RIS315585 Bijlage BEA Rapportage Meester de Bruinplein
Tekst van het document
RAPPORTAGE Bomen Effect Analyse bij 31 bomen aan het Meester de Bruinplein te Den Haag
COLOFON Opdrachtgever: Groenbedrijf Den Haag De heer M. Corbet
Controle: De heer J.W. de Groot
Opdrachtnemer: Terra Nostra
Projectnummer: Projectnummer 403.6539
Boomtechnisch adviseur: De heer R. Geerts
Datum: 4 augustus 2023
© Niets uit dit rapport mag worden verspreid en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, social media en/of website of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Terra Nostra.
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING ................................................................ ................................................................................................ ................................................................................................ ................................................................... ................................... 3 1.
VOORSTUDIE ................................................................ ................................................................................................ ..................................................................................... ..................................................... 4 1.1 1.2 1.3
2.
BOUWSTEEN 1: UITGANGSPUNTEN PROJECT ............................................................................... 4 BOUWSTEEN 2: TOETSING UITVRAAG .......................................................................................... 5 BOUWSTEEN 3: FUNCTIE OF WAARDE BOOM ................................................................................ 5 VELDONDERZOEK ................................................................ ................................................................................................ ............................................................................. ............................................. 6
2.1 BOUWSTEEN 4: KWALITEIT BOMEN ............................................................................................. 6 2.1.1. Bovengrondse beoordeling................................................................................................. 6 2.1.2. Opdruk verharding ............................................................................................................. 7 2.1.3. Ondergronds ................................................................................................................... 10 2.2 BOUWSTEEN 5: RUIMTESTUDIE ................................................................................................ 20 2.2.1 Huidige situatie bovengronds ............................................................................................ 20 2.2.2. Toekomstige situatie bovengronds.................................................................................... 20 2.2.3. Huidige situatie ondergronds ............................................................................................ 21 2.2.4. Toekomstige situatie ondergronds .................................................................................... 22 2.3 BOUWSTEEN 6: KANSEN EN KNELPUNTEN ................................................................................. 22 2.3.1.
Kansen ............................................................................................................................ 22 2.3.2. Knelpunten ...................................................................................................................... 22 3.
ANALYSE ................................................................ ................................................................................................ ......................................................................................... ......................................................... 24 3.1 3.2 3.3
4.
BOUWSTEEN 7: IMPACT BOVENGRONDS RUIMTEGEBRUIK ............................................................ 24 BOUWSTEEN 8: IMPACT ONDERGRONDS RUIMTEGEBRUIK ............................................................ 24 BOUWSTEEN 9: IMPACT UITVOERING ......................................................................................... 24 CONCLUSIE EN ADVIES ................................................................ ................................................................................................ ................................................................... ................................... 26
4.1 BOUWSTEEN 10: EINDOORDEEL EFFECTEN ................................................................................ 26 4.1.1. Te vervangen bomen........................................................................................................ 26 4.1.2. Te handhaven bomen ...................................................................................................... 26 4.1.3. Te Verplanten bomen ....................................................................................................... 26 4.2 BOUWSTEEN 11: RANDVOORWAARDEN..................................................................................... 27 4.3 BOUWSTEEN 12: ALTERNATIEVEN ............................................................................................ 27 LITERATUURLIJST ................................................................ ................................................................................................ ..................................................................................... ..................................................... 29 BIJLAGE 1 – METHODE VAN ONDERZOEK ................................................................ ............................................................................... ...............................................
30 DIGITALE BIJLAGEN ................................................................ ................................................................................................ .................................................................................. .................................................. 33
2 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
INLEIDING In opdracht van de heer Corbet, groenbedrijf gemeente Den Haag, is door Terra Nostra op 12 juli 2023 een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd bij 31 vleugelnoten aan het Meester de Bruinplein en de Van Bassenstraat te Den Haag. Op en nabij het plein staan 31 vleugelnoten in verharding. De bomen zijn 43 tot 53 jaar geleden aangeplant en veroorzaken opdruk in de omliggende verharding. De gemeente Den Haag wil een herinrichting gaan uitvoeren en wil weten wat de gevolgen zijn voor de aanwezige bomen.
Leeswijzer Deze BEA is opgesteld conform de Richtlijn Bomen Effect Analyse (Bomenstichting & CROW, 2019). In hoofdstuk 1 is de voorstudie omschreven. In hoofdstuk 2 vindt u de resultaten van het veldonderzoek. In hoofdstuk 3 komt de analyse aan bod. De conclusie en het advies volgen in hoofdstuk 4. In elk hoofdstuk komen 3 bouwstenen aan bod die samen 12 bouwstenen vormen. Als bijlagen zijn toegevoegd: - Literatuurlijst; - Bijlage 1: Methode van onderzoek; - Bijlage 2: Boomgegevens Meester de Bruinplein (excel-bestand) ; - Bijlage 3: Themakaart met boomlocaties, boomnummers, kroonprojecties en boomconditie; - Bijlage 4: Themakaart met boomlevensverwachting.
Heeft u naar aanleiding van dit rapport nog vragen of opmerkingen? U kunt contact opnemen met Drs. R. Geerts, via het telefoonnummer 0184 69 89 93 of info@terranostra.nu.
via
Met vriendelijke groet, Terra Nostra B.V.
J.W. de Groot Directeur
3 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
1
1.
1.1
VOORSTUDIE
Bouwsteen 1: Uitgangspunten project •
•
Op het nabij het Meester de Bruinplein in Den Haag staan 31 Kaukasische vleugelnoten die volgens gemeentelijke informatie omstreeks 43 – 53 jaar oud zijn. De bomen veroorzaken opdruk/vervorming van de omliggende verharding. De 31 bomen vallen binnen een projectgrens die door de gemeente is aangegeven. De gemeente Den Haag wil het plein gaan herinrichten; hierbij wordt de bestaande vervorming in de verharde oppervlakken hersteld en het huidige maaiveldniveau gehandhaafd;
29
30
Foto 1: beeld van het projectgebied vanuit het zuidoosten gezien.
• • • • •
Er is geen gedetailleerde tekening ter beschikking gesteld aan Terra Nostra aangaande deze voorgenomen herinrichting; Terra Nostra gaat ervan uit, dat het voornemen tot herinrichting zich in de voorlopig ontwerp fase bevindt; De gemeente gaat er tot op heden vanuit, dat 31 vleugelnoten in het kader van de herinrichting niet behouden kunnen blijven; De gemeente heeft een kapvergunning aangevraagd voor 31 aanwezige vleugelnoten die op en nabij het plein staan; De Bomenstichting Den Haag heeft bezwaargemaakt tegen de vergunning. 4
Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
In deze rapportage, is geen financiële vervangingswaarde van de bomen berekend. Dit kan desgewenst op een later moment alsnog uitgevoerd en gerapporteerd worden.
