CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315743 Bijlage Aanvraagformulier Uitgebreid VU 2022

Commissie Samenleving 22 juni 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken6.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20221 Versie: uitgebreid verzoek2

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen immers financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren. Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG

1 2

Versie aanvraagformulier d.d. 5 oktober 2021 Toelichting voor ambtelijke ondersteuning onderaan dit formulier.

1

pagina raadsleden.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •

•

•

• •

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG3.

Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG.

3

Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG

2

De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2023 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2022

3

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting.

A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort In oktober 2021 werd door het Rijk het voorlopige macrobudget vastgesteld op € 6.446,6 miljoen; eind september 2022 werd het definitieve budget, na verschillende correcties, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 6.021,6 miljoen. Voor de gemeente Den Haag betekende dit dat het definitieve BUIG-budget voor het jaar 2022 uitkwam op € 356,7 miljoen, terwijl de netto BUIG-lasten van de gemeente Den Haag € 358,8 miljoen bedroegen: een tekort van € 2,1 miljoen. De achterliggende oorzaken van het tekort zijn niet gewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren: de systematiek en de uitkomsten van het verdeelmodel doen geen recht aan de situatie van onze gemeente en onze arbeidsmarkt. Het college is dan ook van mening dat de financiering door het Rijk gebaseerd moet zijn op de onvermijdbare kosten van de bijstandsverstrekking en dat een gemeente geen jarenlange “pech” mag ondervinden door een kansenmodel. Naast het verdeelmodel wordt in de onderdelen A1 en A2 van het aanvraagformulier aandacht besteed aan twee andere oorzaken van het tekort, namelijk de arbeidsmarktontwikkelingen en de ontwikkeling van de bijstandspopulatie. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren.

In de onderdelen B1 en B2 van aanvraag worden de getroffen interne en externe maatregelen uitgebreid beschreven. Het gaat om de volgende maatregelen:

5

Interne maatregelen: − Den Haag Werkt − Jongerenaanpak − Social return − Participatie − Instapwerk − Maatschappelijk fit − Naleving en handhaving − Coalitieakkoord 2022-2026: uitbreiding van de uitstroomdoelstelling Externe maatregelen: − Samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden − Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke partners − Samenwerking met verschillende onderwijsinstellingen − Benchmark Divosa − Overleg G4/andere gemeenten − Netwerk van kennisdeling op het terrein van handhaving C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Mede door de getroffen maatregelen is in 2022 het aantal uitkeringen gedaald van 23.441 naar 22.242. De getroffen maatregelen hebben in 2022 geresulteerd in: − In 2.072 gevallen is de uitkering beëindigd na inzet van re-integratie; − 332 beschutte werkplekken zijn gerealiseerd, 69 meer dan de wettelijke taakstelling; − 565 STiP-medewerkers zijn doorbemiddeld naar een reguliere baan (435 meer dan vorig jaar); − 703 werkontwikkeltrajecten zijn afgerond, ondanks dat in het eerste kwartaal door de RIVMcoronarichtlijnen minder trajecten van start konden gaan; − 375 werkfittrajecten zijn afgerond voor mensen die nog niet toe waren aan een werkontwikkeltraject; − 95 kandidaten hebben deelgenomen aan mbo-praktijkleren (een toename van 63).

− In 2022 zijn 2.063 jongeren gebruik gaan maken van de dienstverlening van het Jongerenpunt070. Dit is inclusief VSV’ers. 3.164 jongeren zijn uitgestroomd, waarvan 1.455 naar school of werk. 1.549 jongeren zijn neutraal uitgestroomd mede in samenwerking met Leerlingzaken. − Met de maatregel Social Return zijn in 2022 1.911 kandidaten geplaatst bij opdrachtnemers, waarvan 1.210 op een werkplek (inclusief 123 BBL-plekken). − In het kader van het Werkoffensief +500 zijn de afgelopen jaren 22.000 Haagse inwoners gesproken die 18 maanden of langer een uitkering ontvangen. Voor circa 90% is volledig betaald werk (nog) niet haalbaar. In 2022 is voortgebouwd om de ondersteuning aan de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt uit te breiden. Deze groep bestond op 31 december 2022 uit 18.972 mensen − In 2022 zijn 468 uitkeringen beëindigd of verlaagd naar aanleiding van een onderzoek door het team Handhaving en Fraude. Daarnaast is in 119 gevallen voorkomen dat iemand (onterecht) instroomt in de bijstand.

