CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315443 Beantwoording technische vragen raadsvoorstel Huisvestingsverordening Den Haag 2023

Commissie Ruimte 17 mei 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Martijn Balster Wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn en Zuidwest

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10524162 RIS315443 Contactpersoon

Saskia Heijmans Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Wonen Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

9 mei 2023

saskia.heijmans@denhaag.nl

Onderwerp

Beantwoording technische vragen raadsvoorstel Huisvestingsverordening Den Haag 2023

Geachte voorzitter, Naar aanleiding van het raadsvoorstel Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (RIS315301) heeft het raadslid mevrouw Arp op 26 april 2023 een brief met daarin achttien vragen aan het college gesteld. Graag beantwoorden we deze in voorliggende brief. 1.

De huidige huisvestingsverordening vervalt per 1 juli 2023. Waarom heeft het college ervoor gekozen om de raad pas op 21 april 2023 de nieuwe huisvestingsverordening en een omschrijving van het proces hier naartoe voor te leggen? Wanneer hebben de andere gemeenteraden uit de regio de nieuwe huisvestingsverordening ontvangen en wanneer hebben zij deze in de commissie c.q. raad besproken

De voorgestelde huisvestingsverordening is in het samenwerkingsverband van de regio Haaglanden voorbereid door regiogemeenten, in overleg met werkzame corporaties, Sociale Verhuurders Haaglanden (SVH) en de Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden (SHH). De insteek van deze wijziging van de Huisvestingsverordening is dat de huidige werkwijze wordt doorgezet in afwachting van wijzigende wet- en regelgeving en de doorontwikkeling van regionaal beleid op het gebied van o.a. urgentieverklaringen. De Bestuurlijke Tafel Wonen heeft op 29 maart ingestemd met de voorliggende huisvestingsverordening. Daarna zijn de regiogemeenten gestart met de interne bestuurlijke procedures. 2.

Is het college het met de SP eens dat niet alle voorgestelde aanpassingen van de huisvestingsverordening puur technisch van aard zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het verruimen van de mogelijkheid om af te wijken van de rangorde van het woningaanbod (artikel 3:12)? Zo ja, waarom is ervoor gekozen om zo kort voor het vervallen van de huidige huisvestingsverordening deze wijzigingen aan de raad te doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

Nee, het betreft een technische wijziging van artikel 3:12 omdat het vigerende artikel niet voldoende ruimte bleek te bieden om effectief ingezet te worden.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10524162

De aanbiedmethode van loting bij dertien weken vruchteloos of ten minste vijftig maal tevergeefs aanbieden aan woningzoekenden gaf in de praktijk niet voldoende ruimte en werd door de woningcorporaties in de regio ook ruimer toegepast. Om de werkwijze in lijn te brengen met de lokale regelgeving en het inzetten van dit instrument te borgen is de voorwaarde opgenomen dat woonruimte vooraf in lokale afspraken tussen gemeenten, huurdersorganisaties en woningcorporaties voorafgaand toepassing van artikel 3:12 moet worden aangemerkt als geschikt voor afwijking en is daarbij een begrenzing van maximaal 10% van het vrijkomend aanbod ingesteld. 3.

Kan het college toelichten wat de volgende aanpassing van de huisvestingsverordening in de praktijk behelst: ‘Met het oog op het bevorderen van de doorstroming, kan de volgorde van lokaal en regionale voorrang worden aangepast’ (artikel 3:5)?

In de huidige regeling van de huisvestingsverordening gaan voorrangsregelingen op basis van lokaal maatwerk in de rangorde altijd boven regionaal maatwerk. Voorstel is om voorrangsregelingen uit beide categorieën die doorstroming bevorderen voor te laten gaan op regelingen die dat niet doen. Dat betekent bijvoorbeeld dat bij reageren op een woning de woningzoekende die voldoet aan de voorwaarden van regionaal maatwerk gericht op doorstroming voorgaat op een woningzoekende die voldoet aan de voorwaarden voor lokaal maatwerk die niet de doorstroom bevordert. 4.

Hoe is het college van plan gebruik te maken van de mogelijkheid om maximaal 10% van het aanbod op een andere manier dan op basis van inschrijftijd toe te wijzen (artikel 3:12)? Hoe wordt er momenteel gebruik gemaakt van de mogelijkheid om af te wijken van de rangorde?