1.2
Bouwsteen 2: Toetsing uitvraag uitvraag
De opdrachtgever wil weten of de 31 vleugelnoten in het licht van de genoemde herinrichting en werkzaamheden aan verharding duurzaam behouden kunnen blijven. De volgende 2 deelvragen zijn van toepassing: 1. Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de vleugelnoten mogelijk? Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus? 2. Is behoud van de functie of waarde van de vleugelnoten vleugelnoten mogelijk? Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde?
1.3
Bouwsteen 3: 3: Functie of waarde boom
Bij deze bouwsteen worden de specifieke waarden van betrokken bomen benoemd met inbegrip van bronverwijzing. • In het gemeentelijk beleid worden de bomen binnen de projectgrens niet vermeld als hebbende een specifieke functie of waarde (monumentale waarde, waardevolle bomenlijst, hoofdbomenstructuur of Groene Kaart); • In het Register van de Bomenstichting worden de vleugelnoten niet specifiek vermeld; • De bomen hebben geen specifieke omgevingswaarde in de zin van klimboom, gedenkboom of bakenboom; • De besproken bomen zijn op basis van hun stamdiameter vergunningsplichtig bij verwijderen, grove kroonreducties of verplanten; • Wet natuurbescherming. Boomnummer 24 (gemeentelijk nummer vbs14) heeft een bewoond duivennest en daardoor een verhoogde natuurwaarde.
31 30
Foto 2: beeld van het projectgebied voor Van Bassenstraat 8080-102. 102 . 5 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
2
2.
2. 1
Bouwsteen 4: Kwaliteit bomen
VELDONDERZOEK
2.1.1. Bovengrondse beoordeling Onderstaande tabel vat de beoordeelde boomgegevens samen van de 31 vleugelnoten. Boomsoort
Aantal bomen
Pterocarya fraxinifolia (Kaukasische vleugelnoot) Stamdiameterklasse: Aantal bomen: Boomhoogteklasse: Aantal bomen: Conditie: Aantal bomen: Levensverwachting Aantal bomen:
1010-20 cm
2020-30 cm
31 3030-40 cm
0 7 21 <6m 6–9m 9 – 12 m 6 22 3 Normaal Verminderd 3 10 >15 jaar 1010 -15 jaar 12 15
4040- 50 cm
5050- 60 cm
6060-70 cm
7070-80 cm
3 0 0 12 – 15 m 151815-18 m 18-24 m 0 0 0 Sterk verminderd Zeer slecht 14 4 5-10 jaar 4
0 >24 m 0 Dood 0 <5 jaar 0
Tabel 1: Samenvatting boomgegevens boomg egevens met weergave aantallen stamdiameterklassen, boomhoogteklassen, boomhoogteklassen, conditie en levensverwachting. levensverwachting.
boomsoorten,
voorkomende
De laagste takken zijn aangehecht aan de stam op een hoogte van tussen de 2,1 en 3,2 m. Bijlage 2 is een Excel bestand waarin per boom de gegevens zijn weergegeven. Hier is onder andere de stamdiameter op 1,3 m boven maaiveld per boom terug te vinden.
Boomveiligheid Alle bomen zijn visueel beoordeeld conform de VTA-methode1 om de boomveiligheid te beoordelen (Mattheck et al., 2014; Mattheck & Breloer, 1994; Reinartz & Schlag, 1997; Wessolly & Erb, 2014). Het gaat om de huidige toestand van de bomen, ongeacht planvorming. Tabel 2 geeft een overzicht van het aantal risicobomen, attentiebomen en bomen waarbij geen sprake is van een verhoogd risico. In bijlage 2 zijn de volledige resultaten van de boomveiligheidscontrole2 weergegeven. Voor de in totaal 21 risicobomen geldt dat in het kader van de boomveiligheid maatregelen moeten worden genomen. Deze maatregelen zijn omschreven in bijlage 2. In de huidige situatie komen de bomen in aanmerking voor snoei. Het gaat hierbij in 17 gevallen om het verwijderen van afgestorven takken met een diameter van 4 cm of meer en een lengte van meer dan 1 m. Bij 4 vleugelnoten komt boomvervanging in beeld door algehele zeer slechte conditie. Categorie Aantal bomen:
Risicoboom
Veiligheidssnoei: 17 Vervangen: 4 bomen bomen Boomnummers: 1, 2, 5, 6, 10, 12, 13, 15, 3, 8, 22, 30 16, 17, 18, 19, 21, 25, 26, 27, 31 Tabel 2: Samenvatting boomveiligheidscontrole.
Attentieboom 4 bomen
Geen verhoogd risico 6 bomen
9, 11, 4, 28
7, 29, 20, 14, 23, 24
1
VTA staat voor Visual Tree Assessment en houdt in dat de boom visueel gecontroleerd worden op gebreken of symptomen daarvan die kunnen leiden tot een verhoogd veiligheidsrisico voor de omgeving. 2 Boomveiligheidscontrole houdt in dat de boom visueel wordt geïnspecteerd op gebreken of symptomen daarvan. Indien nodig zijn te nemen maatregelen en urgentie vermeld. 6 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
2.1.2. Opdruk verharding Op basis van de bovengrondse inspectie kon worden vastgesteld dat alle 31 bomen een vorm van verhardingsopdruk veroorzaken. De opdruk varieert van lichte vervorming in bijvoorbeeld de boomspiegelrand (<1 cm) tot ernstige opdruk (10 cm) op meters afstand van de boomspiegel. Onderstaande tabel geeft een indruk van de reikwijdte van de opdruk, in meters vanaf de stamvoet. Opdruk afstand 3 -4 m
Boomnummers
5 -6 m
2, 3, 8, 9, 10, 11, 14, 17, 19, 12, 20, 28, 29, 30
14
7m
1, 5, 6, 16, 24, 25, 26, 27
8
9,5 m
15, 23, 18, 31
4
4, 7, 13, 21, 22
Aantal bomen 5
Bijzonderheden Bijzonderheden Bij vleugelnoot 22 is het asfalt in het groene speelveld hersteld in het verleden, er zijn weer scheuren zichtbaar nu. Bij vleugelnoot 14 en 17 is het asfalt in het groene speelveld hersteld in het verleden, er zijn weer scheuren en wortelgroei zichtbaar nu. Bij boom 14 volgt de opdruk de aanwezige goot, en is het ook onder de bruine rubberen valondergrond aanwezig. Bij boom 17 zijn gootelementen meerdere cm’s opgedrukt. Bij bomen 28 en 30 is de opdruk tot onder de parkeervakken aanwezig. Bij boom 6 is een langgerekte heuvel vanaf de boomspiegel heuvel richting een pand te zien. Bij boom 16 is de opdruk aanwezig tot in een groenstrook. Er is asfalt hersteld in het speelveld, maar dit scheurt nu weer. Bij boom 24 t/m 27 is opdruk tot in de rijbaan aanwezig. Bij boom 25 t/m 27 steken wortels over de parkeervakken over. Opdruk is hier dan 4-6 cm. Bomen grenzen aan de Van Bassenstraat. Opdruk strekt zich uit vanaf de boomspiegel tot aan de gevels ten oosten van de boom. Bij boom 15 is ook opdruk van circa 10 cm hoogte aanwezig onder de rubberen valondergrond.
