CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315958 Segregatiemonitor

Commissie Samenleving 14 december 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het College inzake programmabegroting 2024-20274.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

060

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

OCW/10550475 RIS315958 Contactpersoon

Fabienne van den Bor Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

4 juli 2023

fabienne.vandenbor@denhaag.nl

Onderwerp

Segregatiemonitor

Op 28 juni 2022 heeft u van het college de afdoening motie ‘Segregatiemonitor’ ontvangen (RIS308532). Zoals toegezegd is gestart met het verzamelen en ordenen van bestaande indicatoren en onderzoeken die iets zeggen over segregatie. In deze raadsmededeling neemt het college u mee in de discussie rond het begrip segregatie, presenteren we de eerste versie van de segregatiemonitor, schetsen we enkele eerste conclusies, en geven we aan welke mogelijkheden voor doorontwikkeling van de monitor wij zien. Het college dankt de indieners van de motie voor de aanzet tot het ontwikkelen van de segregatiemonitor. De monitor biedt inzicht en stof tot nadenken. Het college hoopt dat de monitor de gedachtewisseling over segregatie, verschil en ongelijkheid in Den Haag stimuleert. Zoals in het coalitieakkoord – Voor een stad die tegen een stootje kan - is aangegeven, is het bevorderen van bestaanszekerheid en kansengelijkheid een belangrijke doelstelling van dit college. Segregatie kan daarop een negatieve invloed hebben. Het college beschouwt deze monitor daarmee als een belangrijke aanzet om te komen tot effectiever beleid in wijken en buurten, gericht op versterking van kansengelijkheid, verbinding en sociale cohesie. De inzichten uit de segregatiemonitor sluiten aan op de analyse en prioriteiten in het coalitieakkoord.

De inzet op bestaanszekerheid en kansengelijkheid, preventie en het versterken van de sociale basis, moeten segregatie verminderen. Het college wil dat inwoners naar vermogen kunnen meedoen aan de samenleving. Ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen is niet voor niets een rode draad in het coalitieakkoord. Maar ook de inzet op een goede toegang tot voorzieningen in alle delen van de stad, een gezonde leefomgeving, de realisatie van meer betaalbaar woningen, de inzet op Zuidwest, de extra aandacht voor de leefbaarheid in de vier prioritaire gebieden en in Laak, evenwichtige spreiding van aandachtsgroepen over de stad, versneld opknappen van woningen met E-, F- en G-labels en de inzet op mobiliteit die ontmoeting en verbinding mogelijk maakt. Taal, onderwijs en werk zijn cruciaal voor mensen om kansen te kunnen pakken en verder te komen in het leven. Daarom vormen ze ook prioriteiten in het coalitieakkoord. Om te ontwikkelen, nieuwe contacten en ervaringen op te doen. Sterke sportverenigingen en cultuurorganisaties, investeringen in ontmoetingsplekken en het verbinden van bewoners via ons welzijnswerk dragen bij aan het tegengaan van segregatie, doordat ze ontmoetingen tussen de inwoners van Den Haag, in al hun verscheidenheid, mogelijk maken. In alles wat wij als gemeente doen, staat daarbij voorop dat alle Hagenaars belangrijk zijn. Verschillen worden

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10550475

gewaardeerd, iedereen moet in staat zijn om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. 1. Het begrip segregatie Het begrip segregatie, dat letterlijk scheiding betekent, heeft in verschillende contexten verschillende betekenissen. Sociologen spreken van segregatie als groepen mensen op basis van ras of sekse worden gescheiden. Segregatie kan onvrijwillig zijn, gestuurd door bewuste discriminatie vanuit overheid en samenleving; denk aan voorbeelden in het buitenland, zoals apartheidsbeleid en ‘red zoning’ door bedrijven en overheden, op basis van ras. Segregatie kan ook het onbedoelde effect zijn van beleidskeuzes, zoals bij de ontwikkeling van sociale woningbouw. Ook kan een groep mensen vrijwillig voor segregatie kiezen om zo een eigen afgezonderde leefgemeenschap te vormen. Hoewel segregatie een neutraal, beschrijvend begrip is, wordt het doorgaans in een problematische context gebruikt. Vanwege de verschillende definities is het belangrijk om voor het inrichten van de segregatiemonitor van Den Haag het begrip segregatie voor dit specifieke doel te definiëren. Hierbij hanteren wij de volgende definitie (bron: CBS1): Het begrip ‘segregatie’ meet de mate waarin twee of meer groepen mensen fysiek van elkaar gescheiden wonen binnen een stad of regio (zie Massey & Denton, 1988).

