RIS315806 Bijlage Beantwoording technische raadsvragen programmarekening 2022 van de heer Martini
Tekst van het document
Bijlage 3: Beantwoording technische raadsvragen programmarekening 2022 van de heer Martini (RIS 315608) Vraag 1: Het overschot wordt aan de algemene reserve toegevoegd. Waarom niet reserveren of aanwenden van nieuwe eenmalig activiteiten van raad of griffie? Overzicht van overschrijdingen c.q. onderbesteding van deze post in de afgelopen 5 jaar. Antwoord: De spelregels inzake de resultaatsverdeling zijn vastgelegd in de Verordening financieel beheer en beleid gemeente Den Haag 2019. Bij het opstellen van de spelregels is met het toenmalige Presidium afgesproken dat de resultaten van het Programma Gemeenteraad met de algemene reserve wordt verrekend. Bij het opstellen van het raadsvoorstel resultaatsbestemming zijn deze spelregels gevolgd. U vraagt naar het resultaat op het programma Financiën. In alle jaren is het resultaat op het programma Gemeenteraad positief. jaar resultaat programma Gemeenteraad 2018 622 2019 132 2020 277 2021 329 2022 196 Vraag 2: Voor de uitkeringen uit het gemeentefonds; is de uitkering op basis van een vast bedrag uit het gemeentefonds voor elke inwoner hetzelfde, ongeacht de leeftijdscategorie? Antwoord: Nee, de algemene uitkering uit het gemeentefonds kent in 2022 vijf leeftijdscategorieën. De gemeente krijgt: € 296 per inwoner plus € 1594 per jongere tot 18 jaar plus € 8 per 65-’er plus € 184 per 65+’er plus € 48 per inwoner van 75 t/m. 84 jaar.
Vraag 3 De uitgaven voor de ongeregistreerde en de mensen zonder rechtmatige verblijfstitel waar zijn die verantwoord? En is daar ook een uitkering vanuit het gemeentefonds voor? Wat is de trend in 2022 op maand basis. Antwoord: Vanuit de gemeente zetten we formeel geen middelen in voor mensen die zonder rechtmatige verblijfstitel of met rechtmatige verblijfstitel maar ongeregistreerd in de stad verblijven. We krijgen hier ook geen middelen voor vanuit het gemeentefonds en er is dus ook geen sprake van gemeentelijke verantwoording. Vraag 4: Is er een geschatte kosten post voor uitgaven die rechtstreeks met de ongeregistreerden te maken hebben? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 3. Vraag 5: Drukken die kosten op wijkbudgetten of worden die algemeen in de diensten begroting verwerkt? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 6: Overzicht van de laatste 6 jaar van de onderuitputting van de begrotingen. Antwoord: Bij het beantwoorden van de vraag zijn wij er vanuit gegaan dat u met overschotten de jaarrekeningresultaten bedoelt. Onderbesteding op de exploitatie komt tot uitdrukking in de jaarrekeningresultaten. Deze kunt u vinden op www.financien.denhaag.nl. De omvang en oorzaak van het jaarrekeningresultaat verschilt van jaar tot jaar. jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022
resultaat x € mln. 57 8,5 1,4 84 70 55
In de onderstaande tabel treft u de afwijkingen aan bij de investeringen. jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022
begroting € 226.218 € 226.465 € 258.173 € 237.465 € 242.559 € 229.350
realisatie € 211.153 € 191.883 € 222.985 € 186.032 € 181.862 € 207.603
afwijking € 15.065 € 34.582 € 35.188 € 51.433 € 60.697 € 21.747
Vraag 7: De jaarlijks (afgelopen 6 jaar) geboekte overschotten en de aanwending daarvan. Toelichting hoeveel van het overschot werd in de algemene reserve geboekt en hoeveel is alsnog gebruikt om uitgaven in het volgende begrotingsjaar mee te dekken (zoals b.v. in 2023 is gebeurd) Antwoord: Bij het beantwoorden van de vraag zijn wij er vanuit gegaan dat u met overschotten de jaarrekeningresultaten bedoelt. Deze kunt u vinden op www.financien.denhaag.nl. jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022
resultaat x € mln. 57 8,5 1,4 84 70 55