Tabel 3: Samenvatting opdrukgegevens.
Enkele beelden ter toelichting: Boom 14
14
Fotocluster 3: Links: boom 14 met links ervan het groen speelveld van asfalt. Rechts: wortel van 4 cm dik is op het grensvlak van speelveld en goot aanwezig aan de oppervlakte.
7 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Boom 17
17
Fotocluster Fotocluster 4: Links: vleugelnoot vleugelnoot 17 met gescheurd asfalt. Rechts: Rechts: opgedrukt gootelement.
Boom 26
26
Fotocluster 5: Vleugelnoot 26 met opdruk in het parkeervak. De opdruk strekt zich uit tot onder de rijbaan.
8 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Boom 15
15
15
Fotocluster 6: Linksboven: vleugelnoot 15 met opdruk in valondergrond (gele cirkel). Rechtsboven: opdruk in incomplete boomspiegelrand. Linksonder: opdruk richting de valondergrond en de gevel. Rechtsonder: heuvelvorming in de bruine valondergrond, hoogteverschil in de betonnen kantopsluiting.
9 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
2.1.3. Ondergronds Om het bodem- en bewortelingsprofiel te beoordelen is op 6 locaties onderzoek gedaan in de bodem. Een overzicht van de locaties in de steekproef: Locatie A B C
Boomnummer 3 6 15
Type onderzoek Profielput Profielsleuf en -boring Profielsleuf en -boring
D E F
15 26 26
Profielput Profielput Profielsleuf en -boring
Locatie Rijbaan (klinkers) Pleinverharding (tegels) Overgang pleinverharding met rubberen valondergrond Van Bassenstraat 80-84. Gevelgrens Parkeervak Trottoir
Op de volgende pagina’s worden de resultaten per boom behandeld.
10 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Locatie AA- vleugelnoot – nr. 3 – Ø stam 38 cm De profielput is gemaakt in het wegdek ter hoogte van klinkers, die 4 cm omhoog worden gedrukt. De put is gemaakt op 2,5 m afstand van de stamvoet (hartafstand).
3
Fotocluster 7: Situering onderzoeklocatie A, wortels afkomstig van vleugelnoot 3.
De klinkers zijn gefundeerd op een cunet van donker zand. Direct onder de klinkers ligt een wortelbundel van de vleugelnoot, met een totale dikte van 15 cm. 11 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Locatie B - vleugelnoot – nr. 6 – Ø stam 37 cm De profielsleuf is gemaakt in de pleinverharding, ter hoogte van de heuvel richting de gevel. De sleuf is gemaakt op 2 m afstand van de stamvoet (hartafstand). Aanvullend is een grondboring gedaan, in de sleuf. Er is geboord tot een diepte van 125 cm. De boring stuitte daar op een object, het Kadaster vermeldt hier riolering.
6
Fotocluster 8: Situering onderzoeklocatie B, wortels afkomstig van vleugelnoot 6.
12 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Tussen de voegen van de tegels is zwarte aarde aanwezig. De zwarte aarde is ook iets ingespoeld in het duinzand onder de tegels. Vanaf 50 cm diepte wordt de zandbodem wat donkerder en er komt puin bij. Dit beeld zet zich door tot aan 125 cm diepte. De vleugelnoot heeft in de voegen intensieve strengen met fijne wortels gemaakt (1-3 mm). Enkele centimeters onder de tegels ligt de bovenkant van een circa 19-21 cm dikke bundel gestelwortels. De bundel groeit vanuit de boomspiegel richting de gevel en veroorzaakt hierbij een 6 -7 cm hoge heuvel van meters lengte. Wortels in de bundel zijn individueel 9, 11 en 12 cm doorsnee.
13 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Locatie C - vleugelnoot – nr. 15 – Ø stam 32 32 cm Overgang pleinverharding - rubberen valondergrond De profielsleuf is gemaakt in de pleinverharding, ter hoogte van overgang met de valondergrond. De sleuf is gemaakt op 1,5 m afstand van de stamvoet (hartafstand). Aanvullend is er een grondboring gedaan in de sleuf. Er is geboord tot een diepte van 145 cm.
15
Fotocluster 9: Situering onderzoeklocatie C, wortels afkomstig van vleugelnoot 15.
De bodem onder de klinkers bestaat van 0-30 cm diepte uit humusloos, wit duinzand. Dieper dan 30 cm wordt de kleur bruin, er lijkt plaatselijk een fractie veen aanwezig wat de bruine kleur mede veroorzaakt. In hoofdzaak is bestaat de bodem hier niet uit veen, maar uit bruin, humusarm zand. Vanaf 110 cm diepte verandert de grondkleur naar grijs.
14 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
In de voegen tussen de klinkers en net eronder wortelt de vleugelnoot intensief met fijne opnamewortels (1-8 mm doorsnee). Net onder de klinkers en aan onderzijde van de kantopsluiting ligt een 14 cm dikke wortelbundel. De bundel strekt zich minstens 6-7 meter uit onder de kantopsluiting door en de valondergrond. In de kantopsluiting en de valondergrond varieert de opdruk van 5 tot circa 10 cm, afhankelijk van de locatie. Vlak naast de wortelbundel is een recente, dunnere wortel aanwezig (3 m doorsnee), die ook zonder te vertakken richting de valondergrond groeit. Op 50 cm diepte raakte de grondboring enkele wortels. Wortels werden nog aangetroffen op 140 cm diepte.
15 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Locatie D - vleugelnoot – nr. 15 – Ø stam stam 32 cm Van Bassenstraat 8080-84 – gevelgrens Op circa 9,5 m afstand van vleugelnoot 15 werden tegels gelicht nabij de gevel van huisnummer Van Bassenstraat 80-84. Dit is 5 m buiten de takgrens. Er is 1-2 cm opdruk zichtbaar in tegels bij de voordeur.
Fotocluster 10: 10 : Situering onderzoeklocatie D, wortels afkomstig van vleugelnoot 15.
Direct onder de tegels is een 5 cm dikke wortel aangetroffen van de vleugelnoot in het duinzand. De wortel heeft een vertakking, hier is een wortel van 15 mm doorsnee uit ontstaan.
16 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Locatie E - vleugelnoot – nr. 26 – Ø stam 38 cm In het trottoir tussen vleugelnoot 26 en het plantsoen werden een profielsleuf gemaakt. Dit is op 80 cm van de stamvoet (hartafstand). Opdruk in de tegels is licht: < 1 cm. In de sleuf is een grondboring gemaakt tot een diepte van 155 cm.