Meestal gaat het hierbij om de relatieve concentratie van mensen die tot een bepaalde sociaal-economische categorie (denk aan inkomen, werkloosheid of opleidingsniveau) of herkomstgroep behoren binnen een bepaalde stadsbuurt. In een gesegregeerde buurt is een bepaalde groep oververtegenwoordigd ten opzichte van de rest van de stad. In een stad zonder segregatie zouden alle groepen exact gelijk zijn verspreid over de verschillende buurten. Deze definitie van segregatie is helder en meetbaar. Er kan immers gekeken worden waar sprake is van een hoog aandeel mensen die tot een bepaalde sociaal-economische categorie of herkomstgroep behoren. Dat kan zowel hoge of lage inkomens betreffen, hoog- of laag opgeleid, et cetera. Voor beleidsmakers is het van belang zich vervolgens te verdiepen in de wijk of buurt, omdat een hoog aandeel van mensen die tot een bepaalde groep behoren nog niet betekent dat er ook een probleem is. De belevingswereld van mensen is daarnaast een belangrijke informatiebron om de data en kaartbeelden goed te kunnen duiden. Ruimtelijke en sociale segregatie Ruimtelijke verschillen vallen vaak samen met sociale verschillen op diverse terreinen, zoals gezondheid, taalvaardigheid, maatschappelijke participatie en brede welvaart.

Waarde van woning en gemeten en ervaren welvaart vertonen een sterk verband: in delen van de stad met relatief veel goedkopere woningvoorraad zien we ook meer sociale problematiek. In delen van de stad met relatief duurdere woningvoorraad, veel minder. We zien in een deel van de stad een fors aandeel (kwetsbare) mensen met meervoudige problematiek, dit in schril contrast ten opzichte van andere wijken. Het kan ertoe leiden dat groepen mensen buitengesloten worden (of dat zo ervaren) door de samenleving maar ook dat groepen zichzelf en haar leden afsluiten van de samenleving (zelfsegregatie). Ontmoeting en verbinding met andere groepen in de samenleving worden in beide gevallen daardoor ontmoedigd. Hoewel dat door betrokkenen niet altijd als een knelpunt hoeft te worden ervaren, zoals ook blijkt uit interviews in kwalitatief buurtonderzoek, wordt toch verondersteld dat dit voor het individueel en maatschappelijke welzijn ongewenst is. Deze situaties kunnen leiden tot een verdere cumulatie van problemen, hardnekkige armoede en achterstanden die zich ook manifesteren bij volgende generaties (structurele kansenongelijkheid). 1 https://www.cbs.nl/nl-nl/corporate/2015/47/innovatieve-methode-brengt-segregatie-scherper-in-

beeld#:~:text=Wat%20is%20segregatie%3F,Massey%20%26%20Denton%2C%201988)

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10550475

Eén van de scheidslijnen waar het SCP en de WRR op gewezen hebben, vormen de gescheiden sociale netwerken van hoog- en laagopgeleiden: hoger en lager opgeleiden komen elkaar minder vaak tegen. Geloof, sport en verenigingsleven vormen minder dan voorheen een verbindende factor tussen inkomens- en opleidingsniveaus. Daarbij komt dat kinderen van ouders met een lagere of praktische opleiding zelf ook minder vaak instromen in havo/vwo en hoger onderwijs. Maatschappelijke verschillen zetten zich dan over generaties heen voort en sociale segregatie wordt verder bestendigd. Dit speelt vaker bij mensen met een migratieachtergrond, waarbij eerste generaties vaker een hoger opleidingsniveau missen. Ruimtelijke segregatie naar inkomensniveau, bijvoorbeeld als gevolg van een groot aandeel betaalbare (huur)woningen in wijken kan deze ontwikkeling versterken. Gevolg daarvan kan weer zijn dat het onderwijsaanbod en de schoolsamenstelling deze eenzijdigheid weerspiegelen en daardoor sociale segregatie voortzetten. Ruimtelijke segregatie valt echter niet noodzakelijkerwijs samen met sociale segregatie. Wie in een bepaalde wijk woont, kan immers omgaan met iemand uit een andere wijk. Ook kan de schoolkeuze ervoor zorgen dat de ruimtelijke segregatie niet uitmondt in sociale segregatie, bijvoorbeeld als de schoolsamenstelling divers is.

