RIS316069 Beantwoording SV Ongekende Haagse welzijnssubsidiegekte
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
8 september 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Icar, luidend: ‘Ongekende Haagse welzijnssubsidiegekte’
OCW/10597130 RIS316069
Het raadslid de heer Icar heeft op 29 juni 2023 een brief met daarin vijfendertig vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Vandaag heeft de Rekenkamer haar onderzoeksrapport ‘Werk aan wel zijn’, onderzoek naar sturing op subsidies voor welzijnswerk gepubliceerd. In dit nieuwe onderzoeksrapport is de Rekenkamer zeer kritisch over de wijze waarop de subsidies (in de periode 2019 tot en met 2021) aan 6 professionele welzijnsorganisaties zijn verstrekt. De Rekenkamer concludeert dat het Haagse college van B&W meer stuurt dan passend is. De Rekenkamer concludeert tevens dat de gemeenteraad onvoldoende grip hierop heeft; vanwege een beperkte informatieverstrekking richting de raad: ‘Het beleid voor welzijnswerk is ontoereikend, omdat de gemeenteraad vooraf niet duidelijk heeft vastgesteld wat de omvang van het welzijnswerk is en wat dit mag kosten.’ De Rekenkamer heeft zich in het onderzoek gefocust op het subsidie-instrument en de rol van het gemeentebestuur en hierbij ook concreet gekeken in hoeverre de gemeente stuurt op het bereiken van haar doelen voor welzijnswerk. De Rekenkamer stelt dat het beleid uitsluitend betrekking heeft op het welzijnswerk van enkele grote Haagse ‘professionele welzijnsorganisaties’.
Het welzijnswerk heeft juist als doel om het welzijn van alle Haagse bewoners en de sociale cohesie te verbeteren. Het organiseren van activiteiten van jongeren in de buurt, het stimuleren van bewonersparticipatie, het ondersteunen van ouderen of het geven van informatie en advies aan bewoners met hulpvragen. De fractie van DENK ontvangt al geruime tijd van kleine Haagse organisaties signalen die stellen dat zij actief worden tegengewerkt door zowel de gemeente als door grote Haagse ‘professionele welzijnsorganisaties’. Zo zouden bijvoorbeeld panden van de 6 grote Haagse ‘professionele welzijnsorganisaties’ niet opengesteld worden voor kleinschalige wijkgebonden initiatieven en activiteiten. Deze kleine organisaties hebben zich veelvuldig tot ons gewend en zich hierover beklaagd: ‘Waarom worden wij actief tegengewerkt en hebben organisaties, zoals WijkZ, een monopolie op het welzijnswerk’. Voor kleine lokale wijkgebonden initiatieven (enkel bestaande uit vrijwilligers en jongeren) lijkt het heel lastig te zijn om hun activiteiten te kunnen ontplooien en het heeft daarmee alle schijn van dat hoogopgeleide jongeren die wat willen betekenen voor hun wijk de facto worden gedemotiveerd door actieve tegenwerking. Dit terwijl vanaf 2019 het gemeentebestuur het welzijnswerk juist effectiever en kleinschaliger wilde organiseren.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
De DENK fractie maakt zich ernstig zorgen over de wijze waarop gemeente Den Haag welzijnssubsidies verstrekt; grote welzijnsorganisaties structureel worden voorgetrokken en het feit dat er geen sprake is van een gelijk speelveld voor kleine lokale organisaties. Daarom vraagt de fractie van DENK het college om duidelijkheid. 1.
Kan het college haar zienswijze/reactie geven op het rekenkamerrapport ‘Werk aan wel zijn’? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting.
Het college onderschrijft de aanbevelingen van de Rekenkamer. Het onderzoek van de Rekenkamer heeft zich gericht op de subsidies in 2019, 2020 en 2021. Inmiddels is al een aantal zaken in gang gezet in lijn met de suggesties van de Rekenkamer, maar er liggen ook nog uitdagingen. In onze reactie – die is opgenomen in het rekenkamerrapport – hebben we aangegeven hoe we gevolg willen geven aan de aanbevelingen. In het najaar komen we hier specifiek op terug. 2.
Kan het college haar zienswijze/reactie geven op de hoofdconclusie van het rekenkamerrapport ‘Werk aan wel zijn’: ‘De gemeenteraad heeft onvoldoende grip op welzijnswerk, terwijl het college meer stuurt dan passend is’? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting.
