RIS315712 Bijlage 2 Juridisch Advies houtstookarme wijk onder de omgevingswet
Tekst van het document
7.2
Strafrechtelijke handhaving
Naast de bestuurlijke boete blijft via de Wed de strafrechtelijke weg tot handhaving en beboeting na inwerkingtreding van de Ow openstaan. Handelen in strijd met het omgevingsplan zal na inwerkingtreding van de Ow namelijk aangewezen worden als economisch delict.30 Dat betekent dat het openbaar ministerie ook bevoegd is om strafrechtelijk op te treden tegen overtredingen van het omgevingsplan.
27 Artikel 18.12 Ow. 28 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23,
vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 29 Artikel 5:15 Awb. 30 Artikel 2.47 InvwOw.
21
7.3
Capaciteit en handhaafbaarheid
Capaciteit Het stellen van nieuwe regels aan houtstook zal in de praktijk alleen maar werken als ook op de naleving van die regels wordt toegezien. Het verdient daarom aanbeveling om bij het vaststellen van de regels te bezien of er binnen de huidige capaciteit voldoende ruimte is om op de naleving toe te zien. Als de capaciteit beperkt is dan kan het een overweging zijn om nieuwe regels niet meteen gemeentebreed in te voeren, maar slechts voor een beperkt gebied binnen de gemeente. Op die manier kan dan ervaring worden opgedaan met het toezien op de naleving van de nieuwe regels.
Handhaafbaarheid Een ander belangrijk aspect van handhaving is de vraag of een regel in de praktijk ‘handhaafbaar’ is. Regels die onduidelijk zijn - voor meerdere uitleg vatbaar - zullen over het algemeen minder goed handhaafbaar zijn dan regels waarin objectieve normen worden gesteld. Het zal in de praktijk bijvoorbeeld lastig zijn om aan te tonen dat er sprake is van ‘onaanvaardbare hinder’ door houtstook. Als toezichthouders niet beschikken over meetapparatuur zal het bijvoorbeeld ook lastig zijn om aan te tonen dat de emissie door houtstook vanuit een bepaalde woning groter is dan toegestaan. Gemakkelijker zal het dan bijvoorbeeld zijn om aan te tonen dat er bijvoorbeeld sprake is van mist of dat het windstil is. Bij het opstellen van regels voor houtstook speelt de handhaafbaarheid op die manier ook een rol.
7.4
Bestuurlijke betrokkenheid
Het stellen van regels aan houtstook kan een flinke impact hebben voor de inwoners van de gemeente. De kaderstellende rol van de gemeenteraad vereist in dergelijke situaties een duidelijke visie van de raad op het onderwerp. Hoe duidelijker de visie, hoe helderder de koers die kan worden uitgestippeld. Denk daarbij aan het maken van basiskeuzes zoals: wil de gemeente houtstook zo veel mogelijk verbieden? Is dat in de gehele gemeente het geval of slechts bij nieuwe woningen? Of wil de gemeente houtstook wel toestaan, maar dan onder voorwaarden? Aan wat voor soort voorwaarden moet dan worden gedacht? Zijn die voorwaarden handhaafbaar en is toezicht op de naleving daarvan wel uitvoerbaar? De visie van de gemeenteraad wordt bij voorkeur in een programma of omgevingsvisie neergelegd. Daarin zal ook aandacht moeten worden besteed aan de uitvoerbaarheid van de visie. Onderwerpen als (ambtelijke)capaciteit en handhaafbaarheid spelen daarin een cruciale rol. Als de gemeenteraad er voor kiest om houtstook in het omgevingsplan te reguleren, dan is een belangrijke voorwaarde daarvoor dat ook op bestuurlijk niveau de bereidheid moet bestaan om hier daadwerkelijk op te handhaven. Het is van groot belang dat de gemeenteraad zich daarvan bewust is, alvorens dergelijk regels in het omgevingsplan worden opgenomen.