Sociale segregatie wordt versterkt door sociale media waardoor bubbels van gelijkgestemden ontstaan. Mensen komen daardoor weinig in aanraking met andere opvattingen. Deze bubbels hoeven niet ruimtelijk geconcentreerd te zijn. In de segregatiemonitor brengen we vooral de ruimtelijke segregatie in beeld. Indicatoren die iets zeggen over sociale segregatie betreffen sociale cohesie en zelfrapportage op stellingen als ‘De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks’, en ‘Ik heb veel contact met andere buurtbewoners’. Ook de data over segregatie in het onderwijs zeggen iets over sociale segregatie: met wie gaan kinderen samen naar school? Desalniettemin zijn data over sociale segregatie schaars. Ruimtelijke verschillen Een segregatiemonitor brengt ruimtelijke verschillen in beeld. De mogelijke negatieve gevolgen daarvan worden in deze Haagse monitor steeds kort toegelicht. Onwenselijke situaties ontstaan wanneer ruimtelijke segregatie aanjager is van sociale segregatie, structurele kansenongelijkheid of uitsluiting. Ook wanneer ze wijst op het ontstaan van gemeenschappen die niet deelnemen aan de (kernwaarden van) de Nederlandse samenleving is nadere aandacht hiervoor nodig. Deze segregatiemonitor presenteert daarom ook een aantal thematische indicatoren die een signaalfunctie kunnen vervullen voor deze aandachtspunten.

Segregatie op opleiding kan bijvoorbeeld negatief uitpakken voor de kansengelijkheid. In contact komen met mede-inwoners met een hoger opleidingsniveau, is immers belangrijk voor sociale stijging. Ook kan segregatie naar wel of niet werken negatief zijn voor bestaanszekerheid. Wie in zijn omgeving weinig mensen heeft die werken, moet meer moeite doen om zelf aan het werk te gaan. Segregatie kan zo zorgen voor een stapeling van problematiek waardoor een neerwaartse spiraal ontstaat. Het SCP geeft in een publicatie over buurteffecten aan dat de buurt zeker invloed heeft op bijvoorbeeld schoolprestaties. 2 Hoewel het begrip dus doorgaans in een negatieve context wordt gebruikt, duidt het ook op de menselijke neiging om te gaan met mensen die op je lijken of bepaalde kenmerken delen. Bijvoorbeeld op het gebied van sport, cultuur, religie. Daardoor ontstaat vanzelf een zekere segregatie. Dat hoeft op zichzelf niet verkeerd te zijn. Doorgaans beschouwen we segregatie pas als negatief, als er negatieve consequenties aan verbonden zijn. Een hoog aandeel lage inkomens in een wijk kan bijvoorbeeld ook staan voor een goed functionerende en betaalbare volksbuurt waar mensen naar elkaar om kijken en voor elkaar zorgen. Wanneer mensen bepaalde kenmerken of achtergrond met elkaar delen, kan de steun van de eigen groep hen verder brengen.

Bijvoorbeeld in wijken van aankomst, kunnen groepen nieuwkomers die onderaan de 2 https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2021/05/27/opgroeien-in-een-kwetsbare-wijk

