RIS315471 Vervolgvragen evaluatie doorstroming en luchtkwaliteit Schilderswijk
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
27 juni 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op vragen van de raadsleden mevrouw De Groot en de heer Bingöl, luidend: ‘Vervolgvragen evaluatie doorstroming en luchtkwaliteit Schilderswijk’
DSO/10538509 RIS315471
De raadsleden mevrouw De Groot en de heer Bingöl hebben op 9 mei 2023 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig met artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
In de beantwoording wordt verwezen naar de afdoening van de motie ‘Evaluatie Schilderswijk afsluitingen’ (RIS306467) en de Evaluatie verkeersmaatregelen Schilderswijk (RIS311299). De enquête en de onderzoeken waarnaar wordt verwezen, zijn gedaan in het najaar van 2021 toen we nog in de coronapandemie zaten. Veel mensen werkten toen thuis en het verkeer was veel rustiger op straat. Vindt het college dat deze onderzoeksperiode representatief is voor de huidige situatie na de coronapandemie?
Zoals reeds benoemd in RIS306467 Afdoening motie ‘Evaluatie Schilderswijk afsluitingen’ worden de telresultaten inderdaad deels beïnvloed door de coronapandemie. De motie verzocht echter om een spoedige tussenevaluatie wat betekende dat dit binnen de coronapandemie zou plaatsvinden. In het aanvullende onderzoek naar reistijdeffecten is een vergelijking gemaakt tussen de periode januarifebruari 2020 en de periode juni-juli 2021. In juni-juli 2021 was de automobiliteit in de spitsen reeds op het niveau van voor de pandemie en geeft het een representatief beeld. De enquête is gedaan in oktober 2021, ongeveer 1,5 jaar na invoering van de verkeersmaatregelen. In oktober ’21 waren er buiten de lockdown periodes ook periodes waarin het aantal verkeersplaatsingen van personen weer op het ‘normale’ niveau was en dus ook de ervaringen die bewoners en ondernemers hadden representatief zouden moeten zijn. 2.
Is het college het met de CDA-fractie eens dat de Evaluatie Schilderswijk afsluitingen geen goed beeld van de huidige situatie geeft, en daardoor geen objectief beeld geeft van de verkeerssituatie op basis waarvan mogelijke verbeteringen in kaart gebracht kunnen worden voor de doorstroming in de Schilderswijk?
Nee, hiermee is het college het niet eens, zie antwoord vraag 1. 3.
De onderzoeken gaan over een deel van de Schilderswijk en gaan niet in op de effecten van de doorstroming op de luchtkwaliteit. Is het college bereid om de doorstroming en luchtkwaliteit breder te onderzoeken?
Het college is bereid om te onderzoeken hoe een betere doorstroming op de ringwegen gerealiseerd kan worden door meer in te zetten op verplaatsingen te voet, met de fiets en het OV. Er wordt in Den Haag een zeer groot aantal korte autoritten (<5km) gemaakt.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10538509
Uiteraard zitten hier ook ritten tussen die enkel met een auto gemaakt kunnen worden, maar er zitten ook ritten tussen die lopend, met de fiets, of het OV gemaakt zouden kunnen worden. Een omslag van een deel van deze korte autoritten naar andere vervoermiddelen zal bijdragen aan een betere doorstroming op de ringwegen én een verbeterde leefbaarheid en verkeersveiligheid in de woonwijken. Een apart onderzoek voor de luchtkwaliteit is niet nodig, want de luchtkwaliteit in Den Haag, waaronder ook de Schilderswijk, wordt ieder jaar gemonitord met een landelijke monitoringstool: het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Hiermee wordt op 5.000 plekken in de stad de luchtkwaliteit getoetst aan de wettelijke normen. Naast de landelijke monitoring (berekening) van de luchtkwaliteit verrichten het RIVM en de gemeente sinds 2005 op een aantal vaste punten zelf ook stikstofdioxide metingen. Ze vormen een aanvulling op de maatgevende berekeningen met de landelijke monitoringstool. Deze metingen zijn indicatief en kunnen niet worden gebruikt om aan grenswaarden te toetsen, maar de metingen van de afgelopen jaren hebben wel de betrouwbaarheid van het rekenmodel aangetoond en geven een redelijk algemeen beeld van de luchtkwaliteit, en van de langjarige, dalende trend.
Over de metingen en de monitoring van de Haagse luchtkwaliteit wordt gerapporteerd in de jaarlijkse voortgangsrapportage luchtkwaliteit (zie RIS315712). 4.
Vindt het college het onderzoek over de Evaluatie Schilderswijk afsluitingen representatief, als de respons maar 11% is? In het rapport staat bovendien dat de respons niet representatief is voor het gehele onderzoeksgebied. Non-respons analyses zijn uitgevoerd. De analyses bevestigen dat bepaalde straten zeer sterk oververtegenwoordigd zijn in de steekproef, terwijl andere straten niet hebben gereageerd.
Zoals reeds benoemd in RIS311299 Evaluatie verkeermaatregelen Schilderswijk vindt het college deze respons niet representatief; “Wij komen dus tot de conclusie dat we de uitkomsten van de enquête niet mogen beschouwen als een representatief beeld van de opvattingen van de inwoners van de wijken. Desalniettemin moeten en willen wij de uitkomsten wel degelijk opvatten als een blijk van onvrede van een grote groep mensen.”. De conclusie van de enquête is dus weldegelijk helder ‘onvrede over de komst van de Pollers’. Echter, deze conclusie geeft onvoldoende draagvlak om de Pollers te verwijderen tegenover de forse verbetering op het gebied van verkeersveiligheid en leefbaarheid.
5.
