CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315872 Bijlage 1 Randvoorwaarden Scheveningseveer 17-23 CONCEPT

Gemeenteraad 7 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake concept randvoorwaarden Scheveningseveer 17-23 (RIS315872)8.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Randvoorwaarden Scheveningseveer 17-23

C

T P E C ON

16 mei 2023

Scheveningseveer 17-23

2

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

INHOUD 1. AANLEIDING

4

2. CONTEXT

5

3. PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE

6

4. STEDENBOUWKUNDIGE KADER

7

5. RANDVOORWAARDEN STEDENBOUW

11

6. RANDVOORWAARDEN PLANOLOGIE

14

7. RANDVOORWAARDEN MONUMENTENZORG

15

8. RANDVOORWAARDEN MOBILITEIT

16

9. RANDVOORWAARDEN DUURZAAMHEID EN GROEN

17

10. NETWERK BEREIKNAARHEIDSREGIE

20

BIJLAGE A

Beleidsdocumenten

21

BIJLAGE B

Uitvoeringsaspecten

22

BIJLAGE C

Financiën

23

BIJLAGE D

Communicatie

24

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

3

1. AANLEIDING Samenvatting Hoofddoel van deze notitie is het (her)formuleren van de voorwaarden waaraan een (bouw)initiatief dient te voldoen om gemeentelijke medewerking te krijgen voor herontwikkeling van Scheveningseveer 17-23 en het achtergelegen diepe binnenterrein (het voormalige PontMeyer terrein). Het (bouw)initiatief zal in de vorm van een beginselaanvraag en/of omgevingsvergunningaanvraag worden getoetst aan de notitie ‘Randvoorwaarden Scheveningseveer 17-23’ en aan vigerend ruimtelijk beleid (tenzij deze notitie hier van afwijkt). Het verouderde Planuitwerkingskader (PUK) Scheveningseveer 17-23 (RIS258502) zal hiervoor niet worden gebruikt. Het PUK was namelijk na vaststelling in 2013 maar 24 maanden geldig.

Gewijzigd initiatief In de tweede helft van 2019 (ruim vier jaar nadat de geldigheid van het PUK is verstreken) is door initiatiefnemer Gemini Development een gewijzigd plan ingediend in de vorm van een beginselaanvraag. Het plan behelst 20 woningen, een commerciële ruimte (begane grond) en 26 parkeerplaatsen in een half verdiepte (één laagse) parkeerkelder. Van een grote ondergrondse parkeergarage is geen sprake meer. Vanwege de geldigheidsduur van het PUK kon deze niet meer als toetsingskader dienen en is de beginselplanaanvraag ‘on hold’ gezet.

Voorgeschiedenis De locatie kent een langlopende voorgeschiedenis met diverse fases in de herontwikkeling van het Scheveningseveer. Haags Initiatieven Team (HIT) Op 25 april 2012 is een initiatief met ca. 30 woningen en ca. 240 parkeerplaatsen in een grote (meerlaagse) ondergrondse parkeergarage (waarvan ca. 200 openbaar) besproken in het Haagse Initiatieven Team (HIT). Daarbij is voorgesteld om een Planuitwerkingskader (PUK) op te stellen vanuit de gemeente, waarbinnen de initiatiefnemer zijn plan verder kan gaan uitwerken. Planuitwerkingskader (PUK) In het Planuitwerkingskader is aangegeven wat de gemeente in afwijking van het vigerend bestemmingsplan wenselijk acht en zijn de voorwaarden opgenomen waaraan een initiatief dient te voldoen om gemeentelijke medewerking te verkrijgen. Het door college van burgemeester en wethouders vastgestelde Planuitwerkingskader (PUK) was na vaststelling 24 maanden geldig (t/m april 2015). Scheveningseveer 17-23 met bijhorende percelen

4

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

2. CONTEXT Locatie De locatie Scheveningseveer betreft hoofdbebouwing langs het Scheveningseveer en een groot extensief gebruikt binnenterrein omsloten door de Amaliastraat, Oranjestraat, Noordeinde en Scheveningseveer. Een deel van het binnenterrein staat bekend onder de naam ‘PontMeyer’, vanwege de voormalige houthandel dat hier was gevestigd. Bestemmingsplan St. Jacobskerk e.o. Het vigerend bestemmingsplan ‘St Jacobskerk e.o.’ laat echter niet veel ruimte voor ontwikkelingen vanwege de bestemming ‘Bedrijf’. In Artikel 5.4 ‘Toelichting op de regels’ van het

Proces Zodra er een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor Scheveningseveer 17-23 (inclusief het binnenterrein) zal de afdeling Vergunningen en Toezicht (V&T) advies opvragen bij diverse afdelingen. Het initiatief zal worden getoetst aan de ‘Randvoorwaarden – Scheveningseveer 17-23’ en niet aan het PUK. Vanwege het ontbreken van een geldige PUK is een rapport ‘ruimtelijke onderbouwing’ (opgesteld en bekostigd door de initiatiefnemer) bij indiening van een omgevingsvergunning aanvraag noodzakelijk. Vanwege de vigerende bestemmingen zal sprake zijn van een uitgebreide WABO procedure omgevingsvergunning.

Status randvoorwaarden Een Planuitwerkingskader is maximaal twee jaar geldig. Voorliggende randvoorwaarden heeft eenzelfde geldigheidsduur van maximaal 2 jaar na vaststelling door het College. Indien binnen deze periode een initiatief wordt ingediend waarbij op het binnenterrein niet meer de functie ‘wonen’ wordt beoogd, maar een andere functie of de functie ‘bedrijf’ (conform het vigerende bestemming) dan zijn nieuwe gewijzigde randvoorwaarden noodzakelijk.

Bestemmingsplan staat hierover het volgende: Artikel 3 Bedrijf: Voor het achter het Scheveningseveer gelegen terrein, vroeger in gebruik door Houthandel PontMeyer, is de bestemming ‘Bedrijf’ gekozen. Het terrein biedt plaats aan enkele kleine bedrijfjes en werkplaatsen. Er bestaan plannen hier woningbouw te realiseren, maar de plannen zijn in een dermate vroeg stadium, dat deze niet in dit (bestemmings) plan zijn opgenomen. Doel randvoorwaarden Bij de gemeente leeft nog steeds de wens om te komen tot een betere benutting van het binnenterrein. Het PUK is echter niet meer geldig, maar de stedenbouwkundige en planologische zienswijzen zijn in hoofdlijnen niet gewijzigd. Vanwege deze twee redenen is besloten randvoorwaarden op te stellen. Deze voorwaarden – waaraan het initiatief dient te voldoen – staan in deze notitie beschreven. Waar nodig aangevuld, verduidelijkt, aangescherpt of geactualiseerd. De notitie wordt door de gemeentelijke afdelingen Economie, Mobiliteit, Stedenbouw & Planologie, Monumentenzorg & Welstand gebruikt als toetsingskader. Uiteraard is ook het vigerend ruimtelijk beleid van toepassing (tenzij de notitie hiervan afwijkt). Plankaart bestemmingsplan St. Jacobskerk e.o. (uitsnede)

5

3. PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE 3.1

Inleiding

Het college hecht aan een goede en zorgvuldige participatie en communicatie over de randvoorwaarden en het plan voor de locatie Scheveningseveer 17-23. De initiatiefnemer heeft vooroverleg gevoerd met een aantal eigenaren en omwonenden. Voorafgaand aan een informatiebijeenkomst zijn in juni 2022 de voorzitters van de Bewonersvereniging Hofkwartier en de winkeliersvereniging (BIZ) Noordeinde geïnformeerd. In september 2022 heeft een informatiebijeenkomst voor de buurt plaatsgevonden.