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10550475

maatschappelijke ladder moeten beginnen daarvan profiteren. Het Kenniscentrum Inclusief Samenleven zegt daarover in hun kennissynthese segregatie dat de toename van diversiteit in wijken weliswaar kan zorgen voor een afname van ruimtelijke segregatie, maar paradoxaal genoeg sociale segregatie in de hand kan werken. Men trekt zich terug in eigen kring.3 Beleid kan segregatie ook onbedoeld vergroten, als neveneffect van op zichzelf goede maatregelen. Gerichte investeringen kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat de cijfermatige verschillen tussen rijkere gebieden en armere gebieden groter worden. Algemene maatregelen om gezondheidsverschillen terug te dringen leiden bijvoorbeeld weliswaar tot gezondheidswinst, maar mensen bovenaan de maatschappelijke ladder profiteren daar meer van dan mensen onderaan de ladder. Deze segregatiemonitor is geen beleidsdocument maar is bedoeld als objectieve monitor die inzicht geeft in ruimtelijke verschillen die mogelijk tot ongewenste vormen van segregatie kunnen leiden. De monitor vormt een bouwsteen voor het debat hierover zoals dat reeds is ingezet met onze nota Bouwen aan een verbonden stad (RIS 308172) en voor het verder richten van ruimtelijk en sociaal beleid. 2. Eerste versie segregatiemonitor In deze eerste versie van de segregatiemonitor zijn bestaande indicatoren in kaart gebracht en geordend.

De segregatiemonitor is te vinden op Den Haag in Cijfers, https://denhaag.incijfers.nl/dashboard/segregatiemonitor. De segregatiemonitor is geordend langs de volgende thema's: • Leeftijd, migratieachtergrond en sociaal-economische status • Wonen en leefomgeving • Onderwijs • Werk en Inkomen • Gezondheid, welbevinden en zorggebruik Voor elk van deze thema's worden de meest inzichtgevende kaarten en grafieken getoond, voorzien van een korte toelichting. Elk thema begint met een samenvatting van de belangrijkste inzichten en verbanden. Het betreft nadrukkelijk een selectie van indicatoren. Op vrijwel elke indicator is immers verschil te rapporteren. De gekozen indicatoren laten aspecten van segregatie in Den Haag zien. Zoals in de afdoening van de motie is aangegeven zal in de reguliere rapportages over wonen, onderwijs en andere beleidsterreinen aandacht worden besteed aan segregatie op basis van de monitor. De monitor biedt de data en voorziet deze van beperkte context en interpretatie. Beleidsmonitoring en evaluatie heeft dus geen plek in de monitor. 3. Wat valt op? Leeftijd, migratieachtergrond en sociaal-economische status Jongeren en ouderen wonen niet evenredig verdeeld over Den Haag. In de stadsdelen LeidschenveenYpenburg en Escamp wonen relatief veel jongeren, terwijl in Loosduinen, Scheveningen en Haagse Hout relatief meer ouderen wonen.

Inwoners met een migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de stadsdelen Escamp, Laak en Centrum en delen van Haagse Hout en Leidschenveen-Ypenburg. Voor Den Haag als geheel geldt dat de segregatie naar niet-westerse migratieachtergrond is afgenomen, maar nog steeds het hoogst is van de grote vier steden. Het Kenniscentrum Inclusief Samenleven zegt over deze trend: “Dit is niet altijd gunstig; meer diversiteit naar migratieachtergrond zorgt in sommige buurten voor minder contact en minder sociaal vertrouwen. Terwijl een zekere mate

3 https://www.kis.nl/sites/default/files/2022-10/kennissynthese_segregatie_def.pdf, p. 10

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10550475

van segregatie naar herkomst juist een gunstige invloed kan hebben op de emancipatie van nieuwkomers. Het afmeten van segregatie naar het land van herkomst is dus misschien niet meer zo relevant.” 4 Met betrekking tot de sociaal-economische status (SES), gebaseerd op welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname (WOA) valt op dat in de wijken Zuidwest, Laak en Centrum sprake is van een lagere score SES-WOA dan in de rest van de stad. Bestaanszekerheid staat of valt met investeren in banen, opleidingen en taal. Mensen moeten zoveel en zo snel mogelijk zelfstandig hun inkomen zeker stellen. Dan komt bestaanszekerheid tot volle wasdom. Met het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004) spreken wij de ambitie uit dat we zoveel mogelijk mensen aan het werk helpen en als dat hen (nog) niet lukt dat we hen een ander duurzaam perspectief bieden. Wonen en Leefomgeving Geografisch is er sprake van ruimtelijke segregatie wat betreft de woningwaarden (WOZ). Dat hangt onder meer samen met de (historische) ligging van woningen in buurten en wijken ten opzichte van de zee en de Haagse bodem. De duurdere woningen zijn vaker gebouwd op het zand en de klei (VINEX uitbreidingen Wateringse Veld en Leidschenveen-Ypenburg). Het grootste aandeel sociale huurwoningen is gebouwd op het veen.

