CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315712 Bijlage 1 Voortgangsrapportage luchtkwaliteit 2022 25052023

Commissie Leefomgeving 6 juni 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vervolg Commissiebrief inzake Aanzet tot actieplan luchtkwaliteit7.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgangsrapportage Luchtkwaliteit Den Haag 2022

April 2023

Inhoud Inhoud ........................................................................................................................................ 2 Inleiding ..................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Luchtkwaliteit..................................................................................................... 4 1.1 Regelgeving en beleid .................................................................................................. 4 1.2 Onderzoek en ontwikkelingen ..................................................................................... 5 Hoofdstuk 2: Monitoring en meting van de Haagse luchtkwaliteit .................................... 7 2.1 Berekeningen (monitoringstool) .................................................................................. 7 2.2 Metingen ....................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 3: Uitvoering van de maatregelen .................................................................... 15 3.1 Omruilregeling .............................................................................................................

15 3.2 Schone stadslogistiek ................................................................................................. 15 3.3 Schonere houtstook .................................................................................................... 16 3.4 Milieuzone dieselvoertuigen ....................................................................................... 17 3.5 Milieuzone brom- en snorfietsen ............................................................................... 18 3.6 Schone Taxi’s ............................................................................................................... 19 3.7 Stimuleren elektrisch rijden en uitbreiding laadinfrastructuur .............................. 19 Bijlage: Uitvoering moties houtstook ................................................................................... 21

Inleiding Met deze jaarlijkse voortgangsrapportage wordt verslag gedaan van de Haagse luchtkwaliteit volgens de landelijke monitoringstool en het Haagse meetnet. Daarnaast geeft het een overzicht van de belangrijkste landelijke en Europese beleidsontwikkelingen op het gebied van luchtkwaliteit van het afgelopen jaar. En verder wordt de stand van zaken van de uitvoering van de Aanpak Schoon Vervoer 2019-2022 (RIS 303606) weergegeven. In hoofdstuk 1 wordt de regelgeving beschreven en het beleid rondom luchtkwaliteit. Ook worden de belangrijkste ontwikkelingen in 2022 beschreven. Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de resultaten van de berekeningen en metingen van de luchtkwaliteit. Hoofdstuk 3 gaat in op de voortgang van de gemeentelijke maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Hoofdstuk 1: Luchtkwaliteit In dit hoofdstuk wordt de regelgeving beschreven en het beleid rondom luchtkwaliteit. Ook geeft het de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van luchtkwaliteit in 2022 weer. 1.1 Regelgeving en beleid Europese wet- en regelgeving Vanuit de Europese Unie gelden er grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de ‘Ambient Air Quality Directive’ (AAQD) 2008/50/EC zijn normen vastgesteld voor de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2.5) in de buitenlucht. De in deze richtlijn vastgestelde grenswaarden betreffen verplichtingen die gehaald moeten worden door alle EU-lidstaten. Nederland heeft deze grenswaarden opgenomen in de Wet milieubeheer. Den Haag voldoet aan deze grenswaarden. Deze wettelijke grenswaarden zijn over het algemeen een compromis tussen economische haalbaarheid en gezondheidseffecten. Het voldoen aan de grenswaarden betekent echter niet dat de lucht gezond is. WHO-advieswaarden De World Health Organization (WHO) heeft in 2005 voor het eerst advieswaarden vastgesteld voor luchtkwaliteit. Deze advieswaarden zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar gezondheidseffecten van blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen. Den Haag heeft als ambitie om in 2030 aan de WHO-advieswaarden te voldoen. Dit volgt uit de ondertekening van het Schone Lucht Akkoord in 2020 (RIS 304284).

In september 2021 heeft de WHO op basis van recente epidemiologische en toxicologische gegevens nieuwe advieswaarden vastgesteld voor de luchtkwaliteit (WHO, 2021). Verdere aanscherping Europese grenswaarden In reactie op de nieuwe WHO-advieswaarden heeft de Europese Commissie in oktober 2022 een voorstel gepubliceerd voor een nieuwe Europese richtlijn luchtkwaliteit, met daarin een aanscherping van de grenswaarden voor de meest luchtvervuilende stoffen, uiterlijk te behalen in 2030. Uiteindelijk streeft de Europese Commissie ernaar om in 2050 in heel Europa aan de WHO-advieswaarden uit 2021 te voldoen. Dit is in lijn met het bredere ‘Zero Pollution Action Plan' van de EU1. Onderstaand tabel toont de Europese grenswaarden, het nieuwe EC-voorstel en de WHO-advieswaarden (uit 2005 en 2021)

Component (in mg/m3)

EU huidige EC-voorstel grenswaarden nieuwe grenswaarden, te behalen in 2030

WHOWHO advieswaarden advieswaarden (2005) (2021)

PM2.5

25

10

10

5

PM10

40

20

20

15

NO2

40

20

40

10

Bron: tabel gemaakt o.b.v. voorstel nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit gepubliceerd (IPLO.nl) Den Haag voldoet aan de huidige Europese grenswaarden en werkt toe naar de WHO-advieswaarden (2005) in 2030. Verderop in de tekst wordt nader ingegaan op de nieuwe WHO-advieswaarden.

1

Zero pollution action plan (europa.eu)

Schone Lucht Akkoord (SLA) Den Haag heeft in 2020 het Schone Lucht Akkoord ondertekend. Samen met het Rijk, Provincies en andere gemeenten werkt Den Haag aan een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Gezamenlijk is als doel gesteld om toe te werken naar de WHO-advieswaarden (uit 2005) en een gezondheidswinst van 50% uit binnenlandse bronnen in 2030. Hiervoor levert Den Haag jaarlijks een update aan van de lopende en geplande maatregelen. Dit zijn maatregelen die Den Haag neemt of voornemens is te nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze maatregelen komen onder andere voort uit de Aanpak Schoon Vervoer. Nieuw actieplan luchtkwaliteit Den Haag zet zich al langere tijd in voor schone lucht in de stad. Om voortvarend aan de slag te gaan met de aangescherpte doelen, stelt Den Haag in 2023 een nieuw actieplan luchtkwaliteit op met concrete maatregelen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. 1.2 Onderzoek en ontwikkelingen Onderzoeken Gezondheidsraad In 2018 heeft de Gezondheidsraad het rapport ‘Gezondheidswinst door schonere lucht’ gepubliceerd2. De Gezondheidsraad geeft aan dat ‘zelfs bij concentraties onder de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO, luchtverontreiniging de gezondheid kan aantasten en tot vroegtijdige sterfte kan leiden. • De Gezondheidsraad adviseert prioriteit te geven aan het terugdringen van de concentraties fijnstof en stikstofdioxide.

