RIS315628 Voorstel van het college inzake Wensen en bedenkingen op voornemen college om warmteconcessies te gunnen (INGETROKKEN)
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
5 juni 2023
DSO/10532229 RIS315628
Voorstel van het college inzake Wensen en bedenkingen op voornemen college om warmteconcessies te gunnen Het college is voornemens te besluiten dat de gemeente een warmteconcessie in de markt zal zetten en vervolgens concessieovereenkomsten aan zal gaan en geeft hiermee uitvoering aan de transitievisie warmte (RIS313867). Met de commissiebrief “Versnellen realisatie warmtenetten (RIS314509)” is de gemeenteraad tussentijds geïnformeerd over de realisatie van de warmtenetten. Het college wil de raad in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken en de inbreng van de raad meenemen in het aanbestedingsproces. Ingevolge artikel 160, eerste lid, onder d van de Gemeentewet is het college bevoegd om te besluiten tot het aangaan van concessieovereenkomsten via het volgen van een aanbestedingsprocedure. Krachtens artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet zal het college echter pas een besluit nemen, nadat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 30 mei 2023, besluit: Geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voornemen van het college om namens de gemeente een warmteconcessie in de markt te zetten en vervolgens concessieovereenkomsten aan te gaan met partijen aan wie deze concessie wordt gegund. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van .. De griffier,
De voorzitter,
Ingetrokken door het college en niet ter besluitvorming voorgelegd: "Nu is besloten de aanbesteding niet door te zetten is het voortzetten van deze wensen en bedenkingenprocedure niet opportuun. Het voorstel van het college is daarom dit voorstel in te trekken."
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10532229
Toelichting Aanleiding De gemeente werkt samen met inwoners, ondernemers en andere partners om het energieverbruik te verminderen en de overstap naar schone energie te realiseren. Het belang van deze veranderingen is de afgelopen jaren nog groter geworden. Onze bewoners zijn geconfronteerd met een enorme stijging in de energierekening en de gevolgen van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder. Het college ziet het als belangrijke opgave om over te stappen naar een warmtevoorziening die in alle opzichten aantrekkelijk is voor onze bewoners; duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar. In het coalitieakkoord is afgesproken dat we onverminderd inzetten op het ontwikkelen van lokale duurzame warmtebronnen en is de ambitie uitgesproken dat er in deze raadsperiode een geothermiebron bij komt. Op 19 januari 2023 heeft de gemeenteraad de transitievisie warmte (RIS313867) vastgesteld. In de transitievisie warmte is beschreven dat we in Den Haag alle schone warmtebronnen nodig hebben. De gemeente heeft samen met de partijen die actief zijn op het terrein van de Uniper stadscentrale aan het De Constant Rebecqueplein (te weten Uniper, Eneco, Haagse Aardwarmte etc.) de mogelijkheid verkend om op het terrein van de Uniper stadcentrale op het De Constant Rebecqueplein een grote stap in de energietransitie te zetten.
Op dit terrein is het mogelijk om twee nieuwe lokale duurzame warmtebronnen te ontwikkelen, namelijk geothermie en aquathermie, naast de al geplande warmtetransportleiding WarmtelinQ. Het De Constant Rebecqueplein kan dé energiehub van Den Haag worden en ook een startmotor om woningen in de stad versneld te verduurzamen. Bronnen worden gerealiseerd als er voldoende zekerheid is over de mogelijkheden om warmte te leveren. Het momentum voor het slagen van het realiseren van deze lokale bronnen is nu, omdat Wartelinq nu zal worden aangelegd (zie commissiebrief RIS314509). Ook geeft de transitievisie warmte aan in welke buurten warmtenetten een goede oplossing kunnen zijn. Nieuwe omstandigheden Investeringen in warmtenetten in de bestaande stad zijn in Nederland de afgelopen decennia niet, of slechts mondjesmaat van de grond gekomen. Dit komt door een combinatie van hoge benodigde investeringen direct bij aanleg, de onzekerheid of gebouweigenaren snel zullen aansluiten en daarmee onzekerheid over de inkomsten en de tarieven die bewoners gaan betalen. Er zijn nu omstandigheden en een steeds sterker gevoel van urgentie die leiden tot een momentum om een grote volgende stap te zetten voor de realisatie van warmtenetten in onze stad. Dit blijkt onder andere uit: De rijksoverheid zet nu een groot instrumentarium in voor de koplopers voor versnelling van de energietransitie.