3.2

Vooroverleg

Met diverse individuele eigenaren en omwonenden heeft de initiatiefnemer de afgelopen 2-3 jaar gesprekken gevoerd n.a.v. concrete vragen over de planontwikkeling of over praktische aangelegenheden zoals belendingen en afstemming van werkzaamheden op wederzijdse percelen.

3.3

Informatiebijeenkomst 7 september 2022

3.4

Vervolg participatie en communicatie

Op 7 september 2022 is voor omwonenden een informatiebijeenkomst georganiseerd over de randvoorwaarden en het plan. Hiervoor zijn de eigenaren, bewoners en ondernemers van het gebied uitgenodigd, huis-aan huis zijn uitnodigingen verspreid.

In het vervolg proces is de initiatiefnemer verantwoordelijk om de omwonenden te betrekken bij het plan. Op de website van de gemeente Den Haag staan tips voor communicatie bij bouwprojecten, alsmede een handreiking voor communicatie. Hiervan kan de initiatiefnemer gebruik maken.

Op de bijeenkomst zijn de concept randvoorwaarden door de gemeentelijk projectleider gepresenteerd en toegelicht. Het plan is door de architect gepresenteerd en toegelicht. Er zijn vragen gesteld en beantwoord en reacties op de randvoorwaarden en het plan gegeven. Op de bijeenkomst waren circa 25 bewoners/ eigenaren aanwezig. De teneur van de bijeenkomst was over het algemeen positief. Er zijn complimenten, maar ook zorgen over eventuele bouwoverlast. Er is aandacht gevraagd voor enkele individuele situaties met bestaande vluchtwegen, er is bezwaar over vermindering van privacy en bezonning. Initiatiefnemers hebben toegezegd over deze onderwerpen met de betreffende omwonenden in overleg te treden.

Na vaststelling van de randvoorwaarden zal initiatiefnemer een concept bouwaanvraag voorbereiden. Om belanghebbenden gelegenheid te geven daar opmerkingen over te maken wordt, voordat de aanvraag wordt ingediend, door de initiatiefnemer een informatie-/participatiebijeenkomst georganiseerd. In die bijeenkomst zal initiatiefnemer ook informatie geven over de voorgenomen tijdsplanning, uitgaande van de gebruikelijke procedure-periode. Tevens zal informatie worden gegeven over de impact die de realisatie zal hebben t.a.v. bouwplaats voorzieningen, verkeer etc.

Het verslag is onder de aanwezigen en hen die zich daarvoor hadden aangemeld verspreid en is geanonimiseerd als bijlage van het raadsvoorstel opgenomen. Tevens is in deze bijlage een overzicht van de reacties en de beantwoording van de gemeente opgenomen. De aanwezigen op de informatie bijeenkomst ontvangen na instemming van het college over het raadsvoorstel een afschrift van het raadsvoorstel en de concept randvoorwaarden

De initiatiefnemer heeft ervaring met de bouw van soortgelijke projecten in Den Haag, o.a. aan het Prinsevinkenpark, in de Else Mauhslaan, Frederikstraat, Stadhoudersplantsoen en Koninginnegracht. Er wordt grote waarde gehecht aan een goede communicatie tussen de omgeving en ontwikkelaar en aannemer, niet alleen in de voorbereidingsperiode maar ook tijdens de realisatie. Omwonenden krijgen directe aanspreekpunten voor vragen en klachten. De omgeving wordt regelmatig geïnformeerd over de geplande activiteiten en eventuele gevolgen daarvan, zodat ergernissen worden voorkomen. Huidige gebruikers De initiatiefnemer legt met de huidige gebruikers van werkruimtes in het complex Scheveningseveer 17-23 contact om met hen af te stemmen hoe lang zij in het complex kunnen verblijven.

6

4. STEDENBOUWKUNDIG KADER Huidige situatie Het betreft de locatie Scheveningseveer 17-23 en het erachter gelegen (diepe) binnenterrein dat via de hoofdbebouwing aan het Scheveningseveer wordt ontsloten. De locatie maakt deel uit van het Rijksbeschermd Stadsgezicht Centrum. De panden (hoofdbebouwing) aan het Scheveningseveer maken deel uit van een gesloten bouwblok begrensd door de Amaliastraat en Oranjestraat, het Noordeinde en het Scheveningseveer. Het binnenterrein bevat aan de zijde van de Amaliastraat grote groene tuinen; het overige binnenterrein is zeer wisselend bebouwd met aan- en bijgebouwen. Deze zijn over het algemeen laag, maar er komen ook bijgebouwen in drie bouwlagen voor. Over het algemeen is de bebouwing van het binnenterrein in z’n maatvoering en uitstraling ondergeschikt aan de hoofdbebouwing. Deze hoofdbebouwing bestaat overwegend uit drie bouwlagen met een (kap)verdieping in een pandsgewijze verkaveling. Ook op de betreffende locatie bestaat de hoofdbebouwing aan het Scheveningseveer uit (een tweetal) panden in drie bouwlagen met een (kap)verdieping.

21-23

17-19

21-23

Hoofdbebouwing aan het Scheveningseveer

17-19

Binnenterrein achter het Scheveningseveer

7

Stedenbouwkundige visie Mede vanwege het beschermd stadsgezicht gaat de stedenbouwkundige visie uit van de bestaande bebouwingstypologie: een gesloten bouwblok met hoofdbebouwing aan het Scheveningseveer en (lagere) bebouwing op het erachter gelegen binnenterrein dat in maat en schaal ondergeschikt is aan de hoofdbebouwing. Bij herontwikkeling van de locatie moet de nieuwe bebouwing passend zijn in z’n omgeving. Dat wil zeggen dat de hoofdbebouwing moet voldoen aan de karakteristieken van de historische binnenstadsbebouwing. Aan het Scheveningseveer bestaat de hoofdbebouwing uit twee panden waarbij bijzondere aandacht wordt gevraagd voor het gevelontwerp. Voor bebouwing op het binnenterrein wordt voortgeborduurd op de historische bebouwingsstructuur.

historische bebouwingsstructuur op het binnenterrein met verschillende volumes

8

rooilijn achtergevel aanbouw

H

*

BB

*

A

50%

1,8m

50%

2,6m

1,8m

2,6m

3,4m

A

50% 3,4m

rooilijn achtergevel hoofdgebouw

rooilijn achtergevel aanbouw

rooilijn achtergevel hoofdgebouw rooilijn voorgevel hoofdgebouw Scheveningseveer

A’

BB

A’

LEGENDA

BB

B

B’

Principe ruimtelijke samenhang

BB

B

min. 7,75 m

min. 7,75 m

Scheveningseveer

rooilijn voorgevel hoofdgebouw

H A

50%

B’

LEGENDA hoofdgebouw H hoofdgebouw aanbouw aanbouw A (maat rooilijn achtergevel hoofdgebouw in het werk te meten) hoofdgebouw (maat in het werk te meten) rooilijn achtergevel aanbouw (maatrooilijn in het achtergevel werk te meten) rooilijn achtergevel aanbouw (maat in het werk te meten) BB zone bebouwing binnenterrein BB zone bebouwing binnenterrein collec�eve ruimte collec�eve ruimte private ruimte private ruimte bebouwingszone niet hoger dan naastgelegen bestaand dakterras bebouwingszone niet hoger dan naastgelegen bestaand dakterr bestaand dakterras Noordeinde 141 bestaand dakterras Noordeinde 141 ontvangstruimte zijde in- en uitrit parkeerkelder ontvangstruimte zijde in- en uitrit parkeerkelder doorgang voetgangers doorgang voetgangers ontslui�ng woningen 50% verdeling breedte ontslui�ngspad ontslui�ng woningen verdeling breedte ontslui�ngspad in meters 2,6 min. breedte ontslui�ngspad50% min. breedte min. afstand in meters tussen2,6 bebouwing hoger ontslui�ngspad dan 4,3m+ Peil in meters min. afstand in meters tussen bebouwing hoger dan 4,3m+ Peil H A

*

*

9

min. 7,75 m1

o

max. bouwhoogte onder 27 lijn

o

min. 27 min. 7,75 m1

4,3m+ Peil (max.)

o

min. 27 nieuw bestaand

min. 5 m. 17m+ Peil (max.) 17m+ Peil (max.) dakopbouw

rooiliiljinjnac ach eveell aanbouw roo htterg ergev

min. 5 m.

lijn agevel anbouw rooilijnroo acihter hoofdgebouw

4,3m+ Peil (max.)

nieuw

5,5m+ Peil 5,5m+ Peil

bestaand

dakopbouw 3e (kap)verdieping

11m+ Peil (max.)