In de collegereactie in het rekenkamerrapport is een eerste reactie gegeven op de conclusies en aanbevelingen. Zie tevens antwoord op vraag 1. De Rekenkamer stelt dat hoofdconclusie gebaseerd is op de volgende drie deelconclusies: 1. De gemeentelijke kaderstelling voor welzijnswerk is ontoereikend. 2. Het gemeentebestuur geeft onvoldoende ruimte aan aanbieders van welzijnswerk om de doelen voor welzijnswerk te bereiken. 3. Het college stuurt bij de subsidieverlening voor welzijnswerk op de beleidsdoelen, maar laat de resultaten hiervan onvoldoende aan de gemeenteraad zien. 3.
Kan het college haar zienswijze/reactie geven op de bovenstaande drie deelconclusies uit het rapport? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting.
In de collegereactie in het rekenkamerrapport is een eerste reactie gegeven op de drie deelconclusies. Zie tevens antwoord op vraag 1. 4.
Is het college het met de fractie van DENK eens is dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat de gemeenteraad grotendeels in het duister tast m.b.t. de verlening van subsidies en de effectiviteit hiervan? Zo nee, waarom niet?
Over alle subsidies wordt de raad periodiek geïnformeerd via de P&C-cyclusen de Wmo-rapportages. Het college herkent de wens om over de inzet en effectiviteit van de welzijnsmiddelen tevens op een meer integrale en adequate manier te rapporteren. Het vaststellen van het Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024 (RIS 310647) is de start van de ontwikkeling om de raad meer te betrekken bij het welzijnswerk via periodieke rapportages, werkbesprekingen en werkbezoeken. Deze ontwikkeling continueren we door de raad de komende tijd te betrekken bij het opzetten van een nieuwe manier van verantwoorden, hier worden op dit moment de voorbereidingen voor getroffen.
2/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
5.
Kan het college een verklaring geven voor de beperkte verantwoording aan de gemeenteraad en het feit dat het college in haar rapportages aan de raad te weinig gebruik maakt van de uitgebreide informatie die welzijnsorganisaties aan de gemeente verstrekken? Waarom geeft het college beperkte informatie over het doelbereik van het welzijnswerk? Waarom wordt in meer dan de helft van de gestelde doelen niet of onvolledig verantwoord? Waarom is er bij maar liefst 1/3e doelen helemaal geen verantwoording?
De uitgebreide informatie die de welzijnsorganisaties aan de gemeente verstrekt wordt ambtelijk zorgvuldig geanalyseerd en vormt de basis voor de rapportages over welzijn naar de raad. We gebruiken deze informatie in de cyclus van programmabegroting en programmarekening. Op 14 juni heeft de raad het eerste voortgangsbericht Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021 – 2024 “Versterken & Verbinden” ontvangen (RIS315744). Hierin is opgenomen dat het college werkt aan een versterkte manier van verantwoorden over het beleid, de geformuleerde doelen en de impact en het effect van het welzijnswerk. In mei/juni hebben we een werkbespreking en een werkbezoek georganiseerd. Tijdens het werkbezoek aan De Henneberg (Servicepunt XL in Loosduinen) is een presentatie gegeven over de opzet van de nieuwe manier van monitoren en verantwoorden. De raad moet goed inzicht krijgen in de inzet van het welzijnswerk door frequente uitwisseling van praktijkervaringen en verhalen uit de stad alsmede verbeterde verantwoordingsinformatie over de effectiviteit van het welzijnswerk. Zie tevens het antwoord op vraag 4. 6.
Is het college het met de Rekenkamer en de fractie van DENK eens dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat de gemeente zich bij het verstrekken van welzijnssubsidies gedraagt als opdrachtgever en de welzijnsorganisaties als opdrachtnemer? Zo nee, waarom niet?
Voor welzijn geldt dat sprake is van samenwerking in het kader van de subsidierelatie en niet van een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. De subsidieverlening voor het professioneel welzijnswerk was in 2020 onderdeel van de bespreking van de jaarrekening in de Rekeningencommissie. Het college heeft onderbouwd dat de financiering juridisch wordt getypeerd als een subsidie conform Artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit blijkt ook uit het accountantsverslag van de gemeentelijke accountantsdienst over de jaarrekening 2022 (RIS 315417): “Er zijn geen bevindingen ten aanzien van (welzijns-)subsidies overgebleven die mogelijk een overheidsopdracht zouden moeten zijn.” 7.
