CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315732 Brief RC aan weth VWZ inz Jaarrekening 2022

Rekeningencommissie 7 juni 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Bevraging wethouders over de jaarrekening 20221.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RekeningencommissieTyp tekstTyp tekst

078

Retouradres Spui 70 2511 BT Den Haag

Ons kenmerk

RIS315732

Wethouder Volkshuisvesting, Welzijn & Zuidwest de heer M. Balster

Contactpersoon

Telefoonnummer

070 – 3533 550

Bijlage

Datum

2 juni 2023 Onderwerp

Onderzoek jaarrekening 2022

Geachte heer Balster, De Rekeningencommissie heeft onderzoek gedaan naar de programmarekening 2022 van de gemeente Den Haag en daarover in haar vergaderingen van 24 en 31 mei beraadslaagd. De commissie heeft de bevindingen uit de interimcontrole en de jaarrekeningcontrole in haar onderzoek betrokken, zoals deze zijn weergegeven in de boardletter van de Accountantsorganisatie (RIS314358) en het accountantsverslag (RIS315417). In het kader van het onderzoek wil de Rekeningencommissie onderstaande onderwerpen met u bespreken. De commissie nodigt u hiertoe uit op woensdagmiddag 7 juni a.s. om 13:30 uur in de commissie/perskamer (B01.15).

1.

Grondexploitaties: aanpassing verordening

Op 1 december 2022 heeft de raad het voorstel van de voorbereidingscommissie raadsonderzoek Dreven, Gaarden & Zichten (RIS313614) unaniem aangenomen. Daarbij is de Rekeningencommissie, het college en de Accountantsdienst gevraagd om in overleg te treden over aanpassingen van de huidige Verordening beheersregels grondexploitatie en strategisch bezit, gemeente Den Haag 2018 naar aanleiding van de verslaggevingstechnische bevindingen uit het door de Accountantsdienst uitgevoerde deel van het onderzoek. Uit dit onderzoek komt namelijk naar voren dat de gehanteerde gemeentelijke spelregels op onderdelen niet geheel passen binnen de verslaggevingsregelgeving, te weten het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze regelgeving wordt toegelicht in de notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) van de commissie BBV. Naar aanleiding van het verzoek van de voorbereidingscommissie zou de Rekeningencommissie graag onderstaande vijf onderwerpen met u bespreken. Deze hebben betrekking op bevindingen uit het onderzoek naar de grondexploitatie Dreven, Gaarden & Zichten en op bevindingen uit de tussentijdse controles door de Accountantsdienst zoals verwoord in de Boardletters 2021 en 2022 (RIS310628 en RIS314358). 1.1. Begroten van ‘onvoorziene kosten’ In de grondexploitatie Dreven, Gaarden & Zichten is een post voor onvoorziene kosten opgenomen.

Volgens de BBV-regels mogen echter alleen voorziene kosten worden begroot op een

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

T 070 - 353 3550 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag

grondexploitatieproject en dan uitsluitend de kosten zoals gespecificeerd in onder meer artikel 6.2.4 Besluit ruimtelijke ordening. Een grondexploitatiecomplex heeft altijd inherente onzekerheden en risico’s in zich ten aanzien van het begrote financiële eindresultaat. Voor de beheersing van dergelijke risico’s bevat het BBV verschillende voorschriften. Zo moet een grondexploitatiebegroting tenminste jaarlijks worden geactualiseerd en moeten de risico’s met betrekking tot bouwgronden in exploitatie worden betrokken bij het bepalen van het noodzakelijk weerstandsvermogen van de gemeente. De Rekeningencommissie wil dat in de Verordening beheersregels grondexploitatie en strategisch bezit, gemeente Den Haag 2018 (hierna: de verordening) wordt opgenomen dat geen posten zonder onderbouwing of berekening op een grondexploitatieproject mogen worden begroot, zoals bijvoorbeeld een stelpost voor onvoorziene kosten. 1.2. Bijdragen aan fondsen/reserves ten laste van grondexploitaties In de begroting van het grondexploitatieproject Dreven, Gaarden & Zichten is een bijdrage opgenomen aan een verstratingsfonds ter afdekking van toekomstige onderhoudskosten aan de inrichting. Deze kosten zijn niet aan de grondexploitatie toerekenbaar. Met de wijziging van het BBV in 2016 is een dotatie aan een fonds of reserve voor voorzieningen buiten de grondexploitatie niet meer toegestaan.