In deze wijken met deze betaalbare woningen wonen meer inwoners met een lagere sociaaleconomische status (SES – een samengestelde indicator gebaseerd op opleiding, inkomen en arbeidssituatie). Kwetsbare groepen vestigen zich veelal noodgedwongen in woningen met lage huren. Dit zijn veelal corporatiewoningen maar ook veelal particuliere huurwoningen. Zoals in de commissiebrief van 9 juni 2021 (RIS 309055) werd gesignaleerd, blijkt uit landelijk onderzoek dat in de wijken met de goedkoopste woningen en de hoogste mutatiegraad de leefbaarheid het meest onder druk staat en voelen in de wijken met verminderde leefbaarheid bewoners zich vaker onveilig. Dat heeft negatieve impact vooral ook op kwetsbare groepen. Een groot aandeel van deze huurders heeft een beperkte zelfredzaamheid en daar waar zij in grotere groepen samenwonen, staat ook de samenredzaamheid onder druk. De verschillen in Den Haag nemen toe: in buurten met weinig corporatiewoningen neemt het aandeel kwetsbare bewoners af, terwijl de kwetsbare bewoners in buurten met veel corporatiewoningen toenemen. Wijken waar het aandeel (betaalbare) particuliere huur hoog is lijken een soortgelijke tendens te vertonen. Ook gebrekkige kwaliteit van woningen kan hierbij van invloed zijn.

Een voorzichtige conclusie is dat buurten en wijken met een hoog aandeel goedkope (huur)woningen een toename van kwetsbare groepen laten zien, waarbij er – uitzonderingen daargelaten – een reëel risico bestaat van een zichzelf versterkende ontwikkeling: afnemende leefbaarheid en toename van (ongewenste) vormen van segregatie. Achterblijvende kwaliteit van woning en woonomgeving kunnen dat effect versterken. De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad is nog niet op orde wat betreft verduurzaming en isolatie. In 2022 waren er in Den Haag nog ruim 100.000 woningen met een energielabel E, F of G. Verdiepingscijfers vanuit het BZK-Woononderzoek laten echter zien dat eigenaar-bewoners hun woningen isoleren en verduurzamen op ongeveer hetzelfde tempo als de woningcorporaties. Voor de particuliere huursector is dat echter niet het geval. De grootste uitdagingen doen zich voor in de wijken met relatief goedkoop particulier woningbezit. Daar zijn de kwaliteit van het verhuurderschap (hoge huren, misstanden) en de actieve VVE’s van andere orde dan in andere delen van de stad en blijft de ontwikkeling van de energielabels de afgelopen jaren achter. Ook achterstallig onderhoud en

4

https://www.kis.nl/artikel/hoe-samen-leven-we-eigenlijk

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10550475

veiligheidsrisico’s en gezondheidsrisco’s ten aanzien van het binnenklimaat spelen juist in deze sector een rol. Het spreidingsbeeld van woningaanbod naar duurzaamheid sluit niet aan op het spreidingsbeeld naar inkomens. Dit komt onder meer doordat de leeftijd van woningen een belangrijke factor is; juist in sommige welvarende delen van de stad staan relatief veel oudere woningen. Afgelopen 10 jaar zijn de verhuizingen in de corporatiesector grofweg gelijk gebleven. Met name de verhuizingen in de particuliere sector zijn toegenomen. Veel kwetsbare bewoners komen te wonen in wijken met een hoog percentage corporatiebezit. Dit komt onder andere doordat urgent woningzoekenden via woningtoewijzing terecht komen in het goedkoopste corporatiebezit. Het totale aantal geslaagde urgente woningzoekenden is tussen 2011 en 2021 per saldo afgenomen van 650 naar 288. In het eerste deel van deze periode is er voornamelijk sprake van een stijging van het aantal geslaagde urgente woningzoekenden en vanaf 2016 daalt dit aantal. Deze voortdurende afname van de laatste jaren komt door de aanscherping van de urgentieregeling per 1 juli 2019. En de daling vanaf 2016 vanwege het feit dat er geen urgenties meer worden verleend aan statushouders. De wet is toen aangepast en de verplichte urgentie is afgeschaft.

