CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315868 Diervriendelijk isoleren

Commissie Leefomgeving 16 november 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen inzake Vleermuizen in huizen1.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTERAAD

RIS-nummer: 315868 Schriftelijke vragen: Diervriendelijk isoleren Indiener: Robert Barker, Partij voor de Dieren Datum: 13 juni 2023 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Isolatie treft de leefgebieden van dieren die juist (uitsluitend) in gebouwen wonen, zoals gierzwaluwen, huismussen en vleermuissoorten. Er zijn vele voorbeelden waarbij vleermuizen de dood vonden als slachtoffer van isolatiewerkzaamheden. Het doden van vleermuizen is een onwettige en onacceptabele manier van met dieren omgaan. Van de in Den Haag voorkomende soorten bewonen er een aantal graag de loze ruimtes in huizen en daken: in het bijzonder spouwmuren en ruimtes onder dakpannen. Voor de meervleermuis wordt zelfs het risico gezien dat deze uit Nederland zal verdwijnen door de vele slachtoffers als gevolg van na-isolatie1. De werkwijze rondom vleermuizen raakt verschillende gemeentelijke belangen en doelstellingen, zoals verduurzaming, de kwaliteit van de woningvoorraad, en het zorgen dat binnen de gemeente Den Haag conform de Wet Natuurbescherming beschermde diersoorten niet de dood ingejaagd worden. Ook de Nota Stadsnatuur (RIS305824) erkent het belang om voldoende en veilig leefgebied voor vleermuizen te bieden, met als doel “dat het aantal aanwezige dieren op wijkniveau gelijk blijft en als het even kan, toeneemt”.

Over huismussen stelt de Nota Stadsnatuur dat zij “het in Den Haag al jaren moeilijk hebben en in aantallen teruglopen”. Verwezen wordt naar maatregelen in een soortenmanagementplan en in de omgevingswet. Beide instrumenten zijn nog niet ingevoerd. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Robert Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen: 1) Is het college bekend met de brieven aan de Raad van State met daarin de zienswijze van de Zoogdierbescherming en SEVON ten aanzien van de effecten van het na-isoleren van spouwmuren op vleermuizen?2 Kan het college een reflectie hierop geven? 2) Wat vindt het college van het feit dat leefplekken van vleermuizen onder grote druk staan, dat ze bij werkzaamheden, zoals woningisolatie, vaak levend worden begraven, dat kraamkolonies en belangrijke vleermuisverblijfplaatsen verdwijnen en dat daardoor een negatieve populatietrend is ontstaan?3 3) Is het college van mening dat vanuit de gemeente Den Haag hier met spoed iets aan gedaan moet worden? Zo niet, waarom niet? Zo ja, hoe pakt het college dit op? 4) Kan het college uiteenzetten wat de rol en mogelijkheden van de gemeente hier (bij het beschermen van vleermuizen in het kader van de verduurzaming en isolatie van woningen) volgens het college is, en wat de rol, mogelijkheden en bevoegdheden van Provincie ZuidHolland zijn? 1

Bijlage 1: https://stichtingsevon.nl/wp-content/uploads/2022/01/Woningisolatie-bedreigd-de-MeervleermuisDe-Levende-Natuur.pdf 2 Bijlage 2: https://www.zoogdiervereniging.nl/publicaties/2023/reactie-zoogdiervereniging-op-amicus-curiaevraag-raad-van-state 3 Bijlage 2: https://www.zoogdiervereniging.nl/publicaties/2023/reactie-zoogdiervereniging-op-amicus-curiaevraag-raad-van-state Pagina 1 van 3

5) Kan het college aangeven hoeveel woningen (naar schatting) in Den Haag spouwmuren hebben? 6) Wat is de huidige benadering van het college om vleermuizen te beschermen bij isolatiewerkzaamheden? Is er een specifiek beleid of werkwijze, zo ja, kan deze gedeeld worden? 7) Is het college bereid om bijvoorbeeld via een publiekscampagne of door informatie op de relevante gemeentelijke websites de inwoners van Den Haag uitgebreider te informeren, zodat de regels goed bekend en toegankelijk zijn? 4 8) Kan het college aangeven hoe de vleermuispopulatie de afgelopen tijd in Den Haag zich heeft ontwikkeld? Kan hierbij specifiek ook worden ingegaan op de vleermuissoorten die in gebouwen verblijven? In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) stelt het college: “De energietransitie stelt ons voor uitdagingen als het gaat om dieren die in gebouwen leven, zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen” en “Den Haag is een echte vleermuisstad. Van de achttien in Nederland voorkomende soorten leven er maar liefst twaalf in Den Haag. De vleermuis die het meest voorkomt in Den Haag is de gewone dwergvleermuis.” Over vleermuizen wordt gezegd: “Deze dieren kiezen heel specifiek een netwerk aan gebouwen om in te leven. Dit doen ze op basis van de ligging van het pand, de temperatuur en de vochtigheid in de spouw of onder de dakpannen.