26
Fotocluster 11: 11 : Situering onderzoeklocatie E, wortels afkomstig van vleugelnoot 26.
17 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Van 0-30 cm diepte werd duinzand aangetroffen. Vanaf 30 tot 50 cm diepte wordt de grond donkerder van kleur (bruinzwart). Hier is geen duidelijke aanwijzing voor veen gevonden. Vanaf 50 tot 60 cm wordt de grond weer lichter van kleur en dit zet zich door richting de diepte. De volverzadigde zone is aanwezig op 120 cm diepte. Het grondwaterpeil ligt op 130 cm beneden maaiveld. Direct onder de tegels ligt een 15 cm dikke mat zeer intensieve beworteling, gericht op de groenstrook aan overzijde. In de wortelmat is de grootste worteldiameter 9 cm. Overige worteldiameters zijn 1-35 mm. Wortels zijn onder de wortelmat extensief aanwezig. In de laag 30-50 cm diepte wortelt de boom intensief, eronder weer extensief. De diepste (haar-)wortel werd op 120 cm diepte gevonden.
18 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Locatie FF- vleugelnoot – nr. 26 – Ø stam 38 cm In het parkeervak zijn klinkers gelicht ter hoogte van opdruk (5-6 cm).
26
Fotocluster 12: 12 : Situering onderzoeklocatie F, wortels afkomstig van vleugelnoot 26.
Onder de klinkers van het parkeervak is humusarm zand aanwezig. Wortels van de vleugelnoot 26 zijn 4 cm dik, met samengegroeide verdikkingen die tot 10 cm breed kunnen zijn ter hoogte van opdruk.
19 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
2. 2
Bouwsteen 5: Ruimtestudie
2.2.1 Huidige situatie bovengronds Het Meester de Bruinplein ligt te midden van de Schildersbuurt in Den Haag. Op het plein zijn de 31 vleugelnoten toegepast in enkele en dubbele rijen. Boomformaten zijn overwegend klein voor de soort en leeftijd. Bij vleugelnoten van meer dan 40 jaar oud in goede groeiplaatsen is een hoogte en breedte van minstens 15-20 m haalbaar. Daar is nu aan het plein geen sprake van. In het zuidwesten is een klein plantsoen aanwezig, met daarin bomen en struiken. Het plantsoen ligt op enkele meters afstand van boomnummers 13, 16, 19, 24, 25 en 26. De gemiddelde kroondiameter van deze bomen is circa 9,8 m. De overige 25 bomen die niet aan een plantsoen grenzen, hebben een gemiddelde kroondiameter van circa 7,8 m. Tussen de bomen is de ruimte onder meer ingericht als betegeld voetgangersgebied. Er is een speelplein van groenkleurig asfalt voor de jeugd en er zijn speeltoestellen waarbij een rubberen valondergrond is toegepast. Met name ter hoogte van de Van Bassenstraat 80-102 wordt de verharding gebruikt door bewoners van aangrenzende woningen/appartementen. Er zijn bewoners bij die slecht ter been zijn, bleek tijdens het veldwerk. De directe omgeving van de 31 vleugelnoten is verhard. De bomen zijn bij aanplant in boomspiegels gezet met een doorsnee aan open grond van 70-190 cm.
In de boomspiegels ontbreken nu regelmatig stenen bij hoge wortels/stamvoetranden. Bovengronds is te zien, dat de boomspiegels meestal volledig gevuld zijn met wortels. Boomspiegelranden worden in veel gevallen opgedrukt. Meterslange opdrukruggen komen voort uit de boomspiegels en verspreiden zich in verschillende richtingen. Opdruk in het asfalt van het speelveld en aangrenzende goot leiden tot stagnatie van hemelwaterafvoer. Opdruk is ook te zien in de rijbaan van de Rijswijksestraat (ten noorden van de bomen) en de Van Bassenstraat (ten zuiden). Voegmateriaal is niet overal aanwezig tussen de klinkers in de rijbaan, waardoor de klinkers los lijken te liggen.
2.2.2. Toekomstige situatie bovengronds Gedetailleerde planvorming valt (nog) niet binnen de scope van dit rapport. Het uitgangspunt van deze analyse is dat er bij herinrichting geen wijziging in maaiveldhoogte is gepland. Verder gaat Terra Nostra ervan uit, dat het terrein ook na herinrichting voetgangersgebied blijft met speelplein, speeltoestellen en het plantsoengedeelte. Ook parkeervakken en rijbanen blijven op hun huidige locatie en hoogte gehandhaafd.
20 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
2.2.3. Huidige situatie ondergronds Direct buiten de boomspiegels is hoofdzakelijk sprake van voedingsarm duinzand. Op enkele decimeters diepte kan een kleine fractie veen of humusarm zand aanwezig zijn. De bomen wortelen vanaf maaiveldhoogte tot aan het grondwaterpeil op 130 cm diepte. De bomen maken dus met hun wortels gebruik van dit grondwater om in de vochtbehoefte te voorzien. De bomen hebben hoog in het maaiveld liggende wortelstelsels gemaakt, die een lengte kunnen bereiken van meer dan 10 m. De wortels zijn tot aan gevels aanwezig, maar ook tot onder de valondergrond en de rijbanen. Onder het asfalt speelveld kon geen onderzoek worden gedaan, maar de scheuren in het asfalt wijzen erop dat wortels de puinfundering zijn binnen gedrongen, ook in herstelde stukken. De hoge wortels die binnen een straal van 3 m van de stamvoet aanwezig zijn, hebben vooral een belangrijke functie voor stabiliteit van de boom. De wortels die buiten de stabiliteitszone aanwezig zijn, dienen om op grote afstand van de boomspiegel aan voldoende voeding te kunnen komen. Op plekken waar vleugelnoten relatief dicht bij een plantsoenstrook staan, is te zien dat hun wortels daarop gericht zijn. Ook bij deze bomen liggen dikke worteldelen vlak onder de verharding.
Kabels en leidingen Er is door Terra Nostra een Oriëntatieverzoek gedaan bij het Kadaster, om in beeld te krijgen waar kabels en leidingen zich bevinden in het projectgebied. Dit Oriëntatieverzoek heeft meldnummer 23O0091755. Bij vleugelnoten 1 en 6 is een actieve 400 v elektriciteitskabel pal onder de stamvoet aanwezig van Stedin Netbeheer BV. Bij vleugelnoten 24, 25 en 26 is op circa 2,2 m van de stamvoet (hartafstand) een actieve 400 v elektriciteitskabel aanwezig van Stedin Netbeheer BV . De kabel ligt in het trottoir dat de boomspiegel scheidt van het plantsoen.
Figuur 1: uitsnede ArcGIS, met daarin geprojecteerd het tracé (blauw) van een elektriciteitskabel van Stedin Netbeheer BV.
Ter hoogte van boomnummers 1, 5, 6, 10, 11, 12, 13, 15, 18, en 23 is riolering binnen circa 2,5 m (hartafstand) van de stamvoet aanwezig.
