RIS315819 Afdoening motie Duidelijke definitie voorzieningen in ruimtelijke documenten
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSO/10567874 RIS315819 Contactpersoon
Emma Kunneman Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Economie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
24 oktober 2023
emma.kunneman@denhaag.nl Bijlagen
4
Onderwerp
Afdoening motie: 'Duidelijke definitie voorzieningen in ruimtelijke documenten'
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het gewijzigd voorstel inzake conceptvoorstel PUK Bezuidenhoutseweg 50-58 (RIS314089) op 8 juni 2023 de door de raadsleden mevrouw De Groot en de heer De Ridder ingediende motie: ‘Duidelijke definitie voorzieningen in ruimtelijke documenten’ (RIS315819) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: − bij het Haags Hotelbeleid 2021 (RIS 310666) in de raad moties en amendementen zijn aangenomen om nieuwe hotel initiatieven een halt toe te roepen in de stad; − er bij de besprekingen in de commissie Ruimte onduidelijkheid bleek over of hotelvoorzieningen op de Bezuidenhoutseweg toegestaan zijn conform de hotelstop; − hierbij onduidelijkheid was over begrippen zoals als short stayappartementen, logies, hotelvoorzieningen en op welke wijze deze als horecavoorzieningen beschouwd mogen worden in het Haagse ruimtelijk beleid.
Overwegende dat: − de groei in onze stad in gelijke tred moet gaan met voldoende voorzieningen voor een leefbare stad; − het belangrijk is om voldoende vierkante meter voor voorzieningen beschikbaar te hebben, met name voor voorzieningen die bijdragen aan de leefbaarheid; − hotels geen voorzieningen zijn waar bewoners in de wijk gebruik van gaan maken, maar met name worden gebruikt voor toerisme en tijdelijk verblijf; − het bij toekomstige plannen en besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen duidelijk moet zijn welke kaders er gelden, en geen onduidelijkheden mogen bestaan over begripsaanduidingen en definities ten aanzien van voorzieningen en hotels. Roept het college op: − dit jaar met een voorstel te komen waarin eenduidig wordt gedefinieerd wat onder horecavoorzieningen, inclusief functieaanduiding ‘hotel’, wordt verstaan;
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10567874
−
−
hierbij ook in te gaan op het verschil tussen hotelvoorzieningen ten opzichte van andere voorzieningen die benodigd zijn om de leefbaarheid op peil te houden voor het groeiende aantal inwoners in Den Haag; dit voorstel te bespreken in de commissie Ruimte, en daarnaast met een voorstel te komen hoe dit verankerend kan worden in het Haagse ruimtelijk beleid.
Het college geeft op de volgende manier antwoord op de motie. De behandeling van het planuitwerkingskader Bezuidenhoutseweg 50-58 heeft inzichtelijk gemaakt dat de term voorzieningen in de verschillende visiedocumenten anders wordt gebruikt. Zo spreekt de Gebiedsagenda Policy Campus Centraal over voorzieningen zoals dienstverlening, fitness, retail, horeca. De Structuurvisie CID maakt een onderscheid in maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De planMER CID heeft het over voorzieningen en leisure, inclusief hotel, horeca en detailhandel. Deze net andere definiëringen maken de behoefte en invulling van voorzieningen niet inzichtelijk. Het college zal dit in deze afdoening verduidelijken en zal de begrippen in het vervolg in de verschillende visiedocumenten eenduidig gebruiken. Daarmee is met deze afdoening een apart voorstel aan uw raad niet meer nodig. Definitie horeca- en hotelvoorzieningen Het college ziet dat het begrip “horeca” tot verwarring leidt. Het begrip “horeca” is een afkorting van hotels, restaurants, cafés. Vanwege het verschil in ruimtelijke impact wordt er in het ruimtelijk beleid onderscheid gemaakt tussen hotels en de overige horeca (zie hieronder de definities van deze begrippen).