Voorbeelden die worden genoemd zijn: emissies dieselvoertuigen terugdringen (door autoluwe binnensteden, milieuzones, snelheidsbeperking en het stimuleren van elektrisch vervoer) en door emissies door particuliere houtstook terug te dringen. Verder adviseert de Gezondheidsraad rekening te houden met hoog-risicogroepen. Dit zijn zowel mensen die langdurig verhoogd worden blootgesteld aan luchtverontreiniging, als mensen die vanwege leeftijd (kinderen en ouderen) of ziekte extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging. In 2021 heeft de Gezondheidsraad ook een rapport gepubliceerd over de ‘Gezondheidseffecten van ultrafijn stof’ in de buitenlucht. Ultrafijn stof is fijn stof dat bestaat uit een mengsel van deeltjes die kleiner zijn dan 0,1 micrometer. Langdurige blootstelling aan ultrafijn stof zou een negatieve invloed hebben op de gezondheid. Aanbevelingen om de uitstoot van ultrafijn stof te verminderen zijn bijvoorbeeld door weg- en vliegverkeer en industrie te beperken. Onderzoeken RIVM (2021) Houtstook In 2021 heeft het RIVM nieuwe cijfers gepubliceerd over emissies door houtstook door particulieren. Uit deze cijfers blijkt dat houtkachels en houthaarden vervuilender zijn dan eerder werd aangenomen. Door een nieuwe rekenmethode van het RIVM blijkt dat houtstook de oorzaak is van 23% van de uitstoot van fijnstof in Nederland. Eerder werd van 10% uitgegaan (RIVM, 2021).

Hierop heeft het Rijk een beleidsverkenning laten uitvoeren naar aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken (RHDHV, 2022)3 RIVM (2022): Inventarisatie maatregelen om WHO-advieswaarden in 2030 te halen Naar aanleiding van de nieuwe WHO-advieswaarden heeft het RIVM in 2022 geïnventariseerd welke maatregelen nodig zijn om op nationaal niveau aan de strengere WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen in 20304. Hieruit blijkt dat de waarden alleen met een ingrijpend pakket aan maatregelen in 2030 kunnen worden gehaald. De maatregelen zouden dan zowel voor Nederland als voor de rest van Europa moeten gelden. Zo zouden in grote steden alleen nog elektrische auto’s en vrachtwagens mogen rijden en moeten we naar minder veehouderij en minder vliegverkeer.

2

Gezondheidswinst door schonere lucht | Advies | Gezondheidsraad Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken | Rapport | Rijksoverheid.nl 4 Inventarisatie van benodigde maatregelen om WHO advieswaarden voor luchtkwaliteit in 2030 te realiseren | RIVM 3

Ook zouden bestaande industriële bedrijven moeten overschakelen op de schoonste technologie, zodat zij minder luchtvervuilende stoffen uitstoten. Verder zou een volledig verbod op houtstook nodig zijn.

Hoofdstuk 2: Monitoring en meting van de Haagse luchtkwaliteit De monitoring van de Haagse luchtkwaliteit vindt plaats door middel van 2 methoden: • Berekeningen (met de monitoringstool); • Metingen (met meetbuisjes). Hieronder volgt een korte toelichting op de twee methoden en de resultaten voor het jaar 2021. De gegevens over 2022 worden eind 2023 bekend. 2.1 Berekeningen (monitoringstool) Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bewaakt de luchtkwaliteit in heel Nederland met behulp van een landelijk rekenmodel, de zogenaamde monitoringstool. De berekeningen worden uitgevoerd door het RIVM. De input daarvoor bestaat uit verkeers- en bebouwingsgegevens en de achtergrondconcentraties van vervuilende stoffen. Met dit model wordt op alle relevante locaties in Nederland berekend of aan de, in de Wet milieubeheer vastgelegde, normen voor de luchtkwaliteit wordt voldaan. Ook wordt een prognose gegeven of de maatregelen uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) leiden tot het halen van de luchtkwaliteitsnormen. De monitoringstool geeft informatie over de luchtkwaliteit voor verschillende stoffen, waaronder: 1. Stikstofdioxide (NO2) 2. Fijn stof (PM10) 3. Fijn stof (PM2.5) 4. Roet Jaarlijks worden de invoergegevens maar ook het rekenmodel zelf geactualiseerd en zo mogelijk verbeterd.

Elk jaar worden de achtergrondconcentraties geijkt aan de gegevens van de meetstations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM. Ook actualiseert het RIVM jaarlijks de emissiefactoren van voertuigen, scheepvaart, industrie en landbouw, de meteorologie en de emissies uit het buitenland. Met de Monitoringsrapportage NSL 2022 is bepaald wat de jaargemiddelde concentraties in 2021 daadwerkelijk waren. Overzichtstabel: normen, minimum-maximum waarde en jaargemiddelde concentraties 2021 en prognosejaar 2030 (bron IMMD)

Stikstofdioxide (NO2) De monitoringstool berekent, op ruim vijfduizend toetspunten langs drukke wegen in de stad, de concentraties stikstofdioxide (NO2), zowel in het voorbije jaar 2021 als voor het prognosejaar 2030. Elk toetspunt is representatief voor ongeveer 100 meter wegvak. Voor NO2 geldt een Europese grenswaarde met een jaargemiddelde van 40 µg/m3. De advieswaarde van de WHO is voor NO2 gelijk aan de Europese grenswaarde, namelijk een jaargemiddelde van 40 µg/m3. 2021 In Den Haag werd volgens de monitoringstool in 2021 op alle toetspunten voldaan aan de geldende Europese jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 NO2. Den Haag voldoet aan de WHO-advieswaarde voor stikstof van 40 µg /m3. In Den Haag varieerden in 2021 de berekende jaargemiddelde concentraties stikstof tussen 13.7 en 40 µg /m3 met een gemiddelde van 22.8 µg /m3. Figuur 1 geeft een overzicht van de berekende gemiddelde concentratie stikstofdioxide (µg/m3) in 2021 in Den Haag

Prognose 2030 Uit de prognose van de landelijke monitoringstool is de verwachting dat Den Haag ook in 2030 aan de WHO-advieswaarde voor stikstof van 40 µg/m3 zal voldoen. De verwachting is dat in Den Haag de berekende jaargemiddelde concentraties stikstof variëren tussen 1.1 en 35 met een gemiddelde van 15.9 µg/m3.

Figuur 2 geeft een prognose van de gemiddelde concentraties stikstofdioxide (µg/m3) in 2030 in Den Haag

Fijn stof (PM10) De monitoringstool berekent de jaargemiddelde concentraties fijn stof (PM10). Het fijn stof betreft alle deeltjes in de lucht kleiner dan tien micrometer. Voor PM10 geldt een Europese grenswaarde van 40 µg/m³ jaargemiddeld. De WHO-advieswaarde ligt op 20 µg/ m3. 2021 Den Haag voldoet aan de Europese normen voor PM10 (40 µg/m3), en op 97.3% van de plekken aan de WHO-advieswaarde (20 µg/m3). In Den Haag varieerden de berekende jaargemiddelde concentraties PM10 tussen 15.2 en 21.3 met een gemiddelde van 18.2 µg/m3. Figuur 3 geeft een overzicht van de gemiddelde concentratie fijn stof PM10 (µg/m3) in 2021 in Den Haag