21 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
2.2.4. Toekomstige situatie ondergronds De fundering onder verhardingen en de valondergond wordt weer civieltechnisch functioneel gemaakt. De elementenverhardingen en de valondergrond worden weer aangebracht op een fundering van (hoofdzakelijk) duinzand. Vanuit civieltechnisch oogpunt dient de zandlaag hoog onder de verharding obstakelvrij te zijn om egaal te kunnen verdichten. Obstakels zoals grote brokken puin en wortels leiden ertoe dat verdichten niet volgens de normen kan worden uitgevoerd. Objecten die in de zandfundering achterblijven, leiden verder tot puntbelastingen in de bovenliggende verharding, die daardoor niet meer vlak blijft liggen zodra er verkeer over heen komt. Bij herstellingen aan bestaande verhardingen en de valondergrond, zullen ontgravingen in het zand nodig zijn. Onder het tegels en de valondergrond wordt er naar verwachting ontgraven tot een diepte van minstens 10 cm. Onder de parkeervakken en rijbanen is dit naar verwachting 15-20 cm. Herstellingen aan het asfalt betekenen, dat de bovenste slijtlaag (enkele cm’s dik) eraf wordt gefreesd. Bij bomen zal men ook wortels willen verwijderen die zich hebben ontwikkeld in het puinbed onder het asfalt. Het puinbed zal naar verwachting een dikte hebben van circa 15-20 cm. Op plekken waar wortels aanwezig zijn op beschreven diepten, wordt wortelkap uitgevoerd.
Na egaliseren van de zandbodem of het puinbed wordt deze verdicht, en worden de verharding en valondergrond teruggeplaatst.
2. 3
Bouwsteen 6: Kansen en en knelpunten
2.3.1. Kansen Herstel verhardingen Kansen voor de bomen doen zich niet voor in de situatie waarin bestaande verhardingen en de valondergrond op exact dezelfde locaties en hoogte worden hersteld. Civieltechnische en boomtechnische eisen zijn in dat geval niet duurzaam met elkaar te combineren. 2.3.2. Knelpunten Huidige boomkwaliteit De huidige boomkwaliteit en levensverwachting varieert sterk van boom tot boom. Duurzaam behoud (>10 jaar) van alle 31 vleugelnoten is op dit moment, voordat enige werkzaamheden worden uitgevoerd, al niet mogelijk. Bij 4 bomen is de levensverwachting momenteel 5-10 jaar. Toelichting kwaliteitsverschillen 31 vleugelnoten Slechts 3 bomen van de 31 slagen er momenteel in, met hun wortels voldoende voeding uit de omliggende bodem te halen. Bij deze bomen (nr. 23, 24 en 25) is sprake van overwegend normale groei en een normale boomconditie. De bomen halen in de huidige omstandigheden met gemak een levensduur van meer dan 15 jaar. Ecosysteemdiensten van de bomen zoals koeling zijn naar verwachting goed. 10 bomen hebben een verminderde conditie, te zien aan duidelijke groeistagnatie in de kroon (boomnummers 7, 10, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 26 en 29). Groeiplaatsbeperkingen spelen de bomen parten, in de meeste gevallen is de levensverwachting nog wel te stellen op meer dan 15 jaar. Ecosysteemdiensten zullen van een redelijk niveau zijn, zeker niet goed.
22 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
De overige 18 bomen hebben een sterk verminderde tot zeer slechte conditie, waarvoor de groeiplaatsbeperkingen de belangrijkste verklaring vormen. De bomen vertonen een duidelijk proces van toenemende kroonsterfte, waarbij grote kroondelen steeds verder afsterven. De beeldkwaliteit laat sterk te wensen over. De functievervulling van deze bomen in de zin van koeling en andere ecosysteemdiensten is gering te noemen. Genoemde 18 bomen zijn door hun sterk verminderde tot zeer slechte conditie extra kwetsbaar voor wortelverlies en beschadiging van bovengrondse en ondergrondse boomdelen. Herstel van matige wortelverliezen (>25%) is al uitgesloten, doordat de bomen niet in staat zullen zijn tijdig en voldoende nieuwe wortels aan te maken om de kroon te onderhouden. Gevolgen van herinrichting Bij instandhouding van het huidige maaiveldniveau en het herstellen van de huidige verharde inrichting zijn catastrofale wortelverliezen en beschadigingen onvermijdelijk bij nagenoeg elke boom. Het grootste bezwaar voor de bomen zit in de uitvoering van werkzaamheden. In Hoofdstuk 3, paragraaf 3, wordt dit verder toegelicht.
23 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
3
3.
3 .1
Bouwsteen 7: Impact bovengronds ruimtegebruik ruimtegebruik
ANALYSE
Voor zover nu door Terra Nostra kan worden beoordeeld, op basis van beschikbare informatie, is er na herinrichting geen sprake van een andere bovengronds ruimtegebruik die de groeimogelijkheden van bomen inperkt. Impact op de bovengrondse boomdelen is wel mogelijk tijdens de uitvoering van de herinrichting, zie paragraaf 3.3.
3 .2
Bouwsteen 8: Impact ondergronds ruimtegebruik
Voor zover nu door Terra Nostra kan worden beoordeeld, op basis van beschikbare informatie, is er na herinrichting geen sprake van een andere ondergronds ruimtegebruik die de groeiruimte van bomen verder inperkt. Wel is het zo dat de civieltechnische functie van funderingen wordt hersteld. Impact op de ondergrondse boomdelen is daardoor te voorzien tijdens de uitvoering van de herinrichting, zie paragraaf 3.3.
3 .3
Bouwsteen 9: Impact uitvoering
Risico op bovengrondse beschadiging Er is door lage takaanhechtingen (2,1 tot 3,2 m) een algemeen risico op aanrijschades tijdens het uitvoeren van werkzaamheden of rijden onder de takken. Dit komt doordat de voertuigen zoals werkbussen en graafmachines niet overal vrij onder de takken door kunnen rijden/werken. Wortelkap Wortelkap en beschadiging stamvoet Ontgravingen voor het herstellen van de verhardingsopdruk vinden plaats op plekken waar de bomen essentiële wortelstelsels hebben gemaakt of met de randen van stamvoeten aanwezig zijn. Dit is voor alle 31 vleugelnoten te voorzien. De bomen zullen als gevolg van wortelkap/beschadiging vervroegd uitvallen. Toelichting aangaande wortelverliezen en beschadiging: Bij het totaal aan werkzaamheden zijn wortelverliezen te verwachten, die oplopen tot 60% of meer per boom. Bij het verwijderen en opnieuw stellen van boomspiegelranden is al snel een ontgraving van 2530 cm nodig. Het risico op acute boominstabiliteit is in de meeste gevallen groot. Verder zullen relatief grote wonden ontstaan op plekken waar stabiliteitswortels worden afgezet. Stamvoetranden liggen in of tegen de te ontgraven zones, moeten worden ingezaagd en/of lopen een groot risico om ernstig beschadigd te worden bij de werkzaamheden. Dit type wonden zal zeker bij vleugelnoot leiden tot zeer omvangrijke en snel verlopende houtrot.