Is het college bereid te stoppen te werken met richtlijnenbrieven en Algemene Subsidie Verordening (ASV)? Is het college het met de fractie van DENK eens dat door teveel te werken met richtlijnenbrieven en doordat de gemeente het initiatief neemt daar partijen zelf te benaderen en uit te nodigen een subsidieaanvraag in te dienen en aan de voorkant deze organisaties te voeden met wat zij in hun subsidieaanvraag dienen te vermelden het er alle schijn van heeft dat de gemeente zich gedraagt als opdrachtgever i.p.v. subsidieverlener?
Het college gaat stoppen met subsidiering vanuit richtlijnenbrieven en de Algemene Subsidie Verordening. Op dit moment werken we aan een nieuwe financieringssystematiek voor het professionele welzijnswerk vanaf 2025, dit is ook opgenomen in het Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024. Hierbij worden alle aanbevelingen van de Rekenkamer meegenomen. Zie tevens antwoord op vraag 6.
3/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
8.
Kan het college haar zienswijze/reactie geven op het feit dat de Rekenkamer stelt dat de huidige wijze en constructie van subsidieverlening aan de grote welzijnsorganisaties verdacht veel lijkt op gunning. Tevens stelt de Rekenkamer dat het niet transparant is en hierdoor kleine organisaties geen eerlijke kans hebben/krijgen en dit leidt tot onvoldoende ruimte voor kleine organisaties en zij hierdoor structureel worden tegengewerkt?
In de afdoening van de motie ‘Benader welzijn vanuit het perspectief van de samenleving en vrijwilligers’ (RIS308100) is aangegeven dat we werken met een vaste basisinfrastructuur van de professionele welzijnsorganisaties vanwege de zwaarte van het werk en het belang van continuïteit. Dit is in lijn met het door uw raad vastgestelde beleid in het Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 20212024. Naast deze basisinfrastructuur hecht het college zeer aan het overige welzijnsaanbod. Hiermee kan extra capaciteit worden ingezet indien nodig en/of specialistische inzet plaatsvinden in een specifieke wijk of voor een specifieke doelgroep. Aanvullend op de basisinfrastructuur zijn er dan ook verschillende subsidieregelingen. Deze subsidieregelingen bieden ruimte voor kleine organisaties om subsidies aan te vragen voor ondersteuning en activiteiten. Met dit additionele aanbod worden specifieke doelgroepen beter bereikt en worden extra inhoudelijke activiteiten en ondersteuning georganiseerd. En het gaat hierbij eenvoudigweg ook om broodnodige extra capaciteit en positieve impulsen in tijden van extra behoefte (bijvoorbeeld tijdens corona) of in gebieden waar sprake is van achterstanden of acute noodzaak. We hechten aan kwaliteit, samenwerking en continuïteit. Een stevig welzijnsaanbod vraagt om goed geëquipeerde professionals en vertrouwde gezichten in buurten en wijken.
Voor de komende jaren bekijken we voor het additionele aanbod waar meerjarige subsidie-afspraken van meerwaarde zijn. Een goede samenwerking tussen partijen zien we als cruciale voorwaarde. Dit geldt zowel voor de professionele welzijnsorganisaties die de basisinfrastructuur bieden als voor alle andere partijen die het additionele aanbod organiseren. De samenwerking moet over en weer op orde zijn. Het college ontvangt graag signalen als de samenwerking niet goed loopt of wanneer tegenwerking wordt ervaren. Zie tevens antwoord vraag 6. 9.
Kan het college uiteenzetten hoe de werkprocessen, m.b.t. subsidieverstrekking, eruit zien van gemeentelijke afdelingen die te maken hebben met het verlenen van subsidies? Maak hierbij zichtbaar hoe het proces voor grote welzijnsorganisaties verschilt van het proces voor kleine organisaties.
Het college volgt de kaders en werkprocessen zoals deze beschreven staan in de Kadernota Subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 (RIS305416) en maakt geen onderscheid in het subsidieproces op basis van de omvang van een organisatie. Voor het professioneel welzijnswerk geldt dat nu nog wordt gewerkt met richtlijnenbrieven en subsidiëring vanuit de Algemene Subsidie Verordening. 10. Kan het college aangeven op welke wijze zich de huidige wijze/constructie van subsidieverstrekking zich verhoudt tot het gelijkheidsbeginsel dat alle welzijnsorganisaties de mogelijkheid moeten hebben om subsidies aan te vragen?