22
Bijlage 1 Voorbeeldregels houtstook binnen Begripsbepalingen Toelichting Om overlast door houtstook zo veel mogelijk te voorkomen, is het van belang dat huishoudens niet volledig afhankelijk zijn of worden van deze vorm van verwarming. Daarom is het de bedoeling dat als houtstook al wordt toegestaan - dit slechts mogelijk is in de vorm van sfeerverwarming. De begripsbepalingen bakenen af wat onder sfeerverwarming en hoofdverwarming moet worden verstaan. Bij alle varianten die hieronder worden besproken, worden de volgende begripsbepalingen in het omgevingsplan gehanteerd:
Begripsbepalingen Hoofdverwarming: Dagelijkse ruimteverwarming van een woning of ander gebouw. Sfeerverwarming: Verwarming van een woning of ander gebouw, niet zijnde hoofdverwarming.
Variant 1
Algeheel verbod (eventueel met vergunningplicht)
Toelichting Het instellen van een algeheel verbod op houtstook binnen is de meest strenge vorm van sturen op de milieubelastende activiteit houtstook. Dit verbod kan worden gecombineerd met een vergunningplicht, maar dat is niet noodzakelijk. De gedachte bij de vergunningplicht is dat als vooraf vaststaat dat de emissie zodanig zal zijn dat wordt voldaan aan de waarden die de gemeente aanvaardbaar vindt, de activiteit kan worden toegelaten. In een gemeente en wijk met een hoog ambitieniveau heeft deze manier van sturen de voorkeur. Hiermee kan namelijk heel snel het hoge ambitieniveau dat de gemeente heeft geformuleerd worden behaald. In een nieuwe woonwijk zal deze strenge aanpak niet snel onevenredig ingrijpen in bestaande situaties. Voor een toelichting op de evenredigheid en het aanpakken van nieuwe danwel bestaande situaties wordt verwezen naar paragraaf 4.2. De beoordelingsregels zijn zo geformuleerd dat een vergunning alleen wordt verleend als vaststaat dat de emissie niet hoger zal zijn dan de maximale emissies die gelden op grond voor houtstookinstallaties per 1 januari 2022 op grond van de Europese regelgeving. Zoals in paragraaf 4.3. is uiteengezet, is het niet mogelijk om het gebruik van installaties die voldoen aan de Ecodesign richtlijn te verplichten.
Er kan wel gestuurd worden op emissie die vergelijkbaar is met de waarden van installaties die aan de Ecodesign richtlijn voldoen. Bij het aanvragen van een vergunning is het aan de verzoeker om aan te tonen op welke manier hij aan de maximale emissies gaat voldoen. Dat kan zijn door een installatie te gebruiken die voldoet aan de Ecodesign richtlijn, maar als er andere
23
innovatieve manieren bestaan om aan deze waarden te voldoen, kan de vergunning evengoed worden verleend. Artikel 4 geeft de mogelijkheid om voorschriften aan de vergunning te verbinden. Hierdoor heeft de gemeente extra ruimte om te sturen in specifieke situaties. Voorschriften kunnen – naar Duits voorbeeld – betrekking hebben op schoonhouden en onderhoud (bijvoorbeeld eens per jaar het rookkanaal reinigen). Voorschriften kunnen ook betrekking hebben op het beperken van de houtstook. Bijvoorbeeld bij windstil weer of bij mist. Voor het vaststellen daarvan kan de website van het KNMI worden gebruikt. Voorschriften moeten uiteraard voldoende helder en objectief zijn in het belang van het toezicht op de naleving ervan. Bij de voorbereiding van deze notitie is overwogen om een koppeling te maken met De Stookwijzer. Uit navraag bij toezichthouders is echter gebleken dat dit instrument in de praktijk niet goed werkt. Zo kan het zijn dat aan de ene kant van de straat geen problemen worden verwacht en aan de andere kant van de straat – een paar meter verder – wel. Dit leidt tot onduidelijkheid en rechtsonzekerheid, dat levert problemen op voor het toezicht. Een voordeel van het algehele verbod met vergunningplicht is, dat dit relatief eenvoudig is te handhaven.