De aanwending van de overschotten in de jaarrekening maken onderdeel uit van de begrotingen in de betrokken jaren. Elk jaar vindt u in hoofdstuk 1 van de begroting terug hoe surplussen zijn aangewend. Onttrekkingen en toevoegingen aan de Algemene reserve maken daar onderdeel vanuit. Hieronder treft u het verloopoverzicht van de algemene reserve aan. Hierbij wordt opgemerkt dat in 2020 de algemene reserve gedeeltelijk is ingezet om de gevolgen van Corona op te vangen. Sindsdien is een herstelplan voor de algemene reserve ingezet. De stand 2022 is voor resultaatbestemming. Verder wordt opgemerkt dat met het raadsvoorstel resultaatsbestemming het jaarrekeningresultaat conform de in de Verordening financieel beheer en beleid aan verschillende reserves wordt toebedeeld. Er is dus geen één op één aansluiting tussen het jaarrekeningresultaat en de toe/afname van de algemene reserve. Verloop Algemene reserve 2018 t/m 2022 in € x 1.000 jaar 2018 2019 2020 2021 2022
stand ultimo 51/12 54.751 66.800 24.561 49.993 76.165
Vraag 8: Het volume accres van de laatste 6 jaar maar ook die voor de komende jaren tot en met 2027 (in Binnenlandse bestuur stond dat ook de gevreesde aanpassing van 2026 een jaar werd doorgeschoven naar 2027). Antwoord: Het volumeaccres is in 2022 3,99%; in 2023 3,58%; in 2024 3,29% en in 2026 2,61%. In 2026 is er geen volumeaccres maar een daling tot een bepaald bedrag. De absolute bedragen voor Den Haag vindt u terug in hoofdstuk 1 van de programmabegroting 2023-2026 (p12). Tabel I Budgettair vertrekpunt
Incidenteel (bedragen * € 1.000) 2023 e.v.
Structureel 2023
2024
2025
2026
Actualisatie accresraming t/m 2026 (volume)
63.000 94.000 118.000 118.000
Herverdeling gemeentefonds
-4.150 -12.450 -20.750 -20.750
Opschalingskorting Budgettair vertrekpunt
0
0
0 -30.000
58.850 81.550 97.250 67.250
Het volumeaccres van 2027 staat nog ter discussie. Het idee is het gemeentefonds te laten meebewegen met het BBP. Het voorstel moet nog nader worden uitgewerkt. De financiële effecten op de gemeente zijn (uiteraard) nog niet bekend. Vóór 2022 was er geen sprake van een volumeaccres maar van een totaalaccres op basis van ‘trap op en af met de rijksuitgaven’. Vraag 9: Een beargumenteerde prognose van het accres of bezuinigingen op het gemeentefonds van 2027, 2028, 2029 Antwoord: Deze vraag kan op dit moment niet beantwoord worden. Voor de jaren 2027 en verder komt een nieuw systeem voor de bepaling van het accres van het gemeentefonds. Het Rijk heeft voorgesteld het gemeentefonds te laten meebewegen met het BPB. VNG en Rijk zijn nog in gesprek over de exacte invulling hiervan. Met de Voorjaarsnota kan, voor zover de meicirculaire gemeentefonds hierop in gaat, een eerste inzicht te verwachten. Vraag 10.
Hoeveel zijn de gemeentelijke inkomsten vanuit de WOZ/WZB in 2022 toekomen ten gevolge van de nieuw opgeleverde woningen? Antwoord: De toename van gemeentelijke inkomsten ten gevolge van de nieuw opgeleverde en in aanbouw zijnde woningen is ongeveer € 400.000,Vraag 11: Bij de berekening van de WOZ/WZB waarde wordt daarbij uitgegaan van de beleidsambitie 4.000 woningen per jaar of van het werkelijk aantal woningen dat is gerealiseerd? Antwoord: Bij de prognose van de toename van de WOZ-waarde wordt uitgegaan van het werkelijk verwachte aantal gerealiseerde woningen op basis van de verleende vergunningen en publicaties. Vraag 12: Wat is de opbrengstontwikkeling voor de WOZ/WZB ervan uitgaande dat de werkelijke bouwproductie de afgelopen 3 jaar achtergebleven is en dat de te verwachten bouwproductie de komende 5 jaar niet de ambitiedoelen (4.000 per jaar) zal halen? Antwoord: Gezien de ontwikkelingen van de woningmarkt is onze verwachting ook dat dit een negatief effect heeft op de toename van de inkomsten. Daarnaast zijn stijgende bouwkosten van positieve invloed op de WOZwaarde (en dus OZB opbrengsten) van nieuwbouwwoningen.