3e (kap)verdieping 2e verdieping

H H

2e verdieping 1e verdieping 1e verdieping begane grond

A A

begane grond

Sch.veer Scheveningseveer doorsnede A-A’

Principe ruimtelijke opbouw

10

ca.22,5m ca.18.9m hoofdgebouw hoofdgebouw

ca.4,7m ca.4,2m aanbouw aanbouw

3m 3m 3m 3m 3m min. 9m 3m

2e verdieping

BB BB

11m+ Peil (max.)

2e verdieping 1e verdieping 1e verdieping begane grond

2m+ Peil (max.)

begane grond parkeerkelder

2m+0m+ Peil (max.) Peil (max.)

parkeerkelder

0m+ Peil (max.)

min. 9m open ruimte

binnenterrein binnenterrein LEGENDA LEGENDA H hoofdgebouw H A hoofdgebouw aanbouw (zonder uitpandige balkons) A aanbouw uitpandige balkons)(maat in het werk te meten) rooilijn (zonder achtergevel hoofdgebouw rooilijn achtergevel hoofdgebouw (maatininhet hetwerk werkte temeten) meten) rooilijn achtergevel aanbouw (maat rooilijn achtergevel aanbouw (maat in het werk te meten) balkon balkon BB bebouwing binnenterrein BB3m bebouwing binnenterrein hoogte van de bouwlaag in meters (excl. dakranden e.d.) 3m hoogte de bouwlaag in meters (excl. dakranden e.d.) zone van 2e verdieping zone 2e bestaat verdieping zone voor max. 60% uit een aantal afzonderlijke/ongelijke volumes zone bestaat voor max. 60% uit een aantal afzonderlijke/ongelijke volumes

5. RANDVOORWAARDEN STEDENBOUW Algemeen

Hoofdgebouw

De gemeente Den Haag hanteert als uitgangspunt dat verdichten, verduurzamen en vergroenen hand in hand gaan. Graag zien wij dit terug in het (bouw)initiatief. De herontwikkeling van het binnenterrein biedt kansen voor vergroening middels bomen, beplanting, gevelbeplanting en groene daken. Hiermee wordt het binnenterrein (aansluitend op de tuinen van de percelen grenzend aan de Amaliastraat) vergroend. Het versterken van de biodiversiteit is daarbij van belang. De herontwikkeling dient te voldoen aan het vigerend beleid ten aanzien van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen.

Volume - De bestaande panden mogen worden vervangen door nieuwbouw. Hierbij geldt: • De hoofdbebouwing bestaat uit twee panden. De parcelering van de panden is niet identiek. Er is sprake van een breder en een smaller pand; • De hoofdbebouwing bestaat uit minimaal drie bouwlagen + (kap)verdieping; • De hoofdbebouwing bestaat uit maximaal vijf bouwlagen, waarbij geldt: • De derde verdieping betreft een (kap) verdieping; • De vierde verdieping betreft een dakopbouw; • De (kap)verdieping sluit aan op de parcelering van de twee panden. Welstand kan hiervan afwijken c.q. nadere eisen stellen; • De dakopbouw sluit aan op de parcelering van de twee panden. Welstand kan hiervan afwijken c.q. nadere eisen stellen; • Eén van de twee panden bevat een doorgang naar het binnenterrein voor de ontsluiting van het binnenterrein; • De doorgang betreft een prettige ruimte, in schaal op de menselijke maat ontworpen en (sociaal) veilig ingericht, ontworpen in samenhang met de voorgevel. De doorgang is kwalitatief van hoogwaardige kwaliteit ten aanzien van proportie, vormgeving, materialisering en verlichting.

•

•

•

• Voorzijde / voorgevel - Nieuwbouw bestaat uit twee panden. Hierbij geldt: • De twee panden hebben ieder een eigen voorgevel; • De parcelering van de panden is niet identiek. Er is sprake van een breder en een smaller pand (vergelijkbaar met de twee bestaande panden);

De voorgevel bestaat uit drie volwaardige verdiepingen en wordt afgerond met een (geprononceerde) dakgoot / kroonlijst. De hoogte van deze dakgoot / kroonlijst is overeenkomstig de naastgelegen panden Scheveningseveer 9-15; Een balkon is niet verplicht en alleen toegestaan aansluitend op de eerste verdieping; • Een balkon is maximaal 1 meter diep; • Een balkon houdt minimaal 1 meter afstand tot de zijkant van de gevel van de aan weerszijde van het project gelegen panden (een minimale afwijking is voorstelbaar als het de architectonische compositie kwalitatief ten goede komt); • Een balkon heeft aan de onderzijde een minimale vrije ruimte van 3 meter. Een erker is niet verplicht en alleen toegestaan aansluitend op de eerste verdieping; • Een erker is maximaal 1 meter diep; • Een erker houdt minimaal 1 meter afstand tot de zijkant van de gevel van het betreffende pand (een minimale afwijking is voorstelbaar als het de architectonische compositie kwalitatief ten goede komt); • Een erker voegt zich naar het (ramen) ritmiek van de voorgevel; • Een erker is proportioneel en in opzet vergelijkbaar met de erker van het naastgelegen pand; • Een erker heeft aan de onderzijde een minimale vrije ruimte van 3 meter.

Een balkon op een erker is niet verplicht en alleen toegestaan aansluitend op de tweede verdieping; • Het oppervlak van het balkon is niet groter dan het oppervlak van de erker en volgt de contour van de erker; • De valbeveiliging vormt een architectonisch geheel met de erker.

11

(Kap)verdieping - De derde verdieping bestaat uit een (kap)verdieping. Hierbij geldt: • De (kap)verdieping sluit aan op de parcelering van de twee panden; • Aan de vormgeving van de (kap)verdieping, eventueel in samenhang met de terugliggende dakopbouw, kan Welstand nadere eisen stellen; • Indien dakschilden worden toegepast gelden de volgende uitgangspunten: • De dakschilden worden per pand aan drie zijden toegepast; • De dakschilden hebben een maximale hellingshoek van 70 graden; • Aan de voorzijde wordt het dakschild direct achter de dakgoot / kroonlijst gepositioneerd; • Overige dakschilden staan in de gootlijn; • Aan de voorzijde zijn één of meerdere (kleine) dakkapellen per pand toegestaan. De dakkappellen staan achter de (geprononceerde) dakgoot / kroonlijst en zijn in het dakschild geplaatst; • De achterzijde vormt één geheel met de (opgetrokken) achtergevel. Dakopbouw - De vierde verdieping betreft een dakopbouw. Hierbij geldt: • De dakopbouw wordt op een afstand van minimaal 5 meter vanaf de voorgevel gepositioneerd; • Aan de vormgeving van de dakopbouw, eventueel in samenhang met de (kap)verdieping, kan Welstand nadere eisen stellen; • De achterzijde vormt één geheel met de (opgetrokken) achtergevel.