Immers: als er wordt geconstateerd dat er sprake is van houtstook zonder dat daarvoor een vergunning is afgegeven (of indien niet aan de objectieve vergunningvoorschriften wordt voldaan) staat de overtreding vast. De bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen als omschreven in hoofdstuk 7 kunnen dan worden ingezet.
Artikel 1 Aanwijzing milieubelastende activiteiten Als milieubelastende activiteit met beperkt effect wordt aangewezen het gebruik van een verwarming met vaste brandstoffen voor zover de activiteit alleen wordt verricht bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis. Artikel 2 Vergunningplicht Het is verboden de aangewezen activiteit zonder vergunning te verrichten. Artikel 3 Beoordelingsregels De vergunning wordt uitsluitend verleend indien: a. is aangetoond dat de maximale emissies uit tabel 3 niet worden overschreden; b. de activiteit niet zal worden verricht als hoofdverwarming; c. het belang van een gezonde leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad; en d. het belang van een veilige leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad.
24
PM [mg/m3] Open haard
< 50
Kachel
< 40
Pelletkachel
< 20
Tabel 3 Artikel 4 Vergunningvoorschriften Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het voorkomen van nadelige gevolgen voor een gezonde fysieke leefomgeving; of c. het voorkomen of beperken van hinder voor de omgeving.
Variant 2
Algemene regels
Toelichting Variant 2 gaat uit van het gebruik van algemene regels. De aanpak is dan als volgt: houtstook is alleen toegestaan als er wordt voldaan aan de voorwaarden die in de algemene regels zijn omschreven. Voorafgaand aan de houtstook vindt er dus geen toets plaats. De gemeente kan achteraf optreden als wordt geconstateerd dat er sprake is van een overtreding van de algemene regels. Een voordeel van deze aanpak is dat er geen lastenverzwaring optreedt voor het ambtelijk apparaat door nieuwe vergunningen. Een nadeel is dat de gemeente alleen achteraf kan optreden: als er een overtreding wordt vermoed. Er vindt dus geen toets plaats voordat de activiteit plaatsvindt, zoals dat bij variant 1 wel het geval is. Een punt van aandacht bij deze algemene regels is dat deze volstrekt helder en objectief moeten zijn. De regels mogen niet op meerdere manieren kunnen worden uitgelegd. Er moet namelijk direct op kunnen worden gehandhaafd. Bovendien moet eenvoudig kunnen worden geconstateerd of men zich aan de algemene regels houdt. Het opnemen van maximale emissies als direct werkende regel levert daarom naar verwachting problemen op: toezichthouders kunnen tijdens een ronde door de wijk wellicht constateren dat er vanuit een bepaalde woning hout wordt gestookt, maar hoeveel emissie daardoor wordt veroorzaakt is in de praktijk eenvoudigweg niet goed te controleren.
Dat is anders dan bij variant 1: de gemeente kan daar vooraf en per geval beoordelen of er sprake is van onevenredige gevolgen voor de veiligheid, gezondheid, etc. In deze variant is dus gewerkt met objectieve criteria. Bijvoorbeeld: voor het bepalen of er sprake is van mist of windstil weer is het meetstation op een in de nabijheid gelegen locatie (dat via de website van de het KNMI kan worden geraadpleegd) maatgevend. Hiervoor zijn overigens ook alternatieven overwogen. Bijvoorbeeld het gebruik van De Stookwijzer. Zoals hierboven al uiteengezet, blijkt deze 25
in de praktijk niet goed te werken. Een alternatief is om niet de gegevens van het meetstation in Eindhoven te gebruiken, maar om de weersomstandigheden ter plaatse maatgevend te achten. Een nadeel daarvan is echter dat informatie op een zo klein schaalniveau niet beschikbaar is via een even betrouwbare bron als het KNMI. Daarom is gekozen om aan te sluiten bij een meetstation dat in de nabijheid ligt. Hierdoor ontstaat wel het risico dat in sommige gevallen ten onrechte een overtreding kan worden geconstateerd. Bijvoorbeeld, als er op de locatie van het meetstation wel dichte mist is, maar in de gemeente zelf is dat niet het geval. In dergelijke gevallen zal de toezichthouder alsnog tot de conclusie komen dat handhavend optreden niet opportuun is. De wet eist namelijk dat ook bij een overtreding van objectieve normen een afweging wordt gemaakt of handhaving al dan niet onevenredig benadelend is.31 Deze manier van sturen past minder goed bij gebieden of gemeenten met hoge ambities op het gebied van luchtkwaliteit en gezondheid. Immers: houtstook wordt met deze aanpak algemeen wel toegestaan, zij het onder bepaalde voorwaarden. Deze manier van sturen zou passend kunnen zijn binnen bestaande wijken. De regels zijn namelijk zo vormgegeven dat er zonder al te veel moeite aan kan worden voldaan.
