CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315943 Bijlage 7 Gespreksverslag CDA

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Debat over brief met terugkoppeling gespreksleider Bruins (RIS315943)898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp Datum Fractie Fractievoorzitter Aanwezig

Gesprek met gespreksleider Bruno Bruins n.a.v. motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023 Dinsdag 13 juni 11.00 uur CDA Kavish Partiman Bruno Bruins (gespreksleider), Jaap van Oeveren (plaatsvervangend griffier), Jochem Hoogenboom (verslaglegging), Kavish Partiman (fractievoorzitter CDA) en Hilbert Bredemeijer (partijleider CDA)

Het gesprek is opgebouwd uit vier elementen die voortkomen uit de motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023, te weten: 1. Het grijze gebied; 2. De verhoudingen en het vertrouwen tussen partijen; 3. De verschillen in partijfinanciering (ongelijk speelveld en transparantie); 4. De samenstelling van het college van B&W. De fractie CDA Den Haag (hierna: “CDA”) heeft de motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023 niet ingediend, maar wel gesteund. Het CDA heeft de motie gesteund omdat het voeren van het gesprek nuttig en zinvol is. Tijdens dit gesprek hecht het CDA het meeste belang aan het grijze gebied, het herstellen van de verhoudingen en het opbouwen van vertrouwen tussen partijen. Bredemeijer merkt op dat hij als partijleider van CDA Den Haag aan tafel zit en niet als collegelid. 1.

Het grijze gebied

De politiek zal aan de slag moeten met het grijze gebied. Op dit moment zijn volgens het CDA te weinig gemaakte afspraken tussen raadsleden. Het CDA vindt dat de raad zich moet buigen over het grijze gebied, en daar eventueel een instrumentarium voor moet ontwikkelen. Het nader invullen van dat grijze gebied weegt zwaarder dan de belangen van politieke partijen. Het CDA wil het grijze gebied graag nader duiden door daar als gemeenteraad over te spreken, onder leiding van een voorzitter. De burgemeester zou de rol van gespreksleider kunnen vervullen. Daarnaast is ook de wetgever aan zet. Het CDA neemt graag met alle partijen verantwoordelijkheid voor het beter functioneren van de gemeenteraad. Het is belangrijk daarover het gesprek te voeren met de raad, buiten de debatsfeer, bijvoorbeeld in een raadsconferentie. 2.

De verhoudingen en het vertrouwen tussen partijen

Het CDA maakt weinig onderscheid tussen coalitie- en oppositiepartijen. Het CDA geeft aan in principe samen te willen werken met Hart voor Den Haag. De samenwerking met Hart voor Den Haag werd en wordt door het CDA als prettig ervaren. De fractie hoopt dat dit zo blijft. In dat licht ervaart het CDA de stijl van politiek voeren bij een aantal raadsleden van Hart voor Den Haag als te hard op de persoon. Het CDA heeft met de fractie het gesprek daarover gevoerd. Dat was een goed gesprek waar men open stond voor elkaars kritiek. Volgens het CDA is dit een voorbeeld van het voeren van het goede en open gesprek met elkaar.

Volgens het CDA is het voeren van goede gesprekken essentieel voor het herstellen van het vertrouwen tussen partijen en raadsleden. Partijen en raadsleden dienen openlijk met elkaar in gesprek te gaan en hun gedachten te delen. Het is volgens het CDA van essentieel belang dat het gesprek en debat plaatsvinden met een respectvolle benadering van elkaars standpunten, zonder wantrouwen als basis. Er moet aandacht worden besteed aan het verbeteren van de onderlinge verhoudingen. 3.

De verschillen in partijfinanciering (ongelijk speelveld en transparantie)

Hoewel het CDA vorig jaar de aanlevering van het overzicht is vergeten, houdt de fractie zich aan de afgesproken Haagse norm, te weten €500,-- als het gaat om het publiceren van giften (zowel in geld, als in natura). Ten behoeve van de transparantie levert het CDA aan wat zij binnenkrijgen en uitgeven. Hoewel door andere partijen veelal wordt gewezen naar partijfinanciering vanuit de landelijke partijen, ziet het CDA in Den Haag het geld niet in grote hoeveelheden binnenstromen. Het CDA geeft daarnaast aan het grootste deel van hun contributie af te dragen aan de landelijke partijkas. Het CDA heeft hun politieke wensen aangaande partijfinanciering op andere manieren en landelijk overgebracht. Wat het CDA betreft is dit geen bespreekpunt voor de raadsconferentie. De wetgever is aan zet. 4.

De samenstelling van het college van B&W

Het CDA staat open voor samenwerking met alle partijen, zolang de uitgangspunten en standpunten passen bij de normen en waarden van het CDA. Dit betekent dat samenwerking met sommige partijen lastig is, aangezien het wereldbeeld haaks staat op dat van het CDA. Het CDA is bereid gesprekken aan te gaan met andere partijen. Het CDA wil dat gesprekken met Hart voor Den Haag of andere partijen die daar behoefte aan hebben voeren als zittende coalitie.Waar dergelijke gesprekken stranden kan het CDA niet inschatten, maar de fractie gaat er met open vizier in. Dat heeft het CDA ook gedaan bij de totstandkoming van de huidige coalitie in 2022. Op dit moment werkt het CDA prettig samen in de huidige coalitie. Het CDA heeft zich gecommitteerd aan de coalitie en kan vanuit de CDA-idealen de stad vooruitbrengen. De vrijspraak van De Mos maakt voor het CDA geen verschil ten opzichte van de situatie vóór 21 april 2023. Het CDA geeft aan Hart voor Den Haag niet te hebben uitgesloten na de verkiezingen van 2022. Dat Hart voor Den Haag geen onderdeel van het college is geworden na de verkiezingen van 2022, heeft volgens de fractie niet aan het CDA gelegen. Het CDA geeft tot slot nog mee meer belang te hechten aan de inhoud, dan de posities. In het huidige coalitieakkoord kan het CDA veel van hun idealen verwezenlijken. Het gesprek moet aldus op de inhoud gevoerd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12905541/1