Het wordt veroorzaakt door houtparasitaire schimmels, die de wonden als toegang gebruiken tot de boom. Omvangrijke houtrot in gestelwortels en stamvoet leidt tot vervroegde uitval van de boom, doordat noodzakelijke biologische processen zoals sapstroom worden ontregeld of stoppen. De lange wortels die pas ver buiten de boomspiegels vertakken, wijzen erop dat er dichter bij onvoldoende voeding beschikbaar is voor boomgroei. Er is met andere woorden een grote afhankelijkheid van bodemvolume dat zich op grote afstand van de boomspiegel bevindt. Bij het afzetten van lange worteldelen buiten de boomspiegel raakt de boom verstoken van voldoende water en vooral voedingsstoffen die de weggenomen wortels normaliter aanvoeren. Dit leidt ertoe dat de kroon niet onderhouden kan worden, sterk degradeert en de boom vervroegd uitvalt. 24 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Afname doorwortelbaar bodemvolume Doordat de zandlaag onder de verharding en de valondergrond verdicht moet worden naar civieltechnische normen, is er verlies aan doorwortelbare ruimte in die laag. De verdichting beperkt vooral het vermogen van nieuwe wortels om met de wortelpunten de opeengeperste zandkorrels uiteen te drukken voor lengtegroei. De boom kan de verdichte bodemlaag niet meer goed benutten en zal met zijn groeiende wortels op zoek moeten naar een alternatieve locatie.
25 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
4 4.1
4.
CONCLUSIE EN ADVIES
Bouwsteen 10: Eindoordeel effecten
Aan het begin van het onderzoek is de vraag gesteld of de 31 vleugelnoten bij de besproken herinrichting duurzaam behouden kunnen blijven. De volgende deelvragen zijn van toepassing 1. Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de bomen mogelijk? Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus? Nee, de bomen hebben met essentiële delen van hun wortelstelsel en stamvoet de ruimte ingenomen die verloren gaat bij het herstel van funderingen en het maaiveldniveau van verhardingen. Het verwijderen/inkorten/beschadigen van deze boomdelen is onvermijdelijk, waardoor niet langer sprake kan zijn van minimaal een gelijke restlevensduur, conditie of habitus/verschijning. 2. Is behoud van de functie of waarde van de bomen mogelijk? Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde? Nee, de functie en waarde van de bomen zijn beide rechtstreeks afhankelijk van de conditie van en habitus/verschijning. De impact van de besproken herinrichting is in de uitvoering zodanig, dat in geen enkel geval conditiebehoud mogelijk is. De werkzaamheden zijn ook van grote invloed op de habitus/verschijning van de vleugelnoten, omdat in de jaren daarna sprake zal zijn van grootschalig toegenomen kroonsterfte. 4.1.1.
Te vervangen bomen In het licht van de beschreven herinrichting, is het advies de 31 vleugelnoten te vervangen voor nieuwe bomen. In de ontwerpfase van de herinrichting dient rekening gehouden te worden met de aanleg van boomtechnisch goede groeiplaatsen voor nieuwe bomen, die zijn afgestemd op boomsoort specifieke eisen. De groeiplaatseisen die bomen stellen, worden verondersteld bekend te zijn bij de opdrachtgever. Desgewenst kan Terra Nostra hier een toelichting op geven. Het bodemvolume dat geschikt wordt gemaakt voor wortelgroei, bepaalt in sterke mate de haalbare levensduur van de gekozen boomsoort. Concessies aan dat bodemvolume kunnen tot 2 mogelijke uitkomsten leiden: 1. De boom haalt de gewenste levensduur niet; de functievervulling van de boom blijft achter; 2. De boom haalt de gewenste levensduur wel, door ook buiten de aangewezen groeiplaats te gaan wortelen. Dit scenario is een recept voor conflicten met omliggende verharding. 4.1.2. Te handhaven bomen In het licht van de beschreven herinrichting, is het advies geen van de 31 vleugelnoten te handhaven. 4.1.3. Te Verplanten bomen Op basis van de in de steekproef vastgestelde bewortelingspatronen en boomconditie, is geen van de 31 vleugelnoten op voorhand verplantbaar gebleken met goede slagingskans.
Het algemene beeld is dat de bomen vooral wortels voor voedingsopname hebben gemaakt op grote afstand van de stamvoet. Bij een verplanting kunnen deze verre worteldelen niet worden meegenomen naar de nieuwe groeiplaats. Buiten het ongeschikte bewortelingspatroon verhindert met name een sterk verminderde tot zeer slechte conditie succesvolle verplanting, omdat de bijbehorende grote wortelverliezen leiden tot versnelde boomdegradatie, waarvan terugkeren niet mogelijk is. 26 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
4.2
Bouwsteen 11: Randvoorwaarden
Op grond van de boomtechnische bevindingen is er bij uitvoering van het beschreven herinrichtingsplan geen sprake van het duurzaam kunnen behouden van de 31 vleugelnoten. Alleen in de situatie dat herinrichting bij een deel van de vleugelnoten niet wordt uitgevoerd, komen randvoorwaarden voor schadevrij werken bij deze te behouden bomen aan de orde. Deze randvoorwaarden dienen dan nader te worden benoemd door een boomdeskundige. Omdat er buiten de 31 vleugelnoten nog andere bomen nabij het projectgebied staan, zijn algemene boombeschermende maatregelen op die exemplaren van toepassing. Het komt dan in hoofdzaak neer op het toepassen van stambescherming rond stammen en stamvoeten, binnen een straal van 15 m van de projectgrens.
4.3
Bouwsteen 12: Alternatieven
In deze paragraaf wordt het rendement van planaanpassingen toegelicht. De scope is, dat er nog steeds sprake moet zijn van een vergelijkbaar gebruik van de openbare ruimte, met de functies trottoir, speelveld voor balspelen, speeltoestellen met geschikte valondergrond, parkeren en rijweg. Boomspiegels verruimen Het vergroten van boomspiegels betekent dat binnen een bepaalde straal van de stamvoet verharding wordt weggehaald en niet terug wordt gelegd. Dit geeft de boom ruimte voor ongehinderde diktegroei van stamvoet en hoge (gestel)wortels binnen de boomspiegelrand. In de situatie van de vleugelnoten aan het plein zijn binnen 3 tot meer dan 6 m van de stamvoet hoge gestelwortels in het maaiveld aanwezig, die niet kunnen worden verwijderd zonder dat de bomen grote schade oplopen. Ook al nemen de boomspiegels in diameter toe met 2-3 m rondom, om een boomspiegelrand te kunnen maken is nog steeds wortelkap nodig van gestelwortels. Mochten de bomen die wortelkap overleven, dan is buiten die nieuwe rand nog steeds verhardingsopdruk mogelijk in de jaren erna. Dit komt doordat de bomen de neiging hebben steeds wortels te blijven vormen direct onder de herstelde verharding. Het probleem in het betreden gebied is dan niet structureel opgelost.