Het college geeft aan dat de luchtkwaliteit in de Schilderswijk voldoet aan de Europese normen. Hoe kan het college van mening zijn dat aan deze normen wordt voldaan in de Schilderswijk, als er helemaal niet op wijkniveau wordt gemeten?
Zie beantwoording vraag 3. Het RIVM brengt hierover jaarlijks een monitoringsrapportage uit. Vanuit de gemeente Den Haag wordt hierover gerapporteerd in de voortgangsrapportage luchtkwaliteit (zie RIS315712).
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10538509
6.
Is het college bekend met de nieuwe richtlijn van de GGD, om rekening te houden met luchtkwaliteit en het belang van een gezonde omgeving vlakbij plekken zoals scholen en kinderopvang?
Ja, het college is bekend met de richtlijn van de GGD over Luchtkwaliteit en gezondheid (uit 2019) en de laatste update (in 2023) hiervan voor o.a. hooggevoelige groepen (voorheen gevoelige bestemmingen). 7.
Voldoet de situatie in de Schilderswijk aan deze nieuwe richtlijnen van de GGD? Hoe wordt dit gecontroleerd en bijgehouden?
Deze GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en gezondheid geeft een actueel overzicht van wetenschappelijke studies naar gezondheid en luchtkwaliteit. Het bevat o.a. adviesafstanden voor gevoelige bestemmingen. Sommige bestaande scholen in Den Haag liggen dichterbij drukke wegen dan in de richtlijn wordt geadviseerd. Desalniettemin, wordt er op alle locaties van de in Den Haag aanwezige scholen, kindercentra, verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen aan de Europese normen voor luchtkwaliteit voldaan. Om gevoelige groepen, zoals kinderen, langs drukke wegen in Den Haag extra te beschermen tegen mogelijke effecten van luchtverontreiniging heeft het college in 2018 met de GGD Haaglanden een verkenning gedaan naar aanvullende maatregelen om de luchtkwaliteit verder te verbeteren. Op basis van dit advies heeft het college een subsidieregeling opgezet voor scholen om filters aan te schaffen voor een betere (binnen)luchtkwaliteit. Destijds hebben veel scholen en kinderopvangcentra hier gebruik van gemaakt. Onlangs is er vanuit het Schone Lucht Akkoord de Aanpak voor gevoelige groepen en hoog blootgesteld gebieden (2022) gepubliceerd. In het Actieplan Luchtkwaliteit voor Den Haag, dat uw raad later dit jaar ontvangt, zal bekeken worden hoe we dit advies naar lokaal beleid kunnen vertalen om extra kwetsbare mensen nog meer te beschermen tegen negatieve gezondheidseffecten door luchtvervuiling. 8.
Het college erkent dat de luchtkwaliteit nog niet voldoende gezond is, maar verwijst vervolgens naar landelijke actieplannen voor de luchtkwaliteit die er nog moeten komen. Waarom neemt het college niet zelf actie, om op korte termijn de luchtkwaliteit te verbeteren?
Het college neemt zelf wel acties om met verschillende maatregelen de luchtkwaliteit te verbeteren (zie RIS315712). Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan een nieuw Actieplan Luchtkwaliteit voor Den Haag. Deze wordt na de zomer van 2023 verwacht.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10538509
9.
Is het college bereid om in de maatregelenpakketten die er nog gaan komen om de luchtkwaliteit te verbeteren, ook te kijken naar oplossingen die zorgen voor betere doorstroming en minder stilstaand verkeer, waarmee ook de luchtkwaliteit verbeterd kan worden?
In het nieuwe Actieplan luchtkwaliteit zal het college vooral kijken naar maatregelen die zorgen voor een betere luchtkwaliteit. Daarbij zal bij schoner vervoer de nadruk voornamelijk liggen op onderzoek naar maatregelen als een aanscherping en uitbreiding van milieuzones. Wanneer maatregelen zijn te treffen om de doorstroming te bevorderen, waardoor er minder uitstoot is, zullen deze ook worden getroffen. Zoals ook benoemd in het antwoord op vraag 3 zal het college daarnaast ook inzetten op het aansturen van de weggebruiker om bij korte ritten te lopen, fietsen of het OV te nemen. Hierdoor kan de druk op de ringwegen afnemen, waardoor de doorstroming op de ringwegen en tevens de leefbaarheid en verkeersveiligheid in de woonwijken verbeterd. 10. In de beantwoording staat dat van een project herinrichting Vaillantlaan momenteel geen sprake is.
Welke acties gaat het college dan ondernemen om de doorstroming en luchtkwaliteit te verbeteren, en kunnen daarbij ook wegen als de Parallelweg en De Heemstraat meegenomen worden? Een aantal herinrichtingsprojecten in deze omgeving zijn: het aanpakken van de blackspot kruising Vaillantlaan / Hoefkade / Wouwermanstraat; herinrichting Hobbemaplein vanwege de inpassing van de nieuwe tramhalte van lijn 6 op het Hobbemaplein; herinrichting van verschillende straten binnen Transvaal en Schilderswijk naar aanleiding van de projecten: o Instroom nieuwe tram Haagse Regio (INTHR) lijn 6; o Sterfietsroute Vroondaal; herinrichting Zevensprong, waarbij ongelijkvloerse oplossingsrichtingen worden onderzocht. Binnen deze projecten wordt ook aandacht besteed aan de doorstroming van het verkeer. Echter, de focus zal liggen op het sturen van verkeer naar de ringwegen van de stad, waar het doorgaand verkeer thuishoort. Deze ringwegen zullen dus altijd druk blijven. Zie ook het antwoord onder vraag 3 en 9 wat betreft het verbeteren van de doorstroming. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
4/4