RIS315943 Bijlage 5 Gespreksverslag PvdD
Tekst van het document
Onderwerp Datum Fractie Fractievoorzitter Aanwezig
Gesprek met gespreksleider Bruno Bruins n.a.v. motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023 Vrijdag 9 juni 14.30 uur PvdD Robert Barker Bruno Bruins (gespreksleider), Lilianne Blankwaard-Rombouts (griffier), Jochem Hoogenboom (verslaglegging), Robert Barker (fractievoorzitter PvdD), Robin Smit (raadslid PvdD)
Het gesprek is opgebouwd uit vier elementen die voortkomen uit de motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023, te weten: 1. Het grijze gebied; 2. De verhoudingen en het vertrouwen tussen partijen; 3. De verschillen in partijfinanciering (ongelijk speelveld en transparantie); 4. De samenstelling van het college van B&W. De fractie Partij voor de Dieren (hierna: “PvdD”) heeft de motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023 ingediend en gesteund. De aanleiding voor de motie is voor de fractie PvdD meer dan alleen de vrijspraak van De Mos. Voor de PvdD is het van belang dat er een gesprek tussen de partijen op gang komt. De motie is dus breder dan alleen de samenstelling van het college. De elementen in de motie gaan over het hoognodig verbeteren van de sfeer in de gemeenteraad en het respecteren van de integriteitsregels. Als gemeenteraad heb je naast volksvertegenwoordigend, ook een controlerende en kaderstellende rol. Het is lastig om deze rollen te pakken door het gebrek aan dualisme tussen raad en college. 1.
Het grijze gebied
Als de rechtbank stelt dat iets niet strafbaar is, wil dat nog niet zeggen dat iets gewenst is. De raad van Den Haag moet aan de slag met het thema integriteit. Dat thema is breder dan alleen (partij)financiering. Dat gaat bijvoorbeeld ook over het indienen van een motie over persoonlijke belangen, iemand waarmee je goed bevriend bent of een donateur. Het gesprek zou moeten gaan over het thema integriteit. Op dit moment kan de sfeer in de gemeenteraad onveilig zijn. Dit terwijl de gemeenteraad gebaat is bij een veilige sfeer waardoor je elkaar onderling kunt aanspreken. Dit kan ook vaker als collectief worden gedaan. De grenzen worden op dit moment onvoldoende bewaakt. De burgemeester kan hier wat de PvdD betreft een stevigere rol pakken. 2.
De verhoudingen en het vertrouwen tussen partijen
De fractie PvdD vraagt specifiek aandacht voor het gebrek aan dualisme en hoe dit gevolgen heeft voor de onderlinge verhoudingen in de gemeenteraad. De PvdD wil graag naar een cultuur waar alle raadsleden zelf de controlerende rol pakken. Ze ziet daarin als zorgelijk hoe het ‘BA-proof’ zijn van een voorstel centraal is komen te staan. De persoonlijke verhoudingen zijn in de basis in orde. Maar ook in de persoonlijke verhoudingen bestaat een onderstroom van irritaties die onvoldoende wordt uitgesproken. Ook vinden geregeld persoonlijke aanvallen plaats; in het debat of op sociale media.
Het echte en open gesprek moet beter worden gevoerd. Het is voor de PvdD van belang dat de raad samen afspraken maakt, commitment geeft aan elkaar en gezamenlijk de grenzen bewaakt. De PvdD merkt daarnaast op dat de hoge werkdruk ook geen bijdrage levert aan de controlerende rol en positie van de raad. 3.
De verschillen in partijfinanciering (ongelijk speelveld en transparantie)
De PvdD vindt de landelijke regels omtrent partijfinanciering zeer belangrijk, maar dat ontslaat de gemeenteraad niet van de eigen verantwoordelijkheid om grenzen aan partijfinanciering binnen de raad op te pakken. Hoewel op 25 maart 2021 de motie I.2 HSP “Transparante politieke partijen” door de gemeenteraad is aangenomen, waarin wordt afgesproken een Haagse norm te hanteren, te weten € 500,-- als het gaat om het publiceren van giften (zowel in geld, als in natura), wordt dit niet volledig nageleefd. De PvdD voldoet aan de afgesproken norm, maar andere partijen laten hierop een eigen visie los. Dat er geld van landelijke partijen naar lokale afdelingen gaat, is volgens de PvdD nog geen reden om als lokale partij niet transparant te zijn en niet te voldoen aan de gemaakte lokale afspraken. Dit is een terugkerend probleem in de Haagse politiek: er worden afspraken gemaakt, maar doordat partijen een eigen visie op de afspraken hebben, vermindert de waarde van de gemaakte afspraken. Denk hierbij aan het nakomen van de gedragscode. De PvdD stelt daarnaast dat de gemeenteraad beter moet kijken naar de aanbevelingen van de Commissie integriteit uit 2019-2020. De verantwoordelijkheid voor het levend houden van deze aanbevelingen ligt bij de gemeenteraad als geheel en bij de burgemeester als verantwoordelijke voor de bestuurlijke integriteit. 4.