Vraag 13: Het terugdringen van de auto gaat gepaard met minder parkeerplaatsen. De opbrengst van de parkeervergunningen hoe is die vanaf 2022 tot /2026, 2030 in de mjb begroot? Antwoord: in de begroting 2022 t/m 2026 is rekening gehouden met de opbrengsten voor vergunningen op basis van de Parkeerstrategie (RIS308711) van zowel de bestaande parkeergebieden als van de nieuwe invoeringen. Vraag 14: Hoe groot is de onderuitputting in de eerste 3 en als het kan 4 maanden 2023? Kan daaruit de voorziening/investering openbaar toilet Priba-pand/Grote marktstraat betaald worden? Antwoord: De raad wordt bij de 4-maandsrapportage geïnformeerd over de begrotingsuitvoering over de eerste maanden van 2023. Afweging over inzet van middelen is een politieke keuze. Vraag 15: Externe inhuur van personeelsdiensten (ZZP, firma’s en bedrijven die consultancy diensten, adviesbureaus en dergelijke) a. Hoeveel is er gebruik van gemaakt en hoeveel heeft dat gekost? b. De wervingskosten voor de vacatures? Waar staan de concern brede overschrijdingen? Antwoord: De inhuur van externen is opgenomen op pagina 296 van de Jaarrekening 2022. De totale kosten voor werving en selectie bedroegen €1,9 miljoen. In hoofdstuk 4 van de Jaarrekening 2022 zijn overzichten opgenomen van begroting en rekening per taakveld en per programma. Hieruit blijken de concernbrede over- en onderschrijdingen.
Vraag 16: Waar zijn de extra kosten (hoe hoog zijn die in 2022) van de uitbetaalde dwangsommen na uitspraak van de rechter? Is er een overzicht van de ontwikkeling van deze korten van de laatste 5 jaar? Antwoord: Over 2022 waren de totale gemeentelijke kosten van uitbetaalde dwangsommen na uitspraak van de rechter €217K. Het is niet mogelijk om een overzicht over de afgelopen vijf jaar te geven, dit komt door een gewijzigde opzet van de financiële administratie. Vraag 17: Wat zijn de kosten voor het voeren van juridische procedures hoeveel uitgaven zijn er door de eigen gemeentelijke juridische afdeling gedaan en hoeveel zijn de externe ingehuurde juridische bijstandskosten? Antwoord: De kosten hiervan zijn weergegeven op pagina 304 van de Jaarrekening 2022. Vraag 18: Waar vind ik de realisatie van de begroting post openbare toiletten? Blijven overschotten op deze post beschikbaar voor de voorziening of worden ze teruggestort in de algemene middelen? En hoeveel financiële verplichtingen zijn er in 2022 aangegaan om nieuwe openbare toiletten te realiseren? Antwoord: De post openbare toiletten bevindt zich binnen de activiteit inrichting en onderhoud Buitenruimte. De post op zich is niet binnen de begroting terug te vinden. Op dat niveau wordt namelijk niet gerapporteerd/begroot.
In 2022 zijn financiële verplichtingen aangegaan om het toilet in het Zuiderpark te realiseren en zijn er al enkele kosten gemaakt ter voorbereiding voor het plaatsen van een toiletunit in de Scheveningse Bosjes in 2023. Vraag 19: Hoe groot is de onderuitputting m.b.t. Haags Samenspel in 2022 en hoe groot is deze voor 2023? De kosten van Haags samenspel die betrekking hebben op die omgevingswet worden (blz. 250) niet ten laste gebracht van de uitvoering omgevingswet. Het lijken toch specifieke kosten die bij het realiseren van PUK/NvU/bouwvergunning thuishoren en niet bij stadsdelen.
Antwoord: In 2022 was er geen sprake van een onderuitputting en ook in 2023 is de verwachting dat de budgetten worden benut. Vraag 20: Hoeveel zijn de extra inkomsten als Den Haag de woonlasten op het landelijke gemiddelde voor het woonlasten niveau zou brengen? En hoeveel als Den Haag op plek 10 zou staan? Antwoord: De gemeentelijke woonlasten bestaan uit OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Het realiseren van extra inkomsten kan uitsluitend via verhoging van de OZB. De opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn namelijk bestemd voor specifieke taken of voorzieningen, te weten het inzamelen en verwerken van huisvuil respectievelijk het beheer en onderhoud van het gemeentelijke rioolstelstel. Deze heffingen mogen niet meer dan kostendekkend zijn. De woonlasten 2023 in Den Haag zijn € 888: OZB € 251, afvalstoffenheffing € 460, rioolheffing € 177 (Bron: Coelo). Als we uitgaan van verhoging van de woonlasten (€ 888) naar het landelijk gemiddelde (€ 944) dan stijgt de gemiddelde OZB-aanslag van € 251 naar € 307 wat overeenkomt met een OZB-stijging woningen van circa 22%. De extra OZB-inkomsten (woningen) bedragen dan ruim € 11 mln. Als we uitgaan van plek 10 op de Coelo-woonlastenranglijst (in 2023 staat Apeldoorn op plek 10, de woonlasten van deze stad zijn € 847; Den Haag staat op plek 14) dan daalt de gemiddelde OZB-aanslag van € 251 naar € 210.