De verwachting is dan ook dat deze regels niet onevenredig benadelend zullen zijn voor bewoners van bestaande woonwijken.
Artikel 1 Aanwijzing milieubelastende activiteiten Als milieubelastende activiteit met beperkt effect wordt aangewezen het gebruik van een verwarming met vaste brandstoffen voor zover de activiteit wordt verricht bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis. Artikel 2 Toegelaten activiteiten De volgende activiteit is toegelaten: het gebruik van een verwarming met vaste brandstoffen als sfeerverwarming. Artikel 3 Algemene regels Bij het verrichten van de activiteit wordt voldaan aan de volgende regels: a. als brandstof wordt alleen schoon, onbehandeld hout gebruikt; b. het vochtpercentage bedraagt maximaal tussen de 15 en 20 procent; c. het rookkanaal wordt ten minste éénmaal per jaar geveegd; d. na het vegen van het rookkanaal worden gedurende een jaar gegevens en bescheiden bewaard die aantonen dat het rookkanaal geschikt is voor het afvoeren van rookgas; e. er wordt niet gestookt bij een windsnelheid die lager is van 3 meter per seconde ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [locatie]; en f. er wordt niet gestookt bij een zicht van minder dan 1000 meter ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [locatie].
31 Dat is bijvoorbeeld ook het geval als andere objectieve regels worden overtreden, zoals maximale bouwhoogtes. Ook in
dergelijke gevallen moet worden afgewogen of handhavend optreden onevenredig benadelend is in verhouding tot de doelstellingen van de regel die wordt overtreden.
26
Variant 3
Zorgplicht met maatwerkbevoegdheid
Toelichting Variant 3 is de ‘lichtste’ vorm van sturen op houtstook. Bij deze variant wordt er vanuitgegaan dat houtstook in het algemeen is toegestaan. Er gelden dus geen concrete regels voor houtstook. Degenen die hout stoken moeten dit echter wel zorgvuldig doen. Dat betekent dat zij alle maatregelen moeten treffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om overlast te voorkomen. Deze zorgplicht komt min of meer overeen met de vangnetbepaling uit het Bouwbesluit 2012, die via de bruidsschat in het tijdelijke deel van het omgevingsplan terechtkomt. Zie voor een nadere uitleg van deze systematiek paragraf 4.3. Deze variant komt er op neer dat de gemeente alleen in excessieve gevallen (achteraf) kan optreden tegen houtstook. Dat kan door direct handhavend op te treden (zoals beschreven in hoofdstuk 7), of door het stellen van maatwerkvoorschriften. In dat laatste geval zal de gemeente per geconstateerde overlastgevende situatie moeten aangeven op welke manier houtstook mag plaatsvinden. Deze variant past niet goed bij wijken met hoge ambities op het gebied van gezondheid en luchtkwaliteit; houtstook wordt in deze variant namelijk algemeen toegelaten. Deze variant zou in gebieden met minder ambities wel passend kunnen zijn. Het nadeel van deze variant is echter wel dat het lastig zal zijn om toe te zien op de naleving.
De gemeente kan alleen achteraf optreden als er zich een exces heeft voorgedaan. Bovendien zal de gemeente per geval uitgebreid moeten motiveren waarom en op welke manier er in een specifiek geval niet aan de zorgplicht wordt voldaan (en wat er moet gebeuren om daaraan wel te voldoen). Dit levert in het handhavingsspoor naar verwachting veel discussie op. Daarnaast is het tijdrovend. Gesprekken met gemeentelijke toezichthouders ondersteunen deze constatering.