12

Achterzijde - Een diepere achterzijde is (t.o.v. de bestaande situatie) voorstelbaar. Hierbij geldt: • De achtergevel van het hoofdgebouw staat op één lijn met de noordoostelijk gelegen achtergevel van betreffend hoofdgebouw (achterzijde Mauritskade nr. 1) of wordt (deels) terugliggend geplaatst; • De begane grond en de eerste verdieping mag aan de achterzijde worden voorzien van een aanbouw. Deze is niet dieper dan de noordoostelijk gelegen aanbouw. Op de aanbouw is een dakterras voorstelbaar. - De achtergevel heeft een heldere indeling. Hierbij geldt: • In de achtergevel is parcelering van twee panden niet verplicht; • De achterzijde van de (kap)verdieping en de dakopbouw betreft één gevel en vormt één geheel met de (opgetrokken) achtergevel; • Een balkon op de eerste t/m vierde verdieping is aan het hoofdgebouw voorstelbaar; • Een balkon is maximaal 2 meter diep; • Een balkon is ondergeschikt aan het hoofdvolume; • Een balkon houdt minimaal 2 meter afstand tot de zijkant van de achtergevel; • Indien het hoofdgebouw aan de achterzijde wordt voorzien van een aanbouw, dan is een balkon (uitkragend) aan deze aanbouw niet toegestaan. Balkons zijn wel toegestaan aan het hoofdgebouw t/m de vierde verdieping; • Een dakterras op de aanbouw, aansluitend op de tweede verdieping, is voorstelbaar.

Binnenterrein Typologie • Uitgangspunt is een verzameling van verschillende volumes op het binnenterrein, aansluitend op het historisch (Pontmeyer) verleden, met een verzameling van verschillende werk- en opslagvolumes. • De woningen op het binnenterrein: • Zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; • Zijn lager c.q. bevatten minder bouwlagen dan het hoofdgebouw; • Staan zichtbaar ‘losgekoppeld’ van het hoofdgebouw; • Het pad verbreedt richting hoofdgebouw en is vrij van obstakels. Het collectieve pad is voor 50% minimaal 1,80 meter breed op het achterperceel. Daarnaast wordt het pad ruimtelijk breder ervaren door bijvoorbeeld terugliggende geveldelen, toepassing van plantenbakken e.d.; • De woningen onderscheiden zich in hun verschijningsvorm van het hoofdgebouw. • Binnenterrein: • Het binnenterrein is een zo groot als mogelijk aansluitend vlak; • Het binnenterrein bestaat uit een collectieve ruimte, ontsluitingspaden, privé buitenruimte; • Het binnenterrein wordt met groen ingericht; • Hoger gelegen delen zoals een plateau, trap e.d. dienen te worden beperkt en zijn niet hoger dan 1,20 meter ten opzichte van het binnenterrein; • Nutskasten e.d. worden opgenomen in het architectonisch ontwerp.

Volume - Parkeerkelder: • Het binnenterrein mag voor 100% met een half verdiepte bouwlaag worden bebouwd; • Ten behoeve van een half verdiepte parkeerkelder (inclusief benodigde afdekkende- en beschermende lagen, gronddekking en maaiveldinrichting zoals verharding) heeft de initiatiefnemer een inspanningsverplichting voor een zo laag mogelijke bouwhoogte van de parkeerkelder boven maaiveld. De half verdiepte parkeerkelder mag boven het grondwater worden aangelegd, maar dient daarbij maximaal 2 meter boven maaiveld uit te komen. Bij een extreem hoge grondwaterstand is een extra marge van 0,2 meter maximaal acceptabel; • De parkeerkelder (tevens erfscheidingsmuur) grenzend aan de percelen aan de Amaliastraat dient van hoogwaardige materialen en van groen te worden voorzien. - Begane grond • Het binnenterrein mag voor maximaal ca. 60% van de oppervlakte met een begane grond verdieping (incl. eventuele bergingen) worden bebouwd; • De begane grond verdieping heeft een maximale verdiepingshoogte van 3 meter.

rooilijn achtergevel aanbouw

rooilijn achtergevel hoofdgebouw

- Eerste verdieping • De eerste verdieping heeft een maximale verdiepingshoogte van 3 meter; • Indien er geen tweede verdieping wordt toegepast, wordt de eerste verdieping voorzien van een plat groen dak (bijvoorbeeld een sedumdak gecombineerd met PV panelen). - Tweede verdieping • De (eventuele) tweede verdieping betreft maximaal 60% van de eerste verdieping;

min. 5 m. 17m+ Peil (max.)

• • • •

•

•

Bij geschakelde woningen bestaat de tweede verdieping uit afzonderlijke volumes; De tweede verdieping heeft een maximale verdiepingshoogte van 3 meter; Bij (eventuele) toepassing van dakschilden is de hellingshoek maximaal 70 graden; Een plat dak is voorzien van een groen dak (bijvoorbeeld een sedumdak gecombineerd met PV panelen); Toepassing van dakkapellen in het dakschild is voorstelbaar, met dien verstanden dat bij meerdere dakkappelen er voldoende maat tussen dakkappelen aanwezig is voor een (zichtbare) dakschild; Een buitenruimte c.q. dakterras aansluitend op de tweede verdieping is voorstelbaar. De valbeveiliging en/of privacy scheidende elementen zijn mee ontworpen (vorm, compositie, architectuur).

- Aansluiting achterzijde Noordeinde 141 • In een zone van 7,75 meter breed is de bebouwing niet hoger dan 4,3m+ Peil t.o.v. (maaiveld Noordeinde). Maaiveld Noordeinde is Peil = 0m; • Vanaf het bestaande dakterras (achterzijde Noordeinde 141) is op 1,2 meter hoogte (5,5m+ Peil) een virtuele hellingshoek van 27 graden aanwezig. Deze hellingshoek bepaalt de maximale bouwhoogte.

Algemeen Bezonningsonderzoek Het opstellen van een bezonningsonderzoek is noodzakelijk voor de aangrenzende (woon)bebouwing. De Haagse bezonningsnorm is hierbij uitgangspunt. Zo zal nader moeten worden uitgezocht of een tweede verdieping voorzien van een plat dak of een kapvorm op het binnenterrein ruimtelijk voorstelbaar is. Privacyrechtelijke belemmeringen Er wordt gebouwd in een stadsdeel met een hoge bebouwingsdichtheid en een volgebouwd binnenterrein. Aandacht wordt gevraagd voor perceelsgrenzen, bestaande en te handhaven bebouwing en burenrecht (uitzicht c.q. afstand m.b.t. bestaande ramen, dakterrassen en balkons e.d.) Afvalcontainerruimte (t.b.v. woningen) Uitgangspunt is een inpandige afvalcontainerruimte. Met de afdeling DSB kan worden afgestemd wat de eisen zijn ten aanzien van de containerruimte en de (eventuele) rolcontainers. Ook in welke mate er gesorteerd dient te worden en of van het beleid kan worden afgeweken vanwege een andere wijze van inzameling. Afvalcontainerruimte (t.b.v. commercieel) Idem, echter het afval mag niet worden opgehaald als huisafval. Een commercieel ophaalcontract is benodigd.

o

max. bouwhoogte onder 27 lijn min. 7,75 m1 4,3m+ Peil (max.)

min. 27 nieuw

o

5,5m+ Peil

bestaand

doorsnede B-B’ Principe doorsnede t.h.v. achterzijde Noordeinde 141

13

6. RANDVOORWAARDEN PLANOLOGIE Functies Hoofdgebouw – begane grond Behoud van een levendige plint op de begane grond is uitgangspunt. De functie winkel/horeca op de begane grond is uitgangspunt, maar niet alles is daarbij voorstelbaar. Terwijl andere economische functies niet zijn uitgesloten. Overleg en afstemming met de afdeling Economie voor de beoogde functie(s) is benodigd. Hoofdgebouw – verdieping(en) Op de eerste verdieping en hoger is wonen toegestaan. Binnenterrein Uitgangspunt is de functie wonen op het binnenterrein (begane grond of hoger). De parkeerkelder is bestemd voor het parkeren op eigen terrein (volledig verdiept of half verdiept).