6

Naast de genoemde interne en externe maatregelen vindt het college het van belang om inwoners te activeren en te laten participeren. Deze maatregelen hebben een indirecte (gekwalificeerde) waarde voor de kostenreductie. De indirecte maatregelen zijn voor een deel van onze inwoners nodig om op andere leefgebieden persoonlijke problemen aan te pakken en zo hun capaciteit te vergroten om te kunnen werken of anderszins te participeren.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.

X

Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage (ook wel genoemd Turap, Marap etc.).

X

Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.

X

Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.

X

Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

7

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder toont het college de analyse, waaruit volgt wat de oorzaken van het tekort van de gemeente (A1) zijn. Vervolgens wordt de analyse opgenomen van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). Tot slot wordt kort beschreven welke bronnen zijn gebruikt bij de analyse (A3). Antwoord op de vraag over de oorzaken van het tekort van de gemeente Voorafgaand aan de beantwoording van deze vraag, acht het college het van belang om inzicht te geven in het BUIG-tekort over het jaar 2022 en de moverende redenen om een vangnetuikering aan te vragen. A1.

Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente

A.1.0 Omvang van het tekort In 2022 bedroegen de netto BUIG-lasten van de gemeente Den Haag € 358,8 miljoen. Het toegekende BUIG-budget aan de gemeente Den Haag bedroeg € 356,7 miljoen. De lasten (€ 358,8 miljoen) waren dus € 2,1 miljoen hoger dan de baten (€ 356,7 miljoen). Omdat het huidige verdeelmodel de gemeente Den Haag benadeelt, doet het college evenals de voorgaande jaren (2015 tot en met 2021) een beroep op de vangnetregeling, ook al is het tekort op het bijstandsbudget lager dan 7,5%. Hieronder geeft het college beknopt een toelichting op dit besluit. Relatie omvang tekort met lopende procedure Het college is van mening dat de financiering van de bijstand door het Rijk kostendekkend moet zijn, in ieder geval met betrekking tot de onvermijdbare kosten die samenhangen met de uitvoering van deze taak. Deze opvatting wordt in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 1 juli 2019 over onze zaak onderschreven (zaaknummer 16/3727 PW). Voor de jaren 2015 en 2016 was het Rijk bereid om tot een compromis te komen (RIS309559). Gelet op de voortdurende tekorten op het bijstandsbudget ziet het college zich genoodzaakt om voor de jaren vanaf 2017 alle rechtsmiddelen in te zetten tot ook voor deze jaren een acceptabele oplossing wordt geboden.

Concreet betekent dit dat er tegen de budgetbeschikkingen over de jaren 2017 tot en met 2022 en de beschikkingen ten aanzien van de vangnetuitkeringen over de jaren 2017 tot en met 2021 verschillende bezwaar- en beroepsprocedures lopen. Het college komt na een analyse van het tekort van de gemeente op de volgende oorzaken: A.1.1 Verdeelmodel De achterliggende oorzaken van het tekort zijn niet gewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren: de systematiek en de uitkomsten van het verdeelmodel doen geen recht aan de situatie van onze gemeente en onze arbeidsmarkt. Het college is dan ook van mening dat de financiering door het Rijk gebaseerd moet zijn op de onvermijdbare kosten van de bijstandsverstrekking en dat een gemeente geen jarenlange “pech” mag ondervinden door een kansenmodel. Het terugkerende probleem van het verdeelmodel Het bijstandstekort over het jaar 2022 kan niet los gezien worden van de problematiek van de afgelopen jaren het ingevoerde verdeelmodel. Het budget dat de gemeente Den Haag voor 2022 ontvangt, is gebaseerd op de voorspelling van het verdeelmodel over het aantal huishoudens met bijstand eind 2020. In werkelijkheid kende onze gemeente 22.551 huishoudens met bijstand, terwijl het verdeelmodel 8

