RIS315360 Afdoening motie Q.2 D66 Ervaring is een openbaring
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSB/10537112 RIS315360 Contactpersoon
Jeffrey de Jong Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
15 juni 2023
jeffrey.dejong@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Ervaring is een openbaring’
Uw raad heeft tijdens de behandeling inzake de commissiebrief Handreiking naar een toegankelijke buitenruimte: uitgangspunten voor een toegankelijke inrichting van de buitenruimte voor mensen met en zonder een functiebeperking’ op 20 april 2023, de door het raadslid mevrouw van Doorn ingediende motie Q.2 D66 ‘Ervaring is een openbaring’, aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: − een stad die toegankelijk is voor mensen met een functiebeperking, toegankelijk is voor iedereen; − de handreiking naar een toegankelijke buitenruimte wordt opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte, dat dient als leidraad voor iedereen die zich bezig houdt met de inrichting van de stad, van ontwerp tot aanleg; − de wethouder in de commissievergadering aangaf dat het niet nodig is om ervaringsdeskundigheid op het gebied van toegankelijkheid in de ACOR te borgen, de Adviescommissie Openbare Ruimte, die ontwerpen voor de inrichting van de stad toetst, omdat hierop voldoende expertise aanwezig is, evenals in het VOV (Vooroverleg Over Verkeerszaken).
Overwegende, dat: − toetsen op de toegankelijke inrichting van de buitenruimte direct vanaf de ontwerpfase veel dure herstelwerkzaamheden achteraf voorkomt; − ervaringsdeskundigheid op het vlak van een toegankelijke buitenruimte voor mensen met een functiebeperking niet hetzelfde is als expertise: indien leden van de ACOR en de VOV zelf geen ervaring hebben met functiebeperkingen zijn plannen moeilijker te beoordelen op toegankelijkheid; − als je zelf in een rolstoel of als visueel beperkte door het leven gaat, je de inrichting van de buitenruimte anders ervaart dan zonder een functiebeperking; − toegankelijkheid niet te vergelijken is met andere deelterreinen als bv. klimaatadaptatie (wat je kan bestuderen) of gebruiksvriendelijkheid voor fietsers (waarop bijna iedereen ervaringsdeskundige is), maar specialistische deskundigheid – gestoeld op ervaring - vereist; − ervaringsdeskundigheid op het gebied van toegankelijkheid op allerlei verschillende functiebeperkingen samenkomt in Stichting Voorall.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10537112
Verzoekt het college: − aan te tonen dat de ACOR en de VOV over voldoende specialistische deskundigheid – gestoeld op ervaring – beschikken en hierover aan de raad te rapporteren voor het zomerreces van 2023; − wanneer deze specialistische deskundigheid niet aanwezig blijkt te zijn in de ACOR en de VOV, in overleg met Stichting Voorall, ervaringsdeskundigheid op het gebied van toegankelijkheid te gaan borgen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. Het college onderschrijft het belang van een toegankelijke inrichting van de buitenruimte. Zoals in het recente coalitieakkoord verwoord: ‘we willen een toegankelijke stad zijn. Dat wil zeggen een kindvriendelijke stad, toegankelijk voor ouderen en voor mensen met een beperking. Bij alle projecten die we uitvoeren is toegankelijkheid dan ook het uitgangspunt en een expliciet onderdeel van de planvorming.’ Om dit te bereiken betrekt de gemeente bij de planvorming van een (her)inrichting of vervangingsopgave in de openbare ruimte waar nodig diverse groepen bewoners, ervaringsdeskundigen en belangenverenigingen, die voorzien in advies op onder andere toegankelijkheid. Er wordt gebruik gemaakt van het reguliere participatieproces. Met de in het handboek openbare ruimte opgenomen ontwerprichtlijnen wordt toegankelijkheid in het ontwerpproces integraal meegenomen.
De Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR) en het Vooroverleg Verkeerszaken (VOV) beoordeelt de ruimtelijke en verkeersveilige kwaliteit van een ontwerpvoorstel voor de (her)inrichting van de openbare ruimte, zoals de aanleg van een nieuw park of straatprofiel. Zij doen dat al vele jaren, zijn kritisch en houden rekening met alle aspecten die spelen in de buitenruimte. Het onderwerp toegankelijkheid is onderdeel van de toetsing op bereikbaarheid door het VOV. De primaire toets op toegankelijkheid ligt dus bij VOV. Het VOV heeft geregeld contact met Voorall over een toegankelijke openbare ruimte, omdat dit een belangrijke toets is bij de beoordeling van het ontwerpproces. Ook de ACOR toetst de toegankelijkheid, als onderdeel van de gebruikswaarde van de openbare ruimte en de beleidsuitgangspunten zoals vastgelegd in de Kadernota Openbare Ruimte (RIS107727). Vanuit die optiek neemt de ACOR toegankelijkheid mee in haar adviezen over plannen voor de buitenruimte. De ACOR is een ambtelijke organisatie en samengesteld uit leden vanuit de diensten DSO, DSB, DPZ en een gemandateerd lid van de Welstandscommissie, met verschillende expertise, maar wel altijd met een bredere blik en generalistische benadering.
De ‘Handreiking naar een toegankelijke buitenruimte: uitgangspunten voor een toegankelijke inrichting van de buitenruimte voor mensen met en zonder een functiebeperking’ (RIS-314096) maakt onderdeel uit van het toetsingskader van de ACOR en het VOV. De ambtelijke organisatie én het VOV onderhoudt nauwe contacten met stichting Voorall. Op deze manier wordt ervaringsdeskundigheid benut en ingezet. Naar mening van het college is – zoals hierboven aangegeven - het toegankelijkheidsaspect goed geborgd in het proces en wordt voldaan aan de door uw raad geformuleerde randvoorwaarden. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2