14

7. RANDVOORWAARDEN MONUMENTENZORG Algemeen

Rijksbeschermd Stadsgezicht

Voorgevel

Het initiatief is gelegen in het Rijksbeschermd Stadsgezicht ‘Centrum’. In dit gebied zijn beschermde (Rijks)monumenten gelegen, maar in het plangebied staan ook karakteristieke beeldbepalende bebouwing. Dit zijn historische gebouwen die op grond van hun architectonische kwaliteit en/of vanwege het feit dat ze zeer bepalend zijn voor het beeld van de straatwand ter plaatse, behoudenswaardig zijn. De architectuur sluit bescherming als monument in de toekomst niet uit. De panden aan het Scheveningseveer 1 t/m 23 zijn aangewezen als karakteristieke beeldbepalende bebouwing. Indien er sprake is van sloop van de panden 17-23 dient de nieuwbouw aan het Scheveningseveer – in zijn architectonische vormentaal – aan te sluiten op de naastgelegen bebouwing aan de Scheveningseveer. Uitgangspunt is dat een nieuwe gevel een essentieel onderdeel is van het bestaande stadsbeeld.

In het gehele beschermde gebied is de historisch-ruimtelijke structuur, dat wil zeggen het historische patroon van straten, stegen, open ruimten en waterlopen, in samenhang met de schaal van de bebouwing ter plaatse, van belang.

Beide voorgevels bestaan uit de volgende architectonische kenmerken: • Bij sloop/nieuwbouw worden twee individuele panden ontworpen; • Beide panden zijn in breedte niet gelijk en zijn niet gespiegeld (er is sprake van een breder en een smaller pand). Bij twee gelijkwaardige breedte dient één pand te bestaan uit een smalle en brede beuk; • Beide panden hebben een eigen architectonische expressie. Het zijn geen gelijke panden, geen tweelingpanden of gespiegelde panden (of het ene pand is breder en de ander is smaller, of beide panden hebben eenzelfde voorgevellengte waarbij één gevel bestaat uit een smalle en een brede beuk); • Er is een verloop in verdiepingshoogte (eerste verdieping heeft een hogere verdiepingshoogte dan de tweede verdieping); • Toepassing verticale ramen op de verdiepingen; • Toepassing van een geprononceerde dakgoot / kroonlijst; • De hellingshoek van de kapverdieping is minimaal 45 graden en maximaal 70 graden indien dakschilden worden toegepast; • De dakopbouw (vierde verdieping) wordt terughoudend en neutraal ontworpen; • De dakgoot van de dakopbouw is niet expliciet zichtbaar.

In het overige deel van het beschermde stadsgezicht, en in het bijzonder de reeds eerder als zodanig aangewezen gebieden, is het historische karakter in nog ruimere mate bewaard gebleven. Daar zijn bovendien de profilering en inrichting van de openbare ruimte, de verkavelings- en bebouwingsstructuur en in het algemeen ook de vormgeving van de bebouwing van betekenis. Het plangebied bevindt zich in het Rijksbeschermd Stadsgezicht ‘Centrum’. Kenmerkend voor de ruimtelijke opbouw en daarmee het stedelijke karakter c.q. de karakteristieken van de locatie zijn de aan alle zijden gesloten bouwblokken, waarin de bebouwing ononderbroken direct aan de straat staat en waarbinnen erven en tuinen liggen besloten, duidelijk afgeschermd van de openbare ruimte. Bebouwing in minder dan twee lagen komt aan de openbare straten slechts sporadisch voor, op besloten binnenterreinen echter des te meer. In beide gevallen betreft het meestal hofjes, al dan niet van liefdadigheid, en in een aantal achterstraten bijgebouwen van uiteenlopende aard. Daar het bebouwingsbeeld sterk wordt gedomineerd door 18de- en 19de-eeuwse lijstgevels manifesteert de variërende bouwhoogte zich meer in de pandsgewijs verspringende gootlijsten dan in de hoogte van de kappen, die daar deels achter schuilgaan en in het gevelbeeld een tamelijk ondergeschikte rol spelen.

15

8. RANDVOORWAARDEN MOBILITEIT Parkeren

Ontsluiting

Autoparkeren Het parkeren dient in principe op het eigen terrein te worden gerealiseerd conform het bestemmingsplan Parapluherziening (fiets)parkeren (uitgewerkt in de Nota parkeernormen (RIS309940, 2021). Om aan de parkeernorm te voldoen kunnen wellicht ook parkeerplaatsen in de omgeving worden gebruikt middels een contractuele overeenkomst (in overleg met de afdeling Mobiliteit).

De ontsluiting van de parkeerkelder dient zodanig te zijn dat dit geen hinder geeft voor het doorgaande fiets- en gemotoriseerde verkeer en geen gevaar vormt voor de verkeersveiligheid. Uitgangspunt is dat overdag een auto niet op de rijbaan staat te wachten tot de toegang tot het (gebouwd)parkeren op het binnenterrein wordt verkregen. Dit kan door de deur een paar meter terug te plaatsen waardoor er voldoende maat ontstaat voor een opstelplaats van een auto zonder dat het doorgaande fiets- en gemotoriseerde verkeer wordt verhinderd.

Deelauto’s Onderzocht kan worden of het gebruik van deelauto’s een optie is. Hierdoor kan het aantal benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein wellicht worden verminderd (in overleg met de afdeling Mobiliteit). Fietsparkeren Bij nieuwbouw dient fietsparkeren op eigen terrein te worden gerealiseerd conform de fietsparkeernormen voor de binnenstad.

16

Indien de bestaande in- en uitrit wordt verplaatst gelden de volgende uitgangspunten: • Bij verplaatsing van de uitrit is een omgevingsvergunning benodigd (artikel 2.28 van de APV) • Er is sprake van maximaal één gecombineerde in- en uitrit; • De bestaande in- en uitrit komt hierdoor te vervallen; • Alle onderzoeks-, realisatie-, onderhouds- en beheerskosten welk benodigd zijn voor noodzakelijke technische en/of visuele oplossingen ten behoeve van zicht en veiligheid, zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemer.