Ophogen van het maaiveld Sec boomtechnisch bekeken, zijn ophogingen op bestaande wortels met los duinzand acceptabel tot een hoogte van 10-15 cm in open grond. Dikkere lagen los zand opbrengen geeft een duidelijke beperking van de noodzakelijke bodemgasuitwisseling met de atmosfeer. Verdichtende werkzaamheden gaan uiteraard ten koste van doorwortelbaarheid. De nu bij het plein aanwezige opdruk van maaiveldafwerking met steen, asfalt of rubber varieert in ernst. Afhankelijk van de locatie, loopt de opdruk hier en daar op tot zeker 10 cm. De wortels liggen dan min op meer op maaiveldniveau. De vleugelnoten investeren met name in het verlengen en verdikken van bestaande wortels die voedingsbronnen benutten buiten de boomspiegel. Diktegroei van deze wortels (of bundels ervan) beloopt naar verwachting 4-8 mm per jaar. Daar waar wortels al in contact staan met de maaiveldafwerking, zullen steen, asfalt en rubber ieder jaar ongeveer met dit tempo omhoog komen. Hieruit lijkt te volgen, dat een laag van bijvoorbeeld 8 cm extra duinzand bestaande wortels vrij zou kunnen houden van de verharding gedurende 10-20 jaar. Het probleem bij de bomen is, dat ophogen niet verhindert dat nieuwe wortels worden gevormd onder tegen de klinkers aan.
Te verwachten is juist, dat de bomen gestimuleerd worden nieuwe wortels te maken onder de hoger gelegde verharding, om dat daar de omstandigheden voor wortelontwikkeling relatief gunstig zijn. Voorbeelden hiervan komt Terra Nostra regelmatig tegen in de stedelijke omgeving. 27 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Scheidingsdoeken aanbrengen op bestaande wortelstelsels weren wel de vorming van nieuwe wortels, maar dit doek wordt eenvoudig ophooggedrukt door oudere, bestaande wortels die steeds dikker worden. Verder is naadloze aanleg van dit soort doeken gezien de pleinoppervlakte niet goed uitvoerbaar, waardoor nieuwe wortels via naden alsnog kunnen ontsnappen naar het hoger liggende nieuwe cunet. Bovendien zijn scheidingsdoeken niet gewenst en intact te houden boven kabel en leidingtracés die onderhoud behoeven of uitbreiding. Groeiplaatsverbetering door bodemopwaardering De huidige boomtoestand bepaalt mede hoe bestaande bomen ingrepen in hun ondergrondse groeiruimte doorstaan. Het gaat om het vermogen van bomen te reageren op bijvoorbeeld snoeiwonden, door deze te overgroeien of het vermogen om daadwerkelijk gebruik te maken van een verbeterde voedingswaarde van de bodem, zodra deze wordt aangeboden. Het toevoegen van voedingsstoffen in de boomspiegel van de vleugelnoten, zal tot wisselende effecten op boomgroei leiden. Zeker bij bomen met een sterk verminderde of slechte conditie is weinig veerkracht/reactievermogen te verwachten. Te voorzien is, dat de bomen het aangebodene niet goed kunnen benutten. Er wordt een boomreactie verlangd, namelijk het snel en op grote schaal vormen van fijne opnamewortels, ter compensatie van de uitgevoerde wortelkap.
Omdat de boomspiegels en de directe omgeving ervan al jaren uitgeput zijn, zijn in boomspiegels vooral amper vertakkende, oude gestelwortels te vinden. Van dit type wortels is weinig reactie te verwachten met nieuwe opnamewortels (haarwortels). Belangrijker nog is dat ook goed reagerende bomen gedurende jaren toch sterk afhankelijk blijven van de oude wortelstructuren. Het bodem- en wortelvolume in de boomspiegel is en blijft namelijk vele malen kleiner dan het volume dat de boom buiten de boomspiegel tot zijn beschikking heeft.
28 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
LITERATUURLIJST Online: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/8884875/1/RIS305534_Bijlage_1&2 Bomenstichting, & CROW. (2019). Richtlijn Bomen Effect Analyse. Amsterdam. Mattheck, C., Bethge, K., & Weber, K. (2014). Die Körpersprache der Bäume; enzyklopädie des Visual Tree Assessment. Kronau, Germany: Karlsruher Institut für Technologie - Campus Nord. Mattheck, C., & Breloer, H. (1994). Handbuch der Schadenskunde von Bäumen (2. Auflage ed.). Freiburg im Breisgau, Deutschland: Rombach GmbH Druck- und Verlagshaus. Reinartz, H., & Schlag, M. (1997). Integrierte Baumkontrolle (IBA). Stadt und Grün, 10. Roloff, A. (2001). Baumkronen: Verständnis und praktische Bedeutung eines komplexen Naturphänomens: Verlag Eugen Ulmer GmbH & Co. Roloff, A. (2018). Vitalitätsbeurteilung von Bäumen, Aktueller Stand und Weiterentwicklung. Braunschweig, Deutschland: Haymarket Media. Wessolly, L., & Erb, M. (2014). Handbuch der Baumstatik und Baumkontrolle. Berlin-Hannover, Germany: Patzer-Verlag.
29 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Bijlagen
BIJLAGE 1 – METHODE VAN ONDERZOEK De onderstaande boomgegevens worden tijdens het onderzoek opgenomen.
Boomsoort Bepaald aan de hand van de soortkenmerken.
Stamdoorsnede Gemeten op 1,30 meter hoogte in centimeter.
Boomhoogte Gemeten met behulp van een digitale hoogtemeter.
Conditie De conditie van de boom wordt bepaald aan de hand van het proces van kroonontwikkeling; scheutlengte, knop- of bladbezetting en de knop- of bladgrootte, zie figuur 2 (Roloff, 2001, 2018).
Vitaliteit/reactievermogen Vitaliteit/reactievermogen De vitaliteit wordt bepaald door genetische eigenschappen en is soort specifiek. Wel is het zo dat een boom met een goede conditie, een hoger herstelvermogen heeft dan een boom met een slechte conditie. De vitaliteit van een boom is het vermogen om te reageren op de verandering in de omgeving, bijvoorbeeld herstel na een verbetering van de groeiplaats. Een vitale boom heeft een goede weerstand tegen ziekten en aantastingen, Figuur 2: Classificaties conditie naar A. A. Roloff. Roloff. bijvoorbeeld door het afgrendelen van wonden of het snel herstellen van aantastingen door insecten.