Het gaat hier bijvoorbeeld om loting. De wijze van anders aanbieden en toewijzing zal transparant worden gemaakt en passen binnen het stelsel van vrije vestiging. Woonruimte moet in lokale afspraken tussen gemeenten, huurdersorganisaties en woningcorporaties worden aangemerkt als geschikt voor afwijking van artikel 3:4 en 3:5. In de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 wordt afgeweken van de rangorde door een woonruimte via loting aan te bieden, indien deze door de woningcorporatie dertien weken vruchteloos of ten minste vijftigmaal tevergeefs is aangeboden aan woningzoekenden. 5.

Wat wordt er bedoeld met ‘woonruimten, bestemd voor inwoning’ zoals vermeld in artikel 2:1, tweede lid?

Dit artikel geeft aan dat als een woningzoekende een deel van de woonruimte bewoont die door een ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen, geen huisvestingsvergunning verleend kan worden. 6.

Kan het college met betrekking tot artikel 3:2, lid 1 aangeven welke huur-inkomenstabellen en normen met betrekking tot de woninggrootte de Sociale Verhuurders Haaglanden voor Den Haag hanteren?

De Sociale Verhuurders Haaglanden (SVH) hanteren geen afwijkende inkomenstabellen en normen voor woninggrootte anders dan opgenomen in de huisvestingsverordening. 7.

Op welke wijze worden woningen die op grond van artikel 3:4, lid 3 worden aangeboden maar niet worden gepubliceerd verantwoord? Hoe wordt dit inzichtelijk gemaakt voor de gemeenteraad en woningzoekenden?

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10524162

De aantallen worden openbaar gemaakt door SVH in de jaarmonitor en aanbodrapportage. Deze gegevens worden tevens opgenomen in de voortgangsrapportage van de Woonagenda die wordt aangeboden aan de gemeenteraad. De verhuringen worden door de SVH gepubliceerd op de website van Woonnet Haaglanden Onlangs verhuurd - Woonnet Haaglanden (woonnet-haaglanden.nl). 8.

Wat is het wettelijk maximaal toegestane percentage voor regionaal maatwerk zoals benoemd in artikel 3:7, lid 1?

Onder de huisvestingswet 2014 is dat percentage op dit moment 50%. 9.

Kan het college aangeven in hoeverre onze gemeente dit maximaal wettelijk toegestane percentage momenteel benut en voor welke categorieën woningzoekenden?

Door de regionaal afgestemde regels van regionaal maatwerk in te stellen gericht op de bevordering van doorstroming. In 2022 zijn 305 woonruimten verhuurd op basis van regionaal maatwerk. Deze zijn: in het Woonnet Haaglanden geautomatiseerde voorrang voor grote gezinnen (minimaal vier kinderen) die een woonruimte achterlaten in de regio kleiner dan 80m2 en reageren op een woonruimte groter dan 80m2, voorrang voor huishoudens die een woonruimte achterlaten kleiner dan 80m2 of een eengezinswoning kleiner dan 65m2 die reageren op een woonruimte kleiner dan 80m2. Daarnaast bestaat een ruimte voor bemiddeling van doorstromers binnen de regio die een schaarse grote corporatiewoning achterlaten (voor maximaal 5% van het vrijkomend aanbod). 10. Wat is het wettelijk maximaal toegestane percentage voor lokaal maatwerk zoals benoemd in artikel 3:8, lid 1? Onder de huisvestingswet 2014 is dat percentage op dit moment 25%. 11.

Kan het college aangeven in hoeverre onze gemeente dit maximaal wettelijk toegestane percentage momenteel benut en voor welke categorieën woningzoekenden?

Het college heeft de mogelijkheid om lokaal maatwerk in te stellen om deze ruimte te vullen. Op dit moment is een aantal lokaal maatwerkregels van toepassing die voorrang geven aan bepaalde doelgroepen in de hele stad. Dit zijn onder andere loting voor Haagse starters, doorstroming van ouderen naar beter toegankelijke woonruimten in eigen buurt en voorrang voor de gedupeerden van de kinderopvangtoeslagenaffaire die hun woning zijn verloren en nog geen zelfstandige woonruimte hebben kunnen vinden. In 2022 zijn 161 woonruimten verhuurd op basis van lokaal maatwerk. Ook vallen toewijzingen op basis van urgentie, waarbij een bindingseis wordt gesteld (alle urgentiecategorieën waaronder herstructureringsurgenten, met uitzondering van mantelzorgurgenten en urgenten die in de vrouwopvang verblijven voor 2 maanden omdat voor deze twee categorieën geen bindingseis geldt), onder dit percentage. In totaal zijn 449 woonruimten op met lokale binding verhuurd in 2022. Het college is voornemens in het lokaal maatwerk onder de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 een aantal lokaal maatwerkregels toe te voegen. Dit zijn: een geautomatiseerde voorrangsregel in Woonnet Haaglanden voor 65-plussers die op beter toegankelijke woningtypes reageren. Daarnaast zullen afwijkende wijze van aanbieden op basis van artikel 3:12 als daaraan bindingseisen worden gesteld.