Prognose 2030 Uit de prognose van de landelijke monitoringstool is de verwachting dat Den Haag ook in 2030 aan de Europese normen voor PM10 (40 µg/m3) zal voldoen, en op 99.9% van de plekken aan de WHO-advieswaarde (20 µg/m3). De verwachting is dat in Den Haag de berekende jaargemiddelde concentraties PM10 variëren tussen 14 en 20.5 met een gemiddelde van 15.9 µg/m3. Figuur 4 geeft een prognose van de gemiddelde concentraties fijn stof (µg/m3) in 2030 in Den Haag

Fijn stof (PM2.5) De monitoringstool brengt ook de jaargemiddelde PM2.5 concentraties in beeld. Dit zijn fijnstof deeltjes in de lucht kleiner dan 2.5 µm. Hiervoor geldt een Europese norm van 25 µg/m³, vanaf 2020 is de Europese norm aangescherpt naar 20 µg/m³. De WHO-advieswaarde ligt op 10 µg/m. 2021 Den Haag voldoet aan de Europese normen voor PM2.5 (25 µg/m3) en op 60% van de plekken aan de WHO-advieswaarde (10 µg/m3). In Den Haag varieerden de berekende jaargemiddelde concentraties PM2.5 tussen 7.4 en 11.6 met een gemiddelde van 9.8 µg/m3. Figuur 5 Gemiddelde concentratie fijn stof PM2.5 (µg/m3) in 2021 in Den Haag

Prognose 2030 Uit de prognose van de landelijke monitoringstool is de verwachting dat Den Haag ook in 2030 zal voldoen aan de Europese normen voor PM2.5 (20 µg/m3), en op alle plekken aan de WHO-advieswaarde (10 µg/m3). In Den Haag verwachten we dat de berekende jaargemiddelde concentraties PM2.5 zullen variëren tussen 6.3 en 9 met een gemiddelde van 7.7 µg/m3. Figuur 6 geeft een prognose van de gemiddelde concentraties fijn stof PM2.5 (µg/m3) in 2030 in Den Haag

Roet Roet is elementair koolstof (EC) en onderdeel van fijn stof PM2.5. Roet lijkt verantwoordelijk voor een groot deel van de gezondheidseffecten van stedelijke luchtverontreiniging. Voor roet bestaan geen Europese grenswaarden of WHO-advieswaarden. De monitoringstool berekent sinds 2015 de roetconcentraties. 2021 Landelijk gemiddeld is de roetconcentratie in drukke straten 1.5-2.0 µg/m3, in stedelijk gebied 0.9-1.5 µg/m3 en in gebieden buiten de steden 0.5-1.0 µg/m3. Voor roet is er geen Europese norm of WHO-advieswaarde vastgesteld. In Den Haag varieerden in 2021 de berekende jaargemiddelde concentraties roet tussen 0.1 en 0.6 met een gemiddelde van 0.3 µg/m3.

Figuur 7 geeft een overzicht van de gemiddelde concentratie roet (µg/m3) in 2021 in Den Haag

Prognose 2030 Uit de prognose van de landelijke monitoringstool is de verwachting dat in 2030 in Den Haag de berekende jaargemiddelde concentraties roet zullen variëren tussen 0.2 en 0.4 met een gemiddelde van 0.3 µg/m3. Figuur 8 geeft een prognose van de jaargemiddelde concentraties roet (µg/m3) in 2030 in Den Haag

2.2 Metingen Naast de landelijke monitoring (berekening) van de luchtkwaliteit verrichten het RIVM en de gemeente zelf ook metingen. Sinds 2005 laat Den Haag NO2-metingen verrichten. Ze vormen een aanvulling op de maatgevende berekeningen met de landelijke monitoringstool. Deze metingen zijn indicatief en kunnen niet worden gebruikt om aan grenswaarden te toetsen. Daarnaast staan er RIVM-meetstations in Den Haag waar onder andere fijn stof en NO2 wordt gemeten. In 2022 is het vierde RIVM-meetstation in gebruik genomen, langs de Neherkade. Metingen stikstofdioxide (NO2) In Den Haag wordt door de gemeente op 30 locaties de concentratie stikstofdioxide (NO2) gemeten. In 2022 kwam het jaarrapport over de gemeentelijke NO2-metingen in 2021 beschikbaar. Het jaarrapport en de technische bijlage zijn als bijlagen toegevoegd bij deze voortgangsrapportage. Meetresultaten 2021 De gemeente laat de metingen uitvoeren door Buro Blauw. De jaarlijkse rapportage van Buro Blauw is te vinden op de gemeentelijke website (Haagse luchtkwaliteit monitoren). De NO2-concentraties zijn gemeten met de zogenaamde passieve monsternamemethode, ook wel aangeduid met Palmes diffusiebuisjes. Het meetprogramma is in 2021 ongewijzigd gebleven. De metingen zijn verspreid over de stad uitgevoerd, waarbij onder meer onderscheid is gemaakt tussen (buiten)wijken, drukke doorgaande wegen en het stadscentrum.

Trendanalyse Figuur 3.1 Verloop van de NO2-concentratie van verschillende soorten meetpunten over de totale meetperiode (2007-2021)

Bron: Buro Blauw, jaarrapportage stikstofdioxidemetingen Den Haag 2021 Voor het jaar 2021 is, in vergelijking met het jaar 2020, een toename te zien bij drukke wegen en woonwijken. De toename van de NO2-concentratie bij drukke wegen in vergelijking met 2020, maar een afname ten opzichte van andere jaren is veroorzaakt door de lockdownmaatregelen tijdens de coronapandemie.

Actuele Haagse luchtkwaliteit op www.luchtmeetnet.nl Behalve de NO2-gemiddelden is op de webpagina ‘Haagse luchtkwaliteit monitoren’ van de gemeentelijke website ook de actuele luchtkwaliteit te zien. Via een link naar www.luchtmeetnet.nl laten kleurcodes in één oogopslag zien hoe het er op dat moment met de luchtkwaliteit voorstaat. Dit betreft de vier meetstations van het RIVM. Wie uitzoomt ziet hoe zich dat verhoudt tot de gemeten luchtkwaliteit op andere plaatsen in het land. Door een station aan te klikken worden voor de verschillende gemeten stoffen de uurwaarden van de afgelopen zeven dagen zichtbaar. Ook de dagen jaargemiddelden van het station zijn zo eenvoudig beschikbaar. Vergelijking van metingen met berekeningen NO2-metingen met Palmes-buisjes mogen niet gebruikt worden voor toetsing aan normen. Ze geven wel een redelijk algemeen beeld van de luchtkwaliteit, en van de langjarige, dalende trend. In hoeverre geven deze metingen nu andere resultaten dan berekeningen? De concentratiewaarden van de NO2 meetpunten zijn vergeleken met de waarden die berekend zijn met de monitoringstool. De metingen van de afgelopen jaren hebben de betrouwbaarheid van het rekenmodel aangetoond. Vanaf 2019 wordt het meetprogramma NO2 op beperkte schaal voortgezet. Metingen fijn stof In Den Haag worden fijn stof metingen uitgevoerd door het RIVM.