berekende dat er in Den Haag “slechts” 21.851 huishoudens met een bijstandsuitkering zouden moeten zijn. In Den Haag hebben 700 meer huishoudens recht op een bijstandsuitkering dan op grond van het verdeelmodel wordt aangenomen. A.1.2 Ontwikkelingen arbeidsmarkt De economische groei in de agglomeratie Den Haag (excl. Delft en Westland) was in 2022 5%. Dat was in lijn met de landelijke ontwikkeling dat jaar (4,5%) (bron: CBS). Op 1 januari 2022 was het aantal banen in de stad 2,9% hoger dan een jaar eerder (RIS314887). In 2022 bedroeg het aantal werkzame personen woonachtig in Den Haag 288.000: een toename van 14 duizend ten opzichte van een jaar eerder (bron: CBS). Door de sterke aanwezigheid van het openbaar bestuur in Den Haag groeit de economie minder snel dan in de andere delen van Nederland. Den Haag kent een grote vraag naar hoger opgeleid personeel, o.a. door de aanwezigheid van het openbaar bestuur, specialistische zakelijke dienstverlening en internationale organisaties. Hierdoor kent de arbeidsmarktregio een hoge inkomende pendelstroom van werknemers van buiten de regio. Daarbij groeit de beroepsbevolking sterker dan de werkgelegenheid. Door de lage scholingsgraad in combinatie met een gebrek aan werkervaring, een beperkt sociaal netwerk en andere factoren hebben bijstandsgerechtigden een slechte arbeidsmarktpositie.

Werkgevers geven bij de vacaturevervulling veelal de voorkeur aan mensen met recente werkervaring en schoolverlaters. Dit is ook zichtbaar in de sterke daling van het aantal werklozen met een WW-uitkering. Ook al hebben werkgevers veel vacatures, slechts een zeer beperkt deel van deze vacatures is geschikt voor bijstandsgerechtigden, die kunnen werken. Een steeds groter deel van de bijstandsgerechtigden kampt met een relatief zware en complexe problematiek, waardoor re-integratie (nog) niet mogelijk is. A.1.3 Ontwikkelingen bijstand Het Buigbudget bestaat uit verschillende soorten uitkeringen: de bijstand levensonderhoud, krediethypotheken, IOAW, IOAZ en de BBZ. De bijstand levensonderhoud beslaat ongeveer 95% van het totaal aantal uitkeringen. Net als in 2021 daalde in 2022 het aantal uitkeringen in Den Haag: in 2021 ging het om een daling van 5,3%, in 2022 om een daling van 5,1%. Leeftijdsopbouw naar uitkeringen Leeftijdsopbouw bijstand levensonderhoud Jonger dan 27 jaar 27 – 50 jaar 50 jaar tot AOW Totaal

Ultimo 2021 1.589 10.873 10.979 23.441

Ultimo 2022 1.408 9.930 10.904 22.242

Percentuele daling 11,4% 8,7% 0,7% 5,1%

Samenstelling bestand naar verblijfsduur Verblijfsduur bijstand 0 – 3 maanden uitkeringsduur 3 – 18 maanden uitkeringsduur 18 maanden of meer uitkeringsduur Totaal

Ultimo 2021 1.166 3.228 19.047 23.441

Ultimo 2022 1.206 2.677 18.359 22.242

Percentueel verschil +3,4% -17,1% -3,6% -5,1%

De totale uitstroom uit de bijstand was in 2022 5.740.