De samenstelling van het college van B&W
De PvdD begrijpt de wens van Hart voor Den Haag om te willen praten over de gevolgen van de vrijspraak voor het bestuur van Den Haag. Daartegenover staat dat de grootste partij staatsrechtelijk geen recht heeft om in het college te zitten. Het aanschuiven van Hart voor Den Haag in de huidige coalitie vindt de PvdD daarbij onwenselijk. De coalitie is in 2022 moeilijk tot stand gekomen en het ligt niet voor de hand dat Hart voor Den Haag daarbij aanschuift. Het uitsluiten van Hart voor Den Haag door partijen enerzijds, en de toon van Hart voor Den Haag anderzijds draagt niet bij aan het eventueel samenkomen van de partijen. De PvdD geeft aan dat het niet aan hen is maar aan de coalitiepartijen om te bekijken of de vrijspraak iets betekent voor de huidige coalitie. Wanneer het coalitieakkoord zou worden opengebroken, heeft dat bovendien gevolgen voor de gehele stad. Voor de PvdD is het met name van belang dat beter wordt samengewerkt tussen coalitie en oppositie, bijvoorbeeld zoals met een raadsakkoord, en dat er meer ruimte is voor dualisme. Het gaat wat de PvdD betreft niet om macht maar om invloed. Het is van belang dat inwoners meer vertrouwen verkrijgen in de politiek en daarvoor moeten de partijen in de gemeenteraad beter samenwerken. Er zijn verschillende mogelijkheden om daarvoor te zorgen.
Agendavoorstel voor Raadsconferenties Het is verstandig om verder te spreken over het onderwerp integriteit en wat we in de raad van elkaar verwachten op het gebied van samenwerking en dualisme.
PvdD deelt haar standpunt uit, zal dit na het gesprek naar buiten brengen. Standpunt is als bijlage bij dit verslag gevoegd.
Bijlage schriftelijke inbreng Partij voor de Dieren Ontstane situatie • Dank aan de heer Bruins voor de bereidheid om gespreksleider te zijn. • Hard nodig, want de zaak De Mos heeft een grote impact gehad op de raad en de onderlinge verhoudingen. Maar daarnaast zijn er sowieso genoeg zaken die verbetering behoeven. • Zo is de sfeer niet altijd fijn en erg op de man, worden de integriteitsregels vaak niet gerespecteerd, pakt de raad niet haar rol en is er geen dualisme. • Heel belangrijk dat over dit soort zaken transparantie komt; voor de raad en voor de stad. Het grijze gebied en verschillen in partijfinanciering • Dat iets volgens een rechter niet strafbaar is, betekent niet dat iets gewenst is. De rechter heeft de lokale politiek een duidelijke opdracht meegegeven. • De Haagse raad heeft een groot probleem rond integriteit. Vele voorbeelden zijn te benoemen van raadsleden die het woord voerden over onderwerpen waar zij een belang in hebben. Dit moet echt anders. Ook de wetswijziging van de Gemeentewet biedt de mogelijkheid om hier nogmaals aandacht voor te vragen. • Verder zou het goed zijn om meer werk te maken van de aanbevelingen van Remkes. • Door de vorm van partijfinanciering kunnen integriteitsriscio’s ontstaan, met het idee; voor wat hoort wat.