Er zijn verschillende subsidieregeling zoals de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) om zodoende de onrendabele top (deels) te vergoeden om de aanleg van warmtenetten te versnellen, de SDE-subsidie voor warmtebronnen en subsidieregelingen voor aanpassing van de woningen Er worden concrete voorbereidingen getroffen om warmtebronnen te realiseren, denk hierbij aan een geothermiebron op het De Constant Rebecqueplein. Bereidheid om van het gas af te gaan is toegenomen, grotendeels door de aardgascrisis, maar ook door de klimaatcrisis. Het momentum gebruiken en uitgangspunten Het college wil grootschalige aansluitingen op warmtenetten realiseren en stimuleren, zodat de warmtevoorziening duurzamer wordt, onder de voorwaarde dat leveringszekerheid, keuzevrijheid en betaalbaarheid zijn geborgd (zie ook de transitievisie warmte). Op dit moment wordt forse vooruitgang geboekt bij het realiseren van lokale bronnen op het De Constant Rebecqueplein.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10532229
Dat momentum kunnen we benutten en in stand houden door ook de aanleg en exploitatie van de aansluitingen op deze bronnen op gang te brengen. De kans die er nu ligt om een grote stap te maken is beperkt houdbaar. De SDE-subsidie die voor de geothermiebron is toegezegd heeft een beperkte looptijd en er moet op korte termijn worden besloten over de inpassing van geothermie op het De Constant Rebecqueplein. Daarom wil het college nu in actie komen, voordat deze kans verkeken is. Het college wil aansluiten bij het een belangrijk principe uit de nieuwe, nog in te voeren, Wet collectieve warmtevoorzieningen (Wcw). In die wet komt zeggenschap over en eigendom van de warmtenetten merendeels in publieke handen. Het college gaat twee of meer gebieden bepalen waarvoor een concessie verleend kan worden. De afbakening van deze gebieden wordt enerzijds bepaald door de transitievisie warmte (warmtenetgebieden) en anderzijds door haalbaarheidsstudies naar techniek, juridische mogelijkheden en de financiële businesscase. Het college wil dat de ‘gemeente ‘concessieovereenkomsten aangaat, waarbij partijen aan wie de concessie is gegund, het warmtenet gaat ontwerpen, financieren, aanleggen en exploiteren (waaronder ook onderhouden en beheren). In de overeenkomsten worden onder meer afspraken gemaakt over aanleg, aansluiten, klanttevredenheid en bewonersbetrokkenheid.
De duur van een concessie wordt onderzocht in de haalbaarheidsstudie en zal enkele decennia beslaan. Nader besluiten over de precieze duur worden in het aanbestedingsproces genomen, waarbij het belang van de bewoners centraal staat Daar waar het gaat over gebieden waar al een warmtenet ligt, geeft een juridisch haalbaarheidsonderzoek dat nu wordt uitgevoerd, uitsluitsel over welke manier van een concessie verlenen mogelijk is. Om een concessieovereenkomst in de markt te zetten, zal een Europese aanbestedingsprocedure gevolgd worden. Daarmee willen we in Den Haag warmteleveranciers uitdagen om met de beste en meest betaalbare oplossingen te komen die aan onze voorwaarden voldoen. Dat is in het belang van alle bewoners en eigenaren van huizen en gebouwen. De aanbesteding van de warmteconcessie in Laakhavens en Binckhorst laat zien dat deze strategie goed werkt. We werken met concurrerende aanbestedingen op een gelijk speelveld voor alle warmteleveranciers. Daarmee krijgen meerdere warmteleveranciers de kans om naast elkaar actief te zijn in Den Haag en worden monopolieposities verkleind. Voorbereidingen Het college wil het momentum gebruiken en tegelijkertijd de voorbereiding zorgvuldig doorlopen. De haalbaarheidsstudie, het inzetten van het participatietraject en de voorbereiding van het bestuurlijke besluitvormingsproces verlopen daarom parallel.