9

A2. Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren Het beoogde effect van de in 2020, 2021 en 2022 getroffen maatregelen is om de instroom in de bijstand zo laag mogelijk te houden en de uitstroom uit de bijstand zo hoog mogelijk, door mensen direct naar werk of een werkervaringsplek te bemiddelen en zo de kosten van de bijstand laag te kunnen houden. Er zijn in de afgelopen drie jaar nieuwe initiatieven ontwikkeld en vernieuwingen aangebracht om de werkwijze, de methodiek en de dienstverlening te verbeteren. Het college blijft zich inspannen om het bijstandstekort zo laag mogelijk te krijgen. a. Effect getroffen maateregelen in 2020 Het jaar 2020 was vanwege de coronacrisis bijzonder. De coronamaatregelen hadden grote invloed op de inspanningen om grip te houden op de kosten van de bijstand. In 2020 steeg het aantal uitkeringen van 24.139 in 2019 naar 24.751 in 2020. b. Effect getroffen maatregelen in 2021 Na de stijging in 2020 van het aantal uitkeringen met 2,5% daalde het aantal uitkeringen in 2021 met 5,3%. c. Effect getroffen maatregelen in 2022 Net als in 2021 daalde in 2022 het aantal uitkeringen in Den Haag: in 2021 ging het om een daling van 5,3%, in 2022 om een daling van 5,1%. A3. -

Gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 (RIS313189) Programmabegroting 2020-2023 (RIS304372) Programmarekening 2022 (RIS315244) Programmarekening 2021 (RIS312006) Regiodeal Zuidwest (RIS305899) Staat van de Stad 2022 (RIS311788) CBS, Arbeidsmarkt, mei 2023 CPB-raming, ‘Centraal Economisch Plan’, maart 2023 G4 Benchmark, rapportage 2022 Waarstaatjegemeente.nl

10

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Bij zowel B1 als B2 wordt onderscheid gemaakt of de maatregel al dan niet wordt voortgezet of nieuw is. B1. Beschrijving getroffen interne maatregelen Door het opheffen van verschillende coronamaatregelen begin 2022 en de economische ontwikkeling zette de daling van het aantal uitkeringen ook in 2022 door. Den Haag Werkt Aan de daling van de bijstand in 2022 met 5,1% is bijgedragen door de opgave van Den Haag Werkt om mensen vanuit de bijstand uit te laten stromen naar school of werk.

De volgende resultaten zijn in 2022 behaald: − In 2.072 gevallen is de uitkering beëindigd na inzet van re-integratie; − 332 beschutte werkplekken zijn gerealiseerd, 69 meer dan de wettelijke taakstelling; − 565 STiP-medewerkers zijn doorbemiddeld naar een reguliere baan (435 meer dan vorig jaar); − 703 werkontwikkeltrajecten zijn afgerond, ondanks dat in het eerste kwartaal door de RIVMcoronarichtlijnen minder trajecten van start konden gaan; − 375 werkfittrajecten zijn afgerond voor mensen die nog niet toe waren aan een werkontwikkeltraject; − 95 kandidaten hebben deelgenomen aan mbo-praktijkleren (een toename van 63). Jongerenaanpak Sinds medio 2021 is Jongerenpunt070 de nieuwe naam van het Servicepunt Arbeid. In het Jongerenpunt070 wordt integraal gewerkt om kwetsbare jongeren de juiste ondersteuning en hulpverlening te kunnen bieden (RIS306581, RIS310656, RIS309053, RIS310482 en RIS306618). In 2022 zijn 2.063 jongeren gebruik gaan maken van de dienstverlening van het Jongerenpunt070. Dit is inclusief VSV’ers. 3.164 jongeren zijn uitgestroomd, waarvan 1.455 naar school of werk. 1.549 jongeren zijn neutraal uitgestroomd mede in samenwerking met Leerlingzaken.

