CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315753 Discriminatie en veilige werkomgevingen in de WMO

Commissie Samenleving 12 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 315753

Schriftelijke vragen: discriminatie en veilige werkomgevingen in de WMO Indiener: Vincent Thepass (GroenLinks) en Kavish Partiman (CDA) Datum: 2 juni 2023

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Zonder zorgmedewerkers in de WMO is de huishoudelijke hulp die zo’n 13.000 Hagenaars ontvangen niet mogelijk. Toch hebben zij in hun werk regelmatig te maken met discriminatie en andere onveilige werkomstandigheden, zo blijkt uit een breder onderzoek van het Verwey Joncker Instituut1. Volgens het onderzoek hebben medewerkers in de huishoudelijke hulp regelmatig te maken met discriminatie, op basis van kleur of afkomst, maar bijvoorbeeld ook op basis van gender of seksuele geaardheid. Dit uit zich soms op subtiele manieren, maar bijvoorbeeld ook in de vorm van denigrerende opmerkingen, het weigeren van hulp of zelfs agressie en bedreigingen. In de thuiszorg werken veel medewerkers met een migratieachtergrond. Juist bij cliënten thuis is het risico op discriminatie groter, omdat zij in hun eigen huis meer hun eigen normen volgen. Volgens onderzoeksinstituut KIS2 kan ervaren discriminatie onder andere resulteren in het stoppen met het werk, een mindere psychologische gezondheid of een negatief zelfbeeld. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden de heren Thepass (GroenLinks) en Partiman (CDA) de volgende vragen: 1.

Is het college bekend met de onderzoeken van Verwey Joncker en KIS en de hierboven geschetste situatie?

2. Deelt het college de mening van GroenLinks en CDA dat discriminatie en een onveilige werkomgeving richting huishoudelijk werkers en/of cliënten op zichzelf onacceptabel is, maar bovendien ook de kwaliteit van de zorg onder druk zet en potentiële personeelstekorten vergroot? Graag een toelichting. 3. Deelt het college de mening van de indieners dat het tegengaan van discriminatie en het bevorderen van sociaal veilige zorg ook een verantwoordelijkheid is van de gemeente, als contracteerder van de zorg?

1

https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2023/04/122340_Discriminatie-in-de-zorg-en-desport.pdf#page27 2 https://www.kis.nl/sites/default/files/202206/wanneer_de_patient_niet_op_zn_best_is_discriminatie_in_de_zorg-def.pdf#page8 Pagina 1 van 3

Volgens het College voor de Rechten van de Mens hebben werkgevers een zorgplicht voor een discriminatievrije omgeving voor hun medewerkers, op basis van artikel 1 en artikel 5 van de Algemene Wet Gelijke Behandeling3. In de praktijk is het echter lang niet altijd duidelijk of en hoe dat wordt gewaarborgd. 4. Op welke manier houdt het college gecontracteerde WMO-aanbieders aan hun verantwoordelijkheid om hun medewerkers in een discriminatievrije omgeving te laten werken? 5.

Maakt het college afspraken met WMO-aanbieders over hoe om te gaan met cliënten die (expliciet) discriminerende voorkeuren doorgeven en hoe er met discriminatieklachten van medewerkers wordt omgegaan? Zo ja, wat voor afspraken zijn dat en hoe worden die geborgd? Zo nee, waarom niet?

6. Kan het college een overzicht bieden van het aantal officiële meldingen ‘incident zorgmedewerker’ bij in Den Haag gecontracteerde WMO-aanbieders in respectievelijk 2019, 2020, 2021 en 2022? Op welke manier wordt er hierover gerapporteerd door aanbieders? En als dat niet wordt gedaan, waarom niet? 7.

Waar kunnen huishoudelijk medewerkers meldingen doen over eventuele misstanden zoals discriminatie vanuit hun eigen werkgever en hoe krijgt zo’n melding opvolging?

8. Wat voor consequenties verbindt het college eraan wanneer gecontracteerde WMO-aanbieders niet voldoen aan hun zorgplicht richting hun werknemers voor een discriminatievrije werkomgeving, of wanneer er binnen de instelling zelf stelselmatig sprake is van discriminatie? Graag een toelichting. Ook cliënten van kleur lopen een bovengemiddeld risico op discriminatie binnen de zorg. Dat cliënten die toch al kwetsbaar zijn hiermee te maken krijgen, is onacceptabel en bovendien een vorm van gebrekkige zorgverlening. 9. Hoe wordt er bij de halfjaarrapportages gemonitord voor mogelijke misstanden richting cliënten zoals discriminatie? Als dat niet wordt gedaan, waarom niet en is het college bereid om dat te doen? 10. Op welke manier zet het college zich in voor bekendheid en laagdrempeligheid voor cliënten van het indienen van klachten wanneer zij te maken krijgen met discriminatie? 11. Hoe worden WMO-consulenten getraind in cultuursensitief communiceren en indiceren? Indien dit niet wordt gedaan, waarom niet en is het college bereid om dat te doen. Eerder verrichtte Radar een onderzoek4 naar de ervaren discriminatie van medewerkers in de Rotterdamse ouderenzorg. 12. Is er, zover het college weet, recent onderzoek bekend over ervaren discriminatie en/of een veilige werksfeer voor medewerkers in de Haagse huishoudelijke hulp? Zo nee, is het college

3 4

https://oordelen.mensenrechten.nl/oordeel/2022-12 https://radar.nl/publicaties/groot-verantwoordelijkheidsgevoel-en-een-dikke-huid/ Pagina 2 van 3

bereid dat onderzoek te initiëren? Vincent Thepass GroenLinks

Kavish Partiman CDA

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12836243/1