Zowel landelijk als in Den Haag zien we dat de concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5, deels bestaand uit roet) afnemen. Het RIVM meet in Den Haag op vier plaatsen fijn stof. De vier meetstations maken deel uit van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Het LML bestaat uit tientallen stations met geavanceerde meetapparatuur voor een aantal stoffen en levert de achtergrondconcentraties in de monitoringstool. De uurgemiddelden zijn direct zichtbaar op www.luchtmeetnet.nl. Het gemeten jaargemiddelde fijn stof is de afgelopen 40 jaar landelijk sterk gedaald. Ook in Den Haag is die dalende trend door het RIVM gemeten. Slotsom De berekeningen en metingen komen nauw overeen. Zowel de berekeningen met de monitoringstool als de gemeentelijke en RIVM-metingen laten zien dat de luchtkwaliteit in Den Haag in grote lijnen de afgelopen jaren is verbeterd. Er is echter nog ruimte voor verdere verbetering.

Hoofdstuk 3: Uitvoering van de maatregelen Dit hoofdstuk gaat in op de voortgang van de maatregelen uit de Aanpak schoon vervoer (RIS 303606) en houtstook in 2022. Deze maatregelen zijn: - Continuering omruilregeling (3.1) - Schone stadslogistiek (3.2) - Schonere houtstook (3.3) - Milieuzone dieselauto's (3.4) - Milieuzone brom- en snorfietsen (3.5) - Schone taxi's (3.6) - Stimuleren elektrisch vervoer en uitbreiding laadinfrastructuur (3.7) Over de maatregelen uitbreiding van Walstroom Scheveningenhaven en uitbreiding milieuzone is in januari van dit jaar reeds separaat gerapporteerd in de commissiebrieven over de aanpak stikstofprobleem (RIS 314075/RIS 314088). De maatregelen worden hieronder nader toegelicht. 3.1 Omruilregeling Den Haag kent sinds 2009 een omruilregeling voor vervuilende voertuigen. De eerste jaren gericht op oude auto’s, vanaf 2016 ook voor brommers. Vanaf het begin van de regeling zijn bijna 9000 subsidies verleend voor het van de weg halen van oude auto’s en ruim 4000 subsidies voor brommers. Voor een bromfiets of snorfiets wordt een tegoed uitgekeerd van €400,- (houders Ooievaarspas: €750,-), voor een dieselauto een tegoed van €1000,- (houders Ooievaarspas: €1200,-) en voor een diesel bestelauto €1500,- (voor ondernemers). Dit tegoed kon worden besteed voor schoner vervoer (fiets of openbaar vervoer).

In 2022 zijn in totaal 540 voertuigen van de weg gehaald. Het gaat om 505 benzine brom- en snorfietsen en 35 dieselauto’s. De meeste aanvragers kozen voor een fietstegoed (85%). Daarnaast heeft ongeveer 12% voor een OV-chipkaart en 3% voor een HTM vrij reizen abonnement gekozen. 3.2 Schone stadslogistiek In 2022 zijn de voorbereidingen gestart om per 1 januari 2025 een zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto's in te voeren. Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt over de overgangsregelingen voor zowel vracht- als bestelauto's. Samen met de convenantpartners van het Platform Stedelijke Distributie Den Haag zijn er diverse acties en communicatie-uitingen geweest. Hiermee werd onder andere aandacht gevraagd voor de komst van de zero-emissiezone voor stadslogistiek door het plaatsen van informatie en artikelen over koplopers op de website van het Platform en op social media. De pilot gedeelde elektrische bestelbus BIZ Weimarstraat is in 2022 afgerond. Tijdens deze pilot konden winkeliers in de Weimarstraat ervaren hoe het is om met een elektrische bestelbus te rijden en ook hoe het is om een voertuig te delen met andere ondernemers. In vervolg op de pilot gedeelde elektrische bestelbus BIZ Weimarstraat, is Den Haag, in samenwerking met Leaseplan Nederland en Autobedrijf Zeeuw & Zeeuw, de Roadshow ‘Elektrisch rijden voor winkeliers’ gestart.

Hierbij mogen ondernemers van een BIZ of winkeliersvereniging gezamenlijk twee maanden gratis gebruik maken van een elektrische deelbestelauto. De afstemming van het gebruik gaat via een app. Op deze manier wordt bewustwording en draagvlak gecreëerd. Ook wordt onderzocht hoe de overstap naar elektrisch rijden bevalt en hoe deelmobiliteit wordt ervaren. Onder de titel 'Trap je bus eruit' is de gemeente Den Haag, samen met Techniek NL en Zuid Holland Bereikbaar, in 2022 met een probeeractie gestart waarbij installatiebedrijven gratis twee maanden gebruik mogen maken van twee verschillende elektrische bakfietsen.

In 2022 is, samen met het Platform Stedelijke Distributie, gestart met het evalueren en updaten van het convenant Stedelijke Distributie Den Haag 2018. Eind 2022 zijn we gestart met het aanbieden van gratis wagenparkscans aan ondernemers in Den Haag om ze te helpen met de transitie naar schone bestel- en vrachtauto's. Bij deze wagenparkscan krijgen ondernemers advies van een logistiek makelaar, die hen helpt met alle vragen rondom de overstap naar uitstootvrije voertuigen. Er is in 2022 bij zeven bedrijven een wagenparkscan uitgevoerd. Door samen te werken met de logistieke HUB hebben we schadelijke uitstoot kunnen voorkomen. De logistieke HUB is, in samenwerking met het Rijk en nog enkele grote spelers (onder andere Shell), in het leven geroepen om de vervoersbewegingen in de stad terug te dringen en de uitstoot te verminderen. De HUB ligt aan de rand van de stad, centraal ten opzichte van alle grote toevoerwegen. Leveranciers die willen leveren aan de gemeente Den Haag doen dit door hun goederen af te leveren aan de HUB en van daaruit wordt het emissieloos verder bezorgd naar de vijf gemeentelijke locaties met een goederenontvangst. De Zilverstraat wordt gebruikt als overslaglocatie waarna de goederen ook door de afdeling Vervoer & bezorgservices emissieloos naar de overige locaties gereden worden die geen goederenontvangst hebben (circa 87 locaties).