Haalbaarheidsstudie Om de concessieovereenkomst(en) te kunnen opstellen en ter onderbouwing van het aanbestedingsdossier, wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Centrale vraag daarbij is hoe we zorgen dat de bewoners een aantrekkelijk, betaalbaar en duurzaam alternatief voor hun warmtevoorziening kunnen bieden. We onderzoeken daartoe de technische -, financiële - en juridische haalbaarheid. De betaalbaarheid en betrokkenheid voor de bewoners speelt een essentiële rol in de op te stellen business case als onderdeel van de haalbaarheidsstudie.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10532229
Daarbij wordt gezocht naar de juiste gebieden, de opzet van de concessieovereenkomst(en) en de door de gemeente te stellen aanvullende eisen die zorgen dat we dit warmtenet voor de bewoners mogelijk maken en waarbij voldoende interesse is bij marktpartijen om een concessieovereenkomst met de gemeente aan te gaan. In potentie moet er voor meerdere partijen een reële mogelijkheid zijn om een positieve business case op te stellen en een aantrekkelijke aanbieding te doen aan de gemeente. Een van de parameters daarbij is de grootte en afbakening van een concessiegebied. Het opdelen van de stad in meerdere kleinere of grotere concessiegebieden wordt bepaald door: 1. De concessiegebieden moeten gezamenlijk groot genoeg zijn om warmte te benutten van de drie lokale bronnen (geothermie, aquathermie en WarmtelinQ) die de komende jaren worden gerealiseerd. 2. Het concessiegebied moet de juiste grootte hebben. Voldoende groot om een businesscase positief te maken en de betaalbaarheid voor bewoners te borgen, maar niet zo groot dat alleen de grootste partijen het aan kunnen. 3. Toekomstbestendigheid: er moet voldoende potentie zijn voor aansluiting van alle gebouwen in het concessiegebied waarvoor een warmtenet een goede oplossing is. 4.
Het concessiegebied moet voldoende aantrekkelijk zijn voor een contractpartij (juiste bouwtypen, ruimte ondergrond, bereidheid woningeigenaren om snel aan te sluiten). In de haalbaarheidsstudie worden de ervaringen die zijn opgedaan bij eerder uitgegeven concessies voor warmtenetten zoveel mogelijk gebruikt. Door het in concurrentie uitzetten van onze vraag door middel van aanbestedingen beoogt het college dat meerdere partijen zich inschrijven met een aantrekkelijk aanbod. Indien uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat niet kan worden voldaan aan de essentiële voorwaarden voor bewoners, zoals aantrekkelijkheid en betaalbaarheid kan het college besluiten om het vervolgproces niet in te zetten of anders vorm te geven. Het vervolgproces dat nu voorzien wordt, is hieronder is een verkorte weergave weergegeven: Voorbereidingsfase 1. Haalbaarheidsstudie uitvoeren 2. Bepalen van de concessiegebieden 3. Opstellen Aanbestedingsstrategie 4. Opstellen aanbestedingsdocumenten (incl. financieel juridische documenten) 5. Besluit start Aanbesteding Aanbestedingsfase 6. Aanbesteding (selectiefase) 7. Dialoogfase (een concurrentiegerichte dialoog) 8. Aanbesteding (inschrijvingsfase) 9. Gunning Contract Realisatie- en exploitatiefase 10. Ontwerp 11. Aanleg 12. Gebruik De voorbereidingsfase is gepland van Q1 2023 t/m Q3 2023.
In Q4 2023 t/m Q2 2024 zal naar verwachting de aanbestedingsfase worden gestart. We streven ernaar om de aanbesteding af te ronden in juni 2024.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10532229
Daarna zal het ontwerpen, het aanvragen van vergunningen en plannen van werkzaamheden nog enige tijd in beslag nemen. De werkelijke realisatie zal naar verwachting 1 jaar of langer na het ondertekenen van de overeenkomsten starten. Participatie: Er wordt een participatieplan of -paragraaf ontwikkeld waarin wordt beschreven hoe bewoners worden betrokken. Participatie is essentieel voor het vervolg. Enerzijds levert het participatietraject belangrijke informatie op die van belang is voor de haalbaarheidsanalyses. Het participatietraject zorgt er ook voor dat de basis voor draagvlak wordt gecreëerd. Met dit traject wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de actieve stimulering van de overstap naar schone duurzame energie. De bewoners worden geïnformeerd en voorbereid op de toekomstige situatie. Bewoners worden waar mogelijk betrokken bij keuzes en geprikkeld om zelf een bijdrage te leveren aan duurzaamheid en de eigen betaalbaarheid van warmte. Ook wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden financiële participatie door bewoners mogelijk is. Het participatietraject is een doorlopend proces zowel tijdens de voorbereidingsfase, de aanbestedingsfase als de realisatie- en gebruiksfase.
Bestuurlijk: vroegtijdig ophalen wensen en bedenkingen Het college hecht waarde aan de inbreng van de raad in een zo vroeg mogelijk stadium, zodat de inbreng van de raad meegenomen kan worden bij het opstellen van de concessieovereenkomst(en) en de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure. Het aangaan van een concessieovereenkomst is een bevoegdheid van het college. Krachtens artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet (voorhang procedure) zal het college echter pas een besluit nemen, nadat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Het college streeft ernaar over deze inbreng vanuit de raad tegelijkertijd met het beschikbaar komen van de resultaten van de haalbaarheidsstudie, opbrengsten van het participatietraject en de resultaten van de tenderboard beschikbaar te hebben. Hiermee komt alle input die nodig is om de voorbereidingen af te ronden integraal en op hetzelfde moment beschikbaar. Bij de aanbesteding van de warmteconcessie in Laakhavens zijn wensen en bedenkingen tijdens het proces opgehaald. Dat doet het college nu ook en iets eerder in het proces, om de gemeenteraad meer ruimte te geven voor inbreng in de aanbesteding. De geleerde lessen uit deze eerdere aanbestedingen worden meegenomen in de voorbereiding van deze nieuwe aanbesteding.
