RIS315855 Afdoening motie Mini-jobs werken
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
030
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
SZW/10699111 RIS315855 Contactpersoon
Nelly van Loon Dienst
Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling
Directie Ondersteuning en Advies Telefoonnummer Datum
14070
9 april 2024
E-mailadres
nelly.vanloon@denhaag.nl Onderwerp
Afdoening motie: ‘Mini-jobs werken’
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het voorstel inzake Vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004) op 8 juni 2023 de door het raadslid de heer Bom ingediende motie ‘Mini-jobs werken’ (RIS315855) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende dat, − een Mini-job een Duits idee is, waarbij mensen maximaal 520,- per maand belastingvrij mogen verdienen, zonder dat dit gevolgen heeft voor toeslagen of uitkeringen, afhankelijk van het andere inkomen; − dit vooral bedoeld is als bijbaan, er worden geen rechten opgebouwd; − het lastig is om alleenstaande ouders aan het werk te krijgen; − een Mini-job in Duitsland succesvol is gebleken. Van mening dat, − een financiële prikkel dé belangrijkste stimulans is om aan de slag te gaan; − wij in Den Haag een voortrekkersrol kunnen vervullen met deze nieuwe aanpak; _ het door de krapte op de arbeidsmarkt het de moeite loont om te onderzoeken of een pilot tot gewenste resultaten kan leiden. Verzoekt het college: − te onderzoeken of een pilot met Mini-jobs in Den Haag kan worden gestart; − hier met het Ministerie over in gesprek te gaan; − daarbij de mogelijke consequenties voor toeslagen en inkomen mee te nemen; − de resultaten van dit onderzoek aan de Raad te doen toekomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10699111
De Duitse Mini-jobs zijn banen waarbij mensen maximaal € 520,- per maand verdienen. De werknemer hoeft over het inkomen geen belasting of sociale zekerheidspremies af te dragen. Hierdoor is het netto inkomen gelijk aan het bruto inkomen. Vooral vrouwen (met werkende partners), studenten en gepensioneerden maken gebruik van deze Mini-jobs. Het college is in gesprek gegaan met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om het idee van de Mini-jobs te bespreken. Zij gaven aan de Mini-jobs niet passend te vinden binnen het Nederlands toeslagen- en socialezekerheidsstelsel. Werknemers die in Nederland € 520,- per maand verdienen, betalen afgerond 37 procent (€ 192,-) aan inkomensbelasting. Daartegenover staat het recht op de algemene heffingskorting (tot € 3.362,- op jaarbasis), die de inkomensbelasting in dit geval volledig compenseert. In dat opzicht verschilt het feitelijke inkomen onder aan de streep niet met de Mini-jobs. Gezien het feit dat werkgevers in ons stelsel wel belasting en premies moeten afdragen, is de situatie voor de medewerkers zelfs gunstiger omdat zij, anders dan bij de Mini-jobs wel aanspraak maken op sociale verzekeringen, werkloosheidsuitkeringen, of een uitkering in geval van langdurige ziekte. Het bijverdienen heeft nu wel gevolgen voor eventuele uitkeringen en toeslagen.
Parttime inkomsten moeten met de bijstand verrekend worden en deze inkomsten kunnen niet binnen het huidige toeslagenstelsel zomaar buiten beschouwing gelaten worden. Mede gezien de reactie van het ministerie, kiest het college liever voor mogelijkheden die binnen de huidige wet- en regelgeving passen en om aan te sluiten bij de brede lobby die momenteel loopt over herziening van het socialezekerheidsstelsel. We passen momenteel al de wettelijke mogelijkheden toe om in geval van deeltijdwerk een deel van het inkomen vrij te laten van verrekening met de bijstand. In aanvulling daarop zal worden verkend of een experiment met het toepassen van bijvoorbeeld een bijverdienpremie van toegevoegde waarde kan zijn. Zie tevens de afdoening van de motie ‘Beloning voor werk in de bijstand’ (RIS317656). Over de uitkomsten hiervan wordt u te zijner tijd geïnformeerd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2