In 2022 zijn we van zes naar twaalf leveranciers gegaan. Door meer soorten producten via de HUB te laten vervoeren is de bespaarde uitstoot in 2022 aanzienlijk toegenomen, van 1.870 kg naar 2.820 kg bespaarde CO2 uitstoot. 3.3 Schonere houtstook In Den Haag had in 2021 ongeveer 11% van de huishoudens een open haard en 4% een houtkachel (bron: Stadsenquête). Voor 2022 zijn er geen cijfers bekend. Houtstook overlast Overlast door houtstook kan bij de gemeente worden gemeld via het Meldpunt Woonoverlast. Sinds 2018 kunnen hier klachten over houtstook worden gemeld. Tabel: aantal houtstook klachten in Den Haag (bron Meldpunt Woonoverlast) Aantal houtstook klachten

2020 31

2021 33

2022 30

Het aantal klachten over overlast door houtstook is sinds 2020 stabiel. In 2022 waren er 30 overlastmeldingen gerelateerd aan houtstook. Dit aantal ligt lager dan het jaar daarvoor en is wellicht te verklaren door de relatief warme herfstperiode. Ten opzichte van het totale aantal klachten dat binnenkomt bij het Meldpunt Woonoverlast is het aantal houtstook klachten beperkt (circa 1%). De bovenstaande tabel geeft een overzicht. Door het schoner worden van andere bronnen, zoals verkeer, neemt het aandeel van houtstook in de uitstoot van fijnstof de komende jaren toe. De gemeente wil de bewustwording van de gezondheidseffecten van houtstook vergroten en de hinder en overlast ervan verminderen. Voorlichting In 2022 is er in de zomer een voorlichtingscampagne gevoerd met facebookadvertenties en online informatie gericht op barbecueën en vuurkorven. In de winter is de campagne gericht op open haarden en kachels. Er zijn in heel Den Haag informatieborden langs de weg geplaatst met de oproep om rekening te houden met de buren wanneer de kachel aan gaat. Stookalert Ook heeft de gemeente in de winter van 2022 een stookalert afgegeven. Wanneer de weersomstandigheden ongunstig zijn (bij mistig of windstil weer) blijft de rook namelijk hangen en

geeft dit meer overlast en gezondheidsklachten. Het RIVM geeft dan een alert af met het dringende advies om geen hout te stoken. De gemeente heeft deze oproepen via social media en via digitale muurkranten verspreid. Onderzoek TNO: Houtstook in de buitenlucht en de gezondheid van kinderen In 2022 heeft het college onderzoek laten doen door TNO naar de relatie tussen houtstook in de buitenlucht (kampvuren) en het effect op de gezondheid van kinderen. Uit het literatuuronderzoek van TNO is gebleken dat er nog weinig onderzoek is gedaan naar houtrook en kinderen. Met experts van onder andere scouting, het Longfonds en het RIVM is er een advies richtlijn opgesteld. De boodschap hiervan is: houtrook is niet gezond, het is beter om het niet te doen. Als het kan, zoek dan naar alternatieven voor een kampvuur. TNO heeft een lijst alternatieven ontwikkeld en deze getest met kinderen op een buitenschoolse opvang in Den Haag.

Het gaat hierbij om alternatieven voor de gezelligheid van kampvuur (bijvoorbeeld een haardvuur op tv/laptop/digibord, een tent met lampjes en muziek of lampjes op zonne-energie), een alternatief voor het pedagogisch aspect van kampvuur (leren omgaan met vuur/hitte, bijvoorbeeld kaarsen en elektrisch koken), alternatieven voor de warmte van kampvuur (bijvoorbeeld warmtepads of een terrasverwarming/heater (elektrisch)) en alternatieven voor koken bij kampvuur (bijvoorbeeld elektrisch koken of een zonne-energie/solar/qvist kookset). Als je dan toch een kampvuur maakt, neem dan beschermende maatregelen. Bijvoorbeeld door droog hout te gebruiken en niet in de rook te gaan zitten. Het rapport5 is onlangs gepubliceerd. Er is eveneens een flyer6 ontwikkeld door TNO om kinderdagverblijven, scouting en sportverenigingen te informeren. Uitvoering moties houtstook Tijdens de raadsvergadering van 15 en 16 december 2021 zijn er bij de bespreking van de beantwoording schriftelijke vragen ‘Meer doen tegen houtstook’ drie moties ingediend over houtstook: 1.‘Verspreid Stookalert breder’ (RIS 311150) 2.‘Minder uitstoot door houtstook’ (RIS 311152) 3.‘Voorbereiden structurele oplossingen fijnstofuitstoot kachel/haard’ (RIS 311153) Deze moties zijn op 15 februari 2022 schriftelijk afgedaan. De verzoekpunten uit de motie ‘Verspreid Stookalert breder’ (RIS 311150) zijn direct uitgevoerd.

In de bijlage is de uitvoering van de moties ‘Minder uitstoot door houtstook’ (RIS 311152) en ‘Voorbereiden structurele oplossingen fijnstofuitstoot kachel/haard’ (RIS 311153) opgenomen. 3.4 Milieuzone dieselvoertuigen De milieuzone voor vrachtverkeer bestaat sinds 2008. Sinds die tijd zijn de toelatingseisen om binnen de milieuzone te mogen rijden een aantal keren aangescherpt. Deze eisen zijn landelijk afgesproken tussen overheden en de brancheorganisaties. De laatste aanpassing vond plaats in 2022: sinds 1 januari 2022 mogen alleen nog maar de schoonste diesel vrachtauto’s met emissieklasse 6 de milieuzone in. Vanaf 1 januari 2022 geldt de milieuzone ook voor autobussen. Vanaf 1 juli 2021 is de milieuzone ook van toepassing op diesel personen- en bestelauto’s. Alleen personen- en bestelauto's met emissieklasse 4 of hoger mogen in de milieuzone rijden. Handhaving De milieuzone voor dieselvoertuigen wordt gehandhaafd met camera’s langs de toegangswegen die kentekens kunnen lezen. Bij de start van een milieuzone of bij een aanscherping van het toegangscriterium wordt er de eerste maanden niet beboet, maar wordt een waarschuwingsbrief gestuurd aan een overtreder. Zo zijn er de eerste drie maanden van 2022 ruim 1500 waarschuwingsbrieven gestuurd voor overtredingen met een diesel vrachtauto of touringcar.

5 6

https://publications.tno.nl/publication/34640361/db9y65/TNO-2022-R12704.pdf https://publications.tno.nl/publication/34640596/DdB49Z/TNO-2023-kampvuur.pdf

De naleving is groot, het aantal boetes blijft beperkt tot minder dan een 0,5% van het gescande aantal voertuigen. Ontheffingen Er zijn in 2022 in totaal 2200 ontheffingen verleend voor een dieselvoertuig. Dat betrof bijna 2000 keer een dagontheffing voor een vracht- of bestelauto. Verder zijn er ruim 250 langdurige ontheffingen verleend, waarvan 206 voor een vrachtauto, de rest van de langdurige ontheffingen betreft personenauto's, bestelauto's en touringcars. Effect van de zone Voor de milieuzone dieselvoertuigen wordt het effect gemeten door te kijken naar de aantallen en soorten voertuigen die geregistreerd staan in Den Haag en door tellingen van wat er op de weg rijdt in de milieuzone en op de centrumring. Voor aanscherping van de milieuzone voor vrachtauto’s had 22% van de in de milieuzone waargenomen diesel vrachtauto’s een emissieklasse 5 of lager. Na de aanscherping per 1 januari 2022 was dat nog maar 9%. Dit laatste percentage betreft voor het overgrote deel voertuigen met een vrijstelling of een ontheffing. Voor invoering van de milieuzone voor diesel personen- en bestelauto’s had 4% van de waargenomen voertuigen in de milieuzone een emissieklasse van 3 of lager. Na invoering van de milieuzone was dat nog maar 0,5%.