Social return Met het inkoopbeleid worden maatschappelijke doelen gerealiseerd; door inkoop van diensten of goederen bij Den Haag Werkt, aanbestedingen aan erkende sociale ondernemers of social return bij aanbestedingen en inkoop boven de € 221.000. Opdrachtnemers moeten minimaal 5% van de gegunde opdrachtsom gebruiken voor werkgelegenheid of arbeidsontwikkeling voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In 2022 zijn er 1.911 kandidaten geplaatst bij opdrachtnemers, waarvan 1.210 op een werkplek (inclusief 123 BBL-plekken). Ook heeft de koppeling met maatschappelijke projecten in de regiodeal Zuidwest (RIS 305899) verder vorm gekregen. 11

Participatie In het kader van het Werkoffensief +500 zijn afgelopen jaren 22.000 Haagse inwoners gesproken die 18 maanden of langer een uitkering ontvangen. Voor circa 90% is volledig betaald werk (nog) niet haalbaar. In 2022 is doorgebouwd om de ondersteuning aan de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt uit te breiden. Deze groep bestond op 31 december 2022 uit 18.972 mensen (RIS311554). Ook is het ‘Gelijkwaardig meedoen Lab’ gestart om samen met klanten en partners te zoeken naar een aanbod dat de participatiedoelgroep helpt om op eigen kracht mee te doen aan de maatschappij. Instapwerk Op basis van de uitkomsten van de pilot Instapeconomie (RIS311530) is door de gemeenteraad besloten om dit project uit te breiden. Daarmee wordt meer werk met waarde gecreëerd. Met instapwerk wordt een blijvend perspectief geboden, worden er vaardigheden ontwikkeld en gaan de mensen er financieel op vooruit door een vrijwilligersvergoeding. Maatschappelijk fit De pilot Maatschappelijk fit is in 2022 afgerond en wordt als project voortgezet in 2023. Met Maatschappelijk fit wordt de overgang tussen participatie en re-integratie gemakkelijker. Naleving en handhaving Maatregelen op het gebied van naleving en handhaving dragen ook bij aan het terugdringen van het bijstandstekort. Doelstelling van naleving en handhaving is dat de uitkering bij de mensen terechtkomt die het nodig hebben.

Hierbij zal de komende jaren meer nadruk komen te liggen op preventie en vroegsignalering van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering. In 2022 zijn 468 uitkeringen beëindigd of verlaagd naar aanleiding van een onderzoek door het team Handhaving en Fraude. Daarnaast is in 119 gevallen voorkomen dat iemand (onterecht) instroomt in de bijstand. Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 Naast de hiervoor genoemde maatregelen is in het Coalitieakkoord 2022-2026 vastgelegd dat de gemeente Den Haag ook de komende jaren passende ondersteuning wil bieden aan mensen die aan het werk willen maar voor wie de stap naar regulier werk te groot is. Boven op de reguliere uitstroomdoelstelling helpen we 1.600 personen extra aan werk met behulp van Stip-banen en de uitbreiding van de mogelijkheden voor loonkostensubsidie. Dit is bovenop de reguliere 1.500 personen die nu al jaarlijks met loonkostensubsidie aan het werk zijn. Zo willen we meer mensen een kans geven op werk of een waardevolle bijdrage aan de stad. We investeren de komende jaren hiervoor in totaal € 30 miljoen. In 2022 zijn de eerste stappen gezet om aan deze doelstelling te werken.

Voor 2022 getroffen maatregelen, die zijn voortgezet: − Den Haag Werkt − Jongerenaanpak − Social return − Instapwerk − Maatschappelijk fit − Naleving en handhaving Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet: − Op het Werkoffensief +500 wordt voortgebouwd door de ondersteuning aan de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt uit te breiden (zie: nieuwe maatregelen) 12

Maatregelen die nieuw zijn getroffen: − ‘Gelijkwaardig meedoen Lab’ − Coalitieakkoord 2022-2026: uitbreiding van de uitstroomdoelstelling

13

B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen t.a.v. die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregelen die in voorgaande jaren zijn getroffenen en zijn voortgezet Overzicht van getroffen externe maatregelen: 1. Samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden; 2. Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke partners; 3. Samenwerking met verschillende onderwijsinstellingen; 4. Benchmark Divosa; 5. Overleg G4 en andere gemeenten; 6. Netwerk van kennisdeling op het terrein van handhaving. Beantwoording van de drie vragen, per externe maatregel: 1. Samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De samenwerking in de arbeidsmarktregio Haaglanden (ondersteund door het stafbureau Regionaal Platform Arbeidsmarkt) is verder versterkt o.a. via het RMT-Haaglanden. b.

Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Een regionale aanpak biedt meer kansen om de doelgroepen zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Verkend wordt hoe de samenwerking in de arbeidsmarktregio verder vorm kan krijgen (Next Steps). 2. Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke partners a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Met werkgevers en maatschappelijke partners vinden gesprekken en samenwerking plaats om mensen daadwerkelijk te kunnen begeleiden naar en te plaatsen op een arbeidsplaats, onder andere via de coalitie Wonen, Onderwijs en Werk in Den Haag ZuidWest. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De inbreng van deze externe partijen heeft het inzicht van de gemeente versterkt dat met een gedeelde verantwoordelijkheid voor de Haagse werkloosheidsproblematiek een effectievere aanpak mogelijk is. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Met werkgevers zijn werkakkoorden en sectordeals afgesloten. 3. Samenwerking met verschillende onderwijsinstellingen a.

Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? 14

Met verschillende onderwijsinstellingen, zoals ROC-Mondriaan en de Pro/VSO-scholen, wordt samengewerkt. Gezocht wordt naar mogelijkheden om de werkloosheid onder jongeren te voorkomen en te bestrijden, om schoolverlaters weer naar school te begeleiden en om daarmee instroom in de bijstand te voorkomen. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Door samen te werken kunnen jongeren in de bijstand beter naar school en werk begeleid worden en kan de instroom in de bijstand zoveel mogelijk worden beperkt. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? In de samenwerking lopen de gemeente en haar partners vooruit op aangekondigde wijzigingen in landelijke wet- en regelgeving ten aanzien van de verbetering van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt voor jongeren. 4. Benchmark Divosa a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Het platform voor gemeentelijke leidinggevenden dat o.a. maandelijks actuele en gedetailleerde gegevens biedt op het terrein van bijstand, re-integratie en handhaving. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? De benchmark biedt inzicht in het eigen gemeentelijke beleid en vergelijkingsmogelijkheden met andere gemeenten.

De gemeente kan via de benchmark leren van andere gemeenten en haar beleid verbeteren. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? De inzet van deze externe maatregel heeft eraan bijgedragen dat er meer aandacht wordt besteed aan het verhaal achter de cijfers die tijdens bijeenkomsten en gesprekken ter tafel komen: de aandacht voor de menselijke maat. 5. Overleg G4 en andere gemeenten a. Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De behoefte om als vier grote steden (met specifieke kenmerken) met elkaar op te trekken. Daarnaast vindt ook met andere gemeenten overleg en kennisdeling plaats. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Het belang van samen optrekken ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Met de G4 vindt op verschillende ambtelijke niveaus (directies, beleid en uitvoering) overleg plaats om kennis en ervaringen te delen. 6. Netwerk van kennisdeling op het terrein van handhaving a.

Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Op het terrein van handhaving bestaat ook een netwerk van kennisdeling, waar onze gemeente actief aan deelneemt. Er bestaan verschillende platforms zoals de Commissie Handhaving van Divosa en het Kenniscentrum Handhaving en Naleving van de VNG. b. Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Het inzicht in het belang van samenwerking in het kader van handhaving: kennis en informatie koppelen. c. Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Door actieve deelname aan deze netwerken is het eenvoudiger om kennis uit te wisselen en op de hoogte te blijven van nieuwe technieken en methoden voor handhaving. Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet Alle hiervoor genoemde externe maatregelen zijn in de voorgaande jaren getroffen en over het jaar 2022 voortgezet. 15

Maatregelen die nieuw zijn getroffen Zie vorige antwoord.

