RIS315227 Beantwoording SV Wmo indicaties zonder einddatum
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
30 juni 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op vragen van de raadsleden mevrouw Arp, de heer Thepass en mevrouw Holman, luidend: ‘Wmo indicaties zonder einddatum’
OCW/10541809 RIS315227
De raadsleden mevrouw Arp, de heer Thepass en mevrouw Holman hebben op 12 april 2023 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 3 april 2023 verscheen op de website skipr.nl het artikel ‘Drie gemeenten werken niet meer met een Wmo-indicatie voor bepaalde tijd’. In dit artikel staat dat de gemeenten Maastricht, Rotterdam en Stichtse Vecht met Wmo-indicaties voor onbepaalde tijd werken. Redenen die hiervoor worden opgegeven zijn het verminderen van de administratieve lastendruk, het niet onnodig willen confronteren van zorgbehoevenden met hun ziekte, het voorkomen van onnodige onzekerheid en het waarborgen van de continuïteit van de zorg. 1.
Is het college het met de SP, PvdA en GroenLinks eens dat het belangrijk is om continuïteit van de zorg te waarborgen, uit te gaan van vertrouwen in plaats van wantrouwen in de zorgbehoevende en onnodige zekerheid bij zorgbehoevenden te voorkomen? Zo ja, hoe kijkt zij in dit licht naar de manier van werken van de drie bovengenoemde gemeenten?
Ja, het college is het eens met de hierboven genoemde uitgangspunten. Het college kijkt met veel interesse naar de manier van werken van de drie bovengenoemde gemeenten. Voor hulpmiddelen en woonvoorzieningen geldt al dat indicaties voor onbepaalde tijd (zonder einddatum) worden afgegeven, voor vervoer geldt dat beschikkingen voor onbepaalde tijd (zonder einddatum) worden afgegeven als er sprake is van een niet tijdelijke, levenslange en levensbrede beperking, met onveranderlijke mogelijkheden. Daarnaast is het college in 2023 gestart met indicaties voor huishoudelijke hulp van cliënten vanaf 75 jaar te verlengen voor onbepaalde tijd. 2.
Is het college het met de SP, PvdA en GroenLinks eens dat het afgeven van Wmo-indicaties voor bepaalde tijd kan leiden tot onnodige lastendruk, zeker als te verwachten valt dat er geen grote wijzigingen zullen plaatsvinden in de zorgbehoefte van de aanvrager (bijvoorbeeld in geval van een chronische ziekte)? Zo nee, waarom niet?
Ja, het college is het ermee eens dat het afgeven van kortlopende indicaties kan leiden tot lastendruk. Voor hoelang een indicatie wordt afgegeven is én blijft een individuele beoordeling die wordt gemaakt door de Wmo-casemanager of zorgregelaar. De werkinstructie voor Wmo-casemanagers en zorgregelaars1 voorziet erin dat er, in gevallen waarin sprake is van een niet-tijdelijke levenslange en levensbrede beperking met onveranderlijke mogelijkheden, Wmo-indicaties voor langere tijd kunnen worden afgegeven.
1
Ook wel de ’Leidraad Wmo’ genoemd.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10541809
3.
Kan het college aangeven hoeveel ambtelijke capaciteit er naar verwachting vrijkomt als er voortaan ook Wmo-beschikkingen voor onbepaalde tijd worden afgegeven?
Dit is niet aan de orde. Er is al sinds jaren personeelskrapte. Door de duur van beschikkingen te verlengen, ontstaat er wel enige verminderde druk op de caseload van de Wmo-teams. Het afgeven van een nieuwe indicatie blijft immers maatwerk en dit laat zichzelf moeilijk kwantificeren. Bovendien blijft het college conform de wettelijke opdracht periodiek onderzoeken of de verstrekte maatwerkvoorziening of pgb nog altijd ‘op maat’ is óf dat er aanleiding is om de beslissing voor de voorziening te heroverwegen2. Dit betekent dat ook bij indicaties die worden afgegeven voor langere tijd, en zeker als het gaat om indicaties voor onbepaalde tijd, het college wel een vinger aan de pols moet houden. In de Leidraad Wmo (2) (pagina 15) die gepubliceerd is op de website www.denhaag.nl staat het volgende: Een uitvoerbare praktijk Het is wenselijk om vooral beschikkingen voor huishoudelijke hulp en sommige beschikkingen voor (individuele) begeleiding niet standaard voor korte duur (bijvoorbeeld een jaar) af te geven aan mensen met een niet-tijdelijke, levenslange beperking. Immers, de aard van de beperking en de verwachte ontwikkeling daarvan leidt tot langdurig noodzakelijk gebruik van die voorzieningen. De vanzelfsprekendheid van de korte duur van de indicatie ontbreekt dan. Cliënten ervaren als gevolg van korte indicaties onnodige onzekerheid en extra administratieve lasten.
En het verzwaart ook de last van de uitvoeringsorganisatie zelf, die steeds tijdig moet herindiceren. Dit kan voorkomen worden. Vanuit de wet en gemeentelijke regels bestaat namelijk geen (juridische) belemmering om langlopende beschikkingen af te geven. • Voorkeur. Beschikkingen voor mensen met een niet-tijdelijke, levenslange beperking (met onveranderlijke mogelijkheden) worden bij voorkeur meerjarig afgegeven voor max. 5 jaar. • Uitzondering. Tenzij er vanuit het perspectief van de cliënt, de aard van de beperking en het gehouden onderzoek argumenten zijn die tot een andere afweging leiden. Denk aan een situatie waarin nog onduidelijkheid bestaat over de ontwikkeling van een beperking in relatie tot de vraag welke zorg en ondersteuning als passend kan worden aangemerkt. Of denk aan het starten van een indicatieprocedure 16 bij het CIZ met het oog op zorgbehoefte uit de Wlz. Of denk aan het monitoren van het daadwerkelijk behalen van de afgesproken resultaten wanneer een voor de cliënt nieuwe vorm van ondersteuning wordt ingezet. Een kortdurende indicatie kan dus, mits onderbouwd. In de afdoening motie Minder keukentafelgesprekken (RIS311603) van GroenLinks staat dat de Wmo 2015 niks regelt over de duur van de indicatie maar dat de gemeentelijke regels bepalen dat een indicatie wordt afgegeven voor een periode van maximaal 5 jaar.
2
Artikel 2.3.9 van de Wmo 2015. Hierin wordt het college de opdracht gegeven om periodiek te onderzoeken of de
verstrekte maatwerkvoorziening of pgb nog altijd ‘op maat’ is, óf dat er aanleiding is om de beslissing voor de voorziening te heroverwegen.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10541809
4.
Is het college het met ons eens dat wanneer de aard van de zorgvraag c.q. beperking laat zien dat er geen verbetering op zal treden, het beter is om een beschikking zonder einddatum af te geven om zo en de zorgvrager en de zorgaanbieder meer zekerheid te bieden?
Ja, zoals hierboven onder vraag 1 is aangegeven worden er al Wmo-beschikkingen voor onbepaalde tijd (zonder einddatum) afgegeven. 5.
Kan het college in navolging van de gemeentes Maastricht, Rotterdam en Stichtse Vecht Wmobeschikkingen voor onbepaalde tijd afgeven? Zo nee, waarom niet?
Ja, dat kan. Zoals hierboven onder 1 is aangegeven worden er al Wmo-beschikkingen voor onbepaalde tijd (zonder einddatum) afgegeven. Voor deze groep geldt dat het niet aannemelijk is dat de zorgvraag wijzigt, maar ook hier geldt dat het college vinger aan de pols moet blijven houden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3