De OZB-inkomsten (woningen) dalen dan met ruim € 8 mln. De effecten op de OZB-inkomsten niet-woningen zijn in bovenstaande voorbeelden buiten beschouwing gelaten. Vraag 21: In 2022 waren er weer overschrijdingen van diverse begrotingsposten. Welke 10 zijn de grootste in absolute getallen en welke 10 in percentages? Worden deze begrotingsposten structureel overschreden? Antwoord: De gemeente stuurt op begrotingsprogramma’s. Deze begrotingsprogramma’s zijn opgebouwd uit begrotingsactiviteiten. Bij het beantwoorden van de vraag zijn wij uitgegaan van deze begrotingsactiviteiten. In de onderstaande tabellen treft u de top 10 van grootste overschrijdingen op de begrotingsactiviteiten uit de exploitatie aan. Uit het overzicht kunnen niet zonder meer conclusies worden getrokken omdat deze altijd in het perspectief van het totale programma bekeken dienen te worden. Op basis van dit overzicht kan niet worden geconcludeerd dat de begrotingsposten structureel overschreden worden. In een aantal gevallen staan er ook extra, direct gerelateerde baten tegenover. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de betreffende programma’s.
Vraag 22: a. De kosten van energiearmoede en de gemeentelijke bijdrage daaraan, blijven achter bij de verwachte beleidsdoelstelling in 2022. Is hier sprake van een te kort aan financiële middelen in 2022 of is er sprake van ondergebruik? Antwoord: De rijksmiddelen 2022 voor de aanpak van energiearmoede waren in zijn geheel opgenomen in de begroting 2022, maar kunnen ook in 2023 worden besteed. Een deel van de uitgaven van deze rijksmiddelen zal plaatsvinden na 2022. b.
Hoeveel van de mensen/gezinnen die gebruikmaken van de regeling m.b.t energie armoede zitten in de bijstand, of in een traject van de schuldhulpverlening of maken gebruik van de bijzondere bijstand? Antwoord: Bij de energietoeslag (onderdeel van de aanpak energiearmoede) is aan ca. 50.600 huishoudens de energietoeslag verstrekt en overgemaakt. Gelet op deze cijfers is ca. 99% van de beoogde doelgroep bereikt. Hieronder bevinden zich ca. 23.000 bijstandsgerechtigden en hebben alle huishoudens met een lopende schuldregeling (ca. 2.000) en AIO-gerechtigden (ca. 3.000) ook de toeslag ontvangen. Dit is aangevuld met mensen die we al kennen omdat ze bijvoorbeeld een Ooievaarspas hebben en mensen die voor het eerst een aanvraag voor een voorziening hebben gedaan.
c.
In Zuidwest Den Haag zal de energieprijs van de warmte die afgenomen wordt door de (nieuwe) bewoners gaan verdubbelen in prijs. Op welke wijze (reservering kosten) wordt er voorzien in de toename die dit zal opleveren aan mensen die terugvallen in de bijstand of gebruik moeten maken van bijzondere bijstand? Antwoord: Het college herkent zich niet in de aanname dat de energieprijs voor warmte in Zuidwest zou gaan verdubbelen. Voor de aanpak van energiearmoede, of inkomensondersteuning wordt verwezen naar de daarvoor bestaande maatregelen. Mensen die te maken hebben met een plotseling exceptioneel gestegen energierekening kunnen terecht bij de Helpdesk Geldzaken.
Vraag 23 Professor, voormalig onderkoning van Nederland en tevens regelaar van het huidige college van B en W wist op basis van de gegevens van de gemeente de Raad te vertellen dat er zeer zware financiële donkere wolken hingen boven de gemeentelijke begroting. Uit die jaarrekening 2022 blijkt zulks op geen enkele wijze. Welke begrotingsposten en beleidsuitvoeringen in 2022 lagen hieraan ten grondslag en wat is er in het begrotingsjaar 2022 gebeurt waardoor hiervan 0 is uitgekomen? Wat zijn de wijzigingen? Antwoord: De formatie richtte zich op de periode 2023-2026 en niet op het uitvoeringsjaar 2022. Met de uitvoeringsnota 2022 (RIS-nummer 313771) bent u geïnformeerd over de ontwikkeling in het uitvoeringsjaar 2022. Vraag 24: Er is (blz. 101) een overschot van 1.309. De Cao van de kwetsbare mensen met een laag inkomen is hier aan de orde. De loonbetaling is in het licht van de inflatie en kostenstijging hoog en de loonontwikkeling blijft achter. De vraag is waarom deze 1.309 niet is gebruikt om in de gestegen kosten voor het lagere personeel tegemoet te komen? Kan het geld nabijer eenmalig aan de sociale werkvoorziening uitgekeerd worden? Antwoord: We hebben hier te maken met een zogenaamde standaard Cao waar zowel in positieve als in negatieve zin niet van mag worden afgeweken. De afspraken die zijn gemaakt tussen de partijen zijn bindend.