16

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie Onder B1 (beschrijving van de getroffen interne maatregelen) zijn zowel de getroffen maatregelen als de resultaten van de maatregelen opgenomen. Sinds 2011, toen de gemeente Den Haag voor het eerst met een tekort op de bijstand werd geconfronteerd, voert de gemeente een actief beleid om de bijstandslasten te verminderen. In de aanpak wordt ook kritisch gekeken naar mogelijkheden om bestaande processen efficiënter uit te voeren en zodoende kosten te besparen. Mede door de getroffen maatregelen is in 2022 het aantal uitkeringen gedaald van 23.441 naar 22.242.

De getroffen maatregelen hebben in 2022 geresulteerd in: − In 2.072 gevallen is de uitkering beëindigd na inzet van re-integratie; − 332 beschutte werkplekken zijn gerealiseerd, 69 meer dan de wettelijke taakstelling; − 565 STiP-medewerkers zijn doorbemiddeld naar een reguliere baan (435 meer dan vorig jaar); − 703 werkontwikkeltrajecten zijn afgerond, ondanks dat in het eerste kwartaal door de RIVMcoronarichtlijnen minder trajecten van start konden gaan; − 375 werkfittrajecten zijn afgerond voor mensen die nog niet toe waren aan een werkontwikkeltraject; − 95 kandidaten hebben deelgenomen aan mbo-praktijkleren (een toename van 63). − In 2022 zijn 2.063 jongeren gebruik gaan maken van de dienstverlening van het Jongerenpunt070. Dit is inclusief VSV’ers. 3.164 jongeren zijn uitgestroomd, waarvan 1.455 naar school of werk. 1.549 jongeren zijn neutraal uitgestroomd mede in samenwerking met Leerlingzaken. − Met de maatregel Social Return zijn in 2022 1.911 kandidaten geplaatst bij opdrachtnemers, waarvan 1.210 op een werkplek (inclusief 123 BBL-plekken). − In het kader van het Werkoffensief +500 zijn de afgelopen jaren 22.000 Haagse inwoners gesproken die 18 maanden of langer een uitkering ontvangen. Voor circa 90% is volledig betaald werk (nog) niet haalbaar. In 2022 is voortgebouwd om de ondersteuning aan de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt uit te breiden.

Deze groep bestond op 31 december 2022 uit 18.972 mensen. − In 2022 zijn 468 uitkeringen beëindigd of verlaagd naar aanleiding van een onderzoek door het team Handhaving en Fraude. Daarnaast is in 119 gevallen voorkomen dat iemand (onterecht) instroomt in de bijstand.

C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd Onder C1 is het merendeel van de resultaten van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie in beeld gebracht. Daarnaast vindt het college het van belang om inwoners te activeren en te laten 17

participeren. Deze maatregelen hebben een indirecte (gekwalificeerde) waarde voor de kostenreductie. De indirecte maatregelen zijn voor een deel van onze inwoners nodig om op andere leefgebieden persoonlijke problemen aan te pakken en zo hun capaciteit te vergroten om te kunnen werken of anderszins te participeren. C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Het monitoren vindt zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau plaats. De gemeente Den Haag maakt gebruik van de rapportagesystemen Cognos en Socrates. Daarnaast is ook een ‘dashboard monitoring BUIG’ ingericht. Op ambtelijk niveau wordt maandelijks gerapporteerd over de resultaten en effecten van de getroffen maatregelen aan de hand van: − Rapportage ‘Duiding BUIG’; − Rapportage ‘Beleid en Cijfers’; − Rapportage monitor bestandsreductie; − Voortgangsmonitor Werk en Participatie. Op bestuurlijk niveau wordt de monitoring ondersteund met: − Vierde (4e) en Achtste (8e) Maandrapportage; − Voortgangsmonitor Werk en Participatie; − Jaarrekening; − Beantwoording van raadsvragen over het effect van de maatregelen om het bijstandstekort te reduceren.

18

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, ligt het ook in de lijn dat de colleges en raden van gemeenten de aanvraag opstellen/indienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag verklaart dat het voor 15 augustus 2023 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

19

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht. Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen.

20

X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2023 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Den Haag stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vormvereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaars zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.

21

Datum: ___________ De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,

Naam van de ondertekenaar: ___________

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12842042/1