9. RANDVOORWAARDEN DUURZAAMHEID EN GROEN Energie Om een klimaatneutrale stad te worden moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. Voor nieuwbouwwoningen is aardgasloos bouwen inmiddels wettelijk geregeld. Het Bouwbesluit stelt met de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG) een minimale energieprestatie aan het gebouw. De keuze voor een warmteoplossing moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en (het ontwerp van) de Transitievisie Warmte (RIS310442) vastgesteld is. Uitgangspunt is dat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd wordt. Die warmte kan gewonnen worden uit lokale duurzame bronnen zoals bodemwarmte en aquathermie. Bestaande woningen die minder goed te isoleren zijn kunnen dan gebruik maken van de beperkt beschikbare hoge (> 70 °C) temperatuur stadsverwarming. Om het thermisch gebruik van de ondergrond te optimaliseren stelt de gemeente waar nodig bodemenergieplannen op. In een bodemenergieplan wordt vastgelegd op welke plekken koude en op welke plekken warmte in de bodem opgeslagen mag worden. Zo wordt voorkomen dat koude en warme bronnen met elkaar interfereren en kan de thermische capaciteit van de bodem optimaal worden benut. In een gebied dat aangewezen is al interferentiegebied worden bouwaanvragen getoetst aan het bodemenergieplan.

door de levensduur en de vloeroppervlakte. De landelijke MPG norm is 0.8. Den Haag wilt een zo laag mogelijke MPG-waarde bij nieuwbouw om materialen nu en in de toekomst zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit kan door zo min mogelijk materiaal toe te passen (slim ontwerp) en materialen die toch nodig zijn te hergebruiken of te kiezen voor verantwoorde biobased materialen (hout, wol, vlas etc). Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de de certificatieregeling voor sloopaannemers (BRL SVMS-007). In het Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS299397) hebben we als gemeentelijke organisatie vastgelegd dat we verspilling van grondstoffen tegengaan en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad. Versterking van het Haags groen

In Den Haag zien we de natuur als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) staat hoe we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem en meer biodiversiteit. Essentieel hiervoor is een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan verplicht. De Adviescommissie Openbare Ruimte beoordeelt plannen op het gebied van stadsnatuur. Is extra ruimtebeslag van een nietecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Ook de effecten van verlichting op de natuur moeten worden onderzocht. De Richtlijn Licht op Natuur (RIS 298657) biedt hiervoor de kaders. Groene gevels Het vergroenen van gevels van gebouwen zorgt voor meer biodiversiteit in de stad. Klimplanten leveren op lokaal niveau voedsel en beschutting voor vogels en insecten.

Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden.

Fraaie muurbeplanting draagt daarnaast bij aan een kleurrijk straatbeeld. Om gevelgroen robuust te maken, is het nodig om de planten in volle grond te zetten, zodat ze voldoende kunnen wortelen en minder vatbaar zijn voor droogte en kou. Gemeenschappelijke tuin Wij pleiten voor een gemeenschappelijke tuin waarbij gezamenlijk voor wordt gezorgd. Niet alleen zorgt het voor cohesie maar vooral zorgt het voor een oasis aan rust en ruimte op een klein oppervlakte. Door schuttingen te vermijden en tegels beperkt te houden wordt ruimte aan natuur en biodiversiteit gegeven..

Duurzaam bouwen Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2030 voor de helft en in 2050 volledig circulair te zijn. De bouw en bouwprocessen hebben een belangrijk aandeel in het materiaalgebruik in de stad. Het Bouwbesluit neemt het materiaalgebruik voor woningen en kantoren mee in de MPG-norm (MilieuPrestatieGebouw). Hierin worden alle milieukosten opgeteld (dus ook materiaalgebruik), gedeeld

De Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) heeft als ambitie om samen met de stad het Haagse groen verder kwalitatief te ontwikkelen. De agenda biedt ruimte voor verandering en initiatief om bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig vorm te geven. De agenda geeft aan wat waar belangrijk is. Het geeft geen blauwdruk maar benoemt waarden en procesvoorwaarden waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn geborgd kan worden.

Groene-gele-blauwe daken Op gebouwen zijn talrijke mogelijkheden aanwezig voor meer groen. Goed ontworpen groene daken kunnen van grote meerwaarde zijn voor stadsnatuur. Daarnaast kunnen groene daken helpen bij het opvangen van regenwater en het tegengaan van hittestress. In het algemeen kan worden gesteld dat een groen dak met een meer diverse vegetatie een hogere

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

17

waarde voor stadsnatuur heeft. De keuzemogelijkheden voor dakvegetatie hangt sterk af van de toegepaste substraatdikte, die weer afhankelijk is van de draagconstructie van het dak. Groene daken kunnen goed samengaan met het plaatsen zonnepanelen of zonnecollectoren en werken bij zonnepanelen zelfs rendement verhogend. Het is dan wel van belang dat de panelen of collectoren voldoende hoog, op enige afstand van elkaar en onder de juiste hoek worden geplaatst. Alleen op die manier kan de vegetatie onder en naast een paneel of collector optimaal groeien. De planten krijgen dan voldoende licht en insecten kunnen zich dan opwarmen. De volgende vuistregels moeten bij de combinatie van panelen/ collectoren en een groen dak worden gehanteerd: • de afstand tot de onderzijde van het zonnepaneel of zonnecollector is minimaal 20 cm; • de afstand tussen twee rijen zonnepanelen/ zonnecollectoren is minimaal de breedte van een paneel of collector; • wanneer groene daken worden gecombineerd met een terras is het raadzaam om het terras in een hoek van het dak te positioneren. Zo blijft voor stadsnatuur een groot aaneengesloten oppervlak beschikbaar. Ook het combineren met waterretentie (polderdak) is mogelijk hiermee worden groene-gele-blauwe daken gecreëerd die het verschil maken voor natuur, dier en mens. Bomen Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk.

Dat verbindt parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar. In de Nota Stadsbomen (RIS 307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we

18

Groen-gele-blauwe daken. (bron: Nota Stadsnatuur (RIS305824))

dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. Het toevoegen van stadsbomen biedt hiermee een oplossing voor grootstedelijke uitdagingen zoals klimaatadaptatie en verdichting. De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon. In 2030 willen we 5% meer kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. De boom groeit anders niet goed, kan niet goed presteren en kan overlast veroorzaken. Specifiek geldt extra aandacht voor het realiseren van goede groeiplaatsen bij daktuinen op straat- en gebouwniveau. Extra aandacht gaat uit naar het realiseren van goede groeiplaats voor bomen voor daktuinen op straatniveau. Hiervoor moet een zo natuurlijk mogelijke situatie kunstmatig worden gesimuleerd. Tijdens de initiatieffase zal hierover al goed moeten worden nagedacht. Nieuwe daktuinen op straatniveau moeten standaard voldoen aan de eisen voor een goede doorwortelbare ruimte. Afhankelijk van de gewenste inrichting en de gewenste grootte van een boom is maatwerk nodig. Hiervoor zijn minimale maten benodigd. Het is daarbij belangrijk vooraf rekening te houden met de benodigde draagkracht.

Groen- en natuurinclusief bouwen Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 301953). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag moeten voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen. Alle groendocumenten zijn terug te vinden via: www.hethaagsegroen.nl/groendocumenten/default.aspx

Klimaatadaptatie Klimaatverandering leidt ertoe dat we vaker te maken krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) biedt ontwerpprincipes om gebouwen en de buitenruimte klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten. De Klimaatatlas geeft een eerste indicatie voor de mate van wateroverlast en mogelijke schade. Om die overlast te beperken moet de sponswerking van de stad vergroot worden. Dat doen we door hemelwater vast te houden – te bergen – te infiltreren en/of hergebruiken en eventueel vertraagd af te voeren. De te kiezen oplossingsrichting is sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals grondwaterstanden en type ondergrond (zand of veen). Een robuuste oplossing vraagt dus altijd om maatwerk. Het rapport Haagse Hitte (RIS299474) toont het hitte eiland en de overlast in Den Haag aan. Naast maatregelen op en aan gebouwen die gericht zijn op het buitenhouden van de zomerse zon of verkoeling (zonwering, overstekken, groene daken, verticaal groen, geveltuintjes) bieden bomen schaduw en verkoeling in de zomer. Bomen vormen daarom ons groene kapitaal.