Sparen voor niet aan de grondexploitatie toerekenbare voorzieningen die later worden aangelegd of uitgevoerd (na afsluiting van de grondexploitatie) kan alleen via een separate bestemmingsreserve. De Rekeningencommissie vraagt u de verordening aan te passen aan de actuele BBV-regelgeving en hierin expliciet op te nemen dat in de begroting van een grondexploitatie geen bijdrage mag worden opgenomen aan niet aan de grondexploitatie toerekenbare voorzieningen. 1.3. Uitsluitend begroten van toerekenbare kosten De aanleg van nieuwe riolering mag volgens BBV-regels worden toegerekend aan een grondexploitatie. Bij het project Dreven, Gaarden & Zichten zijn echter naast de kosten voor aanleg ook kosten opgenomen voor vervanging van rioleringen, waarvan vervolgens een bijdrage uit de rioolrechten voor de te vervangen riolering wordt afgetrokken. Dit komt de inzichtelijkheid van de grondexploitatiebegroting niet ten goede. De Rekeningencommissie wil daarom dat in de verordening wordt opgenomen dat in een grondexploitatie uitsluitend kosten worden geraamd die aan de grondexploitatie kunnen worden toegerekend, in dit geval de aanleg van nieuwe riolering en niet de vervanging van bestaande riolering. 1.4.

Investeringen in de openbare ruimte: PPT-criteria Soms kunnen investeringen in de openbare ruimte, zoals de aanleg van een ontsluitingsweg, geheel of gedeeltelijk aan een grondexploitatie worden toegerekend. Het BBV hanteert hiervoor de begrippen profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid (PPT) als criteria. Aan de hand van deze PPT-criteria dient gemotiveerd te worden in hoeverre de investeringen in de openbare ruimte aan de grondexploitatie kunnen worden toegerekend. Het BBV schrijft voor dat als het uit de investering voorvloeiende nut voor de grondexploitatie aanzienlijk hoger is dan het algemeen nut deze investering geheel dan wel gedeeltelijk aan de grondexploitatie wordt toegerekend. De commissie BBV benadrukt daarbij dat het resultaat van de afweging door de raad moet worden vastgesteld en dat het aanbeveling verdient om de uitgangspunten van een dergelijke afweging in een verordening vast te leggen. De Rekeningencommissie vraagt het college de criteria zoveel mogelijk concreet (in cijfers/ percentages) uit te werken in de verordening en om de kwantificering van het begrip ‘aanzienlijk hoger’ voor het volledig toerekenen van een investering aan een grondexploitatie nader te

2/4

Gemeente Den Haag

onderbouwen. De Rekeningencommissie vraagt u hierbij te betrekken hoe andere gemeenten dit criterium hebben gekwantificeerd. De toepassing van de in punt 1 tot en met 4 gevraagde aanscherpingen noodzaken de gemeente nog kritischer naar de met een grondexploitatie samenhangende kosten en risico’s te kijken. De Rekeningencommissie verneemt graag hoe u hiermee wil omgaan, onder meer in relatie tot het benodigde weerstandsvermogen en het daarvoor gebruikte risicocumulatiemodel. De Rekeningencommissie vraagt u de voorgenomen wijzigingen zoals verzocht in voorgaande punten 1.1 tot en met 1.4 aan de Rekeningencommissie voor te leggen. Graag vernemen wij wanneer dit tegemoet kan worden gezien. Aanvullend vragen we u ons te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de aangekondigde actualisatie van de Grondprijzenbrief 2020, de Nota Vastgoed 2013 en de Nota Grondbeleid. 1.5. Frequentie van actualisatie prospecties Zoals reeds bij punt 1.1 aangegeven schrijft het BBV onder meer voor dat grondexploitatiebegrotingen minstens jaarlijks worden geactualiseerd. In onze gemeente gebeurt dit ieder jaar bij het opstellen van de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG) halverwege het jaar. Deze prognose maakt onderdeel uit van de besluitvorming over de begroting en wordt als onderdeel van de programmabegroting naar de raad gestuurd.

