RIS315663 Afdoening motie Duidelijke odracht voor het IPP
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSO/10556671 RIS315663 Contactpersoon
Bas van den Hurk Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Grondbedrijf Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
22 december 2023
bas.vandenhurk@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Duidelijke opdracht voor het IPP’
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het voorstel inzake ‘Zienswijzeprocedure Begrotingswijziging 2023 t.b.v. Investeringsagenda IPP Haaglanden februari 2023’ (RIS314962) op 25 mei 2023 de door het raadslid de heer De Ridder ingediende motie ‘Duidelijke opdracht voor het IPP’ (RIS315663) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: de uitbreiding rechtsgebied van het bedrijventerrein Westvlietweg voor het IPP, het IPP rechtsbekwaam maakt op dat bedrijventerrein. Overwegende, dat: het goed is dat het IPP daardoor op het bedrijventerrein Westvlietweg kan optreden tegen onwenselijke situaties en kleine aanpassingen kan doen die het bedrijventerrein aantrekkelijker maken; het IPP door deze uitbreiding de mogelijkheid heeft om grote ontwikkelingen te onderzoeken en vorm te geven op het bedrijventerrein Westvlietweg. Van mening, dat: het onwenselijk is als het IPP het bedrijventerrein Westvlietweg op grote schaal gaat aanpassen of verbouwen voordat de gemeenteraad van Den Haag een duidelijke integrale visie en plan heeft vastgesteld voor de Vlietzoom, inclusief de GAVI-kavel waar een afweging in is gemaakt op onder meer de verdeling van economie, sport, groen.
Verzoekt het college: het IPP geen grote ontwikkelingen mag vormgeven op het bedrijventerrein Westvlietweg voordat de gemeenteraad van Den Haag een duidelijke opdracht en kaders heeft vastgesteld voor de Vlietzoom in zijn geheel en het bedrijventerrein Westvlietweg in het bijzonder; het IPP betrokken stakeholders te laten betrekken bij de kleine ontwikkelingen die het IPP voornemens is te doen en de gemeente daarover te laten informeren; de gemeenteraad over de manier waarop dit gerealiseerd wordt te informeren.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10556671
Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze uitspraak van de raad: Bedrijventerrein Westvlietweg is één van de grotere bedrijventerreinen van Den Haag. Het wordt op dit moment in de mogelijkheden beperkt door een verouderd planologisch-juridisch kader (beheersverordening Vlietzone) die de bestemmingsplannen uit 1992 conserveert. Zonder een kader voor de Vlietzoom in zijn geheel en het bedrijventerrein in het bijzonder is grootschalige aanpak en verbetering in allerlei opzichten van het bedrijventerrein niet mogelijk. Niet alleen is de behoefte aan een nieuw planologisch-juridisch kader groot bij de ondernemers, ook is dit nodig om in de tussenliggende periode ongewenste ontwikkelingen te voorkomen. Voordat de raad dit kader heeft vastgesteld kan het IPP geen grote ontwikkelingen vormgeven op het bedrijventerrein Westvlietweg. Hiermee komen we tegemoet aan het eerste dictum van uw motie. Dit kader vormt op een later moment ook de basis de uitwerking van een Omgevingsplan. In de bedrijfshuisvestingsstrategie (RIS303177), Economische Visie (RIS303550) en Urgentiebrief Bedrijfshuisvesting (RIS311819) zijn eerder al afspraken over de toekomst van het Bedrijventerrein Westvlietweg opgenomen. In het voorjaar van 2023 is het bedrijventerrein toegevoegd aan het rechtsgebied van het Industrieschap Plaspoelpolder (IPP, RIS315205).
Dit samenwerkingsverband tussen de gemeente Rijswijk en Den Haag zal, in opdracht van de gemeente Den Haag, een plan van aanpak voor het bestaande bedrijventerrein Westvlietweg opstellen voor de beoogde verduurzaming, intensivering en revitalisering. Het IPP zoekt in opdracht van de gemeente actief de samenwerking met zittende ondernemers en andere stakeholders op, conform het tweede dictum van uw motie. Dit plan zal eerst met uw raad worden gedeeld alvorens het IPP aan de slag zal gaan met de uitvoering. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2