CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315274 LER rapportage en advies

Commissie Ruimte 20 maart 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: LER rapportage en advies, RIS3152741.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Robert van Asten Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Strategie en Europa

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10513525 RIS315274 Contactpersoon

Rene Teule / Tamar de Corte Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

SEPO Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

18 april 2023

rene.teule@denhaag.nl / tamar.decorte@denhaag.nl

Onderwerp

LER rapportage en advies

Geachte voorzitter, De LER (leefbaarheidseffectrapportage) is een extern instrument dat in 2017 door het bedrijf StrateGis Groep B.V. (www.strategisgroep.nl) is ontwikkeld op initiatief van en in samenwerking met het Wijkberaad Bezuidenhout en de gemeente. Het digitale instrument, dat sindsdien door StrateGis Groep verder is ontwikkeld, brengt bestaande en toekomstige situaties in kaart door middel van het toekennen van scores op bepaalde thema’s rond leefbaarheid (bijv. groen, mobiliteit, veiligheid, onderwijs) ten opzichte van gestelde normen. In 2019 is in opdracht van de gemeente door het bedrijf Antea Group een extern evaluatierapport LER opgeleverd over de bruikbaarheid ervan in de stad en besproken in uw raad (RIS303058). Een van de belangrijkste conclusies uit dat rapport was dat de LER als participatie-instrument kan worden gebruikt en niet als toetsingsinstrument om te achterhalen of wijken voldoen aan de voorgeschreven normen. Het overgrote deel van de gehanteerde criteria bleek en blijkt namelijk niet gebaseerd te zijn op vastgestelde normen, maar op streefwaarden of stedelijke gemiddelden. Wanneer normen, gemiddelden en streefwaarden allemaal in de LER voorkomen resulteert dit in verwarring bij bewoners, zo concludeerde het rapport toen. Het ene criterium is wel juridisch toetsbaar maar het ander niet.

Recenter is dat nog eens herhaald en bevestigd in de nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513), waar is aangegeven: “Gezien de verschillen in hardheid van de gebruikte criteria, is het inzetten van de LER als toetsingsinstrument minder bruikbaar. De LER geeft wel aanleiding tot het goede gesprek over het verenigen van verschillende ambities en de gevolgen daarvan voor de woonomgeving”. Daarnaast speelt dat in de LER de afbakening van een gebied van grote invloed is op het wel of niet halen van een criterium of norm. Het wel of niet meenemen van een naastgelegen groenvoorziening of stedelijk gebied kan een score in positieve of negatieve zin beïnvloeden. Wanneer in een wijk als Bezuidenhout in de LER niet aan het groencriterium wordt voldaan, hoeft dit niet zo ervaren te worden, omdat het Haagse bos tegen de wijk aanligt. Hetzelfde geldt voor andere voorzieningen die niet in een wijk liggen of te vinden zijn, maar wel nabij gelegen zijn (denk aan huisartsen, tandartsen, scholen, sportvoorzieningen e.d.).

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10513525

Op basis van de discussies in uw raad over deze eerste evaluatie en de (externe) adviezen zijn twee proeftuinen gestart om de LER als participatie-instrument te testen (in tegenstelling tot de LER als normatief instrument). Deze proeftuinen hebben rond de zomer van 2021 (vertraagde uitvoering als gevolg van de corona-maatregelen) plaatsgevonden in Den Haag Zuidwest (op niveau van gebiedsvisie) en de ICT Security-Campus / Laan van NOI (op niveau van project/gebiedsontwikkeling). Ook deze proeftuinen zijn door hetzelfde externe bureau geëvalueerd. Dit om zo te leren en te ervaren hoe de LER desgewenst ingezet kan worden in participatietrajecten. Via deze brief bieden wij de evaluatierapportage van die proeftuinen aan. Ik verwijs u daarvoor naar de bijlage. In dit rapport wordt aanbevolen de LER als één van de mogelijke instrumenten in participatietrajecten op te nemen, mits daarbij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden.

Die voorwaarden zijn: − gebruik het als instrument voor het voeren van het goede gesprek en niet normstellend; − pas het toe op gebiedsniveau en niet op projectniveau; − zet de LER vooral in met bewoners en zorg voor goede begeleiding vanwege complexiteit en vanwege hogere schaalniveau; − roep de LER waar nodig aan tijdens het participatieproces, maar stel de LER zelf niet centraal; − laat niet alleen data uit de LER leidend zijn tijdens het participatieproces maar focus ook op ervaringen van inwoners. Op basis van de proeftuinen en de bijgevoegde evaluatie kan gesteld worden dat de LER onder bepaalde voorwaarden (inclusief die uit de eerstgenoemde evaluatie) een nuttige participatietool kan zijn. Het college is dan ook bereid in de toekomst gebruik te maken van de LER, maar niet overal en verplichtend opgelegd. Wij willen benadrukken dat de LER namelijk niet in iedere situatie het meest aangewezen middel is, nog los van het feit dat de LER geen eigendom is van de gemeente en verplichtend voorschrijven gepaard gaat met aanbestedingsrisico’s.