4/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
Voor alle organisaties geldt dat ze de mogelijkheid hebben om subsidie aan te vragen. Wel wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de basisinfrastructuur van professionele welzijnsorganisaties en het aanvullende en vrijwillige aanbod. Zie tevens antwoord op vraag 8. 11.
Kan het college aangeven wat het college heeft gedaan met het eerdere onderzoeksrapport van de Rekenkamer uit 2017 ‘Eerlijk delen’ waarin de Rekenkamer onderzocht heeft in hoeverre gemeente Den Haag ervoor zorgt dat de subsidies die ze verstrekt doeltreffend en doelmatig zijn? Kan het college aangeven welke aanbevelingen uit 2017 zijn omarmt en zijn geïmplementeerd/uitgevoerd? Kan het college onderbouwen waar de implementatie/uitvoering van de aanbevelingen uit 2017 uit blijkt? Zo nee, waarom niet?
Het college heeft alle aanbevelingen van de Rekenkamer uit onderzoeksrapport ‘Eerlijk delen’ omarmd. Naar aanleiding van dit onderzoeksrapport zijn de “Kadernota Subsidiebeleid Den Haag 2020-2023” (RIS305416) en de “Algemene Subsidieverordening Den Haag 2020” (RIS305417) opgesteld die allebei door uw raad zijn vastgesteld en waarmee de aanbevelingen vanuit de Rekenkamer zijn geïmplementeerd en uitgevoerd. In bijlage 1 van de Kadernota is de implementatie/uitvoering per aanbeveling aangegeven. 12. Kan het college aangeven waarom de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ zowel subsidie krijgen op basis van het welzijnsbeleid (€ 33,5 miljoen) als aanvullende subsidies vanuit andere beleidsprogramma’s en budgetten? Begrijpt het college dat dit ten koste gaat van de overige kleine organisaties? Wat is het college van plan te ondernemen om hier verandering in te bewerkstelligen? Vanwege de zwaarte van het werk en de benodigde continuïteit zet het college in op één welzijnsorganisatie per stadsdeel (of per wijk in het centrum) voor het professioneel welzijnsaanbod. Daaromheen is er veel ruimte voor het additionele welzijnsaanbod en hebben we bewust gekozen voor diverse subsidieregelingen. We hechten hier juist veel waarde aan en zetten in op een goede samenwerking tussen alle partijen.
We bekijken voor het additionele aanbod waar meerjarige subsidieafspraken van meerwaarde zijn. Zie tevens antwoord op vraag 8. 13. Is het college het met de fractie van DENK eens is dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat er sprake is van een ongelijk speelveld en de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ structureel worden voorgetrokken door de gemeente en een monopolie lijken te hebben op het welzijnswerk en de gemeentelijke subsidies? Kan het college tevens haar zienswijze geven op het feit dat de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ niet of nauwelijks bereid zijn om samen te werken met kleinschalige wijkorganisaties om een faciliterende rol op zich te nemen? Zo nee, waarom niet? Voor welzijn geldt dat samenwerking ontzettend belangrijk is. De samenwerking tussen partijen verdient alle aandacht. Het college zet – waar nodig - in op een betere samenwerking en structurele samenwerkingsrelaties tussen de professionele welzijnspartijen en alle aanbieders van het additionele welzijnswerk. Er zal altijd een goede wisselwerking moeten zijn tussen de professionele welzijnsorganisaties en het aanvullende en vrijwillige aanbod in wijken en buurten. Ze vullen elkaar juist aan en alleen door een goede wisselwerking ontstaat het beste aanbod dat zo goed mogelijk aansluit op de behoeften in wijken en buurten. Zie tevens antwoord op vraag 8.
5/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
14. Kan het college aangeven waarom de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ meedingen naar welzijnssubsidies voor jongerenwerk en waarom de gemeente hiervoor aan hen subsidies verleent? Begrijpt het college dat kleine organisaties die vergelijkbaar werk doen hierdoor niet in aanmerking komen voor deze subsidies? Zie antwoord op vraag 12. 15.
Kan het college aangeven hoeveel welzijnssubsidies zij jaarlijks (in de periode 2019 t/m 2022) per grote ‘professionele welzijnsorganisatie’ heeft verleend; zowel via de reguliere subsidieregelingen als via ‘richtlijnenbrieven (op basis van ASV) als via beleidsstukken (op basis van ASV)? Zo nee, waarom niet?