Artikel 1 Aanwijzing milieubelastende activiteiten Als milieubelastende activiteit met beperkt effect wordt aangewezen het gebruik van een verwarming met vaste brandstoffen voor zover de activiteit alleen wordt verricht bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis. Artikel 2 Zorgplicht Degene die een activiteit verricht als bedoeld in artikel 1 en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in deze paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
27
c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. de activiteit louter dient voor sfeerverwarming; b. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; c. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; d. de beste beschikbare technieken worden toegepast; en e. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt. Artikel 3 Maatwerkvoorschriften Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over artikel 2 met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het voorkomen van nadelige gevolgen voor een gezonde fysieke leefomgeving; of c. het voorkomen of beperken van hinder voor de omgeving.
Voorbeeldregel overgangsrecht Toelichting Zoals in paragraaf 4.2 is uiteengezet, kan variant 1 (verbod met vergunningplicht) ook worden overwogen voor bestaande woonwijken. Met het oog op de evenredigheid zal daarbij wel een overgangstermijn moeten worden gesteld. Voor bestaande situaties betekent dat dat het verbod pas na verloop van een bepaalde termijn ingaat. Die overgangstermijn kunnen zij dan gebruiken om ofwel de houtstook af te bouwen, ofwel om voorzieningen te treffen waardoor zij voor een vergunning in aanmerking komen.
Artikel 1 Overgangsrecht bestaande milieubelastende activiteiten houtstook Degene die voor [datum] een milieubelastende activiteit verricht die bestaat uit het gebruik van een verbrandingstoestel voor vaste brandstof bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis voor sfeerverwarming mag deze activiteit nog gedurende vier jaar na [datum] verrichten.
28
Bijlage 2 Voorbeeldregels houtstook buiten Variant 1
Algeheel verbod (eventueel met vergunningplicht)
Toelichting Het instellen van een algeheel verbod op houtstook buiten is de meest strenge vorm van sturen op de milieubelastende activiteit houtstook. Dit verbod kan worden gecombineerd met een vergunningplicht, maar dat is niet noodzakelijk. De gedachte bij de vergunningplicht is dat als vooraf vaststaat dat de activiteit geen onevenredig nadelige gevolgen voor de omgeving zal hebben, het stoken kan worden toegestaan. In een gemeente met een hoog ambitieniveau heeft deze manier van sturen de voorkeur. Hiermee kan namelijk heel snel het hoge ambitieniveau dat de gemeente voor deze wijk heeft geformuleerd worden behaald. In een nieuwe woonwijk zal deze strenge aanpak onevenredig ingrijpen in bestaande situaties. Het invoeren van een algeheel verbod in een bestaande woonwijk kan onevenredig benadelend zijn. Voor een toelichting op de evenredigheid en het aanpakken van nieuwe danwel bestaande situaties wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Artikel 4 geeft de mogelijkheid om voorschriften aan de vergunning te verbinden. Hierdoor heeft de gemeente extra ruimte om te sturen in specifieke situaties. Voorschriften kunnen betrekking hebben op het beperken van de houtstook. Bijvoorbeeld bij windstil weer of bij mist. Voor het vaststellen daarvan kan de website van het KNMI worden gebruikt.
Voorschriften moeten uiteraard voldoende helder en objectief zijn in het belang van het toezicht op de naleving ervan. Een voordeel van het algehele verbod met vergunningplicht is, dat dit relatief eenvoudig is te handhaven. Immers: als er wordt geconstateerd dat er sprake is van houtstook zonder dat daarvoor een vergunning is afgegeven (of indien niet aan de objectieve vergunningvoorschriften wordt voldaan) staat de overtreding vast. De bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen als omschreven in hoofdstuk 7 kunnen dan worden ingezet.