Eenzelfde effect is te zien op de centrumring, die niet tot de milieuzone behoord, maar waar het verkeer na aanscherping of invoering van de milieuzone ook schoner wordt. Zo zorgt dit uitstralingseffect van de milieuzone in de hele stad voor minder uitstoot. 3.5 Milieuzone brom- en snorfietsen Deze milieuzone betreft de hele gemeente en is bedoeld om vervuilende 2-takt brom- en snorfietsen uit de stad te weren. De milieuzone is gestart per 1 december 2021. Er wordt gehandhaafd met camera’s die de kentekens van de brom- en snorfietsen kunnen lezen. Omdat aan de hand van een kenteken niet is te zien of een brommer 2-takt is, maar wel hoe oud een voertuig is, wordt gekeken naar de leeftijd. Brommers uit 2010 of ouder mogen niet in de stad rijden. Voor een 4-takt brommer uit 2010 of ouder, die minder vervuilend is, kan een ontheffing worden aangevraagd. Ook kan jaarlijks een ontheffing worden aangevraagd voor een oldtimer (ouder dan 30 jaar) om 40 dagdelen per jaar in de milieuzone te rijden. Verder is ontheffing mogelijk om medische redenen. Handhaving Voor de handhaving wordt gebruik gemaakt van een aantal camera’s die telkens op verschillende plekken worden opgehangen. In 2022 was minder dan 0,5% van de rondrijdende brom- en snorfietsen in overtreding. Hiermee kunnen we stellen dat de naleving van de milieuzone brom- en snorfietsen goed is.

Ontheffingen Er zijn in 2022 bijna 850 ontheffingen verleend. Daarvan waren er 660 voor een 4-takt brommer, twee om medische redenen en 180 voor een jaarontheffing voor een oldtimer. Van de jaarontheffing voor oldtimers is ruim 1200 keer gebruik gemaakt om een dagdeel te rijden. Hiervan wordt vooral in de zomerperiode gebruik gemaakt. Effect van de zone Om het effect van de zone te meten, is gekeken naar de aantallen brom- en snorfietsen die geregistreerd staan in Den Haag en zijn er tellingen gehouden. Voor invoering van de zone was circa 50% van de in Den Haag geregistreerde brom- en snorfietsen uit 2010 of ouder. Een jaar na invoering van de milieuzone was dat nog maar 33%. Met een groot deel van deze oudere voertuigen wordt vermoedelijk niet gereden. Uit tellingen blijkt dat voor invoering 20% van de brom- en snorfietsen op de weg in Den Haag uit 2010 en ouder was. Een jaar na

invoering is dat nog maar 8%. Ook is het aantal waargenomen elektrische brommers gestegen van 2,3% naar 19%. Opgemerkt moet worden dat een deel van de voertuigen uit 2010 en ouder die nu nog worden waargenomen een 4-takt betreft, met een ontheffing om in de milieuzone te rijden. Het schoner worden van het verkeer is uiteraard niet alleen het gevolg van de milieuzone, maar voertuigen worden ook autonoom steeds schoner door landelijke en Europese regelgeving. 3.6 Schone Taxi’s In april 2022 is het lokale plan van aanpak ‘Emissieloos Taxivervoer Den Haag’ vastgesteld en heeft het college van burgemeester en wethouders het landelijke ‘Afsprakenkader Emissieloos Taxivervoer’ (RIS 311807) ondertekend. Met dit Afsprakenkader en plan van aanpak heeft het college aangegeven dat zij de intentie heeft om vanaf 2025 een zero-emissiezone voor taxivoertuigen te gaan invoeren. Deze afspraken zijn in samenspraak met Stichting Taxi Haaglanden (STH) tot stand gekomen. Uit het plan van aanpak volgt onder andere dat de gemeente Den Haag de zero-emissiezone gaat invoeren en snelladers zal realiseren op een tweetal taxistandplaatsen. In 2022 is gestart met de voorbereiding van de implementatie van een zero-emissiezone voor taxivoertuigen. Hiervoor is intern de werkgroep invoering zero-emissiezone opgericht, die bestaat uit medewerkers van DSB/BAS, DSB/SB/Vergunningen en DSB/SB/HHO.

Deze werkgroep richt zich op het opstellen van het verkeersbesluit en de beleidsregel ontheffingen, en alle noodzakelijke maatregelen die nodig zijn voor de daadwerkelijke invoering van de zone (bebordingsplan, handhavingsplan, koppeling van de ANPR-camera’s aan de RDW-database, koppeling aan database centraal loket, communicatie etc.). Daarnaast is in overleg met de taxibranche (STH) en de afdeling Laadinfrastructuur bepaald op welke taxistandplaatsen in Den Haag er snelladers geplaatst zullen worden. Er is gekozen voor de locaties Centraal Station en Hollands Spoor. De voorbereidingen voor de aanbesteding van deze snelladers zijn in 2022 gestart. Deze snelladers zullen in 2023 gerealiseerd worden. 3.7 Stimuleren elektrisch rijden en uitbreiding laadinfrastructuur In 2022 is het ‘Uitvoeringsplan openbare laadinfrastructuur voor elektrische personenauto's 20212024’ (RIS 311235) vastgesteld. Hiermee kan de uitrolsnelheid van de openbare laadpalen tot en met 2024 worden verdubbeld van circa 200 naar circa 400 per jaar, bij gelijkblijvende omstandigheden. In 2022 zijn er 410 laadpalen (circa 820 laadpunten) bijgekomen in de stad. Het totale aantal openbare laadpalen komt hiermee op circa 2385. Reguliere laadpalen hebben twee laadpunten, dit betekent dat er nu circa 4770 openbare laadpunten in de stad zijn.

Op het openbare netwerk is in 2022 ruim 20 miljoen kWh geladen, een stijging van ruim 61% ten opzichte van 2021.

De aanbesteding voor kortparkeersnelladers is verder voorbereid en zal in het eerste kwartaal van 2023 worden gepubliceerd. Voor de realisatie van laadpleinen zijn verschillende potentiële locaties onderzocht en voorbereid. Eind 2022 is gestart met werkzaamheden bij de huidige snellaadstations in het Beatrixkwartier en de Leidsestraatweg om zowel het aantal snelladers als de laadsnelheid te verhogen.

Bijlage: Uitvoering moties houtstook Tijdens de vergadering van 15 en 16 december 2021 zijn er bij de bespreking van de beantwoording schriftelijke vragen ‘Meer doen tegen houtstook’ drie moties ingediend over houtstook: 1.‘Verspreid Stookalert breder’ (RIS 311150) 2.‘Minder uitstoot door houtstook’ (RIS 311152) 3.‘Voorbereiden structurele oplossingen fijnstofuitstoot kachel/haard’ (RIS 311153) Deze moties zijn op 15 februari 2022 schriftelijk afgedaan. De verzoekpunten uit de motie ‘Verspreid Stookalert breder’ (RIS 311150) zijn direct uitgevoerd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoering van de laatste twee moties over houtstook. De ondersteunende rapporten zijn als bijlage toegevoegd.