Zodoende wordt terughoudend omgegaan met het afgeven van kapvergunningen en zal, waar kappen onvermijdelijk is, nieuwe bomen met gelijkwaardige natuurwaarde moeten worden aangeplant. De Droogtestudie (RIS306855) geeft aan dat verschillende delen van de stad kwetsbaar kunnen zijn voor diverse effecten van droogte. Droogte wordt beperkt door de sponswerking in de stad maximaal te benutten met oplossingen in groen, bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/ regionale) oppervlaktewatersysteem.

Hoe roder hoe warmer, hoe blauwer hoe koeler. Voor het initiatief zien wij hier heel goed de verkoelende werking van groen/bomen.

Donker blauw betekend wateroverlast bij heftige regenbuien. Hier zien wij dat verharding geen regen kan opvangen. Met het toepassen van groene daken en het creëren van een groene oasis wordt deze natte plek klimaatadaptief

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

19

10. NETWERK BEREIKBAARHEIDSTRATEGIE De stad Den Haag is continu in beweging. We knappen op wat oud is, bouwen nieuw wat nodig is en vieren wat onze stad heeft te bieden. Om dit in goede banen te leiden, kijken we vooruit. Het Team Bereikbaarheidsregie van de gemeente Den Haag inventariseert jaarlijks de werkzaamheden, bouwactiviteiten en evenementen op het Netwerk Bereikbaarheidsregie om deze zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Op basis hiervan stellen we een Meerjaren Programmering op (MJP) voor minimaal de komende 5 jaar. Ook maken we een Uitvoeringsprogramma (UVP) voor de eerstvolgende 2 jaar. Het Scheveningseveer maakt deel uit van het Netwerk Bereikbaarheidsregie en is een belangrijke route voor het Zeeheldenkwartier. De weg is een belangrijke route voor de ontsluiting van het gebied en de nood- en hulpdiensten. Tevens is het een belangrijke fiets- en parkeerroute. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor werkzaamheden, bouwactiviteiten of grote evenementen met effect op het Netwerk Bereikbaarheidsregie. Er wordt van de initiatiefnemer verwacht dat het Team Bereikbaarheidsregie hier tijdig, juist en volledig van op de hoogte wordt gebracht. Wij brengen vervolgens in kaart hoe wij werkzaamheden efficiënt kunnen combineren. Ook kijken we naar de mogelijkheden of uitdagingen bij nieuw ingediende activiteiten of calamiteiten.

Hierdoor signaleert het Team Bereikbaarheidsregie eventuele knelpunten in de bereikbaarheid en verkeersveiligheid vroegtijdig. Het college stelt elk jaar het Uitvoeringsprogramma (voor de komende 2 jaar) vast. Hiermee ontstaat voor zowel partners als voor de stad duidelijkheid. De werkzaamheden op het Netwerk Bereikbaarheidsregie dienen altijd door de initiatiefnemer aangemeld te worden via www.denhaag.nl/bvc.

20

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

Gezien de vele werkzaamheden in het gebied is het onttrekken van openbare ruimte in de basis niet mogelijk. Wanneer om welke reden dan ook openbare ruimte nodig is om de benodigde activiteiten voor de sloop en bouw uit te voeren, dan moet de initiatiefnemer dit aanmelden via de website: www. denhaag.nl/bvc. Het Team Bereikbaarheidsregie bepaalt dan het verdere proces. Op de website www.denhaag.nl/bvc is een aantal documenten beschikbaar om de initiatiefnemer bij het BVC-proces te helpen: • Het format voor het maken van een Bereikbaarheid, Verkeersveiligheid en Communicatie (BVC)Hoofdlijnenplan; • Het format voor het maken van een BVC-plan; • De kaart Netwerk Bereikbaarheidsregie; • De Haagse Richtlijn Tijdelijke Verkeersmaatregelen; • Het Haagse Handboek Communicatie Bij Wegwerkzaamheden; Kortom: in de basis is geen onttrekking van openbare ruimte mogelijk en de activiteiten mogen geen hinder geven op het netwerk. Logistieke routes voor de bouwwerkzaamheden worden door het betreffende stadsdeel en de afdeling Vergunningen & Toezicht bepaald. Belangrijk is dat de initiatiefnemer samen met de afdeling Vergunningen & Toezicht het bouwveiligheidsplan opstelt waaruit blijkt welke ruimte nodig is om de werkzaamheden veilig uit te voeren. Als gebruik van de openbare ruimte inzichtelijk is, kan het verdere proces worden bepaald.

BIJLAGE A BELEIDSDOCUMENTEN Algemeen De gemeente heeft de mogelijkheid om met een uitgebreide procedure omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan. Medewerking kan alleen worden verleend als het plan niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. Om te kunnen aantonen dat uw plan hieraan voldoet, is het opstellen van een zogeheten ruimtelijke onderbouwing nodig. Hierin wordt beschreven in welke mate het initiatief past in het geldende beleid en of dit geen (grote) gevolgen heeft voor de omgeving van het plangebied. Zo wordt het plan door de ruimtelijke onderbouwing in het juiste ruimtelijk-juridisch kader gezet.

Omschrijving project Voor een juist inzicht en een zorgvuldige beoordeling is het van belang dat de inhoud van het project uitvoerig wordt beschreven. Dit kan aan de hand van enerzijds een ruimtelijke analyse (o.a. gebiedsaanduiding en –omvang etc.) en anderzijds door een functionele analyse (aard van de activiteit en gebruik). Relatie met geldend beleid Hierbij dient aandacht te worden besteed aan hoe het project zich verhoudt met zowel rijks-, provinciaal- en regionaalbeleid. Voorts dient ingezoomd te worden op het gemeentelijk beleid. Dit beleid is vastgelegd in een structuurvisie, bestemmingsplannen en andere relevante nota’s.

Ruimtelijke onderbouwing De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht schrijft voor dat de motivering van het besluit om af te wijken van het bestemmingsplan een goede ruimtelijke onderbouwing moet bevatten. In de ruimtelijke onderbouwing moet worden aangetoond dat het initiatief haalbaar en uitvoerbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (in welke mate het initiatief past in het geldende beleid en of het initiatief geen (grote) gevolgen heeft voor de omgeving van het plangebied). Een ruimtelijke onderbouwing is inhoudelijk te vergelijken met de toelichting van een bestemmingsplan. Alle relevante stedenbouwkundige-, planologische-, beleidsmatige-, milieutechnische- en economische aspecten e.d. moeten in de ruimtelijke onderbouwing worden behandeld. Een ruimtelijke onderbouwing wordt ten behoeve van een omgevingsvergunning opgesteld als de gemeente voornemens is mee te werken aan het beoogde initiatief. O.a. de volgende aspecten komen aan bod in een ruimtelijke onderbouwing: de resultaten of doelen van het project;

Relatie met het bestemmingsplan Omdat het bestemmingsplan het juridisch bindende plan is, dient stil gestaan te worden waarom en in welke mate het project in strijd is met het bestemmingsplan. In dit verband is het van belang de aard en omvang van het project te schetsen, de actualiteit van het bestemmingsplan in ogenschouw te nemen en de ingrijpendheid op zijn omgeving. Relatie met toekomstig beleid Naast de toetsing aan het geldende beleid is het van belang om (voor zover mogelijk) een doorkijk te nemen naar aankomend rijks-, provinciaal en regionaal beleid. Voor het toekomstige gemeentelijk beleid is het van belang alvast te kijken naar een ontwerpstructuurvisie, een (voor) ontwerp-bestemmingsplan en andere relevante ontwerp-plannen, nota’s, etc. Ruimtelijke onderbouwing Nader moet worden onderzocht (voor zover relevant) o.a.: • Planologische onderbouwing; • Resultaten relevante onderzoeken; • Impact van het project op de omgeving; • Stedenbouwkundige onderbouwing; • Landschappelijk onderbouwing; • Cultuurhistorische onderbouwing;

• • • • • • •

De gevolgen voor aanwezige of te verwachten monumenten; Archeologische waarden; Verkeerskundige onderbouwing; Sociaal maatschappelijke onderbouwing; Onderbouwing volkshuisvesting; Bezonningsonderzoek; Economische onderbouwing.