Sindsdien krijgen statushouders zonder urgentie direct een woning aangeboden van een woningcorporatie. Onderwijs Als we kijken naar opleiding, dan valt op dat, in vergelijking met de rest van Nederland een lager percentage van de Haagse volwassenen een opleidingsniveau heeft dat valt in de categorie middelbaar. De categorie laag is iets groter in Den Haag dan in de rest van Nederland, net als de categorie hoog. Hoewel inwoners van verschillende opleidingsniveaus in alle stadsdelen wonen, wonen inwoners uit de categorie laag vaker bij elkaar in de buurt. Dat geldt ook voor laaggeletterden. In Den Haag is (in 2016) naar schatting 24% van de bewoners tussen 16 en 65 jaar laaggeletterd. Dit is aanzienlijk hoger dan gemiddeld in Nederland (12%) en in de regio Haaglanden (19%) en de andere grote steden. De verschillen tussen de stadsdelen in Den Haag zijn relatief groot; zo is het percentage laaggeletterdheid in Segbroek 4% en in Laak is 50% van de inwoners laaggeletterd. Drie stadsdelen in Den Haag hebben in 2020 in procenten bovengemiddeld meer kinderen met het grootste risico op onderwijsachterstand. Dat zijn Centrum, Laak en Escamp.

Vergelijking van de Haagse percentages voortijdig schoolverlaten (VSV) naar wijk laat zien dat de percentages uiteenlopen, met bijvoorbeeld een percentage van minder dan 1% in de Bomen- en Bloemenbuurt en Vruchtenbuurt en een percentage van meer dan 3,5% in de Schildersbuurt, Transvaalkwartier en Centrum. Jongeren zonder startkwalificatie hebben een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Een startkwalificatie is een diploma op minimaal havo/vwo-niveau of mbo-niveau 2. Zij hebben veelal een tijdelijk dienstverband of flexwerk. De Inspectie voor het Onderwijs rapporteert jaarlijks op basis van drie indicatoren over schoolsegregatie: migratieachtergrond, ouderlijk opleidingsniveau en inkomen van ouders. Opvallend is dat de kinderen van ouders met de hoogste 20% inkomens en de laagste 20% inkomens in het voortgezet onderwijs vaker bij elkaar op school zitten dan in het basisonderwijs. Datzelfde geldt voor de kinderen van ouders met een hoog inkomen en ouders met een middeninkomen, en voor kinderen van ouders met een middeninkomen en ouders met een laag inkomen. Dat betekent dat segregatie naar inkomen op het voortgezet onderwijs lager is dan op het basisonderwijs. De index-cijfers zijn voor de andere twee indicatoren, migratieachtergrond en opleidingsniveau, nagenoeg hetzelfde voor basis- en voortgezet onderwijs.

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10550475

Werk en inkomen Den Haag is een gesegregeerde stad wanneer er gekeken wordt naar inkomensverschillen per wijk. Er zijn wijken waar de inkomens ver boven het landelijke gemiddelde uitstijgen maar met name in Den Haag Zuidwest is er een verhoogd aandeel inwoners die niet rond kunnen komen en afhankelijk zijn van de overheid om een bestaansminimum op te bouwen. Gezondheid, welbevinden en zorggebruik In wijken waarvan de inwoners een hogere sociaal-economische status (SES) hebben, heeft een groter deel een (zeer) goede ervaren gezondheid dan in wijken waar de inwoners een lagere sociaaleconomische status hebben. Gezondheid is dus gerelateerd aan de sociaal-economische status. De sociaal-economische status houdt in: een ‘hogere’ opleiding, een betaalde baan, en/of een hoger inkomen. Dit betekent bijvoorbeeld dat er meer geld is om gezond te eten. Daarnaast is er in wijken waar meer mensen met een hogere SES wonen, meer aanbod van gezond voedsel en andersom in wijken waarin meer mensen met een lagere SES wonen, meer aanbod van ongezond voedsel. Daarbij is het ook zo dat gezonde voeding vaak duurder is dan ongezonde voeding. Mensen met een lagere SES wonen vaker in wijken waar ook meer corporatiewoningen c.q. goedkope particuliere huurwoningen zijn, de huizen gemiddeld genomen slechter onderhouden zijn, en lagere energielabels hebben.