Het is wenselijk dat ongeacht de landelijke regelgeving de grotere geldschieters transparant worden en dat partijen zich bewust worden van de risico’s. Dit is niet alleen een risico bij Hart voor Den Haag. • Uitgaven en inkomsten van de partij, zoals de financiering van de verkiezingscampagne, zouden wat ons betreft dus transparant moeten zijn. En hier zouden op korte termijn afspraken over gemaakt moeten worden. • Daarnaast is het ook zeker zo dat het beter is dat landelijke regels komen die zorgen voor verplichte lokale transparantie en financiering. We steunen de oproep hiertoe bij het Rijk. Verhoudingen en het vertrouwen tussen partijen • De verhoudingen tussen partijen zijn slecht. De relatie tussen coalitiepartijen, maar ook tussen coalitie en oppositie, staat onder spanning. • Het gebeurt regelmatig dat wethouders die coalitieraadsleden op de gang onder druk zetten, of overleggen in de zogenaamde 5+5 waar ook steevast gedoe is, bijvoorbeeld over de gespreksleidermotie. • Binnen de coalitie zijn er allerlei ongeschreven regels die de democratie niet ten goede komen. Coalitieraadsleden mogen bijvoorbeeld alleen een voorstel mede-indienen als de BA (bestuursadviseur van de wethouder) akkoord is. Dit zorgt ervoor dat coalitieraadsleden niet kunnen optrekken met oppositie als er een maatschappelijk probleem is.
• Of een oppositie voorstel een meerderheid haalt hangt over het algemeen af van de BA en niet van de raad. De prioriteit van ba’s ligt daarbij vaak meer bij de coalitieraadsleden die veel sneller reactie krijgen en ba’s denken daar een stuk inhoudelijker mee. • Daarnaast zijn er regelmatig sessies tussen wethouders en coalitieraadsleden om hen voor te bereiden op nieuwe stukken. Daardoor is de informatiepositie ongelijkwaardig. • Het waardeoordeel bij de advisering op moties van oppositie en coalitie is daarbij duidelijk niet gelijkwaardig. Oppositiemoties worden vaak ‘overbodig’ genoemd en vergelijkbare coalitiemoties zijn ‘ondersteuning van beleid’.
•
•
•
Verder merk je dat de kaderstellende en controlerende rol steeds verder wordt uitgehold. Terwijl er geregeld plannen langskomen met grote risico’s stellen vaak alleen een handjevol oppositieraadsleden hier vragen over. Daarnaast is te merken dat op persoonlijk vlak de sfeer ook niet goed is. In debatten en op sociale media wordt het heel persoonlijk gemaakt, terwijl het om de inhoud zou moeten gaan (waarover je van mening kan verschillen). Dit is vaak onderling besproken, maar er treedt geen verbetering op. Verder is werkdruk van raadsleden een algemeen probleem en het college bevordert dit doordat planningen steeds uitlopen waardoor je geen houvast hebt aan termijnplanningen.
Samenstelling van het college •
•
•
•
•
•
We begrijpen de wens van Hart voor Den Haag om over coalitievorming te praten aangezien de partij werd uitgesloten door een aantal andere partijen vanwege de zaak. Tegelijkertijd dragen de uitspraken van Hart voor Den Haag niet bij aan betere verhoudingen. Wat zorgelijk is rond de uitsluiting is dat mensen dit als onrechtvaardig ervaren en dit het vertrouwen in de gemeente kan doen afnemen. Belangrijk om te realiseren daarbij is dat in Escamp de coalitiepartijen maar heel weinig draagvlak (36% van de stemmen en door de lage opkomst dus maar 13,6% van de mensen) hebben en tegelijkertijd juist hier de grootste ingrepen worden gedaan. Een meerderheid per stadsdeel is natuurlijk geen vereiste maar laat wel zien dat de lokale democratie een probleem heeft en gewerkt moet worden aan het vertrouwen. De grootste partij heeft het recht om onderhandelingen te starten, maar niet het recht om in de coalitie te komen. Het zou niet moeten draaien om macht, maar om invloed. En het openbreken van een coalitie heeft ook nadelen voor de stad, zoals het vertragen van gemeentelijk beleid. Wij vinden daarbij de zogenaamde ‘aanschuifvariant’ onrealistisch. Wij vinden het van belang dat er snel duidelijkheid komt en dat het niet maandenlang voortsleept. Uiteindelijk is het ook niet aan ons maar aan de coalitiepartijen om te bekijken of de vrijspraak iets betekent voor de huidige coalitie.
Belangrijk is dat dit transparant wordt gemaakt. Wat wij wenselijk vinden is dat er sowieso stappen worden gezet naar betere samenwerking binnen de raad. Gedacht kan worden aan afspraken rond dualisme of het zoeken naar meer draagvlak voor plannen met bijvoorbeeld akkoorden. Dit is onafhankelijk van of de collegesamenstelling verandert. Daarnaast kan wat ons betreft ook op andere manieren gewerkt worden aan het draagvlak, bijvoorbeeld met raadgevende referenda, burgerraadpleging en die serieus nemen, echt luisteren naar mensen. Het huidige college slaagt hier onvoldoende in. Zie bijv. de bouwprojecten Bellevue en Zuidwest.