Milieuaspecten Nader moet worden onderzocht (voor zover relevant) o.a.: • Milieuvergunning- of melding noodzakelijk; • Stand van zaken milieuvergunning en –melding; • Geluid (wegverkeer); • Geurhinder; • Stikstof; • Externe veiligheid; • Bodem(verontreiniging); • Watertoets (waterstromen); • Flora & faunaonderzoek/habitatonderzoek; • Sloopvergunning; • Geuremissies/luchtkwaliteit. Belemmeringen project Nader moet worden onderzocht (voor zover relevant) o.a.: • Ligging van kabels en leidingen en zonering; • Privaatrechtelijke aspecten (zoals nooduitgangen); • Is er sprake van een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument; • Kunnen er bomen worden gespaard of dient er een kapvergunning te worden aangevraagd; • Opstellen ‘Bomen Effect Analyse (BEA)’. Aanvullend advies Geadviseerd wordt om contact op te nemen met de afdeling Wonen over het woonprogramma. Hierbij wordt o.a. De Woonvisie Den Haag 2017-2030 en de Actualisatie Woonagenda 2019-2023 (RIS305711) gehanteerd.

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

21

BIJLAGE B UITVOERINGSASPECTEN De regie op en verantwoordelijkheid voor de verdere uitwerking van het initiatief (op basis van de randvoorwaarden) ligt bij de initiatiefnemer. Onderstaand wordt nog nader in gegaan op een aantal uitvoeringsaspecten waaraan de gemeente vergunningaanvragen ook zal toetsen, dan wel aspecten die van belang zijn voor het voorkomen van planschade en tot de realisatie van een kwalitatief plan. Groen Van eventuele bestaande bomen op het binnenterrein moet onderzocht worden of ze gekapt moeten worden en of ze kapvergunning-plichtig zijn. Als dat het geval is dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd en verkregen. Daarnaast dienen de gevolgen van de herstructurering, voor de direct aangrenzende bomen in de naast gelegen tuinen inzichtelijk gemaakt te worden. Dit in verband met het wortelpakket en de verandering van de grondwaterhuishouding. Het onttrekken van grondwater is tevens vergunning-plichtig. Tenslotte dient bij het uitvoeren van de werkzaamheden rekening gehouden te worden met de wortels van de bomen op aangrenzende percelen die in het plangebied wortelen. Het is raadzaam om vooraf een bomeninventarisatie en een bomenplan te maken. Dit is belangrijk in de communicatie met omwonenden. Rechten van derden De aanvrager dient (indien van toepassing) rechten van derden inzichtelijk te hebben.

Bijvoorbeeld recht van overpad, rechten van leiding en kabelexploitanten etc. Ook de impact van een nooduitgang (incl. recht van overpad) vanuit de parkeerkelder (indien van toepassing) dient inzichtelijk gemaakt te worden. Kabels en leidingen Aanvrager dient inzichtelijk te maken of er kabels en leidingen onder of in de nabijheid van zijn perceel lopen.

22

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

Openbare ruimte De aansluiting van de inrit parkeerkelder op de openbare ruimte dient zorgvuldig te zijn en veilig.

BIJLAGE C FINANCIËN Kostenverhaal In het kader van de Wro (afdeling 6.4) brengt de afdeling Planeconomie advies uit over kostenverhaal. Allereerst beoordelen wij aan de hand van art. 6.2.1 van het Bro of het een bouwplan betreft, zoals bedoeld in art. 6.12 van de Wro. Deze aanvraag maakt de bouw van een of meer woningen of de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen mogelijk en is daarmee een bouwplan waarop afdeling 6.4 Wro van toepassing is. Vervolgens beoordelen wij of kostenverhaal al anderszins verzekerd is. De grond is in vol eigendom van de eigenaar. Er lijken voor deze ontwikkeling geen ingrepen in het omliggende openbare gebied noodzakelijk te zijn. Mocht dit wel noodzakelijk zijn dan zal het onderstaande advies wellicht moeten worden aangepast. Ingrepen die hieronder kunnen vallen zijn onder andere: • Verkeerskundige aanpassingen in de openbare ruimte ten behoeve van de ontsluiting/aansluiting van de parkeerkelder c.q. toegang naar binnenterrein; • Eventuele overige noodzakelijke aanpassingen in het openbare gebied

Het kostenverhaal heeft dan ook alleen betrekking op apparaatskosten. Deze liggen onder de €10.000 waardoor Bro artikel 6.2.1a van toepassing is en een anterieure overeenkomst niet noodzakelijk is. Alle reguliere leges, inclusief procedureleges worden geheven. Gemeentelijke kosten die met de aanvraag van dit plan worden gemaakt worden verder gedekt door de in rekening te brengen leges cf. de meest actueel vastgestelde legesverordening. Het bouwplan is hiermee economisch uitvoerbaar. Omdat het kostenverhaal voor de ontwikkelingen anderszins verzekerd is en aanvullende eisen niet noodzakelijk zijn wordt – op grond van artikel 6.12 tweede lid Wro – besloten geen exploitatieplan vast te stellen.

Het aanhelen aan het omliggende openbare gebied vind plaats op kosten en risico van de ontwikkeling. Eventuele plan- en bouwschade bij omwonenden komt geheel ten lasten van de initiatiefnemer. De gemeente is niet aansprakelijk voor eventuele planschade door verkeerskundige wijzigingen op en ronde het Scheveningseveer zoals het introduceren van éénrichtingsverkeer of herinrichting van het Scheveningseveer.

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

23

BIJLAGE D COMMUNICATIE De initiatiefnemer moet kunnen aantonen hoe belanghebbenden en omwonenden reageren op het (bouw) initiatief. De initiatiefnemer neemt het initiatief om hierover met belanghebbenden en omwonenden te communiceren. Dat is overigens ook in het belang van de initiatiefnemer. Ook mede gezien de aanwezigheid van ambassades. De mate waarin de initiatiefnemer communiceert met belanghebbenden en omwonenden, is afhankelijk van de belangen die er spelen. Items die o.a. kunnen spelen zijn: bezonning, realisatie van een parkeerkelder, het bouwen direct naast/tegen belendende percelen, het in stand houden van bestaande bomen op naastgelegen percelen, enz. Bij particuliere (bouw)initiatieven ligt de verantwoordelijkheid voor het betrekken van belanghebbenden en omwonenden bij de marktpartij. Het (bouw)initiatief raakt mogelijk de belendende percelen met of zonder bebouwing. Hier moeten duidelijke afspraken over worden gemaakt die mede bepalend zijn voor het initiatief alsmede de omgevingsvergunning aanvraag. Op de website van de gemeente Den Haag staan tips voor communicatie bij bouwprojecten, alsmede een handreiking voor communicatie.

24

CONCEPT RANDVOORWAARDEN SCHEVENINGSEVEER 17-23 • 16 MEI 2023

Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie

16 mei 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12897109/1