Inschatting is dat deze maatregelen tot een verdubbeling van de benutting van lokaal maatwerk betekening.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10524162

12. Kan het college aangeven op welke wijze andere gemeenten in de regio dit maximaal wettelijk toegestane percentage momenteel benutten en voor welke categorieën woningzoekenden? Dit percentage en de categorieën staan per gemeente in de gepubliceerde jaarmonitor 2022 van SVH in de tabel 2.5 Verhuringen via lokaal maatwerk per gemeente.

1 Bron jaarmontor 2022 Sociale Verhuurders Haaglanden

13. Kan het college aangeven op welke wijze de Sociale Verhuurders Haaglanden ten aanzien van hun Haagse bezit verantwoorden in hoeverre zij hun eigen huurders een alternatieve woonruimte uit eigen beheer aanbieden (conform artikel 3:10)?

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10524162

De woningcorporaties kan gevraagd worden door de SVH of de gemeente op welke manier en met welke overwegingen zij over gegaan zijn tot een aanbod uit eigen beheer. Dit wordt door de woningcorporaties vastgelegd. 14. Wat bedoelt men in het licht van de toelichting op artikel 3.10, vierde lid, in de leeswijzer onder ‘moeilijk verhuurbare woonruimten’? Dit kan zijn als is gebleken dat een woonruimte een aantal keer is aangeboden zonder een succesvolle verhuring. Dit wordt vastgesteld in overleg tussen burgemeester en wethouders en de betreffende woningcorporatie. 15.

Is de toepassing van artikel 3.10, lid 6 ook mogelijk indien dit op gespannen voet staat met de regels voor passend toewijzen?

De regels in de verordening staan los van de verplichtingen die corporaties hebben met betrekking tot passend toewijzen. Het voorgestelde artikel 3:10, lid 6 geeft ruimte aan woningcorporaties om een terugkeermogelijkheid af te spreken in het sociaal plan, maar doet niet af aan de verplichtingen van de Woningwet in het kader van passend toe wijzen. 16. In hoeverre wijken de beleidsregels van de gemeente Den Haag voor een urgentieverklaring af van die van andere gemeenten in de regio? Die zijn bijna volledig gelijkluidend, behalve dat de gemeente Delft een specifieke aanvulling gedaan heeft ter ondersteuning van gedupeerden kinderopvangtoeslagenaffaire. In Den Haag wordt daarvoor gebruik gemaakt van een lokaal maatwerkregel. 17.

Wat bedoelt men in artikel 7:4 met ‘innovatieve ontwikkelingen’?

Het gaat om ontwikkelingen op de woningmarkt die nog niet mogelijk gemaakt zijn in de huidige verordening maar bij kunnen dragen aan de bestrijding van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste. Dit is bijvoorbeeld voorrang aan onmisbare beroepsgroepen. Spoedig wordt hiervoor een experiment gestart in Zuidwest om leraren voorrang te geven op woningen. 18. In hoeverre is de huisvesting van arbeidsmigranten een onderwerp van gesprek in de regio bij de voorbereiding van de volgende Huisvestingsverordening? Heeft het college de ambitie om hier in regionaal verband afspraken over te maken? De huisvesting van arbeidsmigranten is een onderwerp van gesprek met de regiogemeenten. Dit doen we onder andere binnen het traject van de regionale woonzorgvisie. Met de regionale woonzorgvisie maken de regiogemeenten afspraken over voldoende huisvesting voor aandachtsgroepen, waaronder arbeidsmigranten, met een evenwichtige verdeling over de regio. De uitgangspunten uit de regionale woonzorgvisie zullen waar nodig worden betrokken in de voorbereiding wijzigingen van de huisvestingsverordening. Met vriendelijke groet, de wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn en Zuidwest Martijn Balster

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12714717/2