Uitvoering motie ‘Minder uitstoot door houtstook’ In de eerste motie ‘Minder uitstoot door houtstook’ (RIS 311152) werd het college verzocht: 1.‘Te onderzoeken wat aan landelijke en lokale wetgeving nodig is om alleen houtkachels die voldoen aan de Europese Ecodesign standaard toe te staan om gebruikt te worden binnen de Haagse gemeentegrenzen; 2.Te onderzoeken en te bespreken met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hoe de in het Koninklijk Besluit genoemde voornemen om 'Voor nieuwe wijken en de meest hoogbelaste, dicht bewoonde gebieden (...) samen met gemeenten (te onderzoeken) hoe houtstookvrije wijken kunnen worden gerealiseerd en deze ook houtstookvrij te houden’ gerealiseerd kan worden in Den Haag; 3.Te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de overlast van houtrook mee te nemen in de omgevingsvisie en omgevingsplannen voor Den Haag als onderdeel van het implementeren van de Omgevingswet. Hieronder volgt puntsgewijs een toelichting op de onderzoeken. •

Landelijke en lokale wetgeving om Europese Ecodesign standaard voor Haagse houtkachels te verplichten

Sinds 1 januari 2022 gelden er strengere Europese regels voor nieuw te verkopen houtkachels. Deze nieuwe kachels stoten minder luchtverontreinigende stoffen uit. Het college is verzocht om te onderzoeken wat aan landelijke en lokale wetgeving nodig is om alleen houtkachels die voldoen aan de Europese Ecodesign standaard toe te staan om gebruikt te worden in Den Haag. Het informatiepunt Leefomgeving (IPLO) geeft aan dat landelijke wetgeving over de bouwtechnische eisen van woningen en installaties (en dus houtkachels en open haarden) zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012.

Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 bevat de technische voorschriften waaraan gebouwen (inclusief rookkanalen en kachels) moeten voldoen. Het gaat hierbij om regels die betrekking hebben op brandveiligheid en regels die ervoor zorgen dat rook snel genoeg weg kan trekken. Als aan deze eisen wordt voldaan dan is de aanwezigheid van de kachel en het rookkanaal toegestaan. Deze regels zijn uitputtend, wat betekent dat een gemeente onder de huidige wetgeving geen ruimte heeft om hieraan aanvullende of afwijkende regels te stellen. De gemeente heeft ook geen ruimte om privaatrechtelijke afspraken te maken die afwijken van het Bouwbesluit 2012 (Artikel 122 Woningwet). Een verplichting tot gebruik van Ecodesign kachels binnen Haagse gemeentegrenzen is daardoor niet mogelijk.

Omgevingswet: Besluit bouwwerken leefomgeving Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de technische voorschriften voor gebouwen opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Het Bbl bevat technische voorschriften waaraan kachels, rookkanalen (en eventuele toebehoren) in een woning moeten voldoen.

Deze voorschriften zijn, net als het Bouwbesluit 2012, uitputtend. Het Bbl geeft de gemeente overigens wel enige ruimte om aanvullende regels te stellen; dat kan in het omgevingsplan via maatwerkregels. De maatwerkregels kunnen echter geen betrekking hebben op kachels, rookkanalen en eventuele toebehoren in woningen. Dat betekent dat de gemeente ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet de aanwezigheid van een houtkachel, rookkanaal (en toebehoren) in een woning niet kan verbieden of daaraan specifieke technische eisen kan stellen. De Haagse Pandbrigade kan wel handhavend optreden als niet aan de technische voorschriften van het Bbl wordt voldaan.

Conclusie Uit het bovenstaande blijkt dat de gemeente niet bevoegd is om aanvullende technische eisen te stellen aan woningen met betrekking tot houtkachels, rookkanalen (en toebehoren) en open haarden. Dat is in de huidige regelgeving zo en dat wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet anders. Wel is het mogelijk om beleid op te stellen in geval van vervanging of verbetering van bestaande kachels Bijvoorbeeld door het stimuleren van schonere alternatieven (voorlichting, subsidies) of door uitfasering van de meest vervuilende kachels stimuleren (sloopregeling). Ook kunnen er voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van de kachels en materieel (zoals minimale afvoerhoogte, gebruik van filters, eenmalige inspectie of periodieke keuring) • Houtstookvrije wijken Als onderdeel van het Schone Lucht Akkoord is de pilot ‘Houtstookvrije wijken’ gestart. Doel van de pilot was te onderzoeken hoe een houtstookvrije (nieuwbouw) wijk kan worden gerealiseerd. De gemeente Helmond nam deel aan deze pilot en heeft een juridische verkenning uit laten voeren naar de mogelijkheden van een houtstookarme wijk onder de omgevingswet. De rapportage is in de bijlage toegevoegd.

Juridische verkenning houtstookarme wijk onder de Omgevingswet Uit de juridische verkenning van de gemeente Helmond blijkt dat onder huidig recht de bevoegdheid van de gemeente om regels te stellen over houtstook zeer beperkt is. In het bestemmingsplan kunnen geen regels worden opgenomen over houtstook binnen of buiten de woning. Het bestemmingsplan mag ook niet voorschrijven dat het verboden is om een open haard danwel rookkanaal in de woning aanwezig te hebben. In het Bouwbesluit 2012 worden rookkanalen en open haarden namelijk toegestaan. Omdat het Bouwbesluit 2012 uitputtend regelt waar gebouwen aan moeten voldoen, heeft een gemeente geen ruimte om hierover zelf nog regels te stellen. Ook onder de Omgevingswet is het niet mogelijk om houtstook in woningen te verbieden. Wat er wel kan, is nieuwbouwwoningen zonder houtkachel en rookkanaal opleveren en vooraf met nieuwe bewoners te communiceren dat het in de nieuwbouwwijk niet wenselijk is dat er hout gestookt wordt. Dit is de methode die Helmond heeft toegepast om een houtstookarme wijk te realiseren, met zo min mogelijk houtstook.

Houtstook in de APV Ook de APV biedt mogelijkheden om regels te stellen over houtstook, maar die regels kunnen alleen gaan over houtstook buiten de woning (in de openbare ruimte). In de Haagse APV (artikel 5:34) is opgenomen dat het verboden is om in de openlucht afvalstoffen te verbranden, of anderszins vuur aan te leggen. Uitzonderingen zijn gemaakt voor: sfeervuren (zoals terrashaarden en vuurkorven) en vuur voor koken, bakken en braden. • Houtrook overlast in de omgevingsvisie en omgevingsplannen De komst van de Omgevingswet brengt diverse mogelijkheden met zich mee om de overlast door houtrook op te nemen. Deze mogelijkheden zijn onderzocht in de Routewijzer Houtstook (Routewijzer houtstook en overlast Schone lucht akkoord). Hieronder worden de mogelijkheden nader toegelicht aan de hand van drie kerninstrumenten van de Omgevingswet: 1. De omgevingsvisie 2. Het programma 3. Het omgevingsplan

Houtstook in de omgevingsvisie De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van de gemeente voor de hele fysieke leefomgeving binnen haar grondgebied. In de omgevingsvisie kan de gemeente ambities rondom houtstook opnemen. Deze ambities kan de gemeente vervolgens uitwerken in een programma en/of bindende regels in het omgevingsplan. Uitgangspunten in de omgevingsvisie kunnen bijvoorbeeld zijn: 1. Gezondheid voor iedereen 2. Overlast houtstook beperken 3. Ontmoedigen van houtkachels in nieuwe woningen