Algeheel verbod (eventueel met vergunningplicht) Artikel 1 Aanwijzing milieubelastende activiteiten Als milieubelastende activiteit met beperkt effect wordt aangewezen het in de open lucht verbranden van hout of andere stoffen. Artikel 2 Vergunningplicht Het is verboden de aangewezen activiteit zonder vergunning te verrichten. Artikel 3 Beoordelingsregels De vergunning bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verleend indien: a. het belang van een gezonde leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad;
29
b. er geen sprake is van onevenredige hinder voor de omgeving; en c. het belang van een veilige leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad. Artikel 4 Vergunningvoorschriften Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het voorkomen van nadelige gevolgen voor een gezonde fysieke leefomgeving; of c. het voorkomen of beperken van hinder voor de omgeving.
Variant 2 Algemene regels (eventueel in combinatie met een verbod) Toelichting Veel APV’s regelen dat houtstook buiten niet is toegestaan, tenzij het gaat om naar hun aard kleinere vuren, zoals kaarsen, fakkels, barbecues en dergelijke. Deze aanpak past bij een minder hoog ambitieniveau op het gebied van gezondheid en schone lucht. Immers: bepaalde vormen van houtstook buiten worden algemeen toegestaan. Uit navraag bij toezichthouders is gebleken dat steeds vaker vaste buitenhaarden in tuinen worden geplaatst. Dit gebeurt vaak in de nabijheid van de woning. Deze vaste haarden blijken in de praktijk geregeld voor overlast te zorgen. Dat is vooral het geval in wijken waar veel nieuwbouw aanwezig is. De reden daarvoor is dat nieuwbouwwoningen zijn voorzien van mechanische ventilatie. Deze ventilatie kan niet handmatig worden uitgeschakeld, bijvoorbeeld wanneer op het naastgelegen perceel hout wordt gestookt. Een ander nadeel van deze tuinhaarden is dat deze niet kunnen worden verplaatst, bijvoorbeeld als dat vanwege de windrichting aangewezen is om overlast te voorkomen. Vanwege deze nadelen van vaste haarden kan worden overwogen om het gebruik van vaste tuinhaarden in deze variant te verbieden.
Gelet op de evenredigheid (zie paragraaf 4.2) en omdat bij oudere woningen de problematiek rondom mechanische ventilatie niet (althans veel minder) speelt, zou dat voor bestaande woningen achterwege kunnen worden gelaten. Eventueel kan dit wel voor de bestaande woonwijken worden overwogen. In dat geval zal specifiek overgangsrecht moeten worden geformuleerd. Het stoken van kleinere vuren wordt met deze regels wel toegelaten, zij het dat de regels hiervoor worden aangescherpt ten opzichte van de regels in de huidige APV. Voor andere vormen van stoken, bijvoorbeeld een kampvuur bij een vereniging, is altijd een vergunning nodig. Aan deze vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op het voorkomen van overlast, maar ook met het oog op de veiligheid.
Artikel 1
Aanwijzing milieubelastende activiteiten 30
Als milieubelastende activiteit met beperkt effect wordt aangewezen het in de open lucht verbranden van hout of andere stoffen. Artikel 2 Toegelaten activiteiten 1. De volgende activiteiten zijn toegelaten: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals vuurkorven en terrashaarden; en c. vuur voor koken, bakken en braden. 2. Binnen het werkingsgebied ‘naam werkingsgebied’ (of: binnen de gehele gemeente) is het niet toegestaan om de aangewezen activiteiten te verrichten in een vaste terrashaard die kan worden aangemerkt als een bouwwerk. Artikel 3 Algemene regels Bij het verrichten van de activiteit wordt voldaan aan de volgende regels: a. als brandstof wordt alleen schoon, onbehandeld hout gebruikt; b. het vochtpercentage bedraagt maximaal tussen de 15 en 20 procent; c. er wordt niet gestookt bij een windsnelheid die lager is van 3 meter per seconde ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [locatie]; en d. er wordt niet gestookt bij een zicht van minder dan 1000 meter ter plaatse van het weerstation van het KNMI te [locatie]. Artikel 4 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning andere activiteiten te verrichten dan de activiteiten bedoeld in artikel 2. Artikel 5 Beoordelingsregels De vergunning bedoeld in artikel 4 wordt uitsluitend verleend indien: a.
het belang van een gezonde leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad; b. er geen sprake is van onevenredige hinder voor de omgeving; en c. het belang van een veilige leefomgeving niet onevenredig wordt geschaad. Artikel 6 Vergunningvoorschriften Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het voorkomen van nadelige gevolgen voor een gezonde fysieke leefomgeving; of c. het voorkomen of beperken van hinder voor de omgeving.