Vraag 25: Er is geen overzicht van de gelden die op verschillende terreinen naar of ten behoeve van het ouderenbeleid in 2022 beschikbaar waren. Zo is de effectiviteit van het CVG niet te vinden in geld en effect. Kan dat alsnog inzichtelijk gemaakt worden. Antwoord: Programma Seniorvriendelijke Stad inclusief Haags Ontmoeten heeft een budget van € 4,5 mln. Vanuit dit programma is er ongeveer € 0,245 mln. verstrekt aan Stichting Centrum Groepswonen.
Het Centrum Groepswonen heeft effecten behaald op het gebied van: (1) kennis- en informatiecentrum voor belangstellenden, (2) advisering van woongroepen en (3) ontwikkeling nieuwe groepen en locaties. Het Centrum Groepswonen beheerde in 2022 onder andere een bestand van 2000 geregistreerde belangstellenden, heeft maandelijks informatiebijeenkomsten gegeven, heeft bij vier groepen gezorgd voor nieuwe (reserve)kandidaten, is betrokken geweest bij de oplevering van collectieve woonvorm De Vroon en heeft een symposium georganiseerd ter stimulering van collectieve woonvormen in Loosduinen. Vraag 26: Bladzijde 409. TV0050 de V’s en N’s lijken in tegenspraak met elkaar graag nadere uitleg? Antwoord: V’s en N’s zijn correct weergegeven. De lasten zijn hoger dan de laatst vastgesteld begroting, wat een nadeel ten opzichte van de begroting oplevert. De baten zijn lager dan de laatst vastgestelde begroting, wat ook een nadelen ten opzichte van de begroting oplevert. Vraag 27 De omvang, 501 bladzijde, is te groot om als adequate informatievoorziening te kunnen gelden. Het is verzuipen in de massa gegevens. Daar maakt een realistische beoordeling en behandeling niet of nauwelijks mogelijk. Het karakter van deze jaarrekening dreigt een soort goednieuwsshow voor het college te worden. Dit inzicht wordt met andere woorden gedeeld door de accountantsdienst.
Ik verwijs naar het jaarverslag 2022 van de accountantsdienst blz. 3 Informatiewaarde. De omvang van het jaarverslag neemt jaarlijks toe. Wij adviseren om de informatie meer te aggregeren zodat deze beheersbaar blijft en in informatiewaarde toeneemt. Daarbij adviseren wij om toelichtingen verder te verbeteren door de aard en de oorzaak van de relevante afwijkingen op een meer structurele basis op te nemen. Wij zien hierin geen vraag, maar een constatering. Met de Contourenbrief (RIS-nummer: 314462). Heeft het college aangekondigd om onder meer met voorstellen te komen de P&C-producten te verbeteren. Vraag 28: In 2022 hebben overschrijdingen plaatsgevonden. Zowel in de subsidietrajecten/beschikkingen als in die van de fysieke omgeving. Voor de beheersbaarheid en sturing is een goed inzicht en overzicht van het ontstaan en dekking van de overschrijdingen noodzakelijk. Eden overzicht ontbreekt. Graag een overzicht van overschrijdingen in 2022 welke een bedrag ter grootte van 25% van het aanvankelijk ter beschikking gestelde budget (budgetten van meer dan 0,5 miljoen). Een tweede inzicht dat gewenst is, betreft de vingertje verschuiving binnen het ter beschikking gestelde budget. (Het verwerken van mee en tegenvallers terwijl binnen het gestelde budget gebleven wordt) Een overzicht van bedragen die meer dan 250.000 euro betreffen.
Antwoord: De programmabegroting is opgebouwd uit (begrotings)activiteiten. In 2022 zijn er in de exploitatie geen activiteiten geweest met een overschrijding van meer dan 25 procent van de lasten.. In het tweede deel van uw vraag, vraagt u naar de zogenoemde neutrale begrotingswijziging. De toelichting daarop kunt u vinden in de Uitvoeringsrapportage 2022 op financien.denhaag.nl. begrotings.pdf (bestuursrapportage.nl)