Dat veroorzaakt ook financiële en gezondheidsproblemen. Deze problemen hebben een verband met elkaar: zo hebben financiële problemen en bestaansonzekerheid een duidelijke negatieve invloed op de mentale gezondheid. Een groot aantal andere factoren in de sociale en fysieke leefomgeving zijn eveneens van invloed op de gezondheid. Denk aan fijnstof, geluidsoverlast, arbeidsomstandigheden, (financiële) stress, de aanwezigheid van voorzieningen, de mate van sociale cohesie, etc. Naast de SES is uiteraard leefstijl, als roken en alcoholgebruik, van invloed op de gezondheid. In wijken waar inwoners minder gezond zijn is vaak stapeling van problematiek waarbij de problemen onderling verbonden zijn en elkaar beïnvloeden. In onderliggende kaarten, vanuit verschillende invalshoeken, is steeds zichtbaar dat gezondheidsproblematiek in specifieke wijken verhoogd is en vaak dezelfde segregatielijnen volgt. Dat geldt ook voor de score op geluk en sociale cohesie. Dit komt ook tot uitdrukking in een hoger gebruik van huisartsenzorg. Gezondheid is dus een mogelijke uitkomst van segregatie, maar vooral een uitkomst van ongelijkheid. Die ongelijkheid is vervolgens ruimtelijk gesegregeerd. Gezondheidsverschillen zijn dus maar voor een deel te relateren aan de buurt. 5. Mogelijkheden voor doorontwikkeling Zoals aangegeven wil het college deze eerste versie van de segregatiemonitor doorontwikkelen.

Wanneer nieuwe indicatoren beschikbaar komen die relevant zijn voor een beter begrip van segregatie (bijvoorbeeld via veiligheidsmonitor en stadsenquête), zullen deze opgenomen worden. Zo wordt de monitor stap voor stap uitgebreid. Wanneer witte vlekken blijken, kan gericht aanvullend onderzoek gedaan worden. In de loop der tijd kan beter inzicht gegeven worden in trends: ontwikkelingen door de tijd heen. Binnen de segregatiemonitor vinden updates plaats wanneer nieuwe cijfers beschikbaar zijn. Niet elke indicator wordt in dezelfde frequentie gemeten, dus dat zal op wisselende momenten gebeuren. Eens per jaar ontvangt de raad een bericht waarin het college aangeeft wat gewijzigd is in de segregatiemonitor en welke opvallende zaken uit de monitor naar voren komen. Bij de realisatie van deze eerste versie van de segregatiemonitor is dankbaar gebruik gemaakt van het werk van studenten van de Haagse Hogeschool van de minor Sociale innovatie. Zij hebben in duo’s via gesprekken met bewoners, professionals en winkeliers; en door eigen straatobservaties het wijkleven en aspecten van segregatie in Transvaal in beeld gebracht door middel van video’s, foto’s en audioopnames. Zij hebben op basis hiervan adviezen gegeven hoe te komen tot een segregatiemonitor.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10550475

6. Tot slot Zoals hiervoor aangegeven is segregatie een ingewikkeld begrip. Segregatie hoeft niet per se negatief te zijn. Segregatie wordt echter problematisch als er ongewenste effecten optreden, bijvoorbeeld in relatie tot kansengelijkheid en bestaanszekerheid. De mogelijkheid om segregatie te beïnvloeden is niet altijd even groot. Veel hangt af van de plek waar de verschillende typen woningen staan en ook gedrag en keuzes van groepen en individuen spelen een rol. De segregatiemonitor moet handvatten bieden om ongewenste verschillen en ongelijkheid effectief te kunnen bestrijden. De monitor wordt doorontwikkeld, opdat het deze functie optimaal kan vervullen. Daarmee worden de mogelijkheden voor het koppelen van beleidsinterventies groter. Deze eerste opzet van de segregatiemonitor biedt hiervoor een stevige basis. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Robert van Asten

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12908776/2