Visuele boomcontrole In tabel 4 is de werkwijze van de visuele boomcontrole volgens de VTA methode weergegeven. Hierbij wordt o.a. de stabiliteit en/of de breukgevoeligheid van een boom aan de hand van onder meer conditie, vitaliteit en (symptomen van) gebreken beoordeeld (Mattheck et al., 2014; Mattheck & Breloer, 1994; Reinartz & Schlag, 1997; Wessolly & Erb, 2014).
30 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Bijlagen
Werkwijze visuele diagnose van bomen bomen Biologisch
Mechanisch
Boomsoort Plantwijze Conditie Levensfase Vitaliteit Schimmels Insecten
Randfactoren
Breukgevoeligheid
Stabiliteit
Aantasting/ schade Scheefstand Scheurvorming Soorteigenschappen
Wortelaanzetten Verdeling kroonoppervlak Habitus Lichaamstaal Grondscheuren Soorteigenschappen
Standplaats Bodemtype Locatie grondwater Doorwortelbaar volume Functie van de boom Uitgevoerd werk
Interpretatie levenskracht van de betreffende boom ten behoeve van: Regulier beheer
Specifieke maatregel
Nader onderzoek
Overig
Frequentie inspectie boomveiligheid Frequentie snoei
Toepassen snoei Kroonverankering Groeiplaatsverbetering Rooien/ vervangen
Beoordelen groeiplaats Geluidsmeting (Picus) Meting elektr. weerstand Trekproef
Chlorofyl fluorescentie Analyse grond/blad Overige analyse
Vertaling van resultaten naar concreet en onderbouwd advies
Tabel 4: werkwijze visuele boomcontrole.
Bodemprofiel en beworteling Het bodemprofiel is getoetst door middel van het nemen van grondboringen en profielsleuven. De beworteling is beoordeeld op kwaliteit en kwantiteit. Kwalitatief goede wortels zijn te herkennen aan een witte kern en een slecht loslatende, vochtige bast.
Vochthuishouding De hoeveelheid voor de boom beschikbaar vocht in de bodem, is afhankelijk van het seizoen, weersinvloeden, bodemtype, bodemstructuur, grondwaterstand en ontwatering. Het vochtgehalte is gemeten met een vochtmeter, of gekwantificeerd aan de hand van visuele kenmerken.
Zuurstofgehalte in de bodemlucht Beworteling en het bodemleven hebben zuurstof nodig voor de ontwikkeling van het wortelgestel en opname van water en voedingselementen, zie tabel 5 Hiervoor is het noodzakelijke dat er in de bodem zuurstof wordt aangevoerd en koolzuurgas wordt afgevoerd. Deze uitwisseling van bodemlucht met atmosferische lucht, vindt normaal gesproken plaats aan het oppervlak van de bodem. In het stedelijk groen is deze bodemlucht huishouding dikwijls verstoord. Enkele redenen voor een verstoring zijn: Verdichting, waardoor er te weinig lucht in de bodem aanwezig is. Verslemping van de bovenste laag, waardoor de uitwisseling van bodemgassen met atmosferische lucht wordt belemmerd. Grondophoging, waardoor de bodem wordt verdicht en de uitwisseling van bodemgassen wordt geremd door een langere transportafstand. Een zeer hoog vochtgehalte in de bodem, waardoor er te veel poriën zijn gevuld met water, zodat er weinig tot geen zuurstoftransport is. Bij een vermindering van de hoeveelheid zuurstof in de bodem, neemt de wortelgroei en opname van water en voedingselementen af. Dit is bovengronds zichtbaar in een verminderde tot zeer slechte groei, of afsterving van kroondelen. In een situatie met zuurstoftekort, schakelen wortels om naar een anaerobe omzetting van suikers om toch in hun energiebehoefte te voorzien.
Bij langdurige perioden met zuurstoftekort sterven ook grote wortels af, wat fataal is voor de gehele boom. In een zuurstofloze situatie kleuren wortels paars en/of is in het bodemprofiel een blauwe kleur te zien. 31 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Bijlagen
% zuurstof Omschrijving Wortelgroei 0– 6 Zeer slecht Geen wortelgroei mogelijk 6– 8 Slecht Geen of nauwelijks wortelgroei 8 – 12 Matig Nauwelijks wortelgroei 12 – 16 Redelijk Wortelgroei beperkt 16 – 20,9 Goed Geen beperking voor wortelgroei Tabel 5: Wortelgroei ten opzichte van zuurstofgehalte in de bodem.
Bodemverdichting Bomen in het stedelijk groen hebben vrijwel allemaal met bodemverdichting te maken. Wanneer een bodem wordt verdicht, wordt deze in volume verminderd. Een duidelijk voorbeeld is het berijden van een gazon met te zwaar materieel, waardoor er sporen in het gazon ontstaan. Bodemverdichting gaat in de eerste plaats ten koste van de grote holten en poriën in de bodem. Dit levert direct beperkingen op voor de doorwortelbaarheid en de zuurstofhuishouding. Wortelgroei vindt plaats in de poriën tussen de vaste bodemdelen. Als er te weinig poriën zijn met een grootte van minimaal 0,2 millimeter, wordt wortelgroei onmogelijk. De wortelpuntjes kunnen in een verdichte bodem de gronddeeltjes niet of zeer slecht aan de kant duwen, zodat de ontwikkeling van het wortelgestel stagneert, evenals de ontwikkeling van het bovengrondse gedeelte van de boom. Met een penetrograaf of penetrologger wordt de indringingsweerstand van de bodem geregistreerd, dit geeft een beeld van de mate waarin wortelontwikkeling kan plaatsvinden. De bodemdichtheid wordt in MPa weergegeven waarbij 1 MPa gelijk is aan 1 kgf/cm². In onderstaande tabel is af te lezen bij welke bodemdichtheid er wortelontwikkeling mogelijk is.
MPa Omschrijving Wortelontwikkeling < 1,5 Zeer gunstig laag Optimaal 1,5 – 2,0 Gunstig laag Goed 2,0 – 2,5 Matig verdicht Geen beperkingen 2,5 – 3,5 Verdicht Beperkt 3,5 – 4,5 Sterk verdicht Sterk beperkt 4,5 – 6,0 Zeer sterk verdicht Nihil > 6,0 Extreem zwaar verdicht Nihil 1 MN/m² = 1 MPa Tabel 6: Ontwikkeling wortelgestel ten opzichte van bodemdichtheid
32 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag
Bijlagen
DIGITALE BIJLAGEN Onderstaande bijlagen zijn als digitale bestanden met dit rapport meegestuurd: - Bijlage 2: Boomgegevens Meester de Bruinplein; - Bijlage 3: Themakaart met boomlocaties, boomnummers, kroonprojecties en boomconditie; - Bijlage 4: Themakaart met boomlevensverwachting.
33 Bomen Effect Analyse bij 31 vleugelnoten aan het Mr. De Bruinplein, te Den Haag