31
Variant 3
Zorgplicht met maatwerkbevoegdheid
Toelichting Variant 3 is de ‘lichtste’ vorm van sturen op houtstook. Bij deze variant wordt er vanuitgegaan dat houtstook in het algemeen is toegestaan. Er gelden dus geen concrete regels voor houtstook. Degenen die hout stoken moeten dit echter wel zorgvuldig doen. Dat betekent dat zij alle maatregelen moeten treffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om overlast te voorkomen. Deze manier van sturen is minder strikt dan de APV nu doorgaans is. Deze variant komt er op neer dat de gemeente alleen in excessieve gevallen (achteraf) kan optreden tegen houtstook. Dat kan door direct handhavend op te treden (zoals beschreven in hoofdstuk 7), of door het stellen van maatwerkvoorschriften. In dat laatste geval zal de gemeente per geconstateerde overlastgevende situatie moeten aangeven op welke manier houtstook mag plaatsvinden. Deze variant past niet bij wijken met hoge ambities op het gebied van gezondheid en luchtkwaliteit; houtstook wordt in deze variant namelijk algemeen toegelaten. Deze variant zou in gebieden met minder ambities wel passend kunnen zijn. Het nadeel van deze variant is echter wel dat het lastig zal zijn om toe te zien op de naleving. De gemeente kan alleen achteraf optreden als er zich een exces heeft voorgedaan.
Bovendien zal de gemeente per geval uitgebreid moeten motiveren waarom en op welke manier er in een specifiek geval niet aan de zorgplicht wordt voldaan (en wat er moet gebeuren om daaraan wel te voldoen). Dit levert in het handhavingsspoor naar verwachting veel discussie op. Bovendien is het tijdrovend. Gesprekken met gemeentelijke toezichthouders ondersteunen deze conclusie.
Artikel 1 Aanwijzing milieubelastende activiteiten Als milieubelastende activiteit met beperkt effect wordt aangewezen het in de open lucht verbranden van hout of andere stoffen. Artikel 2 Zorgplicht Degene die een activiteit verricht als bedoeld in artikel 1 en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in deze paragraaf zijn gesteld, is verplicht: d. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; e. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en f. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: f. de activiteit louter dient voor sfeerverwarming; g. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; 32
h. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; i. de beste beschikbare technieken worden toegepast; en j. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt. Artikel 3 Maatwerkvoorschriften Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over artikel 2 met het oog op: d. het waarborgen van de veiligheid; e. het voorkomen van nadelige gevolgen voor een gezonde fysieke leefomgeving; of f. het voorkomen of beperken van hinder voor de omgeving.
Voorbeeldregel overgangsrecht Toelichting Zoals hierboven aangegeven kan een verbod met vergunningplicht ook worden overwogen voor bestaande woonwijken. Met het oog op de evenredigheid zal daarbij wel een overgangstermijn moeten worden gesteld. Voor bestaande situaties betekent dat dat het verbod pas na verloop van een bepaalde termijn ingaat.
Artikel 1 Overgangsrecht bestaande milieubelastende activiteiten houtstook Degene die voor [datum] een milieubelastende activiteit verricht die bestaat uit het gebruik van een vaste terrashaard die kan worden aangemerkt als een bouwwerk bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis (of: die bestaat uit het in de open lucht verbranden van hout of andere stoffen) mag deze activiteit nog gedurende vier jaar na [datum] verrichten.
33
Bijlage 3 Afkortingen Afkortingen Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State Besluit bouwwerken leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving Invoeringswet Omgevingswet Omgevingswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet milieubeheer Wet op de economische delicten WRO Wro
34
ABRvS Bbl Bkl InvwOw Ow Wabo Wm Wed Wet op de Ruimtelijke Ordening Wet ruimtelijke ordening