De vraag is of een actualisatie één keer per jaar genoeg is: het afgelopen jaar heeft aangetoond dat de prospecties voor grondexploitaties binnen enkele maanden fors kunnen wijzigen. Vooruitlopend op een aanpassing van de verordening is dit jaar vervroegd een MPG per ultimo 2022 opgesteld, gebaseerd op de standen zoals die in de jaarrekening 2022 worden verantwoord. De Rekeningencommissie waardeert de bereidheid van college en ambtelijk apparaat om tegemoet te komen aan de behoefte van de raad voor wat betreft inhoud en publicatiemoment(en) van de MPG. De commissie wil hierover na de zomer verder beraadslagen en hierbij ook de commissie Ruimte betrekken. Eerder is over de GRIP-rapportage met de verantwoordelijk ambtenaren in meerdere sessies van gedachten gewisseld over vorm, inhoud en frequentie daarvan. De inzet daarbij was om tot een beter op de informatiebehoefte afgestemde rapportage te komen en daarbij zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande interne rapportagesystemen om het zo min mogelijk extra werk te laten kosten. De commissie wil proberen om een dergelijke exercitie ook voor de MPG uit te voeren. We kijken met tevredenheid terug op de eerste presentatie van de betrokken ambtenaren over de MPG in de Rekeningencommissie.

2. Beheersing grondexploitaties Op dit moment is het verwachte eindresultaat van de gezamenlijke Haagse grondexploitaties € 192 miljoen nadelig. Negatieve resultaten van grondexploitaties werken door in de gemeentelijke begroting en worden met name gevoeld in periodes waarin de gemeentefinanciën onder druk staan (zoals vanaf 2026). De Rekeningencommissie heeft behoefte aan meer inzicht in de context van deze grondexploitaties. Hoe maken we als stadsbestuur de afweging of de kosten van grondexploitaties de juiste prijs zijn voor investeringen om maatschappelijke doelstellingen te bereiken? Vooruitlopend op een eventuele beleidsmatige gedachtewisseling hierover wil de commissie weten of ook na vaststelling van een grondexploitatie actief naar alternatieven gekeken blijft worden.

Verder komt het voor dat het negatieve saldo van grondexploitaties gedurende de looptijd groter wordt. De commissie wil graag dat de informatievoorziening aan de raad in dergelijke gevallen voorzien wordt van een duiding: in hoeverre waren de kosten te voorzien, zijn het extra mogelijkheden of zijn het extra kosten die onafwendbaar zijn?

3/4

Gemeente Den Haag

Sinds enige jaren heeft de accountant bevindingen over de beheersing van grondexploitaties. Dit jaar moesten voor de grondexploitaties Transvaal en Forepark omvangrijke correcties worden gedaan vanwege uiteenlopende interpretaties van verslaggevingsregels. Bij het (tussentijdse) onderzoek naar Dreven, Gaarden & Zichten is duidelijk geworden dat dergelijke correcties kunnen worden voorkómen als reeds gedurende het boekjaar hierop controle kan plaatsvinden door de accountant. De Rekeningencommissie vraagt u om met de Accountantsorganisatie afspraken te maken over een vroegtijdiger controle van grondexploitaties.

Voor de volledigheid deelt de commissie mee dat een samenvatting van de bespreking zal worden betrokken bij het eindrapport van de Rekeningencommissie over haar onderzoek naar de jaarrekening 2022. Namens de Rekeningencommissie, de secretaris,

de voorzitter,

J. van Duijn

M. De Vuyst.

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12827565/3