Zo is in de aanbesteding Laakhavens klantenbetrokkenheid onderdeel van de aanbesteding geweest. Overwegingen (1) Alle vormen van (rest)warmte zijn nodig voor een energietransitie In de transitievisie warmte zijn buurten aangegeven waar een warmtenet een goede oplossing kan zijn. Het zoekgebied waarbinnen concessiegebieden worden gezocht komt hier grotendeels mee overeen. Waar dit logisch is, worden buurten met een andere oplossing ook onderzocht. Den Haag verkeert in de omstandigheid dat lokale geothermie, lokale aquathermie en de warmtetransportleiding WarmtelinQ benut kunnen worden. Het gebruiken van alle vormen van warmte is nodig in de energietransitie. Waar geothermie kansrijk is, ligt de prioriteit bij de ontwikkeling van geothermie, omdat dit een lokale duurzame bron is. Warmte die via WarmtelinQ wordt geleverd speelt ook een grote rol in verduurzaming van bestaande aansluitingen op hoge temperatuur. Daarnaast kan de restwarmte de uitrol van warmtenetten bevorderen omdat deze warmte waarschijnlijk snel beschikbaar is.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10532229
Zodra warmtenetten voldoende zijn uitgebreid om een geothermiebron haalbaar te maken, kan op geothermie worden overgeschakeld. In de haalbaarheidsstudie wordt dus een puzzel gelegd welke soort van warmte het meest voor de hand ligt om in te zetten in een gebied. (2) Ruimtevraag Elke inzet van warmte gaat gepaard met een ruimtelijk vraagstuk: waar wordt een warmteoverdrachtsstation geregeld, waar is voldoende ruimte voor een geothermiebron en bijbehorende installaties? Specifiek voor Den Haag Zuidwest is het ruimtelijk vraagstuk een aandachtspunt, maar ook op het De Constant Rebecqueplein, waar veel warmte kan worden gecentraliseerd. Daarnaast is voldoende ruimte in de ondergrond om warmtenetten aan te leggen een aandachtspunt. (3) Financiële haalbaarheid en wel/geen bijdrage van de gemeente Een risico dat gesignaleerd is, is de zorg rondom de financiële haalbaarheid. De vraag is hoe om te gaan met de balans tussen betaalbaarheid voor de bewoner, een positieve businesscase voor marktpartij(en) en de financiële rol van overheden, waaronder de gemeente (garanties, bijdrage in de aansluitkosten). Het zoeken naar deze balans vormt onderdeel van de haalbaarheidsstudie die momenteel uitgevoerd wordt. Mogelijk dat een eenmalige bijdrage uit de Eneco-middelen Duurzaamheid en Energietransitie van de gemeente nodig is om een warmtenet haalbaar te maken.
Hoe lager de aansluitkosten, des te aantrekkelijker is aansluiting op het warmtenet voor een woningen/of vastgoed eigenaar. Woningeigenaren houden een vrije keuze om wel of niet aan te sluiten op het warmtenet. Zelfs als het aardgas uit de wijk verdwijnt, is een keuze voor een duurzaam alternatief mogelijk. Subsidies van de rijksoverheid, zoals de warmte-investeringssubsidie, kunnen een oplossing zijn, maar hierover is vooraf geen zekerheid te krijgen. Het aantrekkelijker maken van aansluiting op een warmtenet door de eenmalige aansluitbijdrage per woning/bedrijf omlaag te brengen door het verlenen van een gemeentelijke aansluitsubsidie, behoort ook tot de mogelijkheden Vervolg Het college zal zo spoedig als mogelijk de opgehaalde wensen en bedenkingen beantwoorden en aangeven op welke wijze deze een plek krijgen in het vervolgtraject. Nadat de haalbaarheidsstudies en de aanbestedingsstrategie medio 2023 beschikbaar zijn, wordt u hierover geïnformeerd. Als de haalbaarheidsstudies een positief resultaat hebben en blijkt dat aan de essentiële voorwaarden voor bewoners kan worden voldaan, volgt besluitvorming over de aanbesteding, onder andere door de Tenderboard. Uw wensen en bedenkingen ontvangen wij graag uiterlijk begin juli 2023.
6/6