Vooral aan de gebouwen waarin ze overwinteren of hun jongen grootbrengen, stellen de vleermuizen hoge eisen. Het is dan ook niet voor niets dat sommige gebouwen al decennialang in gebruik zijn. Een geschikte verblijfplaats waar vleermuizen overwinteren of hun jongen grootbrengen, is vaak niet goed na te bootsen met het plaatsen van vleermuiskasten. Vleermuizen krijgen bovendien maar één jong per jaar, en ook niet altijd elk jaar. Het is daardoor een kwetsbare soortgroep die lang nodig heeft om zich te herstellen na een daling van het aantal dieren. Sommige vleermuissoorten zijn als populatie nog aan het herstellen van het inmiddels verboden bestrijdingsmiddel DDT dat in de jaren ’70 van de vorige eeuw werd gebruikt in Nederland. Juist in de wat oudere Haagse wijken vinden we grote vleermuiskolonies. In de wijk Mariahoeve zijn er aanwijzingen dat er grote aantallen vleermuizen in de daar aanwezige flatgebouwen overwinteren. Deze flatgebouwen zijn mogelijk zelfs van belang voor de regionale populatie. Het is daarom nodig dat er extra onderzoek wordt uitgevoerd naar de vleermuispopulaties in de Groene Energie Wijken uit de nota Duurzaamheid, en in het bijzonder in de wijken die boven aan de agenda staan. Zo krijgen we een goed beeld van de populaties zelf en de locaties waar ze verblijven.

We kunnen op die manier tijdig anticiperen op voorgenomen maatregelen en werken zo voldoende zorgvuldig om een ontheffing van de Wet natuurbescherming te kunnen krijgen.” 9) Kan het college aangeven wat de stand van zaken is rond de genoemde acties? Kan het college aangeven hoe de uitdagingen en methodes die hier in de Nota Stadsnatuur geschetst worden, sindsdien verder zijn aangepakt? In de Nota Stadsnatuur staat ook: “In het kader van het soortenmanagementplan is het verplicht om bij te houden hoeveel maatregelen er worden getroffen voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dat doen we samen met de woningcorporaties.” 10) Kan het college aangeven hoe het aankijkt tegen het soortenmanagementplan? Is dit in ontwikkeling en wat zou in dit kader gedaan worden om vleermuizen te beschermen?

4

Bijlage 3: een mogelijk voorbeeld is deze website: https://www.natuurvriendelijkisoleren.nl/ Pagina 2 van 3

11) Is het college bekend met de Utrechtse methodiek natuurvriendelijk isoleren die door de provincie Utrecht is ontwikkeld en door vele gemeenten in Utrecht toegepast wordt? 5 Kan het college hierop reflecteren en aangeven in hoeverre dit toegepast wordt, of toepasbaar is in Den Haag? 12) Kan het college toelichten hoe de communicatie en samenwerking met de woningcorporaties verloopt over dit onderwerp? Wordt hier informatie over uitgewisseld en zo ja, wat is de strekking hiervan? 13) Kan het college toelichten hoe de communicatie met particuliere woningeigenaren gaat over dit onderwerp? De Nota Stadsnatuur stelt dat de omgevingswet mogelijkheden biedt voor het inrichten van huismussenwijken.

14) Kan het college het inrichten van huismussenwijken toelichten, hoe dit zou werken onder het regime van de omgevingswet? 15) Is het college dit concreet van plan zodra de omgevingswet wordt ingevoerd? Zo ja, op welke manier wordt dit vastgelegd? 16) Heeft het college ondanks de uitstelling van de omgevingswet in de tussentijd stappen genomen om huismussenwijken te realiseren? Zo ja, welke? Zo niet, waarom niet? 17) Heeft het college andere maatregelen genomen om de stad toegankelijker te maken voor huismussen? Zo ja, welke? De Nota Stadsnatuur stelt over gierzwaluwen en huismussen: “Door speciale nestkasten in te bouwen in muren van geïsoleerde huizen, kunnen negatieve effecten op deze soorten meestal worden voorkomen.” 18) Kan het college toelichten of dit nu gebeurt bij projecten (renovatie of nieuwbouw) waarbij het puntensysteem natuurinclusief bouwen niet van toepassing is? 19) Op welke manier monitort het college of er voldoende nestgelegenheid is voor huismussen en gierzwaluwen? 20) Op welke manier monitort het college of aangeboden nestgelegenheid voor huismussen en gierzwaluwen op gebouwen effectief is? 21) Kan het college schetsen hoe de populatie ontwikkeling van huismussen en gierzwaluwen in Den Haag verloopt? Ziet het college risico’s doordat huizen grootschalig geïsoleerd zijn of worden voor het leefgebied van deze beschermde diersoorten? 22) Heeft het college,

naast het instrument ‘natuurinclusief bouwen’, andere manieren om te zorgen voor het leefgebied voor deze dieren in de gebouwde omgeving? Zo ja, welk instrument en hoe vaak past het college dit toe?

Robert Barker Partij voor de Dieren

5

https://www.youtube.com/watch?v=5N_Udl-l16s Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12867960/1