college aangeven wanneer zij verwacht in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen? 25. Kan het college aangeven wat nodig is om ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem en per wanneer dit op de juiste manier gecommuniceerd kan worden? 26.
Is het college het met de Rekenkamer en de fractie van DENK eens dat er sprake dient te zijn van een gelijk speelveld en transparantie noodzakelijk en wenselijk is voor verstrekking van welzijnssubsidies? Zo nee, waarom niet? 27. Kan het college toelichten waarom in de periode van 2019 tot en met 2021 het merendeel van de verleende welzijnssubsidies niet in lijn waren met de daarvoor bedoelde wetten (o.a. AWB), regelgeving en beleid? 28. Kan het college toelichten waarom in het jaar 2021 slechts € 5,2 miljoen oftewel slechts 13% van de totale verleende welzijnssubsidies op basis van de subsidieregelingen zijn verleend? Kan het college haar zienswijze geven op het feit dat de Rekenkamer stelt dat alleen dit deel (13%) wel op de juiste manier (conform wet en regelgeving) is verleend? 29. Kan het college toelichten waarom in het jaar 2021 de overige 87% van de totale verleende welzijnssubsidies niet via de daarvoor bedoelde subsidieregelingen zijn verleend? Kan het college haar zienswijze geven op het feit dat de Rekenkamer stelt dat dit deel (87%) niet op de juiste manier (conform wet en regelgeving) is verleend? 30. Is het college bereid een onafhankelijk integriteitsonderzoek te starten naar de handel- werkwijze van gemeentelijke ambtenaren?
31. Is het college het met de DENK fractie eens dat het zeer zorgelijk is dat de Rekenkamer concludeert dat de gemeenteraad onvoldoende grip heeft op welzijnssubsidies en de verstrekking hiervan, en dat het college meer stuurt dan passend is? 32. Kan het college aangeven wat zij vindt van het feit dat de Rekenkamer stelt dat het welzijnswerk en budget niet goed afgebakend zijn? 33. Is het college bereid om eventueel de Rekenkamer te vragen een vervolgonderzoek te doen naar het functioneren van de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ en hun effectiviteit? 34. Is het college bereid de ’social return on investment’ inzichtelijk te maken en hierop te rapporteren richting de raad? Wat levert iedere euro aan welzijnssubsidie de stad Den Haag concreet op? Hoeveel van de verleende subsidies wordt er echt besteed aan het welzijn van Hagenaars en hoeveel gaat er naar overheadskosten van deze welzijnsorganisatie ? Zo nee, waarom niet? 35. Is het college bereid de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden zodat het meegenomen kan worden tijdens de commissie behandelingen?
Nur Icar DENK