Waarom dat zo is, vatten we hieronder nog eens kort samen: - de LER wordt nog te snel als toetsingsinstrument gezien, maar is daarvoor niet geschikt; het merendeel van de gebruikte criteria bestaat uit streefwaarden en gemiddelden; - binnen de LER beïnvloedt de wijkafbakening wel heel erg de uitkomsten op de verschillende criteria, terwijl in de directe nabijheid van de wijk zowel in positieve of negatieve zin de leefbaarheid wordt geraakt; - naast de LER zijn in wijken ook andere instrumenten gebruikt en beschikbaar - bijvoorbeeld wijkprofielen of leefbaarheidscirkels (Leefbaarheidscirkel (incijfers.nl) ) – voor het goede gesprek aldaar over onder meer leefbaarheid om samen te bepalen wat in wijkagenda’s terecht moet komen. We begrijpen en onderstrepen ook uw wens in de raad om bestaande situaties in onze Haagse wijken continue te volgen, zeker daar waar in de nabije toekomst veel gaat veranderen. De LER zou hier, naast andere instrumenten, een rol kunnen vervullen in het participatietraject. Tot slot zal in verlengde van de in te voeren Omgevingswet – waarin de brede fysiek-ruimtelijke opgaves en keuzevraagstukken (dus inclusief voorzieningen) aan de orde zijn - een aantal instrumenten verplicht gesteld worden om toe te passen en in te voeren. Denk aan de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de omgevingseffectrapportage en de omgevingsvergunning.

Daarbij is voor elk van die instrumenten ook een vast te stellen vorm van participatie aan de orde.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10513525

Hoe nu verder? Zoals eerder opgemerkt wil het college in de toekomst bij het opstellen van ruimtelijke (her-) ontwikkelingsplannen (op gebiedsniveau) explicieter, gestructureerder en professioneler de kwaliteit van de leefomgeving betrekken. De Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen getuigde daar ook al van, net zoals het gebruik van inmiddels beproefde instrumenten zoals de al genoemde Leefbaarheidscirkel en Wijkprofielen, maar ook de Leefbaarometer en de in ontwikkeling zijnde Digitale Spiegelstad. De LER kan daar dus vanaf nu aan worden toegevoegd als mogelijk inzetbaar participatie-instrument, onder de randvoorwaarden zoals genoemd in deze brief. In een participatieproces, aan de hand van één van de instrumenten en (vooral ook) van het gesprek in de wijken en buurten, moet de nadere duiding naar boven komen hoe leefbaarheid wordt ervaren, voorzieningen wel of niet kunnen worden gebruikt en wat de wensen van inwoners en ondernemers zijn die er leven. We willen de keuze voor welk instrument om leefbaarheid in het gebied inzichtelijk te maken vooral bij de wijken en buurten of initiatiefnemers zelf laten. Wij tekenen hierbij nu reeds aan dat geen van de beschikbare instrumenten daadwerkelijk effectief zal zijn als het proces niet gepaard gaat met nadere gesprekken en onderzoek naar de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt.

We kunnen weliswaar de voorzieningen, faciliteiten en kwaliteiten (denk aan gevestigde huisartsen, scholen, winkels, groen, sportverenigingen) in kaart brengen. Dit zegt echter niet onmiddellijk iets over het gebruik dat er van wordt gemaakt of de meerwaarde die het heeft of hoe het in de wijk of buurt wordt ervaren. Is er wel plaats in een huisartsen- of tandartsenpraktijk en waar komen de huidige cliënten vandaan? Zijn de groenvoorzieningen van voldoende kwaliteit en sluiten ze aan bij de wensen van bewoners in de buurt; door wie worden ze wel/niet gebruikt en waarom? Staan de (winkel)voorzieningen leeg? Hoe scoren de scholen in het gebied qua onderwijs(kwaliteit) en hoe is er de toegang/aanmelding geregeld? De antwoorden op dergelijke vragen volgen vaak niet uit de ontwikkelde participatie-instrumenten, ook niet vanuit de LER. Hiervoor moeten we dus meestal via nadere gesprekken of nader onderzoek met de buurten en wijken aan de slag. Het college is voornemens later dit jaar met een ontwerp Participatiegids te komen, waarin ook aandacht wordt besteed aan de beschikbare participatie-instrumenten, inclusief de LER. Daarbij wordt ook in- en overzicht geboden welke instrumenten bij welke omstandigheden het meest geëigend zijn en wordt aandacht gegeven aan de juridische grondslag bij verschillende vormen van participatie.

Tegelijkertijd is de invoering van de Omgevingswet nu echt aanstaande. De huidige MER zal in dat licht naar verwachting worden doorontwikkeld tot een OER (OmgevingsEffectRapportage). Het is weliswaar nog niet duidelijk hoe die OER er straks precies uit gaat zien, maar gezien de breedte van de Omgevingswet is het zeer wel denkbaar dat daar ook elementen uit de Leefomgeving of qua Leefbaarheid een plek in krijgen. Daarmee zouden ook onderdelen uit het nu beschikbare instrumentarium als LER, Leefbaarheidscirkel, Leefbaarometer, wijkprofielen hierin op kunnen gaan. Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Strategie en Europa Robert van Asten

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12640223/2