Houtstook in een programma De gemeente kan ervoor kiezen om een programma te maken voor houtstook. Hiermee kunnen globale, algemene doelen uit de omgevingsvisie concreter worden uitgewerkt tot maatregelen om het gewenste doel te bereiken. Ook kan worden stilgestaan bij de uitvoeringsaspecten. Voor houtstook zou een (onverplicht) programma zinvol kunnen zijn. Een programma ‘houtstook’ zou bijvoorbeeld de volgende onderwerpen kunnen beslaan: • Inzet communicatiemiddelen, voorlichtingscampagnes. Dat valt buiten het bereik van de Omgevingswet, maar het kan wel bijdragen aan de doelstellingen die de gemeente heeft op het gebied van gezondheid. • Inhoud en richting omgevingsplan. Het programma kan een basisrichting op beleidsniveau geven voor regels in het omgevingsplan die gaan over houtstook. Bijvoorbeeld dat houtstook alleen onder bepaalde voorwaarden is toegestaan. • Inzet financiële middelen. De inzet van subsidies valt buiten het bereik van de Omgevingswet, maar subsidies kunnen mogelijk wel bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van de gemeente door het stimuleren van schonere alternatieven of voor het verwijderen van een rookkanaal uit een woning. • Handhavings- en uitvoeringsaspecten. Uitvoeringsaspecten die kunnen worden opgenomen in een programma zijn onder andere het toezicht op de naleving van de regels uit het omgevingsplan.

Is er voldoende capaciteit en kennis bij de toezichthouders, beschikken zij over voldoende instrumenten, zoals een vochtmeter om het vochtgehalte in het hout te meten?

Houtstook in het omgevingsplan In het omgevingsplan heeft de gemeente de mogelijkheid om regels te stellen over activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Deze regels kunnen gaan over hoe de gemeente de fysieke leefomgeving wil ontwikkelen of juist beschermen. De gemeente kan voor ieder gebied zeggen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, en onder welke voorwaarden. Bij het stellen van regels over houtstook is het van belang zich te realiseren dat het stoken van hout een ‘milieubelastende activiteit’ is. Een milieubelastende activiteit is: 'een activiteit die nadelige

gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit'.

De gemeente kan in het omgevingsplan regels stellen voor het stoken van hout aan huis, als milieubelastende activiteit met als doel om negatieve effecten op de leefomgeving te beperken. Het kan daarbij gaan om het gebruik van een kachel of open haard binnenshuis. Maar gemeenten kunnen ook regels stellen voor bijvoorbeeld vuurkorven en buitenhaarden in de tuin of op het terras.

Voorbeelden van regels in het omgevingsplan De regels moeten gaan over de fysieke leefomgeving. Ze kunnen zich richten op het beperken van de luchtvervuiling en het voorkómen of verminderen van overlast voor omwonenden. Gemeenten kunnen regels opstellen voor specifieke gebieden of gebiedstypen, als daarvoor een goede onderbouwing is.

Belangrijke punten van aandacht hierbij zijn de handhaafbaarheid van de regels en capaciteit voor het toezicht op de regels. Dit betekent dat er duidelijke criteria moeten zijn waarop gehandhaafd moet worden en er moet genoeg capaciteit zijn om dit te kunnen uitvoeren. Uitvoering motie: ‘Voorbereiden structurele oplossingen fijnstofuitstoot kachel/haard’ In de motie ‘Voorbereiden structurele oplossingen fijnstofuitstoot kachel/haard’ (RIS 311153) werd het college verzocht: 1. Om met Haagse houtkachelleveranciers en schoorsteenvegers het gesprek aan te gaan hoe eigenaren van houtkachels en open haarden beter op de hoogte gebracht kunnen worden van het nut en de noodzaak van houtrookfilters met katalysatortechniek, zodat meer houtstokers deze houtrook filters gaan gebruiken en hiermee de uitstoot van fijnstof en roet van houtstook te verminderen; 2. Een cursus aan te bieden vanuit de gemeente en/of houtkachelleveranciers over de beste manier om hout te stoken met verminderde fijnstof-uitstoot. Hieronder volgt puntsgewijs een toelichting op de onderzoeken. • Gesprek met de Nederlandse Haarden en Kachelbranche Het college heeft toegezegd in gesprek te gaan met de Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (SNHK) om te bezien hoe de uitstoot van fijnstof en roet van houtrook te verminderen.

In dit gesprek is op verzoek van de raad in de eerste plaats het gebruik van houtrookfilters en katalysatoren besproken. Uit onderzoek van de kachelbranche zelf is echter gebleken dat het effect van filters en katalysatoren beperkt is. Het rapport van de NHK is in de bijlage toegevoegd. De beperkte effectiviteit wordt tevens bevestigd door onderzoek van het RIVM, waarin de effectiviteit van elektrostatische filters berekend is op 50-85% (bron: Kennisdocument Houtstook Nederland). De kachelbranche geeft aan dat filters en katalysatoren geen brede oplossing bieden voor houtstook overlast. Uit laboratoriumtesten komen positieve resultaten naar voren, maar in de praktijk raken de filters verontreinigd en verliezen ze op den duur hun werking, óók als de filters tijdig en grondig worden gereinigd. Een effectievere aanpak om overlast door houtstook te voorkomen is, volgens de kachelbranche, om bewustwording te creëren over het stookgedrag en het type kachel dat wordt gebruikt. Hierbij kan worden gelet op: 1. de grootte van de kachel (ten opzichte van de ruimte die wordt gebruikt) 2. hoe ‘schoon’ de kachel is (voldoet deze aan de Europese Ecodesgin eisen) 3. wat voor type hout wordt gebruikt (droog en onbehandeld hout) 4. de aanmaakmethode (Zwitserse methode) 5. het onderhoud van de kachel (tijdig schoorsteenvegen) 6.

de frequentie en duur van het stoken (minder lang en minder vaak stoken) • Stooktraining in Den Haag In de motie ‘Minder uitstoot door houtstook’ (RIS 311152) is het college verzocht om ‘Een cursus aan

te bieden vanuit de gemeente en/of houtkachel leveranciers over de beste manier om hout te stoken met verminderde fijnstof-uitstoot’.

In Utrecht zijn vorig jaar stooktrainingen eenmalig digitaal aangeboden aan inwoners. Dit heeft tot veel ophef geleid. Er werd gesuggereerd dat Utrecht door het geven van trainingen in samenwerking met de Kachelbranche het stoken van hout zou promoten. Het college heeft na ambtelijk overleg met Utrecht besloten om in plaats van een stooktraining een filmpje op de gemeentelijke pagina te plaatsen. In het voorlichtingsfilmpje worden stooktips gegeven en het geeft weer waar iemand rekening mee moet houden wanneer de kachel aan gaat7.

7

Den Haag - Verstandig hout stoken en barbecueën

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12836774/1