Onderstaand is het overzicht opgenomen voor de professionele welzijnsorganisaties conform de definitie in het rapport van de Rekenkamer. Voor de volledigheid zijn voor 2022 daarnaast de subsidies uit de subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal Den Haag toegevoegd. Voor het overzicht geldt dat een groot deel van het totale budget bestemd is voor het vastgoed van de buurthuizen en de Servicepunten XL. Dit vastgoed heeft als doel om breed gebruikt te worden, onder andere door bewonersorganisaties, seniorenorganisaties en alle additionele welzijnsorganisaties. De bedragen fluctueren door de jaren heen. Dit heeft te maken met inzet op actualiteiten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan extra investeringen in maatschappelijk werk, activiteiten tijdens de coronaperiode of de inzet op prioritaire gebieden. Organisatie
2019
2020
2021
2022
Kommunika Jeugdwerk
288.260 866.540
420.370 914.550
339.430 1.324.490
483.330 1.199.500
Mandelaplein De Mussen
598.280 830.430
579.560 721.590
851.020 1.159.180
943.660 884.390
Welzijn Scheveningen
3.626.280
3.522.250
3.811.910
3.764.940
Wijkz
34.254.480
30.514.340
30.930.150
33.088.960
16.
Is het college het met de fractie van DENK en de Rekenkamer eens dat het zeer zorgelijk en onwenselijk is dat niet alle door de gemeente verleende subsidies terug te vinden zijn in het Haagse subsidieregister? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting.
Voor alle welzijnssubsidies geldt dat ze aan het juiste doel worden besteed. Het subsidieregister geeft een goed overzicht van alle verleende subsidies. De Rekenkamer heeft er daarnaast terecht op gewezen dat binnen het overzicht niet voor alle subsidies de doelstelling (volledig) is opgenomen. Het college neemt de aanbeveling van de Rekenkamer rondom het subsidieregister over en zal het werkproces rondom het subsidieregister nader bekijken en daar waar nodig aanscherpen. 17.
Kan het college aangeven welk percentage van de totaal verleende welzijnssubsidies wel terug te vinden is in het subsidieregister? Zo nee, waarom niet?
In het subsidieregister is 100% van alle verleende subsidies terug te vinden.
6/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
18.
Kan het college toezeggen dat alle, door de gemeente verleende, subsidies voortaan wel terug te vinden zullen zijn in het Haagse subsidieregister?
Zie antwoord op vragen 16 en 17. De Rekenkamer geeft in haar rapport de volgende aanbevelingen: 1. ‘Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren.’ 2. ‘Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend.’ 3. ‘Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk.’ 4. ‘Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen.’ 5. ‘Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem.’ 19. Is het college bereid een uitgebreidere toelichting te geven op de bovenstaande aanbevelingen dan de summiere reacties van het college die in RIS315975 staan? Zo nee, waarom niet? Het college werkt op basis van de reeds ingezette koers in het Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2021-2024 en de aanbevelingen in het rapport van de Rekenkamer (die worden overgenomen) aan een aanpak.
Na behandeling van het raadsvoorstel geeft het college spoedig invulling aan deze aanbevelingen. 20. Kan het college aangeven welke van de 5 bovenstaande aanbevelingen uit het rapport zij zal
omarmen, overnemen en op korte termijn zal implementeren? Zo nee, waarom niet? Graag een toelichting. Zie collegereactie in het rekenkamerrapport en het antwoord op vraag 19. 21.
Kan het college aangeven wanneer zij verwacht een integraal beleidskader voor welzijnswerk (dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren) te doen toekomen aan de raad; zodat de raad dit kan vaststellen?
Zie antwoord op vraag 19. 22. Kan het college aangeven wanneer zij verwacht met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt
hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend? Zie antwoord op vraag 19. 23. Kan het college aangeven wanneer zij verwacht met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt
op welke wijze zij de raad inzicht zal bieden in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk? Zie antwoord op vraag 19.
7/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
24. Kan het college aangeven wanneer zij verwacht in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de
doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen? Zie antwoord op vraag 19. 25.
Kan het college aangeven wat nodig is om ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem en per wanneer dit op de juiste manier gecommuniceerd kan worden?
