RIS315943 Bijlage 13 Gespreksverslag FVD
Tekst van het document
Onderwerp Datum Fractie Fractievoorzitter Aanwezig
Gesprek met gespreksleider Bruno Bruins n.a.v. motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023 Vrijdag 9 juni 11.00 uur Forum voor Democratie Gideon van Meijeren Bruno Bruins (gespreksleider), Lilianne Blankwaard-Rombouts (griffier), Jochem Hoogenboom (verslaglegging), Gideon van Meijeren (fractievoorzitter FVD)
Het gesprek is opgebouwd uit vier elementen die voortkomen uit de motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023, te weten: 1. Het grijze gebied; 2. De verhoudingen en het vertrouwen tussen partijen; 3. De verschillen in partijfinanciering (ongelijk speelveld en transparantie); 4. De samenstelling van het college van B&W. Forum voor Democratie (hierna: “FVD”) heeft de motie F.3 “Aanstellen gespreksleider” d.d. 11 mei 2023 wel gesteund, maar bewust niet mede-ondertekend. Volgens FVD heeft het aanstellen van een gespreksleider namelijk alleen een meerwaarde om te spreken over de verhoudingen en het vertrouwen tussen de partijen (2) en de samenstelling van het college van B&W (4). Het gesprek over het grijze gebied (1) en de verschillen in partijfinanciering (3) zou volgens FVD primair in de gemeenteraad plaats moeten vinden, omdat dit ziet op de totstandkoming of wijziging van beleid en regelgeving. FVD heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat geoordeeld wordt volgens de huidige stand van het recht, wat inhoudt dat wordt uitgegaan van de onschuld van Richard de Mos en Rachid Guernaoui. De rechtbank heeft beide heren immers vrijgesproken van alle aan hen ten laste gelegde feiten. 1.
Het grijze gebied
FVD is het eens met het oordeel van de rechter dat strafrechtelijke veroordeling alleen mag volgen indien regels zijn overtreden die voldoende duidelijk zijn. Aanpassing van de regels zal het grijze gebied naar het oordeel van FVD niet laten verdwijnen, maar slechts verleggen: er zal altijd een grijs gebied blijven bestaan. Het is altijd lastig te beoordelen of het verkrijgen van giften enige invloed heeft gehad op de totstandkoming van beleid. 2.
De verhoudingen en het vertrouwen tussen partijen
Van meet af aan heeft FVD het vertrouwen uitgesproken richting de vertegenwoordigers van Hart voor Den Haag. Iemand is immers onschuldig tot het tegendeel bewezen is. In deze context gaat het aldus over het vertrouwen tussen partijen waar FVD niet bij betrokken is. Voor zover er sprake is van onderling wantrouwen, ziet dat volgens FVD op de relatie tussen Hart voor Den Haag en de andere partijen. Het is dan ook aan die partijen om te oordelen of er voldoende vertrouwen is voor een vruchtbare samenwerking. Uit het feit dat diverse partijen na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022
niet wilden onderhandelen met Hart voor Den Haag, hangende de rechtszaak, blijkt dat er – in elk geval op dat moment – kennelijk onvoldoende vertrouwen was in de onschuld van De Mos en Guernaoui. FVD benadrukt dat niet de partij Hart voor Den Haag (rechtspersoon) ergens van verdacht, maar De Mos en Guernaoui (natuurlijke personen). De rechtszaak is volgens FVD gebruikt als een gelegenheidsargument om niet met Hart voor Den Haag te hoeven samenwerken. Het is uiteindelijk aan de huidige coalitiepartijen en Hart voor Den Haag om te bezien hoe het vertrouwen tussen partijen teruggewonnen kan worden. In dit verband is een complicerende factor dat het hoger beroep van het OM nog loopt, met dien verstande dat naar het oordeel van FVD moet worden uitgegaan van de onschuld, totdat het tegendeel is bewezen. Hoewel de motie zich beperkt tot vertrouwen tussen politieke partijen, is voor FVD met name van belang dat het vertrouwen van de inwoners van Den Haag in de politiek wordt hersteld. 3.
De verschillen in partijfinanciering (ongelijk speelveld en transparantie)
FVD spreekt zich sterk uit voor een gelijk speelveld en ziet graag dat lokale partijen eenzelfde behandeling krijgen als landelijke partijen. Met het huidige systeem worden de lokale afdelingen van landelijke partijen sterk bevoordeeld ten opzichte van de lokale partijen. Tegelijkertijd moeten landelijke partijen aan strikte regels voldoen. Volgens FVD is het ten behoeve van een gelijk speelveld en de transparantie wenselijk als de regels op alle vlakken eenduidig zijn. In de gemeenteraad van Den Haag staat nu de afspraak om donaties met een bedrag groter dan €500,00 te melden. Deze afspraak moet worden nageleefd. 4.
De samenstelling van het college van B&W
Door de rechtszaak tegen De Mos en Guernaoui is Hart voor Den Haag op oneigenlijke gronden uitgesloten van collegedeelname. Het college is tot stand gekomen door de aanname dat de twee wethouders strafbare feiten zouden hebben gepleegd. Dit terwijl je in de rechtsstaat onschuldig bent, tot het tegendeel is bewezen. Nu de twee oud-wethouders zijn vrijgesproken door de rechtbank, wordt bevestigd dat Hart voor Den Haag ten onrechte uitgesloten is tijdens de collegevorming. Het meest zuiver is volgens FVD als het college zijn ontslag zou hebben ingediend om vervolgens opnieuw de coalitieonderhandelingen te starten, ondanks eventuele praktische bezwaren. Daarom heeft FVD vóór de motie F.6 “Rehabilitatie wethouders Hart voor Den Haag” gestemd. Als Hart voor Den Haag zou worden toegevoegd aan de bestaande coalitie, moet volgens FVD opnieuw onderhandeld worden. De situatie is reparabel ingeval Hart voor Den Haag een nieuwe kans krijgt. Dat zou goed zijn voor het aanzien van de politiek in de gemeente Den Haag. Tot slot stelt FVD “het grijze gebied” en “transparantie in partijfinanciën” als onderwerpen voor een raadsconferentie voor.