Om verwarring hierover in het vervolg te voorkomen zal het college in toekomstige plandocumenten (ontwikkelvisie, ontwikkelstrategie, planuitwerkingskader, Nota van Uitgangspunten) een duidelijk onderscheid hanteren tussen hotels en (de overige) horeca. Met andere woorden: als er in toekomstige plandocumenten wordt gesproken over horeca wordt hierin geen hotel bedoeld. Het was al gebruikelijk om in bestemmingsplannen een dergelijk onderscheid te maken. Dat zal ook in het Omgevingsplan zo blijven. Horeca-inrichting: “Een inrichting geheel of gedeeltelijk gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van bereide gerechten, of dranken, al dan niet ter plaatse te nuttigen en/of het aanvullend aanbieden van vermaak”. De wijdte van dit begrip is begrensd. Een inrichting gericht op het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, een (studenten)sociëteit, een automatenhal, een ontmoetingscentrum, een feestzaal/partycentrum en een hotel of bed & breakfast maken geen onderdeel uit van dit begrip. Tenzij in de bestemmingsomschrijving van het betreffende artikel anders is bepaald. Dit geldt ook voor locaties waar horeca in ondergeschikte zin dan wel gerelateerd aan de hoofdfunctie plaatsvindt. In bijlage 1 en 2 zijn alle begrippen opgenomen zoals wordt gehanteerd in het ruimtelijk beleid inclusief de verschillende horeca categorieën.
Hotel en/of pension: “Elk gebouw dan wel een gedeelte van een gebouw, alsmede de daarbij behorende voorzieningen zoals terrassen, tuinen, zwembaden, tennisbanen, erven of terreinen of gedeelten daarvan, waar de bedrijfsvoering hoofdzakelijk is gericht op het bedrijfsmatig verlenen van tijdelijke huisvesting met gehele of gedeeltelijke verzorging”.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10567874
Waar alleen horeca wordt toegestaan is geen hotel toegestaan en andersom. Tenzij beide functies volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan of dit specifiek wordt aangegeven. In de omschrijving van de bestemming worden ook de eventuele functieaanduidingen van horeca of hotel vermeld. Met een functieaanduiding kan de toegestane functie van een afzonderlijk pand worden aangeduid in afwijking van de andere panden in het bestemmingsvlak. In de bestemmingsplannen van voor vaststelling van het Hotelbeleid 2021 komt het begrip short stay niet voor. In de praktijk zijn er wel duidelijke verschillen tussen een hotel en een short stay concept. Een hotelkamer heeft veelal een kleiner vloeroppervlak, geen eigen keuken en is hoofdzakelijk gericht op een verblijf van enkele nachten.
Om in het ruimtelijk beleid duidelijker onderscheid te kunnen maken tussen hotel en short stay concepten is in het Haags Hotelbeleid 2021 een definitie van het begrip short stay opgenomen: Short stay “Elk gebouw dan wel een gedeelte van een gebouw waar de bedrijfsvoering hoofdzakelijk is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van tijdelijke huisvesting voor een periode van minimaal twee weken tot maximaal vier aaneengesloten maanden waarbij er per verblijfsvoorziening sprake is van een bruto vloeroppervlak van minimaal 40 m², een (vorm van) gescheiden woon- en slaapruimte, eigen sanitaire voorzieningen en eigen keuken of kitchenette”. Daarnaast is aan de omschrijving van hotel in het hotelbeleid 2021 het volgende toegevoegd: “…voor een periode van maximaal vier maanden.” Op deze manier kan in nieuwe of te actualiseren bestemmingsplannen duidelijker onderscheid gemaakt worden tussen een short stay- en een hotelvoorziening en heeft de gemeente de mogelijkheid hierop te sturen. In bijlage 3 en 4 zijn alle begrippen opgenomen zoals wordt gehanteerd in het ruimtelijk beleid voor toeristisch, zakelijk en recreatief verblijf.
Wisselwerking tussen hotelvoorzieningen en leefbaarheid De leefbaarheid van een internationaal georiënteerde stad als Den Haag wordt door diverse factoren bepaald, zoals: een robuuste groenstructuur ter borging van basiskwaliteiten voor een goed woon- en leefklimaat; een evenwichtige ruimtelijke spreiding van groen-, woon-en werkgebieden; een aantrekkelijk, betaalbaar en gedifferentieerd woningaanbod; werkgelegenheid in een omvang van circa 95% van de beroepsbevolking; voldoende vestigingsmogelijkheden voor internationale instellingen en daarbij horende faciliteiten; onderwijsinstellingen, recreatie- en sportaccommodaties; en een wervend aanbod aan toeristische en zakelijk verblijfsvoorzieningen. Dit zijn gangbare planologische factoren die gehanteerd worden in leefbaarheidsanalyses. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3