Vanaf 2022 is met de overstap naar een nieuw subsidiesysteem geborgd dat de doelstelling waarop subsidie wordt verleend overeenkomt met de inhoud van het subsidieregister. 26. Is het college het met de Rekenkamer en de fractie van DENK eens dat er sprake dient te zijn
van een gelijk speelveld en transparantie noodzakelijk en wenselijk is voor verstrekking van welzijnssubsidies? Zo nee, waarom niet? Zie antwoord op vraag 8. 27.
Kan het college toelichten waarom in de periode van 2019 tot en met 2021 het merendeel van de verleende welzijnssubsidies niet in lijn waren met de daarvoor bedoelde wetten (o.a. AWB), regelgeving en beleid?
Op veel terreinen zijn de afgelopen jaren subsidieregelingen ingericht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal Den Haag. Voor het professioneel welzijnswerk is ervoor gekozen om te wachten op het kader voor meerjarige subsidiëring (RIS315194) en het rapport van de Rekenkamer. Het college werkt nu voor het professionele welzijnswerk aan een nieuwe financieringsconstructie die voldoet aan de wens voor meerjarige financiering en de aanbevelingen van de Rekenkamer. Daarnaast werkt het college aan een beleidskader sociale basis, zodat we tegemoet komen aan de oproep van de Rekenkamer om de doelstellingen voor financiering goed - en voor alle partijen inzichtelijk en transparant - te onderbouwen. 28. Kan het college toelichten waarom in het jaar 2021 slechts € 5,2 miljoen oftewel slechts 13% van
de totale verleende welzijnssubsidies op basis van de subsidieregelingen zijn verleend? Kan het college haar zienswijze geven op het feit dat de Rekenkamer stelt dat alleen dit deel (13%) wel op de juiste manier (conform wet en regelgeving) is verleend? Zie antwoord op vraag 27. 29. Kan het college toelichten waarom in het jaar 2021 de overige 87% van de totale verleende
welzijnssubsidies niet via de daarvoor bedoelde subsidieregelingen zijn verleend? Kan het college haar zienswijze geven op het feit dat de Rekenkamer stelt dat dit deel (87%) niet op de juiste manier (conform wet en regelgeving) is verleend? Zie antwoord op vraag 27. 30. Is het college bereid een onafhankelijk integriteitsonderzoek te starten naar de handel-
werkwijze van gemeentelijke ambtenaren?
8/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10597130
Het college ziet hier geen aanleiding toe. Het rekenkamerrapport heeft geen vraagtekens of aandachtspunten aangegeven waar het gaat om integriteit. 31.
Is het college het met de DENK fractie eens dat het zeer zorgelijk is dat de Rekenkamer concludeert dat de gemeenteraad onvoldoende grip heeft op welzijnssubsidies en de verstrekking hiervan, en dat het college meer stuurt dan passend is?
Zie antwoord op vragen 1 en 27. 32. Kan het college aangeven wat zij vindt van het feit dat de Rekenkamer stelt dat het welzijnswerk
en budget niet goed afgebakend zijn? In de collegereactie is aangegeven dat er in de huidige situatie sprake is van versnippering in het beleid gericht op de sociale basis. Het college is daarom voornemens om te komen tot een overkoepelend beleid voor de sociale basis. Zie tevens antwoord op vraag 27. 33.
Is het college bereid om eventueel de Rekenkamer te vragen een vervolgonderzoek te doen naar het functioneren van de grote 6 ‘professionele welzijnsorganisaties’ en hun effectiviteit?
Het heeft onze voorkeur om de aanpak uit het Rekenkamerrapport en het Beleidsplan Professioneel
Welzijnswerk 2021-2024 verder te realiseren. Hierbij gaat het om de ambities en samenwerking in het kader van de brede sociale basis, een duidelijk kader voor doelstellingen, nieuwe afspraken over de wijze van betekenisvol monitoren en een nieuwe financieringssystematiek voor het professionele welzijnswerk. 34. Is het college bereid de ’social return on investment’ inzichtelijk te maken en hierop te
rapporteren richting de raad? Wat levert iedere euro aan welzijnssubsidie de stad Den Haag concreet op? Hoeveel van de verleende subsidies wordt er echt besteed aan het welzijn van Hagenaars en hoeveel gaat er naar overheadskosten van deze welzijnsorganisatie ? Zo nee, waarom niet? Zie antwoord op vraag 4 en 5. 35.
Is het college bereid de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden zodat het meegenomen kan worden tijdens de commissie behandelingen?
Ja. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
9/9